CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bloemenbuurt Steenwijk - Toelichting bijlage 6 Natuurtoets.pdf

Politieke Markt 2 juni 2020, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Bloemenbuurt - Steenwijk4.604 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Natuurtoets herstructurering Acaciastraat e.o., Steenwijk Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwetgeving Woonconcept definitief Natuurtoets herstructurering Acaciastraat e.o., Steenwijk Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwetgeving 17-451 22 november 2018 definitief S. (Sander) Aldershof & H. (Harma) Scholten M. (Mariska) Salomons Woonconcept Omslagfoto: Google 2018. © Ecogroen bv Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, mits onder vermelding van bron en status. Aldershof, H. & H. Scholten (2018). Natuurtoets herstructurering Acaciastraat e.o., Steenwijk. Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwetgeving. Rapport 17-451. Ecogroen bv Zwolle. Samenvatting 1 1. Inleiding 2 1.1 Aanleiding en doelstelling 2 1.2 Huidige situatie en voorgenomen ontwikkelingen 2 2. Wettelijk kader en onderzoeksmethode 3 2.1 Wettelijk kader 3 2.2 Onderzoeksmethode 3 3. Soortbescherming 6 3.1 Flora 6 3.2 Zoogdieren 6 3.3 Broedvogels 7 3.4 Amfibieën 9 3.5 Ongewervelden 9 3.6 Overige soortgroepen 10 3.7 Conclusie soortbescherming 10 4. Geraadpleegde bronnen 12 Bijlagen Bijlage 1 – Verspreidingskaarten Inhoud Natuurtoets herstructurering Acaciastraat e.o., Steenwijk 01 Inleiding en situatie Woonconcept bereidt een herstructurering van de Acaciastraat, Lijsterbesstraat en Bloe mstraat in Steen- wijk voor (complex 367).

Er worden de woningen gesloopt en wordt nieuwbouw gerealiseerd. Een be- stemmingswijziging is aan de orde. De ontwikkelingen gaan mogelijk gepaard met effecten op be- schermde natuurwaarden. Ecogroen heeft beoordeeld of het voornemen conflicteert met de wettelijke bescherming van natuurwaarden. De huidige 94 beneden- en bovenwoningen worden vervangen door 77 nieuwe sociale huurwoningen. Het gehele plangebied wordt opnieuw ingericht. Hierbij wordt nieuw groen in vorm van bomen en strui- ken aangeplant en worden parkeerplaatsen gerealiseerd. De aanwezige bomen worden ingepast. Het voornemen is om het project eind 2021 af te ronden. Soortbescherming • Uit gericht onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen blijkt dat er twee zomerverblijfplaatsen van de Gewone dwergvleermuis aanwezig zijn in de te slopen bebouwing. Voor het verwijderen van twee zomerverblijfplaatsen van de Gewone dwergvleermuis is een ontheffing Wet natuurbescherming noodza- kelijk. Onmisbaar foerageergebied en vliegroutes zijn niet aanwezig. • Uit gericht onderzoek blijkt dat er 29 jaarrond beschermde nestlocaties van de Huismus aanwezig zijn in het plangebied. Voor het verwijderen van nesten van de Huismus is een ontheffing Wet natuurbescher- ming noodzakelijk. • Overige broedvogels met jaarrond beschermde nestlocaties, w.o. Gierzwaluw, zijn niet aangetroffen en worden ook niet verwacht.

Wel zijn binnen de invloedsfeer van de herstructurering diverse algemene vogels broedend te verwachten. • In het plangebied zijn geen grondgebonden zoogdieren, amfibieën, flora, reptielen of ongewervelden (w.o. Sleedoornpage) aangetroffen of te verwachten die bescherming genieten, uitgezonder d de soor- ten waarvoor een vrijstelling van ontheffingsplicht geldt in de provincie Overijssel. Advies en vervolgstappen Voor Huismus en Gewone dwergvleermuis dient een ontheffing te worden aangevraagd bij de provincie Overijssel. Voor andere soorten is geen ontheffing vereist. Een ontheffingsaanvraag dient vergezeld te worden met een activiteitenplan. In het activiteitenplan wordt onderbouwd op welke manier negatieve effecten op Huismus en Gewone dwergvleermuis worden vermeden. Er is zicht op een ontheffing Wet natuurbescherming voor Huismus en Gewone dwergvleermuis . Voldaan wordt aan de voorwaarden uit artikel 3.3 Wet natuurbescherming voor het verlenen van ontheffing. Op basis van het onderzoek is vast komen te staan dat de Wet natuurbescherming -onderdeel soorten- niet op voorhand in de weg staat aan de uitvoerbaarheid van het plan binnen de planperiode.

