CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 Ruimtescan_De Kamp

Politieke Markt 9 december 2025, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Vaststellen Stadvisie Steenwijk "stad en landschap dichtbij"14.964 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · 64 pagina's · deel 2 van 2

Hieruit blijkt dat stikstofdepositie tijdens de gebruiksfase een effect hebben op Natura 2000-gebieden in de omgeving. Dat effect is echter vele malen lager dan de huidige landbouw. Dat betekent dat woningbouw per saldo positief is wat betreft stikstofemissie. De mogelijkheid tot salderen is juridisch nog niet zeker. Voor salderen is een vergunningentraject voo r een Natura 2000-activiteit nodig met de provincie Overijssel. Naast de planologische haalbaarheid geldt dat er ook gekeken moet worden naar stikstofdepositie tijdens de bouwfase. Het ligt voor de hand dat dit alleen mogelijk is wanneer wordt gekozen voor duurzame bouwtechnieken die zorgen voor een emissieloze uitvoering (prefab, elektrisch materieel).

38 Raad van State-uitspraak Op 24 december 2008 heeft de Raad van State uitspraak gedaan over het door het college van gedeputeerde staten van Overijssel op 19 juni 2007 goedgekeurde bestemmingsplan Steenwijk De Schans (uitspraak RvS 200705288/1). De uitspraak richt zich op de geohydrologische relatie van het plangebied met De Wieden. In de uitspraak wordt gesteld dat in relatie tot gebied De Wieden: “Een passende beoordeling dient te worden gedaan van de gevolgen voor het gebied, waarbij rekening wordt gehouden met de instandhoudingsdoelstellingen van dat gebied, gericht op de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de Speciale BeschermingsZone (SBZ) De Wieden en habitatsrichtlijn gebied Wieden (als gebied van communautair belang zoals opgenomen door de Europese Commissie).” Volgens het deskundigen bericht van 21 februari 2008 ontbraken gegevens over de omvang van het totale infiltratiegebied voor SBZ De Wieden en Habitatrichtlijn Wieden en welke functie het plangebied daarbij heeft. Verder is niet duidelijk hoe de waterstromen vanuit het plangebied lopen in de richting van (delen van) genoemde gebieden en hoe deze van invloed zijn op de waterstanden aldaar.

Er is een passende beoordeling nodig van de geohydrologische relatie van het plangebied met De Wieden, rekening houdend met instandhoudingsdoelstellingen die van toepassing zijn op De Wieden gericht op de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de Speciale BeschermingsZone (SBZ) De Wieden en habitatsrichtlijn gebied Wieden. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied van De Kamp ligt niet binnen de grenzen van natuurgebieden die onderdeel zijn van het Natuurnetwerk Nederland. Er zijn daarom geen vervolgstappen benodigd. 3.4.2 Soortenbescherming In Nederland leven veel beschermde planten- en diersoorten. Gezamenlijk dragen we de zorg om te voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen niet ten koste gaan van deze soorten. Deze verplichting is vastgelegd in de Omgevingswet. Om te faciliteren dat we deze zorg goed kunnen uitvoeren is de ‘Beschermde SoortenIndicator’ (BeSi) ontwikkeld. Voor de ongeveer 400 verschillende beschermde soorten zijn kansenkaarten gemaakt op basis van verspreidingsgegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) gecombineerd met informatie over landgebruik (bos, agrarisch, water(lopen), wegen, etc.). Op basis van deze kansenkaarten kan laagdrempelig worden bepaald óf er rekening gehouden moet worden met beschermde soorten en, zo ja, welke soorten potentieel aanwezig zijn op een locatie.

Op basis van kansenkaarten voor de ongeveer 400 verschillende soorten kan gemakkelijk worden bepaald welke beschermde planten- en diersoorten potentieel aanwezig zijn op een locatie. Na het raadplegen van de BeSi wordt geconcludeerd dat er in het gebied in potentie veel verschillende beschermde soorten aanwezig zijn. Dat zijn: ▪ Vogels. Boerenzwaluw, gierzwaluw, huismus, kauw, kerkuil, spreeuw, steenuil. ▪ (Zoog)dieren. Vleermuis, bunzing, haas, konijn, bruine kikker, gewone pad, kleine salamander, Noordse winterjuffer, ringslang, steenmarter. Ecologisch onderzoek naar aanwezige soorten in relatie tot potentieel effect van de ontwikkeling is noodzakelijk vooruitlopend op de wijziging van het omgevingsplan. Het onderzoek heeft een doorlooptijd van ØØn jaar (jaarrond onderzoeken) en maximale houdbaarheid van drie jaar.

39 3.4.3 Houtopstanden Bomen en bossen vallen onder houtopstanden. Vanwege de belangrijke functie in de fysieke leefomgeving is bescherming van houtopstanden een onderdeel van de Omgevingswet. Daarbij is er een belangrijk onderscheid tussen houtopstanden in of buiten stedelijk gebied. Voor bomen buiten stedelijk gebied gelden regels vanuit het Rijk, voor binnen stedelijk gebied bepaald de betreffende gemeente de regels. De knip tussen de beide gebieden is vastgelegd in de zogeheten ‘bebouwingscontour houtkap’. De grens van deze contour loopt dwars door het plangebied van De Kamp. Bomen langs de Schansweg (ten noorden) en de Burgemeester G.W. Stroinkweg (ten zuiden) vallen in het beschermingsregime van de gemeente. Bomen langs de Middenweg en de Halfweg onder die van het Rijk. Op de gemeentelijke bomenkaart is te zien dat de bomen in het plangebied zich concentreren langs de wegen. Langs de Schansweg staan verschillende zomereiken (quercus robur), essen (franixus excelsior) en een aantal individuele bomen zoals een berk, linde en populier. De bomen langs de Middenweg en Halfweg betreffen vooral zomereiken (quercus robur). Naast de gemeentelijke bomen is er in de noordoostelijke hoek van het plangebied een groep bomen. In zowel het Rijks als gemeentelijk beleid geldt dat de kap van bomen langs wegen en op agrarische gronden vrijgesteld van vergunningsplicht.

