CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindverslag inspraak Beleidskader voor kleine windmolens in de gemeente Steenwijkerland.pdf

Politieke Markt 15 december 2021, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Beleidskader voor Kleine Windmolens in de gemeente Steenwijkerland1.775 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zienswijzen en ambtshalve wijziging Beleidskader voor kleine windmolens in de gemeente Steenwijkerland 1. Inleiding In dit document worden de ingediende zienswijzen voor het Beleidskader voor kleine windmolens in de gemeente Steenwijkerland en de bijhorende wijzigingen behandeld. 2. Procedure Ter inzage Het Beleidskader voor kleine windmolens in de gemeente Steenwijkerland lag van 26 mei tot en met 6 juli 2021 ter inzage en is gepubliceerd in de Steenwijker Courant. Zienswijzen In de hiervoor genoemde termijn kon eenieder zienswijzen indienen op het Beleidskader voor kleine windmolens in de gemeente Steenwijkerland. In totaal zijn vijf zienswijzen ingediend, die hieronder worden behandeld. Daarnaast is één ambtshalve wijziging doorgevoerd. Per zienswijze wordt een samenvatting van de zienswijze gegeven met de reactie van de gemeente en vervolgens de conclusie waar besproken wordt of en hoe het beleidskader een aanpassing nodig heeft. 3. Samenvatting en beantwoording zienswijzen 3.1 Zienswijze 1 Verzoek windmolen buiten bouwvlak De zienswijze geeft aan dat het bouwvlak reeds vol is, als gevolg van het langdurig niet vaststellen van het bestemmingsplan buitengebied. De zienswijze verzoekt een kleine windmolen te kunnen plaatsen buiten het aangewezen bouwvlak.

Gemeentelijke reactie: Het beleidskader geeft ruimte om in die gevallen waarin een windmolen niet binnen het bestaande bouwvlak geplaatst kan worden, deze buiten het bouwvlak te plaatsen. Voorwaarde hierbij is dat de windmolen zodanig geplaatst wordt dat hij deel uitmaakt van het ruimtelijk ensemble en past bij de landschappelijke structuur. Dit is meestal het geval als de windmolen op maximaal eenmaal de tiphoogte van de bestaande bebouwing wordt geplaatst. Het is aan de aanvrager te onderzoeken welke locatie het geschiktst is voor de windmolen, ook gelet op de maximale opbrengst. Wel moet voldaan worden aan de criteria die in het beleidskader zijn opgenomen. Conclusie: De zienswijze geeft ons geen aanleiding het beleidskader aan te passen of te verduidelijken met betrekking tot het bouwen buiten het bouwvlak. Voor bouwen van een windmolen buiten het bouwvlak kan een aanvraag ingediend worden waarbij getoetst wordt aan het beleidskader. 2 3.2 Zienswijze 2 Afstand tot woningen van derden De zienswijze geeft aan dat in het beleidskader de afstand van 100 meter tot woningen is opgenomen. Zienswijze wijst erop dat in het rapport van Bosch & Van Rijn gesproken wordt van een afstand van 150 meter tot woningen van derden. Daarnaast wijst de zienswijze erop dat volgens de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) de afstand tot woningen minimaal twaalf keer de rotordiamater is.

Ook wijst de zienswijze erop dat kleine windmolens op bedrijventerreinen alleen mogelijk zouden moeten zijn als dit collectief wordt aangevraagd. Gemeentelijke reactie: Voor de afstand tot woningen van derden zijn geluidsoverlast en slagschaduw van windmolens van belang. De RVO geeft aan dat windmolens op minstens twaalf maal de rotordiameter afstand tot woningen van derden moeten staan, in verband met de slagschaduw die windmolens kunnen veroorzaken. Wettelijk geldt reeds een maximum van zes uur slagschaduw per jaar. Om deze reden dienen windmolens een stilstandvoorziening te hebben die zorgt dat de slagschaduwduur beperkt wordt tot dit jaarlijks maximum van zes uur. Daarnaast dient bij een aanvraag te worden onderzocht wat de impact van geluid is. Voor kleine windmolens geldt dat de minimale afstand tot woningen van derden van 100 meter niet of nauwelijks tot geluidsoverlast leidt. Voor wat betreft het collectief aanvragen van windmolens op bedrijventerreinen is het standpunt van de gemeente dat collectieve aanvragen de nadrukkelijke voorkeur hebben. Dit wordt echter niet afgedwongen. De gemeente geeft ondernemers de vrijheid individueel een aanvraag te doen. Conclusie: De zienswijze leidt tot aanpassing van het beleidskader. De afstand tot woningen van derden wordt aangepast van 100 meter naar twaalf keer de rotordiameter van de windmolen, met een minimum van 100 meter.