Samenvatting Natuurtoets herstructurering Acaciastraat e.o., Steenwijk 02 1.1 Aanleiding en doelstelling Woonconcept bereidt een herstructurering van de Acaciastraat, Lijsterbesstraat en Bloemstraat in Steen- wijk voor (complex 367). Hierbij worden de woningen gesloopt en wordt nieuwbouw gerealiseerd. Een bestemmingswijziging is aan de orde. De ontwikkelingen gaan mogelijk gepaard met effecten op be- schermde natuurwaarden. Ecogroen heeft beoordeeld of het voornemen conflicteert met de wettelijke bescherming van natuurwaarden. Voorliggend rapport gaat eerst in op de beoogde ontwikkeling (§1.2). Hoofdstuk 2 beschrijft het wettelijk kader en de onderzoeksmethodiek. Vervolgens wordt een effectanalyse en -beoordeling gegeven ten aanzien van beschermde soorten (hoofdstuk 3). Toetsing aan de bescherming van natuurgebieden en houtopstanden is conform de vraagspecificatie geen onderdeel van dit rapport. 1.2 Huidige situatie en voorgenomen ontwikkelingen Het plangebied omvat 94 beneden- en bovenwoningen in de Acaciastraat, Lijsterbesstraat en Bloem- straat, verdeeld over 10 woningblokken (zie figuur 1.1). Het betreffen woningen met dakpannen, ber- gingshokken en een voor- en achtertuin. Tussen de woningblokken ligt een grasveld met speelvoorzienin- gen en een met asfalt verhard basketbalveld. Enkele groenstroken met struikgewas en bomen zijn aanwe- zig.

Permanent oppervlaktewater is niet aanwezig. De 94 beneden- en bovenwoningen worden vervangen door 77 nieuwe sociale huurwoningen met tui- nen. De nieuwe woningen worden niet op gas aangesloten. Het gehele plangebied wordt opnieuw inge- richt. Hierbij wordt nieuw groen in vorm van bomen en struiken aangeplant en worden parkeerplaatsen gerealiseerd. De aanwezige bomen worden ingepast. Het voornemen is om het project eind 2021 af te ronden. Figuur 1.1. Plangebied herstructurering Acaciastraat e.o. in Steenwijk (rood omlijnd). 1. Inleiding Natuurtoets herstructurering Acaciastraat e.o., Steenwijk 03 2.1 Wettelijk kader Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Staatsblad 2016) regelt de bescherming van Natura 2000 -gebieden, soorten en houtopstanden. De volledige wettekst van de Wet natuurbescherming is te vinden op: http://wet- ten.overheid.nl/BWBR0037552/. In dit rapport is ingegaan op soortbescherming. Hieronder is de samen- vatting van de relevante wetteksten te vinden. Kader 2.1 Wet natuurbescherming Zorgplicht (artikel 1.11) De Wet eist van iedereen zorgplicht voor de natuur. Zorgplicht is altijd van kracht, ook ten aanzien van niet beschermde natuur. Artikel 1.11 schrijft voor dat niemand moedwillig natuurgebieden of in het wild levende dieren of planten of hun directe leef- omgeving mag verstoren, schaden of doden.

Dit kan door het achterwege laten van een handeling of door het treffen van maatregelen ter voorkoming van schade of -als zelfs dat niet kan- de ontstane schade zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Een voorbeeld van voorzorg is het werken in de minst kwetsbare periode van soorten. Soorten (hoofdstuk 3) Hoofdstuk 3 regelt de bescherming van soorten. De bescherming van soorten is verdeeld over de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10. Het betreft de bescherming van: • Vogels zoals genoemd in de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), in de praktijk vaak onderverdeeld in: – Vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals Huismus, Gierzwaluw en Buizerd. – Overige vogels, waarvan nesten alleen tijdens het broedseizoen zijn beschermd (periode van nestbouw, ei-leg, broeden en voeren van de jongen op het nest). • Soorten (exclusief vogels) van de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de Verdragen van Bern (bijlage II) en Bonn (bijlage I), zoals bedoeld in artikel 3.5. • Andere soorten (artikel 3.10), onderverdeeld in: – Soorten waarvoor geen vrijstelling geldt. – Soorten waarvoor -op basis van de betreffende provinciale verordening- vrijstelling van de verbodsbepalingen geldt. Indien effecten niet zijn uit te sluiten moet -voorafgaand aan het vaststellen van een plan- zijn beoordeeld of er uitzicht is op het verkrijgen van een ontheffing.

