Bloemenbuurt Steenwijk - Toelichting bijlage 4 Aeriusberekening, notitie.pdf
Tekst van het document
Zuiderzeelaan 53 8017 JV Zwolle T 0384236464 E info@ecogroen.nl I www.ecogroen.nl Pagina 1 van 8 1. Aanleiding Woonconcept is voornemens (delen van) de Acaciastraat, Lijsterbesstraat en Bloemstraat in Steenwijk te herstructu- reren. Ecogroen heeft een natuurtoets uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanprocedure, waarin dit plan getoetst is aan de Wet natuurbescherming, onderdeel soortbescherming (Aldershof & Scholten, 2018). Als aanvul- ling hierop heeft Woonconcept Ecogroen gevraagd de stikstofberekening voor deze ontwikkeling uit te voeren en dit onderdeel te toetsen aan de Wet natuurbescherming. Aanvullend is in bijlage 1 een voortoets Wet natuurbescher- ming opgenomen waar alle potentiele effecten anders dan stikstofdepositie zijn beo ordeeld. Deze notitie gaat eerst in op de ontwikkeling en locatie (paragraaf 2). Vervolgens wordt de aanpak en het toetsings- kader beschreven, evenals de methode voor de berekeningen en de resultaten (paragraaf 3 tot en met 5). Paragraaf 6 beschrijft tenslotte de conclusies. 2. Kenschets ontwikkeling en locatie Locat ie Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Steenwijk en betreft (delen van) de Acaciastraat, Lijsterbesstraat en Bloemstraat (zie figuur 1). Het Natura 2000-gebied De Wieden is het dichtstbijzijnde gebied ten opzichte van het plangebied en ligt op circa 1,4 kilometer afstand (zie figuur 1).
Overige dichtbijgelegen Natura 2000-gebieden zijn Weerribben en Holtingerveld en liggen op respectievelijk circa 6,3 en 6,6 kilometer van het plangebied. Aan Stichting Woonconcept T.a.v. Fokke de Vries notitie Contactpersoon Kenmerk Status Datum Harma Scholten 17451 - 3 concept 14 januari 2020 Betreft AERIUS-berekening herstructurering Acaciastraat e.o. Steenwijk notitie Pagina 2 van 8 Figuur 1 Het plangebied te Steenwijk (rood omlijnd) ten opzichte van de Natura 2000 gebieden (in groen/blauw/geel). Hu id ig e s itu at ie Het plangebied omvat 94 beneden- en bovenwoningen aan de Acaciastraat, Lijsterbesstraat en Bloemstraat, ver- deeld over 10 woningblokken. Tevens zijn tuinen, een grasveld met speelvoorzieningen, een basketbalveld en op- gaand groen aanwezig in het plangebied. Aan leg fase In de aanlegfase worden de volgende werkzaamheden uitgevoerd: • Sloop van de bestaande bebouwing. • Verwijderen van het groen (afgezien van enkele bomen die in de nieuwe situatie worden ingepast ), speeltoestel- len en verharding. • Bouwrijp maken van het plangebied. • Bouw van de woningen en aanleg parkeerplaatsen en opgaand groen. De bouw zal in totaal meer dan een jaar in beslag nemen. Geb ru iks fa se In het plangebied worden 77 sociale huurwoningen, parkeerplaatsen en groen in de vorm van bomen en struiken aangelegd. De woningen worden niet op het gasnetwerk aangesloten.