Los daarvan is het vanuit ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid gewenst om bomen zoveel mogelijk te behouden. De verwachting is dat dit in veel gevallen kan omdat ze langs de rand van het plangebied staan. Voor de Kamp is het de wens om met woningbouw een groene woonomgeving en een landschapspark te realiseren, passend bij het historisch open karakter van de Kamp. Dit wordt nader uitgewerkt in het stedenbouwkundig- en inrichtingsplan voor De Kamp.

40 Beschermde natuurgebieden In deze kaart is de locatie van het plangebied van de Kamp in relatie tot beschermde natuurgebieden weergegeven. In de omgeving bevinden zich gebieden die onderdeel zijn van het Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000-gebieden (gestipt vlak).

41 Bomenkaart Op de bomenkaart van de gemeente Steenwijkerland zijn alle gemeentelijke bomen in het plangebied gevisualiseerd.

42 3.5 Woon- en leefklimaat 3.5.1 Externe veiligheid Bij het inpassen van woningen op een locatie speelt externe veiligheid een belangrijke rol. Een woning wordt bestemd als een kwetsbaar gebouw. Daarom moet de gemeente zorgvuldig kijken naar risicobronnen in de omgeving. Er zijn verschillende soorten risicobronnen, denk bijvoorbeeld aan bedrijven met gevaarlijke stoffen en het vervoer (al dan niet via leidingen) hiervan, de opslag van vuurwerk, windturbines en munitieopslag. Hoe minder personen rond dergelijke activiteiten aanwezig zijn, hoe beter de veiligheidssituatie. Voldoende afstand tussen wonen en risicobronnen is daarom belangrijk. Hierbij worden verschillende risicozones in acht genomen, namelijk het plaatsgebonden risico (PR), aandachtsgebieden, explosieaandachtsgebieden en belemmeringengebieden. Op de kaart ‘externe veiligheid’ is aangegeven met welke bronnen er in het plangebied van De Kamp rekening gehouden dient te worden. Dat zijn: ▪ Gasleiding/persleiding. Er loopt een gasleiding langs en deels door het plangebied van De Kamp. De leiding volgt de zuidzijde van de Schansweg en buigt dan af richting het zuiden langs de Trappenweg. Op de risicokaart van Nederland is te zien dat bij deze gasleiding een plaatsgebonden risicowaarde heeft van PR 10-8.

Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat een persoon, die altijd aanwezig is op die plaats, overlijdt door een ongeval. Een PR 10-8 waarde houdt in dat er een risico is op overlijden van een persoon van ØØn op de 100 miljoen per jaar. Die kans is dus heel klein (het is ook de laagste categorie). Binnen deze zone mogen vanuit externe veiligheid woningen worden gerealiseerd. Daarnaast geldt voor de gasleiding een brandaandachtsgebied. Aandachtsgebieden zijn gebieden waarbinnen mensen in gebouwen, zonder aanvullende maatregelen, onvoldoende beschermd kunnen zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen. De aandacht zone is hier voor brand. Een belangrijk doel van aandachtsgebieden is om gemeenten bij nieuwbouwplannen rekening te laten houden met ongevallen met gevaarlijke stoffen. Als een gemeente bijvoorbeeld nieuwe woningen in een aandachtsgebied toestaat, bepaalt zij of aanvullende beschermende maatregelen nodig zijn, zoals het versterken van gebouwen of het informeren van inwoners over schuilmogelijkheden. Vanuit externe veiligheid is er geen principieel bezwaar tegen woningbouw op De Kamp. Voor nieuwbouw binnen het brandaandachtsgebied van de gasleiding moeten mogelijk wel extra bouwvoorschriften worden voorgeschreven.

3.5.2 Kabels en leidingen In het plangebied liggen verschillende kabels en leidingen en om deze duidelijk in kaart te krijgen is er een KLIC-melding gedaan. Een KLIC- melding (Kabels Leidingen Informatie Centrum-melding) is een verplichte melding die gedaan moet worden voordat er gegraven g aat worden, met of zonder machine, om schade aan ondergrondse kabels en leidingen te voorkomen. De KLIC-melding wordt vaak ook gebruikt bij ruimtelijke verkenningen om te beoordelen of het eventueel benodigd is om kabels of leidingen te verleggen. In de omgeving van het plangebied liggen meerdere kabels en leidingen. Het grootste deel liggen langs de bestaande infrastructuur (Schansweg) en in de aangrenzende woonwijken. Deze worden met de

43 ontwikkeling niet geraakt. Een aantal kabels en leidingen zijn wel van belang: ▪ Gasleiding GasUnie. Geen beperking vanuit externe veiligheid (zie vorige paragraaf) maar de fysieke aanwezigheid van de gasleiding zelf is wel een beperkende factor voor de ontwikkelmogelijkheden op De Kamp. Binnen 5 meter van de leiding mogen geen bouwwerken worden geplaatst. Daarnaast zal er in detail gekeken moeten worden naar de wijze waarop waterberging wordt gerealiseerd langs de Schansweg. Binnen de contour is de aanleg van verharding (wegen, paden, parkeerterrein, etc.) wel gewoon mogelijk. De verwachting is dat de kosten voor verlegging van de gasleiding niet in verhouding staan tot de opbrengsten hiervan. In het inrichtingsplan moet bescherming van de gasleiding daarom als een randvoorwaarde meegenomen worden ▪ Gasleiding N.V. Rendo. Uit de KLIC-melding komt naar voren dat er nog een gasleiding aanwezig is in het plangebied. Deze gasleiding is van N.V. Rendo en loopt onder de Lange Muddeweg. Dit is een zandweg in het gebied. De Lange Muddenweg zal verdwijnen bij de woningbouwontwikkeling. De gasleiding die hier onderdoor loopt zal moeten worden verlegd zodat deze niet onder huizen komt te liggen. Verder liggen er geen kabels of leidingen waar rekening mee gehouden moet worden in het plangebied.

