CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Blankenham - Blokzijlerdijk 5_ontwerp_(24-11-2022).pdf

Politieke Markt 28 maart 2023, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Blokzijlerdijk 5 - Blankenham56.386 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 7

.................................................................16 C.3.1.6 Toetsing aan overige vereisten ....................................................................16 Pagina 3 van 20 C.3.1.7 Zorgplicht blijft altijd gelden .......................................................................16 D. SLOTCONCLUSIE ............................................................................................................17 BIJLAGE I; KAARTEN ...............................................................................................................18 BIJLAGE II; EGELHUIZEN ........................................................................................................20 Pagina 4 van 20 A. BESLUIT ONTHEFFING SOORTEN RUIMTELIJKE ONTWIKKELING A.1 Aanvraag van het adviesbureau Bureau FaunaX B.V. heeft, namens uw organisatie, een aanvraag om een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming – onderdeel soorten1 (verder Wnb - soorten) bij ons ingediend. Deze hebben wij op 26 april 2022 ontvangen en geregistreerd onder kenmerk 2022-005830. Op 13 oktober hebben wij aanvullende gegevens ontvangen. De aanvraag is gedaan vanwege het wijzigen van het perceel aan Blokzijlerdijk 5 te Blankenham van een agrarische woon- en werkfunctie naar enkel woonfunctie, waarbij alle bebouwing wordt gesloopt en een nieuwe woning wordt gerealiseerd.

Daarnaast zal een vlonder bij de naastgelegen waterpartij worden gerealiseerd. In deze brief geven wij ons besluit weer. A.2 Besluit Wij besluiten u een ontheffing2 te verlenen van verbodsbepalingen voor nationaal beschermde soorten, soorten van de Vogelrichtlijn en van de Habitatrichtlijn. In het bijzonder gaat het om de verboden om: • nesten, rustplaatsen en eieren van de boerenzwaluw opzettelijk te vernielen of te beschadigen of nesten weg te nemen3 • de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis opzettelijk te verstoren4 • voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis te beschadigen of te vernielen5 • vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de steenmarter, wezel, bunzing, hermelijn en egel opzettelijk te beschadigen of te vernielen6 Deze ontheffing heeft betrekking op de sloop van de huidige gebouwen en realisatie van een nieuwe woning en vlonder voor de locatie Blokzijlerdijk 5 Blankenham. Wij verlenen u geen ontheffing van het verbod om de boerenzwaluw opzettelijk te storen, waarbij er sprake is van een wezenlijke invloed op de staat van instandhouding7. Dit, omdat u voldoende voorzorgsmaatregelen neemt om het opzettelijk (ver)storen van deze soorten te voorkomen en daarmee overtreedt u niet verbodsbepalingen uit artikel 3.1, vierde lid.

Deze ontheffing treedt in werking een dag na de verzenddatum van dit besluit tot en met 31 december 2024. Verder besluiten wij dat de volgende stukken/delen van de aanvraag onderdeel uitmaken van de ontheffing, voor zover niet in strijd met de voorschriften zoals weergegeven in B. Voorschriften bij het besluit. • Quickscan Wnb Blokzijlerdijk 5 (2021), Bureau FaunaX; • Nader onderzoek WNB Blokzijlerdijk 5 (2021), Bureau FaunaX; • Activiteitenplan Blokzijlerdijk 5 (2022), Bureau FaunaX; • Asbestinventarisatierapport (2021), M. de Buck; • Aanvullende informatie (2022), Bureau FaunaX. De motivering voor ons besluit is in C. Overwegingen bij het besluit weergegeven. 1 In het kader van art. 3.3, eerste lid of 3.8, eerste lid of art. 3.10, tweede lid, in samenhang met art. 3.8, eerste lid Wnb 2 In het kader van art. 3.3, eerste lid of 3.8, eerste lid of art. 3.10, tweede lid, in samenhang met art. 3.8, eerste lid Wnb 3 Art. 3.1, tweede lid Wnb 4 Art. 3.5, tweede lid Wnb 5 Art. 3.5, vierde lid Wnb 6 Art. 3.10, eerste lid, sub b Wnb 7 Art. 3.1, vierde lid i.s.m. het vijfde lid Wnb Pagina 5 van 20 Voorschriften Aan ons besluit verbinden wij voorschriften. Deze zijn in B. Voorschriften bij het besluit weergegeven.

A.3 Ondertekening en verzending Een afschrift van dit besluit is tevens verzonden aan: ▪ Burgemeester en wethouders van gemeente Steenwijkerland; ▪ , Bureau FaunaX B.V.; Met vriendelijke groet, namens Gedeputeerde Staten van Overijssel, Lars Wuijster, Teamleider vergunningverlening A.4 Niet mee eens? Als u het niet eens bent met dit besluit kunt u bezwaar maken Stuurt u dan een bezwaarschrift aan ons. Wij controleren dan of wij een juist besluit hebben genomen. Uw bezwaarschrift is een brief die aan een aantal eisen moet voldoen. De wet stelt eisen aan uw bezwaarschrift. Die eisen zijn: 1. U zegt met welk besluit u het niet eens bent. Dit doet u door in uw bezwaarschrift het kenmerk te vermelden dat in onze brief staat. 2. U zegt waarom u het niet eens bent met dit besluit. 3. U zet uw naam, adres, handtekening en de datum op uw bezwaarschrift. 4. U verstuurt het bezwaarschrift op tijd. Op onze brief staat een verzenddatum. U stuurt ons binnen zes weken na die datum uw bezwaarschrift. Uw bezwaarschrift kunt u op 2 manieren aan ons versturen. 1. Met de post naar: Gedeputeerde Staten van Overijssel, team Juridische Zaken, Postbus 10078, 8000 GB Zwolle. 2. Via internet. U gebruikt daarvoor ons digitale bezwaarformulier. U vindt het formulier via https://forms.overijssel.nl/bezwaar-klacht/bezwaar-beslissing/. 3. Via de e-mail naar klachtenenbezwaar@overijssel.nl>.

Wat als u niet kunt wachten tot er een nieuw besluit is genomen? Ook als u bezwaar maakt treedt dit besluit gewoon in werking. Dat kan vervelende gevolgen voor u hebben. U kunt de rechtbank dan vragen een voorlopige beslissing te nemen, door een zogeheten ‘voorlopige voorziening’ aan te vragen. Dit is een aparte procedure die loopt naast de door u gestarte bezwaarprocedure. Voor de behandeling van uw verzoek om een voorlopige voorziening betaalt u een bedrag. De rechter kan beslissen dat wij dat bedrag aan u moeten vergoeden. Voor informatie over het indienen van een verzoek belt u met de Rechtbank Overijssel: 088 - 361 55 55.

Pagina 6 van 20 B. VOORSCHRIFTEN BIJ HET BESLUIT Het besluit, de voorschriften en de overwegingen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. B.1 Informatie die van belang is bij melden of contact met bevoegd gezag Geeft u in de e-mail (meldpunt@overijssel.nl) naar ons of in een telefoongesprek (038 499 88 99) altijd aan dat het gaat om de Wet natuurbescherming - soortenbescherming, de naam van het project en ons kenmerk van dit besluit (D2022-08-002315). Daarmee is direct duidelijk voor welk deel van de organisatie de melding of uw verzoek tot contact bestemd is. B.2 Algemeen 1. Deze ontheffing is alleen geldig voor (medewerkers van) de ontheffinghouder of haar rechtsopvolgers of in opdracht van de ontheffinghouder handelende (rechts-)personen. De ontheffinghouder of haar rechtsopvolgers blijven daarbij verantwoordelijk en aansprakelijk voor de juiste naleving van deze ontheffing. 2. Minimaal zeven werkdagen voor aanvang van de werkzaamheden informeert u ons over de startdatum door een e-mail te sturen naar meldpunt@overijssel.nl. Geeft u bij de melding aan: ▪ de contactpersoon ter plaatse, inclusief het mobiele telefoonnummer van de contactpersoon; ▪ de naam van de begeleidend ecologisch deskundige8, inclusief het mobiele telefoonnummer van deze persoon; ▪ het adres waar de werkzaamheden worden uitgevoerd; Wanneer contactgegevens wijzigen, informeert u ons hierover. 3.

