Ecologie E22082-RAP-01 (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Opdrachtgever : Postbus of adres | Postcode + plaats : Datum : 156323 Rapportnummer E22082-RAP-01 Status : Definitief Adviesbureau : KWinfraBV. Postadres | Postcode:plaats . Telefoon z Website www.kwinfra.nl E-mail : info@kwinfra.nl E-mail ecologie | (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Opgesteld door: RAPPORT QUIcKSCAN EN (geanonimiseerd) | _ WAARDEN TER (geanonimiseerd)(geanonimiseerd)(geanonimiseerd) Gecontroleerd door: _- (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) SAMENVATTING Algemeen 'Onderzoeklocati Oppervlakte locatie + 14.800 m? Gebruik locatie Bedrijfsmatige bestemming Inrichten van een mini-camping Controleren op de (mogelijke) aanwezigheid van wettelijk beschermde flora en fauna en het effect van de activiteiten op de natuurwaarden beoordelen. Onderzoek Soort onderzoek Quickscan Ecologische Waarden Bureaustudie: Gebruik van verspreidingsgegevens om een inschatting te maken van de beschermde soorten in en rondom het plangebied. Daarnaast het effect op de omgeving inschatten lettend op beschermde (natuur)gebieden. Onderzoeksopzet Veldinspectie: Bezoek ter plaatse naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en hun leefgebieden.
Rapportage: Het vastleggen van de aanleiding, methodiek en resultaten met de daaruit volgende adviezen. Resultaten, conclusie en advies Bevindingen + Er is geschikt (broed)biotoop aanwezig op de planlocatie voor soorten zonder jaarrond bescherm nest. Er zijn geen soorten met jaarrond beschermde nesten of geschikte plekken voor dergelijke nesten aangetroffen. « Er zijn geen beschermde planten, vissen, zoogdieren, amfibieën, reptielen of ongewerveiden gevonden tijdens de veldronde. De aanwezigheid van deze soorten zijn op basis van hun habitatvereisten ook niet op de planlocatie te verwachten. Conclusies en advies Er is geen ontheffing voor de Wet Natuurbescherming vereist op basis van de onderzoeksresultaten. Wat betreft de sloop is het wel belangrijk om uit te sluiten dat er broedende vogels aanwezig zijn op het dak. Dit kan door de werkzaamheden uit te voeren buiten het broedseizoen of een extra inspectie alvorens de start. Rapport: E22082-RAP-01 Quickscan Ecologische Waarden (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) INHOUDSOPGAVE 1. AANLEIDING 2. SITUATIE PLANGEBIED 3. METHODE 3.1. _ Vooronderzoek 3.2. Veldwerk 4. RESULTATEN 4.1. _ Broedvogels (al of niet met jaarrond beschermde nesten) 4.2. _ Vleermuizen 43. Grondgebonden zoogdieren 44. _ Vaatplanten 4.5. _ Reptielen & amfibieën 4.6. _ Overige soorten 4.7. _ Gebiedsbescherming 5. CONCLUSIE & ADVIES 6.
REFERENTIES Rapport: E22082-RAP-01 Quickscan Ecologische Waarden oo W _ # ° H# a (geanonimiseerd) _04 KWINFRA Z\ e 1. AANLEIDING In opdracht v heeft Kwinfra BV een Quickscan Ecologische Waarden uitgevoerd ter plaatse van het plangebied (zie figuur 1). De aanleiding voor dit onderzoek is de bestemmingswijziging, waarbij de opdrachtgever voornemend is om ter plaatse van het agrarische perceel ten noorden van het bestaande aannemersbedrijf een nieuwe mini-camping te realiseren. Hierbij zullen tevens nieuwe landschapselementen worden toegevoegd, zoals een houtwal, landschapshaag en zullen solitaire fruit- en notenbomen worden geplant. Daarnaast zal de kleine schuur zoals te zien op figuur 5 gesloopt gaan worden. (geanonimiseerd) In het kader van de activiteiten s het noodzakelijk de ingrepen te toetsen aan de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (2017), om daarmee eventuele effecten te onderzoeken die optreden ten aanzien van beschermde natuurwaarden (planten en dieren). Op basis hiervan is inzichtelijk gemaakt of er noodzaak bestaat voor het uitvoeren van nader soortgericht onderzoek naar het voorkomen van specifieke soorten/soortgroepen. Voor de Wet natuurbescherming is de provincie het bevoegd gezag wat betreft handhaving en het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen bij ruimtelijke ingrepen.