Als er aantoonbaar uitzicht is op het verkrijgen van een ontheffing dan kan het plan worden vastgesteld. Als bij ruimtelijke ingrepen verbodsbepalingen worden overtreden dan is het noodzakelijk om een ontheffing aan te vragen bij het bevoegd gezag, tenzij gewerkt kan worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep of activiteit plaatsvindt, soms is dat het rijk. Voor het verkrijgen van een ontheffing moet zijn beschreven hoe de initiatiefnemer er voor zorgt dat schade aan beschermde soorten tot een mini- mum beperkt blijft, welke mitigerende en compenserende maatregelen nodig zijn, dat alternatieven ontbreken en aan welk wettelijke belang wordt voldaan. 2.2 Onderzoeksmethode De voorgenomen ontwikkelingen zijn mogelijk schadelijk voor exemplaren, nest- of verblijfplaatsen en leefgebied van beschermde plant- en diersoorten. Daarom is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezige of te verwachten beschermde waarden binnen de invloedssfeer van de voorgenomen activiteiten. 2. Wettelijk kader en onderzoeksmethode Natuurtoets herstructurering Acaciastraat e.o., Steenwijk 04 Gestart is met literatuuronderzoek om na gaan of beschermde soorten bekend zijn in en rondom het plangebied. Er is gebruik gemaakt van actuele verspreidingsgegevens (w.o. NDFF; laatste raadpleging 14 augustus 2018).

De verzamelde informatie uit het literatuuronderzoek vormt de basis voor het veldbezoek dat op 1 sep- tember 2017 is uitgevoerd. Het plangebied is onderzocht door een ecoloog van Ecogroen met weersom- standigheden van 10 °C, geen neerslag, geen bewolking en weinig wind. Tijdens het veldbezoek is aan- dacht besteed aan alle beschermde soorten van de Wet natuurbescherming, maar specifieke aandacht is uitgegaan naar broedvogels met jaarrond beschermde nesten en naar zoogdieren. Op basis van het literatuuronderzoek en het veldbezoek is beoordeeld welke soorten (mogelijk) aanwezig zijn in het plangebied. Hieruit kwam naar voren dat de te slopen woningen potentie hebben voor Huis- mus, Gierzwaluw en vleermuizen. Conform kennisdocumenten en het landelijke vleermuisprotocol is ge- richt onderzoek naar Huismus, Gierzwaluw en vleermuizen uitgevoerd (zie tabel 2.1 voor de details). In de regio Steenwijk is Sleedoornpage bekend. Daarom is tevens gericht onderzoek naar de Sleedoornpage uit- gevoerd. Hieronder volgt een toelichting op de uitgevoerde onderzoeken. Huismus Het gerichte onderzoek naar Huismus is in 2017 uitgevoerd door Heidinga (Heidinga 2017). Het huismus- onderzoek heeft zich met name gericht op het vaststellen van bewoonde nestplaatsen.

Conform het ken- nisdocument Huismus (BIJ12 2017a) zijn twee inventarisatieronden uitgevoerd in de periode 1 april - 15 mei, met minimaal 10 dagen tussen beide bezoeken. Een derde aanvullende ronde heeft plaatsgevonden op 6 juni 2017. De veldbezoeken zijn in de ochtenduren uitgevoerd, wanneer H uismus het meest actief is. De veldbezoeken zijn met gunstige weersomstandigheden (droog, zonnig weer en weinig wind) uitge- voerd door één persoon (zie ook tabel 2.1). Gierzwaluw Het Gierzwaluwonderzoek is uitgevoerd door Ecogroen en heeft zich voornamelijk gericht op het vaststel- len van nestplaatsen van Gierzwaluw. Conform het kennisdocument Gierzwaluw (BIJ12 2017b) zijn mini- maal drie avondbezoeken uitgevoerd in de periode 1 juni tot en met 15 juli, waarvan minimaal 1 bezoek in de periode 20 juni tot 7 juli. Daarnaast is rekening gehouden met minimaal 10 dagen tussen de bezoe- ken en een temperatuur van minimaal 10 °C. De bezoeken zijn vanaf circa 20.00 uur gestart en duurden tot het invallen van de avondschemering of tot de laatste Gierzwaluw was ingevlogen. Tijdens de bezoeken zijn nestplaatsen van Gierzwaluw geïnventari- seerd aan de hand van: 1. in- en uitvliegende vogels, 2. oudervogels (en hun jongen) die vanuit hun nestplaats roepen en 3. overig nest indicerend gedrag zoals langs gevels vliegende en gierende vogels wat duidt op een be- kende nestplaats.

