CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage I Delegatiebesluit Omgevingswet .pdf

Politieke Markt 16 mei 2023, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Delegatie onderdelen van het omgevingsplan1.498 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Delegatiebesluit Omgevingswet De gemeenteraad van de gemeente Steenwijkerland; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van …., nummer ….; gelet op het bepaalde in artikel 156 van de Gemeentewet; gelet op het bepaalde in artikel 2.8 Omgevingswet; gelet op afdeling 10.1.2 Algemene wet bestuursrecht; overwegende dat, voor zover de gemeenteraad bevoegd is een omgevingsplan vast te stellen dan wel te wijzigen, de gemeenteraad aan het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid om voor bepaalde specifiek aangewezen onderdelen, de bevoegdheid tot vaststellen van het omgevingsplan kan delegeren; besluit: De te delegeren bevoegdheden voor specifiek benoemde onderdelen van het omgevingsplan, zoals voorgesteld in het Delegatiebesluit Omgevingswet , vast te stellen. Artikel 1. Gevallen waarop het delegatiebesluit van toepassing is De gemeenteraad delegeert de bevoegdheid tot vaststelling dan wel wijziging van het omgevingsplan in de volgende gevallen: a. het verwerken van omgevingsvergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten in het omgevingsplan, als bedoeld in artikel 4.17 van de Omgevingswet, nadat deze onherroepelijk zijn; b.

de onderdelen van het omgevingsplan die betrekking hebben op de delen van bestemmingsplannen en beheersverordeningen die een wijzigings- en/of uitwerkingbevoegdheid (artikel 3.6 Wet ruimtelijke ordening) bevatten, met inachtneming van de hieraan gestelde voorwaarden; c. het toevoegen van de onderdelen uit de gemeentelijke verordeningen over de fysieke leefomgeving die beleidsneutraal overgeheveld gaan worden naar het omgevingspla n; d. het wijzigen van het omgevingsplan naar aanleiding van gewijzigde wet- en regelgeving van het Rijk en/of provincie, voor zover hier geen beleidsvrijheid is toegekend; e. het corrigeren van verschrijvingen, verkeerde verwijzingen, schrijffouten en herstel van technische (teken)fouten in het omgevingsplan; f. het toevoegen en/of wijzigen van begripsbepalingen, voor zover deze geen inhoudelijke beleidswijziging vereisen; g. het aanwijzen, wijzigen en schrappen van gemeentelijke monumenten; h. het nemen van een voorbereidingsbesluit met het oog op de voorbereiding van in het omgevingsplan te stellen regels. Het college informeert de raad bij het gebruik van deze bevoegdheid zo spoedig mogelijk over het genomen voorbereidingsbesluit. Artikel 2 Evaluatie Jaarlijks verstrekt het college aan de raad een overzicht van besluiten die op basis van dit delegatiebesluit zijn genomen.

Het delegatiebesluit zal een jaar na inwerkingtreding worden geëvalueerd en de evaluatie zal met de raad worden gedeeld. Artikel 3 Kennisgeving Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Gemeenteblad en op overheid.nl. Artikel 4 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2024. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad d.d. .. .. 2023. De raad voornoemd, de griffier, A. ten Hoff de voorzitter, J.H. Bats Toelichting Delegatiebesluit Omgevingswet a. Het verwerken van omgevingsvergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten in het omgevingsplan, als bedoeld in artikel 4.17 van de Omgevingswet, nadat deze onherroepelijk zijn. De Omgevingswet schrijft voor dat een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit binnen 5 jaar verwerkt moet worden in het omgevingsplan. Met het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan afgeweken worden van de regels van het omgevingsplan. Het college is bevoegd gezag voor het verlenen van omgevingsvergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Als na besluitvorming over de omgevingsvergunning nogmaals een besluit genomen moet worden over wijziging van het omgevingsplan, is sprake van dubbele besluitvorming over hetzelfde onderwerp. Dit past niet bij de kaderstellende en op hoofdlijnen sturende rol van de raad.

