De+culturele+basis+op+orde.pdf
Tekst van het document
Kunst, erfgoed en media voor iedereen, in elke gemeente, overal in Nederland De culturele basis op orde Aan de vooravond van de landelijke gemeenteraadsverkiezingen presenteert de Raad voor Cultuur op basis van zijn adviezen van de afgelopen jaren een inhoudelijke agenda voor gemeentelijke investeringen in cultuur en media in de komende periode. [1] De raad haalt in zijn adviezen met regelmaat het belang van een gezonde culturele humuslaag aan. Alleen op een goede basis kan cultuur floreren. Hij zet zijn aandachtspunten op een rij. Aanleiding In april 2021 becijferde de Raad voor Cultuur dat het rijksbudget voor cultuur, erfgoed, media en bibliotheken idealiter met 477 miljoen euro zou worden verhoogd in de nieuwe kabinetsperiode.[2] De raad kwam tot dit landelijke bedrag op basis van een analyse en een financiële doorrekening van zijn beleidsadviezen aan de minister van OCW uit de afgelopen kabinets ‐ periode. Met een dergelijke investering kan het Rijk er volgens de raad toe bijdragen dat de culturele sector en de mediasector voor iedereen in Nederland bereikbaar en relevant worden, en dat (meer) werkenden in deze sectoren eerlijk worden betaald. Maar niet alleen dat; de raad stelde ook dat de culturele sector en de mediasector substantieel kunnen bijdragen aan het maatschappelijk en economisch herstel van Nederland uit de coronacrisis.
Het nieuwe kabinet erkent dat cultuur van wezenlijk belang is voor onze samenleving en dat het een investering is in onze maatschappij.[3] Het kabinet investeert daarom structureel 170 miljoen euro in de creatieve en culturele sector. De raad ziet een bloeiende cultuur- en mediasector daarnaast nadrukkelijk als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van Rijk, provincies en gemeenten. Gedrieën staan ze aan de lat om meer inwoners van Nederland te laten deelnemen aan cultuur en te voorkomen dat aanbod en faciliteiten op het vlak van cultuur en media verder afbrokkelen of verdwijnen. Dit laatste is als gevolg van de coronacrisis des te urgenter geworden. De raad onderstreept dat landelijke investeringen voor inwoners van gemeenten alleen maar vruchten kunnen afwerpen als ook die gemeenten zelf (en de provincies) zich inzetten voor de versterking van hun culturele ecosysteem, en ervoor kiezen daar de komende tijd in te investeren. Dit geldt vooral voor een aantal terreinen van cultuur en media die zich met name op lokaal en regionaal niveau afspelen: amateurkunst, cultuureducatie, bibliotheken, lokale omroepen en erfgoed. Deze voorzieningen staan al langer onder druk, en de coronacrisis heeft hun slagkracht verder verkleind.
Tegelijk ontstaat juist hier de verbinding in de maatschappij: het gaat om plekken waar mensen samenkomen om verhalen, visies, zorgen en ervaringen te delen, zich creatief of artistiek te ontwikkelen, hun kennis te verdiepen en zich als gemeen schap te verrijken. Hier zijn het de gemeenten en provincies, De culturele basis op orde De culturele basis op orde3 en vervolgens pas het Rijk, die het verschil kunnen maken tussen culturele droogte en een vruchtbare voedingsbodem voor plezier, verdieping en debat. De waarde van cultuur Cultuur is van onschatbaar belang voor de maatschappij. De raad deelt de visie van het kabinet dat de verbindende, inspirerende en prikkelende kracht van cultuur mensen bij elkaar brengt, uitdaagt en nieuwe perspectieven biedt. Die waarde van cultuur zien we in de coronacrisis steeds opnieuw bevestigd. Inwoners van Nederland missen of misten hun zangkoor, hun muziekles of slam poetry night, hun bezoek aan bibliotheken, exposities, shows en festivals, hun werk of vrijwilligerswerk in de culturele sector of de erfgoedsector. Bij het wegvallen van hun vrijetijdsbesteding en hun expressiemogelijkheden raakten veel mensen geïsoleerd, eenzaam of verveeld. Velen zagen hun wereld verkleinen tot hun naaste vrienden- en familiekring en leefden in de ‘bubbel’ van hun eigen sociale media en/of werkkring (of ‘het eigen gelijk’).
