Bijlage 8 Verkennend bodemonderzoek.pdf
Tekst van het document
RAPPORT VERKENNEND BODEMONDERZOEK conform NEN 5740 en NEN 5707 Muggenbeet t.o. nr. 3 - Blokzijl Opdrachtgever: Eelerwoude Locatie: Muggenbeet t.o. nr. 3 8356 VK Blokzijl Januari 2013
Kruse Milieu BV Project: 12042316 Rapport Verkennend Bodemonderzoek conform NEN 5740 en NEN 5707 Muggenbeet t.o. nr. 3 - Blokzijl Opdrachtgever: Eelerwoude De heer G. Brouwer Postbus 53 7470 AB Goor Locatie: Muggenbeet t.o. nr. 3 8356 VK Blokzijl Projectcode: 12042316 Januari 2013 Auteur: Ing. M.J.F. Platenkamp - van der Palen Kruse Milieu BV Bezoekadres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren Postadres: Postbus 51 7650 AB Tubbergen Tel: 0546 - 63 96 33 Fax: 0546 - 63 96 32 Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl Bankgegevens: Rabobank: 1157.35.534 KvK: 06068751 BTW-nr: NL 8019.25.125.B01
Kruse Milieu BV Project: 12042316 INHOUD Pagina 1 Inleiding 1 2 Locatiegegevens 2 2.1 Beschrijving huidige situatie 2 2.2 Historische gegevens 2 2.3 Bodemsamenstelling en geohydrologie 3 3 Uitvoering bodemonderzoek 4 3.1 Onderzoeksstrategie 4 3.2 Veldwerkzaamheden 4 3.3 Chemische analyses 5 4 Resultaten 7 4.1 Algemeen 7 4.2 Veldwerkzaamheden 7 4.3 Resultaten van de chemische analyses 9 4.4 Bespreking resultaten chemische analyses 9 5 Samenvatting, conclusies en aanbevelingen 10 6 Literatuur 12 Bijlagen I Regionale ligging locatie Situatieschets Kruse Milieu BV met boorlocaties II Boorstaten III Resultaten chemische analyses IV Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen Kruse Milieu BV Project: 12042316 Pagina 1 van 12 1 Inleiding Dit rapport beschrijft het verkennend bodemonderzoek, dat in opdracht van Eelerwoude op een deel van het terrein ten noorden van Muggenbeet 3 te Blokzijl door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is de bestemmingsplanwijziging en de geplande nieuwbouw van een gastenverblijf. In het kader van de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van de omgevingsvergunning dient onderzoek te worden uitgevoerd naar de bodemkwaliteit. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een standaard vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN 5725.
Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de onderzoekslocatie als onverdacht kan worden beschouwd. De onderzoeksopzet gaat uit van NEN 5740, "Bodem. Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek", NEN 5707, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond” en NEN 5897, “Monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat”. De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater. Het veldwerk is uitgevoerd in december 2012 en januari 2013 conform BRL SIKB 2000 en VKB-protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de (gecorrigeerde) achtergrondwaarden (AW 2000) of de geldende achtergrondwaarden (indien deze door de betreffende gemeente zijn vastgesteld) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden.
Tevens worden de resultaten vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I & M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. Kruse Milieu BV Project: 12042316 Pagina 2 van 12 2 Locatiegegevens 2.1 Beschrijving huidige situatie Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan de Muggenbeet, ten noorden van nummer 3, op circa 2 kilometer ten noordoosten van de bebouwde kom van Blokzijl. Het terrein heeft de coördinaten x = 195.91 en y = 528.44 en het perceel is kadastraal bekend als: gemeente Giethoorn, sectie G, nummer 2258. Bebouwing en verharding De onderzoekslocatie betreft een parkeerterrein behorende bij hotel-restaurant-café Geertien. Op het parkeerterrein wordt een gastenverblijf gerealiseerd. Het parkeerterrein is momenteel onbebouwd en volledig verhard met grind (toplaag). Onderzoekslocatie Er zijn plannen om op het huidige parkeerterrein een gastenverblijf te realiseren. In het kader van de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van de omgevingsvergunning dient onderzoek te worden uitgevoerd naar de bodemkwaliteit op het terreindeel. De onderzoekslocatie is onbebouwd en volledig verhard met grind. De onderzoekslocatie omvat circa 570 m².
In bijlage I is de regionale ligging van de locatie weergegeven en is de situatieschets opgenomen waarop de boorlocaties staan weergegeven. 2.2 Historische gegevens Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aan- wezig geweest kunnen zijn. Er is navraag gedaan bij de opdrachtgever (Eelerwoude) en bij de heer H. Huiskamp van de gemeente Steenwijkerland. De volgende informatie is verzameld: - - De onderzoekslocatie heeft al jaren de huidige bestemming. Op de locatie is een verhardingslaag aanwezig, bestaande uit grind, gebroken puin, puingranulaat en asfaltgranulaat. De afkomst hiervan is onbekend. - Voor zover bekend is er op het te bebouwen terreindeel nooit sprake geweest van opslag in tanks van chemicaliën of brandstoffen, zoals huisbrandolie of diesel. - Het te onderzoeken deel van het terrein is voor zover bekend nooit gebruikt voor werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn. - Voor zover bekend is het te onderzoeken terreindeel in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden. - Voor zover bekend is het te onderzoeken terreindeel niet eerder bebouwd geweest. - Voor zover bekend bevindt zich geen asbest op of in de bodem/verhardingslaag op de onderzoekslocatie. - Er is nog niet eerder een bodemonderzoek uitgevoerd op het terrein.
Wel heeft volgens de heer Huiskamp van de gemeente Steenwijkerland eerder een bodemonderzoek plaatsgevonden ten zuiden van de onderzoekslocatie aan de Muggenbeet 4. Op de locatie is in 1999 ten behoeve van de bouw van een logiesgebouw een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Hierbij zijn in de bovengrond licht verhoogde gehalten PAK en zware metalen koper, kwik, lood en zink aangetoond. In de boven- en ondergrond is een licht verhoogd gehalte EOX aangetoond. In het grondwater zijn geen verhoogde waarden aangetoond. Kruse Milieu BV Project: 12042316 Pagina 3 van 12 2.3 Bodemsamenstelling en geohydrologie Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - Het maaiveld bevindt zich circa 0.5 meter beneden NAP. - De bovengrond (0-1.2 m-mv) ter plaatse van de locatie behoort tot de kalkhoudende vlakvaaggronden en bestaat voornamelijk uit uiterst fijn zand. Plaatselijk zijn zavel- of kleilagen aanwezig van ca. 15 à 40 cm dikte. De GHG is < 40 cm-mv en de GLG is > 120 cm-mv. De deklaag tot ca. 5 m-mv bestaat uit slecht doorlatende klei/leem. Hieronder tot ca. 15 m- mv bevindt zich een slechtdoorlatende scheidende laag van klei/leem. - De regionale grondwaterstroming is westelijk gericht naar de Noordoostpolder. Evenwel kan dit beeld lokaal verstoord worden door drainerende werking van open water(gangen).
