Bijlage - verkennend bodemonderzoek De Pol 18b
Tekst van het document
fl Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 Bouw & Milieu (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)(geanonimiseerd)(geanonimiseerd) verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 De Pol 18b te De Pol UW & MIIeu onderwerp datum projectnummer in opdracht van uitgevoerd door verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 De Pol 18b te De Pol 04 november 2021 21-M10091 “W\I\emsonr (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) & Milieu (geanonimiseerd)(geanonimiseerd)(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) tel: (0591) 659128 fax:(0591) 659325 e s Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken (geanonimiseerd) e & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen” (geanonimiseerd) s Miieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018" (geanonimiseerd) (het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002) Niets uit deze uitgave mag
worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfim of anderszíns zonder voorafgaande, schrifelke toestemming van de opdrachtgever of NNN & ieu. (geanonimiseerd) november ‘21 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 De Pol 18b te De Pol m Inhoudsopgave 1 INLEIDING … 11 _ Algemeen. 12 Aanleiding van het bodemonderzoek … 1.3 Doel van het onderzoek… 14 Referentiekader van het onderzoek 15 _ Opbouw van het rapport… 2 VOORONDERZOEK.. 21 _ Hypothese en onderzoeksstrategie … 3 VELDONDERZOEK … 31 Uitvoering van het veldonderzoek . 32 Resultaten van het veldonderzoek 4 _ CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK … 41 Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek … 42 Toetsingscriteria . 43 Analyseresultaten en interpretatie . 431 Milieuhygiënische kwaliteit grond 43.2 Milieuhygiënische kwaliteit grondwater CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN … LITERTUURLIJST. COLOFON. Bijlagen 1.
Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht Onderzoekslocatie met boorplan (1:500) Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto's Analysecertificaten Onafhankelijkheidsverklaring nAON november ‘21 2 verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 De Pol 18b te De Pol 1 INLEIDING 11 _ Algemeen In opdracht van E N n B B s in oktober 2021 door N & Milieu een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd op een deel van de locatie gelegen aan De Pol nr. 18b te De Pol (gemeente Steenwijkerland). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2 (geanonimiseerd)(geanonimiseerd)(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015.
(geanonimiseerd) Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema's. De veldwerkzaamheden van B 2 Milieu zijn verricht onder het ìrocescerlmcaal BRL SIKB (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. e & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein. (geanonimiseerd) 1.2 Aanleiding van het bodemonderzoek Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de geplande nieuwbouw van een woning op de onderzoekslocatie.
1.3 Doel van het onderzoek Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwalliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt. november ‘21 3 verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 De Pol 18b te De Pol 1.4 Referentiekader van het onderzoek Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). 15 _ Opbouw van het rapport In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: e vooronderzoek, (hoofdstuk 2) e veldonderzoek, (hoofdstuk 3) « chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) e conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).
november ‘21 4 verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 De Pol 18b te De Pol 2 VOORONDERZOEK Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven n tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten iding tot vooronderzoek A clDl|ElFlG 1. Locatiegegevens Eigendomssituatie 0 Hoogteligging y 2 Bodemopbouw en geohydrologie _ | Bodemopbouw STT Antropogenelagenin | Y YL YYY Y de bodem Geohydrologie VLV 3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit Geval van ernstige v v v v v v bodemverontreiniging? Kwaïteitobv.Bgk | ZLO YIYIVIY]LV O.bw. uitgevoerde VIVIYIV Y y bodemonderzoeken 4.
Gebruik en beïnvloeding van de vIolviv]v / locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval Voormalig Huidig VIY SLL Toekomstig / IJ Asbestverdacht? SVIYLVIYIYLILV S. Terreinverkenning V Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort di in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel november ‘21 5 verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 De Pol 18b te De Pol aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van de geplande eigendomsoverdracht van en de geplande nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: « informatie verstrekt door de opdrachtgever en eigenaar; « informatie van de gemeenste Steenwijkerland (verkregen van Omgevingsdienst IJsselland (email d.d. 01-10-2021 en 04-11-2021); * informatie van de bodeminformatiekaart van de Provincie Overijssel; « Topotijdreis.nl; * Kadaster/BAG Viewer; « grondwaterkaart van Nederland; * AHN.nl; * Dinoloket.nl; * handelsbestand van de Kamer van N * terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden.
(geanonimiseerd) Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens n tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven. tabel 2: overzicht basisinformatie Adres De Pol nr. 185 Plaats De Pol Gemeente Steenwijkerland Topografisch overzicht Zie bijlage 1 Coördinaten X = 201,695 Y= 537,886 Kadastrale aanduiding Gemeente Steenwijkerwold, perceel sectie B nr. 1858 (ged.) [ Eigendomssituatie Niet nagegaan Oppervlakte onderzoekslocatie Ca. 1.065 m? (plangebied) Algemene omschrijving De onderzoekslocatie betreft een deel van de locatie gelegen aan De Pol nr 18b, perceel kadastrale perceel gemeente Steenwijkerwold sectie B nr. 1858 (ged.), te De Pol. Op de locatie aan De Pol 18b bevindt zich een bestaand pand met omliggende bestrating. Het onderhavige bodemonderzoek heeft betrekking op een deel van het terrein ten noordwesten van het bestaande pand. De onderzoekslocatie betreft een deel van een grasland behorende bij de ‘bebouwing op nr. 18b. Op een deel van het onderzoeksgebied staat een stacaravan. Het onderzoeksgebied is verder onbebouwd en onverhard.