Bovendien is een wijziging van het omgevingsplan als gevolg van een onherroepelijke omgevingsvergunning een administratieve handeling. b. Wijziging van het omgevingsplan voor zover het gaat om onderdelen van het omgevingsplan die betrekking hebben op de delen van bestemmingsplannen en beheersverordeningen die een wijzigings- en/of uitwerkingbevoegdheid (artikel 3.6 Wet ruimtelijke ordening) bevatten, met inachtneming van de hieraan gestelde voorwaarden. In verschillende bestemmingsplannen die nu gelden zijn zogenoemde wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten opgenomen. Met het opnemen van een wijzigingsbevoegdheid geeft de raad het college de bevoegdheid om een bestemmingsplan te wijzigen, indien wordt voldaan aan de voorwaarden die aan de wijzigingsbevoegdheid zijn verbonden. Bestemmingsplannen kunnen ook uitwerkingsplichten bevatten. In dergelijke gevallen geeft de raad het college de opdracht om bepaalde onderdelen nader uit te werken. Bij bestemmingsplannen die wijzigingsbevoegdheden of uitwerkingsplichten bevatten, heeft de raad de bovengenoemde bevoegdheid reeds gedelegeerd aan het college. Het ligt voor de hand om deze bevoegdheidsverdeling te continueren en het college de bevoegdheid te geven om het omgevingsplan te wijzigen, voor zover het gaat om onderdelen die vastgelegd zijn in de wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten in de huidige bestemmingsplannen.

De inhoudelijke afweging heeft immers reeds plaatsgevonden ten tijde van de besluitvorm ing van de raad omtrent de betreffende bestemmingsplannen met de daarbij behorende wijzigingsbevoegdheden- en uitwerkingsplichten. c. Het toevoegen van de onderdelen uit de gemeentelijke verordeningen over de fysieke leefomgeving die beleidsneutraal overgeheveld gaan worden naar het omgevingsplan. Alle gemeentelijke verordeningen en delen van verordeningen die over de fysieke leefomgeving gaan moeten uiteindelijk in het omgevingsplan worden verwerkt. Met deze bepaling delegeert de raad de bevoegdheid aan het college om verordeningen die regels bevatten over de fysieke leefomgeving geheel dan wel gedeeltelijk over te nemen in het omgevingsplan, voor zover geen sprake is van inhoudelijke beleidswijziging en. Deze overzetting vergt immers geen politiek inhoudelijke keuze, aangezien sprake is een beleidsneutrale overheveling. d. Het wijzigen van het omgevingsplan naar aanleiding van gewijzigde wet- en regelgeving van het Rijk en/of provincie voor zover hier geen beleidsvrijheid is toegekend. In het omgevingsplan staan regels die gebaseerd zijn op wet- en regelgeving van het Rijk en de provincie. Wijzigingen van deze wet- en regelgeving kunnen ertoe leiden dat normen, meetmethoden en verwijzingen (naar wetgeving) die in het omgevingsplan zijn opgenomen aangepast moet worden.

Het betreft gewijzigde wet- en regelgeving van hogerhand, waar de gemeente geen zeggenschap over heeft en waar geen beleidsvrijheid is toegekend. Om de procedure voor het aanpassen van het omgevingsplan in deze situaties sneller te laten verlopen ligt het delegeren van deze bevoegdheid aan het college voor de hand. e. Het wijzigen van het omgevingsplan naar aanleiding van verschrijvingen, verkeerde verwijzingen, schrijffouten en herstel van technische (teken)fouten . Het kan voorkomen dat na vaststelling van het omgevingsplan verschrijvingen, verkeerde verwijzingen, technische (teken)fouten etc. worden geconstateerd. Om dit te herstellen moet het omgevingsplan gewijzigd worden. Het gaat hier om redactionele dan wel technische aanpassingen waarbij inhoudelijke besluitvorming niet aan de orde is. Delegatie van dit onderdeel aan het college ligt hiermee voor de hand. f. Het toevoegen en/of wijzigen van begripsbepalingen, voor zover deze geen inhoudelijke beleidswijziging vereisen. Zowel het gemeentelijk omgevingsplan, de provinciale omgevingsverordening als de waterschapsverordening worden via het DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet) voor iedereen digitaal raadpleegbaar. In al deze plannen en verordeningen worden begripsbepalingen opgenomen. Hierbij dient een uniform begrippenapparaat gewaarborgd te worden.

