CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

d Inkomens Effect Rapportage gemeente Steenwijkerland 2017.pdf

Politieke Markt 16 oktober 2018, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Nota herijking Armoede- en minimabeleid 2019-20225.627 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE STEENWIJKERLAND 2017 Inkomens Effect Rapportage gemeente Steenwijkerland 2017 Een onderzoek naar de effecten van het armoedebeleid op de inkomenspositie van minimahuishoudens in de gemeente Steenwijkerland. Colofon Opdrachtgever Gemeente Steenwijkerland Datum Juli 2017 Auteurs Anne-Wil Hak Tessa Schoot Uiterkamp KWIZ Stavangerweg 23 - 5 9723 JC Groningen 050 - 5252473 contact@kwiz.nl Uitgave Deze publicatie is een uitgave van KWIZ B.V.. Het overnemen van cijfers en / of teksten is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en / of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook zonder voorafgaande toestemming van KWIZ B.V.. Versie 2.0 1 Inhoudsopgave Inleiding ....................................................................................................................................... 2 1. Onderzoeksmethodiek ............................................................................................................ 3 1.1. Lokale minimaregelingen .................................................................................................. 3 1.2. Huishoudens en inkomensgrenzen .................................................................................. 4 2.

De inkomenseffecten ............................................................................................................... 7 2.1. Vrije bestedingen .............................................................................................................. 7 2.2. Maximale bijdrages Rijk en gemeente .............................................................................. 8 2.3. Effect inkomensverhoging ................................................................................................ 9 3. Bevindingen ........................................................................................................................... 11 Bijlage 1. Inkomenseffect tabellen............................................................................................. 13 Bijlage 2. Tabel effect inkomensverhoging ............................................................................... 19 Versie 2.0 2 Inleiding De gemeente Steenwijkerland biedt een (tijdelijk) vangnet aan inwoners die niet financieel zelfredzaam zijn. Daarnaast kunnen minima een beroep doen op verschillende landelijke inkomensondersteunende regelingen, zoals huurtoeslag, zorgtoeslag en het kindgebonden budget. Het armoedebeleid is in de gemeente een actueel thema.

De Inkomenseffect Rapportage biedt inzicht in de financiële positie van minima en in de mate waarin het huidige (lokale) beleid een bijdrage daaraan levert. De rapportage brengt de effecten van het lokale en landelijke beleid op de inkomens van de minima in beeld. De rapportage geeft antwoord op de volgende vragen:  Hoeveel geld houden minimahuishoudens per maand over (of komen zij tekort) voor het doen van vrije bestedingen?  Wat zijn per huishoudtype de maximale bijdrages van de gemeente en van het Rijk?  Wat zijn de financiële effecten op het inkomen van minimahuishoudens van zowel gemeentelijke regelingen als landelijke toeslagen?  Wat is het effect van inkomensverhoging: is er sprake van een armoedeval? Opzet van het onderzoek Met behulp van landelijke inkomensnormen, landelijke toeslagen en informatie over gemeentelijke regelingen is per huishoudtype het inkomen bepaald. Voor de vaste uitgaven is uitgegaan van cijfers en normen van het Nibud1. Voor de andere uitgaven is waar mogelijk gebruikgemaakt van lokale tarieven (zoals waterschapsbelasting). Dit leidt tot een begroting per maand. De begrotingen zijn opgesteld voor zes verschillende huishoudtypen. Leeswijzer In hoofdstuk 1 wordt de onderzoeksmethodiek van de rapportage nader toegelicht.

Vervolgens worden in hoofdstuk 2 de inkomenseffecten van zowel de landelijke als de lokale inkomensondersteunende regelingen beschreven. In hoofdstuk 3 benoemen we de belangrijkste bevindingen. In bijlage 1 staan de Inkomenseffect tabellen die per huishoudtype zijn opgesteld en in bijlage 2 staat de tabel effect inkomensverhoging. 1 Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) is een onafhankelijke stichting die informeert en adviseert over financiën van huishoudens. Versie 2.0 3 1. Onderzoeksmethodiek In dit hoofdstuk beschrijven we de methodiek om de effecten van lokale en landelijke voorzieningen te meten op het inkomen van huishoudens in de gemeente Steenwijkerland. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen zes huishoudenstypen en vijf inkomensgroepen. We starten met een overzicht en een korte toelichting op de verschillende inkomensondersteunende regelingen die de gemeente Steenwijkerland kent. 1.1. Lokale minimaregelingen Het minimabeleid bestaat uit landelijke en gemeentelijke regelingen. Landelijke regelingen zijn bijvoorbeeld de kinderbijslag en de huur- en zorgtoeslag. Daarnaast is er lokaal beleid mogelijk op drie onderdelen: 1. Individuele inkomenstoeslag; 2. Individuele bijzondere bijstand; 3. Minimaregelingen: verschillende bijdrageregelingen, participatie bevorderende regelingen, collectieve zorgverzekering, kwijtschelding lokale heffingen.