3.5.3 Bedrijven en milieuzonering Bij de wijziging van een omgevingsplan door de gemeente moet in het belang van het beschermen van gezondheid rekening worden gehouden met hinder door geur en geluid door bedrijfsactiviteiten. D at werkt twee kanten op: (1) heeft de ruimtelijke ontwikkeling impact op gevoelige gebouwen in de omgeving en (2) worden er met de ruimtelijke ontwikkeling gevoelige gebouwen toegevoegd waarbij rekening gehouden moet worden met bestaande bedrijfsactiviteiten in de omgeving. Voor de woningbouw op De Kamp moet vooral gekeken worden naar het tweede; de beoogde te bouwen woningen zijn gevoelige objecten voor geur en geluid. Binnen het omgevingsplan en bij het wijzigen of afwijken van het omgevingsplan moet sprake zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Hierbij is milieuzonering ØØn van de te beschouwen aspecten. Milieuzonering zorgt voor ruimte voor milieuhinderlijke (bedrijfs-)activiteiten met behoud van bescherming van de woon- en leefomgeving. De VNG heeft in 2024 een nieuwe handreiking uitgebracht die de oude versie uit 2009 vervangt. Omdat er nog geen omgevingsplan is vastgesteld door de gemeente Steenwijkerland wordt nog getoetst aan het voormalige bestemmingsplan, wat uit gaat van de methodiek van de VNG 2009 (met milieucategorieºn). Het is daarom van belang om de oude categorieºn te vertalen naar de nieuwe wetgeving.

Hierbij gaan wij er in het geval van De Kamp uit van de richtafstanden voor een rustig woongebied, omdat hierbij de grotere richtafstanden worden gebruikt (worst-case benadering). Wanneer beargumenteerd zou kunnen worden dat er sprake is van een gemengd gebied, dan zouden de richtafstanden nog verlaagd kunnen worden. De tabellen hieronder laten de vertaling van VNG-richtafstanden voor geluid en geur zien.

Kamp. Dit is ook gevisualiseerd in de kaart met bedrijven en milieuzonering. Ligging | Functie/activiteit | Geluid | Geur | Hoogste Noord | Frion dagcentrum de Slinger | FM | FM | FM 0-10 m. | 0-10 m. | 0-10 m. Frion dagcentrum de Slinger | Zone 1 | FM | Zone 1 30-50 m. | 0-10 m. | 30-50 m. Politiebureau Steenwijk | Zone 2. | FM | Zone 2 >50 m | 10 m. | >50 m Brandweer IJsselland | Zone 2 | FM | Zone 2 kazerne Steenwijk | >50 m | 0-10 m. | >50 m Gemeentehuis | FM | FM | FM Steenwijkerland | 0-10 m. | 0-10 m. | 0-10 m. Christelijk Kind centrum | Zone 1 | FM | Zone 1 Bernhard | 30-50 m. | 0-10 m. | 30-50 m. Oost | De bijentuin | Zone 1 | FM | Zone 1 30-50 m. | 0-10 m. | 30-50 m. Akkerbouw (Mais) | Zone 1 | FM | Zone 1 30-50 m. | 0-10 m. | 30-50 m. Melkveehouderij | Zone 1 | Zone 3 | Zone 3 30-50 m. | >100m | >100m Zuiden | Agrarisch gras | Zone 1 | FM | Zone 1 30-50 m. | 0-10 m. | 30-50 m. Bedrijfsaanduiding | Zone 1 | FM | Zone 1 30-50 m. | 0-10 m. | 30-50 m. Westen | Gebouw voor | Zone 1 | FM | Zone 1 onderwijsdoeleinde | 30-50 m. | 0-10 m. | 30-50 m. Bedrijventerrein Max | Zone 4 | Zone 4 | Zone 4 categorie 4.1 obv VNG 2009 | >100m | >200m | >200m Over het algemeen geldt dat functies/activiteiten waarvoor milieucontouren aangehouden moeten worden zich op ruime afstand van het plangebied bevinden.

Uitzondering daarop zijn de agrarische gronden en bijentuin ten oosten en zuiden van De Kamp. De ‘contouren’ van deze activiteiten overlappen wel deels met het plangebied (zie ook Situatie omgeving plangebied De Kamp | de paragraaf over spuitzones). Met deze contouren moet rekening In de tabel hier onder is een opsomming gemaakt van de relevante | worden gehouden bij de woningbouw. In het schetsplan is dat al functies en activiteiten in de omgeving van het plangebied van De | enigszins gedaan door aan de zuidzijde in te zetten op een 44

45 landschappelijke inrichting. Aan de oostzijde moet sowieso afstand worden gehouden vanwege de gasleiding die langs de Trappenweg loopt. Geitenhouderijen Bij de uitwerking van milieuzonering van bedrijven in de omgeving is niet gekeken naar geitenhouderijen; deze verdienen aparte aandacht vanwege de correlatie tussen de aanwezigheid van geitenhouderijen en het voorkomen van longontstekingen. De GGD adviseert daarom om een richtafstand van 2km te houden tussen geitenhouderijen en gevoelige functies. Binnen 2 kilometer van het plangebied van De Kamp liggen geen geitenhouderijen. Wel liggen er binnen de die grens verschillende gemengde veehouderijen die mogelijk ook geiten houden. Op de veehouderijenkaart Nederland zijn een aantal boerderijen in de omgeving te zien die ook geiten houden. Het is niet inzichtelijk om hoeveel geiten het gaat. Daarom is het belangrijk om hier in het vervolgtraject nader onderzoek naar te doen. Belangrijk aandachtspunt dat verder vanuit bedrijfs- en milieuzonerin g volgt is het huidige gebruik van het plangebied. In het omgevingsplan zal de agrarische functie integraal moeten worden gewijzigd naar wonen en groen. Wanneer er nog deels een agrarische functie blijft bestaan dan zal dit grote impact kunnen hebben op de mogelijkheden voor woningbouw in de rest van het plangebied.