Hierbij is ook gebruik gemaakt van het afspelen van ‘giergeluiden’ van gierzwaluwen. Oudervogels en hun jongen die onder de pannen aanwezig zijn, reageren hierop en geven daarmee hun broedplaatsen prijs . Veldbezoeken zijn zoveel mogelijk onder gunstige weersomstandigheden uitgevoerd (droog weer en wei- nig wind; zie ook tabel 2.1). Natuurtoets herstructurering Acaciastraat e.o., Steenwijk 05 Vleermuizen Het vleermuisonderzoek is door Ecogroen uitgevoerd conform het landelijke vleermuisprotocol (Netwerk groene bureaus & zoogdiervereniging 2017). Verspreid over het jaar zijn vier nachtelijke bezoeken uitge- voerd. Specifiek gaat het om twee nachtelijke bezoeken in de periode juni‐half juli gericht op kraamkolo‐ nies en zomerverblijfplaatsen en twee nachtelijke bezoeken in de periode half augustus tot 1 oktober ge- richt op baltslocaties, paarverblijfplaatsen en zwermplaatsen van (groepjes) vleermuizen. De bezoeken zijn uitgevoerd door twee ecologen met batdetectoren onder gunstige weersomstandigheden (zie tabel 2.1). Sleedoornpage De optimale inventarisatiemethodiek voor Sleedoornpage bestaat uit het zoeken van eitjes van de soort op sleedoornstruweel en andere (gecultiveerde) Prunus-soorten. Het onderzoek is door Ecogroen in de wintermaanden uitgevoerd wanneer er geen blad aan de struiken zit. Er is tweemaal gezocht naar eitjes op 1 en 13 februari.

Hierbij zijn alle sleedoornstruiken en (waar mogelijk) andere Prunus-soorten binnen het plangebied onderzocht. Er is tevens een plaatselijke deskundige op gebied van de Sleedoornpage in Steenwijk geraadpleegd over de verspreiding en voorkomen van de Sleedoornpage in het plangebied. Tabel 2.1. Gegevens bezoekdata veldonderzoek. Veldbezoek Moment v/d dag Tijdstip Datum Weersomstandigheden Focussoorten 1 Ochtend 09.30 – 11.00 12.30 – 15.00 22 april 2017 8 °C, buiig, half bewolkt, harde wind Huismus* 2 Ochtend 10.00 – 12.00 6 mei 2017 11 °C, droog, bewolkt, weinig wind Huismus* 3 Ochtend 08.00 – 10.30 2 juni 2017 15 °C, droog, helder, weinig wind Huismus* 4 Ochtend 04.15 – 06.45 1 september 2017 10 °C, droog, helder, weinig wind Quickscan en Vleermuizen 5 Ochtend 05.30 – 07.15 21 september 2017 12 °C, droog, half bewolkt, weinig wind Vleermuizen 6 Dag 1 februari 2018 5 °C, droog, half bewolkt, matige wind Sleedoornpage 7 Dag 13 februari 2018 6 °C, droog, half bewolkt, weinig wind Sleedoornpage 8 Avond 21.00 – 00.00 4 juni 2018 16 °C, droog, bewolkt, matige wind Gierzwaluw en vleermuizen 9 Avond 20.30 – 22.45 18 juni 2018 18 °C, droog, half bewolkt, weinig wind Gierzwaluw 10 Avond 21.00 – 22.30 1 juli 2018 22 °C, droog, helder, matige wind Gierzwaluw 11 Ochtend 03.15 – 05.30 5 juli 2018 13 °C, droog, helder, windstil Vleermuizen * Data van het huismusonderzoek is gebaseerd op

