Bijlage ecologische quickscan.pdf
Tekst van het document
Ecologische Quickscan Monnikenweg 52 Sint Jansklooster 1 Ecologische Quickscan Monnikenweg 52 Sint Jansklooster
Ecologische Quickscan Monnikenweg 52 Sint Jansklooster 2 Alcedo Natuurprojecten heeft dit rapport opgesteld in opdracht van Team 2 Studio voor de Bouwkunst. Daarmee is dit rapport eigendom van bovengenoemde opdrachtgever. Niets uit deze rapportage mag worden vermenigvuldig en/of openbaar gemaakt door middel van druk, microfilm, fotokopie, of welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Alcedo Natuurprojecten. Het is ook niet toegestaan dit rapport zonder toestemming te gebruiken voor enig ander werk dan waarvoor dit product is ontwikkeld. Alcedo Natuurprojecten is niet aansprakelijk voor gevolgschade of schade welke voortvloeit uit toepassingen van resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Alcedo Natuurprojecten; opdrachtgever vrijwaart Alcedo Natuurprojecten van aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Ecologische Quickscan Monnikenweg 52 8326 BZ Sint Jansklooster E.J. Ruiter
Ecologische Quickscan Monnikenweg 52 Sint Jansklooster 3 Colofon Ecologische Quickscan Monnikenweg 52 8326 BZ Sint Jansklooster Auteur: Evert Ruiter Opdrachtgever: Team 2 studio voor de bouwkunst B.V. De Kampen 22 8325 DE Vollenhove Contactpersoon: Jaap Heetebrij, Jaap Heetebrij, jaap@om-team2.nl Opdrachtnemer: Alcedo Natuurprojecten Cornelis Houtmanstraat 10 8023 EA Zwolle Contactpersoon: Evert Ruiter, info@alcedo-natuurprojecten.nl Uitvoer onderzoek: Evert Ruiter Projectcode: 2020 - 030 Rapportcode: 2020 - 026 Datum: 14 mei 2020 Status: Concept 1 Te citeren als: Ruiter E.J. 2020. Ecologische Quickscan Monnikenweg 52, Sint Jansklooster. Alcedo Natuurprojecten rapport 2020 - 026. In opdracht van: Team 2 Studio voor de Bouwkunst Ecologische Quickscan Monnikenweg 52 Sint Jansklooster 4 Inhoud 1. Inleiding 5 1.1. Aanleiding 5 1.2. Doel 6 1.3. Leeswijzer 6 2. Onderzoeksmethode 7 2.1. Algemene opzet en werkwijze 7 2.2. Bronnenonderzoek 7 2.3. Oriënterend terreinbezoek 7 2.4. Volledigheid van het onderzoek 8 2.5. Verantwoording 8 3. Wettelijk kader 9 3.1. Algemeen 9 3.2. Doelstelling van de Wnb 9 3.3. Welke soorten worden beschermd 9 3.4. Zorgplicht 9 3.5. De verbodsbepalingen 9 3.6. Beschermingsregimes ` 10 3.7. Natuur Netwerk Nederland 11 3.8. Natura 2000 13 4. Beschrijving locatie en ingreep 15 4.1. Beschrijving locatie 15 4.2. Beschrijving ingreep 16 5. Resultaten 17 5.1.
Veldbezoek 17 5.2. Flora 17 5.3. Grondgebonden zoogdieren 17 5.4. Vleermuizen 17 5.5. Vogels 18 5.6. Amfibieën, reptielen en vissen 18 5.7. Dagvlinders, libellen en overige ongewervelden 18 6. Toetsing aan de Wnb 20 7. Conclusies en aanbevelingen 21 8. Bronvermeldingen 22 Fotobijlage 23 Ecologische Quickscan Monnikenweg 52 Sint Jansklooster 5 1. Inleiding 1.1. Aanleiding en vraag Initiatiefnemer is van plan om aan de Monnikenweg 52 te Sint Jansklooster een woning en bijgebouwen te slopen om ter plaatse ruimte te maken voor nieuwbouw. Bij deze ingreep zullen ook bomen en struiken worden gerooid. Deze ingreep, het slopen van de gebouwen en het verwijderen van groen, kan betekenen dat er middels de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde diersoorten in het gedrang komen. Daarbij valt onder meer te denken aan gebouw- bewonende vleermuizen en huismussen. Een onderzoek zal moeten uitwijzen of dit ook daadwerkelijk het geval is. Daartoe is in eerste instantie het uitvoeren van een ecologische quickscan binnen de kaders van de Wnb noodzakelijk. De resultaten van de quickscan zijn bepalend voor eventueel vervolgonderzoek. Op verzoek van Jaap Heetebrij van Team 2 Studio voor de Bouwkunst uit Vollenhove is daarom een ecologische quickscan uitgevoerd. Deze ecologische quickscan is uitgevoerd door Alcedo Natuurprojecten uit Zwolle.