3.3 Zienswijze 3 Buitengebied vrijhouden van windturbines De zienswijze verzoekt het buitengebied (vooral rond boerderijen) vrij te houden van windturbines in verband met het grote Natura-2000-gebied binnen de gemeentegrenzen. De Zienswijze wijst erop dat windturbines vogel- en vleermuisslachtoffers maken die vrijwel onopgemerkt blijven doordat vossen en marters de vogels weghalen. Daarnaast wijst de zienswijze erop dat emissievrije energieopwekking belangrijker lijkt te zijn dan het leven van deze vogels. Ook merkt de zienswijze op dat een windmolen van 25 meter hoogte visueel niet klein is ten opzichte van een boerderij met stallen. Gemeentelijke reactie: In het beleidskader is aangegeven dat de landelijke wet- en regelgeving, waaronder de wet natuurbescherming, van toepassing is. Hieraan wordt getoetst bij de aanvraag van een kleine windmolen. De grootte van de windmolens is zodanig gekozen dat het volgens de gemeente past 3 bij de bebouwing en een ruimtelijk ensemble vormt. Door windmolens nabij bestaande bebouwing te plaatsen blijft de beleving van het landelijk gebied zoveel mogelijk intact. Er is een groot belang voor hernieuwbare energieopwekking, waaronder energie uit wind, zoals ook wordt erkend door Vogelbescherming Nederland.

De urgentie van het beperken van klimaatverandering is dermate hoog, dat het vervangen van fossiele brandstoffen door energie uit onder meer wind door de gemeente van groter belang wordt geacht dan de relatief beperkte sterfte onder vogels. Klimaatverandering vormt een grotere bedreiging voor zowel vogels, als voor mensen. Desondanks is het van belang bij het plaatsen van windmolens zoveel mogelijk rekening houden met de lokale biodiversiteit en een zo minimaal mogelijk verstoring te laten uitgaan van de windmolens. Dit wordt reeds ondervangen in de landelijke wet- en regelgeving, waarop een aanvraag in het vergunningtraject wordt beoordeeld. Daarnaast wordt op grond van informatie over verstoringsbronnen verwacht dat kleine windmolens verstorend kunnen zijn voor (weide)vogels, maar dat deze storing beperkt is ten opzichte van de verstoring die reeds uitgaat van een (agrarisch) bedrijf in het buitengebied. Ook wordt verwacht dat het risico op aanvaring klein is aangezien vogels de directe omgeving van bouwkavels mijden, vanwege verstoring die hier reeds plaatsvindt. Conclusie: De zienswijze geeft ons geen aanleiding het beleidskader aan te passen of te verduidelijken met betrekking tot het vrijhouden van het buitengebied van windmolens.

3.4 Zienswijze 4 Wet Natuurbescherming De zienswijze wijst erop dat windturbines vogel- en vleermuisslachtoffers maken onder beschermde vogels en vleermuizen en dat voor het plaatsen een ontheffing nodig is van de Wet natuurbescherming. Het in gebruik nemen van een windturbine zonder zo een ontheffing betekent een overtreding van de Wet natuurbescherming omdat sprake is van voorwaardelijke opzet. Om deze reden verzoekt de zienswijze het beleidskader aan te passen. Daarnaast wijst de zienswijze erop dat windmolens machines zijn die de wind benutten om werktuigen, zoals pompen of molenstenen, aan te drijven. Wanneer wind wordt benut voor de opwekking van elektriciteit spreekt men van windturbines. Gemeentelijke reactie: Een onderdeel van het aanvragen van een omgevingsvergunning is dat er getoetst wordt aan de Wet natuurbescherming. De wet schrijft voor dat er geen nadelige gevolgen voor soorten mogen zijn. Zodoende wordt per aanvraag onderzocht en getoetst of er schade aan beschermde biodiversiteit en gebieden plaatsvindt en indien relevant wordt er getoetst aan houtopstanden. Windmolen of windturbine zijn veelal door elkaar gebruikte begrippen waar geen duidelijke definitie voor bestaat. Omdat in algemeen taalgebruik de term windmolen wordt gebruikt is dat ook de term die in het beleidskader wordt gehanteerd. Conclusie: De zienswijze leidt tot aanpassing van het beleidskader.