Het grotere ‘samen’, dat mensen verbindt en gemeenschappen smeedt, dat het onderling begrip vergroot en debat stimuleert, staat onder druk. De samenleving heeft meer dan ooit behoefte aan gemeenschappelijke grond. Juist lokale cultuur en media spelen daar een rol van betekenis. Al vele onderzoeken hebben laten zien hoezeer cultuur het ‘samenleven’ verrijkt. Cultuur verstevigt sociale banden. Cultuur vergroot de mentale (en soms ook fysieke, denk aan dans of circus) gezondheid van mensen. Cultuur schept gedeeld plezier (denk aan theater, concert, festival, fanfare, koor, bloemencorso en oude ambachten). Cultuur bevordert de creativiteit van makers, deelnemers en publiek. Cultuur kleurt de straat. Cultuur maakt gemeenten en steden aantrekkelijker voor bewoners en ondernemers. Niet voor niets neemt het nieuwe kabinet zich voor om samen met lokale overheden de samenwerking tussen retail, horeca en cultuur te stimuleren; bruisende straten zijn cruciaal voor de leefbaarheid in elke gemeente. Cultuur helpt mensen ook zich te leren uiten en elkaar te verstaan. Een kind dat niet meekomt met rekenen, danst misschien de sterren van de hemel. Een jongere die zijn emoties niet goed kwijt kan, vindt wellicht in tekenen of zingen een uitlaatklep.
Culturele ontmoetingen zorgen ervoor dat mensen op een prikkelende manier in aanraking komen met ideeën, werelden en kanten van zichzelf en de ander die ze nog niet kenden, en die stof bieden tot nadenken. Dit zijn essentiële waarden van cultuur, helemaal in een tijd waarin polarisatie op de loer ligt en nuance vaak ver is te zoeken op sociale media. Ook in economisch opzicht draagt cultuur een aardig steentje bij. De culturele en creatieve sector (inclusief media) draagt jaarlijks 25,5 miljard euro bij aan het bruto nationaal product (3,7 procent). [4] De totale sector is goed voor zo’n 320 duizend banen, 4,5 procent van de totale werkgelegenheid. Daarin zijn de omzet en werkgelegenheid in aanpalende sectoren als horeca, beveiliging, infrastructuur en techniek niet meegerekend. De culturele basis op orde4 Cultuur is dus op veel gebieden wezenlijk voor een gezonde, plezierige maatschappij. De raad signaleert daarom met spijt dat maar een deel van het enorme potentieel van cultuur wordt benut. De afgelopen vier jaar constateerde de raad in zijn adviezen een aantal fundamentele knelpunten rond de financiering van cultuur, erfgoed, media en bibliotheken die verhinderen dat cultuur optimaal kan bloeien. Ten eerste wordt een te groot deel van de samenleving nog niet (of niet meer) bereikt met overheidsinvesteringen in cultuur en media.
Het weefsel aan culturele voorzieningen in Nederland is op veel plekken dun. Het CBS schat de gemiddelde gemeentelijke uitgaven per inwoner in 2019 in op 111 euro per inwoner, maar investeringen lopen per gemeente sterk uiteen, van 245 euro per inwoner in grote steden tot slechts 12 euro per inwoner in kleinere kernen. [5] De laatste jaren (sinds 2017) laten weliswaar een stabiele tendens zien van gemeentelijke uitgaven per inwoner, maar het gaat dus doorgaans om bedragen van een laag niveau. Bovendien vertekenen de bedragen in de meeste steden omdat hiervan een aanzienlijk deel naar een klein aantal grotere professionele instellingen gaat, denk aan musea, schouwburgen en concert ‐ zalen. Recente adviezen van de raad laten zien dat steeds minder Nederlanders een bibliotheek in hun nabije omgeving hebben en dat dit aanbod snel vermagert. Lokale publieke omroepen zijn niet overal beschikbaar of zijn niet sterk genoeg. Amateurverenigingen staan er vaak financieel en organisatorisch onzeker voor. Publieke middelen voor nieuwere cultuur ‐ vormen, zoals pop, urban culture, musical, e-culture, mode of creatieve technologie (zowel op amateur- als op professioneel niveau), zijn vaak minimaal. Hierdoor blijft te veel publiek en talent verstoken van cultuur en media.
