Bijlage 8 Ruimtescan_De Kamp
Tekst van het document
0 Ruimtescan Steenwijkerland: De Kamp 10 juni 2025 | Auteur: Lars Haverkort | Michiel van der Meer | Ellis Brinkman | Ruimtewerk
3.1.3 | Grondgebruik | 21 1 | Inhoudsopgave | 3.2 | Geschiedenis | 25 3.2.1 | Archeologie | 25 1 | Vraagstelling, locatie & omgeving | 3 | 3.2.2 | Cultuurhistorisch landschap | 25 1.1 | Aanleiding | 3 | 3.3 | Bodem & water | 30 1.2 | Beschrijving locatie en beoogde ontwikkeling | 3 | 3.3.1 | Bodemopbouw | 30 1.3 | Leeswijzer | 4 | 3.3.2 | Bodemkwaliteit | 30 3.3.3 | Waterhuishouding | 31 2 | Toetsing beleid | 7 | 3.3.4 | Wateroverlast | 31 2.1 | Gemeentelijk beleid | 7 | 3.3.5 | Niet gesprongen explosieven | 32 2.1.1 | Verstedelijkingstrategie Regio Zwolle | 7 | 3.4 | Natuur & landschap | 37 2.1.2 | Actualisatie Woondeal West-Overijssel 2025 t/m eind 2030 | 7 | 3.4.1 | Gebiedsbescherming | 37 2.1.3 | Regionale woonzorgvisie 2024-2026 West-Overijssel | 8 | 3.4.2 | Soortenbescherming | 38 2.1.4 | Woonagenda Steenwijkerland 2022- 2026 | 8 | 3.4.3 | Houtopstanden | 39 2.1.5 | Afwegingskader wonen en werken Steenwijk 2040 | 9 2.1.6 | Ambitiedocument, spoorzone Steenwijk 2040 | 9 | 3.5 | Woon- en leefklimaat | 42 2.1.7 | Toetsing ontwikkeling aan gemeentelijk beleid | 9 | 3.5.1 | Externe veiligheid | 42 2.2 | Provinciaal beleid | 11 | 3.5.2 | Kabels en leidingen | 42 3.5.3 | Bedrijven en milieuzonering | 43 2.2.1 | Omgevingsverordening provincie Overijssel | 11 | 3.5.4 | Geluid | 45 2.2.2 | Overijsselse woonaanpak | 11 | 3.5.5 | Verkeer en parkeren | 46 2.2.3 | Omgevingsvisie
Overijssel | 11 | 3.5.6 | Luchtkwaliteit | 47 2.2.4 | Toetsing ontwikkeling aan provinciaal beleid | 12 | 3.5.7 | Spuitzones | 47 2.3 | Waterschapsbeleid | 15 | 3.5.8 | Netcongestie | 48 2.3.1 | Waterschapsverordening | 15 | 52 2.3.2 | Position paper Water en Bodem sturend | 15 2.3.3 | Toetsing ontwikkeling aan waterschapsbeleid | 15 | 4. Sterkte-zwakte analyse | 57 2.4 | Rijksbeleid en uitspraken | 18 | Bijlage 1 – Benodigde onderzoeken bij de ontwikkeling | 0 2.4.1 | Wet versterking regie volkshuisvesting | 18 2.4.2 | Nationale prestatieafspraken 2025-2035 | 18 3 | Toetsing omgevingsaspecten | 20 3.1 | Algemene gebiedsinformatie | 20 3.1.1 | Hoogtekaart | 20 3.1.2 | Grondeigendom en rechten | 20 1
2 Hoofdstuk 1 Vraagstelling, locatie & omgeving
heeft het afwegingskader – en daarmee de locaties voor wonen en 1 | Vraagstelling, locatie & | werken – op 26 november 2024 richtinggevend vastgesteld1. Daarnaast is besloten om het afwegingskader en de nadere uitwerking omgeving | ervan mee te nemen in het traject om te komen tot een visie op Steenwijk, als onderdeel van de omgevingsvisie voor Steenwijkerland. 1.1 | Aanleiding | In het kader van de nadere uitwerking is Ruimtewerk gevraagd om een Er is een behoefte aan extra ruimte voor wonen en werken in- en | haalbaarheidsonderzoek te doen naar een aantal verschillende rondom de stad Steenwijk, maar de ruimte is schaars. Er zijn | ontwikkellocaties uit het afwegingskader wonen en werken. Met de verschillende locaties waar in potentie woningen of bedrijven | voorliggende Ruimtescan worden beleidstechnische-, ruimtelijke- en gerealiseerd kunnen worden, maar een ontwikkeling voor woningbouw | financiºle aspecten globaal verkend. De verkenning resulteert in e en enerzijds gaat altijd ten koste van iets anders. Bij een | SWOT met aspecten waarbij rekening gehouden moet worden met de inbreidingslocatie komt er meer druk op de bestaande infrastructuur | besluitvorming over de ontwikkellocatie (Strenghts, Weaknesses, en voorzieningen. Bij uitbreiding gaat het ten koste van openheid en | Opportunities & Threats). De voorliggende Ruimtescan geldt voor de het landschap.