3.5.4 Geluid Bij het inpassen van woningen op een locatie speelt geluid van de omgeving vaak een belangrijke rol. Een woning is een geluidgevoelig gebouw. Voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, mag er daarom niet te veel geluid van buiten in de woning komen. Ook niet als er ramen open staan. Het is daarom van belang om het aspect geluid goed te onderzoeken bij de ontwikkeling van een woonwijk. Geluid kan van verschillende bronnen komen. Voor de locatie van De Kamp zijn wegverkeer, treinverkeer en industrie als bronnen bekeken. Wegverkeer. Direct langs de noordelijke grens van het plangebied ligt de Schansweg; een belangrijk onderdeel van de ontsluiting van autoverkeer voor het zuidelijk deel van Steenwijk die daarom ook intensief gebruikt wordt. Op deze weg mag op dit moment 50 km/u gereden worden. Als onderdeel van de integrale ontwikkeling van Steenwijk en ook woningbouw op De Kamp wordt overwogen om de maximale snelheid terug te brengen naar 30 km/u. Het gaat om een gemeentelijke weg waarvoor een standaardwaarde geluid op een geluidgevoelig gebouw geldt van 53 Lden (Level-day-evening-night; Europese maat om de geluidsbelasting door omgevingslawaai over een heel etmaal) onder de Omgevingswet. Treinverkeer. Het treinspoor ligt op een afstand van ruim 1 km van het plangebied… De locatie ligt daarmee ver buiten de geluidszones voor treinverkeer. Industrie.

De locatie ligt niet binnen een geluidszone van een industriegebied. Het dichtstbijzijnde bedrijventerrein ligt op >500m afstand. De hindercontouren reiken niet tot deze afstand. Ten noorden liggen een aantal maatschappelijke functies, maar deze liggen net al s het bedrijventerrein op een grotere afstand dan de hindercontour. De Omgevingswet bepaalt dat binnen geluidaandachtsgebieden de geluidbelasting op een geluidgevoelig gebouw moet worden getoetst aan de in de wet opgenomen geluidnormen. Op het bepalen van het geluidaandachtsgebied zijn de bij ministeriºle regeling gestelde rege ls van toepassing. Binnen het overgangsrecht dat nu geldt, geldt voor een 30km/u weg 100 m en een 60 km/u weg 200 m vanaf de as van de

weg waarbinnen akoestisch onderzoek nodig is. Dit is aan de orde bij | 3.5.5 | Verkeer en parkeren De Kamp. | Het toevoegen van woningbouw op De Kamp betekent ook een groei van auto- en fietsverkeer in het gebied. Dit zal ook betekenen dat het Vooruitlopend op het akoestisch onderzoek kan op basis van de | omliggende wegennet intensiever gebruikt gaat worden. gecumuleerde geluidskaart (Atlas leefomgeving) in grote lijnen worden ingeschat wat het effect van geluid op de haalbaarheid van | De meest voorname weg in het gebied is de Schansweg. Deze heeft woningbouw op De Kamp is. Op de geluidskaart is te zien dat de | een belangrijke functie voor de ontsluiting van het zuidelijk deel van Schansweg een belangrijke bron van geluid is (65 Lden op het hart van | Steenwijk. De basisgedachte in de stedenbouwkundige opzet is dat de weg). Het geluid strekt tot ver in het plangebied. Op de kaart zijn | verkeer zoveel mogelijk wordt afgewikkeld in de richting van de stad grofweg de contouren van 50 dB en 55 dB (Lden) aangegeven. Binnen | (expliciet niet richting het buitengebied of Zuidveen) en dus via de de contour van maximaal 50 dB kan naar verwachting in ieder geval | Schansweg en deels ook via de Trappenweg. Op de Schansweg moet woningbouw gerealiseerd worden zonder dat er veel overige | worden aangehaakt op een bestaande rotonde, terwijl iets westelijker maatregelen nodig zijn.

Voor de zone langs de Schansweg en ook de | nog een nieuwe rotonde aangelegd zou worden. Daarnaast bestaat de Trappenweg geldt dat dit moet blijken na akoestisch onderzoek. | wens om vanuit leefbaarheid – en ook met het oog op de ontwikkeling van de Unilocatie – de Schansweg ter hoogte van De Kamp en richting De verwachting is dat er met maatregelen in het stedenbouwkundig | Zuidveen af te waarderen van 50 km/u naar 30 km/u. ontwerp een oplossing gevonden kan worden voor het geluid van de weg. Denk bijvoorbeeld aan het aanhouden van een redelijke afstand | In het kader van de stadsvisie voor Steenwijk is medio 2025 door tot de Schansweg, zoals nu in het schetsontwerp ook is gedaan | Goudappel Coffeng de verkeersafwikkeling van autoverkeer in de vanwege waterberging en de gasleiding. Daarnaast zou een | gehele stad in 2050 onderzocht. Hierbij is gekeken naar zowel afwaardering van de Schansweg naar 30 km/u ook een bijdrage | autonome groei als groei door het toevoegen van circa 1.500 woningen leveren. | op verschillende locaties. EØn van die locaties is De Kamp. Uit dit onderzoek blijkt dat er mede door de woningbouw een behoorlijke Voor de ontwikkeling van De Kamp en de bijbehorende wijziging van | extra druk ontstaat op de Schansweg. Door een aantal specifieke het omgevingsplan is akoestisch onderzoek nodig.