Ten tweede hebben werkenden in de culturele sector (inclusief de amateur- en vrijetijdssector) een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt. Subsidiebudgetten zijn krap. Gesubsidieerde en ongesubsidieerde cultureel ondernemers opereren in een moeilijke markt. De meeste instellingen kunnen niet of moeilijk voldoen aan hedendaagse normen voor eerlijke betaling. Ten derde vragen economische, maatschappelijke en technologische ontwikkelingen om aanpassingen en innovaties van cultuur en media die noodzakelijk zijn om bij de tijd te blijven, maar die uit de huidige middelen niet kunnen worden bekostigd. Denk aan digitalisering, nieuwe verdien ‐ modellen, publieksbereik of vraagstukken rond klimaatverandering en duurzaamheid. Hier gaan de kosten voor de baat uit. Ten slotte ontbreken middelen om het culturele erfgoed van ons land voldoende in stand te houden. Daarbij gaat het niet alleen om roerend en onroerend erfgoed (monumenten), maar ook om immaterieel erfgoed, denk aan de carnavalscultuur, de bloemencorso’s, tradities rond antieke Waarom investeren? De culturele basis op ordeWaarom investeren?5 spellen, nijverheid of klederdracht. Het is belangrijk dat voor deze laatste vormen van erfgoed op lokaal niveau ondersteuning blijft bestaan, ook om te voorkomen dat ze in de toekomst helemaal verdwijnen.
Gelukkig is op steeds meer plaatsen inmiddels het besef doorgedrongen dat cultuur en media niet meer kunnen worden afgedaan met een appel en een ei. De muziekdocent en de redacteur bij de lokale omroep verdienen een eerlijk loon. Elke Nederlander heeft recht op een bibliotheekvoorziening in zijn nabije omgeving. De amateurdanser verdient het om te repeteren in een goed verwarmde studio. Helaas ontvangt de raad ook vier jaar na de publicatie van zijn advies over onderbetaling in de culturele sector nog te frequent signalen dat dit probleem nog steeds niet is opgelost.[6] De culturele basis op ordeWaarom investeren?6 Volgens de raad is als gevolg van de coronacrisis de problematiek in sommige delen van de sector pregnant zichtbaar geworden, dan wel versterkt. Soms is zelfs de kritieke ondergrens bereikt van waar de culturele, media- en erfgoed ‐ sector nog binnen een minimale gezondheid kan functioneren. Veel amateur ‐ verenigingen, zoals koren of dansverenigingen, kampen met problemen, waarbij vooral teruglopende ledenaantallen en zichtbaarheid, gebrek aan geschikte locaties en financiële problemen opvallen, soms met (dreiging van) opheffing tot gevolg. Particuliere cultuurdocenten, van tekenleraren tot dansdocenten, zagen hun werk opdrogen en beëindigden hun praktijk. Betaalde tarieven in de sector namen nog verder af.