Onderstaand beschrijven we de regelingen waar mensen met een laag inkomen in Steenwijkerland in 2017 gebruik van kunnen maken. Daarbij wordt de inkomensgrens ten opzichte van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm) per regeling aangegeven evenals het maximale bedrag dat huishoudens kunnen ontvangen. We beginnen met de wettelijk verplichte regelingen. Tabel 1.1.1 Beschrijving wettelijke regelingen minimabeleid gemeente Steenwijkerland Omschrijving Inkomensgrens t.o.v. Wsm (maximaal) bedrag Kwijtschelding lokale heffingen Kwijtschelding van gemeentelijke afvalstoffenheffing, rioolafvoerrechten en waterschapsbelasting. Tot 100 % Wsm of uitsluitend AOW- inkomen. - Bijzondere bijstand Vergoeding van bijzondere en noodzakelijke extra kosten. Tot 100 % Wsm en 35% draagkracht op inkomen daarboven - Individuele inkomenstoeslag Extra inkomensondersteuning voor mensen die langdurig minima zijn en geen uitzicht hebben op werk. Bedoeld voor mensen tussen de 21 jaar en de pensioengerechtigde leeftijd. Minimaal 3 jaar tot 110 % Wsm Alleenstaande: € 384 per kalenderjaar. Alleenstaande ouder: € 491 per kalenderjaar. Meerpersoons huishouden: € 546 per kalenderjaar. Naast deze verplichte regelingen kunnen minima in de gemeente Steenwijkerland van de volgende lokale regelingen gebruikmaken.

Versie 2.0 4 Tabel 1.1.2 Beschrijving lokale regelingen minimabeleid gemeente Steenwijkerland Omschrijving Inkomensgrens t.o.v. Wsm (maximaal) bedrag Collectieve zorgverzekering De gemeente biedt minima de mogelijkheid om deel te nemen aan de Collectieve Zorgverzekering voor Minima bij Zilveren Kruis. De verzekering geeft korting op de premie en gemeente draagt ook bij aan de premiekosten. Tot 110 % Wsm. 3% korting op de basisverzekering en voor optimaal 3 een bijdrage van de gemeente van € 4,84 voor de aanvullende verzekering. Bijdrage sociaal culturele activiteiten De bijdrage voor sociaal culturele activiteiten is bedoeld voor lidmaatschap van een sportclub of ander vereniging, bezoek aan een museum of zwembad deelname aan een cursus of een abonnement op een krant en bestaat uit een vast bedrag per persoon per jaar. Tot 110 % Wsm. Per volwassene € 150. Per kind: € 111. Bijdrage kosten voorgezet onderwijs Huishoudens met kinderen 12 tot 18 jaar die naar het voortgezet onderwijs of middelbaar onderwijs gaan kunnen in aanmerking komen voor een bijdrage in de kosten voltijds voortgezet onderwijs. Tot 110 % Wsm. Per kind maximaal € 191. Wanneer een kind voor het eerst naar het voortgezet onderwijs gaat € 412 per kind.

Bijdrage kosten computer Minimahuishoudens met een kind dat naar het voortgezet onderwijs gaat, kunnen in aanmerking komen voor een bijdrage in de kosten van een computer. Tot 110 % Wsm. Maximaal € 450. Bijdrage kosten peuterspeelzaal Huishoudens met kinderen in de leeftijd van 2-4 jaar met een inkomen tot 110 procent van het Wsm kunnen in aanmerking komen voor een bijdrage in de kosten voor de peuterspeelzaal Tot 110 % Wsm. - Bijdrage identiteitskaart Bijdrage in de aanschaf van de identiteitskaart Tot 110 % Wsm. Per volwassene € 57. Per kind € 34. 1.2. Huishoudens en inkomensgrenzen In deze rapportage wordt voor een aantal huishoudtypen de inkomenseffecten berekend. Het gaat om de volgende huishoudens:  Alleenstaande, jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd;  alleenstaande ouder, jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, met twee2 kinderen (8 en 13 jaar);  Meerpersoonshuishoudens, niet pensioengerechtigd, zonder kinderen (twee volwassenen); 2 De gemeente Steenwijkerland heeft een gemiddelde huishoudgrootte van 2,3 personen dit komt redelijk overeen met het landelijke cijfer van 2,2. Versie 2.0 5  Meerpersoonshuishoudens, niet pensioengerechtigd, met twee kinderen (8 en 13 jaar);  Alleenstaande, pensioengerechtigd;  Meerpersoonshuishoudens, pensioengerechtigd (twee volwassenen).

We brengen de inkomenseffecten van de regelingen in beeld voor huishoudens met inkomens tot 100, 110, 120 en 130 procent Wsm. Daarvoor wordt uitgegaan van gegevens van 2017. We maken onderscheid tussen kortdurende en langdurige minimahuishoudens. Bij de langdurige minima gaan we er vanuit dat deze drie jaar of langer een inkomen hebben tot 100 procent Wsm. 1.2.1. Inkomsten Voor de inkomsten wordt onderscheid gemaakt in landelijke regelingen en gemeentelijke ondersteuning. We maken onderscheid in:  Netto-inkomen, vakantietoeslag;  Landelijke regelingen: huur- en zorgtoeslag, kinderbijslag en het kindgebonden budget;  Gemeentelijke regelingen: o Kwijtschelding van de afvalstoffenheffing, rioolheffing en waterschapsbelasting; o De gemeentelijke korting op de collectieve zorgverzekering; o De individuele inkomenstoeslag; o Bijdrage sociaal culturele activiteiten; o Bijdrage kosten voortgezet onderwijs o Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten o Bijdrage kosten computer; o Bijdrage kosten voortgezet onderwijs; o Bijdrage kosten peuterspeelzaal; o Bijdrage kosten identiteitskaart. Bijzondere bijstand is niet opgenomen omdat deze vorm van bijstand wordt verstrekt voor noodzakelijke onvermijdbare individuele uitgaven. De tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten is niet meegenomen omdat dit een specifieke doelgroep betreft en specifieke kosten tegemoet komt.