Met andere woorden: de perfecte locatie bestaat niet. | beoogde locatie voor woningbouw van De Kamp. Aan de keuze om ergens woningen te realiseren hangt dus altijd een tegenargument om het niet te doen. | 1.2 | Beschrijving locatie en beoogde ontwikkeling Om die reden heeft de gemeente Steenwijkerland het ‘afwegingskader | De ontwikkellocatie De Kamp is een uitbreidingslocatie aan de wonen en werken Steenwijk 2040’ | zuidzijde van Steenwijk. Het gebied heeft een oppervlakte van in totaal opgesteld. In het afwegingskader wordt | ongeveer 28 hectare. De locatie bevindt zich direct ten zuiden langs de op basis van zes bouwstenen (zie | rondweg om de stad (Schansweg) en ten noordoosten van de kern hiernaast) een ontwikkelrichting voor de | Zuidveen. Uit de Stadsvisie Steenwijk volgt dat er ongeveer 380 stad Steenwijk uiteengezet. Die | woningen gerealiseerd worden, met name grondgebonden woningen ontwikkelrichting wordt vertaald naar | en een aanzienlijk deel appartementen. De woningbouw wordt een aantal concrete locaties voor | gerealiseerd volgens het 30/40/30 principe; 30% sociale huurwoningen, woningbouw en bedrijventerreinen. De | 40% betaalbaar en 30% duur (vrije sector), in overeenstemming met gemeenteraad van Steenwijkerland | de afspraken vanuit de Woondeal met provincie Overijssel.
Binnen het 1 2024_RAAD_00068 De toekomst van wonen en werken in Steenwijk, 26 november 2024 3
4 plan is in aansluiting op het woningbehoefte onderzoek2021- 2032 en conform de woonagenda Steenwijkerland 2022-2026 en de woonzorgvisie West Overijssel 2024, ruimte voor verschillende doelgroepen, zoals bijvoorbeeld ouderen, gezinnen, starters, wonen met zorg en ondersteuning en een klein cluster woonwagens. Door bureau BVR zijn schetsen gemaakt voor de invulling van de locatie. De gedachte is dat het plangebied voor de auto en fiets op 3 locaties wordt ontsloten aan de zijde van de Schansweg. Voor voetgangers zijn er 3 oversteekpunten. De zone direct langs de Schansweg – het laagste deel van het plangebied - moet een groen/blauwe invulling krijgen, waar met name ruimte is voor waterberging. Daarnaast is er veel ruimte voor groen op De Kamp. In het gedeelte bedoeld voor woningbouw is er een hoog ambitieniveau voor een groene invulling, maar daarnaast moet volgens BVR een groot deel van De Kamp ook onbebouwd blijven om de kwaliteit van het landschappelijk en cultuurhistorisch landschap te behouden. In plaats daarvan komt er een landschappelijke invulling voor extensief recreatief gebruik, bijvoorbeeld door een landschapspark of met moestuinen. Daarbij is er ook ruimte voor recreatieve fiets- en wandelroutes in alle windrichtingen.
1.3 Leeswijzer De Ruimtescan is verdeeld in de volgende hoofdstukken: ▪ In hoofdstuk 1 wordt ingegaan op de aanleiding voor de Ruimtescan en wordt de beoogde ontwikkeling waarvan de haalbaarheid wordt onderzocht beschreven. ▪ Hoofdstuk 2 bevat de toetsing van de beoogde ontwikkeling aan het beleid. Het beleid wordt met de verschillende schaalgroottes doorlopen waarbij het begint bij het gemeentelijk beleid, en langs het provinciaal- en waterschapsbeleid naar het rijksbeleid gaat. ▪ In hoofdstuk 3 wordt algemene informatie over de locatie beschreven (bijv. grondeigendom en grondgebruik) en wordt de beoogde ontwikkeling getoetst aan omgevingsaspecten die in het kader van ruimtelijke ordening van belang zijn zoals archeologie, cultuurhistorie, bodem- en wateraspecten, natuur en verschillende milieuaspecten. ▪ Hoofdstuk 4 bevat een sterkte-zwakte analyse op hoofdlijnen in relatie tot de haalbaarheid van de ontwikkeling, gerelateerd aan de zes bouwstenen uit het ‘afwegingskader wonen en werken Steenwijk 2040’. Tot slot wordt in bijlage een opsomming gegeven van benodigde/geadviseerde onderzoeken bij de ontwikkeling.