De resultaten daarvan worden gepresenteerd in deze rapportage en zijn bepalend voor eventueel vervolgonderzoek op basis van het vleermuisprotocol 2017 en/of kennisdocumenten. De ecologische quickscan is uitgevoerd op basis van de vraag: wat is het effect van de voorgenomen ingreep op de aanwezig flora en fauna? 1.2. Doel Het doel van het onderzoek, de ecologische quickscan, is het controleren en onderzoeken van de locatie op de aanwezigheid van middels de Wnb beschermde diersoorten en het uitbrengen van advies ten aanzien van eventuele vervolgstappen. Het uitgevoerde onderzoek is samen te vatten in zes vragen: 1. Welke beschermde soorten, zoals genoemd in de Wnb zijn op de locatie aanwezig? 2. Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze beschermde soorten? 3. Worden bij uitvoer van de voorgenomen plannen verbodsbepalingen van de Wnb overtreden? 4. Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? 5. Is vervolgonderzoek noodzakelijk? 6. Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een ontheffing van de Wnb aan te vragen bij de provinciale overheid. Ecologische Quickscan Monnikenweg 52 Sint Jansklooster 6 1.3.
Leeswijzer In dit hoofdstuk is beschreven hoe dit onderzoek, het uitvoeren van ecologisch onderzoek in het kader van soort- en gebiedsbescherming, tot stand is gekomen en werd de doelstelling vertaald naar onderzoeksvragen. In hoofdstuk 2 wordt de onderzoeksmethodiek besproken. In hoofdstuk 3 wordt het wettelijk kader uiteengezet. In hoofdstuk 4 volgt een algemene beschrijving van de onderzochte locatie en de voorgenomen ingrepen. In hoofdstuk 5 volgt de synthese van de resultaten en wordt een effectentoetsing uitgevoerd op beschermde soorten in het kader van de WNB. In hoofdstuk 6 volgt een effectentoetsing op de gebiedsbescherming Wnb. In hoofdstuk 7 volgen de conclusies en aanbevelingen met eventuele mitigerende maatregelen en wordt de eventuele noodzaak aangegeven tot vervolgonderzoek. Hierna volgen de geraadpleegde bronnen en bijlagen met een foto impressie van de onderzochte locatie. Ecologische Quickscan Monnikenweg 52 Sint Jansklooster 7 2. Onderzoeksmethodiek 2.1. Algemene opzet en werkwijze Dit onderzoek betreft een quickscan. Op basis van een grondig onderzoek op locatie is een inschatting is gemaakt van de (potentiële) aanwezigheid van en mogelijke nadelige effecten op beschermde diersoorten. Deze inschatting is gemaakt op basis van parate kennis van soorten en expert judgement.