Hierbij wordt gedacht aan het oostelijk gelegen De Riete en de zuidelijk gelegen Muggenbeet. Kruse Milieu BV Project: 12042316 Pagina 4 van 12 3 Uitvoering bodemonderzoek 3.1 Onderzoeksstrategie Op basis van de beschikbare informatie omtrent het historisch en huidig gebruik van de locatie, kunnen geen specifieke verdachte deellocaties worden aangewezen. Op de onderzoekslocatie is een verhardingslaag aanwezig waarbij de herkomst onbekend is. Ter meerdere zekerheid wordt deze laag tevens visueel onderzocht op de aanwezigheid van asbest. De hypothese "onverdachte locatie" uit NEN 5740 en NEN 5707 / NEN 5897 zal daarom in dit onderzoek worden gehanteerd. Deze hypothese gaat er vanuit dat op een locatie geen of slechts licht verhoogde gehalten worden gemeten. In de normen NEN 5740 en NEN 5707 / NEN 5897 zijn voor onverdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en de uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van een omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen.
Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40). Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden - in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan. Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden. 3.2 Veldwerkzaamheden Het onderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie voor onverdachte locaties uit NEN 5740, NEN 5707 en NEN 5897.
Deze onderzoeksstrategieën worden met elkaar gecombineerd. Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPR-voorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en VKB-protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Op een terreindeel van circa 570 m² worden in totaal 6 boringen verricht, waarvan 4 tot 0.50 meter en 2 tot 2.0 meter diepte of tot de grondwaterspiegel. Ten behoeve van het asbestonderzoek worden alle ondiepe boringen vervangen door gaten met een lengte, breedte en diepte van 0.3x0.3x0.5 meter (er wordt doorgeboord tot op de ondergrond (ongeroerde bodem) met een maximum diepte van 2.0 meter minus maaiveld). Het opgegraven materiaal wordt uitgezeefd over 16 mm en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. Kruse Milieu BV Project: 12042316 Pagina 5 van 12 Voor het meten van het grondwaterpeil en het nemen van grondwatermonsters wordt één diepe boring overeenkomstig NEN 5766 afgewerkt tot peilbuis. De peilbuis wordt zoveel mogelijk stroomafwaarts, binnen de projectie van de nieuwbouw, op de onderzoekslocatie geplaatst. Wanneer binnen 5.0 meter onder het maaiveld geen grondwaterhoudende bodemlaag wordt aangetroffen, blijft het plaatsen van een peilbuis achterwege. Van elke boring wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN 5104.
Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur. 3.3 Chemische analyses De chemische analyses worden uitgevoerd door ACMAA BV te Hengelo, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. Eventuele asbestmonsters worden onderzocht door ACMAA Asbest BV, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. Voor het uitvoeren van deze analyses worden in een verkennend onderzoek van deze omvang twee (meng)monsters samengesteld en er wordt één grondwatermonster genomen. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 3. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN 5740 onderzocht. In de onderstaande tabel is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd. Asbestanalyses vinden alleen dan plaats, indien zintuiglijk asbest wordt waargenomen. Tabel 1: Chemisch analysepakket per monster.
Monster Chemisch analysepakket Bovengrond Ondergrond Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organische stof, lutum en droge stof Grondwater Zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC), troebelheid (NTU), zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket) Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting (NTU), van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats. Indien zintuiglijk asbestverdachte materialen worden waargenomen, wordt per gat een materiaal(verzamel)monster samengesteld. De eventuele monsters worden onderzocht door ACMAA Almelo BV, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium. De resultaten van deze chemische analyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I & M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.
Kruse Milieu BV Project: 12042316 Pagina 6 van 12 De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.
Kruse Milieu BV Project: 12042316 Pagina 7 van 12 4 Resultaten 4.1 Algemeen De resultaten van het onderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering 2009 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van VROM. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als in een (meng)monster een component aanwezig is met een concentratie hoger dan de (gecorrigeerde) achtergrondwaarde (AW 2000) of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde. De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. 4.2 Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn in december 2012 en januari 2013 uitgevoerd door de heer J. Hartman. De veldwerker is conform SIKB BRL 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/03). Er zijn op 21 december 2012 zes gaten gegraven, waarbij boring 1 is doorgezet in de ondergrond ten behoeve van het plaatsen van de peilbuis. De diepe boringen zijn verricht met behulp van een Edelmanboor. De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I.
Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie is globaal als volgt: onder de verhardingslaag wordt plaatselijk tot 0.5 meter minus maaiveld (m-mv) matig fijn ophoogzand opgeboord (dit is ter plaatse van boring 5 tot 1.0 m-mv). Hieronder wordt leem danwel veen opgeboord tot een diepte van circa 2.7 m-mv. Van 2.7 m-mv tot einde boordiepte wordt matig fijn zand opgeboord. In de ondergrond zijn roest- en/of oerhoudende lagen aangetroffen. Behoudens de verhardingslagen bestaande uit grind, gebroken puin, puingranulaat en asfaltgranulaat (weergegven in tabel 2) zijn er verder geen bodemvreemde materialen waargenomen in de bodem. Door de veldwerker zijn zintuiglijk geen asbestverdachte materialen waargenomen. Er zijn derhalve geen asbestmonsters genomen. Tabel 2: Weergave bodemvreemde materialen.
Boring Diepte (m-mv) Waarneming 1 0.05 - 0.12 0.12 - 0.30 0.30 - 0.45 Volledig baksteenpuin Uiterst puinhoudend, puingranulaat Uiterst asfalthoudend, uiterst grindhoudend, uiterst puinhoudend, asfalt/puingranulaat (>20% bodemvreemd materiaal, geen bodem) 2 0.05 - 0.50 Uiterst asfalthoudend, uiterst grindhoudend, zwak puinhoudend, asfaltgranulaat (>20% geen bodem) 3 0 - 0.12 0.12 - 0.27 0.27 - 0.40 Uiterst betonhoudend, uiterst asfalthoudend, uiterst grindhoudend, grof betonpuin/asfalt (>20% bodemvreemd materiaal, geen bodem) Volledig baksteen, baksteenpuin Asfalt/puingranulaat (>20% bodemvreemd materiaal, geen bodem) Kruse Milieu BV Project: 12042316 Pagina 8 van 12 Vervolg Tabel 2: Weergave bodemvreemde materialen. Boring Diepte (m-mv) Waarneming 4 0.05 - 0.10 0.10 - 0.25 0.25 - 0.40 Volledig baksteen, baksteenpuin Uiterst puinhoudend, puingranulaat Uiterst asfalthoudend, uiterst grindhoudend, uiterst puinhoudend, asfalt/puingranulaat (>20% bodemvreemd materiaal, geen bodem) 5 0.10 - 0.15 0.15 - 0.40 Uiterst puinhoudend, puingranulaat Uiterst asfalthoudend, uiterst grindhoudend, uiterst puinhoudend, asfalt/puingranulaat (>20% bodemvreemd materiaal, geen bodem) 6 0 - 0.15 Uiterst grindhoudend, sterk puinhoudend, grind/grof puin.