De opdrachtgever i voornemens om op de locatie de nieuwbouw van een woning te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2 Bebouwing en bouwjaar Het bestaande pand (valt buiten de onderzoekslocatie) dateert van 2000 (Kadaster BAG) De onderzoekslocatie is behoudens de stacaravan onbebouwd. Terreinverharding De onderzoeksiocatie is onverhard ‘Ondergrondse infrastructuur ‘Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden. Archeologische waarden De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding "hoge trefkans"/ deels verstoord. Geplande herinrichting De nieuwbouw van een woning bijzonderheden: - november ‘21 6 verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 De Pol 18b te De Pol UW & MIIeu afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte deel van de locatie zoals weergegeven in bijlage 2. bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik 'Op basis van de topografische kaarten vanaf 1850 tot rond 1974 is op de locatie niet eerder bebouwing te herkennen.
Op kaarten vanaf 1975 is op de plaats van de huidige bebouwing een kleiner gebouw te herkennen. Op basis van topografische kaarten is voor zover te beoordelen binnen het onderzochte terreindeel niet eerder ‘bebouwing te herkennen. De onderzoekslocatie betreft een deel van de locatie gelegen aan De Pol nr. 18b, perceel kadastrale perceel gemeente Steenwijkerwold sectie B nr. 1858 (ged.), te De Pol. Op de locatie aan De Pol 18b bevindt zich een bestaand pand met omliggende bestrating. Het onderhavige bodemonderzoek heeft betrekking op een deel van het terrein ten noordwesten van het bestaande pand. De onderzoekslocatie betreft een deel van een grasland behorende bij de bebouwing op nr. 18b. Op een deel van het onderzoeksgebied staat een stacaravan. Het onderzoeksgebied is verder onbebouwd en onverhard. De opdrachtgever is voornemens om op de locatie de nieuwbouw van een woning te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2 Op topografische kaarten vanaf rond 1904 is in de omgeving hier en daar bebouwing te herkennen. De bebouwing is in de loop der jaren verder uitgebreid/ gewijzigd. In de dîrecte omgeving van de onderzoekslocatie bevinden | Hetis op voorhand zich woningen en agrarische percelen.
onbekend of activiteiten n Noordzijde: Generaal van de Boschweg (puinweg, valt de directe omgeving buiten dît onderzoek) negatieve invloed hebben Oost - en Westzijde: naastgelegen agrarische percelen. _ | (gehad) op de Zuidzijde: De Pol (weg) en aangrenzende agrarische bodemkwaliteit tp.v. de percelen. onderhavige onderzoekslocatie. november ‘21 7 verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 De Pol 18b te De Pol & Mieu bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten n tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calariteiten De onderzoekslocatie betreft een deel van de locatie gelegen aan De Pol nr. 18b, perceel kadastrale perceel gemeente Steenwijkerwold sectie B nr. 1858 (ged.), te De Pol. Op de locatie aan De Pol 18b bevindt zich een bestaand pand met omliggende bestrating. Het onderhavige bodemonderzoek heeft betrekking op een deel van het terrein ten noordwesten van het bestaande pand. De onderzoekslocatie betreft een deel van een grasland behorende bij de bebouwing op nr. 18b. Op een deel van het onderzoeksgebied staat een stacaravan. Het onderzoeksgebied is verder onbebouwd en onverhard.
De opdrachtgever is voornemens om op de locatie de nieuwbouw van een woning te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. De onderzoekslocatie (het te bebouwen deel) is, voor zover bekend, in gebruik geweest als tuin/grasland behorende bij de bebouwing aan De Pol nr. 18b. In het pand op nr. 18b was voorheen het clubhuis van een motorvereniging gevestigd. Daarnaast werden er 0.a. CUrsussen gegeven voor pottenbakken. Ter plaatse van de bestaande loods op nr. 18 b heeft in het verleden een loods gestaan voor opslag van agrarische producten. De genoemde loods, de vm. bebouwing en omiiggend terrein vallen buiten het onderhavige onderzoek. Er is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. Niet bekend. Niet bekend. De locatie (nr. 18b) wordt in het handelsregister van de Kamer van als volgt vermeld: + Stal De Pol africhting van paarden: paarden, paardenaccessoires en stallen (uitgeschreven); + B8B Technisch Klussenbedrif: algemene burgerlijke en utiliteitsbouw (uitgeschreven); # De Bikkel handelsonderneming: niet-gespecialiseerde groothandel in consumentenartikelen (uitgeschreven); # De Gelukkige Olifant: gespecialiseerde groothandel in consumentenartikelen (uitgeschreven).
Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse (geanonimiseerd) de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. november ‘21 8 verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 De Pol 18b te De Pol ‘Aanwezigheid asbest 'Op de asbestdakenkaart van de provincie Overijssel wordt binnen het onderzoeksgebied geen melding gemaakt van asbestverdachte daken hm “ 3 figuur : asbestdakenkaart provincie Overijssel De onderzoekslocatie is onbebouwd. Eris geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. de onderzoekslocatie. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. ‘Ophogingen/dempingen/stortingen Eris geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel, zie figuur 2) Op de locatie is volgens informatie van de eigenaar in 2021 grond opgebracht. Volgens informatie van de eigenaar is de opgebrachte rond afkomstig van een bouwproject aan de Schoolweg 19 te G 0 de locatie aan de NNN e Zuidveen is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (rapport d.d. 16-11-2016, ref. Grondslag, 26113.
Op basis van dit onderzoek is het volgende geconcludeerd ezintuiglijk zijn n de grond baksteendeeltjes en grind waargenomen, er is visueel geen asbestverdacht materiaalin of op de bodem aangetroffen. ede bovengrond bevat plaatselijk verhoogde gehalten PAK' en PCB's t.o.v. de achtergrondwaarde ede ondergrond bevat geen verhoogde gehalten =het grondwater bevat een matig verhoogd gehalte kobalt (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Er is geen andere informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Niet gesprongen explosieven ‘Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven {NGE) uit de Tweede Wereldooriog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente.
november ‘21 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 De Pol 18b te De Pol UW & MIIeu PFAS-verdachtheid 'Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de ‘bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem andelingskader PFAS in heel uus voorkomen van PFAS als jositie. van de onderzoekslocatie diffuus nverdacht is op GenX. d in de bodem in Nederland voorkomt, n boven de detectielimiet wordt et vooronderzoek geen informatie anwezigheid van PFAS en GenX op n bronlocaties bekend. t wordt geadviseerd alsnog onderzoek eren. informatie over evt. calamiteiten die bij de bodem verontreinigd kan zijn (geanonimiseerd) geraakt. Verdachte activiteiten < 25 m Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit .p.v. de onderhavige onderzoekslocatie voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken ‘Onderzoekslocatie D verkennend bodemonderzoek NVN-5740 d.d.
september 1995, Oranjewoud, ref. nr. 16546-65177 (De Pol 18b, zie figuur ). Dit onderzoek heeft plaatsgevonden op het terreindeel t.p.v. de bestaande bebouwing (buiten het onderhavige onderzoeksgebied). aanleiding: geplande nieuwbouwwerkzaamheden zintuiglijke waarnemingen: in de boringen zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. analyses: + bovengrond: PAK's (som 10) > Achtergrondwaarde; * ondergrond: geen verontreinigingen aangetroffen; + grondwater: niet onderzocht (de grondwaterstand was tijdens het onderzoek dieper dan 5,0 m-mv). opmerking: omdat het grondwater niet is onderzocht, is het mengmonster van de ondergrond tevens onderzocht op vluchtige componenten conclusie: Vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien zijn er geen belemmeringen voor bouwactiviteiten ter plaatse. november ‘21 10 verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 De Pol 18b te De Pol & Mieu figuur 2: onderzoeksgebied verkennend bodemonderzoek Oranjewoud » Niet bekend. » Niet bekend. » De locatie bevindt zich in de zone wonen/buitengebied. in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 8-9 m+NAP. In tabel 6 staat de geohydrologische opbouw weergegeven.
tabel 6: geohydrologische opbouw 02 ‘middelfijne zanden, zandige klei en grof zand en een spoor klei, | Boxtel ‘deklaag veen en grind 218 _ |zandige klei, middelfjn en grof zand, een spoor grind en kans _ | Drente Gieten op stenen, keien en blokken 18-20 Middelfijne zanden, kleiig zand en grof zand, een spoor kleien | Drachten - veen 20-532 | middelfjne en grove zanden, grind, sporen klei, zandige klei en | Urk eerste veen watervoerend pakket De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen. november ‘21 11 verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 B te De Po! (geanonimiseerd) financieel-) juridische situatie In tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. tabel 7: financieeljuridische aspecten kadastrale gegevens __ | Gemeente Steenwijkerwold, perceel B nr. 1858 (ged.} opdrachtgever/ Niet nagegaan belanghebbende rechtspersonen In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek.