Vervolgens is een inschatting gemaakt van te verwachten negatieve effecten op de (potentieel) aanwezige beschermde soorten. De mogelijk negatieve effecten zijn getoetst aan de Wnb. 2.2. Bronnenonderzoek Het bronnenonderzoek gaat uit van bestaande en beschikbare gegevens. Voor een actueel overzicht van beschermde soorten die in de regio voorkomen zijn verspreidingsgegevens van internetmedia en diverse verspreidingsatlassen van relevante soortgroepen en (jaar)verslagen van Particuliere Gegevensbeherende Organisaties (PGO’s) geraadpleegd (zie geraadpleegde bronnen). 2.3. Oriënterend terreinbezoek De locatie is op 16 april 2020 bezocht. Het bezoek vond overdag plaats onder goede weercondities. Tijdens dit bezoek is op basis van de opdrachtgever aangeleverde gegevens zoveel mogelijk concrete informatie te verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde soorten, o.a. via zicht- en gehoorwaarnemingen, sporenonderzoek, nesten, holen, uitwerpselen, enzovoorts. Ook is de wijde omgeving van het plangebied bekeken en een inschatting gemaakt van hoe dieren de locatie en het omliggende terrein kunnen gebruiken als plaats om te foerageren, er langs te trekken, er te rusten of het anderszins te benutten. 2.4.
Volledigheid van het onderzoek Gedurende het veldonderzoek wordt een inschatting van een gebied gemaakt, maar met een dergelijk veldonderzoek is het nooit zeker dat alle aanwezige soorten ook daadwerkelijk waargenomen (kunnen) worden. Een ervaren veldbioloog kan wel een goede inschatting maken van de kans dat beschermde soorten een plangebied benutten. Dit gebeurt aan de hand van parate kennis van beschermde soorten, hun habitatvoorkeur, ecologie en op basis van vooronderzoek m.b.t. de te onderzoeken locatie. Op basis van het veldbezoek, bronnenonderzoek en eventueel overleg met de eigenaar wordt er een goede inschatting is gemaakt van het voorkomen van beschermde soorten. Ecologische Quickscan Monnikenweg 52 Sint Jansklooster 8 2.5. Verantwoording Het veldwerk is uitgevoerd en de rapportage geschreven door Evert Ruiter, werkzaam vanuit Alcedo Natuurprojecten uit Zwolle. Tijdens het bezoek was de eigenaar van de woning ter plaatse. Alle in het rapport gebruikte foto’s zijn gemaakt door Evert Ruiter, tenzij anders vermeld. Ecologische Quickscan Monnikenweg 52 Sint Jansklooster 9 3. Wettelijk kader 3.1. Algemeen De bescherming van planten- en diersoorten is in Nederland geregeld in de Wet natuurbescherming (verder te noemen Wnb). Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden en beschermt ruim 900 soorten in Nederland in het wild voorkomende planten- en diersoorten.
Deze wet vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet en de Boswet. 3.2. Doelstelling van de Wnb • het beschermen en ontwikkelen van de natuur; • het behouden en herstellen van biologische diversiteit; • het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur en het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen. De Wet natuurbescherming benoemt niet welke concrete activiteiten wel of niet zijn toegestaan. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten. Dit betekent in de praktijk dat het gaat om het effect van uw activiteiten op beschermde soorten. Heel vaak gaan activiteiten en werkzaamheden en de bescherming van soorten prima samen. Als u uw werk zo kunt inrichten dat u geen schade toebrengt aan beschermde soorten, dan hoeft u vooraf niets te regelen. Soms is het echter onvermijdelijk dat schade ontstaat aan beschermde dieren of planten. In die situaties is het nodig dat u vooraf bekijkt of hiervoor een vrijstelling geldt, of dat een ontheffing moet worden aangevraagd (‘nee-tenzij’-beginsel). 3.3.
Welke soorten worden beschermd? De Wnb kent drie categorieën van beschermde soorten: • Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn; • Soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn; • Andere soorten waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven. Ecologische Quickscan Monnikenweg 52 Sint Jansklooster 10 3.4. Zorgplicht In de Wnb is ook een zorgplicht vastgelegd. Deze plicht geldt te allen tijde en houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Deze plicht geldt voor iedereen en voor alle planten en dieren, beschermd of niet. De Memorie van Toelichting zegt het zo: “De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. Ecologische Quickscan Monnikenweg 52 Sint Jansklooster 11 3.5. De verbodsbepalingen Beschermingsregimes Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb Andere soorten § 3.3 Wnb Artikel 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Artikel 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Artikel 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen. Artikel 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Artikel 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen. Artikel 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Artikel 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben. Artikel 3.5 lid 3 Het is verboden om eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Niet van toepassing Artikel 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te verstoren, tenzij de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Artikel 3.5 lid 2 Het is verboden om dieren opzettelijk te verstoren. Niet van toepassing Niet van toepassing Artikel 3.5 lid 5 Het is verboden planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Artikel 3.10 lid 1c Het is verboden planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Tabel 1. Overzicht verbodsbepalingen Ecologische Quickscan Monnikenweg 52 Sint Jansklooster 12 3.6. Beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn en een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels, in totaal ruim 700 soorten, zijn (beschermd). Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten (flora, fauna en avifauna) beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: • Er mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. • Er moet tegenover een afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid.