5
6 Hoofdstuk 2 Toetsing beleid
2.1.2 | Actualisatie Woondeal West-Overijssel 2025 t/m 2 Toetsing beleid | eind 2030 In december 2022 heeft provincie Overijssel in samenwerking met de 2.1 | Gemeentelijk beleid | West-Overijsselse gemeenten de Woondeal ‘Wonen met Kwaliteit’ opgesteld. Hierin is vastgelegd welke bijdrage regio West-Overijssel in de periode tot en met eind 2030 levert aan de nationale ambities op 2.1.1 | Verstedelijkingstrategie Regio Zwolle | het gebied van woningbouw. Daarin is een minimale De Regio Zwolle staat voor een grote uitdaging: hoe kan de regio op | woningbouwopgave van 28.200 voor West-Overijssel tot en met 2030 een duurzame en evenwichtige manier groeien, met respect voor | opgenomen. Uit de actualisatie komt naar voren dat de regio als natuur, infrastructuur en de leefbaarheid van haar inwoners? | geheel goed op koers ligt met de huidige doelstellingen. Het Rijk heeft Aangewezen door het Rijk als NOVEX-gebied ligt de uitdaging om de | de provincie Overijssel gevraagd om minimaal 5.000 extra woningen te opgaven voor woningbouw, economische concurrentie, mobiliteit en de | bouwen tot en met 2030. Deze extra opgave landt in Deventer, klimaatverandering te verenigen in een integrale | Hardenberg, Olst-Wijhe, Raalte en Staphorst. verstedelijkingsstrategie.
Om invulling te geven aan de opgaven hebben 22 gemeenten, vier provincies, vier waterschappen samen met | In de Woondeal wordt het 30-40-30 principe gehanteerd. Dit refereert de ministeries BZK, IenW, EZK en Rijkswaterstaat gezamenlijk een | naar het uitgangspunt om 30% van de woningbouwopgave te verstedelijkingsstrategie ontwikkeld. Het document2 vormt de basis | realiseren in sociale huur (8.460 woningen, 40% in de middenhuur en voor afspraken tussen het Rijk en de regio over woningbouw, | betaalbare koop (11.280 woningen), en 30% in de vrije sector. Met name economische ontwikkeling en mobiliteit. | de opgave om 30% sociale huur te realiseren heeft een drukkend effect op het programma van de ontwikkellocaties De Kamp en Tuk. Ook de gemeente Steenwijkerland valt onder de regio Zwolle en is daarmee een partij in de verstedelijkingsstrategie. Uit deze strategie | Vanuit de Woondeal zijn regionale sleutelprojecten aangewezen in volgt voor de gemeente de volgende opgave: | overeenstemming met de afspraken vanuit de Woontop. Dit zijn ▪ | De realisatie van 1500 woningen na 2031 | projecten met een grote impact op de verstedelijkingsopgave en ▪ | Het toevoegen van 12 hectare lokaal bedrijventerrein + regionaal | voorzien in de lokale woningbehoefte. In totaal zijn er 50 bedrijventerrein. | sleutelprojecten aangewezen waarin wordt voorzien in 24.210 woningen.
Er zijn drie sleutelprojecten vanuit Steenwijk opgenomen in de actualisatie3. Het gaat hier om Steenwijk-Zuidoost, Vollenhove (beide 240 woningen) en de Spoorzone voor de periode 2030-2035 2 Verstedelijkingsstrategie Regio Zwolle, Warme Harten in en Klimaat | 3 2025_B&W_00272 Actualisatie Woondeal West-Overijssel 2025 t/m adaptieve Delta, 1 februari 2023. | eind 2030, 15 april 2025. 7
(350 woningen). De woningbouw(opgave) die uit de visie Steenwijk | Binnen het plangebied is desgewenst ruimte om invulling te geven aan voortkomt, is nog niet opgenomen, aangezien dit traject nog in | deze opgaven. Dit is een onderwerp voor nadere uitwerking in de ontwikkeling is. | volgende fasen. 2.1.3 | Regionale woonzorgvisie 2024-2026 West- | 2.1.4 | Woonagenda Steenwijkerland 2022- 2026 Overijssel | Los van de regionale opgave voor woningbouw geldt er ook een lokale In 2026 moeten alle gemeenten en provincies in Nederland een | woningbouwopgave. De gemeente Steenwijkerland staat de komende woonzorgvisie hebben. Een regionale woonzorgvisie vormt voor | jaren voor een belangrijke uitdaging op het gebied van wonen. De gemeenten de basis om regionale en lokale afspraken te maken met | vraag naar woningen blijft stijgen, zowel door de natuurlijke woningcorporaties, verhuurders, zorgaanbieders en zorgkantoren over | bevolkingsgroei als door de instroom van nieuwe inwoners. huisvesting, zorg en ondersteuning voor aandacht groepen en ouderen. | Tegelijkertijd zijn er grote opgaven op het gebied van betaalbaarheid, In maart 2024 is de woonzorgvisie huisvesting ouderen van West | duurzaamheid en leefbaarheid. Om deze uitdagingen in goede banen Overijssel ondertekend4.