notitie Pagina 3 van 8 3. Aanpak en toetsingskader Het toetsingskader bestaat uit twee onderdelen (Kaajan, 2018): 1. Wet natuurbescherming-toets, zoals vastgelegd in artikel 2.7 lid 1 Wnb & artikel 2.8 lid 1 Wnb e.v.. Kortweg: Voorafgaand aan vaststelling van het bestemmingsplan moet worden nagegaan of (uitvoering van) het plan kan leiden tot mogelijk significant negatieve effecten op een Natura 2000-gebied. Volgens vaste jurisprudentie be- staat deze toets uit een vergelijking tussen de feitelijke, planologisch legale situatie en de maximale plansituatie. 2. De uitvoerbaarheidstoets die volgt uit de Wet ruimtelijke ordening. Met deze toets wordt de vraag of de beschermingsregimes uit de Wnb de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat beantwoord. Vrij vertaald wordt bepaald of er uitzicht is op het verkrijgen van een Wnb -vergunning voor het project dat voortvloeit uit het bestemmingsplan. De regels waaraan stikstofberekeningen moeten voldoen waren voorheen vastgelegd in het Programma Aanpak Stikstof (PAS) en verankerd in de Wet natuurbescherming. De Raad van State zette in 2019 een streep door het PAS, waarmee (het overgrote deel van) het toetsingskader is komen te vervallen.
Het Rijk en provincies werken momen- teel aan een oplossing voor deze impasse, onder andere door het aanpassen van de Wet natuurbescherming (Spoedwet Aanpak Stikstof) en de (provinciale) beleidskaders voor het salderen van stikstofemissies. Voor voorliggend project wordt het model AERIUS-Calculator gebruikt om te bepalen of er al dan niet sprake is van een toename (>0,00 mol/ha/jaar) in stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden in omlig- gende Natura 2000-gebieden. Immers, wanneer berekend wordt dat geen toename van stikstofdepositie plaats- vindt, zijn vervolgstappen niet nodig. Wet nat uu rbes ch erming -to ets Conform het toetsingskader van de Wnb-toets is een verschilberekening gemaakt, waarin een vergelijking is ge- maakt tussen de huidig feitelijke situatie en de beoogde situatie met daarin de maximale planinvulling. Uitv o erbaa rh eidsto ets Het plan is uitvoerbaar (vergunbaar) indien per saldo geen toename van stikstofdepositie is op stikstofgevoelige ha- bitattypen en leefgebieden binnen Natura 2000-gebieden ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesitua- tie is de laagst toegestane situatie vanaf de datum waarop artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn van toepassing werd op een Natura 2000-gebied (de referentiedatum).
Voor De Wieden geldt 24 maart 2000 als referentiedatum, omdat het gebied op die datum als Vogelrichtlijngebied op de lijst van gebieden van communautair belang is ge- plaatst door de Europese Commissie. Het is aannemelijk dat de stikstofemissies gelijk of lager zijn op de referentiedatum voor Natura 2000-gebied De Wieden ten opzichte van de huidig feitelijke situatie. Het gebruik van het plangebied is sinds de referentiedatum niet wezenlijk gewijzigd en de emissiefactoren voor gebouwemissies (stookinstallaties/ CV -ketels) en verkeer waren in de referentieperiode hoger dan op het moment van schrijven (Ministerie van VROM, 2007; Aerius factsheets, 2019; Kok, 2014; Sipma & Rietkerk, 2016). Uitgaande van een worst-case benadering is de stikstofemissie op de referentie- datum gelijk gesteld aan de huidig feitelijke situatie. De uitvoerbaarheid van het plan is zodoende afhankelijk van de uitkomst van de Wnb-toets. notitie Pagina 4 van 8 4. Methode In het Natura 2000-gebied De Wieden en andere omliggende Natura 2000-gebieden zijn stikstofgevoelige habitatty- pen en leefgebieden aanwezig. De effecten ten aanzien van stikstofdepositie van de uitvoering van het project voortvloeiend uit het plan zijn daarom in beeld gebracht aan de hand van een modelberekening met de AERIUS- Calculator en getoetst volgens de huidige kaders van de Wet natuurbeschermin g.