Heidinga (2017). Het bezoek van 2 juni t.a.v. Huismus heeft uitsluitend aan de Acaciastraat en Lijsterbesstraat plaatsgevonden. Natuurtoets herstructurering Acaciastraat e.o., Steenwijk 06 3.1 Flora Er zijn geen beschermde plantensoorten bekend in het plangebied (NDFF 2018). Tijdens het veldbezoek zijn deze ook niet waargenomen. In het plangebied zijn enkel algemene plantensoorten van groenstroken, gazons en ruderale omstandigheden waargenomen, waaronder Grote brandnetel, Grote weegbree, Ma- deliefje, Paardenbloem, Klimop en Engels raaigras. Gezien de aangetroffen soortensamenstelling, de terreingesteldheid en bekende verspreidingsgegevens (NDFF 2018) worden beschermde plantensoorten ook niet verwacht. Het nemen van vervolgstappen in verband met de bescherming in verband met de bescherming van flora is niet aan de orde. 3.2 Zoogdieren Vleermuizen Het leefgebied van de in artikel 3.5 Wnb beschermde vleermuizen bestaat uit verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden (zie ook kader 3.1). Hieronder zijn deze onderdelen nader beschreven. Kader 3.1 Vleermuizen Verblijfplaatsen Verblijfplaatsen kunnen zich bevinden in donkere en voor vleermuizen bereikbare ruimten in bomen, huizen, kelders et cetera en kunnen aanwezig zijn in de vorm van kraamverblijven / zomerverblijven, baltslocaties / paarverblijven en winterverblijven.

Versto- ring, beschadiging, vernietiging of het verwijderen van deze verblijfplaatsen is verboden. Vliegroutes Voor oriëntatie tijdens de trek van en naar hun verblijfplaatsen en foerageergebieden gebruiken vleermuizen veelal jarenlang de- zelfde structuren. Vanwege dit traditiegetrouwe gedrag van vleermuizen vormen bepaalde lijnvormige structuren (bijvoorbeeld rijen woningen, watergangen en bomenrijen) een belangrijk onderdeel van een vliegroute. Wanneer alternatieve structuren ont- breken zijn dergelijke structuren ‘onmisbaar’ en zodoende beschermd. Foerageergebieden Locaties waar insecten aanwezig zijn, bijvoorbeeld langs randen van bossen, bomenrijen of boven water zijn van belang als foera- geergebied voor vleermuizen. Foerageergebied van vleermuizen geniet binnen de Wet natuurbescherming echter geen juridische bescherming, tenzij het onmisbaar is voor het voortbestaan van een populatie. Verblijfplaatsen Tijdens het gerichte onderzoek naar vleermuizen (zie paragraaf 2.2) zijn twee zomerverblijfplaatsen van Gewone dwergvleermuis aangetroffen (zie bijlage 1 kaart 1). Eén exemplaar is ingevlogen onder een strip boven de spouwmuur en het andere exemplaar is ingevlogen onder de dakbedekking van een schuurtje op het balkon. Door de sloop gaan beide zomerverblijfplaatsen van de Gewone dwergvleermuis verloren.

Voor het ver- wijderen van verblijfplaatsen van vleermuizen is een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk. Om een ontheffing te verkrijgen is een ontheffingsaanvraag met onderbouwing in de vorm van een activitei- tenplan nodig. Hierin wordt onder andere beschreven hoe negatieve effecten op vleermuizen worden vermeden of beperkt. 3. Soortbescherming Natuurtoets herstructurering Acaciastraat e.o., Steenwijk 07 Vliegroutes en foerageergebieden De woningblokken kunnen fungeren als mogelijke vliegroute. Door de aanwezigheid van groenstroken en beplanting is geschikt foerageergebied aanwezig voor soorten als Gewone- en Ruige dwergvleermuis, Laatvlieger en Rosse vleermuis. Gedurende het vleermuisonderzoek zijn exemplaren van deze soorten foeragerend waargenomen. Een vliegroute is niet waargenomen. Door sloop en nieuwbouw is tijdelijk minder foerageergebied aanwezig. Het betreft een gering oppervlak en in de directe omgeving is in de vorm van tuinen, parken en bomensingels alternatief foerageergebied aanwezig. De bomen binnen het plangebied blijven bestaan. Zodoende gaan door de werkzaamheden geen onmisbare vliegroutes of foerageergebied verloren. Na de realisatie van de plannen vormt het plan- gebied weer geschikt foerageergebied door de aanleg van tuinen en groenzones en bieden woningblok- ken mogelijkheden voor een eventuele vliegroute.