Dit geldt ook voor de bijdrage kosten computer en de bijdrage voor een identiteitskaart. In de huishoudens waarvoor we de inkomenseffect doorrekenen zijn de kinderen schoolgaand dus daarom wordt de bijdrage voor de peuterspeelzaal ook niet meegenomen. Bij de berekening van de inkomenseffecten wordt er vanuit gegaan dat een huishouden gebruik maakt van alle regelingen en de maximale bedragen per regeling ontvangt. 1.2.2. Uitgaven Inhoudelijk gezien worden er drie soorten uitgaven onderscheiden:  Vaste lasten. Dit zijn uitgaven die regelmatig terugkomen. Er ligt meestal een contra ct aan ten grondslag. Voorbeelden zijn huur3, energiekosten4; en verzekeringen;  Reserveringsuitgaven. Dit zijn uitgaven die niet regelmatig voorkomen en waarvan de hoogte vooraf niet bekend is. Er moet in principe een bedrag voor gereserveerd worden. Voorbeelden zijn kosten voor inventaris, kleding en het eigen risico voor de zorgverzekering; 3 We gaan uit van € 488 kale huur per maand voor een alleenstaande en € 554 kale huur per maand voor een meerpersoonshuishouden. Deze bedragen zijn gebaseerd op huurtoeslaggegevens van de Rijksoverheid over de gemeente Steenwijkerland. 4 Kosten gas en elektriciteit zijn gebaseerd op tarieven van Essent (stroom en gas 3 jaar zeker), de kosten voor water op de tarieven van Vitens. Heffingskortingen zijn in de maandprijs verrekend.

Gegevens over het gemiddelde gebruik per huishoudtype zijn afkomstig van het Nibud. Versie 2.0 6  Huishoudelijke uitgaven. Dit zijn terugkerende uitgaven aan voeding, persoonlijke verzorging en dergelijke. Voor de uitgaven is waar mogelijk uitgegaan van lokale tarieven. Voorbeelden hiervan zijn de huur, energiekosten, water en de lokale heffingen. De andere bedragen zijn gebaseerd op landelijke berekeningen van het Nibud. De normbedragen voor de kosten per type huishouden staan in het tabellenoverzicht in de bijlage van dit rapport vermeld. We willen benadrukken dat het bij alle posten gaat om de basale uitgaven en dat de normbedragen gemiddelden betreffen. Het is mogelijk dat een huishouden maandelijks minder uitgeeft dan de normbedragen waarmee in deze rapportage wordt gerekend, bijvoorbeeld omdat het huishouden minder geld per maand reserveert voor onregelmatige uitgaven. Het bedrag dat overblijft is vrij besteedbaar en kan worden uitgeven aan bijvoorbeeld een lidmaatschap voor een (sport)vereniging of de bibliotheek, sociale en recreatieve activiteiten of aan zakgeld voor kinderen. Voor deze vrije bestedingen hanteert het Nibud per huishoudtype eveneens een normbedrag. Deze zijn als extra rij in de tabellen in de bijlage opgenomen. 1.2.3.

Aannames Voor de inkomsten en uitgaven van de huishoudens doen we de volgende aannames:  Voor alleenstaande ouders nemen we aan dat iemand met een inkomen gelijk aan de bijstandsnorm niet werkt of in een traject zitten waarbij de kinderopvang wordt vergoed. Voor alleenstaande ouders met een hoger inkomen gaan we uit van 40 uur buitenschoolse opvang per maand voor het jongste kind tegen een tarief van € 7,00;  In een meerpersoonshuishouden met twee kinderen en een inkomen tussen de 100 en 130 procent Wsm werkt slechts één van beide partners. Anders is het huishoudinkomen hoger. Daarom gaan we er vanuit dat deze huishoudens geen kinderopvang nodig hebben omdat één van beide partners thuis is voor de kinderen. Versie 2.0 7 2. De inkomenseffecten In dit hoofdstuk worden de effecten van het lokale armoedebeleid op de bestedingsruimte van huishoudens met inkomen tot maximaal 130 procent Wsm beschreven. In bijlage 1 staan de hierbij behorende tabellen. 2.1. Vrije bestedingen Deze paragraaf geeft inzicht in het vrij te besteden bedrag dat maandelijks overblijft na het betalen van alle vaste lasten en vaste maandelijkse uitgaven. De volgende tabel laat het vrij te besteden bedrag per huishoudtype zien.

Daarbij maken we onderscheid in het bedrag dat overblijft zonder het gebruik van gemeentelijke regelingen (‘exclusief gemeente’) en het bedrag dat overblijft met het gebruik van alle regelingen (‘inclusief gemeente’). Tabel 2.1.1 Vrij besteedbaar bedrag per maand per huishoudtype Huishoudtype 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm > 3 jaar 100% Wsm Alleenstaande Exclusief gemeente € 17 € 116 € 214 € 280 € 17 Inclusief gemeente € 69 € 132 € 214 € 280 € 101 Alleenstaande ouder, 2 kinderen Exclusief gemeente € 161 € 280 € 364 € 465 € 161 Inclusief gemeente € 256 € 330 € 364 € 465 € 297 Meerpersoons zonder kinderen Exclusief gemeente - € 9 € 124 € 181 € 220 - € 9 Inclusief gemeente € 68 € 156 € 181 € 220 € 113 Meerpersoons, 2 kinderen Exclusief gemeente € 16 € 178 € 223 € 244 € 16 Inclusief gemeente € 127 € 244 € 223 € 244 € 172 Alleenstaande (pensioengerechtigd) Exclusief gemeente € 146 € 257 € 367 € 472 € 146 Inclusief gemeente € 198 € 273 € 367 € 472 € 198 Meerpersoons (pensioengerechtigd) Exclusief gemeente € 103 € 254 € 386 € 497 € 103 Inclusief gemeente € 180 € 286 € 386 € 497 € 180  Alle huishoudens houden, mits ze gebruikmaken van de gemeentelijke regelingen, maandelijks geld over dat ze vrij kunnen besteden. Alleenstaande ouders en pensioengerechtigden houden hier het meeste geld voor over, meerpersoonshoud ens zonder kinderen het minst.