Hieronder zijn de gehanteerde uitgangspunten beschreven. Alge meen Voor de aanleg- en gebruiksfase van dit plan zijn verschillende bronnen van stikstofoxiden (NOx) van belang. Tijdens de aanlegfase worden mobiele werktuigen ingezet en is het transport van materiaal, materieel en personeel van en naar de bouwplaats relevant voor de stikstofemissies. Voor de gebruiksfase is alleen gekeken naar het aantal ver- keersbewegingen behorende bij de woningen. De woningen zelf zijn buiten beschouwing gelaten, omdat deze niet op het gasnetwerk worden aangesloten en dus geen stikstofemissie veroorzaken. De maximale planinvulling bestaat in voorliggende situatie uit een modellering van de aanlegfase (sloop en bouw) plus de gebruiksfase. Voor de aanlegfase is het maximaal aantal te bouwen woningen in één jaar, 55 woningen, ge- nomen. De berekeningen zijn uitgevoerd voor het rekenjaar 2020. Hu id ig e s itu at ie Woningen • Het totale gasverbruik van de woningen in de huidige situatie is 84.600 m3 (aangeleverd door opdrachtgever). De stikstofuitstoot is berekend aan de hand van het totale gasverbruik, een emissienorm van 70 mg/N m3 en een rookgasfactor van 8,99 N m3 rookgas per N m3 aardgas. • In de AERIUS-Calculator is de totale stikstofemissie van de woningen in een vlakbron op de locatie van het plan- gebied ingevoerd.
Voor de uitstoothoogte is 9 meter genomen met een spreiding van 4,5 meter (BIJ12, 2019). Verkeersbewegingen • Verkeersbewegingen worden gemodelleerd van het plangebied tot aan de kruising Gasthuislaan-Schansweg, waar het verkeer wordt opgenomen in het heersende verkeersbeeld. • Het aantal verkeersbewegingen in de huidige situatie betreft 470 tot 545,2 klein verkeer per dag ( aangeleverd door opdrachtgever). Om uit te gaan van worst case is het laagste aantal als uitgangspunt genomen. • De aantallen middel en zwaar verkeer zijn geschat op respectievelijk 1,88 (CROW, 2018) en 1 per etmaal. Aan leg fase Mobiele werk tuigen • Conform de AERIUS-instructie (BIJ12, 2019) is voor mobiele werktuigen de draaiuren-methode gehanteerd. Dit betekent dat op basis van het aantal draaiuren i.c.m. het vermogen, de belasting en de emissiefactor de emissie wordt berekend. • De AERIUS-Calculator kent standaardwaarden voor belasting en emissiefactor gebaseerd op het type machine, vermogen en bouwjaar. Deze zijn gehanteerd voor de berekening, uitgezonderd de belasting voor laden en los- sen van vrachtauto’s. Bij het laden en lossen is het uitgangspunt dat de vrachtwagens stationair draaien, met 20% belasting. De emissiefactor voor vrachtwagens is gebaseerd op TNO (2013).
notitie Pagina 5 van 8 • Het vermogen en het aantal draaiuren (minimaal en maximaal) per type machine zijn door de opdrachtgever aangeleverd. Om van worst case uit te gaan is het maximale aantal uur genomen. De uitgangspunten voor de mobiele werktuigen zijn in tabel 1 weergegeven. Tabel 1. Inzet mobiele werktuigen in de aanlegfase. • In de AERIUS-Calculator is de totale stikstofemissie van de mobiele werktuigen in een vlakbron op de locatie van het plangebied ingevoerd. • Voor de mobiele werktuigen is een uitstoothoogte van 3 meter en een spreiding van 1,5 meter aangehouden (BIJ12, 2019). Verkeersbewegingen • Verkeersbewegingen worden gemodelleerd van het plangebied tot aan de kruising Gasthuislaan-Schansweg, waar het verkeer wordt opgenomen in het heersende verkeersbeeld. • Het aantal verkeersbewegingen in de aanlegfase betreft: 4 licht verkeer per etmaal en 731,5 zwaar verkeer per jaar (aangeleverd door de opdrachtgever). Geb ru iks fa se De woningen worden niet op het gasnetwerk aangesloten waardoor er geen stikstofuitstoot plaatsvindt. Het gebruik van de woningen, los van de bijbehorende verkeersbewegingen, is dan ook niet meegenomen in de berekening. Verkeersbewegingen • Verkeersbewegingen worden gemodelleerd van het plangebied tot aan de kruising Gasthuislaan-Schansweg, waar het verkeer wordt opgenomen in het heersende verkeersbeeld.