Zienswijze geeft aanleiding om een wijziging in het beleidskader aan te brengen met betrekking tot de begrippen windturbines en windmolens. 4 3.5 Zienswijze 5 Wet- en regelgeving De zienswijze geeft aan dat specifieke regelgeving bedoeld is voor windmolens van 75 meter en meer, maar dat kleine windmolens hier niet onder (hoeven te) vallen. Daarnaast stelt de zienswijze dat in de Provinciale omgevingsvisie van Overijssel niet vermeld staat dat kleine windmolens niet worden toegestaan in Natura 2000-gebieden. De zienswijze geeft aan graag meer mogelijkheden voor kleine windmolens te zien en ziet daarom liefst zo min mogelijk beperkingen. Daarnaast geeft de zienswijze aan graag te zien dat ook particulieren gebruik kunnen maken van kleine windmolens. Ook geeft de zienswijze aan geen onderbouwing te vinden voor de gestelde 100 meter afstand tot woningen van derden. De zienswijze vraagt of de windmolens ter bevordering van het beheersen van de waterpeilen moeten verdwijnen met de ingang van dit beleidskader. Gemeentelijke reactie: De regelgeving voor kleine windmolens is in enkele gevallen niet (volledig) gericht op kleine windmolens, of dit onderscheid wordt niet gemaakt. In de Provinciale omgevingsvisie is in hoofdstuk 10.8.2.1.4, Uitsluitingsgebieden windenergie, opgenomen dat het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is uitgesloten van windmolens.

De provincie Overijssel geeft aan dat zij geen specifiek beleid heeft voor kleine windmolens, maar hier wel mee bezig te zijn. Vooralsnog houden wij daarom vast aan de uitsluiting van de Natura-2000-gebieden. In het voortraject is gekeken naar de mogelijkheid particuliere grondeigenaren in het buitengebied ook de mogelijkheid te geven een kleine windmolen te plaatsen. De opbrengst van een kleine windmolen is relatief hoog ten opzichte van het gemiddelde stroomverbruik van een huishouden. Voor veel huishoudens is het plaatsen van zonnepanelen interessanter, ook financieel. Particulieren kunnen bovendien via een energiecoöperatie gezamenlijk een kleine windmolen realiseren op het terrein van een ondernemer. Onder 3.2 is de afstand tot woningen van derden reeds behandeld. Deze wordt aangepast en nader toegelicht in het beleidskader. De windmolens bedoeld in het beleidskader betreffen windmolens bedoeld voor kleinschalige opwekking van elektriciteit door wind voor eigen gebruik. Het beleidskader is bedoeld om nieuwe aanvragen te toetsen en heeft geen betrekking op bestaande situaties. Windmolens in het buitengebied ter bevordering van het waterpeil vallen hier niet onder. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het beleidskader aan te passen of te verduidelijken, anders dan dezelfde wijziging als bij zienswijze 2. 5 4.

Ambtshalve wijzigingen 4.1 Astron Om goed gebruik te kunnen blijven maken van radioastronomie heeft ASTRON een kaart gemaakt met een weergave voor windparken, zonneparken en kleine windmolens. Deze kaart geeft drie zones (rood, geel en groen) weer met verschillende invloedssferen van windmolens en zonneparken op de apparatuur van ASTRON. Voor de rode en gele vlakken geldt dat met ASTRON moet worden afgestemd of en hoe kleine windmolens mogelijk zijn. Het betreft hier de meest actuele stand van de kennis en het scenario met het maximale aantal kleine windmolens in combinatie met het maximale scenario voor wind- en zonneparken. Hierbij wordt opgemerkt dat zowel in de rode als in de gele zones kleine windmolens mogelijk zijn, maar dat dit afhankelijk is van het type molen. Conclusie: De door ASTRON aangegeven rode zone is reeds opgenomen in het beleidskader onder aandachtsgebieden. De gele zones worden toegevoegd onder uitsluitingsgebieden en aandachtsgebieden. Hierbij wordt opgemerkt dat binnen zowel de rode zone als de gele zones kleine windmolens wel mogelijk zijn, maar afhankelijk van het type en alleen indien afgestemd met ASTRON. Op deze manier moet worden voorkomen dat de windmolens een verstorende werking uitoefenen op de gevoelige apparatuur van ASTRON.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/cc935d48-834e-42ca-860b-6fa1890660bf?agendaItemId=9f07b39f-af46-47a8-8a1d-b79d7a12e8ca