Asfalt geroerd (>20% bodemvreemd materiaal, geen bodem) Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de mengmonsters samengesteld zoals in tabel 3 staat omschreven. Van de verhardingslaag zijn geen monsters genomen aangezien deze geen onderdeel uitmaakt van de bodem. Tabel 3: Samenstelling mengmonsters. Mengmonster Boringnummer Traject (diepte in m -mv) BG 1 1 2 3 4 0.95 - 1.3 0.45 - 0.95 0.5 - 1.0 0.4 - 0.6 0.4 - 0.9 OG 1 2 5 6 1.3 - 1.8 1.5 - 2.0 1.0 - 1.5 0.4 - 0.9 Boring 1 is doorgezet tot circa 3.50 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om een PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens is de peilbuis doorgepompt. Op 7 januari 2013 is de peilbuis bemonsterd ten behoeve van het nemen van het grondwater- monster. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN 5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min).
Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet) als waarmee is voorgepompt. De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 4 . Tabel 4: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis Filterstelling (m-mv) Grondwaterstand (m-mv) pH (-) EC (μS/cm) Troebelheid (NTU) Toestroming 1 2.5 - 3.5 1.05 6.6 470 <0.1 Goed De waarden voor de pH en de EC worden als normaal beschouwd. Kruse Milieu BV Project: 12042316 Pagina 9 van 12 4.3 Resultaten van de chemische analyses In algemene zin dient opgemerkt te worden dat de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, wat betekent dat de gehaltes hoger kunnen zijn in individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. De analyseresultaten van de grond worden getoetst aan de gecorrigeerde achtergrond- en interventiewaarden. Voor de correctie van de achtergrond- en interventiewaarden zijn voor de boven- en ondergrond de analytisch bepaalde gehalten lutum en organisch stof gehanteerd. De analyseresultaten van het grondwater worden getoetst aan de streef- en interventiewaarden. In de boven- en ondergrond en in het grondwater zijn een aantal zeer licht verhoogde concentraties aangetoond, die zijn weergegeven in tabel 5. Tabel 5: Verhoogde concentraties (mg/kg droge stof en/of µg/l).
Monster Component Aangetroffen concentratie Achtergrondwaarde* Interventie- waarde Bovengrond Kwik Lood 0.3 62 0.15 56 36 589 Ondergrond Kwik 0.2 0.14 34 Grondwater Barium 80 50 625 * AW2000 In de derde kolom van tabel 5 wordt de volgende codering toegepast: Cursief : Overschrijding van de achtergrond- of streefwaarde. Onderstreept : Overschrijding van de tussenwaarde. Vet : Overschrijding van de interventiewaarde. 4.4 Bespreking resultaten chemische analyses Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, zijn er enkele zeer licht verontreinigingen aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Boven- en ondergrond - Kwik en lood In de bovengrond zijn (zeer) lichte verontreinigingen aangetoond met kwik en lood. De ondergrond bevat een zeer lichte kwikverontreiniging. Op basis van de beschikbare gegevens kan niet direkt een oorzaak worden aangegeven. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. Grondwater - Barium Het aangetoonde zeer licht verhoogde bariumgehalte in het grondwater is mogelijk te wijten aan een (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarde. In de ondergrond zijn roesthoudende lagen waargenomen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem.
Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, wordt het uitvoeren van nader onderzoek niet noodzakelijk geacht. Kruse Milieu BV Project: 12042316 Pagina 10 van 12 5 Samenvatting, conclusies en aanbevelingen Algemeen In opdracht van Eelerwoude is in een verkennend bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terreindeel ter grootte van circa 570 m² aan de Muggenbeet, ten noorden van nummer 3 te Blokzijl. De onderzoekslocatie is momenteel onbebouwd en volledig verhard met grind (toplaag). De aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen bestemmingsplan- wijziging en de nieuwbouw van een gastenverblijf. Het terreindeel is beschouwd als niet verdacht. In totaal zijn er 6 gaten gegraven (waarvan 2 als diepe boringen zijn doorgezet. Eén boring is doorgezet tot 3.50 m-mv en afgewerkt tot peilbuis. De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie is globaal als volgt: onder de verhardingslaag wordt plaatselijk matig fijn ophoogzand opgeboord (tot 0.5 danwel 1.0 m-mv) waaronder zich leem danwel veen bevindt. Van 2.7 m-mv tot einde boordiepte (3.5 m-mv) is matig fijn zand opgeboord. In de ondergrond zijn roest- en/of oerhoudende lagen aangetroffen. Door de veldwerker zijn zintuiglijk geen asbestverdachte materialen waargenomen. Het freatische grondwater is in peilbuis 1 aangetroffen op 1.05 meter min maaiveld.
Resultaten chemische analyses Op basis van de resultaten van de chemische analyses kan het volgende worden geconcludeerd: - de bovengrond is zeer licht verontreinigd met kwik en lood; - de ondergrond is zeer licht verontreinigd met kwik; - het grondwater is zeer licht verontreinigd met barium. Hypothese De hypothese "onverdachte locatie" dient te worden verworpen, aangezien enkele zeer lichte overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden zijn aangetoond. Conclusies en aanbevelingen In de boven- en ondergrond en in het grondwater zijn enkele zeer lichte verontreinigingen aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is er geen reden om een nader onderzoek uit te voeren. Door de veldwerker zijn zintuiglijk geen asbestverdachte materialen waargenomen. Er zijn derhalve geen asbestanalyses uitgevoerd. Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er naar onze mening geen bezwaar tegen de bestemmingsplan- wijziging en de voorgenomen nieuwbouwplannen, aangezien de vastgestelde zeer lichte verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik.
Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Hoewel voldaan wordt aan de geldende wet- en regelgeving, wordt tijdens een verkennend bodemonderzoek een beperkt aantal boringen verricht. Kruse Milieu BV Project: 12042316 Pagina 11 van 12 Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden. Kruse Milieu BV Project: 12042316 Pagina 12 van 12 6 Literatuur NEN 5707, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, mei 2003 NEN 5725, “Bodem. Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, januari 2009 NEN 5740, “Bodem.
Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek”, NNI Delft, januari 2009 NEN 5897, “Monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2005 Circulaire bodemsanering 2009, Ministerie van VROM, 1 april 2009 Tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit, Ministerie van VROM, oktober 2009 “Bouwen op verontreinigde grond,” uitgave van VNG, Den Haag, 1995 Topografische kaarten, Topografische Dienst Emmen Grondwaterkaart van Nederland, TNO Grondwater en Geo-Energie, Delft Archief Kruse Milieu BV www.overijssel.nl, digitale kaarten en feiten: bodematlas en kaart grondwaterbeschermingsgebieden www.ahn.nl www.watwaswaar.nl Bijlage I Regionale ligging locatie (1:25000) Situatieschets Kruse Milieu BV met boorlocaties (1:500)
Eelerwoude : 12042316 : 1:500 (A4-formaat) : Januari 2013 Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren www.krusegroep.nl 0546 - 639663 0546 - 639662 Tel: Fax: Projectcode Schaal Datum Kruse Milieu BV 0 25 N Muggenbeet 3 8356 VK Blokzijl Verkennend bodemonderzoek = Boring tot 0.5 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis = Onderzoekslocatie = Boring tot 1.0 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm 1 2 3 4 Muggenbeet M uggenbeet 3 4 4A 5 6 parkeerplaats 5 6 Bijlage II Boorstaten Projectcode: 12042310 Lokatie:Muggenbeet 4 - BlokzijlOpdrachtgever: Eelerwoude Boring:1 0 50 100 150 200 250 300 350 1 2 3 grind0 5 volledig baksteen, rood, baksteenpuin 12 uiterst puinhoudend, donkergrijs, puingranulaat met grijs zand 30 uiterst asfalthoudend, uiterst grindhoudend, uiterst puinhoudend, sterk zandhoudend, bruinzwart, asfalt/puingranulaat 45 Leem, zwak humeus, sporen planten, donker grijsbruin 130 Veen, donkerbruin 270 Zand, matig fijn, sporen veen, licht bruingrijs 290 Zand, matig fijn, lichtbeige 350 Boring:2 0 50 100 150 200 1 2 3 grind0 5 uiterst asfalthoudend, uiterst grindhoudend, zwak puinhoudend, sterk zandhoudend, bruinzwart, asfaltgranulaat 50 Leem, zwak humeus, donkerbruin 100 Leem, sporen roest, sporen planten, geelgrijs 150 Veen, bruinzwart 200 Boring:3 0 50 100 1 2 grind0 uiterst betonhoudend, uiterst asfalthoudend, uiterst grindhoudend, sterk zandhoudend, bruinzwart,
grof betonpuin/asfalt en grind/zand 12 volledig baksteen, rood, baksteenpuin 27 Zand, matig fijn, beige, asfalt/puingranulaat, ophoogzand 40 Leem, zwak humeus, sporen planten, donkerbruin 60 Klei, sporen planten, sporen wortels, donker bruingrijs 80 Veen, donkerbruin100 Boring:4 0 50 100 1 grind0 5 volledig baksteen, rood, baksteenpuin 10 uiterst puinhoudend, donkergrijs, puingranulaat met gestabaliseerd grijs z 25 uiterst asfalthoudend, uiterst grindhoudend, uiterst puinhoudend, sterk zandhoudend, bruinzwart, asfalt/puingranulaat 40 Leem, zwak humeus, sporen planten, donker grijsbruin 100
Projectcode: 12042310 Lokatie:Muggenbeet 4 - BlokzijlOpdrachtgever: Eelerwoude Boring:5 0 50 100 150 1 grind0 10 uiterst puinhoudend, donkergrijs, puingranulaat met gestabaliseerd grijs z 15 uiterst asfalthoudend, uiterst grindhoudend, uiterst puinhoudend, sterk zandhoudend, bruinzwart, asfalt/puingranulaat 40 Zand, matig fijn, matig grindig, sporen wortels, lichtbeige, ophoogzand (geen monster) 100 Veen, bruinzwart 150 Boring:6 0 50 100 1 2 grind0 uiterst grindhoudend, uiterst zandhoudend, sterk puinhoudend, donker grijsbruin, grind/grofpuin/asfalt geroerd 15 Zand, matig fijn, lichtbeige, ophoogzand 25 Zand, matig grof, matig grindig, lichtgrijs, ophoogzand 40 Veen, bruinzwart 100 = mengmonster bovengrond = mengmonster ondergrond Legenda (conform NEN 5104) grind Grind, siltig Grind, zwak zandig Grind, matig zandig Grind, sterk zandig Grind, uiterst zandig zand Zand, kleiïg Zand, zwak siltig Zand, matig siltig Zand, sterk siltig Zand, uiterst siltig veen Veen, mineraalarm Veen, zwak kleiïg Veen, sterk kleiïg Veen, zwak zandig Veen, sterk zandig klei Klei, zwak siltig Klei, matig siltig Klei, sterk siltig Klei, uiterst siltig Klei, zwak zandig Klei, matig zandig Klei, sterk zandig leem Leem, zwak zandig Leem, sterk zandig overige toevoegingen zwak humeus matig humeus sterk humeus zwak grindig matig grindig sterk grindig geur geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
uiterste geur olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie uiterste olie-water reactie p.i.d.-waarde >0 >1 >10 >100 >1000 >10000 monsters geroerd monster ongeroerd monster overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib water peilbuis filter casing bentoniet afdichting blinde buis hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand Bijlage III Resultaten chemische analyses Opdrachtgegevens: : : : : Labcomcode: Datum opdracht Startdatum Datum rapportage : : : : 1212056KG 21-12-2012 21-12-2012 04-01-2013 Onderzoeksrapport Opdrachtgever Aanvrager Adres Postcode en plaats : : : : Opdrachtgever: Opdrachtcode Rapportnummer Opdracht omschr. Bemonsterd door Kruse Milieu B.V. Dhr. J.L. Kienstra Postbus 51 7650 AB Tubbergen 12042310 P121200968 (v1) Geertien - Blokzijl Opdrachtgever Pagina: 1 van 4 Monstergegevens: Labnr. Monsteromschrijving Monstersoort Datum bemonsteringNr. M121203304 BG - Boring 1, 2, 3 en 4 Grond 21-12-20121 : M121203305 OG - Boring 1, 2, 5 en 6 Grond 21-12-20122 : Parameter Intern ref. nr. Eenheid 1 2 Resultaten: Mvb.