Steunmaatregelen zijn vaak onvoldoende terechtgekomen bij amateurkunst, cultuureducatie, lokale media en de vele freelancers in de cultuur-, erfgoed- en mediasector, waardoor uitstroom van werkenden en sluiting van organisaties dreigen. Zoals de raad al eerder schreef in adviezen aan de minister van OCW over de omgang met de coronacrisis, zijn cijfers over de uiteindelijke uitstroom van werkenden en sluiting van organisaties op dit moment nog niet te geven. Van alle kanten bereiken de raad echter signalen van zorg op dit terrein. Voor inwoners van Nederlandse gemeenten heeft dit zware, soms onom ‐ keerbare gevolgen. Het maakt dat het zangkoor, waar al jaren de wekelijkse ontmoeting met gelijkgestemden plaatsvindt, wegvalt. De overzichts ‐ tentoonstelling over het tweehonderdjarig jubileum van de fanfare, waar honderden vrijwilligers bij betrokken waren, gaat niet door. Het kind wier ouders beiden analfabeet zijn, krijgt geen leesbegeleiding meer in de bibliotheek. Streetdance-lessen, de cursus kunstgeschiedenis, de dagelijkse talkshow op de lokale tv worden afgelast. Het weefsel was al dun, en wordt nog dunner. De raad vindt dit een grote zorg. Culturele en maatschappelijke ontplooiing en vrijetijdsbesteding zijn in ons land immers een basisrecht.
In de Nederlandse Grondwet (artikel 22) is vastgelegd dat de overheid hier voorwaarden voor dient te scheppen, naast maatregelen ter bevordering van de volksgezondheid en bevordering van voldoende woongelegenheid.[7] Dat betekent in de ogen van de raad dat een aantal basisfaciliteiten voor iedere Nederlander beschikbaar moet zijn. Op dit moment is dat dus niet het geval. De culturele voedingsbodem of humuslaag is in ons land te kwetsbaar. Dit is schadelijk voor zowel inwoners als voor werkenden in deze sectoren als voor gemeenten, provincies en het Rijk. Willen gemeenten hun inwoners de komende periode mentaal gezond, actief, geïnformeerd en mondig houden, dan is versterking van cultuur en media van het grootste belang. Waarom nú investeren? De culturele basis op ordeWaarom nú investeren?7 Het is niet aan de Raad voor Cultuur om te becijferen welke bedragen individuele gemeenten, provincies en/of stedelijke cultuurregio’s moeten uittrekken voor cultuur. De raad doet daarom geen concrete aanbevelingen over de hoogte van de geadviseerde investeringen, zoals in zijn advies over de rijksinvesteringen voor de komende periode. Wel benoemt hij enkele prioriteiten voor het cultuur- en mediabeleid die volgens hem in elke gemeente relevant zijn. De raad is zich bewust van de grote verschillen in voorzieningenniveau tussen gemeenten.
Er is een groot aantal kleinere gemeenten waar nagenoeg geen culturele of media-voorzieningen aanwezig zijn en waar ook weinig ‘geleend’ kan worden van naburige, grotere gemeenten. De raad hoopt dat zij bijgaande investeringsagenda gebruiken om te bekijken waar mogelijk een begin kan worden gemaakt met zinvolle culturele bestedingen.[8] In een aantal (vooral grotere) gemeenten en steden ligt een redelijk complete basis. Hier is continueren van de bestaande investeringen op dit moment, mede met het oog op andere beleidsvraagstukken, misschien de beste koers. De meeste gemeenten bevinden zich hier echter tussenin. In die gemeenten is bijvoorbeeld een aantal goede muziekverenigingen, maar de bibliotheek ontbreekt. Of er is juist een goede bibliotheek aanwezig, maar verschillende amateurkunstverenigingen hebben de deuren moeten sluiten. Of de lokale media zijn noodlijdend, terwijl cultuureducatie aardig op de rit staat. Hier zijn investeringen geboden. Het is aan elk individueel gemeentebestuur om hierin passende keuzes te maken. De raad geeft met deze agenda een leidraad door enkele prioriteiten te benoemen die volgens hem niet alleen een gemeentelijk of regionaal, maar ook een breder landelijk belang zullen dienen. Hij wijst daarnaast op het gevaar van verder bezuinigen op cultuur en media.