Rondom het plangebied blijven te allen tijde vliegrou- tes aanwezig in vorm van bebouwing en bomen. Vervolgstappen in verband met de bescherming van vliegroutes en foerageergebied zijn niet aan de orde. Grondgebonden zoogdieren Steenmarter Steenmarter is bekend in de regio Steenwijk (NDFF 2018). Tijdens het veldbezoek op 1 juli 2018 is een overstekend exemplaar waargenomen bij de Lijsterbesstraat, op de rand van het plangebied. Er zijn geen sporen of geschikte openingen en kieren in de te slopen bebouwing aangetroffen van Steenmarter. Op basis van de bouwkundige constructie van de woningen worden vaste verblijfplaatsen van Steenmarter ook niet verwacht. Vervolgstappen voor Steenmarter zijn niet aan de orde. Overige soorten Op basis van het veldonderzoek, aangetroffen terreinkenmerken, habitateisen en verspreidingsgegevens worden vaste verblijfplaatsen van beschermde zoogdieren die zijn opgenomen in de Habitatrichtlijn en verdragen van Bern en Bonn en nationaal beschermde zoogdieren (zonder provinciale vrijstelling) uitge- sloten. Wel zijn vaste verblijfplaatsen van nationaal beschermde grondgebonden zoogdiersoorten met provinci- ale vrijstelling aangetroffen en/of te verwachten. Dit zijn onder andere Egel, Mol, Bossp itsmuis en Huis- spitsmuis. Tijdens de sloop en nieuwbouw kunnen enkele exemplaren van deze grondgebonden zoogdie- ren geschaad worden.

In voorliggende situatie geldt in de provincie Overijssel een vrijstelling van de ver- bodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor het nemen van vervolgstappen voo r deze zoog- dieren niet aan de orde is. 3.3 Broedvogels Bij broedvogels wordt in de praktijk onderscheid gemaakt in twee categorieën met een verschillende be- schermings-regiem (zie kader 2.1). Natuurtoets herstructurering Acaciastraat e.o., Steenwijk 08 Broedvogels met jaarrond beschermde nesten Van veel broedvogels zijn nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd. Voor een aantal vogel- soorten geldt dat de nestlocaties inclusief de functionele leefomgeving jaarrond beschermd zijn ( zie kader 3.2). Kader 3.1 Broedvogels met jaarrond beschermde nestplaatsen Onder jaarrond beschermde nesten van broedvogels wordt verstaan: in functie zijnde nesten van de Ooievaar, Boomvalk, Buizerd, Havik, Ransuil, Roek, Wespendief, Zwarte wouw, Slechtvalk, Sperwer, Steenuil, Kerkuil, Oehoe, Gierzwaluw, Grote gele kwikstaart en Huismus. Voor sommige andere soorten geldt dat de nesten jaarrond beschermd zijn als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Huismus Uit gericht onderzoek naar Huismus (zie paragraaf 2.2) blijkt dat er 29 nestlocaties van Huismus aanwezig zijn in het plangebied (zie bijlage 1 kaart 2).

De nesten zijn aangetroffen onder de onderste rijen pannen die toegankelijk zijn via de dakgoten. Als gevolg van de sloop gaan 29 nestlocaties van Huismus verloren. Voor het verwijderen van nestlocaties van de Huismus is een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk. Hiervoor dient een activiteitenplan opgesteld te worden waarin duidelijk is beschreven welke functie het plangebied heeft voor Huismus, welke effecten optreden en op welke wijze effecten voorkomen of beperkt worden (mitigerende maatre- gelen). Gierzwaluw Tijdens gericht onderzoek naar de Gierzwaluw (zie paragraaf 2.2) zijn geen nestlocaties vastgesteld of ter- ritorium indicerend gedrag van de Gierzwaluw waargenomen. Op basis van dit onderzoek is uitgesloten dat Gierzwaluw broedend aanwezig is in het plangebied. Zodoende zijn geen vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming in verband met de bescherming van Gierzwaluw nodig. Overige broedvogels met jaarrond beschermde nestplaatsen Tijdens het veldbezoek op 4 juni is een Ooievaar rustend waargenomen in de Grove den aan de rand van het plangebied. Tijdens overige bezoeken is de Ooievaar niet waargenomen. Van een nestlocatie is hier geen sprake. Overige broedvogels met jaarrond beschermde nestplaatsen zijn niet bekend (NDFF 2018) en worden gezien de habitateisen daarvan en de -tijdens veldbezoeken- aangetroffen terreinkenmerken ook niet verwacht.

Het nemen van vervolgstappen is in verband met de bescherming van deze soorten niet aan de orde. Overige broedvogels In het plangebied is door aanwezigheid van tuinen, gazon en bebouwing broedbiotoop aanwezig voor al- gemene vogelsoorten als Merel, Koolmees, Kauw, Houtduif, Turkse tortel, Ekster en Spreeuw. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die broedende vogels, nesten, eieren of vaste rust- of verblijfplaatsen beschadigen of verstoren. Voor werkzaamheden met schadelijke effecten Natuurtoets herstructurering Acaciastraat e.o., Steenwijk 09 op broedvogels wordt veelal geen ontheffing verleend, omdat het uitvoeren van de werkzaamheden bui- ten het broedseizoen over het algemeen een goed alternatief vormt. In dat geval is er geen sprake van negatief effect. Voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd, omdat deze per soort en vaak per jaar kan verschillen. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Voor de meeste soorten kan de periode tussen half maart en half juli worden aangehouden als broedseizoen. Bij uitvoering van de werkzaamheden in de periode tussen half februari – half maart en half juli – half november advise- ren we na te gaan of nog bewoonde nesten van vroeg of laat in het seizoen broedende soorten, zoals Houtduif en Turkse tortel, aanwezig zijn in het plangebied.