SIKB AS3000 MVB-GROND-01 +S + Droge stof DIV-DS-01 % (m/m) 48,3S 34,9 Organische stof DIV-ORG-G01 % van ds 26,6S 32,8(1) (1) Korrelgrootteverdeling Lutum (korrelfractie < 2 µm) DIV-LUT-G01 % van ds 17,8S 9,1 Metalen Barium ICP-MET-01 mg/kg ds 150S 120 Cadmium ICP-MET-01 mg/kg ds 0,5S 0,5 Kobalt ICP-MET-01 mg/kg ds 3,4S 3,5 Koper ICP-MET-01 mg/kg ds 24S 23 Kwik MERCUR-MET-01 mg/kg ds 0,3S 0,2 Lood ICP-MET-01 mg/kg ds 62S 47 Molybdeen ICP-MET-01 mg/kg ds <1,5S <1,5 Nikkel ICP-MET-01 mg/kg ds 16S 14 Zink ICP-MET-01 mg/kg ds 49S 76 Minerale olie Minerale olie C10 - C40 GC-OLIE-01 mg/kg ds 71S 99(2) (2) Minerale olie C10 - C12 GC-OLIE-01 mg/kg ds <20 <23 Minerale olie C12 - C22 GC-OLIE-01 mg/kg ds <20 <23 Minerale olie C22 - C30 GC-OLIE-01 mg/kg ds 20 43 Minerale olie C30 - C40 GC-OLIE-01 mg/kg ds 44 44 Chromatogram + + Polychloorbifenylen PCB 28 LV-GCMS-01 mg/kg ds <0,0017S <0,0023 PCB 52 LV-GCMS-01 mg/kg ds <0,0017S <0,0023 PCB 101 LV-GCMS-01 mg/kg ds <0,0017S <0,0023 PCB 118 LV-GCMS-01 mg/kg ds <0,0017S <0,0023 PCB 138 LV-GCMS-01 mg/kg ds <0,0017S <0,0023 PCB 153 LV-GCMS-01 mg/kg ds <0,0017S <0,0023 PCB 180 LV-GCMS-01 mg/kg ds <0,0017S <0,0023 PCB (som 7) LV-GCMS-01 mg/kg ds 0,0083S 0,011(3) (3) Zie volgende pagina Opdrachtgegevens: : : : : Labcomcode: Datum opdracht Startdatum Datum rapportage : : : : 1212056KG 21-12-2012 21-12-2012 04-01-2013 Onderzoeksrapport Opdrachtgever
Aanvrager Adres Postcode en plaats : : : : Opdrachtgever: Opdrachtcode Rapportnummer Opdracht omschr. Bemonsterd door Kruse Milieu B.V. Dhr. J.L. Kienstra Postbus 51 7650 AB Tubbergen 12042310 P121200968 (v1) Geertien - Blokzijl Opdrachtgever Pagina: 2 van 4 Monstergegevens: Labnr. Monsteromschrijving Monstersoort Datum bemonsteringNr. M121203304 BG - Boring 1, 2, 3 en 4 Grond 21-12-20121 : M121203305 OG - Boring 1, 2, 5 en 6 Grond 21-12-20122 : Parameter Intern ref. nr. Eenheid 1 2 Resultaten: Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (VROM) Naftaleen HPLC-PAK-01 mg/kg ds <0,08S <0,11 Fenanthreen HPLC-PAK-01 mg/kg ds 0,13S <0,11 Anthraceen HPLC-PAK-01 mg/kg ds <0,08S <0,11 Fluorantheen HPLC-PAK-01 mg/kg ds 0,27S 0,17 Benzo(a)anthraceen HPLC-PAK-01 mg/kg ds 0,11S <0,11 Chryseen HPLC-PAK-01 mg/kg ds 0,13S <0,11 Benzo(k)fluorantheen HPLC-PAK-01 mg/kg ds <0,08S <0,11 Benzo(a)pyreen HPLC-PAK-01 mg/kg ds 0,14S <0,11 Benzo(g,h,i)peryleen HPLC-PAK-01 mg/kg ds 0,15S 0,12 Indeno(1,2,3-c,d)pyreen HPLC-PAK-01 mg/kg ds 0,13S <0,11 Totaal PAK 10 VROM HPLC-PAK-01 mg/kg ds 1,2S 0,93(3) (3) S = door RvA geaccrediteerd conform SIKB AS3000. Opmerkingen: 1 = Organische stof is als gloeiverlies bepaald en gecorrigeerd voor het gemeten gehalte aan lutum. 2 = Het patroon duidt op een middelzware en zware oliefractie.
3 = Bij de som zijn de waarden "< rapportagegrens" vermenigvuldigd met factor 0,7 zoals beschreven in 'AS3000, bijlage 3'. Verpakking bij monster: M121203304 (BG - Boring 1, 2, 3 en 4) 1 0.95 1.3 AM01046193 1 0.45 0.95 AM01046174 2 0.5 1 AM01046080 3 0.4 0.6 AM01046219 4 0.4 0.9 AM01046207 Verpakking bij monster: M121203305 (OG - Boring 1, 2, 5 en 6) 1 1.3 1.8 AM01046215 2 1.5 2 AM01046187 5 1 1.5 AM01046180 6 0.4 0.9 AM01046216 Dit rapport mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd zonder schriftelijke toestemming van het laboratorium. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking zijn gesteld. Nadere informatie over de toegepaste methodes en prestatiekenmerken is beschikbaar en kan op aanvraag worden verkregen. Tevens is de informatiegids te raadplegen op de website www.acmaa.nl. Hoofd lab. Ing. H. Punte Handtekening: Bijlage Chromatogram Opdrachtcode Rapportnummer Opdracht omschr. Monsternaam Monstersoort Verdunning : : : : : : Gegevens: 12042310 P121200968 (v1) Geertien - Blokzijl BG - Boring 1, 2, 3 en 4 Grond 1 Pagina: 3 van 4 Labcomcode Monstercode Opdrachtgever Aanvrager Bestandsnaam Datum : : : : : : 1212056KG M121203304 Kruse Milieu B.V. Dhr. J.L. Kienstra G03A009.TX0 04-01-2013 C8-C10 = 0.467 - 1.444 min. C10-C12 = 1.444 - 2.163 min. C12-C22 = 2.163 - 3.739 min. C22-C30 = 3.739 - 4.763 min.
C30-C40 = 4.763 - 5.918 min. Karakterisering olie naar alkaantraject: C9 -C14 benzine C10-C16 kerosine en petroleum C10-C28 diesel en gasolie C20-C36 motorolie C10-C36 stookolie Bijlage Chromatogram Opdrachtcode Rapportnummer Opdracht omschr. Monsternaam Monstersoort Verdunning : : : : : : Gegevens: 12042310 P121200968 (v1) Geertien - Blokzijl OG - Boring 1, 2, 5 en 6 Grond 1 Pagina: 4 van 4 Labcomcode Monstercode Opdrachtgever Aanvrager Bestandsnaam Datum : : : : : : 1212056KG M121203305 Kruse Milieu B.V. Dhr. J.L. Kienstra G03A010.TX0 04-01-2013 C8-C10 = 0.467 - 1.444 min. C10-C12 = 1.444 - 2.163 min. C12-C22 = 2.163 - 3.739 min. C22-C30 = 3.739 - 4.763 min. C30-C40 = 4.763 - 5.918 min. Karakterisering olie naar alkaantraject: C9 -C14 benzine C10-C16 kerosine en petroleum C10-C28 diesel en gasolie C20-C36 motorolie C10-C36 stookolie Opdrachtgegevens: : : : : Labcomcode: Datum opdracht Startdatum Datum rapportage : : : : 1301005KG 07-01-2013 07-01-2013 10-01-2013 Onderzoeksrapport Opdrachtgever Aanvrager Adres Postcode en plaats : : : : Opdrachtgever: Opdrachtcode Rapportnummer Opdracht omschr. Bemonsterd door Kruse Milieu B.V. Dhr. J.L. Kienstra Postbus 51 7650 AB Tubbergen 12042310 P130100140 (v1) Geertien - Blokzijl Opdrachtgever Pagina: 1 van 2 Monstergegevens: Labnr. Monsteromschrijving Monstersoort Datum bemonsteringNr.