• De ingreep mag geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. 3.7. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland, oftewel NNN (voorheen Ecologische Hoofdstructuur, EHS), is een netwerk van natuurgebieden waarin de natuur (planten en dieren) voorrang heeft en derhalve wordt beschermd. Daarmee wordt voorkomen dat natuurgebieden geïsoleerd komen te liggen en dieren en planten uitsterven en dat de natuurgebieden zo hun waarde verliezen. De NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur en het is derhalve van belang dit netwerk te bespreken in het kader van natuurbescherming. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen. Sinds 1990 zijn de provincies en het Rijk druk doende met de aanleg van verbindingszones tussen verschillende natuurgebieden om zo een duurzaam, samenhangend netwerk van gebieden te creëren. De NNN heeft als doel van bestaande en nieuwe natuur een goed werkend netwerk te maken. Het behoud, herstel en de ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN is hierbij het uitgangspunt.
Net als bij de Wnb geldt hier het ‘nee-tenzij’-beginsel. Dit is 1 oktober 2012 vastgelegd in het Besluit Algemene Regelingen Ruimtelijke Ordening (BARRO). Dit betekent dat er geen activiteiten plaats mogen vinden waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN in het geding komen, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang, tenzij er geen reële alternatieven zijn of tenzij negatieve effecten zo veel mogelijk beperkt worden en de overblijvende effecten worden gecompenseerd. Ecologische Quickscan Monnikenweg 52 Sint Jansklooster 13 Rijk en provincies hebben in 2011 met elkaar afgesproken dat natuurbeheer meer een regionale verantwoordelijkheid wordt. Dat is vastgelegd in het Natuurakkoord. Als gebiedsregisseurs van het landelijke gebied zetten de provincies zich in voor een versterking van de natuur. Zij dienen de begrenzing van het NNN vast te leggen in een provinciale verordening, waar ook de regels omtrent de inhoud van en de toelichting bij bestemmingsplannen in het belang van de realisatie, bescherming, instandhouding en verdere ontwikkeling van de beoogde natuurkwaliteit van het NNN worden beschreven. De provincies dienen hierbij ook de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN vast te leggen. Dit zijn de huidige en potentiële waarden, gebaseerd op de natuur- doelen van het desbetreffende gebied.
Per perceel worden deze doelen vaak in natuurdoeltypen en/of beheertypen vastgelegd. Bij een aanvraag voor een ecologische quickscan en/of flora- en fauna-onderzoek gaat Alcedo Natuurprojecten dus ook altijd na of het plangebied binnen de begrenzingen van het NNN ligt en wat de effecten van de voorgenomen ingreep/activiteit zullen zijn. De onderzochte locatie ligt op minder dan 3 kilometer afstand van de dichtstbijzijnde grens van het Natuurnetwerk Overijssel. Zie figuur 1. Figuur 1: Ligging van de locatie (in rode cirkel) ten opzichte van het NNN (groen gebied). Bron: www.overijssel.nl
Ecologische Quickscan Monnikenweg 52 Sint Jansklooster 14 3.8. Natura 2000 Bij een aanvraag voor een ecologische quickscan en/of flora- en fauna-onderzoek wordt ook onderzocht of het plangebied binnen de begrenzingen of directe invloedsfeer (minder dan 3 kilometer) van een N2000 gebied ligt en wat de effecten van de voorgenomen ingreep/activiteit op dat gebied zullen zijn. De onderzochte locatie ligt op minder dan 3 kilometer afstand van de grens van het dichtstbijzijnde N2000 gebied (Weerribben-Wieden). Zie figuur 2. Figuur 2: Ligging van de onderzochte locatie ten opzichte van N2000. (Bron: ArcGis)
Ecologische Quickscan Monnikenweg 52 Sint Jansklooster 15 Figuur 3. Stroomdiagram Wnb. Bron: Ecologica.