De beschermde soorten zijn opgenomen in de vogelrichtlijn (artikel 3.1), de habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5) en de Lijst nationaal beschermde dier- en plantensoorten (artikel 3.10). Op de laatstgenoemde lijst worden per provincie uitzonderingen gemaakt. Hiernaast geldt de Algemene Zorgplicht (artikel 1.11) voor alle in het wild levende planten en dieren. Het doel van dit onderzoek is het beoordelen van de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en rust- en voortplantingsplaatsen. Hierbij worden de verbodsbepalingen van de Wet Natuurbescherming in acht genomen. Op basis van de verkregen resultaten geven wij vervolgens advies over mogelijke vervolgstappen. 0 25 ‘50m mm | PAASLOREGEL Legenda D Plangebied PAASLOREGEL Figuur 1: Ligging van het plangebied Rapport: E22082-RAP-01 Quickscan Ecologische Waarden (geanonimiseerd) S 2 KWINFRA Z\ k 2. SITUATIE PLANGEBIED Het plangebied bevindt zich aan de n de gemeente Steenwijkerland (kop van de provincie Overijsse). Het open weiland achter het aannemersbedrijf is waar de mini-camping aangelegd zal gaan worden. Aan weerszijde (oost en west) zijn hagen aangelegd die de grenzen vormen met de naastgelegen percelen. Het weiland bestaat uit kort gemaaid gras zonder braakliggend zand.
(geanonimiseerd) Figuur 2: Schuur van aannemersbedrijf Figuur 3: Open grasland (zicht op de westzijde) Rapport: E22082-RAP-01 Quickscan Ecologische Waarden | 5 (geanonimiseerd) _ á KWINFRA N Figuur 4: Overzicht van het grasveld achter het huis (zicht op het noorden) Figuur 5: Schuur ter sloop. Rapport: E22082-RAP-01 Quickscan Ecologische Waarden (geanonimiseerd) _04 KWINFRA Z\ e 3. METHODE 3.1. Vooronderzoek De Quickscan begint met een bureauonderzoek waarna een veldbezoek volgt. Alvorens het veldonderzoek is aan de hand van verspreidingsgegevens gekeken of er beschermde dier- of plantensoorten waargenomen zijn binnen dan wel direct nabij het plangebied. Hierbij wordt de database van geverifieerde waarnemingen op waarnemening.nl geraadpleegd. Enkel waarnemingen van de afgelopen 5 jaar tot 1 kilometer rondom het plangebied zijn meegenomen in het onderzoek. Gelet op de mogelijke effecten van de werkzaamheden van het project is gekeken welke beschermde soorten het meeste risico lopen. Om soortinformatie te vinden hebben wij gebruik gemaakt van de websites van RAVON, Vogelbescherming, De Viinderstichting en de Zoogdierenvereniging. Ook zijn kennisdocumenten van Bij12 voor enkele beschermde diersoorten geraadpleegd. Er is tevens gekeken of het plangebied deel uit maakt van of direct grenst aan een beschermd natuurgebied.
Hiervoor hebben we de website van Natura2000 gebruikt en de atlastieefomgeving.nl. Op basis hiervan is beoordeeld of er negatieve effecten op deze gebieden te verwachten zijn. 3.2. Veldwerk Het plangebied is op 24 november 2022 bezocht door e weersomstandigheden waren gunstig. Tijdens het veldbezoek is op het volledige plangebied gekeken naar het voorkomen en de potentie van het voorkomen van beschermde planten- en diersoorten, hierbij onder andere de resultaten van het vooronderzoek en habitat vereisten in acht nemend. Daarnaast is er gekeken naar de aanwezigheid van broedende vogels en nesten. Er zijn foto's gemaakt van eventueel relevante terreinelementen en de vegetatie. Na dit veldbezoek is beoordeeld of de voorziene ruimtelijke ontwikkelingen significant negatieve effecten kunnen hebben op eventueel aanwezige beschermde soorten of belangrijke natuurwaarden. (geanonimiseerd) Rapport: E22082-RAP-01 Quickscan Ecologische Waarden | 7 (geanonimiseerd) _04 INFRA N e K 4. RESULTATEN 4.1. Broedvogels (al of niet met jaarrond beschermde nesten) Mogelijk wordt het plangebied door (weide)vogels gebruikt als foerageer- of rustgebied. Het opengrasland biedt geen beschutting waardoor het onwaarschijnlijk is dat er vogels zullen broeden. De hagen aan weerszijde bieden wel gelegenheid voor vogels om te nestelen en/of schuilen.