| verkeersmaatregelen in de stad worden negatieve gevolgen voor een Naast stedenbouwkundige maatregelen zijn eventueel aanpassingen | groot deel gemitigeerd. Denk hierbij aan het aanleggen van een nieuwe aan de woningen mogelijk. Dit kan bijvoorbeeld door geluidsluwe | verbindingsweg tussen de Productieweg-Woldmeentherand, het gevels, geluidsisolatie of andere technische maatregelen. | aanleggen van een aantal rotondes (kruispunt Gagelsweg-Schansweg en Gagelsweg-Middenweg), instellen van ØØnrichtingsverkeers in het centrum en het verlagen van de snelheid naar 30km/u op diverse wegen waaronder de Schansweg. 46

47 Op het lokale schaalniveau van De Kamp wordt aangeraden om in het kader van de wijziging van het omgevingsplan, een verkeerskundig onderzoek uit te voeren. Hierbij wordt onder andere gekeken naar de impact van het toevoegen van een rotonde aan de Schansweg en het buiten gebruik stellen van de Lange Muddenweg (die dwars door het gebied loopt). Parkeren Een ander aandachtspunt bij woningbouw is de parkeerbehoefte die ontstaat voor bewoners en bezoekers. De gemeente Steenwijkerland bepaald op basis van de nota parkeernormen 2015 de uitgangspunten voor parkeren bij nieuwbouwontwikkelingen en functiewijzigingen. Basisgedachte is dat elke initiatiefnemer van een bouwplan of een functiewijziging zelf verantwoordelijk is voor het oplossen van zijn eigen parkeerbehoefte. Het uitgangspunt is dat een bouwplan geen extra druk op de parkeersituatie in de bestaande openbare ruimte legt. Dat betekent ook dat eventuele parkeerplekken die verloren gaan worden gecompenseerd. Dat laatste is voor De Kamp niet het geval; er zijn op dit moment geen parkeerplekken te vinden in het plangebied. Om de parkeerbehoefte te bepalen voor de woningbouw hanteert de gemeente parkeernormen. Deze verschillen per locatie (centrum, rest bebouwde kom en buitengebied) en per type woning (koop, huur, vrijstaand, tussen, appartement, etc.). De parkeernorm varieert daarom van 1,0 tot 1,9 per woning.

Voor het buitengebied staat voor vrijstaande koop een norm van 2,0 parkeerplaatsen per woning. Uitgaande van de ambitie voor 380 woningen zullen er naar verwachting 550-600 parkeerplekken benodigd zijn (minimaal 380 en maximaal 721). Het exacte aantal hangt af van keuzes met betrekking tot het woningbouwprogramma. 3.5.6 Luchtkwaliteit In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn vanuit het Rijk luchtkwaliteitsnormen vastgesteld waaraan ruimtelijke ontwikkelingen worden getoetst. De belangrijkste stoffen waarnaar wordt gekeken zijn fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2). De maximale jaargemiddelden liggen voor beide stoffen op 40 µg/m3. Aanvullend aan de wettelijke normen zijn er ook advieswaarden vanuit de WHO (in 2021 vastgesteld). Deze liggen een stuk lager, namelijk 15 µg/m3 als het gaat om fijnstof en 10 µg/m3 bij stikstofdioxide. Op de luchtkwaliteitskaart van het Rijksinstituut Volksgezondheid en Milieu is te zien dat de luchtkwaliteit voor de locatie van De Kamp (en heel Steenwijk) ruim voldoet aan de gestelde normen uit het Besluit kwaliteit leefomgeving. Langs de Schansweg, buiten het plangebied, geldt dat de concentratie stikstofdioxiden (NO 2) hoger is dan wat wordt geadviseerd vanuit de WHO. De luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor woningbouw binnen het plangebied.

3.5.7 Spuitzones Ter bescherming van de gewassen wordt bij landbouw veelal gewerkt met gewasbeschermingsmiddelen. Deze leveren bij winddrift een mogelijke impact op gezondheid, waardoor in het algemeen belang een minimale afstand van 50 meter wordt aangehouden vanaf agrarische gronden (waar bij recht gewassen mogen worden verbouwd) tot woon- en verblijfslocaties. Het is voor dit zoekgebied niet bekend of er wordt gewerkt met gewasbeschermingsmiddelen binnen 50 meter. Hier moet nader onderzoek naar worden gedaan. Indien dit wel het geval is zijn er drie opties: 1) De woon- en verblijfslocaties kunnen in het stedenbouwkundig plan voor De Kamp buiten de spuitzone worden gepositioneerd.

48 2) Er kan worden overeengekomen op een deel van een agrarisch perceel niet te spuiten. In dit geval moet rekening worden gehouden met nadeelcompensatie. 3) De spuitzone kan worden verkleind door inpassing van groen. Een struweelhaag van 3m breed en 2,4m hoog laat de zone krimpen tot 30m en een groenblijvende haag tot 20m. Ten zuiden en ten oosten van het plangebied liggen agrarische gronden. Deze worden gebruikt voor het verbouwen van mais en aardappels. Bij het verbouwen van deze gewassen is het mogelijk dat er bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Naast de gronden die worden gebruikt voor gewassen zijn er ook gronden die gebruikt kunnen worden voor agrarische doeleinde, de zogenoemde agrarische graslanden. Op dit moment zijn dit alleen graslanden maar bij de wijziging van het omgevingsplan voor De Kamp moet rekening worden gehouden met al het mogelijke toekomstige gebruik. Vanuit spuitzones geldt slechts een kleine beperking voor woningbouw op De Kamp, vooral aan de oostzijde van het gebied (mits na wijziging van het omgevingsplan voor het gehele plangebied geen agrarisch gebruik mogelijk wordt gemaakt). Deze kunnen met stedenbouwkundige maatregelen (afstand houden en/of inpassen van groen) worden gemitigeerd. 3.5.8 Netcongestie Binnen het transport van elektriciteit wordt een scheiding gemaakt tussen het hoogspanningsnet en middenspanningsnet.