21 _ Hypothese en onderzoeksstrategie Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht’ of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie (het te bebouwen deel), voor zover bekend, in het verleden lange tijd n gebruik is geweest als tuin/grasland behorende bij de bebouwing aan De Pol nr. 18b te De Pol. Ter plaatse van de bestaande loods op nr. 18b heeft in het verleden een loods gestaan voor opslag van agrarische producten. Ten behoeve van het bouwen van de huidige loods ter plaatse van de oude loods is destijds een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (verkennend bodemonderzoek d.d. september 1995, Oranjewoud, ref. nr. 16546-65177, zie tabel 5). De genoemde loods en omliggend terrein vallen buiten het onderhavige onderzoek. De opdrachtgever is voornemens om de nieuwbouw van een woning te realiseren. Het onderhavige bodemonderzoek heeft allen betrekking op het terreindeel t.p.v. de geplande nieuwbouw, zoals opgenomen in bijlage 2. Er is geen informatie omtrent evt.
(voormalige) (bedrijfs)matige activteiten op de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). Er is geen andere informatie over (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen), (voormalige) bodembedreigende activiteiten of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten t.p.v. de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht” aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de bijpehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.1, strategie voor onverdachte locaties (ONV-NL) (literatuur 1). november ‘21 12 verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 B e De Pol (geanonimiseerd) In tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie mogelijke verontreiniging grond grondwater onderzoeksstrategie (deel)locatie NEN-5740+A1 onderzoeksgebied (plangebied) - - ONV-NL (ca. 1.065 m2) Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is.
Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht. november ‘21 13 verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 B e De Pol (geanonimiseerd) 3 VELDONDERZOEK In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1 _ Uitvoering van het veldonderzoek Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. n tabel 9 zijn de uitvoeringaspecten opgenomen.
tabel 9: uitvoeringsaspecten onderdeel: uitgevoerd door: datum: bijzonderheden: uitvoeren van boringen, het D | 12-10-2021 ‘geen bijzonderheden t.a.v. plaatsen van de peilbuizen en het | (erkend en geregistreerd) de uitvoering nemen van grondmonsters (protocol 2001) (erkend en geregistreerd) nemen van grondwatermonsters | 20-10-2021 ‘geen bijzonderheden t.a.v. (protocol 2002) (erkend en geregistreerd) de uitvoering locatie-inspectie D | 12-10-2021 sop het maaiveld zijn puin- (erkend en geregistreerd) en grindresten waargenomen (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 10. tabel 10: veldwerkprogramma ‘Onderdeel TAantal [Diepte (m-mv) [Nummers Onderzoekslocatie (ca. 1.065 m?) 6 Ca.0.5 3tm8 Boringen 1 Ca.2.0 2 Peilbuis 1 Ca.4.0 1 De geplaatste peilbuis is opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind.
Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0.5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis zijn geplaatst conform de eisen uit het protoco! 2001. november ‘21 14 verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 B e De Pol (geanonimiseerd) monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, 0.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.0.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-8744 (literatuur 11).
Tijdens de monstername van het grondwater i in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2 _ Resultaten van het veldonderzoek bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 11 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 11: lokale bodemopbouw bodemlaag hoofdbestanddeel _ | toevoeging kleur m-mv 0.0-19 zand zwak siltig bruin’grijs 1.9:26 zand zwak siltig geel 26-40 leem zwak zandig bruingeel veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn weergegeven in tabel 12. tabel 12: veldwaamemingen grondwater Peilbuis |filtertraject |grondwaterstand | voorpompen |pH |EGV troebelheid memv m-mv liter geleidingsvermogen | (NTU) uSlem 1 3.0-40 1.98 5 57 |420 22 In het genomen grondwatermonster is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurijke troebelheid verwacht wordt (210 NTUJ. De pelbuis heeft voldoende rusttjd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis slechts gering is gedaald tijdens afpompen (< 50 cm).
Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of sílt n het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen november ‘21 15 verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 B e De Pol (geanonimiseerd) zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. De afwijkende waarnemingen staan in de onderstaande tabel 13 weergegeven. tabel 13: afwijkende waarnemingen boring/inspectiegat diepte m-mv. zintuiglijke waarnemingen 1+2 0.0-0.8 baksteensporen/-resten 3túm8 0.0-0.5 baksteensporen/-resten grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal.
In het opgeboorde monstermateriaal uit de bovengrond zijn plaatselijk baksteenresten/-sporen waargenomen. In bijlage A van de NEN-5725 wordt gesteld dat vooral bij ongedefinieerd gemengd bouw- en sloopafval de kans groot is dat dit asbestcementplaatmateriaal bevat (stukjes golfplaat, vlakke plaat, daklei en buis). Ook in betonpuin, vooral funderingspuin, komt incidenteel asbestcement voor in de vorm van asbestcementbuizen, verloren bekisting en stelplaatjes. In de overige soorten puin (puin van asfalt, asfalt, bakstenen, dakpannen, cement, klinkers en/of straatstenen, trottoirpanden en historisch puin) zit in de regel geen asbesthoudend materiaal ende aanwezigheid daarvan maakt een locatie niet verdacht. Indien het (puin)granulaat duidelijk visueel herkenbaar is als eenduidig materiaal en voldoende kan worden onderbouwd dat dit materiaal niet vermengd kan zijn met asbesthoudend materiaal, is de (deel)locatie niet verdacht. De waargenomen baksteenresten/-sporen zijn in dit geval visueel beoordeeld als eenduidig materiaal, nl. baksteenresten/-sporen. Op basis van het gestelde in bijlage A van de NEN-5725 kan gesteld worden dat de grond, vanwege de aard van het materiaal (baksteen) en de gradatie (baksteensporen) niet direct verdacht is voor de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal.