 Langdurige minima die niet pensioengerechtigd zijn (de meest rechtse kolom in de tabel), houden maandelijks meer geld over om vrij te kunnen besteden omdat zij recht hebben op de individuele inkomenstoeslag.  Het bedrag dat maandelijks overblijft verschilt aanzienlijk tussen de minimahuishoudens. Onder huishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm zien we bijvoorbeeld dat een meerpersoonshuishouden met twee kinderen elke maand € 244 overhoudt. Terwijl een alleenstaande ouder met twee kinderen van dezelfde leeftijd maandelijks € 330 vrij te besteden heeft en een alleenstaande € 132.  Meerpersoonshuishoudens (met en zonder kinderen) die niet pensioengerechtigd zijn houden maandelijks het minst over. Zij hebben bijvoorbeeld hogere kosten als het gaat Versie 2.0 8 om huishoudelijke- en reserveringsuitgaven5 dan de andere huishoudens en deze extra kosten worden niet volledig door hun hogere inkomsten gecompenseerd. Daarnaast daalt het bedrag dat zij aan landelijke toeslagen ontvangen sneller dan bij andere huishoudtypen, zodra zij meer gaan verdienen.  De gemeentelijke minimaregelingen zorgen voor meer vrije bestedingsruimte. 2.2. Maximale bijdrages Rijk en gemeente Mensen met een laag inkomen hebben naast gemeentelijke regelingen ook recht op diverse toeslagen van het Rijk. De hoogte van de toeslagen hangt af van het huishoudtype en het huishoudinkomen.

De volgende figuur brengt de maximale bijdrages waar men maandelijks recht op heeft in beeld. We maken onderscheid tussen de bijdrage vanuit de gemeentelijke regelingen en de bijdrage vanuit het Rijk67. Figuur 2.2.1 Vergelijking maandelijkse bijdrages Rijk en gemeente 5 Het Nibud hanteert voor deze huishoudens hoge(re) normbedragen. 6 De bijdrage van het Rijk bestaat uit de huurtoeslag, zorgtoeslag, het kindgebonden budget en eventuele heffingskortingen. 7 De bijdrage van de gemeente bestaat uit de kwijtschelding van lokale belastingen, de bijdrage sociaal culturele activiteiten, de bijdrage voortgezet onderwijs en de gemeentelijke bijdrage aan de collectieve zorgverzekering.

€ 52 € 16 € 0 € 0 € 95 € 50 € 0 € 0 € 77 € 32 € 0 € 0 € 111 € 66 € 0 € 0 € 52 € 16 € 0 € 0 € 77 € 32 € 0 € 0 € 327 € 327 € 327 € 295 € 815 € 865 € 867 € 869 € 452 € 444 € 377 € 275 € 641 € 663 € 584 € 464 € 329 € 329 € 329 € 324 € 455 € 455 € 437 € 397 Alleenstaande 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm Alleenstaande ouder met twee kinderen 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm Meerpersoons zonder kinderen 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm Meerpersoons met twee kinderen 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm Alleenstaande pensioengerechtigd 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm Meerpersoons pensioengerechtigd 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm Bijdrage gemeente Bijdrage Rijk Versie 2.0 9 Het bedrag dat huishoudens aan landelijke toeslagen kunnen ontvangen is veel hoger dan het bedrag van de gemeentelijke minimaregelingen. Per huishoudtype verschilt het in welke mate de toeslagen teruglopen indien men een hoger inkomen krijgt. Bij meerpersoonshuishoudens loopt dit bedrag sneller terug dan bij andere huishoudens. 2.3. Effect inkomensverhoging Zoals in de vorige paragraaf in beeld is gebracht, kan een hoger inkomen ten koste gaan van bijvoorbeeld de hoogte van de huur- en zorgtoeslag. Daarnaast kan een huishouden het recht op gemeentelijke minimaregelingen verliezen. Hierdoor gaat een huishouden er bij een inkomensstijging per saldo niet of slechts in beperkte mate op vooruit.

Dit wordt ook wel de armoedeval genoemd. Figuur 2.3.1 geeft per huishoudtype weer in hoeverre het maandelijks besteedbare inkomen stijgt na werkaanvaarding vanuit een uitkeringssituatie. Dit doen we wederom op basis van de (maximale) bijdrage van het Rijk en van de gemeente. In bijlage 2 staat de tabel met de achterliggende bedragen. Omdat pensioengerechtigden niet meer zullen gaan werken laten we deze groep hier buiten beschouwing. Onderstaande figuur laat het effect van werkaanvaarding zien voor minima die korter dan drie jaar een minimuminkomen hebben. Figuur 2.3.1 Inkomensvooruitgang na werkaanvaarding per huishoudtype en inkomensgrens8 Elk huishouden dat vanuit een bijstandssituatie gaat werken tegen een loon tussen 110 en 130 procent Wsm gaat er in inkomen op vooruit. Echter, geen van deze huishoudens gaat er op dat moment evenredig op vooruit in totaal inkomen. Dit komt omdat de toename van netto-inkomen leidt tot een afname van de bijdrage van het Rijk en de gemeente. Op de volgende pagina lichten we per huishoudtype de inkomensposities nader toe. 8 De percentages in de grafiek zijn (voor de leesbaarheid) afgerond op hele getallen. Daarom zijn niet alle staven met dezelfde percentages even groot.