• Het aantal verkeersbewegingen in de gebruiksfase betreft: 446,6 licht verkeer per etmaal, 1,54 middelzwaar en 1 zwaar verkeer per jaar (gegevens opdrachtgever en CROW 2018). Als uitgangspunt wordt worst case voor het aantal verkeersbewegingen licht verkeer genomen, de verwachting is dat licht verkeer tussen 385 en 446,6 be- wegingen per etmaal zullen zijn (gegevens opdrachtgever). 5. Resultaat Uit de AERIUS-berekening (kenmerk RpFH3HcEeWSP, 14 januari 2020) van de huidig feitelijke situatie en de maxi- male plansituatie (aanlegfase + gebruiksfase) blijkt dat in beide situaties geen sprake is van stikstofdepositie (>0,00 mol/ha/jaar) op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten binnen omliggende Natura 2000-gebie- den. De berekening is een losse bijlage bij deze notitie. Type machine Bouwjaar vanaf Vermogen (kW) Belasting Emissiefactor Draaiuren Vrachtauto (laden/lossen) 2014 323 0,2 0,46 365,75 Graafmachine 2015 105 0,6 0,3 220 Heistelling 2015 240 0,5 0,4 88 Kraan 2015 270 0,6 0,3 660 notitie Pagina 6 van 8 6. Conclusie Uit de AERIUS-berekening blijkt dat, met inachtneming van de uitgangspunten zoals hierboven beschreven (zoals het aantal draaiuren en bouwjaar van machines) geen sprake is van een toename (>0,00 mol/ha/jaar) van stikstofdeposi- tie op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten binnen Natura 2000 -gebieden.
Zodoende is geen sprake van negatieve effecten door stikstofdepositie op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. Stik- stofdepositie als het gevolg van projecten voortvloeiend uit het bestemmingsplan vormen daarom geen strijdighe- den met de Wet natuurbescherming. Ten aanzien van stikstof is het plan uitvoerbaar. Voor projecten die voortvloeien uit het plan geldt geen vergunningplicht in het kader van de Wet natuurbescher- ming, omdat in de aanleg- en gebruiksfase geen sprake is van stikstofdepositie >0,00 mol/ha/jaar op stikstofgevoe- lige habitattypen of leefgebieden. notitie Pagina 7 van 8 7. Geraadpleegde bronnen Aerius- factsheet Wegverkeer - emissiefactoren standaard. Versie 16-9-2019 Aldershof, S. & H. Scholten (2018). Natuurtoets herstructurering Acaciastraat e.o., Steenwijk. Inventarisatie en beoordeling in het kader van na- tuurwetgeving. Rapport 17-451. Ecogroen bv Zwolle. BIJ12 (2019). Instructie gegevensinvoer voor AERIUS calculator. Versie 1.0. Oktober 2019 CROW (2018). Toekomstbestendig parkeren: Van parkeerkencijfers naar parkeernormen. Kaajan, M.M. (2018) 107. Bescherming van Natura 2000-gebieden via het bestemmingsplan. Tijdschrift Natuurbeschermingsrecht Nummer 5-6, augustus 2018. SDU. Den Haag Kok H.J.G. (2014). Update NOX-emissiefactoren kleine vuurhaarden, glastuinbouw en huishoudens. TNO-rapport TNO2014 R10584.