Ecologische Quickscan Monnikenweg 52 Sint Jansklooster 16 4. Beschrijving locatie en ingrepen 4.1. Beschrijving locatie De onderzochte locatie bevindt zich aan de Monnikenweg 52, 8326 BZ te Sint Janslooster (Gemeente Zwartewaterland). Zie figuur 4. Het gaat om een woonhuis c.q. bungalow met bijgebouwen. Het woonhuis heeft één verdieping. Dit woonhuis is voorzien van spouwmuren en een vrij vlak dak met zwarte dakpannen. De bijgebouwen bestaan uit een schuur en een garage. Rondom het woonhuis is een weelderige tuin met veel struiken en enkele bomen. Op een schoorsteen van het huis bevindt zich een ooievaarsstoel. Deze is niet bewoond. Het geheel is gelegen aan de rand van het dorp Sint Jansklooster. Voor een impressie van de onderzochte locatie: Zie fotobijlage. Figuur 4: Ligging van de onderzochte locatie. (bron: Google Maps)
Ecologische Quickscan Monnikenweg 52 Sint Jansklooster 17 4.2. Beschrijving ingreep Het voornemen is om op deze kavel alle bestaande bebouwing te slopen en ter plaatse een aantal nieuwbouwwoningen te realiseren. Zie figuur 5 en 6. Bij deze ingreep zullen ook alle bomen en struiken worden verwijderd. Figuur 5: Overzicht van onderzochte locatie. Geel omlijnd: wordt gesloopt. (Bron: Google Maps). Figuur 6: Overzicht van gewenste inrichting. Bron: Team 2 Studio voor de Bouwkunst. Ecologische Quickscan Monnikenweg 52 Sint Jansklooster 18 5. Resultaten In dit hoofdstuk zijn de (potentiële) aan- of afwezigheid van de onderzochte plant- en diersoorten in het onderzoeksgebied onderbouwd. De relevante soorten zijn nader toegelicht. 5.1. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek is voor zover mogelijk een inventarisatie uitgevoerd van de beschermde soorten binnen de Wnb met de nadruk op de niet vrijgestelde beschermde soorten. In onderstaande tabel zijn het tijdstip en de waarnemings-condities van het uitgevoerde veldbezoek weergegeven. Waarnemingscondities veldbezoek Datum Begintijd Eindtijd Weersomstandigheden 16.04.2020 15.00 uur 16.00 uur Wind: 2 bft, bewolking 10%, circa 18 ̊C., geen regen Tabel 2. Waarnemingscondities veldbezoek 5.2.
Flora Op de onderzochte locatie is geen sprake van het voorkomen van beschermde wilde plantensoorten omdat er sprake is van een siertuin met uitsluitend uitheemse plantensoorten. Effectenbeoordeling: Door de voorgenomen plannen zullen geen beschermde plantensoorten in het geding komen. 5.3. Grondgebonden zoogdieren Er werden geen sporen aangetroffen van steenmarter. De tuin is geschikt als leefgebied voor de egel, maar ook van deze soort werden geen sporen aangetroffen. Overige beschermde grondgebonden zoogdiersoorten kunnen worden uitgesloten omdat er geen geschikt leefgebied aanwezig is. Er werden geen vaste rustplaatsen van beschermde grondgebonden zoogdiersoorten aangetroffen. Effectenbeoordeling: Door de voorgenomen plannen zullen geen beschermde grondgebonden zoogdieren in het geding komen. 5.4. Vleermuizen Vaste verblijfplaatsen: Op basis van deze quickscan kan worden bepaald dat de te slopen bebouwing ongeschikt is voor vleermuizen. Er is weliswaar sprake van spouwmuren, maar er zijn open stootvoegen aanwezig waardoor vleermuizen naar binnen kunnen komen. Het is wel mogelijk dat vleermuizen tijdelijke verblijfplaatsen kunnen vinden in kieren en spleten van betimmering of onder nokpannen. Foerageermogelijkheden en vliegroutes: De omgeving van het huis met groene en weelderige tuin met een aantal bomen is geschikt als foerageerplaats voor vleermuizen.