De ontheffinghouder neemt direct contact op met het Overijssel Loket, telefoonnummer 038 499 88 99 als bij het uitvoeren van de werkzaamheden van het project andere beschermde soorten dan de genoemde worden aangetroffen. Als het voorkomen van overtreding van verbodsbepalingen niet mogelijk is moet u de activiteiten direct staken. De effecten van de activiteiten voor de aangetroffen soort moet de ontheffinghouder in beeld brengen en doorgeven. Daarbij moeten ook de maatregelen worden meegenomen die nodig zijn om overtreding van verbodsbepalingen te voorkomen. Alleen na toestemming van de provincie mag het werk worden hervat. 4. Als de ontheffinghouder het voornemen heeft af te wijken van de uitvoeringsperiode, de voorgeschreven middelen of van de voorgenomen handelingen als weergegeven in de aanvraag, dan dient hij dit - voorafgaand aan de voorgenomen wijzigingen - ter goedkeuring voor te leggen aan de provincie. Dit is nodig omdat voor deze wijzigingen opnieuw de effecten op de betrokken soorten beoordeeld moet worden. Alleen na schriftelijke toestemming van de provincie is de voorgenomen afwijking toegestaan. Neem hiervoor contact op met het bevoegd gezag via een e- mail naar meldpunt@overijssel.nl.

8 De provincie Overijssel verstaat onder een ecologisch deskundige een persoon die voor de situatie en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soort specifieke ecologie. De ervaring en kennis dient te zijn opgedaan doordat de deskundige: ▪ op HBO, dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie en/of ▪ op HBO niveau een opleiding heeft afgerond met als zwaartepunt de Wet natuurbescherming, soorten herkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten en/of ▪ als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zoals een bureau welke is aan gesloten bij het Netwerk Groene Bureaus en/of ▪ zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals bijvoorbeeld Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, NJN, IVN, EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, De Landschappen en stichting Beheer Natuur en Landelijk gebied) en/of ▪ zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenmonitoring en/of bescherming. Pagina 7 van 20 B.3 Kwetsbare perioden 5.

Bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden houdt u rekening met de kwetsbare perioden van de betreffende soorten. Activiteiten kunnen niet uitgevoerd worden tijdens: ▪ gewone dwergvleermuis: voortplantingsperiode 15 mei tot en met 15 augustus. Winterperiode 1 november tot en met 31 maart. ▪ ruige dwergvleermuis: Winterperiode 1 november tot en met 15 april. Als een locatie jaarrond wordt gebruikt is de periode 15 april tot en met 15 augustus de minst kwetsbare periode om te werken ▪ kleine marters: voortplanting 15 maart tot en met 1 september ▪ steenmarter: voortplantingsperiode 1 maart tot en met 31 september ▪ egel: voortplantingsperiode van 15 april tot en met 1 september en buiten de overwinteringsperiode die loopt van 1 november tot en met 15 maart. ▪ boerenzwaluw: broedperiode 1 april tot en met 15 oktober. jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Kleine marterachtigen Steenmarter Egel boerenzwaluw Afhankelijk van de weersomstandigheden verschuiven deze perioden, waardoor ze langer dan wel korter zijn. De geschiktheid van de periode voor het uitvoeren van het ontoegankelijk maken van verblijfplaatsen wordt beoordeeld door een ecologisch deskundige op het gebied van de gewone dwergvleermuis, steenmarter, kleine marterachtigen, egel en boerenzwaluw. Afwijkingen worden onderbouwd beschreven in het logboek.

B.4 Boerenzwaluw 6. Als de werkzaamheden plaatsvinden tijdens het broedseizoen van de boerenzwaluw dan realiseert u voor het begin van de broedperiode (april) tijdelijke nestplaatsen op de volgende wijze: ▪ u hangt voorafgaand aan het broedseizoen van de boerenzwaluw 16 kunstnesten (type vivara 90004 of vergelijkbaar) op de locaties zoals aangegeven in bijlage I; ▪ de nesten worden geplaatst om minimaal 2m hoogte op een droge, voor boerenzwaluw geschikte, locatie; ▪ u houdt de tijdelijke mitigatie voor boerenzwaluw functioneel tot en met het gereedkomen van de permanente mitigatie. U mag de tijdelijke mitigatie uitsluitend verwijderen buiten het broedseizoen en onder ecologische begeleiding. 7. Voordat de boerenzwaluw in Nederland terugkeert (april), worden door de ontheffinghouder duurzame permanente voorzieningen gerealiseerd. Dit gebeurt op de volgende wijze: ▪ nestplaatsen van het type vivara casco nest 90097 of vergelijkbaar worden aangeboden met een factor 2 per verloren verblijfplaats (dus 16); ▪ de nesten worden geplaatst om minimaal 2m hoogte op een droge plek, op de locatie zoals aangegeven in bijlage I; Pagina 8 van 20 B.5 Steenmarter 8. De sloop van het gebouw met de verblijfplaats wordt gefaseerd en in één richting uitgevoerd om eventueel aanwezige steenmarters de kans te geven om te ontkomen. De sloop wordt verspreid over tenminste twee dagen uitgevoerd. 9.

Als permanente voorziening zal er tenminste drie maanden voorafgaand aan de sloopwerkzaamheden in de directe omgeving van het plangebied, maar buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden op een rustige plek een steenmarterhoop worden gemaakt. De takkenhoop wordt droog en vrij van tocht aangelegd met natuurlijke materialen (blad, stro etc.). De takkenhoop wordt aangelegd met 9 stoeptegels als vloer, muurtjes van baksteen (2-3 bakstenen hoog) en 9 stoeptegels als plafond. Daarbovenop komt een laag van ten minste 0,5 – 1 m takken of snoeiafval. Drie (maar ten minste twee) in/uitgangen worden in de muurtjes uitgespaard. Op de locatie wordt begroeiing aangeplant (struiken), zodat deze in de omgeving wordt opgenomen. B.6 Kleine marterachtigen en egel 10. Het rooien van de groenstructuren tussen de bebouwing en de waterpartij wordt gefaseerd uitgevoerd waarbij er in de richting van het te behouden leefgebied wordt gewerkt (van noord naar zuid). Het opschonen van het terrein zal gebeuren buiten de kwetsbare perioden zoals genoemd in voorschrift 5 en vinden plaats onder begeleiding van een ecologisch deskundige op het gebied van de egel en kleine marterachtigen. 11. Het leefgebied (de groenstructuren paralel aan de blokzijlerdijk) blijft geschikt voor kleine marterachtgen en de egel. Dit leefgebied wordt niet betreden of verstoord tijdens de werkzaamheden.

Het te behouden leefgebied wordt verbeterd door het aanleggen van 5m2 aan takkenhopen en het plaatsen van een egelhuis (bijlage II of vergelijkbaar). B.7 Vleermuizen 12. Voorafgaand aan de werkzaamheden moet u tijdelijke vleermuiskasten ophangen. Het ophangen van deze kasten moet op de volgende wijze gebeuren: ▪ Kasten, model A uit het kennisdocument, worden aangeboden met een factor 4 per aanwezige verblijfplaats (dus 12 kasten); ▪ de kasten worden in de directe omgeving van de verblijfplaatsen opgehangen, binnen 100 à 200 meter van de oorspronkelijk verblijfplaats; ▪ er wordt een gewenningsperiode gehanteerd van 3 maanden in de actieve periode van vleermuizen voorafgaand aan de werkzaamheden; ▪ de kasten worden opgehangen op minimaal 3 meter hoogte en hebben een vrije aanvliegroute; ▪ de locatie is vrij van kunstlicht, vrij van verstoring en buiten het bereik van roofdieren; ▪ de kasten worden zoveel mogelijk opgehangen in verschillende windrichtingen, zodat verschillende microklimaten worden aangeboden; De tijdelijke vleermuiskasten mogen buiten de kwetsbare perioden verwijderd of verplaatst worden nadat de permanente verblijfplaatsen zijn opgeleverd en deze minimaal zes maanden beschikbaar zijn in de actieve periode van de gewone dwergvleermuis.