TNO Earth, Life & Social Sciences, Utrecht. Lax, J. en T. Coolen (2018). Verkeersanalyse Bloemenbuurt Steenwijk. Gemeente Steenwijkerland. Projectnummer 746H. Ministerie van VROM (versie 26 februari 2007). Emissiefactoren voor niet-snelwegen, stagnerend stadsverkeer, toetsjaar 2005 . NSL-monitoringstool: https://www.nsl-monitoring.nl/viewer/#. December 2019 geraadpleegd. Sipma, J.M. & M.D.A. Rietkerk (2016) Ontwikkeling energiekentallen utiliteitsgebouwen. Een analyse van 24 gebouwtypen in de dienstensectoren 12 industriële sectoren. ECN-E--15-068. Petten TNO (2013). Richtlijn voor bepaling van praktijkemissies van vrachtwagens en stadsbussen. TNO-rapport R10356. notitie Pagina 8 van 8 Bijlage 1 - Voortoets Natura 2000 De centrale vraag in een Voortoets Natura 2000 is of het voornemen tijdens de aanleg - en gebruiksfase leidt tot sig- nificant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van een Natura 2000 -gebied. In het vervolg van deze bij- lage wordt aan de hand van de ligging van het voornemen ten opzichte van Natura 2000 -gebieden geanalyseerd welke effecten het voornemen kan hebben op de instandhoudingsdoelen van deze gebieden. Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied De Wieden ligt op 1,4 kilometer ten zuiden van het plangebied.
Omdat het plan buiten Natura 2000-gebieden wordt gerealiseerd, is geen sprake van negatieve effecten zoals verlies van het oppervlak habitattypen en leefgebied van s oorten. Echter niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied hebben invloed op de instandhoudingsdoelen van het gebied. Ook ac- tiviteiten buiten het gebied kunnen de waarden in een gebied negatief beïnvloeden. Dit wordt 'externe werking' ge- noemd. Op basis van de effectenindicator 1,2, het voornemen, de ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000- gebieden en expert judgement is beoordeeld dat realisatie van het plan mogelijk leidt tot een toename van stikstof- depositie op omliggende Natura 2000-gebieden. Stikstofdepositie kan leiden tot verzuring en vermesting van hier- voor gevoelige habitattypen en leefgebieden. Overige negatieve effecten als verstoring door licht, geluid en trilling worden uitgesloten vanwege het ontbreken van een ecologische relatie met het plangebied, afstand van het plangebied tot Natura 2000-gebieden en tussenlig- gende barrières zoals infrastructuur, waterwegen en de stedelijke bebouwing van Steenwijk. Van alle vogel- en habi- tatrichtlijnsoorten in Natura 2000-gebied De Wieden heeft alleen meervleermuis een relatie met stedelijke omge- ving.
Uit Aldershof & Scholten (2018) blijkt dat vaste rust- en verblijfplaatsen voor meervleermuis in de bestaande bebouwing, evenals essentiële vliegroutes, ontbreken. Negatieve effecten op de meervleermuis zijn dan ook op voorhand uitgesloten. Negatieve effecten – met uitzondering effecten van mogelijke stikstofdepositie - op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden als gevolg van de bestemmingsplanwijziging zijn uitgesloten. Zodoende vormen projecten voortvloeiend uit het bestemmingsplan geen strijdigheden met de Wet natuurbescherming, onderdeel gebiedsbe- scherming. 1 Broekmeyer, M.E.A., E.P.A.G. Schouwenberg, M. van der Veen, D. Prins & C.C. Vos (2005). Effectenindicator Natura 2000-gebieden; achtergron- den en verantwoording ecologische randvoorwaarden en storende factoren. Alterra-rapport 1375, Alterra, Wageningen. 2 Broekmeyer, M.E.A. (2010). Update effectenindicator. Wageningen, Alterra-rapport 1976, Alterra, Wageningen.