3.4 Amfibieën Voortplanting en overwintering van amfibieën die zijn opgenomen in de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en nationaal beschermde amfibieën (zonder provinciale vrijstelling), worden op basis van het veldbezoek, het ontbreken van geschikt leefgebied en bekende verspreidingsgegevens (o.a. NDFF 2018) uitgesloten. Vervolgstappen voor deze soorten zijn niet aan de orde. Wel zijn algemene soorten amfibieën te verwachten in het plangebied zoals Bastaardkikker, Gewone pad en Bruine kikker. Wegens het ontbreken van permanent oppervlaktewater wordt voorplanting niet ver- wacht. Zodoende is alleen, hetzij beperkt, overwintering te verwachten. In voorliggende situatie geldt in de provincie Overijssel een vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor het nemen van vervolgstappen niet aan de orde is. 3.5 Ongewervelden Sleedoornpage Sleedoornpage is bekend in Steenwijk. Ook in het plangebied zijn twee waarnemingen van eitjes van de Sleedoornpage bekend uit 2016 (NDFF 2018). De betreffende locaties zijn tijdens het veldonderzoek on- derzocht op aanwezigheid van Sleedoorn. De waardplant van Sleedoornpage is hier echter niet aangetrof- fen. Ook andere (gecultiveerde) Prunus-soorten zijn hier niet aanwezig. Op basis van overleg met de plaatselijke ter zake deskundige worden deze waarnemingen als foutief beschouwd.

Omdat in de directe omgeving van het plangebied wel Sleedoorn en Sleedoornpage bekend zijn, is in het gehele plangebied intensief gezocht naar eitjes van Sleedoornpage (zie ook kader 3.2 en paragraaf 2.2). Tijdens dit gericht onderzoek zijn slechts enkele kleine sleedoornstuiken zonder eitjes van Sleedoornpage gevonden. Deze struiken zijn marginaal geschikt als afzetplek voor eitjes, aangezien ze overwoekerd zijn door andere struiken als Liguster en ze in de schaduw van bebouwing staan. Zodoende wordt voortplan- ting van Sleedoornpage niet verwacht in het plangebied en zijn vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming niet aan de orde. Natuurtoets herstructurering Acaciastraat e.o., Steenwijk 10 Kader 3.2 Verspreiding en leefwijze Sleedoornpage Sleedoornpage is afhankelijk voor zijn eiafzet van Sleedoorn en andere Prunussoorten en -cultivars. De laatste jaren lijkt het leef- gebied steeds meer te verschuiven naar groenstroken, tuinen en parken in het stedelijk gebied. De soort komt voor in het zuiden, midden en oosten van het land (onder andere in Apeldoorn, Zwolle, Steenwijk en Zuidwolde). De vlinders hebben een vliegtijd van eind juli tot eind september en leven erg verborgen. De eitjes worden in de nazomer gelegd in de oksels van sleedoorntakken.

Zij blijven de hele winter zitten en de rupsen komen pas uit als, na de witte bloei in het vroege voorjaar, in april het jonge groene blad van Sleedoorn tevoorschijn komt. De rups is bleekgroen met twee lichte rugstrepen, een lichte streep over de flank en een aantal schuine lijntjes. De rupsen eten een aantal maanden van het jonge groene blad en ver- poppen eind juni, begin juli in de strooisellaag onder de struik. Overige ongewervelden Overige beschermde ongewervelden zijn niet bekend in het plangebied (NDFF 2018) en worden gezien de habitateisen er van en de -tijdens veldbezoeken aangetroffen- terreinkenmerken ook niet verwacht. Het nemen van vervolgstappen is in verband met de bescherming van deze soorten niet aan de orde. 3.6 Overige soortgroepen Op basis van de terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens wordt in het project- gebied geen voortplanting of vaste verblijfplaatsen verwacht van overige beschermde soorten uit de Wet natuurbescherming. Het nemen van vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde voor overige soortgroepen (reptielen en vissen). 3.7 Conclusie soortbescherming Uit het ecologisch onderzoek blijkt dat er met een aantal beschermde soorten rekening dient te worden gehouden.