Dit kan ertoe leiden dat een begripsbepaling aangepast of toegevoegd wordt aan het omgevingsplan. Om een uniform begrippenapparaat te waarborgen is voor landelijk gebruik tevens een Stelselcatalogus opgesteld. Indien hierin begripsbepalingen zijn opgenomen die de harmonisatie ten goede komen, kunnen deze ook overgenomen worden in het omgevingsplan. Daarnaast is het mogelijk dat er begripsbepalingen in het omgevingsplan worden toegevoegd of aangepast om de leesbaarheid te verbeteren. In voornoemde gevallen gaat het niet om het aanpassen of toevoegen van begripsbepalingen, waardoor sprake is van inhoudelijke beleidswijzigingen. g. Het aanwijzen, wijzigen en schrappen van gemeentelijke monumenten. Gemeentelijke monumenten moeten volgens de Omgevingswet in het omgevingsplan worden opgenomen. Het toedelen van de functie monument aan een locatie (voorheen: het aanwijzen van een gemeentelijk monument) is volgens de Erfgoedverordening gemeente Steenwijkerland een collegebevoegdheid. In het kader van de Omgevingswet dienen verordeningen in het omgevingsplan opgenomen te worden. Tot het moment dat het tijdelijk omgevingsplan wordt omgezet in een omgevingsplan (uiterlijk 2029) en alle gemeentelijke verordeningen hierin opgenomen zijn, kunnen nieuwe gemeentelijke monumenten nog worden aangewezen op grond van de gemeentelijke erfgoedverordening.

Na de overgangsperiode zal het aanwijzen van gemeentelijke monumenten geregeld worden door deze op te nemen in het omgevingsplan. Aangezien het aanwijzen van gemeentelijke monumenten al een collegebevoegdheid is, ligt het voor de hand om het college verantwoordelijk te maken voor het wijzigen van het omgevingsplan door het opnemen van een aangewezen monument in het omgevingsplan. h. Het nemen van een voorbereidingsbesluit met het oog op de voorbereiding van in het omgevingsplan te stellen regels. Een voorbereidingsbesluit is een verklaring dat een wijziging van het omgevingsplan wordt voorbereid, waarmee een aanhoudingsplicht geldt voor bouw- en aanlegactiviteiten. Hierdoor wordt voor het gebied waarvoor het besluit wordt genomen de bestaande situatie tijdelijk bevroren totdat het omgevingsplan is gewijzigd. Met het nemen van een voorbereidingsbesluit wordt voorkomen dat een initiatiefnemer kort voor aanpassing van het omgevingsplan bewust een vergunningaanvraag indient die in strijd is met de voorgenomen aanpassing. De noodzaak tot het nemen van een voorbereidingsbesluit komt nauwelijks voor, maar wanneer dit nodig is, is het belangrijk dat er snel gehandeld kan worden. Gelet op de vergaderfrequentie van het college, kan het college hierin sneller acteren.

In de Omgevingswet is een delegatiemogelijkheid opgenomen voor de bevoegdheid tot het nemen van een voorbereidingsbesluit (artikel 4.14 Ow). De achterliggende gedachte van de wetgever is hierbij geweest dat het college een omgevingsplan voorbereidt en daarmee dan ook goed in staat is om op een effectieve wijze een voorbereidingsbesluit te nemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/51ce95b2-927e-4962-a9b4-06a6dc5f3cf0?agendaItemId=9433dffa-886f-4a9e-86ed-409ef7a33ee3