Op basis van de aard en gradatie van het materiaal wordt de kans op de aanwezigheid van een asbestverontreiniging zeer klein geacht. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (Lg.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal. Na overleg met de Omgevingsdienst IJsselland is besproken dat er, aangezien er visueel geen asbestverdacht materiaal is waargenomen, geen onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 hoeft uitgevoerd te worden. november ‘21 16 verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 B e De Pol (geanonimiseerd) Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden.
Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest n de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht. november ‘21 17 verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 B te De Po! (geanonimiseerd) 4 CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van Omegam. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Omegam is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W.
De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 41 _ Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. grondwater Uit de geplaatste peilbuis is een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 14 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 14: analyseschema Monstercode | boringnummer(s) diepte (m-mv) |zintuiglijke _ | analysepakket waarnemingen ‘grond MMT TUm8 0005 baksteenresten | NEN-grond(")+AS3000 MM2 142 1018 : NEN-grond(")+AS3000 ‘grondwater T(peilbuis) |7 30-40 : NEN-grondwater(”) verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:) * NEN-grond Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC's, droge stof, organische stof en lutum; “NEN-water = _ Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (inc!.
naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/ood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); Zware metalen Vluchtige aromaten PCB Polychloorbifenylen; PAK Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform Tribroommethaan november ‘21 18 verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 B te De Po! (geanonimiseerd) 42 Toetsingscriteria Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van ‘de Regeling Bodemkwaliteit” 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem, waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%).
Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek 'Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aanta! stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0,5: De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+)/2, hierna te noemen "wssenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is.
De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico's voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek. Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake Ís van een ernstig geval van bodemverontreiniging. Interventiewaarde: De interventiewaarde (!) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m grond of 100 m? grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier e plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico's). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM).
Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu. november ‘21 19 verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 B e De Pol (geanonimiseerd) 4.3 _ Analyseresultaten en interpretatie In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten van Omegam opgenomen. 431 M uhygiënische kwaliteit grond boven- en ondergrond (0.0-2.0 m-mv) In tabel 15 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 15: gemeten gehaltes (mg/kg d.S.
in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) [oeting T42-Beoordelng ii van grondvolgens Wsb [oereverse BoTova _ 3:3000 Toetsdstum: 25 oktober 2021 09:04 Fanmeer E T o e o EE SE [iox Boteminéex D [uax Goderinde o [oetsoorgeel Veldoerzan ehtergonda| oetsoordeel ToE anAchergende [alee e JT T ( Safen TOordeei Gindex | SaRez TOordeel _Bindex eatunpaamas oganschestor sm ds) a 10 B 7 n ° tm Klafmes) 5 z ° 1 2 ° oroogrest arogester x s om e ° 3 3 e ° \wetlen eP aa ezrure(@2} menge |oo sss oo | 120 e B z s e ° zamiem c mngas |os B 3 o2 022 H leoz 024 B eebat o} mangds |s 105 10 |a «64 H |s <74 H kogerteu) msnges |eo us 190 |t x B es 2 B eepgietwuenil m |oas 805 36 oo 008 ° leoos _ <005 ° oo e mangds |so 0 530 |z 39 B e n B [moldeen tol mshgds |s a 10 |s 0 D s 10 D e 00 mangds |s ss w |s 1 ° e < H enk e D r 1 H e a B [unerseoie ninersteoleforsteeanngiges |oo sss o |s ° s a B |oleischetoolwatestfen staleer maheds koos _ <oms ° eoos _ <ooas ° Verareen mghgds loosr 007 B leoos _ cooas B ontraceen mehads koos _ <oms ° eoos _ <ooas D \uoranteen mehgds o 038 ° koos <ooss H eenzofsnaceen mglgds loos 00 H leoos _ <ooas D eryseen meheds a 044 ° leoos _ <0oas D oenzslgtuorsnteen m koos _ <oms B leoos _ cooas B enzotpyreen mehgds oosr 007 H leoos _ <ooas B eenzolipenteen _ mggds oo 006 ° kcoos <ooss H nenof,27cpyeen mgfges oo o B leoos
cooas B ommates om PAK 30} manges |s 075 40 z om ° sss Ö otestorsgenten pes2e mahgés oom _ <oos B oo <ooors B a-s2 mghgds oo _ <o0oas B leooer <oooas B a-201 meheds koon: _ <o003 ° oo _ <o003s D ea-11e mehgds oom _ <o00s B lcooor <oooas H ea-238 mehgds oo _ 000 H oo _ <o0o3s D 153 maheds koon: _ 0003 ° oo _ <o0035 D ea-2a0 mahgds oo oo H [eooor <ooors B sommates ompens7) m |oo om 1 looos oo B Jooos _ <ooz o9 aa |e Geentoetsoordesl mogeljk | e Achtergondwaarde s __ Devermelde tussenwaard s doorMinLaberekend n e aflomstig t asTeYa november ‘21 20 verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 B te De Po! (geanonimiseerd) interpretatie onderzoeksresultaten grond In tabel 16 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van de onderzochte mengmonsters. tabel 16: samenvatting toetsresultaten per mengmonster Indicatieve toetsing Mengmonster | Boringen Diepte |Zintuiglijk |>AW |>T |>L |Bbk MMT 11m8 0.0-0.5 |baksteen- |- - - Achtergrondwaarde” resten MM2 12 1019 |- - - - Achtergrondwaarde” Legenda overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex =<0,5) overschrijding tussenwaarde (Crteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5) overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1) Bok besluit bodemkwaliteit *- beoordeling is exol.
onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf & juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.0.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. ondergrond (1.0-1.9 m-mv) Ondergrondmengmonster MM2 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.0.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter vanuit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000). Op basis van de circulaire bodemsanering 2009 zijn de toetsingswaarden voor barium (2ware metalen) tjdeijk ingetrokken. Indien er op een locatie sprake is van een antropogene bron kan het gemeten gehalte barium indicatief worden getoetst aan de voormalige interventiewaarde november ‘21 21 verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 B te De Po! cm (geanonimiseerd) 4.3.2 Milieuhygiënische kwaliteit grondwater In tabel 17 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde.
tabel 17: gemeten gehaltes (ug/|) n grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming [metaten 1eP-Ms (opgelost] barium (83) 170 345 0,209 eadmium (cd) 13 335 0,161 kobatt (co) 37 195 0213 koper (Cu) s‚s - o° Kwik(Hg)(nietviuehtig) _ ue/l <o.0s - o oo (P} wB 15 45 75 2 - o° \molybdeen (Mo) wel s 152,5 300 e2 - o° ikkel (Ni) we 15 45 75 2a 165 045 |zink (2} wel ss 432,5 00 170 265 0143 \minerateotie minerale olie (Norisil clean ug/l Iso 325 600 eso - o° Vluchtige aromaten benzeen weft o2 154 30 <0.2 - o° ethylbenzeen wel |a 77 150 <0.2 - o° naftaleen wel 001 35,005 _70 <0.02 - o° loxyleen wel <01 o° styreen we s 153 300 <0.2 - o° totueen we 7 503,5 1000 <0.2 - o° xvieen (som mp} welt <0.2 o° |Sommaties oromaten som xylenen weh o2 354 70 o2 - o° vluchtige chlooratifaten 1,1,1trichloorethaan _ ugfl 001 150,005 _ 300 <o1 - o° 1,1,2trichloorethaan ugfl 001 65008 _ 130 <o.1 - o |1,1-dichtoorethaan weh 7 453,5 900 <02 - o° |1,1-dichtooretheen we 001 5,005 10 <o.1 B 0,006 1,1dichtoorpropaan _ 4g <0.2 o° |1,2-dichtoorethaan we 7 203,5 400 <0.2 - o° 1,2-dichtoorpropaan _ u <0.2 o° 1,3-dichtoorpropaan _ ugfl <0.2 o° eis-1,2-dichtooretheen _ ugfl <o1 o° tichtoormethaan wel 001 500,005 _ 1000 <0.2 - o° monochiooretheen (vnyiet ug/l 001 2,505 s <0.2 B 0,026 retrachtooretheen weh 001 20,005 _40 <o1 - 0,002 tetrachloormethaan _ ugfl 001 5,005 10 <o.1 B 0,006 erans-1,2-dichtooretheen
ug/l <o1 o° richtooretheen we 24 262 500 <0.2 - o richtoormethaan weh s 203 400 <02 - o° |sommaties som C+T dichtooretheen _ ug/l 001 10,005 _20 01 - 0,007 somdichtoorpropanen _ ug/l 03 104 80 o - 0 Vluchtige gehalogeneerde allfaten -divers ribroommethaan (bromoft november ‘21 22 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 B te De Po! (geanonimiseerd) interpretatie resultaten grondwater In tabe! 18 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van de onderzochte grondwatermonsters. tabel 18: samenvatting toetsresultaten per grondwatermonster ‘Grondwatermonster | Diepte filter | Zintuiglijk |> >T S} 7 (peilbuis) 30-40 Legenda overschrijding streefwaarde (bodemindex <=0,5) overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex 0,5) overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1) peilbuis 1 (3.0-4.0 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium, cadmium, kobalt, nikkel en zink (zware metalen) t.0.v. de streefwaarde. Ten aanzien van het voorkomen van verhoogde gehaltes zware metalen n het freatisch grondwater kan worden opgemerkt dat dergelijke verhoogde gehaltes op tal van onverdachte locaties in Nederland regelmatig voorkomen. De gehaltes worden vaak in verhoogde mate aangetoond zonder dat daarbij sprake is van een verontreinigingsbron.