Alle inheemse vogelsoorten zijn beschermd door de Wet natuurbescherming (Art. 3.1 Wnb.). Nesten van alle soorten zijn beschermd tijdens het broedseizoen en daarnaast zijn er soorten met een jaarrond beschermd nest. Het is verboden om deze rust- en broedplaatsen van vogels te beschadigen, te vernielen, uit te halen, weg te nemen of te verstoren. De locatie waarde mini-camping aangelegd zal worden is niet geschikt voor nesten van vogels met jaarrond beschermde nesten, vanwege het ontbreken van habitatvereisten (broed gelegenheid, schuilmogelijkheden of water- zandbaden als het gaat om huismussen). Er zijn enkel algemene vogels aangetroffen tijdens het veldbezoek. 4.2. Vleermuizen Alle vleermuizen in Nederland zijn streng beschermd volgens de Europese Habitatrichtlijn en staan allemaal in ieder geval in bijlage IV. Het is strikt verboden om vleermuizen te verstoren, vangen of te doden. Het open karakter van de locatie maakt het aannemelijk dat algemene vieermuissoorten, zoals de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) en laatvlieger (Eptesicus serotinus) gebruik maken van de planlocatie als foerageergebied. Het betreft geen essentieel foerageergebied en de nieuwe bestemming zal geen invloed hebben op het mogelijk gebruik door vleermuizen. Er is veel alternatief gebied op de aangrenzende percelen.
Het schuurtje dat gesloopt zal gaan worden bevat géén geschikte tocht- en vriesvrije verblijfplaatsen voor vleermuizen. 4.3. Grondgebonden zoogdieren Het perceel is geschikt voor een aantal algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren. Volgens de verspreidingsgegevens zijn er rondom het perceel steenmarters waargenomen. Tijdens de Quickscan zijn er geen sporen (uitwerpselen of loopsporen) gevonden. De te slopen schuur bevat geen geschikte verblijfplaats voor steenmarters. Het grasveld is geschikt foerageergebied voor algemene muissoorten en konijnen. Het terrein is niet geschikt voor wettelijk beschermde habitatrichtlijnsoorten, maar er geldt uiteraard wel de Algemene Zorgplicht (Art. 1.11 Wet natuurbescherming) voor alle voorkomende soorten. 4.4. Vaatplanten Binnen het plangebied zijn er geen plantsoorten aangetroffen die bescherming genieten van de Wet natuurbescherming (artikel 3.5). In het kader van de Algemene Zorgplicht (artikel 1.11) dient er wel met zorg te worden omgegaan. De Algemene Zorgplicht schrijft voor dat nadelige gevolgen voor alle dieren en planten zo veel mogelijk moeten worden voorkomen. 4.5. Reptielen & amfibi Rommelhoekjes op het bedrijventerrein van de aannemer bieden matig geschikte schuilplekken voor reptielen en amfibieën. In de omgeving zijn ringslangen waargenomen.
Het is onwaarschijnlijk dat de voorgenomen werkzaamheden een effect hebben op ringslangen, aangezien er geen verblijfplaats verloren zal gaan. Rapport: E22082-RAP-01 Quickscan Ecologische Waarden I 8 (geanonimiseerd) _04 INFRA N e K 4.6. Overige soorten Er zijn geen beschermde vissen, dagvlinders, ongewervelden of libellen gevonden en ook niet te verwachten op basis van verspreidingsgegevens en habitatvereisten. 4.7. Gebiedsbescherming Bijzondere natuur- en landschapswaarden worden beschermd door middel van gebiedsbescherming. Voor ieder plangebied moet worden vastgesteld of bij de voorgenomen herontwikkelingen effect kan optreden op beschermde (natuur)gebieden. Alle beschermde natuur samen vormt het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Binnen dit netwerk vallen ook de Natura 2000 gebieden die deel uitmaken van Europees netwerk Wwaarvoor strengere beschermingseisen gelden. De afstand tot Natura 2000 gebieden en Natuur Netwerk Nederland gebieden is bepaald met de kaartlagen op Arcgis.com. De planlocatie zelf maakt geen deel uit van beschermd natuurgebied (Natura 2000 of Natuur Netwerk Nederland). Het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied is de Weerribben (Vogelrichtlijn en habitatrichtljn) op een afstand van ongeveer 4500 meter in westelijke richting. Op ongeveer 8700 meter ten westen ligt het natura-2000 gebied Rottige Meenthe & Brandemeer (Habitatrichtlijn).