Het hoogspanningsnet wordt onderhouden door TenneT en transporteert elektriciteit vanaf 110.000 volt. Grote energieverbruikers en zware industrie worden meestal direct aan het hoogspanningsnet aangesloten. Het middenspanningsnet in Steenwijk wordt onderhouden door RENDO en bied aansluitingen voor bedrijven zonder grote energievraag en woonwijken. Netbewuste Nieuwbouw In het document ‘’Netbewuste Nieuwbouw’’, wat mede opgesteld is door Netbeheer Nederland, worden 7 kernprinicipes benoemd omtrent netbewuste (woning)bouw. Deze principes zijn met name gericht op het ontlasten van het middenspanningsnet door lokale consumptie te stimuleren en vraag en piekbelasting te verminderen. 1. Gebiedsaanpak: Het integreren van bouw en energie- infrastructuur op gebiedsniveau door het samenwerken van netbeheerders, gemeenten en projectontwikkelaars.’ 2. Warmte: Collectieve warmteoplossingen zoals warmtenetten en het beperken van piekbelasting door slimme aansturing en buffervaten. 3. Elektrisch laden: het aantal auto’s in een gebied verminderen en het stimuleren van laden buiten daluren met slimme laadpunten om piekbelasting te voorkomen. 4. Duurzame lokale opwek: directe consumptie van zonne-energie. Het terug leveren van energie beperken. 5. Koude: Passieve koeling door de oriºntatie van gebouwen en zonwering. 6.

Opslag: Het stimuleren van thermische en elektrische opslag, zoals wijkbatterijen en warmtebuffers, als middel tegen congestie 7. Slimme sturing: Pieken vermijden door het integreren van technologische innovatie (slimme meters en algoritmes). Hoogspanningsnet In heel Overijssel is sprake van netcongestie op het hoogspanningsnet, er is of te veel vraag of te veel aanbod aan stroom. Als gevolg hiervan kunnen er geen nieuwe aansluitingen op het hoogspanningsnet worden

49 gerealiseerd, of zijn de wachttijden hiervan er erg lang. Ook de gemeente Steenwijkerland kampt hiermee. Hierbij moet rekening gehouden worden met een wachttijd van minstens 1 jaar. Ook kunnen er geen zonneparken en windmolens aangesloten worden op het net. Dit geldt voor het gehele plangebied. Volgens de pMIEK (provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur, Energie en Klimaat) Overijssel heeft uitbreiding van het hoogspanningsnet in Steenwijk geen prioriteit in vergelijking met andere uitbreidingen. Het congestiemanagement onderzoek Overijssel van TenneT geeft aan dat grootverbruikers in de gemeente Steenwijkerland pas in 2035 aangesloten kunnen worden aan het hoogspanningsnet. Hierdoor kunnen grootgebruikers rekenen op een wachttijd van minimaal een jaar. Per 1 oktober 2024 hebben bedrijven en instellingen die werk doen met maatschappelijk belang voorrang op de wachtlijst voor nieuwe aansluitingen. Dit geldt met name voor zorginstellingen, veiligheidsdiensten en onderwijs. Middenspanningsnet Echter is ook te zien dat op het middenspanningsnet in het gehele gebied in en rondom Steenwijk voor zowel afname als teruglevering ruimte op het net is. Woonwijken worden aangesloten aan het middenspanningsnet, waar in Steenwijk nog geen sprake is van netcongestie. RENDO geeft aan verzoeken voor nieuwe aansluitingen binnen 26-52 weken te verwerken.

De snelheid van de aansluitingsverwerking hangt af van verschillende complexiteitsfactoren, zoals technische aansluitmogelijkheid, grondeigenschap en uitvoeringscomplexiteit. Ondanks de wachttijd maakt de beschikbaarheid op het middenspanningsnet Steenwijk tot een geschikte locatie voor het realiseren van woningbouwprojecten . Bij realisatie is het echter wel van belang om de bouwstenen uit ‘Netbewuste Woningbouw’ mee te nemen om de druk van het plangebied op het middenspanningsnet te verlagen. Ook hoogbouw en elektrificatie van de woonwijk is tot op bepaalde hoogte te realiseren op de Kamp. Een aanzienlijk deel van de woningen kan voorzien worden van een laadpaal en warmtepomp zonder dat het middenspanningsnet te zwaar belast wordt. Echter is dit niet mogelijk op volledige wijkschaal. KabeltracØ Op dit moment is van Gelder in opdracht van Enexis met de uitwerking van een kabeltracØ tussen Onna-Steenwijk en Oldemarkt en Giethoorn. Vanuit de gemeente Steenwijk is er intern een tracØadvies gecommuniceerd om de nieuwe stroomkabels te plaatsen in de berm langs de zuidkant van de Schansweg. Steenwijk is in tegenstelling tot een groot deel van de provincie Overijssel een geschikte woningbouwlocatie omdat het middenspanningsnet nog niet te maken heeft met congestie. Netbewust Bouwen houdt de druk op het middenspanningsnet laag.

Er zit wel een beperking op de hoeveelheid woningen die volledig geºlektrificeerd kunnen worden.