Dit acht hij onwenselijk, omdat de recente geschiedenis laat zien dat wat eenmaal is wegbezuinigd moeilijk weer wordt opgebouwd. Amateurkunst Veel Nederlanders – kinderen en volwassenen – zijn lid van een koor, orkest, fanfare of (muziek)theatervereniging, volgen schilder-, schrijf-, dans- of hiphoples, verdiepen zich in architectuur, kunstgeschiedenis, archeologie of volkscultuur. Naar schatting 43 procent van de Nederlandse bevolking van zes jaar of ouder beoefent in de vrije tijd een kunstzinnige of creatieve activiteit. In 2017 was 41 procent nog lid van of deelnemer aan een amateurkunst ‐ vereniging of -groep. In 2021 was dit nog maar 30 procent, onder andere als gevolg van het sluiten van verenigingen en/of het verbod om in verenigings ‐ verband bijeen te komen tijdens de coronacrisis.[9] Gemeentelijke investeringsagenda De culturele basis op ordeGemeentelijke investeringsagenda8 Vele amateurverenigingen (denk aan muziekverenigingen, koren, schilder-, foto- en filmclubs, toneel- en dansverenigingen) zijn in de crisisperiode in zwaar weer beland. Bij 36 procent van de verenigingen, met name koren en dansverenigingen, nam het aantal leden af. De helft van alle verenigingen leed door de crisis financiële schade. Voor de weinig krachtige en kwetsbare verenigingen – dit betreft 47 procent van alle verenigingen – dreigt krimping en vaak ook opheffing.
20 procent van alle verenigingen ziet opheffing in het komende jaar als mogelijk of waarschijnlijk. Over het aantal reeds opgeheven verenigingen zijn nog geen cijfers bekend. [10] Het is duidelijk dat de amateurkunstsector een grote bron van plezier en ontwikkeling biedt voor Nederlanders, en dat hier een grote (potentiële) werk ‐ gelegenheid ligt voor cultuurprofessionals. De raad vindt het daarom zorgelijk dat niet elke Nederlander in zijn directe omgeving toegang heeft tot aan ‐ trekkelijke, betaalbare amateurkunstvoorzieningen. Al in zijn advies ‘Meedoen is de kunst’ (2014) sprak de raad zijn zorgen uit over het afnemende aantal voorzieningen en het gebrek aan landelijke coördinatie hierover. In zijn verkenning ‘Cultuur voor stad, land en regio’ (2017) onderstreepte de raad het belang van een vruchtbare amateursector. Zij heeft een grote waarde voor Nederlanders en is onmisbaar in een gezonde culturele humuslaag. In ‘Investeer in cultuur voor iedereen’ pleitte de raad voor een basisniveau aan amateurkunstvoorzieningen. Het nieuwe kabinet erkent de behoeften van deze sector en wil de komende periode investeren in een herstelplan om amateurverenigingen erbovenop te helpen. Bovendien wil het kabinet cultuur toegankelijk maken voor iedereen en investeren in cultuurparticipatie.
De landelijke middelen kunnen enkel landen indien ook gemeenten en provincies zich inspannen voor versterking van het amateurkunstklimaat en cultuurparticipatie. Daarbij gaat het enerzijds om het dichten van gaten in het netwerk aan kwalitatieve, gezonde amateurkunstvoorzieningen en anderzijds om het verbeteren van de werkomstandigheden voor bestaande organisaties en organisatoren en het herstellen van de door de coronacrisis ontstane schade. Cultuureducatie Het kabinet wil muziek- en cultuureducatie op school stimuleren.[11] Op het gebied van cultuureducatie bepleitte de raad in zijn advies ‘Cultuur dichtbij, dicht bij cultuur’ (2019) een steviger verankering in het onderwijscurriculum, te bekostigen vanuit de onderwijsbegroting. Voordat die een feit is, gaat hij ervan uit dat het programma ‘Cultuureducatie met Kwaliteit’ wordt voort ‐ gezet met bestaande middelen. Maar ook hier zijn het vooral gemeenten die via de onderwijs-, cultuur- (inclusief bibliotheken en erfgoed) en welzijns ‐ begrotingen kunnen bijdragen aan een rijke culturele omgeving. In het eerder ‐ genoemde advies pleitte de raad voor bundeling van krachten om de culturele infrastructuur te verstevigen.