Voor Huismus en Gewone dwergvleermuis is het noodzakelijk om voor het uitvoeren van de plannen ontheffing Wet natuurbescherming aan te vragen. Hiervoor dient een activiteitenplan opgesteld te worden waarin duidelijk is beschreven welke functie het plangebied heeft voor de betreffende soort, welke effecten optreden en op welke wijze effecten voorkomen of beperkt kunnen worden (mitigerende maatregelen). De gemeenteraad dient voor de vaststelling van een bestemmingsplan te hebben onderzocht of (uitvoe- ring van) het bestemmingsplan strijdig is met wet- en regelgeving, zoals de Wet natuurbescherming. Overtreding van verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming bij uitvoering van het bestemmingsplan kan een belemmering zijn, tenzij onderbouwd kan worden dat er zicht is op een ontheffing (BIJ12 2017d). Het uitzicht op ontheffing wordt -kort samengevat- beoordeeld op drie aspecten: a. er is geen andere bevredigende oplossing; b. er is noodzaak voor het verlenen van de ontheffing; c. er zijn voorwaarden ten aanzien van de staat van instandhouding van de soort. Natuurtoets herstructurering Acaciastraat e.o., Steenwijk 11 Ad a. In voorliggende situatie zijn er geen reële alternatieven voorhanden, zoals een andere locatie of in- vulling van de sloop en nieuwbouw. Ad b. Tevens zijn er wettelijke belangen verbonden aan de uitvoering.

Door de sloop van woningen in ver- ouderde staat en nieuwbouw zonder gasaansluiting, worden milieumaatregelen en maatregelen voor volksgezondheid genomen. Ad c. Daarbij worden bij de herinrichting van het plangebied nieuwe groenstructuren aangelegd die voor zowel Huismus als Gewone dwergvleermuis zorgen voor nieuw leefgebied. Huismus en Gewone dwerg- vleermuis zijn algemene soorten in de omgeving van het plangebied. Door het nemen van mitigerende maatregelen, zoals voorzien in tijdelijke en permanente vervangende verblijfplaatsen, wordt de lokale staat van instandhouding niet bedreigd. Daarnaast geldt voor de planlocaties dat er sprake kan zijn van aantasting en/of verstoring v an (overige) broedvogels. Dit kan worden voorkomen door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Het onderdeel soortbescherming uit de Wet natuurbescherming vormt géén belemmering voor het vast- stellen en uitvoeren van het bestemmingsplan. Natuurtoets herstructurering Acaciastraat e.o., Steenwijk 12 Literatuur Bekker J.P, P. Twisk & A. Diepenbeek (2010). Veldgids Europese zoogdieren. Uitgegeven door de KNNV en VZZ. BIJ12 (2017a). Kennisdocument Huismus Passer domesticus. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12 (2017b). Kennisdocument Gierzwaluw Apus Apus. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12 (2017c). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus . Versie 1.0, juli 2017. BIJ12 (2017d).

Juridisch Kader. Behorende bij Kennisdocumenten Soortenbescherming. Versie 1.0, juli 2017. Dienst Regelingen (2009). Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Heidinga, D.E. (2017). Inventarisatie van de huismussen van Steenwijk-West. Ministerie van LNV (2004). Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit TRCJZ/2004/5727, houdende vaststel- ling van rode lijsten flora en fauna. Ministerie van LNV (2009). Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 28 augustus 2009, 25344, hou- dende vaststelling van geactualiseerde Rode lijsten flora en fauna. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus & Zoogdiervereniging (2017). Vleermuisprotocol 2017, maart 2017. Internet NDFF (2018). Nationale Databank Flora en Fauna (https://ndff-ecogrid.nl). Geraadpleegd 20 augustus 2017 en 14 augustus 2018. Ravon (2018). Reptielen en amfibieën informatie (https://www.ravon.nl). Sovon (2018). Vogelinformatie (https://www.sovon.nl.nl). Vlinderstichting (2018). Vlinder en libellen informatie (https://www.vlinderstichting.nl). 4. Geraadpleegde bronnen Bijlagen Bijlage 1 – Verspreidingskaarten 1 - Gewone dwergvleermuis 2 - Huismus

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/a2d784aa-fe03-4e7f-b1dc-bbdd8ceed6e9?agendaItemId=70db32b4-6e81-484e-a579-b8d82d9db46a