Voorafgaand aan het verwijderen van de tijdelijke vleermuiskasten moet een ecologisch deskundige vaststellen dat de betreffende kasten niet door vleermuizen gebruikt worden. Indien alsnog vleermuizen worden aangetroffen kan de verblijfplaats buiten de kwetsbare perioden ongeschikt worden gemaakt volgens het kennisdocument. 13. Voorafgaand aan de werkzaamheden moet u de huidige verblijfplaatsen ongeschikt maken. Het ongeschikt maken moet op de volgende wijze gebeuren: ▪ de verblijfplaatsen worden 5 dagen voor de aanvang van de werkzaamheden ongeschikt gemaakt, buiten de kwetsbare periode(n) de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis. Zie voorschrift 5. Pagina 9 van 20 ▪ het ongeschikt maken wordt gedaan door het verwijderen van de daklijsten en dakpannen van een gebouw, waardoor er tocht in de ontstaat. Alsmede door openingen te creëren in de gevel betimmering; ▪ het ongeschikt maken vindt plaats in een periode waarbij de nachttemperatuur 10 graden Celsius is of hoger onder begeleiding van door een ecologische deskundige op het gebied van vleermuizen. ▪ minimaal 5 dagen na het ongeschikt maken voert u een controle uit met behulp van een batdetector. Deze controle moet uitgevoerd worden door de ecologisch deskundige onder bij nacht geschikte vliegomstandigheden voor vleermuizen (>10 0C, wind max 4 Bft en maximaal motregen).

Indien alsnog vleermuizen worden aangetroffen, dan zijn extra maatregelen nodig om de verblijfplaatsen verder ongeschikt te maken. Deze procedure wordt herhaald totdat geen verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis meer waargenomen worden. De renovatiewerkzaamheden mogen pas starten als uit de controle blijkt dat er geen vleermuizen meer aanwezig zijn in de bebouwing. B.8 Overige zaken 14. De werkzaamheden voert u uit in overeenstemming met bovengenoemde voorschriften en door of onder begeleiding van een ecologisch deskundige op het gebied van de boerenzwaluw, gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, wezel, bunzing, hermelijn, egel, steenmarter. 15. U houdt een ecologisch logboek bij of laat dit bijhouden door bijvoorbeeld de ecologisch deskundige. Uit dit logboek blijkt aantoonbaar op welke wijze, waar en wanneer uitvoering is gegeven aan de bovengenoemde voorschriften. Bij voorkeur wordt dit gedaan met foto’s. Het gaat er daarbij vooral om het registreren van uitvoering, keuzes, afwegingen bij het handelen volgens de voorschriften en hoe wordt omgegaan met onverwachte soorten of situaties. Het ecologisch logboek is op de werklocatie aanwezig en wordt op verzoek van de toezichthouder aan hem/haar getoond. Pagina 10 van 20 C. OVERWEGINGEN BIJ HET BESLUIT Het besluit, de voorschriften en de overwegingen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

C.1 BEVOEGDHEID, PROCEDURE EN TOETSINGSKADER C.1.1 Bevoegdheid C.1.1.1 Gedeputeerde Staten van Overijssel bevoegd De aangevraagde activiteiten vinden plaats op het grondgebied van Overijssel. De activiteiten vallen niet onder de uitzonderingen van de bevoegdheid, zoals weergegeven in het Besluit natuurbescherming9. In dat geval zijn Gedeputeerde Staten van provincie Overijssel bevoegd tot het nemen van besluiten op basis van de Wnb (art. 1.3, eerste lid). Als de activiteiten ook gevolgen heeft voor populaties van soorten op het grondgebied van de aangrenzende provincie (Wnb, art. 1.3, derde lid) stemmen wij ons besluit af met gedeputeerde staten van die provincie. C.1.2 Procedure De procedure voor het verlenen van de ontheffing is uitgevoerd in overeenstemming met hoofdstuk 5 van de Wnb. Daarbij zijn de relevante artikelen van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. C.1.2.1 Overeenstemming andere provincie De aangevraagde activiteiten vinden plaats op ons grondgebied. De effecten van het project op beschermde soorten zijn beperkt tot ons grondgebied. Overeenstemming met een andere provincie is niet nodig. C.1.2.2 Adviesverzoek aan gemeente Wij hebben de aanvraag naar het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Steenwijkerland gestuurd met het verzoek om advies. De gemeente is vier weken de gelegenheid geboden om te reageren.

Zij heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt. C.1.2.3 Relevante overige besluiten Wij wijzen u erop, dat er ook andere besluiten nodig zijn voordat u de voorgenomen activiteiten uitvoert. Voor zover ons bekend gaat het om de volgende besluiten: Naam wet en van toepassing zijnde artikel Bevoegd bestuursorgaan en adres Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, art. 2.1 en/of art. 2.2 Gemeente Steenwijkerland C.1.3 Toetsingskader soorten Een ontheffing kan worden verleend als aan verschillende kaders is voldaan. In deze paragraaf beschrijven we kort aan welke kaders wordt getoetst. C.1.3.1 Wettelijke regels Een verzoek tot ontheffing wordt beoordeeld op basis van de regels, zoals deze zijn opgenomen in hoofdstuk 3, paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. Bij ons oordeel houden we tevens rekening met het derde lid van artikel 1.10 Wnb. 9 Art. 1.3, eerste lid Besluit natuurbescherming Pagina 11 van 20 Ook het Besluit natuurbescherming10 en (soms) de Regeling natuurbescherming11 zijn voor de toetsing relevant. C.1.3.2 Provinciaal beleid Naast de wettelijke regels hebben wij beleid opgesteld in onze Omgevingsvisie. De regels, die daaruit voortkomen, zijn vastgelegd in onze Omgevingsverordening Overijssel 2017 (hoofdstuk 7 Natuur). Hierin zijn onder andere regels met betrekking tot een vrijstelling van bepaalde soorten weergegeven.

In onze Beleidsregel Natuur Overijssel 201712 is vastgesteld dat wij kennisdocumenten soorten13 (voorheen de soortenstandaarden) betrekken bij de afweging tot het verlenen van een ontheffing op basis van de artikelen 3.3, 3.8 en 3.10 van de Wnb. C.1.3.2.1 Jaarrond beschermde vogelnesten Onder invloed van jurisprudentie heeft de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) in 2009 lijsten opgesteld van de vogelsoorten, waarvan het nest jaarrond beschermd moet worden. Wij hebben deze lijsten van jaarrond beschermde nesten van vogels in 2017 beleidsarm overgenomen. Inmiddels is gebleken dat deze landelijke lijsten niet volledig op onze provincie zijn toegespitst. Daarom hebben wij deze lijsten aangepast. Deze nieuwe lijsten zijn tot stand gekomen aan de hand van de meest recente trends en aantallen van broedvogels in Nederland en in Overijssel. Vervolgens is beoordeeld of de soorten in de juiste categorie waren ingedeeld om de soort aan te merken als soort met vast nest respectievelijk soort met jaarrond beschermd functioneel leefgebied. Wij hebben 2 lijsten vastgesteld, namelijk: 1. Lijst Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten Overijssel. 2. Lijst vogelsoorten met jaarrond beschermd functioneel leefgebied Overijssel. De nesten c.q. het ecologisch functionele leefgebied van de soorten op de lijsten zijn beschermd.

Bescherming nesten algemeen Het nest van een vogel is de plaats of ruimte die een vogel gebruikt voor het leggen en het uitbroeden van de eieren en voor het grootbrengen van de jongen. Indien de soort nest-indicerend gedrag vertoont, zoals het baltsgedrag en het aanslepen van nestmateriaal tot het moment dat de jongen zelfstandig zijn, is het niet toegestaan het nest te verwijderen of de broedlocatie ongeschikt te maken. Het nest- indicerend gedrag is al onderdeel van het broeden. Als het gaat om vogelsoorten, waarbij de jongen direct het nest verlaten (nestvlieders), is ook de ruime omgeving van het nest belangrijk. In de context van de Wnb valt onder nest zowel de inhoud als de ecologisch functionele omgeving onder het begrip nest. De omvang van de ecologisch functionele omgeving verschilt per vogelsoort. Het betreft de omgeving die nodig is om het broedsucces van de betreffende vogelsoort te garanderen. Onder de verbodsbepaling vallen alle activiteiten die het broedsucces negatief beïnvloeden of teniet doen. Ook situaties, die het nest op zich niet fysiek aantasten, kunnen onder de verbodsbepalingen vallen. Als er bijvoorbeeld sprake is van aantasting van de ecologisch functionele omgeving, waardoor de broedvogel zijn nestplek permanent verlaat. De meeste vogels maken elk broedseizoen een nieuw nest of zijn in staat een nieuw nest te maken.