50 Externe veiligheid Op deze kaart zijn elementen die van belang zijn in het kader van externe veiligheid gevisualiseerd. Door het plangebied loopt een persleiding (gas). Daarbij horen een PR-contour (10-8) en een brandaandachtsgebied.

51 Bedrijven en milieuzonering Op deze kaart zijn nabijgelegen bedrijven en omliggende gronden en bijbehorende milieuzonering in de omgeving van De Kamp getoond. Het gaat om bedrijven en gronden met een milieucontour van 10 meter, 50 meter, 100 meter en 200 meter.

52 Geluidskaart Op deze kaart wordt globaal gevisualiseerd hoeveel geluid (in dB per etmaal (Lden)) verschillende bronnen bij elkaar opgeteld veroorzaken. Het gaat hier om het gemiddelde geluidsniveau per jaar van wegverkeer, treinverkeer, vliegtuigen, industrie en windturbines.

53 Luchtkwaliteit Op deze kaart is gevisualiseerd hoeveel stikstofdioxide (NO2) er gemiddeld in de lucht zat in Nederland in 2023. Met blauwtinten wordt aangegeven waar de luchtkwaliteit voldoet aan de normen uit het Bkl en WHO. In geeltinten zijn overschrijdingen van de geadviseerde normen van de WHO aangegeven, maar voldoet de lucht aan het Bkl.

54 Spuitzones Op deze kaart zijn de agrarische gronden rondom het plangebied van De Kamp geprojecteerd waarop potentieel gewassen kunnen worden verbouwd en waarmee daarom rekening gehouden moet worden. Er is een contour van 50 meter en 30 meter rondom de agrarische gronden geprojecteerd.

55 Capaciteitskaart regionale netbeheerders (afname) Op deze kaart is regionaal gevisualiseerd in hoeverre er ruimte is voor afname van het middenspanningsnet (van regionale netbeheerders). Er wordt onderscheid gemaakt tussen gebieden waar transportcapaciteit beschikbaar is zonder wachtrij (wit), transportcapaciteit beperkt beschikbaar zonder wachtrij, in onderzoek met wachtrij en tekort aan transportcapaciteit met wachtrij.

56 Hoofdstuk 4 Sterket-zwakte analyse

57 4. Sterkte-zwakte analyse De locatie is getoetst op de in deze scan genoemde onderwerpen en aan de zes bouwstenen uit het afwegingskader wonen en werken Steenwijk 2040. Grootste locatie specifieke sterktes en kansen ▪ De locatie ligt gunstig wat betreft nabijheid van voorzieningen van scholen (unilocatie), het centrum op loopafstand en het station op fietsafstand. ▪ De ontsluiting is deels al geborgd met de aansluiting op Schansweg met de huidige rotonde. ▪ De hoge ligging is gunstig in relatie tot water en bodem gestuurd bouwen. ▪ De meeste gronden zijn in bezit van de gemeente en hebben een lage boekwaarde waardoor er snel en betaalbaar ontwikkeld kan worden. Ook heeft de gemeente daarmee de regie op het programma en de kwaliteit van de ontwikkeling. Grootste locatie specifieke bedreigingen ▪ Mogelijk vormt de impact van de ontwikkeling op de nabijgelegen Natura 2000 gebied De Wieden een belemmering, zowel wat betreft geohydrologie als stikstofdepositie. Onderzoek moet hier uitsluitsel over geven. Algemene risico’s ▪ Elke ontwikkeling kent een risico op maatschappelijke weerstand, dat zal bij de Kamp ook aan de orde zijn, gezien de ervaringen met eerdere plannen op deze locatie. ▪ De investeringscapaciteit van met name de woningbouwcorporaties voor het sociale segment kan beperkend zijn.

Financiºl e kansen en risico’s De financiºle haalbaarheid is separaat uitgewerkt gerelateerd aan de ontwerpen uit de visie. Dit ontwerp kan nog bijgesteld worden wat dan invloed zal hebben op het financiºle resultaat.

58

59 SWO De Kamp, highlights ZwakteSterkte 20 van de woningbouwopgave (ongeveer 0 woningen) Nabij centrum, station en Uni locatie (nieuwe schoollocatie) Water en bodem gestuurd eeste gronden in bezit gemeente egie op diversiteit woonmilieus Lage inbrengwaarde gronden/positieve grex Hoofdontsluiting via de rotonde al aangelegd Bedreigingen Stikstofdepositie Natura 2000 eohydrologische impact Natura 2000 Kansen Vergroten beleving en toegankelijkheid unieke landschap uimte op het middenspanningsnet Bouwen aan nabijheid Kwaliteit herontwikkeling Water en bodem sturend Duurzaam bereikbaar Diversiteit woonmilieus Betaalbaar versnelling Overig Bijlage(n)

0 Bijlage 1 – Benodigde onderzoeken bij de ontwikkeling Thema  Onderzoeken De Kamp Woningbouw Doel  Verplicht / aanbevolen Toelichting  Urgentie Archeologie & cultuurhistorie Archeologisch bureauonderzoek Aanwezigheid van archeologische waarden vaststellen op basis van historische gegevens. Verplicht Benodigd voor de wijziging van het omgevingsplan. Middel Archeologisch veldonderzoek Aanwezigheid van archeologische waarden vaststellen op basis van veldonderzoek en/of proefsleuven. Mogelijk benodigd Mogelijk benodigd wanneer uit archeologisch bureauonderzoek blijkt dat er een reºle kans bestaat dat archeologische waarden (sporen, objecten of structuren) in de bodem aanwezig zijn en deze kunnen worden verstoord. Laag Cultuurhistorisch onderzoek Inventariseren van cultuurhistorische waarden in de omgeving Verplicht Benodigd voor de uitwerking van het stedenbouwkundig- en inrichtingsplan voor de woningbouw en in een later stadium voor wijziging van het omgevingsplan. Hoog Bodem (Verkennend en/of nader) Bodemonderzoek Vaststellen of bodemkwaliteit (evt. verontreiniging) geschikt is voor activiteit wonen Verplicht  Voor ruimtelijke plannen en vergunningaanvragen (NEN 5740, 5707); in het kader van de wijziging van het omgevingsplan uitvoeren.