5% 5% 5% 5% 11% 8% 7% 5% 16% 13% 9% 6% Alleenstaande Alleenstaande ouder Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met kinderen 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm Versie 2.0 10 Alleenstaanden Alleenstaanden gaan er het meest op vooruit wanneer zij werk aanvaarden. Een alleenstaande die vanuit een bijstandssituatie werk aanvaardt waarbij hij 130 procent van het Wsm verdient, heeft maandelijks € 211 meer te besteden dan wanneer hij in de bijstand zit. Dit is gelijk aan een groei van 16 procent in inkomen. Deze totale inkomensgroei is wel lager dan de groei van 30 procent aan netto-inkomen. Een alleenstaande met een inkomen van 130 procent heeft door de toename van het inkomen geen recht meer op gemeentelijke minimaregelingen. Alleenstaande ouder, 2 kinderen Een alleenstaande ouder houdt langer dan andere huishoudens recht op eenzelfde bedrag aan toeslagen vanuit het Rijk. Een alleenstaande ouder met een inkomen tot 130 procent Wsm ontvangt net zoveel aan huur- en zorgtoeslag als een alleenstaande ouder met een inkomen tot 100 procent Wsm (beide € 351). Daarnaast heeft een alleenstaande ouder die werkt recht op heffingskortingen. Uiteraard geldt ook voor alleenstaande ouders dat zij bij een hoger inkomen het recht op gemeentelijke minimaregelingen verliezen. Boven 110 procent Wsm vervalt het recht op regeling voortgezet onderwijs en de bijdrage sociaal culturele activiteiten .

Een alleenstaande ouder met een inkomen tot 100 procent Wsm kan maximaal € 95 aan gemeentelijke regelingen ontvangen. Meerpersoons zonder kinderen Het totale inkomen van een meerpersoonshuishouden zonder kinderen stijgt met 9 procent (€ 168) als een van beide partners gaat werken tegen een loon gelijk aan 130 procent Wsm. Bij meerpersoonshuishoudens daalt de bijdrage vanuit het Rijk een stuk sneller dan bij andere huishoudtypen, wanneer ze meer gaan verdienen. Een meerpersoonshuishouden met een bijstandsuitkering ontvangt maandelijks € 452 aan landelijke toeslagen en dit daalt naar € 275 bij een huishoudinkomen gelijk aan 130 procent Wsm. Dit heeft tot gevolg dat de stijging in het totale inkomen minder groot is. Meerpersoons met twee kinderen Meerpersoonshuishoudens met twee kinderen gaan 6 procent in netto-inkomen op vooruit op vooruit wanneer een van beide partners vanuit een bijstandssituatie gaat werken tegen een loon van 130 procent Wsm, een toename van € 133. Het huishouden ontvangt dan maandelijks € 177 minder aan landelijke toeslagen en € 111 aan gemeentelijke regelingen. Als een van beide partners gaat werken tegen een loon gelijk aan 130 procent Wsm gaat het huishouden er nauwelijks meer op vooruit dan wanneer een van beide partners gaat werken tegen een loon gelijk aan 110 of 120 procent Wsm.

Dit komt omdat een hoger inkomen leidt tot een lager bedrag aan landelijke toeslagen en omdat het recht op gemeentelijke minimaregelingen dan vervalt. Minima met een inkomen tot 110 procent Wsm kunnen namelijk gebruikmaken van de individuele inkomenstoeslag, de bijdrageregeling sociale en culturele activiteiten, bijdrage voortgezet onderwijs en de collectieve zorgverzekering. Versie 2.0 11 3. Bevindingen In het afsluitende hoofdstuk zetten we de belangrijkste bevindingen op een rij. Financiële situatie minima: vrij te besteden bedrag In de volgende figuur wordt het bedrag weergegeven dat minima maandelijks overhouden om vrije bestedingen van te doen (bestedingen op het gebied van sport, recreatieve en sociale activiteiten). Dit is het bedrag dat ze overhouden na het betalen van alle vaste lasten en vaste maandelijkse uitgaven. Voorwaarde is dat ze van alle toeslagen en minimaregelingen gebruikmaken. We maken onderscheid tussen minima met een inkomen tot 100, 110 120 en 130 procent Wsm. Figuur 3.1.1 Maandelijks vrij te besteden bedrag per huishoudtype  Pensioengerechtigden houden maandelijks meer geld over om vrij te bestede n dan niet-pensioengerechtigden;  Alleenstaande ouders kunnen meer geld besteden dan meerpersoonshuishoudens met kinderen; 3.1.1.