Die vogels gebruiken hun nest niet als een vaste rust of verblijfplaats. De meeste nesten voor eenmalig gebruik genieten buiten het broedseizoen14 niet de bescherming van artikel 3.1 van de Wnb. 10 Art. 3.9 Besluit natuurbescherming 11 Art. 3.22 Regeling natuurbescherming i.s.m. art. 3.25 Besluit natuurbescherming 12 Art. 4.2.1 Beleidsregel Natuur Overijssel 2017 13 Te raadplegen via: https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soorten-ontheffingen- wet-natuurbescherming/ 14 Het broedseizoen start met nest-indicerend gedrag en eindigt als de jongen geen ouderzorg meer nodig hebben. De duur en periode van het broedseizoen verschilt per soort. Pagina 12 van 20 Jaarrond beschermd nest of leefgebied Nesten – en/of – het ecologisch functioneel leefgebied van de boerenzwaluw zijn jaarrond beschermd. Voor deze soort geldt dat de specifieke voorwaarden voor het broeden en grootbrengen van de jongen niet overal aanwezig zijn. De broedplekken met het ecologisch functionele leefgebied van deze soorten genieten daarom ook buiten het broedseizoen bescherming. Op basis daarvan is bij het verwijderen van (oude) nesten van deze soort altijd een ontheffing nodig. Zonder ontheffing is er sprake van een overtreding van de verbodsbepalingen.

C.2 WEERGAVE VAN DE FEITEN C.2.1 Aanvraag ontheffing beschermde soorten C.2.1.1 Omschrijving van het project / activiteiten Men is voornemens het perceel van Blokzijlerdijk 5 te Blankenham te wijzigen van een agrarische woon- en werkfunctie naar enkel woonfunctie, waarbij alle bebouwing wordt gesloopt en een nieuwe woning wordt gerealiseerd. Daarnaast zal vegetatie langs het meer worden opgeschoond en wordt er een vlonder bij de naastgelegen waterpartij gerealiseerd. De werkzaamheden beginnen eind 2022 en zullen zijn afgerond in 2024 Figuur 1; Het plangebied, Blokzijlerdijk 5 te Blankenham C.2.2 Doel van het project Een veilige en duurzame woonomgeving creëren op een locatie die niet aan milieu en kwaliteitseisen voldoet. In de huidige staat heeft de bebouwing voornamelijk nog een agrarische functie, zijn er asbesthoudende materialen aanwezig en is er instortingsgevaar. C.2.3 Soorten waarvoor ontheffing wordt gevraagd

Pagina 13 van 20 U vraagt ontheffing aan van de verbodsbepalingen en soorten, zoals opgenomen in tabel 1. Tabel 1: soorten en verbodsbepalingen Soort verbodsbepaling (Opzettelijk) doden of vangen15, 16, 17 nesten, rustplaatsen en eieren opzettelijk vernielen of beschadigen18 Opzettelijk verstoren19, 20 eieren van deze soort opzettelijk te vernielen of te rapen21 voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen of te vernielen22, 23 opzettelijk te ontwortelen of te vernielen24, 25 onder zich te hebben of te vervoeren26, 27 Boerenzwaluw X X Gewone dwergvleermuis X X Ruige dwergvleermuis X X Wezel X Bunzing X Hermelijn X Egel X Steenmarter X C.2.4 Periode De ontheffing wordt aangevraagd voor de periode vanaf een dag na de verzenddatum van dit besluit tot en met 31 december 2024. C.2.5 Onderliggende documenten Voor de beoordeling van de aanvraag zijn de volgende documenten toegezonden: • Quickscan Wnb Blokzijlerdijk 5 (2021), Bureau FaunaX; • Nader onderzoek WNB Blokzijlerdijk 5 (2021), Bureau FaunaX; • Activiteitenplan Blokzijlerdijk 5 (2022), Bureau FaunaX; • Asbestinventarisatierapport (2021), M. de Buck; • Aanvullende informatie (2022), Bureau FaunaX. C.2.6 Aanvullende gegevens 15 Art. 3.1, eerste lid Wnb 16 Art. 3.5, eerste lid Wnb 17 Art. 3.10, eerste lid, sub c Wnb 18 Art. 3.1, tweede lid Wnb 19 Art. 3.1, vierde lid Wnb 20 Art. 3.5, tweede lid Wnb 21 Art.

3.5, derde lid Wnb 22 Art. 3.5, vierde lid Wnb 23 Art. 3.10, eerste lid, sub b Wnb 24 Art. 3.5, vijfde lid Wnb 25 Art. 3.10, eerste lid, sub c Wnb 26 Art. 3.2, zesde lid Wnb 27 Art. 3.6, tweede lid Wnb Pagina 14 van 20 Op 21 september 2022 zijn aanvullende gegevens gevraagd. Deze gegevens zijn op 13 oktober 28 ontvangen. C.3 TOETSING AANVRAAG ONTHEFFING SOORTEN C.3.1 Inhoudelijke beoordeling Onze Omgevingsverordening geeft voor uw handeling en betrokken soorten geen vrijstelling. We betrekken wel de kennisdocumenten van de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis bij onze toetsing. C.3.1.1 Onderzoeksmethode en resultaten onderzoek Middels bureau- en veldonderzoek is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van beschermde soorten. In de rapporten Quickscan Ontwikkeling Blokzijlerdijk 5 en Nader onderzoek Blokzijlerdijk 5 wordt beschreven hoe dit onderzoek is uitgevoerd. Op hoofdlijnen komt dit neer op: ▪ op woensdag 31 maart 2021 heeft een ecologische veldbezoek plaatsgevonden als onderdeel van een quickscan; ▪ uit dit onderzoek bleek dat nader onderzoek nodig is naar nesten van huismus, huis- en boerzwaluw, verblijfplaatsen van vleermuizen, kleine marterachtigen, steenmarter en egel; ▪ onderzoek naar de aanwezigheid van verblijfplaatsen van de huismus is uitgevoerd conform het kennisdocument huismus.

Er zijn geen nesten van huismussen binnen het plangebied vastgesteld; ▪ onderzoek naar de aanwezigheid van nesten van de boerenzwaluw en huiszwaluw is uitgevoerd aan de hand van twee veldbezoeken op 13 mei en 21 juni 2021. Er zijn geen nesten van de huiszwaluw en acht nestplaatsen van de boerenzwaluw geconstateerd; ▪ onderzoek naar vleermuizen is uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol 2021. Er zijn drie verblijfplaatsen van de gewone en ruige dwergvleermuis geconstateerd; ▪ onderzoek naar de aanwezigheid van verblijfplaatsen van steenmarters is uitgevoerd aan de hand van het plaatsen van twee cameravallen gedurende twee weken, tussen 18 oktober en 1 november. Daarnaast is er tijdens alle veldbezoeken gelet op sporen en activiteit van deze dieren. Er is één vaste rust- en verblijfplaats van een steenmarter geconstateerd. ▪ onderzoek naar de aanwezigheid van verblijfplaatsen van kleine marterachtigen en egel is gedaan aan de hand van een habitat analyse. In bijlage I staat de ecologische functiekaart. Hieruit blijkt dat het niet uit te sluiten is dat er verblijfplaatsen aanwezig zijn in het plangebied.

C.3.1.2 Effectbeoordeling, mitigatie en staat van instandhouding Door de werkzaamheden gaan verloren: ▪ acht jaarrond beschermde nesten van boerenzwaluw in de meest noordelijke schuur binnen het plangebied; ▪ twee zomerverblijven van de gewone dwergvleermuis met ieder één individu; ▪ één paarverblijf van één ruige dwergvleermuis.; ▪ één vaste verblijfplaats van de steenmarter in de ruimte tussen de daken van de woning en de aangesloten stalling. ▪ mogelijke verblijfplaatsen van de wezel, bunzing, hermelijn egel. In de groenstructuren tussen de bebouwing en de waterpartij. Het paarverblijf van ruige dwergvleermuis, evenals één van de zomerverblijven van gewone dwergvleermuis bevinden zich in de daklaag van het woonhuis op het perceel. Het tweede zomerverblijf van gewone dwergvleermuis bevindt zich achter een daklijst aan de zuidzijde van de aan de woning verbonden stalling. zie bijlage I voor de exacte locatie. Boerenzwaluw De trend van het aantal broedvogels in Nederland ziet er positief uit, met een lichte stijging sinds de eeuwwisseling. Tellingen naar deze soort geven onvoldoende beeld van werkelijkheid, maar tot 2000 is er 28 Kenmerk provincie D2022-10-001814 Pagina 15 van 20 een afname in aantallen waargenomen. De afname is een gevolg van modernisering van agrarische bedrijven en intensivering van grondgebruik.