Middel Geotechnisch onderzoek (sonderingen) Inzicht in opbouw bodem, draagkracht ondergrond voor fundering Verplicht  Uitvoeren na vaststelling van het omgevingsplan en vooruitlopend op de aanvraag van de bouwvergunningen, optioneel bij ontwikkelende/bouwende partijen. Laag Water Waterhuishoudkundig onderzoek/Watertoets Inzicht in grondwater, afwatering, effecten op waterbeheer Verplicht  In het kader van de verdere uitwerking van het stedenbouwkundig plan en het inrichtingsplan uitvoeren om met het waterschap tot overeenstemming te komen over randvoorwaarden met betrekking tot waterbeheer. Hoog Woon- en leefklimaat Geluidsonderzoek Toetsing plan aan normen geluidhinder (weg/spoor/industrie) Verplicht  Benodigd voor de wijziging van het omgevingsplan voor geluidsgevoelige gebouwen zoals woningen (op grond van art. 5.10 Ow, art. 4.8-4.15 Bkl). Middel

1 Luchtkwaliteitsonderzoek Toetsing aan normen voor fijnstof/NO₂, invloed van ontwikkeling op omgeving en vice versa (externe/interne werking) Aanbevolen Niet verplicht, maar in het kader van zorgvuldige afweging kwaliteit leefomgeving wel aanbevolen (op grond van art. 5.10 Ow, art. 5.4-5.6 Bkl). Laag Locatiespecifiek onderzoek spuitzones Onderzoek naar invloed van gebruik van gewasbescherming op gevoelige objecten (woningen) en eventuele mitigerende maatregelen Verplicht Benodigd voor de wijziging van het Omgevingsplan. Middel Externe veiligheid Beoordelen of nieuwe gevoelige objecten (woningen) voldoende beschermd zijn tegen risico’s van gevaarlijke stoffen of risicovolle activiteiten in de omgeving Verplicht Benodigd voor de wijziging van het Omgevingsplan, ook nodig voor het benoemen van specifieke voorwaarden bij de verlening van bouwvergunningen in een later stadium. Middel Verkeersonderzoek Effect op verkeersveiligheid, doorstroming, parkeren Aanbevolen Benodigd voor de wijziging van het Omgevingsplan, ook nodig om uitkomsten goed mee te nemen in de uitwerking van het stedenbouwkundig plan en het inrichtingsplan.

Middel Verkennend NGE-onderzoek Inzicht in de (potentiºle) aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten in het plangebied Aanbevolen Eerst historisch vooronderzoek en als blijkt dat de aanwezigheid niet is uitgesloten dan detectieonderzoek. Dat laatste wordt niet verwacht. Benodigd voor de wijziging van het Omgevingsplan. Niet verplicht volgens de Omgevingswet, maar in het kader van de zorgplicht wel wenselijk om dit uit te sluiten. Laag Ecologie Ecologische quickscan Inzicht in (potentiºle) effecten op beschermde soorten, soortenbescherming Verplicht  Benodigd voor de wijziging van het omgevingsplan en voor vergunningsaanvragen (maximale houdbaarheid van het onderzoek is 3 jaar). MIddel

2 Ecologische voortoets (incl. Aerius-berekening en hydrologisch deel) Inzicht in (potentiºle) effecten op beschermde natuurgebieden, gebiedsbescherming Verplicht  Benodigd voor de wijziging van het omgevingsplan, maar in verband met impact op haalbaarheid (met name stikstof-effecten, maar ook met een hydrologisch deel gezien de uitspraak van de Raad van State in 2008 over destijds bestemmingsplan De Schans) op woningbouw essentieel om op korte termijn uit te voeren. NB: belangrijk dat onderzoek bij vaststelling gebaseerd is op meest actuele Aerius- model. Hoog Passende beoordeling Inzicht in potentiºle significante negatieve gevolgen voor Natura 2000- gebieden Mogelijk benodigd Benodigd wanneer uit de hiervoor beschreven ecologische voortoets blijkt dat negatieve gevolgen op Natura 2000-gebieden niet uitgesloten kunnen worden. De verwachting is dat dit onderzoek zeker benodigd gaat zijn voor de woningbouwontwikkeling (art. 8.80 Omgevingswet). Middel Milieueffecten Plan-MER Inzicht en strategische afweging over potentiºle significante milieu-effecten Mogelijk benodigd Benodigd wanneer voor de woningbouwontwikkeling ook een Passende Beoordeling opgesteld moet worden (art 16.32, lid 1, sub b, Omgevingswet).

Middel Project-mer-beoordeling Inzicht in potentiºle significante negatieve milieueffecten als een gevolg van definitieve plan Verplicht  Op grond van het Besluit milieueffectrapportage geldt voor stedelijke ontwikkelingsprojecten dat de milieueffecten in beeld gebracht moeten worden (Bijlage 2, onderdeel D, categorie D11.2). Voor ontwikkelingen kleiner dan 2.000 woningen en <100 hectare geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Middel

0 Ruimtewerk Thorbeckegracht 39 8011 VN Zwolle 038 425 43 21 info@ruimtewerk.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Paginanummers tellen de pagina's van het PDF, niet de nummers die op de pagina's gedrukt staan. Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/5f110432-9a90-413a-96eb-212b1b77026d?agendaItemId=010ac8d2-e21a-486d-bc3b-183313163d65