Aangezien de bedrijfsmatige activiteiten afnemen en aangezien de werkzaamheden naar verwachting gepaard zullen gaan met weinig tot geen stikstofuitstoot, is een AERIUS- calculatie niet nodig. Significante stikstofneerslag in de kwetsbare delen van deze natura 2000-gebieden is dus uitgesloten. Rapport: E22082-RAP-01 Quickscan Ecologische Waarden e 9 (geanonimiseerd) 5. _ CONCLUSIE & ADVIES e Het open grasland waar de mini-camping aangelegd zal worden is biedt geen geschikt broedgelegenheid voor (weide)vogels, maar wordt zeer waarschijnlijk wel gebruikt als foerageergebied, Jaarrond beschermde nesten of rustplaatsen op de ter plaatse van de toekomstige mini-camping zijn uitgesloten. De hagen aan de randen bieden mogelijk wel geschikte verblijfplaatsen voor vogels en indien er nesten aanwezig zijn mogen zij niet verstoord worden. Het advies is om werkzaamheden die dicht bij de hagen zijn alleen buiten het broedseizoen uit te voeren. Indien dat niet mogelijk is dan is een inspectie voorafgaand aan de werkzaamheden vereist en kan het zijn dat er de werkzaamheden uitgesteld moeten worden. e De te slopen schuur heeft geen geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen. Er zijn geen open stootvoegen of geschikte tochtvrije en vriesvrije ruimtes. De aanwezigheid van vaste rust- of verblijfplaatsen op het plangebied is uitgesloten.
De ontwikkeling van de camping zal geen negatief effect hebben op het foerageergebied van vleermuizen, maar het advies is om geen felle buitenverlichting te plaatsen. Ook is het advies om geen werkzaamheden te verrichten na zonsondergang en bij eventuele verlichting van het terrein te kiezen voor vleermuisvriendelijkere verlichting. Er zijn verschillende partijen die deze verlichting aanbieden. Belangrijk hierbij is de lichtkleur, bij voorkeur is deze amberkleuring, roodachtig of oranje. Groen licht is wel verstorend voor vleermuizen en is in veel gevallen ten onrechte aangeraden als natuurvriendelijke verlichting. Voor meer informatie hierover, zie: Zooadiervereniging.nl - Vleermuis en licht e _ Het voorkomen van wettelijk beschermde soorten libellen, dagvlinders en overige ongewervelden is uit te sluiten. Negatieve effecten op beschermde vissen en grondgebonden zoogdieren zijn ook uitgesloten. Er hoeft geen extra rekening gehouden te worden met deze soorten, echter geldt ten alle tijden de Algemene Zorgplicht en zal het doden, verstoren of schade doen aan alle plant- en diersoorten zoveel mogelijk vermeden moeten worden. e Door de afwezigheid van de in artikel 3.5 genoemde beschermde vaatplanten zijn negatieve effecten hierop uit te sluiten.
« _ Negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie op natura-2000 gebieden zijn geheel uit te sluiten en dus is een AERIUS berekening niet benodigd. e Op basis van dit Quickscan onderzoek wordt geconcudeerd dat er geen aanvullend onderzoek benodigd is in het kader van de Wet natuurbescherming. Rapport: E22082-RAP-01 Quickscan Ecologische Waarden N 10 (geanonimiseerd) _04 KWINFRA ZI N e 6. REFERENTIES u D canters, K.J. & Buys, J.C. (2016). Atlas van de Nederlandse (geanonimiseerd) zoogdieren. - Natuur van Nederland 12. Naturalis 121 https://www.floron.nl/ 131 https://www.waarneming.nl/ [4] https://www.ravon.nl/ [51 https://www.verspreidingsatias.nl/ [6] _ https://www.vogelbescherming.nl/ U71 https://www.atlasleefomgeving.nl/ Rapport: E22082-RAP-01 Quickscan Ecologische Waarden | u (geanonimiseerd)