Sinds de eeuwwisseling is de stand stabiel tot licht herstellend. Vleermuizen De staat van instandhouding voor dwergvleermuizen is onbekend. Voor de gewone en ruige dwergvleermuis zijn namelijk geen specifieke aantalsontwikkelingen beschikbaar. In algemene zin laten de vleermuizen in Nederland een positieve trend zien, maar mogelijk is er voor de twee relevante soorten sprake van een afname van het aanbod van geschikte verblijfplaatsen ten gevolge van de toenemende na-isolatie van gebouwen. Marterachtigen De aantallen steenmarters in de provincie Overijssel zijn stabiel of toenemend. De landelijke staat van instandhouding van wezel en hermelijn is op dit moment ongunstig, beide soorten staan op de Nederlandse rode lijst vermeld als gevoelig. De staat van instandhouding van de bunzing is beoordeeld op zeer ongunstig. Egel Sinds 1994 staat de egel op de rode lijst. In 2009 is de status gewijzigd in ‘onvoldoende gegevens’. In 2019 heeft de provincie Overijssel de egel van de vrijstellingslijst gehaald omdat de staat van instandhouding onvoldoende vaststaat. De voorgestelde mitigerende maatregelen, zoals beschreven in het activiteitenplan29, zijn voldoende. Ze komen overeen met bestaande methoden zoals beschreven in het kennisdocumenten. Met deze maatregelen worden negatieve effecten op de soorten zoveel mogelijk geminimaliseerd. In B.

Voorschriften bij het besluit zijn de voorgestelde maatregelen vastgelegd. In hoofdlijnen komen deze neer op: ▪ Bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden houdt u rekening met de kwetsbare perioden van de betreffende soorten; ▪ Er wordt een alternatieve steenmarterverblijfplaats gerealiseerd; ▪ Voor de boerenzwaluw worden alternatieve nestlocaties gerealiseerd; ▪ Het gefaseerd en in één richting ongeschikt maken van leefgebieden van kleine marterachtigen in egels. Het te behouden leefgebied wordt verbeterd door de aanleg van een takkenhoop en het plaatsen van egelhuis; ▪ Voor het verlies van de vleermuisverblijfplaatsen worden tijdelijke kasten opgehangen rondom het plangebied. Na afloop van de werkzaamheden worden permanente verblijfplaatsen gerealiseerd. De functionaliteit van de leefomgeving van de soorten is niet in het geding. De projectgebieden zijn kleine onderdelen in een veel groter leefgebied. Door de beschikbaarheid van alternatieve verblijfplaatsen in de omgeving en het realiseren van voorzieningen, blijven gedurende en na de werkzaamheden altijd alternatieve rust- en verblijfplaatsen aanwezig voor deze soorten. Afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding wordt verder voorkomen door het treffen van diverse maatregelen om exemplaren te ontzien.

C.3.1.3 Beschrijving noodzaak ontheffing De voorgenomen werkzaamheden ten behoeve van sloop van de huidige bebouwing en realisatie van nieuwe woning leiden tot het beschadigen van nesten van de boerenzwaluw, het opzettelijk verstoren van de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis, het beschadigen van verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, wezel, bunzing, hermelijn, egel en steenmarter. Dit is een overtreding van de verbodsartikelen genoemd in artikel 3.1, artikel 3.5 en artikel 3.10 van de Wnb. Voor de overtreding van deze verboden heeft u een ontheffing nodig. 29 Hoofdstuk K van het activiteitenplan Pagina 16 van 20 Wij verlenen u geen ontheffing van het verbod om de boerenzwaluw opzettelijk te storen, waarbij er sprake is van een wezenlijke invloed op de staat van instandhouding30. Dit, omdat u voldoende voorzorgsmaatregelen neemt om het opzettelijk (ver)storen van deze soorten te voorkomen en daarmee overtreedt u niet verbodsbepalingen uit artikel 3.1, vierde lid van de Wet natuurbescherming. C.3.1.4 Geen andere bevredigende oplossing / alternatievenafweging Het project is locatie specifiek. Het gaat om het slopen van bebouwing die niet meer aan milieu- en kwaliteitseisen voldoet.

Het niet uitvoeren van werkzaamheden vormt geen optie, omdat de bebouwing in de huidige situatie een veiligheids- en gezondheidsrisico is en het voldoet niet aan de landelijk gestelde doelstelling tot een energie neutrale woningvoorraad. De werkwijze en periode van uitvoering is afgestemd op de aanwezigheid van de beschermde soorten, een andere werkwijze is daarom niet mogelijk. Wij zijn van oordeel dat andere bevredigende oplossingen ontbreken. Er zijn geen geschikte alternatieven voor uitvoering van het project. C.3.1.5 Wettelijk belang van het project De voorgenomen activiteiten zijn volgens de aanvraag nodig in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid en in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten. De huidige klimaatverandering, waarbij de gemiddelde jaartemperaturen steeds verder oplopen, is een reële dreiging voor de algehele volksgezondheid. Door deze klimaatverandering ontstaat een tal van effecten op onze omgeving, waarvan nog maar een deel is herkend of voorspeld. Door gezamenlijk te werken aan het terugdringen van CO2-uitstoot, kan de klimaatverandering mogelijk een halt worden toegeroepen.

Dit kan op verschillende manieren waarvan één het ‘klimaatneutraal’ maken van woningen is. Om dit te bereiken is het nodig om ofwel woningen te na-isoleren en te renoveren, ofwel te slopen en nieuw te bouwen. De huidige bebouwing bevat asbesthoudende materialen, zie het Asbestinventarisatierapport voor de locatie blokzijlerdijk 5 van 21 oktober 2021. De meest veilige en efficiënte oplossing voor nu en voor de toekomstige situatie is om de bebouwing te slopen en nieuwbouw te realiseren. Om deze te argumenten zijn wij van oordeel dat het wettelijk belang, zoals weergegeven in de aanvraag, voldoende is aangetoond. C.3.1.6 Toetsing aan overige vereisten Op basis van de Wnb31 houden wij bij onze besluiten rekening met de vereisten op economisch, sociaal en cultureel gebied. Ook nemen we regionale en lokale bijzonderheden mee in de overweging. Wij zien geen aanleiding om aan de gevraagde ontheffing extra voorschriften te verbinden op basis van artikel 1.10, derde lid Wnb. C.3.1.7 Zorgplicht blijft altijd gelden Ongeacht wat in het besluit is weergegeven geldt altijd de zorgplicht, zoals deze is weergegeven in de Wnb32. De zorgplicht geldt voor alle in het wild levende dieren, planten en hun directe leefomgeving. 30 Art. 3.1, vierde lid i.s.m. het vijfde lid Wnb 31 Art. 1.10, derde lid Wnb 32 Art. 1.11, eerste en tweede lid Wnb Pagina 17 van 20 D.

SLOTCONCLUSIE De ontheffing van de verbodsbepalingen tot het beschadigen van nesten van de boerenzwaluw, het opzettelijk verstoren van de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis, het beschadigen van verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, wezel, bunzing, hermelijn, egel en steenmarter kan op basis van de wettelijke en beleidsmatige regels worden verleend. De gunstige staat van instandhouding van de betrokken soorten wordt niet aangetast. Wij zijn van oordeel dat voor het doel van het project geen andere bevredigende oplossing is waarbij minder negatieve effecten op de beschermde soort optreden. Daarnaast zijn wij van oordeel dat er een wettelijke belang is om de negatieve effecten op de betrokken soort te rechtvaardigen. We verbinden wel voorschriften aan de ontheffing. Pagina 18 van 20 Bijlage I; Kaarten Figuur 2; Overzicht van vastgestelde verblijfplaatsen binnen het plangebied Figuur 3; Ecologische functiekaart plangebied voor egel en kleine marterachtigen.