Niet iedereen hoeft hetzelfde te doen, maar door goed in kaart te brengen wie wat doet en waar leemten zitten, kan door gezamenlijke inspanning van één of meer buurgemeenten worden gewerkt aan een gezond cultureel ecosysteem. Het kabinet wil investeren in een rijke schooldag en pleit voor de inzet van cultuur in samenwerking met plaatselijke verenigingen en bibliotheken. [12] De culturele basis op ordeGemeentelijke investeringsagenda9 In het advies ‘Sterker uit Corona’ (2020) schetste de raad een aantal kansen voor cultuur op school door aanspraak te maken op de gelden die beschikbaar zijn gesteld via het Nationaal Programma Onderwijs (NPO). Het NPO biedt scholen mogelijkheden om in te zetten op cultuureducatie. Kinderen en jongeren hebben naast onderwijs in cognitieve vakken evenveel recht op een brede culturele ontwikkeling. Studies wijzen uit dat culturele ontwikkeling een belangrijk onderdeel is in de vorming van nieuwe generaties. Een bijkomend voordeel is dat de inzet van cultuurprofessionals een gedeeltelijk antwoord kan bieden op de werkdruk van docenten en het alsmaar oplopende lerarentekort. De raad meent dat gemeenten er sterk aan zouden moeten bijdragen dat cultuur een vanzelfsprekende plek krijgt in en rond de school. Een gezonde culturele humuslaag in de buurt van scholen is van essentieel belang.
De raad ziet kansen in een sterkere verbinding tussen cultuur en onderwijs. In dit kader verwijst hij ook naar de combinatiefunctionaris, die nog te beperkt wordt ingezet voor culturele doeleinden in en buiten de school.[13][14] De inzet van cultuurvakkrachten naast de gymleraar op elke school levert bovendien een constructieve bijdrage aan het lerarentekort, omdat reguliere leerkrachten zich dan kunnen concentreren op cognitieve vakken als taal, rekenen et cetera. Er zijn inmiddels ook goede ervaringen met gerichte aandacht voor de ene helft van de klas voor bijvoorbeeld rekenen of taal onder begeleiding van de reguliere docent, terwijl de andere helft van de klas zich via improvisatietoneel op hele andere manieren leert te uiten met een professionele dramadocent. Bibliotheken Het nieuwe kabinet streeft naar een toekomstgerichte bibliotheek(voorziening) in elke gemeente. [15] De raad ziet een groot potentieel voor de bibliotheek, als meest bezochte publieke voorziening in Nederland die bovendien publiek aanspreekt van elke leeftijd, elk opleidingsniveau en elke achtergrond. Hij schreef hierover in zijn advies ‘Een bibliotheek voor iedereen’ (2020).
Hierin deelde hij zijn zorgen over het feit dat lang niet elke Nederlander meer toegang heeft tot een bibliotheek in zijn of haar nabije omgeving, en dat het aantal bibliotheken zonder ingrijpen naar verwachting de komende jaren blijft afnemen. Een recente evaluatie van de Bibliotheekwet laat zien dat het aantal bibliotheeklocaties tussen 2012 en 2018 afnam met 27,2 procent.[16] Hierdoor komen geletterdheid, taalvaardigheid, digitale vaardigheid, leesmotivatie en leesvaardigheid – vaardigheden waarvoor de bibliotheek een cruciale rol speelt – onder druk te staan. Tegelijk bleek recent weer uit onderzoeken dat de taal- en leesvaardigheid van basis- en middelbare scholieren sterk afneemt en dat laaggeletterdheid voor steeds meer Nederlanders een probleem vormt. De raad brengt zijn advies om het wettelijke kader te versterken, om alle inwoners van Nederland toegang te geven tot de vijf bibliotheekfuncties, opnieuw onder de aandacht. [17] Om dit te kunnen realiseren riep de raad in zijn advies ‘Investeer in cultuur voor iedereen’ het Rijk op 95 miljoen euro te investeren. Daarbij is het noodzakelijk dat ook gemeenten (of clusters van gemeenten) het belang van een bibliotheekvoorziening omarmen en hierin investeren.