De verhoogde gehaltes zware metalen kunnen 0.a. worden veroorzaakt door wisselende milieuomstandigheden in de bodem alsmede door diverse bodemprocessen. Zo kan het onvoldoende herstelde evenwicht tussen grond en grondwater ten tijde van de bemonstering een mogelijke oorzaak zijn van het verhoogd voorkomen van zware metalen. Deels kunnen zware metalen van nature, door uitloging uit sedimenten, afhankelijk van het redoxpotentiaal, in verhoogde mate n het grondwater voorkomen, het betreft in deze gevallen natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden. Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter van uit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000), e.e.a. geldt voor de gecorrigeerde som 1,2- dichlooretheen, gecorrigeerde som dichloorpropaan en som xyienen november ‘21 23 verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 B te De Po! (geanonimiseerd) 5 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan.
jke waarnemingen Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn n het opgeboorde bodemmateriaal geen bodemvreemde afwijkingen of asbestverdacht materiaal waargenomen (indicatieve waarneming). Een samenvatting van de toetsingsresultaten staat weergegeven in tabel 19 tabel 19: samenvatting toetsingsresultaten Meng- Indicatieve toetsing monster _ | Boringen Diepte |Zintuiglijk |>AWof>S >T >l | Bbkt ‘grond MMT 1Um8 0005 [baksteen- |- - - T Achtergrondwaarde” resten MMZ 12 1048 |- - - - Achtergrondwaarde® ‘grondwater PbT 1 3040 |- - - - [nwt Legenda overschrijding achtergrondwaarde of streefwaarde (bodemindex =<0,5) overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5) overschrijding interventiewaarde (bodemindex >t) Bbk besluit bodemkwaliteit - beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond grond bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. ondergrond (1.0-1.9 m-mv) Ondergrondmengmonster MM2 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.0.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. grondwater peilbuis 1 (3.0-4.0 m-mv) Het grondwater t.p.v.
peilbuis 1 bevat verhoogde gehalten barium, cadmium, kobalt, nikkel en zink (zware metalen) t.0.v. de streefwaarde. De licht verhoogd gemeten gehalten barium, cadmium, kobalt, nikkel en zink (zware metalen) overschrijden de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) niet zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. november ‘21 24 verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 B te De Po! (geanonimiseerd) toetsing hypothese Op basis van de vooraf gestelde hypothese is de onderzoekslocatie in eerste aanleg als milieuhygiënisch onverdacht aangemerkt. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet geheel vrijis van bodemverontreiniging. Het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie bevat enkele stoffen verhoogd t.0.v. de streefwaarde. Deze licht verhoogd gemeten gehalten overschrijden de tussenwaarde/bodemindex-waarde (>0.5) niet en geven daardoor geen directe aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. De onderzoeksresultaten stemmen niet geheel overeen met de gestelde hypothese, de vooraf gestelde hypothese “onverdacht” dient formeel verworpen te worden. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat er beïnvloeding van de bodemkwaliteit heeft plaatsgevonden.
Opgemerkt wordt dat de conclusies betrekking hebben op de chemische gesteldheid van de bodem (excl. asbest). Een asbestonderzoek in grond of puin conform de NEN 5707+C2 resp. NEN 5897+C2 maakt geen onderdeel uit van de scope van onderhavig onderzoek. Op basis van dit onderzoek dat volgens NEN-5740-A1 is uitgevoerd kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in de bodem of puin. Indien een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2. november ‘21 25 verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 B te De Po! (geanonimiseerd) Aanbevelingen Indien de grond ontgraven gaat worden, bijvoorbeeld ten behoeve van bouwwerkzaamheden, is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Middels het Besluit is het mogelijk om door het lokaal bevoegd gezag lokale maximale bodemgebruikswaarden vast te stellen, of om deze bodemgebruikswaarden te conformeren aan de maximale waarden uit het (landelijke) generieke model. Indien grond van het eigen terrein moet worden afgevoerd zal deze verwerkt dienen te worden conform de eisen van het Besluit Bodemkwaliteit. De mogelijkheden hiertoe kunnen worden vastgesteld na overleg met de betrokken overheidsinstanties.
Volledige duidelijkheid omtrent de bodemkwaiteitsklasse van vrijkomende grond wordt pas verkregen op basis van een partijkeuring conform het Besluit Bodemkwaliteit. Opgemerkt dient te worden dat de vertaalslag van verkennend bodemonderzoek naar hergebruik van grond volgens het Besluit Bodemkwaliteit, veelal, niet mogelij i. In de meeste gevallen zijn aanvullende gegevens noodzakelijk, het bevoegd gezag (de gemeente waarin de grond wordt toegepast) kan hier uitsluitsel over geven. Op 8 juli 2019 heeft het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een tijdelijk nandelingskader vastgesteld voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Vanaf 8 juli 2019 is het verplicht om onderzoek naar de stofgroep PFAS uit te voeren bij 0.a. partijkeuringen in het kader van afvoer van grond. In dit verkennend bodemonderzoek is geen onderzoek uitgevoerd naar PFAS stoffen in de bodem. De in dit onderzoek opgenomen indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit is excl. onderzoek naar PFAS-stoffen, onderzoek naar deze verbindingen is bij definitieve beoordeling van evt. hergebruiksmogelijkheden van evt. af te voeren grond alsnog nodig. Indien het noodzakelijk is dat er grond afgevoerd moet worden van de locatie zal er een melding grondverzet gedaan moeten worden via het landelijk meldpunt: www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. Opgemerkt wordt dat evt.