Pagina 19 van 20 Figuur 4; Locatie mitigatie (tijdelijk/permanent) voor de aangetroffen soorten

Pagina 20 van 20 Bijlage II; Egelhuizen

bestemm ingsplan Blankenham - Blokzijlerdijk 5 Bijlagen Toelichting (ontwerp) Bijlage 6 Bodemonderzoek bestemm ingsplan Blankenham - Blokzijlerdijk 5 Bijlagen Toelichting (ontwerp) RHO ADVISEURS VERKENNEND BODEMONDERZOEK BLOKZIJLERDIJK 5 TE BLANKENHAM 9 NOVEMBER 2021 WSP NEDERLAND B.V. ORIONWEG 28 8938 AH LEEUWARDEN wsp.com PROJECTNUMMER SOL018359 DOCUMENTNUMMER SOL018359.RAP001.KW, versie 1.0

Verkennend bodemonderzoek Blokzijlerdijk 5 te Blankenham SOL018359, versie 1.0 RHO Adviseurs WSP 9 november 2021 pagina 2/15 COLOFON OPDRACHTGEVER RHO Adviseurs Postbus 150 3000 AD Rotterdam CONTACTPERSOON OPDRACHTGEVER De heer M. van Putten PROJECTNUMMER OPDRACHTGEVER 20210135 CONTACTPERSOON WSP NEDERLAND B.V. Mevrouw ing. J. Dortland Tel: +31 6 15 296 754 Email: Jolies.Dortland@wsp.com AUTORISATIE PROJECTNUMMER DOCUMENTNUMMER VERSIE STATUS SOL018359 SOL018359.RAP001.KW 1.0 Definitief OPGESTELD DOOR FUNCTIE DATUM PARAAF Mevr. K. van der Wijk Junior adviseur 9 november 2021 GEVERIFIEERD DOOR FUNCTIE DATUM PARAAF Mevr. Ing. J.H. Dortland Senior adviseur 9 november 2021

Verkennend bodemonderzoek Blokzijlerdijk 5 te Blankenham SOL018359, versie 1.0 RHO Adviseurs WSP 9 november 2021 pagina 3/15 INHOUDS- OPGAVE 1 INLEIDING 4 1.1 Aanleiding, doel en opzet van het onderzoek 4 1.2 Kwaliteit 4 2 VOORONDERZOEK 6 2.1 Beschrijving van de locatie 6 2.2 Bevindingen vooronderzoek 7 2.3 Hypothese en onderzoeksstrategie 8 3 VELDWERK EN CHEMISCHE ANALYSES 10 3.1 Uitgevoerde veldwerkzaamheden 10 3.2 Zintuiglijke waarnemingen 10 3.3 Grondwaterbemonstering 10 4 BESPREKING ONDERZOEKSRESULTATEN 12 4.1 Toetsing van de analyseresultaten 12 4.2 Interpretatie 14 5 CONCLUSIES 15 OVERZICHT BIJLAGE(N) Bijlage 1 — Regionale ligging van de onderzoekslocatie Bijlage 2 — Situatietekening onderzoekslocatie Bijlage 3 — Profielbeschrijvingen Bijlage 4 — Analysecertificaten grond en grondwater Bijlage 5 — Getoetste analyseresultaten en toetsingswaarden Verkennend bodemonderzoek Blokzijlerdijk 5 te Blankenham SOL018359, versie 1.0 RHO Adviseurs WSP 9 november 2021 pagina 4/15 1 INLEIDING In opdracht van RHO Adviseurs heeft WSP Nederland B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van Blokzijlerdijk 5 te Blankenham . De ligging van de locatie en de situatietekening zijn opgenomen in bijlagen 1 en 2.

1.1 AANLEIDING, DOEL EN OPZET VAN HET ONDERZOEK De aanleiding voor het uitvoeren van een verkennend milieukundig onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen herinrichting van de locatie. Men is voornemens de bestaande bedrijfswoning, stallen en bijgebouwen te amoveren en vervolgens een nieuwe woning te realiseren. Hiermee vindt tevens een bestemmings wijziging plaats van ‘agrarisch’ naar ‘wonen’. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is vast te stellen of er ter hoogte van de onderzoekslocatie sprake is van een verontreiniging van grond en/of grondwater. De opzet van het verkennend bodemonderzoe k is uitgevoerd conform de Nederlandse norm "Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek" (NEN 5740:2009+A1:2016). 1.2 KWALITEIT WSP Nederland B.V. is door Kiwa Nederland B.V. gecertificeerd voor de ISO 9001, ISO 14001 en VCA** en in het kader van de Regeling Kwalibo voor de BRL SIKB 1000, 2000 en 6000. Verder is WSP Nederland B.V. gecertificeerd voor het asbestcertificatieschema en de CO2-prestatieladder trede 5. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door WSP Nederland B.V. conform de onderstaande protocollen: — Protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen”. — Protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters”. WSP Nederland B.V.

is hiervoor gecertificeerd volgens de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieu hygiënisch bodemonderzoek” en door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat erkend. De veldmedewerkers die zijn ingezet beschikken over de in de BRL gestelde ervaringseisen en staan geregistreerd als erkend persoon bij Rijkswaterstaat Leefomgeving voor tenminste de voor dit project relevante protocollen. De analyses zijn uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V. Dit laboratorium is geaccrediteerd conform de NEN-EN-ISO 17025:2005 en de AS3000 “Laboratoriumanalyses voor milieu hygiënisch bodemonderzoek”. De analyses zijn, waar mogelijk, verricht conform de AS3000. De onderzoekslocatie is geen eigendom van WSP Nederland B.V., daaraan gelieerde ondernemingen of overige bij de uitvoering van het onderzoek betrokken partijen. Derhalve voldoet het onderzoek aan de onafhankelijkheidseisen uit de Regeling bodemkwaliteit en het procescertificaat BRL 2000. Disclaimer Bodemonderzoek betreft per definitie een steekproef. Het hanteren van de actuele normen en protocollen draagt in grote mate bij aan het verkrijgen van een correct beeld van de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Het steekproefsgewijze karakter van het onderzoek maakt het echter onmogelijk om garanties te geven ten aanzien van de resultaten van het onderzoek. WSP Nederland B.V.

accepteert geen aansprakelijkheid voor eventuele beslissingen die opdrachtgever of derden op basis van dit onderzoek nemen. Verkennend bodemonderzoek Blokzijlerdijk 5 te Blankenham SOL018359, versie 1.0 RHO Adviseurs WSP 9 november 2021 pagina 5/15 Leeswijzer Dit rapport beschrijft de wijze van uitvoering en resultaten van het onderzoek en kent de volgende opbouw: In hoofdstuk 2 worden de algemene informatie van de onderzoekslocatie, de resultaten van het vooronderzoek en de daaruit voortvloeiende onderzoekshypothese beschreven. In hoofdstuk 3 worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van het laboratoriumonderzoek getoetst. Hoofdstuk 5 sluit af met de conclusies en eventuele aanbevelingen. Verkennend bodemonderzoek Blokzijlerdijk 5 te Blankenham SOL018359, versie 1.0 RHO Adviseurs WSP 9 november 2021 pagina 6/15 2 VOORONDERZOEK In het kader van het verkennend onderzoek is een vooronderzoek uitgevoerd o vereenkomstig de NEN 5725:2017. In het kader hiervan zijn de volgende bronnen geraadpleegd: — opdrachtgever: RHO Adviseurs; — landelijke bodeminformatiesysteem (www.bodemloket.nl); — gemeente Steenwijkerland; — provincie Overijssel; — historisch kaartmateriaal (www.topotijdreis.nl); — recent kaartmateriaal (Google Earth en Maps); — kadaster (https://www.pdok.nl/viewer/#); — terreininspectie.

In dit hoofdstuk worden de resultaten van het vooronderzoek besproken. Dit resulteert in een hypothese over de mogelijke verontreinigingssituatie op de onderzoekslocatie. De resultaten van het vooronderzoek zijn in onderstaande paragrafen opgenomen. 2.1 BESCHRIJVING VAN DE LOCATIE Het te onderzoeken terrein betreft een boerenerf gelegen aan Blokzijlerdijk 5 te Blankenham. In onderstaand overzicht zijn de algemene gegevens van de locatie opgenomen: Tabel 1: Algemene informatie Algemene informatie Adres onderzoekslocatie Blokzijlerdijk 5 te Blankenham Coördinaten (volgens Rijksdriehoeks- meting) X: 190.282 Y: 530.595 Oppervlakte onderzoekslocatie Circa 4.900m2 Kadastrale gegevens Gemeente Blankenham, sectie G, nummers 139 (deels) en 128 (geheel) Huidig gebruik van de onderzoekslocatie Agrarisch met woning (melkvee) Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie Wonen Aanwezige verhardingen Ja, diverse schuren en opstallen en een woning met schuur Aanwezigheid ondergrondse opslagtanks Ja, er is op het onderzoekslocatie een giertank aanwezig.