Inkomensondersteuning Minima kunnen meer ondersteuning van het Rijk krijgen in de vorm van diverse toeslagen dan dat ze aan financiële ondersteuning kunnen krijgen van de gemeente. De gemeente kan maar in beperkte mate bijdragen aan het inkomen van minima. Voor minima zelf is het belangrijk dat ze naast de gemeentelijke regelingen ook gebruikmaken van huur- en zorgtoeslag. Overigens is het maandelijks vrij te besteden bedrag gebaseerd op het maximale gebruik van de minimaregelingen. In de praktijk is het meestal zo dat niet iedereen van alle regelingen gebruik maakt. Het daadwerkelijke bedrag dat de meeste minima te besteden hebben zal daarom lager liggen dan de hier genoemde bedragen. 69 256 68 127 198 180 132 330 156 244 273 286 214 364 181 223 367 386 280 465 220 244 472 497 Alleenstaande Alleenstaande ouder Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met kinderen Alleenstaande gepensioneerd Meerpersoons gepensioneerd 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm Versie 2.0 12 3.1.2. Armoedeval Een hoger inkomen kan ten koste gaan van bijvoorbeeld de hoogte van de huur- en zorgtoeslag. Daarnaast kan een huishouden het recht op gemeentelijke minimaregelingen verliezen. Hierdoor gaat een huishouden er bij een inkomensstijging per saldo niet of slechts in beperkte mate op vooruit. Dit wordt ook wel de armoedeval genoemd.

Werken loont: wanneer huishoudens vanuit een bijstandssituatie gaan werken tegen een loon gelijk aan 110 tot 130 procent Wsm, gaan zij er in totaal inkomen op vooruit. Echter, de huishoudens gaan er niet evenredig op vooruit. Dit komt omdat het verwerven van meer inkomen invloed heeft op de hoogte van de huur- en zorgtoeslag en op het (verliezen van het) recht op gemeentelijke minimaregelingen. Vooral bij meerpersoonshuishoudens daalt het bedrag dat zij aan landelijke toeslagen kunnen ontvangen dan snel. Meer specifiek heeft dit tot gevolg dat meerpersoonshuishoudens met kinderen die gaan werken tegen een loon gelijk aan 110 procent Wsm meer nagenoeg even veel aan totaal inkomen (loon, toeslagen, minimaregelingen) hebben dan wanneer zij gaan werken tegen een loon gelijk aan 120 of 130 procent Wsm. In figuur 2.3.1 is de armoedeval grafisch weergegeven. 3.1.3. Kwetsbare financiële situatie meerpersoonshuishoudens Met name meerpersoonshuishoudens onder de AOW-gerechtigde leeftijd hebben met een tekort te maken na het doen van vrije bestedingen (ervanuitgaande dat zij het normbedrag dat het Nibud daarvoor heeft berekend uitgeven). Huishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm kunnen gedeeltelijk gecompenseerd worden door diverse minimaregelingen. Maar huishoudens die een hoger inkomen hebben kunnen hier geen gebruik van maken.

Een mogelijkheid om deze huishoudens tegemoet te komen is om de inkomensgrenzen van een aantal regelingen te verruimen. Bijvoorbeeld regelingen die specifiek voor kinderen bedoeld zijn. Op die manier is de armoedeval voor gezinnen met kinderen kleiner dan nu het geval is, en gaan zij er meer op vooruit als ze meer gaan verdienen. In sommige andere geme enten is daarnaast de collectieve zorgverzekering ook verruimd naar 130 procent Wsm om zo ook (fysiek) kwetsbare minima de mogelijkheid te geven om daar aan deel te nemen. Versie 2.0 13 Bijlage 1. Inkomenseffect tabellen In deze bijlage staan de inkomenseffect tabellen. De tabellen geven een overzicht van de maandelijkse inkomsten en uitgaven per type huishouden, bij gebruikmaking van alle landelijke en lokale regelingen. De bedragen die horen bij de huishoudelijke uitgaven en reserveringsuitgaven zijn afkomstig van het Nibud.

Tabel B1.1 Alleenstaande zonder kinderen, niet pensioengerechtigd Categorie 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm >3 jaar 100% Wsm Inkomsten Netto inkomen 936 1.001 1.092 1.183 936 Vakantietoeslag 47 80 87 95 47 Heffingskortingen 0 0 0 0 0 Huurtoeslag 239 239 239 207 239 Zorgtoeslag 88 88 88 88 88 Kinderbijslag 0 0 0 0 0 Kindgebonden budget 0 0 0 0 0 Kinderopvangtoeslag 0 0 0 0 0 Sociaal culturele activiteiten 13 13 0 0 13 Schoolkostenregeling 0 0 0 0 0 Individuele inkomenstoeslag 0 0 0 0 32 Totaal inkomsten 1.323 1.421 1.507 1.573 1.355 Vaste lasten Huur 488 488 488 488 488 Gas, water, elektra 92 92 92 92 92 Telefoon, internet en kabel 62 62 62 62 62 Gemeentelijke heffingen 0 36 36 36 0 Collectieve zorgverzekering 142 142 145 145 142 Overige verzekeringen 19 19 19 19 19 Schoolkosten/ouderbijdrage/ buitenschoolse opvang 0 0 0 0 0 Vervoer 14 14 14 14 14 Totaal vaste lasten/verzekeringen 817 853 857 857 817 Reserveringsuitgaven 180 180 180 180 180 Huishoudelijke uitgaven 256 256 256 256 256 Totaal uitgaven 1.253 1.289 1.293 1.293 1.253 Blijft over voor vrije bestedingen 69 132 214 280 101 Vrije bestedingen 116 184 184 184 116 Restant na vrije bestedingen -47 -52 30 96 -15 Versie 2.0 14 Tabel B1.2 Alleenstaande ouder, niet pensioengerechtigd, 2 kinderen (8 en 13 jaar) Categorie 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm >3 jaar 100% Wsm Inkomsten Netto inkomen 936 1.001 1.092 1.183 936