afvoer van grond met de bodemkwaliteitsklasse ‘wonen”, ‘industrie” en ‘niet toepasbare grond’ meer kosten met zich meebrengt dan de afvoer van schone grond “achtergrondwaarde”. Wanneer grond binnen het plangebied wordt ontgraven dient voorkomen te worden dat grond met een verschillende/afwijkende milieuhygiënische kwaliteit met elkaar wordt vermengd. Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v. bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwaterkwaliteit de lozingsnormen overschrijdt. november ‘21 26 verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 B te De Po! (geanonimiseerd) Algemeen/opmerkingen/betrouwbaarheid/uitsluitingen Het onderhavige onderzoek heeft betrekking gehad op een deel van de locatie aan het NNN te De Pol (zie bijlage 2). Op basis van het onderhavige onderzoek kan alleen een uitspraak worden gedaan omtrent de bodemkwaliteit van het onderzochte terreindeel, zie bijlage 2. Op basis van het onderhavige onderzoek kan geen uitspraak worden gedaan: omtrent de bodemkwaliteit van niet onderzochte terreindelen, de milieuhygiënische bodemkwaliteit van niet bekende verdachte terreindelen, de bodemkwaliteit onder gebouwen ervof gesloten verharding, de milieuhygiënische bodemkwaliteit van niet verkende bodemlagen, de milieuhygiënische kwaliteit van het diepere grondwater etc.
(geanonimiseerd) Daarnaast kan op basis van dit onderzoek geen uitspraak worden gedaan omtrent de eventuele aanwezigheid van asbest in de bodem/puin. Indien echter een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2. Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN- 5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest n de bodem resp. puin. In algemene zin wordt opgemerkt dat bij analyse van mengmonsters de gehalten in de individuele deelmonsters van een mengmonster zowel hoger als lager kunnen zijn dan de aangetoonde gehalten in het betreffende mengmonster. Er kan in gevallen waarbij sprake is van ruime overschrijdingen van de achtergrondwaarde, gemeten in een mengmonster, niet worden uitgesloten dat individuele deelmonsters gehalten boven de tussen- of interventiewaarde bevatten. T.a.v. historische (bodem) informatie van de locatie wordt opgemerkt dat de geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is —& Milieu afhankelijk van deze bronnen, waardoor I & Vilieu niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Het kan voorkomen dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken.
Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving en methoden. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het, conform de geldende richtlijnen, steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem d.m.v. een representatief geacht aantal monsters, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is om garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Een verkennend bodemonderzoek geeft nooit volledige zekerheid omtrent de toestand van de bodem ter plaatse van een [ocatie. Het onderzoek dient geïnterpreteerd worden als een inschatting van de verontreinigingssituatie op een bepaald moment. Het is echter op basis van dît onderzoek nooit uit te sluiten dat er lokaal afwijkingen in de bodem voorkomen. Het kan op basis van dit onderzoek niet uitgesloten worden dat zich op de locatie verontreiniging bevindt welke in dit onderzoek niet is aangetroffer/ontdekt. Het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is dan ook indicatief en een momentopname. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Eventuele toekomstige activiteiten, calamiteiten, sloopwerkzaamheden, bouwrijp maken en/of aanvoer van grond van elders, kunnen de bodemkwaiteit (sterk) beïnvloeden.
Tijdens werkzaamheden in de men alert te blijven op waarneembare bijzonderheden, die kunnen duiden op eventuele ngen Het onderzoek is gebaseerd op informatie van derden en het verrichten van een beperkt aantal boringen en analyses, conform de geldende richtlijnen. Hierdoor is het mogelijk dat niet alle informatie is verkregen, dan wel dat niet alle afwijkingen in de bodem zijn geconstateerd. ü& Milieu aanvaardt derhalve op generlei wijze aansprakelijkheid voor de gevolgen/schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade welke voortvloeien uit beslissingen welke worden genomen op basis van de onderzoeksresultaten van het onderhavige onderzoek als in de praktik blijkt dat de verontreinigingssituatie anders is dan in dit onderzoek vermeld. (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) november ‘21 27 verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 B e De Pol (geanonimiseerd) 6 LITERTUURLIJST 1. 2. 3. 10. 11. 12. Bodemonderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek volgens de Nederlandse norm, NEN 5740+A1 (NNI, april 2016). Boringen zijn geplaatst volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie). Grondmonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie), grondwatermonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2002 (vigerende versie).