Asbestverdacht materiaal aanwezig Op basis van informatie verkregen van Atlas Overijssel is het dak ter hoogte van de woning met schuur mogelijk asbestverdacht Bodemkwaliteitskaart (Nota bodembeheer regio IJseland) − Toepassingskaart Bovengrond: Landbouw/natuur Ondergrond: Landbouw/natuur − Ontgravingskaart Bovengrond: Landbouw/natuur Ondergrond: Landbouw/natuur Verkennend bodemonderzoek Blokzijlerdijk 5 te Blankenham SOL018359, versie 1.0 RHO Adviseurs WSP 9 november 2021 pagina 7/15 2.2 BEVINDINGEN VOORONDERZOEK Huidige eigenaar Op basis van informatie verkregen van de huidige eigenaar is op de locatie een giertank aanwezig, verder zijn geen (brandstof)tanks bekend. Provincie Overijssel Op basis van informatie verkregen van Atlas Overijssel is het dak ter hoogte van de woning met s chuur mogelijk asbestverdacht. Verder zijn, op basis van informatie verkregen van de (bodem)atlas Overijssel geen eerdere bodemonderzoeken bekend. Historisch kaartmateriaal Op basis van historisch kaartmateriaal (www.topotijdreis.nl) valt op te maken dat de locatie reeds lange tijd in gebruik is. Op kaarten van vóór 1920 is bebouwing waarneembaar. Op kaartmateriaal uit 1930 is binnen de onderzoekslocatie een watergang met dam waarneembaar. In 1950 is zowel de watergang als de dam niet meer waarneembaar.

Vanaf 1970 is een weg aanwezig die vanaf de doorgaande weg, over het perceel, naar de noordzijde is gesitueerd, in 1980 is deze niet waarneembaar, waarna in 1990 deze weer zichtbaar is. De weg is tussen 1990 en 2000 grotendeels verwijderd waarna nog wat opstallen zijn gerealiseerd. Er zijn verder geen dempingen en/of andersoortige bijzonderheden waarneembaar. Een overzicht van de locatie door de jaren heen is op de volgende pag ina weergegeven. Hierbij dient opgemerkt te worden dat door de kwaliteit van de oudere kaarten op sommige weergaven de onderzoeksgrenzen niet exact zijn weergegeven (kaart uit 1950). Figuur 1 historische kaarten 2020 2015 2010 2005 2000 1990 1980 1970 1950

Verkennend bodemonderzoek Blokzijlerdijk 5 te Blankenham SOL018359, versie 1.0 RHO Adviseurs WSP 9 november 2021 pagina 8/15 1930 1920 Terreininspectie Tijdens de terreininspectie ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. PFAS Er is geen aanleiding om aan te nemen dat op onderhavige onderzoekslocatie hoge gehalten aan PFAS en/of GenX in de grond aanwezig zijn, er is geen puntbron in de directe omgeving bek end. In vrijwel heel Nederland zijn (zeer) licht verhoogde gehalten aan PFAS verbindingen in de grond aanwezig als gevolg van atmosferische depositie. Asbest In het vooronderzoek is tevens nagegaan of er sprake is van een asbest verdachte locatie (bijvoorbeeld bij ongecontroleerde sloop van gebouwen met asbesthoudende bouwstoffen, bij de aan wezigheid van ophooglagen of bij het gebruik van asbesthoudende beschoeiingen / afscheidingen). Op basis van een asbestinventarisatie van daken wordt het dak van de woning met schuur verdacht van asbest. Deze informatie is van Atlas van Overijssel. 2.3 HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE Op basis van de verzamelde informatie wordt verondersteld dat de bodem van het terrein mogelijk verontreinigd is met zware metalen, PAK, PCB en/of minerale olie op basis van het (historisch) gebruik.

Deze hypothese is gesteld op basis van de nu beschikbare informatie. De hierbij behorende (voorlopige) onderzoeksstrategie is strategie VED -HE-NL (strategie voor een verdachte niet-lijnvormige locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming) uit de vigerende NEN 5740. De voormalige weg is in de huidige situatie nog goed waarneembaar. De weg wordt als een aparte deellocatie onderscheiden met een oppervlakte van circa 450 m2. Ter plaatse van de weg is de onderliggende grond verdacht op de aanwezigheid van verontreinigingen, waaronder PAK en/of minerale olie, als gevolg van de wegconstructie. Ter plaatse wordt eveneens de strategie VED-HE-NL gehanteerd. Omdat het grondwater in eerste instantie niet als verdacht wordt aangemerkt, wordt in afwijking op voorgenoemde strategie het grondwater niet onderzocht. De peilbuis wordt vervangen door een diepe boring.

Verkennend bodemonderzoek Blokzijlerdijk 5 te Blankenham SOL018359, versie 1.0 RHO Adviseurs WSP 9 november 2021 pagina 9/15 Ter hoogte van de voormalige demping rond 1940 wordt aanvullend een boorraai bestaande uit 3 boringen tot 2,0 m -mv uitgevoerd, ter vaststelling of er sprake is van een demping met (bodemvreemd) dempingsmateriaal. Deze onderzoeksinspanning wordt voldoende geacht om een eventuele d emping te traceren. Wanneer op het terrein een halfverharding aanwezig is, wordt direct een mengmonster samengesteld ter analyse op een samenstellingspakket bestaande uit PAK, PCB en minerale olie met een versnelde uitloogproef (cascade) en analyse 15 metalen en 4 anionen op het eluaat. Hiermee kan indicatief de hergebruiksmogelijkheden worden vastgesteld van het materiaal, waarnaar het kan worden aangeboden aan een erkende verwerker. Verkennend bodemonderzoek Blokzijlerdijk 5 te Blankenham SOL018359, versie 1.0 RHO Adviseurs WSP 9 november 2021 pagina 10/15 3 VELDWERK EN CHEMISCHE ANALYSES 3.1 UITGEVOERDE VELDWERKZAAMHEDEN De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 6 oktober 2021 door de heer M. Uineken.

Tijdens het veldwerk zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: Tabel 2: Overzicht uitgevoerde werkzaamheden DEELLOCATIE STRATEGIE VELDWERK ANALYSES Boringen Peilbuis Grond/verharding Grondwater Onderzoekslocatie (minus weg) (4.450 m2) VED-HE-NL 15 x tot 0,5 m -mv 3 x tot 2,0 m -mv 1 x peilbuis 3 x standaardpakket Aanvullend onderzoek 4 x lood 1 x standaard- pakket Oude weg (450 m2) VED-HE-NL 3 x tot 0,5 m -mv 2 x tot 2,0 m -mv - 2 x standaardpakket - Slootdemping - 1 boorraai (3 x boring tot 2,0 m-mv) - - - De verrichte veldwerkzaamheden zijn ingemeten ten opzichte van vaste punten en met behulp van 06 -GPS (x, y en z- coördinaten). De situatietekening met boorpunten is opgenomen in bijlage 2. In bijlage 3 zijn de gedetailleerde boorbeschrijvingen weergege ven met de bodemopbouw, de diepten waarop grondmonsters zijn genomen, de diepten waarop eventuele peilfilters geplaatst zijn en de GPS -coördinaten. 3.2 ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN Tijdens de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk geen waarnemingen gedaan die kunne n duiden op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. 3.3 GRONDWATERBEMONSTERING Het grondwater is bemonsterd op door de heer S.Y. Hofman. Tijdens de bemonstering zijn aan het grondwater geen afwijkingen waargenomen.

De grondwaterstand, de zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EGV) en de troebelheid van het grondwater zijn tijdens de monstername in het veld bepaald. De resultaten zijn weergegeven in onderstaande tabel en geven geen aanleiding de analysestrategie te wijzigen. Verkennend bodemonderzoek Blokzijlerdijk 5 te Blankenham SOL018359, versie 1.0 RHO Adviseurs WSP 9 november 2021 pagina 11/15 Tabel 3: Peilbuisgegevens PEILBUIS FILTERDIEPTE (M -MV) GRONDWATERSTAND (M -MV) BELUCHT (JA/NEE) PH EGV (µS/CM) TROEBELHEID (NTU) 01 2,50-3,50 2,30 nee 6,6 1816 1,9 De gemeten waarden voor EGV en pH zijn normaal voor grondwater in deze omgeving. De NTU is een maat voor de troebelheid (turbiditeit) van een vloeistof. Een direct verband tussen de hoeveelheid deeltjes en de gemeten NTU is niet te leggen aangezien de reflectie, vorm en kleur van de deeltjes sterk kunnen verschillen. Verkennend bodemonderzoek Blokzijlerdijk 5 te Blankenham SOL018359, versie 1.0 RHO Adviseurs WSP 9 november 2021 pagina 12/15 4 BESPREKING ONDERZOEKSRESULTATEN 4.1 TOETSING VAN DE ANALYSERESULTATEN De analyseresultaten zijn getoetst aan de door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat vastgestelde achtergrond- en interventiewaarden voor grond en de streef- en interventiewaarden voor grondwater. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit.