M130100387 Peilbuis 1 Grondwater 07-01-20131 : Parameter Intern ref. nr. Eenheid 1 Resultaten: Mvb. SIKB AS3000 MVB-WATER-01 + Metalen Barium ICP-MET-01 µg/l 80S Cadmium ICP-MET-01 µg/l <0,3S Kobalt ICP-MET-01 µg/l <2,0S Koper ICP-MET-01 µg/l <5,0S Kwik MERCUR-MET-01 µg/l <0,05S Lood ICP-MET-01 µg/l <5,0S Molybdeen ICP-MET-01 µg/l <5,0S Nikkel ICP-MET-01 µg/l <5,0S Zink ICP-MET-01 µg/l 50S Vluchtige aromatische koolwaterstoffen Benzeen GCMS-VLUCHTIG-01 µg/l <0,20S Tolueen GCMS-VLUCHTIG-01 µg/l <0,20S Ethylbenzeen GCMS-VLUCHTIG-01 µg/l <0,20S Xyleen (som meta + para) GCMS-VLUCHTIG-01 µg/l <0,10S 2-Xyleen (ortho-Xyleen) GCMS-VLUCHTIG-01 µg/l <0,10S Xylenen (som) GCMS-VLUCHTIG-01 µg/l 0,14S (1,2) Styreen (Vinylbenzeen) GCMS-VLUCHTIG-01 µg/l <0,20S Naftaleen GCMS-VLUCHTIG-01 µg/l <0,05S Minerale olie Minerale olie C10 - C40 GC-OLIE-01 µg/l <50S Minerale olie C10 - C12 GC-OLIE-01 µg/l <50 Minerale olie C12 - C22 GC-OLIE-01 µg/l <50 Minerale olie C22 - C30 GC-OLIE-01 µg/l <50 Minerale olie C30 - C40 GC-OLIE-01 µg/l <50 Chromatogram - Vluchtige organische halogeen verbindingen Dichloormethaan GCMS-VLUCHTIG-01 µg/l <0,20S 1,1-Dichloorethaan GCMS-VLUCHTIG-01 µg/l <0,50S 1,2-Dichloorethaan GCMS-VLUCHTIG-01 µg/l <0,10S Zie volgende pagina Opdrachtgegevens: : : : : Labcomcode: Datum opdracht Startdatum Datum rapportage : : : : 1301005KG 07-01-2013 07-01-2013 10-01-2013 Onderzoeksrapport
Opdrachtgever Aanvrager Adres Postcode en plaats : : : : Opdrachtgever: Opdrachtcode Rapportnummer Opdracht omschr. Bemonsterd door Kruse Milieu B.V. Dhr. J.L. Kienstra Postbus 51 7650 AB Tubbergen 12042310 P130100140 (v1) Geertien - Blokzijl Opdrachtgever Pagina: 2 van 2 Monstergegevens: Labnr. Monsteromschrijving Monstersoort Datum bemonsteringNr. M130100387 Peilbuis 1 Grondwater 07-01-20131 : Parameter Intern ref. nr. Eenheid 1 Resultaten: Vluchtige organische halogeen verbindingen 1,1-Dichlooretheen GCMS-VLUCHTIG-01 µg/l <0,10S Trans-1,2-Dichlooretheen GCMS-VLUCHTIG-01 µg/l <0,10S Cis-1,2-Dichlooretheen GCMS-VLUCHTIG-01 µg/l <0,10S 1,1-Dichloorpropaan GCMS-VLUCHTIG-01 µg/l <0,10S 1,2-Dichloorpropaan GCMS-VLUCHTIG-01 µg/l <0,10S 1,3-Dichloorpropaan GCMS-VLUCHTIG-01 µg/l <0,10S Trichloormethaan (Chloroform) GCMS-VLUCHTIG-01 µg/l <0,10S Tetrachloormethaan (Tetra) GCMS-VLUCHTIG-01 µg/l <0,10S 1,1,1-Trichloorethaan GCMS-VLUCHTIG-01 µg/l <0,10S 1,1,2-Trichloorethaan GCMS-VLUCHTIG-01 µg/l <0,10S Trichlooretheen (Tri) GCMS-VLUCHTIG-01 µg/l <0,10S Tetrachlooretheen (Per) GCMS-VLUCHTIG-01 µg/l <0,10S Vinylchloride GCMS-VLUCHTIG-01 µg/l <0,10S Tribroommethaan (Bromoform) GCMS-VLUCHTIG-01 µg/l <0,50S Dichl.ethenen (som cis+trans) GCMS-VLUCHTIG-01 µg/l 0,14S (1,2) Dichloorethenen (som) GCMS-VLUCHTIG-01 µg/l 0,21S (2) Dichloorpropanen (som) GCMS-VLUCHTIG-01 µg/l 0,21S (2) S = door RvA
geaccrediteerd conform SIKB AS3000. Opmerkingen: 1 = Methode vluchtige aromatische en gehalogeneerde koolwaterstoffen : GC-MS 2 = Bij de som zijn de waarden "< rapportagegrens" vermenigvuldigd met factor 0,7 zoals beschreven in 'AS3000, bijlage 3'. Verpakking bij monster: M130100387 (Peilbuis 1) 1 2.5 3.5 AM08003725 1 2.5 3.5 AM04002945 Dit rapport mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd zonder schriftelijke toestemming van het laboratorium. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking zijn gesteld. Nadere informatie over de toegepaste methodes en prestatiekenmerken is beschikbaar en kan op aanvraag worden verkregen. Tevens is de informatiegids te raadplegen op de website www.acmaa.nl. Hoofd lab. Ing. H. Punte Handtekening: Opdrachtcode 12042310 Aanvrager Ing. J.L. Kienstra Project omschrijving Geertien - Blokzijl Datum aangeleverd 07-01-2013 Datum gereed 10-01-2013 1 M130100387 Grondwater Peilbuis 1 Parameter Eenheid */- 1 S T I Mvb.