Vakantietoeslag 47 80 87 95 47 Heffingskortingen 0 50 52 54 0 Huurtoeslag 282 282 282 282 282 Zorgtoeslag 88 88 88 88 88 Kinderbijslag 175 175 175 175 175 Kindgebonden budget 445 445 445 445 445 Kinderopvangtoeslag 0 251 251 251 0 Sociaal culturele activiteiten 31 31 0 0 31 Schoolkostenregeling 16 16 0 0 16 Individuele inkomenstoeslag 0 0 0 0 41 Totaal inkomsten 2.036 2.434 2.472 2.573 2.077 Vaste lasten Huur 554 554 554 554 554 Gas, water, elektra 169 169 169 169 169 Telefoon, internet en kabel 62 62 62 62 62 Gemeentelijke heffingen 0 45 45 45 0 Collectieve zorgverzekering 142 142 145 145 142 Overige verzekeringen 22 22 22 22 22 Schoolkosten/ouderbijdrage/ buitenschoolse opvang 31 311 311 311 31 Vervoer 39 39 39 39 39 Totaal vaste lasten/verzekeringen 1.019 1.343 1.347 1.347 1.019 Reserveringsuitgaven 282 282 282 282 282 Huishoudelijke uitgaven 479 479 479 479 479 Totaal uitgaven 1.780 2.104 2.108 2.108 1.780 Blijft over voor vrije bestedingen 256 330 364 465 297 Vrije bestedingen 241 307 309 309 241 Restant na vrije bestedingen 15 23 55 156 56 Versie 2.0 15 Tabel B1.3 Meerpersoonshuishouden zonder kinderen, niet pensioengerechtigd Categorie 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm >3 jaar 100% Wsm Inkomsten Netto inkomen 1.337 1.430 1.560 1.690 1.337 Vakantietoeslag 67 114 125 135 67 Heffingskortingen 0 0 0 0 0 Huurtoeslag 282 278 236 169 282 Zorgtoeslag 170 166 141 106 170

Kinderbijslag 0 0 0 0 0 Kindgebonden budget 0 0 0 0 0 Kinderopvangtoeslag 0 0 0 0 0 Sociaal culturele activiteiten 25 25 0 0 25 Schoolkostenregeling 0 0 0 0 0 Individuele inkomenstoeslag 0 0 0 0 46 Totaal inkomsten 1.897 2.029 2.062 2.100 1.942 Vaste lasten Huur 554 554 554 554 554 Gas, water, elektra 138 138 138 138 138 Telefoon, internet en kabel 62 62 62 62 62 Gemeentelijke heffingen 0 45 45 45 0 Collectieve zorgverzekering 283 283 290 290 283 Overige verzekeringen 29 29 29 29 29 Schoolkosten/ouderbijdrage/ buitenschoolse opvang 0 0 0 0 0 Vervoer 28 28 28 28 28 Totaal vaste lasten/verzekeringen 1.094 1.139 1.146 1.146 1.094 Reserveringsuitgaven 279 279 279 279 279 Huishoudelijke uitgaven 456 456 456 456 456 Totaal uitgaven 1.829 1.874 1.881 1.881 1.829 Blijft over voor vrije bestedingen 68 156 181 220 113 Vrije bestedingen 173 241 241 241 173 Restant na vrije bestedingen -105 -85 -60 -21 -60 Versie 2.0 16 Tabel B1.4 Meerpersoonshuishouden, niet pensioengerechtigd, 2 kinderen (8 en 13 jaar) Categorie 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm >3 jaar 100% Wsm Inkomsten Netto inkomen 1.337 1.430 1.560 1.690 1.337 Vakantietoeslag 67 114 125 135 67 Heffingskortingen 0 32 32 32 0 Huurtoeslag 282 278 236 169 282 Zorgtoeslag 170 166 141 106 170 Kinderbijslag 175 175 175 175 175 Kindgebonden budget 189 187 175 157 189 Kinderopvangtoeslag 0 0 0 0 0 Sociaal culturele activiteiten 44 44 0 0

44 Schoolkostenregeling 16 16 0 0 16 Individuele inkomenstoeslag 0 0 0 0 46 Totaal inkomsten 2.295 2.457 2.443 2.464 2.341 Vaste lasten Huur 554 554 554 554 554 Gas, water, elektra 184 184 184 184 184 Telefoon, internet en kabel 62 62 62 62 62 Gemeentelijke heffingen 0 45 45 45 0 Collectieve zorgverzekering 283 283 290 290 283 Overige verzekeringen 30 30 30 30 30 Schoolkosten/ouderbijdrage/ buitenschoolse opvang 31 31 31 31 31 Vervoer 53 53 53 53 53 Totaal vaste lasten/verzekeringen 1.198 1.242 1.249 1.249 1.198 Reserveringsuitgaven 377 377 377 377 377 Huishoudelijke uitgaven 594 594 594 594 594 Totaal uitgaven 2.169 2.213 2.220 2.220 2.169 Blijft over voor vrije bestedingen 127 244 223 244 172 Vrije bestedingen 298 365 366 366 298 Restant na vrije bestedingen -171 -121 -143 -122 -126 Versie 2.0 17 Tabel B1.5 Alleenstaande, pensioengerechtigd Categorie 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm >3 jaar 100% Wsm Inkomsten Netto inkomen 1.051 1.124 1.227 1.329 1.051 Vakantietoeslag 53 90 98 106 53 Heffingskortingen 0 0 0 0 0 Huurtoeslag 241 241 241 236 241 Zorgtoeslag 88 88 88 88 88 Kinderbijslag 0 0 0 0 0 Kindgebonden budget 0 0 0 0 0 Kinderopvangtoeslag 0 0 0 0 0 Sociaal culturele activiteiten 13 13 0 0 13 Schoolkostenregeling 0 0 0 0 0 Individuele inkomenstoeslag 0 0 0 0 0 Totaal inkomsten 1.446 1.556 1.654 1.759 1.446 Vaste lasten Huur 488 488 488 488 488 Gas, water, elektra 113