De culturele basis op ordeGemeentelijke investeringsagenda10 De raad wijst erop dat door toegenomen digitale mogelijkheden bibliotheken van nu aanzienlijk meer mensen kunnen bereiken dan voorheen, een kans die volgens hem niet mag worden verspeeld. Lokale (en regionale) media In hun advies ‘Lokale media, niet te missen’ (2020) stelden de Raad voor Cultuur en de Raad voor het Openbaar Bestuur dat goed functionerende lokale en regionale media (zoals omroepen, kranten en online platforms) essentieel zijn voor een gezonde democratie. Gekwalificeerde media houden de vinger aan de pols van het openbaar bestuur – van landelijk tot lokaal – en hebben daarnaast een informerende, verbindende, educatieve en culturele functie in de samenleving. En hun belang neemt alleen maar toe met de stijgende hoeveelheid oncontroleerbare bronnen en ‘nepnieuws’. Helaas is de informatievoorziening op te veel plekken in Nederland mager. Waar lokale media wél aanwezig zijn, is hun financiële positie en daarmee hun voortbestaan vaak kwetsbaar en precair. De raden bepleitten in hun advies meer samenwerking en extra investeringen in grotere gemeenten, provincies en/of regio’s waar de media noodlijdend of zelfs geheel afwezig zijn.
Specifiek voor lokale publieke omroepen adviseerden ze daarnaast een landelijke structurele investering van 20 miljoen euro, een advies dat de Raad voor Cultuur in zijn advies ‘Investeer in cultuur voor iedereen’ herhaalde. Om de onafhankelijkheid van de media op lokaal niveau beter te waarborgen hevelt het nieuwe kabinet de financiering hiervan over van het Gemeentefonds naar landelijke financiering en gaat het extra investeren.[18] Het is belangrijk dat gemeenten hun verantwoordelijkheid blijven nemen voor het totale mediaklimaat, zoals door het aanbieden van goede werkruimte en faciliteiten aan mediaorganisaties tegen gunstig tarief. Archeologie, monumenten, immaterieel erfgoed en professionele kunst Hierboven heeft de raad stilgestaan bij een aantal onderdelen dat van belang is voor een dynamisch cultureel leven voor iedere inwoner van Nederland. Het zijn belangrijke elementen die volgens de raad extra investeringen nodig hebben, maar die niet op zichzelf staan. Ze werken met elkaar en met nog heel veel andere spelers, bijvoorbeeld instellingen, initiatieven of organisaties die zich richten op monumenten en archeologie [19], immaterieel erfgoed en volkscultuur. Denk ook aan oudheidkamers, architectuur en vormgeving van de openbare ruimte. Samen vormen deze veelkleurige aspecten de humuslaag in een veel breder cultureel ecosysteem.
Daarnaast is in veel (vooral grotere) gemeenten ook een professionele laag aanwezig van bijvoorbeeld musea, presentatie-instellingen, theaters, concert ‐ zalen, festivals, een of meer podiumkunstproducenten, broedplaatsen et cetera. Ook zij blijven de steun van hun gemeenten (en provincies, en in sommige gevallen ook het Rijk) hard nodig hebben. De culturele basis op ordeGemeentelijke investeringsagenda11 In het maken van afwegingen over welke kunst, media en erfgoed in welke mate te financieren, dienen gemeenten het hele culturele ecosysteem in ogenschouw te nemen. De vraag ‘wat kan de gemeente betekenen voor het culturele veld’ kan daarbij niet los worden gezien van de vraag ‘wat betekent het culturele veld voor de gemeente en haar inwoners?’ De raad is ervan overtuigd dat in moeilijke tijden als deze kunst, media en erfgoed voor alle inwoners van Nederland van het allergrootste belang zijn. De culturele basis op ordeGemeentelijke investeringsagenda12 Eindnoten 1 De Raad voor Cultuur is het wettelijke adviesorgaan van regering en parlement voor kunst, cultuur en media. Waar de raad in dit advies in algemene zin over ‘cultuur’ schrijft, heeft hij het tevens over kunst en (materieel en immaterieel) erfgoed. 2 Raad voor Cultuur, ‘Investeer in cultuur voor iedereen’ (2021).