In de Regionale woonzorgvisie worden de | te leiden, heeft de gemeente de Woonagenda Steenwijkerland 2022- volgende opgaven benoemd: | 2026 opgesteld. Dit beleidsdocument schetst de koers voor de ▪ | Opgave 1: flexibele en duurzame nultredenwoningen. De focus ligt | woningmarkt in de komende jaren en biedt handvatten om een op het creºren van woningen die niet alleen levensloop-geschikt en | evenwichtige en toekomstbestendige woonomgeving te realiseren. veilig zijn, maar ook flexibel aanpasbaar om te voldoen aan | Een van de kernpunten in de woonagenda is de bouw en uitbreiding veranderende behoeften. | van de woningvoorraad van zowel voor koop- als huurwoningen volgens ▪ | Opgave 2: meer tussenvoorzieningen. Gemeenten constateren een | het 30/40/30 principe (30% goedkoop, 40% middelduur, 30% duur/vrije gebrek aan tussenvoorzieningen voor mensen die niet meer thuis | sector). Uit de woonagenda volgt voor Steenwijk de opgave om tot het kunnen wonen, maar nog niet terechtkunnen in het verpleeghuis. | jaar 2031 in totaal 695 tot 945 woningen te realiseren. Elke 4 à 5 jaar ▪ | Opgave 3: ouderenwoningen in zorgzame gemeenschappen. Een | vindt er een woningmarktonderzoek plaats voor een actueel beeld van geïntegreerde benadering van wonen, welzijn en zorg, waarbij | de woningmarkt. Op dit moment wordt er opnieuw een geclusterde woningen een centrale rol spelen.
| woningmarktonderzoek uitgevoerd5. ▪ | Opgave 4: inzetten op doorstroming en doorstroming faciliteren. ▪ | Opgave 5: dementievriendelijke wijken. Speciale wijken ontworpen | De lokale vraag voor 695 tot 945 woningen is in bestaande (zachte) op de behoeften en uitdagingen van mensen met dementie | plancapaciteit opgenomen. Daarnaast is er vanuit de stadsvisie de evenals ter bevordering van zelfstandigheid, veiligheid en welzijn. | ambitie voor 1500 woningen vanuit bovenregionale vraag. 4 Totstandkoming regionale woonzorgvisie West-Overijssel, 14 oktober | 5 Woonbeleid, 3 juni 2025 2024 8
9 2.1.5 Afwegingskader wonen en werken Steenwijk 2040 De gemeente Steenwijkerland staat zoals hiervoor beschreven voor een grote opgave als het gaat om ruimte voor wonen en werken, dit terwijl geschikte ruimte voor ontwikkelingen in- en rondom de stad schaars is. Met het afwegingskader wonen en werken Steenwijk 2040 heeft de gemeente stads breed gekeken naar potentiºle ontwikkellocaties en op basis van een afwegingskader (zes bouwstenen) voor- en nadelen van de verschillende locaties tegen elkaar afgewogen. Dit heeft geleid tot een ontwikkelrichting met ook concrete locaties voor woningbouw en bedrijventerrein (zie ook de visiekaart op de volgende pagina uit het afwegingskader). Het afwegingskader is richtinggevend vastgesteld in de gemeenteraad van 26 november 2024. Het biedt een strategische basis voor toekomstige ontwikkelingen en vormt mede op basis van zes bouwstenen input voor de omgevingsvisie van Steenwijkerland. 2.1.6 Ambitiedocument, spoorzone Steenwijk 2040 De Spoorzone in Steenwijk is een gebied met enorme potentie. Gelegen op een strategische plek, speelt het station en de omliggende ruimte een cruciale rol in de bereikbaarheid en ontwikkeling van de stad en daarmee ook in de opgaven voor wonen en werken.