Het Ecologische Quickscan Monnikenweg 52 Sint Jansklooster 19 is mogelijk dat de onderzochte locatie ook deel uitmaakt van een vliegroute vanuit het centrum van het dorp naar het buitengebied. In de directe omgeving is echter voldoende geschikt foerageergebied voor vleermuizen voorhanden De verwachting is dat de voorgenomen plannen niet of nauwelijks van invloed zullen zijn op het bestaande foerageerbied en zeker niet op het doorsnijden van belangrijke vliegroutes. Effectenbeoordeling: Door de voorgenomen plannen zullen geen vaste verblijfplaatsen, foerageermogelijkheden en vliegroutes van vleermuizen in het geding komen. 5.5. Vogels Tijdens deze scan werden er rond de bebouwing huismussen aangetroffen. Deze zaten in de beschutting van struiken. De huismussen broeden in nestkasten die ter plaatse zijn opgehangen. Rondom de bebouwing en in de tuin waren meerdere vogelsoorten aanwezig zoals merel, heggemus en Turkse tortel. Er werden geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen in de te slopen bebouwing. Effectenbeoordeling: Door de voorgenomen plannen zullen mogelijk nesten van huismussen in nestkasten verloren gaan. Door het verplaatsen van deze kasten en ze ergens in de directe omgeving op te hangen kunnen deze nestplaatsen worden gemitigeerd. Zie aanbevelingen in hoofdstuk 7. 5.6.
Amfibieën, reptielen en vissen Er is geen gericht onderzoek naar het voorkomen van deze soortgroepen verricht. De reden hiervoor is dat op basis van een visuele inspectie kon worden volstaan met de constatering dat er vanwege de voorgenomen plannen geen belangrijk (land)biotoop voor deze soortgroepen zal worden aangetast. Effectenbeoordeling: Door de voorgenomen plannen zullen geen beschermde amfibieën-, reptielen- of vissensoorten in het geding komen. 5.7. Dagvlinders, libellen en overige ongewervelden Er is geen gericht onderzoek naar het voorkomen van deze soortgroepen verricht. De reden hiervoor is dat de tijd van het jaar daarvoor niet geschikt was en op basis van een visuele inspectie kon worden volstaan met de constatering dat er vanwege de voorgenomen plannen geen belangrijk biotoop voor deze soortgroepen zal worden aangetast. Effectenbeoordeling: Door de voorgenomen plannen zullen geen beschermde dagvlinder- en libellensoorten of overige ongewervelden in het geding komen. Ecologische Quickscan Monnikenweg 52 Sint Jansklooster 20 6. Toetsing aan de Wnb Welke verbodsbepalingen kunnen worden overtreden? Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Artikel 3.1.
lid 2 ‘het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eigen van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen’ en lid 4 en 5 ‘het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort’ ➢ Dit is van toepassing omdat er in de slopen bebouwingen geen nesten van beschermde vogelsoorten werden aangetroffen. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Tijdens dit onderzoek zijn geen habitatrichtlijnsoorten aangetroffen en de kans dat ter plaatse vaste rustplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn wordt uitgesloten. Er gaan door de voorgenomen plannen geen vaste rustplaatsen en foerageerbiotoop van vleermuizen verloren en er worden geen vliegroutes verstoord. Beschermingsregie andere soorten § 3.3 Artikel 3.10 lid 1b ‘het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen’ ➢ Dit is niet van toepassing omdat er ter plaatse geen vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen zijn aangetroffen. NB: In de Wet natuurbescherming is bij meer verbodsbepalingen dan onder de Flora- en faunawet het opzetvereiste toegevoegd, in lijn met de artikelen van de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn. In de Flora- en faunawet was alleen sprake van het opzetvereiste bij verontrusting (art 10).