3 Coalitieakkoord 2021-2025 VVD, D66, CDA en ChristenUnie, ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’ (2021). 4 ‘Schatting uit de Satellietrekening Cultuur en Media van het CBS’ (2018). De sector is hiermee iets kleiner is dan de bouwnijverheid, maar twee keer zo groot als de landbouw. 5 CBS, ‘Rapportage onderzoek detaillering cultuurlasten gemeenten en provincies, jaarrekening 2019’ (2020). De in beeld gebrachte cultuurlasten hebben betrekking op cultuurpresentatie, -productie en - participatie; musea, cultureel erfgoed; media (waaronder bibliotheken en lokale omroepen). 6 Raad voor Cultuur en Sociaal Economische Raad, ‘Passie gewaardeerd. V ersterking van de arbeidsmarkt in de culturele en creatieve sector’ (2017). 7 De Nederlandse Grondwet, hoofdstuk 1, artikel 22. 8 In 2019 gaf 43 procent van de 318 gemeenten die meededen aan een CBS-onderzoek aan tussen de 12 en 50 euro per inwoner te besteden aan cultuuruitgaven. Het totale aantal gemeenten dat jaar bedroeg 355. In hoeverre inwoners van al deze gemeenten gebruik kunnen maken van het culturele aanbod in buurgemeenten, wordt uit deze cijfers niet bekend. 9 LKCA, ‘Kunstzinnig en creatief in de vrije tijd. Monitor amateurkunst’ (2021). 10 LKCA, ‘V erenigingsmonitor 2021. V erenigingen voor kunstbeoefening in cijfers’ (2021).
11 Coalitieakkoord 2021-2025, VVD, D66, CDA en ChristenUnie, ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’ (2021). 12 Idem. 13 BMC, ‘Revitalisering van de amateurkunst’ (2021). 14 Combinatiefunctionarissen zijn in dienst van gemeenten op basis van de Brede regeling combinatiefuncties. lkca.nl/wp-content/uploads/2019/12/flyer_nieuwe_kansen_cultuurcoaches.pdf 15 Coalitieakkoord 2021-2025 VVD, D66, CDA en ChristenUnie, ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’ (2021). 16 KWINK groep, eindrapport ‘Evaluatie W et stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen’ (2019). Eindnoten13 17 Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen, artikel 5. De vijf functies zijn: 1) ter beschikking stellen van kennis en informatie; 2) bieden van mogelijkheden tot ontwikkeling en educatie; 3) bevorderen van lezen en het laten kennismaken met literatuur; 4) organiseren van ontmoeting en debat; 5) laten kennismaken met kunst en cultuur. 18 Coalitieakkoord 2021-2025, VVD, D66, CDA en ChristenUnie, ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’ (2021). 19 Raad voor Cultuur, ‘Archeologie bij de tijd. Aanbevelingen voor aanpassingen’ (2022). Eindnoten14 De Raad voor Cultuur is het wettelijke adviesorgaan van de regering en het parlement op het terrein van kunst, cultuur en media.
De raad is onafhankelijk en adviseert, gevraagd en ongevraagd, over actuele beleidskwesties en subsidieaanvragen. ‘De culturele basis op orde. Kunst, erfgoed en media voor iedereen, in elke gemeente, overal in Nederland’ is een uitgave van de Raad voor Cultuur. Leden Raad voor Cultuur Kristel Baele (voorzitter) Stef Avezaat Brigitte Bloksma Lennart Booij Erwin van Lambaart John Olivieira Ellen Schindler Thomas Steffens Jakob van der Waarden (directeur) Betrokken secretarissen Lonneke Kok Renske van der Zee Raad voor Cultuur Prins Willem Alexanderhof 20, 2595 BE Den Haag 070 – 3106686, info@cultuur.nl, www.raadvoorcultuur.nl Het is toegestaan (delen van) de inhoud van deze publicatie te citeren of te verspreiden, mits daarbij de Raad voor Cultuur en deze publicatie als bronnen worden vermeld. Aan deze publicatie kunnen geen rechten worden ontleend. Den Haag, maart 2022 Colofon15