113 113 113 113 Telefoon, internet en kabel 62 62 62 62 62 Gemeentelijke heffingen 0 36 36 36 0 Collectieve zorgverzekering 142 142 145 145 142 Overige verzekeringen 13 13 13 13 13 Schoolkosten/ouderbijdrage/ buitenschoolse opvang 0 0 0 0 0 Vervoer 11 11 11 11 11 Totaal vaste lasten/verzekeringen 830 865 869 869 830 Reserveringsuitgaven 180 180 180 180 180 Huishoudelijke uitgaven 238 238 238 238 238 Totaal uitgaven 1.248 1.283 1.287 1.287 1.248 Blijft over voor vrije bestedingen 198 273 367 472 198 Vrije bestedingen 116 159 162 162 116 Restant na vrije bestedingen 82 114 205 310 82 Versie 2.0 18 Tabel B1.6 Meerpersoonshuishouden, pensioengerechtigd Categorie 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm >3 jaar 100% Wsm Inkomsten Netto inkomen 1.436 1.536 1.676 1.815 1.436 Vakantietoeslag 72 123 134 145 72 Heffingskortingen 0 0 0 0 0 Huurtoeslag 285 285 285 267 285 Zorgtoeslag 170 170 152 130 170 Kinderbijslag 0 0 0 0 0 Kindgebonden budget 0 0 0 0 0 Kinderopvangtoeslag 0 0 0 0 0 Sociaal culturele activiteiten 25 25 0 0 25 Schoolkostenregeling 0 0 0 0 0 Individuele inkomenstoeslag 0 0 0 0 0 Totaal inkomsten 1.988 2.139 2.247 2.357 1.988 Vaste lasten Huur 554 554 554 554 554 Gas, water, elektra 169 169 169 169 169 Telefoon, internet en kabel 62 62 62 62 62 Gemeentelijke heffingen 0 45 45 45 0 Collectieve zorgverzekering 283 283 290 290 283 Overige verzekeringen 16 16 16 16 16

Schoolkosten/ouderbijdrage/ buitenschoolse opvang 0 0 0 0 0 Vervoer 22 22 22 22 22 Totaal vaste lasten/verzekeringen 1.106 1.151 1.158 1.158 1.106 Reserveringsuitgaven 279 279 279 279 279 Huishoudelijke uitgaven 423 423 423 423 423 Totaal uitgaven 1.808 1.853 1.860 1.860 1.808 Blijft over voor vrije bestedingen 180 286 386 497 180 Vrije bestedingen 167 217 219 219 167 Restant na vrije bestedingen 13 69 167 278 13 Versie 2.0 19 Bijlage 2. Tabel effect inkomensverhoging Onderstaande tabel geeft per huishoudtype weer in hoeverre het maandelijks besteedbare inkomen stijgt of daalt na werkaanvaarding vanuit een uitkeringssituatie. Dit doen we op basis van de (maximale) bijdrage van het Rijk en van de gemeente910.

Tabel B2.1 Vergelijking maandelijkse inkomenspositie in euro’s Huishoudtype Netto inkomen Bijdrage Rijk Bijdrage gemeente Totaal inkomen Verschil tov 100% Wsm (€) Verschil tov 100% Wsm (%) Alleenstaande 100% Wsm 983 327 52 1.362 110% Wsm 1.081 327 16 1.424 + 63 + 5% 120% Wsm 1.180 327 0 1.507 + 145 + 11% 130% Wsm 1.278 295 0 1.573 + 212 + 16% Alleenstaande ouder, 2 kinderen 100% Wsm 983 815 95 1.893 110% Wsm 1.081 865 50 1.996 + 103 + 5% 120% Wsm 1.180 867 0 2.047 + 153 + 8% 130% Wsm 1.278 869 0 2.147 + 254 + 13% Meerpersoons zonder kinderen 100% Wsm 1.404 452 77 1.933 110% Wsm 1.544 444 32 2.020 + 88 + 5% 120% Wsm 1.685 377 0 2.062 + 129 + 7% 130% Wsm 1.825 275 0 2.100 + 168 + 9% Meerpersoons, 2 kinderen 100% Wsm 1.404 641 111 2.156 110% Wsm 1.544 663 66 2.274 + 118 + 5% 120% Wsm 1.685 584 0 2.269 + 112 + 5% 130% Wsm 1.825 464 0 2.289 + 133 + 6% 9 De bijdrage van het Rijk bestaat uit de huurtoeslag, zorgtoeslag, het kindgebonden budget en eventuele heffingskortingen. 10 De bijdrage van de gemeente bestaat uit de kwijtschelding van lokale belastingen, de bijdrage sociaal culturele activiteiten, bijdrage voortgezet onderwijs, de individuele inkomenstoeslag en de gemeentelijke bijdrage voor de collectieve zorgverzekering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/16d088f7-79de-4c9c-ab8d-74a775cb6ecb?agendaItemId=500d7393-23d4-42fe-b93f-5280be71853f