SIKB AS3000 + Metalen Barium µg/l * 80 50 338 625 Cadmium µg/l - <0.3 0.40 3.2 6.0 Kobalt µg/l - <2.0 20 60 100 Koper µg/l - <5.0 15 45 75 Kwik µg/l - <0.05 0.050 0.17 0.30 Lood µg/l - <5.0 15 45 75 Molybdeen µg/l - <5.0 5.0 153 300 Nikkel µg/l - <5.0 15 45 75 Zink µg/l - 50 65 433 800 Vluchtige aromatische koolwaterstoffen Benzeen µg/l - <0.20 0.20 15 30 Tolueen µg/l - <0.20 7.0 504 1000 Ethylbenzeen µg/l - <0.20 4.0 77 150 Xyleen (som meta + para) µg/l <0.10 2-Xyleen (ortho-Xyleen) µg/l <0.10 Xylenen (som) µg/l - 0.14 0.20 35 70 Styreen (Vinylbenzeen) µg/l - <0.20 6.0 153 300 Naftaleen µg/l (-) <0.05 0.010 35 70 Minerale olie Minerale olie C10 - C40 µg/l - <50 50 325 600 Minerale olie C10 - C12 µg/l <50 Minerale olie C12 - C22 µg/l <50 Minerale olie C22 - C30 µg/l <50 Minerale olie C30 - C40 µg/l <50 Chromatogram Vluchtige organische halogeen verbindingen Dichloormethaan µg/l (-) <0.20 0.010 500 1000 1,1-Dichloorethaan µg/l - <0.50 7.0 454 900 1,2-Dichloorethaan µg/l - <0.10 7.0 204 400 1,1-Dichlooretheen µg/l (-) <0.10 0.010 5.0 10 Trans-1,2-Dichlooretheen µg/l <0.10 Cis-1,2-Dichlooretheen µg/l <0.10 1,1-Dichloorpropaan µg/l <0.10 1,2-Dichloorpropaan µg/l <0.10 1,3-Dichloorpropaan µg/l <0.10 Trichloormethaan (Chloroform) µg/l - <0.10 6.0 203 400 Tetrachloormethaan (Tetra) µg/l (-) <0.10 0.010 5.0 10 1,1,1-Trichloorethaan µg/l (-) <0.10 0.010 150 300 1,1,2-Trichloorethaan
µg/l (-) <0.10 0.010 65 130 Trichlooretheen (Tri) µg/l - <0.10 24 262 500 Tetrachlooretheen (Per) µg/l (-) <0.10 0.010 20 40 Vinylchloride µg/l (-) <0.10 0.010 2.5 5.0 Tribroommethaan (Bromoform) µg/l - <0.50 630 Dichl.ethenen (som cis+trans) µg/l (-) 0.14 0.010 10 20 Dichloorethenen (som) µg/l 0.21 Dichloorpropanen (som) µg/l - 0.21 0.80 40 80 Legenda (-) = De niet verhoogde rapportagegrens is hoger dan de streefwaarde. (v) = Verhoogde rapportagegrens (meetwaarde is vermenigvuldigd met 0.7 voor de toetsing). = = Er is geen toetsingwaarde voor deze parameter. - = = Resultaat is kleiner dan streefwaarde. * = = Resultaat is groter dan streefwaarde. ** = = Resultaat is groter dan tussenwaarde. *** = = Resultaat is groter dan interventiewaarde. Opdrachtcode 12042310 Aanvrager Ing. J.L. Kienstra Project omschrijving Geertien - Blokzijl Datum aangeleverd 21-12-2012 Datum gereed 04-01-2013 1 M121203304 Grond BG - Boring 1, 2, 3 en 4: 1(0.45-0.95) + 1(0.95-1.3) + 2(0.5-1) + 3(0.4-0.6) + 4(0.4-0.9) Parameter Eenheid */- 1 A T I Mvb.
SIKB AS3000 + Droge stof % (m/m) 48.3 Organische stof % van ds 26.6 Korrelgrootteverdeling Lutum (korrelfractie < 2 µm) % van ds 17.8 Metalen Barium mg/kg ds - 150 706 Cadmium mg/kg ds - 0.5 0.83 9.4 18 Kobalt mg/kg ds - 3.4 12 80 147 Koper mg/kg ds - 24 46 133 220 Kwik mg/kg ds * 0.3 0.15 18 36 Lood mg/kg ds * 62 56 322 589 Molybdeen mg/kg ds - <1.5 1.5 96 190 Nikkel mg/kg ds - 16 28 54 79 Zink mg/kg ds - 49 143 440 737 Minerale olie Minerale olie C10 - C40 mg/kg ds - 71 505 6903 13300 Minerale olie C10 - C12 mg/kg ds <20 Minerale olie C12 - C22 mg/kg ds <20 Minerale olie C22 - C30 mg/kg ds 20 Minerale olie C30 - C40 mg/kg ds 44 Chromatogram Polychloorbifenylen PCB 28 mg/kg ds (v) <0.0017 PCB 52 mg/kg ds (v) <0.0017 PCB 101 mg/kg ds (v) <0.0017 PCB 118 mg/kg ds (v) <0.0017 PCB 138 mg/kg ds (v) <0.0017 PCB 153 mg/kg ds (v) <0.0017 PCB 180 mg/kg ds (v) <0.0017 PCB (som 7) mg/kg ds - 0.0083 0.053 1.4 2.7 Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (VROM) Naftaleen mg/kg ds (v) <0.08 Fenanthreen mg/kg ds 0.13 Anthraceen mg/kg ds (v) <0.08 Fluorantheen mg/kg ds 0.27 Benzo(a)anthraceen mg/kg ds 0.11 Chryseen mg/kg ds 0.13 Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds (v) <0.08 Benzo(a)pyreen mg/kg ds 0.14 Benzo(g,h,i)peryleen mg/kg ds 0.15 Indeno(1,2,3-c,d)pyreen mg/kg ds 0.13 Totaal PAK 10 VROM mg/kg ds - 1.2 4.0 55 106 Legenda (-) = De niet verhoogde rapportagegrens is hoger dan de
achtergrondwaarde. (v) = Verhoogde rapportagegrens (meetwaarde is vermenigvuldigd met 0.7 voor de toetsing). = = Er is geen toetsingwaarde voor deze parameter. - = = Resultaat is kleiner dan achtergrondwaarde. * = = Resultaat is groter dan streefwaarde. ** = = Resultaat is groter dan tussenwaarde. *** = = Resultaat is groter dan interventiewaarde. De toetsing is per monster gebaseerd op de gecorrigeerde normen voor het opgegeven bodemtype. Toetsingswaarden zijn berekend volgens de Circulaire bodemsanering 2009 (generiek beleid; staatscourant begin april 2009). Gebruikte waarden voor toetsing bij monster: BG - Boring 1, 2, 3 en 4 Lutum: 17.8% van droge stof en organische stof: 26.6% van droge stof. Opdrachtcode 12042310 Aanvrager Ing. J.L. Kienstra Project omschrijving Geertien - Blokzijl Datum aangeleverd 21-12-2012 Datum gereed 04-01-2013 1 M121203305 Grond OG - Boring 1, 2, 5 en 6: 1(1.3-1.8) + 2(1.5-2) + 5(1-1.5) + 6(0.4-0.9) Parameter Eenheid */- 1 A T I Mvb.