Hierdoor was de Flora- en faunawet strenger dan de verbodsbepalingen van de Habitatrichtlijn. Niet opzettelijke handelingen waarbij de verbodsbepalingen overtreden worden, zijn nu niet langer verboden. Daarbij is van belang dat het Europees Hof van Justitie in zijn jurisprudentie heeft bepaald dat onder opzet ook voorwaardelijke opzet moet worden begrepen: “Daarvan is sprake als iemand een handeling verricht en daarbij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat zijn gedragingen schadelijke gevolgen hebben voor een dier of plant. Natuur Netwerk Nederland (NNN) en Natura 2000 (N2000) De onderzochte locatie ligt op minder dan 3 kilometer afstand van Natuurnetwerk Drenthe en op minder dan 3 kilometer afstand van N2000-gebied (Drentsche Aa). Vanwege de voorgenomen plannen zullen de kernwaarden van het NNN niet worden aangetast. Voor de uitvoer van de sloopplannen is een Aerius calculatie noodzakelijk. Ecologische Quickscan Monnikenweg 52 Sint Jansklooster 21 7.
Conclusies en aanbevelingen Op basis van deze quickscan wordt het volgende geconcludeerd: • Er zijn geen jaarrond beschermde nesten van vogels aangetroffen; • Het niet noodzakelijk vervolgonderzoek uit te voeren volgens kennisdocument huismus of kerkuil; • Het wordt niet noodzakelijk geacht vervolgonderzoek uit te laten voeren volgens het vleermuisprotocol 2017, omdat kan worden uitgesloten dat er ter plaatse vaste verblijfplaatsen aanwezig zijn en omdat er geen foerageergebied van vleermuizen verloren zal gaan en geen vliegroutes worden doorsneden; • Het is niet noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een ontheffing in het kader van de Wnb aan te vragen bij de Provincie Drenthe; • Het is noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een Aerius calculatie uit te laten voeren. Op basis van deze quickscan wordt het volgende geadviseerd: • Voer de sloopwerkzaamheden bij voorkeur uit buiten het broedseizoen (datumgrenzen broedseizoen: 15 maart – 15 juli); • Omdat tijdens deze scan gebleken is dat de omgeving van de onderzochte locatie niet rijk is aan soorten als huismus, boerenzwaluw en huiszwaluw, verdient het aanbeveling voor deze soorten voorzieningen aan te brengen in de nieuwbouw. Bij voorkeur door het plaatsen van nestkasten of het aanbieden van kunstnesten op geschikte nestlocaties. Zodoende kan de biodiversiteit ter plaatse verder worden vergroot.
• Ook het plaatsen van enkele vleermuiskasten wordt aanbevolen; • Voor meer informatie hierover, zie www.vivaropro.nl Ecologische Quickscan Monnikenweg 52 Sint Jansklooster 22 8. Bronvermeldingen Literatuur: • Lange, R., P. Twisk , A. van Winden & A. van Diepenbeek, 2003. Zoogdieren van West- Europa. Stichting Uitgeverij van de KNNV en VZZ i.s.m. Vereniging Natuurmonumenten. • Limpens, H., K. Mostert & W. Bongers (red.), 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen, Stichting Uitgeverij van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, Utrecht. • Ministerie van LNV, 2004. Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit TRCJZ/2004/5727, houdende vaststelling van rode lijsten flora en fauna. • SOVON, 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels. Nederlands Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij en EIS-Nederland, Leiden. • Twisk, P. et al, 2010. Veldgids Europese Zoogdieren. KNNV Uitgeverij en Zoogdiervereniging. Websites: • www.ravon.nl • www.sovon.nl • www.synbiosis.alterra.nl • www.waarneming.nl • www.zoogdiervereniging.nl • www.arcgis.nl • www.ecologica.eu/uploads/files Ecologische Quickscan Monnikenweg 52 Sint Jansklooster 23 Foto-overzicht
Ecologische Quickscan Monnikenweg 52 Sint Jansklooster 24
Ecologische Quickscan Monnikenweg 52 Sint Jansklooster 25