De interventie waarden voor grond en de streef- en interventiewaarden voor grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsane ring 2013. De betekenis van deze waarden is als volgt: — Achtergrondwaarde grond/streefwaarde grondwater: bij een gehalte lager dan de achtergrondwaarde voor grond en de streefwaarde voor grondwater wordt gesproken over niet verontreinigde bodem (bodemindex < 0). Wanneer een gemeten gehalte de achtergrondwaarde of de streefwaarde overschrijdt, wordt gesproken over een licht verhoogd gehalte of een lichte verontreiniging (bodemindex > 0). — Interventiewaarde: wanneer een gemeten gehalte hoger is dan de interventiewaarde wordt gesproken over een sterke verontreiniging of sterk verhoogd gehalte (bodemindex > 1,0). De achtergrond- en interventiewaarden gelden voor een zogenaamde standaardbodem: bodem met een lutumgehalte van 25% en een organisch stofgehalte van 10%. Conform de Regeling bodemkwaliteit zijn de analyseresultaten op basis van het gemeten lutum- en organische stofgehalte omgerekend naar deze standaardbodem en vervolgens getoetst. Zowel de originele als de gecorrigeerde analyseresultaten zijn opgenomen in de toetsingstabellen in bijlage 5. Hierin zijn tevens de toetsingswaarden opgenomen. Naast de achtergrond-, streef- en interventiewaarde hanteren wij een zogenaamde tussenwaarde.

Dit is het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde (bodemindex > 0,5 en < 1,0). Overschrijding van de tussenwaarde wordt een matig verhoogd gehalte of matige verontreiniging genoemd. Deze waarde kan, afhankelijk van het doel van het onderzoek, als triggerwaarde worden gehanteerd voor het uitvoeren van een nader onderzoek. De Index bij de toetsing geeft aan in welke mate er een overschrijding is of niet. Deze index wordt op de volgende manier berekend: (GSSD – S) / (I – S) GSSD = Gestandaardiseerde waarde van BoToVa S = Streefwaarde (of Achtergrondwaarde bij Grond) I = Interventiewaarde Wanneer de index: - Index < 0 -> De toetsing zit onder de S of AW - 0 < Index <= 0,5 -> De toetsing zit tussen de S of AW en de (oude) Tussenwaarde - 0,5 < Index <= 1 -> De toetsing zit tussen de (oude) Tussenwaarde en de Interventiewaarde - Index > 1 -> De Interventiewaarde is overschreden ERNST EN SPOED Voor bodemverontreinigingen die zijn ontstaan voor 1 januari 1987 (voor asbest voor 1 juli 1993) geldt het volgende.

Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging indien voor ten minste één stof het gemiddelde gemeten Verkennend bodemonderzoek Blokzijlerdijk 5 te Blankenham SOL018359, versie 1.0 RHO Adviseurs WSP 9 november 2021 pagina 13/15 gehalte van minimaal 25 m3 bodemvolume in het geval van grondverontreiniging, of 100 m3 bodemvolume in het geval van een grondwaterverontreiniging, hoger is dan de interventiewaarde. Bij een verontreiniging met asbest in grond is het volumecriterium niet van toepassing en is bij o verschrijding van de interventiewaarde direct sprake van een geval van ernstige verontreiniging. De spoedeisendheid van de sanering is afhankelijk van de actuele risico's van de ernstige verontreiniging voor de volksgezondheid, het ecosysteem en verspreiding via het grondwater. Indien geen sprake is van actuele risico's, dan hebben saneringsmaatregelen geen spoed. ZORGPLICHT Voor bodemverontreinigingen die zijn ontstaan na 1 januari 1987 (voor asbest na 1 juli 1993) geldt het zorgplicht - artikel (artikel 13 Wet bodembescherming).

Hierin is bepaald dat eenieder die op of in de bodem handelingen verricht (als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 11 van de Wet bodembescherming) en die weet of had kunnen weten dat door die handelingen de bodem kan worden verontreinigd, verplicht is alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem/haar kunnen worden gevergd om de bodem te saneren en de gevolgen van verontreiniging te beperken of zo veel mogelijk ongedaan te maken. De saneringsnoodzaak bij zorgplicht saneringen is onafhankelijk van de ernst van de verontreiniging of de spoedeisendheid. Een overzicht van de toetsingsresultaten staat weergegeven in de volgende tabellen.

Tabel 4: Toetsingsresultaten grond (Wet bodembescherming en Besluit bodemkwaliteit) (MENG)- MONSTER DEELMONSTER S (M -MV) ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ANALYSEPAKKET RESULTAAT WET BODEMBESCHERMING (+INDEX) TOETSING BESLUIT BODEMKWALITEIT (INDICATIEF) > AW > I Verkennend bodemonderzoek M01 W01 (0,15 - 0,50) W02 (0,15 - 0,50) W03 (0,05 - 0,50) W05 (0,05 - 0,50) - Standaardpakket - - Altijd toepasbaar M02 W01 (0,50 – 1,00) W04 (0,50 – 1,00) - Standaardpakket - Altijd toepasbaar M03 03 (0,30 - 0,50) 05 (0,40 - 0,50) 09 (0,15 - 0,50) - Standaardpakket - - Altijd toepasbaar M04 01 (0,05 - 0,50) - Standaardpakket - - Altijd toepasbaar M05 04 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,50) 14 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50) - Standaardpakket Lood (0,66) - Klasse industrie Aanvullend onderzoek, uitsplitsing mengmonster M05 op lood M11 04 (0,00-0,50) - Lood - - Altijd toepasbaar M12 07 (0,00-0,50) - Lood - - Altijd toepasbaar Verkennend bodemonderzoek Blokzijlerdijk 5 te Blankenham SOL018359, versie 1.0 RHO Adviseurs WSP 9 november 2021 pagina 14/15 (MENG)- MONSTER DEELMONSTER S (M -MV) ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ANALYSEPAKKET RESULTAAT WET BODEMBESCHERMING (+INDEX) TOETSING BESLUIT BODEMKWALITEIT (INDICATIEF) M13 14 (0,00-0,50) - Lood - - Altijd toepasbaar M14 16 (0,00-0,50) - Lood - - Altijd toepasbaar − : Geen zintuiglijke waarnemingen / geen van de onderzochte parameters overschrijdt de betreffende

toetsingswaarde * : Toetsingsresultaat is op basis van onvolledig pakket, gebaseerd op enkel lood en/of zware metalen analyse Standaardpakket grond : 9 metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink), PAK, PCB, minerale olie, organisch stof- en lutumpercentage > AW : > Achtergrondwaarde, lager dan interventiewaarde > I : > Interventiewaarde Index : (GSSD - AW) / (I - AW) Tabel 5: Toetsingsresultaten grondwater (Wet bodembescherming) PEILBUIS FILTERDIEPTE (M -MV) ANALYSEPAKKET RESULTAAT (+INDEX) Stoffen > S Stoffen > I 01 2,50-3,50 Standaardpakket Barium (0,06) Xylenen (som) (-) Naftaleen (-) - − : Geen zintuiglijke waarnemingen / geen van de onderzochte parameters overschrijdt de betreffende toetsingswaarde NEN-gw : 9 metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink), vluchtige aromatische koolwaterstoffen, vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen en minerale olie; >S : > Streefwaarde, lager dan Interventiewaarde >I : > Interventiewaarde 4.2 INTERPRETATIE Grond Uit de analyseresultaten komt naar voren dat in het monster van de bovengrond (M 5) een matig verhoogd gehalte aan lood aangetroffen. De matige verhoging aan lood in de ondergrond is niet verklaarbaar op basis van visuele waarnemingen. Mengmonster M05 is nader onderzocht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/59bdc60c-604a-47a4-90f1-83e0a4814c8e?agendaItemId=2f951f3e-73b0-4f85-8a12-7ee41b2f5b45