SIKB AS3000 + Droge stof % (m/m) 34.9 Organische stof % van ds 32.8 Korrelgrootteverdeling Lutum (korrelfractie < 2 µm) % van ds 9.1 Metalen Barium mg/kg ds - 120 448 Cadmium mg/kg ds - 0.5 0.88 10 19 Kobalt mg/kg ds - 3.5 7.6 52 96 Koper mg/kg ds - 23 45 128 212 Kwik mg/kg ds * 0.2 0.14 17 34 Lood mg/kg ds - 47 54 314 573 Molybdeen mg/kg ds - <1.5 1.5 96 190 Nikkel mg/kg ds - 14 19 37 55 Zink mg/kg ds - 76 126 389 651 Minerale olie Minerale olie C10 - C40 mg/kg ds - 99 570 7785 15000 Minerale olie C10 - C12 mg/kg ds (v) <23 Minerale olie C12 - C22 mg/kg ds (v) <23 Minerale olie C22 - C30 mg/kg ds 43 Minerale olie C30 - C40 mg/kg ds 44 Chromatogram Polychloorbifenylen PCB 28 mg/kg ds (v) <0.0023 PCB 52 mg/kg ds (v) <0.0023 PCB 101 mg/kg ds (v) <0.0023 PCB 118 mg/kg ds (v) <0.0023 PCB 138 mg/kg ds (v) <0.0023 PCB 153 mg/kg ds (v) <0.0023 PCB 180 mg/kg ds (v) <0.0023 PCB (som 7) mg/kg ds - 0.011 0.060 1.5 3.0 Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (VROM) Naftaleen mg/kg ds (v) <0.11 Fenanthreen mg/kg ds (v) <0.11 Anthraceen mg/kg ds (v) <0.11 Fluorantheen mg/kg ds 0.17 Benzo(a)anthraceen mg/kg ds (v) <0.11 Chryseen mg/kg ds (v) <0.11 Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds (v) <0.11 Benzo(a)pyreen mg/kg ds (v) <0.11 Benzo(g,h,i)peryleen mg/kg ds 0.12 Indeno(1,2,3-c,d)pyreen mg/kg ds (v) <0.11 Totaal PAK 10 VROM mg/kg ds - 0.93 4.5 62 120 Legenda (-) = De niet verhoogde rapportagegrens
is hoger dan de achtergrondwaarde. (v) = Verhoogde rapportagegrens (meetwaarde is vermenigvuldigd met 0.7 voor de toetsing). = = Er is geen toetsingwaarde voor deze parameter. - = = Resultaat is kleiner dan achtergrondwaarde. * = = Resultaat is groter dan streefwaarde. ** = = Resultaat is groter dan tussenwaarde. *** = = Resultaat is groter dan interventiewaarde. De toetsing is per monster gebaseerd op de gecorrigeerde normen voor het opgegeven bodemtype. Toetsingswaarden zijn berekend volgens de Circulaire bodemsanering 2009 (generiek beleid; staatscourant begin april 2009). Gebruikte waarden voor toetsing bij monster: OG - Boring 1, 2, 5 en 6 Lutum: 9.1% van droge stof en organische stof: 32.8% van droge stof. Bijlage IV Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen Termen De gehalten van de chemische componenten in de bodem en in het grondwater worden getoetst aan de zogenaamde achtergrond- of streef- en interventiewaarden uit de Circulaire Bodemsanering 2009. Deze waarden worden gecorrigeerd voor de gehalten lutum en organische stof (humus) voor de betreffende bodem. Deze gehalten worden in het laboratorium bepaald. Achtergrondwaarden: De gehalten zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.
Streefwaarden: Waarden, die het niveau aangeven, waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. Gebruikt symbool: S. De streefwaarde wordt alleen voor grondwater gebruikt. Interventiewaarden: Waarden, die aangeven wanneer de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, dier en plant, ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Gebruikt symbool: I. Tussenwaarde: Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Gebruikt symbool: T. Overige termen, die in dit rapport worden gebruikt, zijn als volgt te definiëren: Niet verontreinigd: Gehalte van elke component overschrijdt de achtergrond- of streefwaarde niet. Zeer licht verontreinigd: Gehalte van een component ligt boven de achtergrond- of streef- waarde, maar overschrijdt het dubbele van de achtergrond- of streefwaarde niet. Licht verontreinigd: Gehalte van een component is hoger dan het dubbele van de Achtergrond- of streefwaarde, maar overschrijdt de tussenwaarde niet. Matig verontreinigd: Gehalte van een component is hoger dan de tussenwaarde, maar overschrijdt de interventiewaarde niet.
Sterk verontreinigd: Gehalte van een component is hoger dan de interventiewaarde, maar overschrijdt het tienvoud van de interventiewaarde niet. Zeer sterk verontreinigd: Gehalte van een component is hoger dan het tienvoud van de interventiewaarde. NEN5740: Nederlandse norm "Bodem. Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek." Een verkennend onderzoek heeft tot doel met relatief beperkt onderzoek vast te stellen of er sprake is van een bodemverontreiniging op de onderzoekslocatie. Verdachte locatie: Locatie, waarvan op basis van vooronderzoek of historische informatie wordt verwacht dat er verontreiniging aanwezig is. Nulsituatie: Huidige chemische kwaliteit van grond en grondwater ten aanzien van bodemverontreinigende stoffen. Nader onderzoek: Bodemonderzoek, waarin de ernst en de omvang van een eerder aangetoonde verontreiniging wordt vastgesteld.
Afkortingen AMvB Algemene Maatregel van Bestuur BG Bovengrond BOOT Besluit Opslaan in Ondergrondse Tanks BSB Stichting Bodemsanering Bedrijfsterreinen BSB Bouwstoffenbesluit BTEX Benzeen, Tolueen, Ethylbenzeen, Xylenen BTEXN Afkorting voor vluchtige aromaten (BTEX) en Naftaleen BZV Biologisch zuurstofverbruik CZV Chemisch zuurstofverbruik EC Elektrisch geleidingsvermogen EOCl Extraheerbare organochloorverbindingen EOX Extraheerbare organohalogeenverbindingen GHG Gemiddeld hoogste grondwaterstand GLG Gemiddeld laagste grondwaterstand GWS Actuele grondwaterstand HBO Huisbrandolie HCB Hexachloorbenzeen HCH Hexachloorhexaan MM Mengmonster MVR Ministeriële Vrijstellingsregeling NEN Nederlandse norm NNI Nederlands Normalisatie Instituut NPR Nederlandse praktijkrichtlijn NVN Nederlandse voornorm OCB Chloorpesticiden OG Ondergrond OW-test Olie/water-test PAK Polycyclische aromatische koolwaterstoffen PCB Polychloorbifenylen pH Zuurgraad SUBAT Stichting Uitvoering Bodemsanering Amovering Tankstations VC Vinylchloride VNG Vereniging van Nederlandse Gemeenten VROM Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer VOCl Vluchtige organochloorverbindingen, zoals per en tri As Arseen Ba Barium Cd Cadmium Cr Chroom Co Kobalt Cu Koper Fe IJzer Hg Kwik Mn Mangaan Mo Molybdeen Na Natrium Ni Nikkel Pb Lood St Tin Zn Zink