Om deze potentie optimaal te benutten en Steenwijk klaar te maken voor de toekomst, heeft de gemeente een ambitiedocument opgesteld dat richting geeft aan de gebiedsontwikkeling tot 2040. Hierin staat hoe de Spoorzone kan uitgroeien tot een dynamische, duurzame en economisch sterke omgeving die naadloos aansluit op de wensen van bewoners, reizigers en ondernemers. Vanuit het ontwikkelprincipe ‘zuinig omgaan met de ruimte’ is de spoorzone een belangrijke en logische ontwikkellocatie voor de stad. Om te voorzien in de lokale en regionale woningbouw zullen er naast de spoorzone ook nieuwe ontwikkellocaties, binnenstedelijk en buiten stedelijk, worden aangewezen. Een ambitie die is uitgesproken voor de spoorzone is dat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan de mobiliteitstransitie (minder auto, meer lopen, fietsen en OV) en dat daarom woningbouw op fiets- of loopafstand van het station wordt gerealiseerd. 2.1.7 Toetsing ontwikkeling aan gemeentelijk beleid De locatie van De Kamp is in het afwegingskader wonen en werken Steenwijk 2040 benoemd als ØØn van de beoogde ontwikkellocaties voor woningbouw.
De ontwikkeling op De Kamp sluit goed aan op alle bouwstenen uit het afwegingskader wonen en werken Steenwijk 2040 De ligging van De Kamp ten opzichte van voorzieningen, nabij scholen, het centrum van Steenwijk en daarmee ook het station/OV, is ØØn van de redenen dat de locatie in het afwegingskader goed scoort. Daarmee sluit het ook aan op de ambities voor de spoorzone. De geschetste programmering van ongeveer 380 woningen draagt meer dan 25% bij aan de totale bovenregionale woningbouwambitie voor 1500 woningen. De geschetste programmering van ongeveer 380 woningen draagt meer dan 25% bij aan de totale bovenregionale woningbouwambitie voor 1500 woningen. Er is ruimte voor inpassing van woningen voor diverse aandachtsgroepen. De locatie scoort hoog op alle bouwsten en uit het afwegingskader wonen en werken Steenwijk 2040 en op het versterken van de ambities Spoorzone door de nabije ligging.
10 Overzichtskaart met potentiºle ontwikkellocaties voor woningbouw en bedrijventerrein naar aanleiding van uitwerking Afwegingskader wonen en werken Steenwijk 2040.
11 2.2 Provinciaal beleid 2.2.1 Omgevingsverordening provincie Overijssel De omgevingsverordening van de provincie Overijssel bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. EØn van de provin ciale belangen die in het kader van woningbouw op De Kamp geraakt wordt is die van de ruimtelijke kwaliteit. In de verordening zijn hiervoor regels opgenomen. Hierin is vastgelegd dat bij ruimtelijke ontwikkelingen een onderbouwing zit dat de nieuwe ontwikkeling bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit in overeenstemming met de uitspraken die de ‘catalogus gebiedskenmerken’ doet voor dat gebied. In deze catalogus worden vier lagen onderscheiden, namelijk de natuurlijke laag, de laag van het agrarisch cultuurlandschap, de stedelijk e laag en de laag van de beleving. Voor de locatie De Kamp wordt per laag beschreven: Natuurlijke laag. De ambitie van de provincie is om het eigen karakter van afzonderlijke stuwwallen te behouden en versterken. De inzet is het reliºf daarbij ruimtelijk beeldbepalend te laten zijn. Door bi jvoorbeeld de overgangen naar andere landschappen te accentueren en door de zichten erop Øn ervan af te versterken. Als er ontwikkelingen plaatsvinden dan dragen deze bij aan beter zichtbaar maken van de hoogteverschillen en van de overgang tussen stuwwal en omgeving. Agrarisch cultuurlandschap: essenlandschap.
Het essenlandschap wordt gekenmerkt door een samenhangend systeem van essen, flanken, lagergelegen maten en bebouwing rond de es. Als ontwikkelingen plaats vinden in het essen-landschap, dan krijgen deze in de flanken een plaats, met respect voor en bijdragend aan de aanwezige bebouwings-structuren (lint, erf) en versterking van het landschappelijk raamwerk. Stedelijk gebied: informele trage netwerk. Het informele trage netwerk is het ‘langzame’ netwerk (wandelpaden, fietspaden, ruiterpaden, vaarroutes) van de provincie, dat delen van het agrarisch cultuurlandschap en het natuurlijke laag toegankelijk en ervaarbaar maakt. Het is de ambitie om fiets- en wandelpaden op het niveau van de regio te integreren. Als ontwikkelingen plaatsvinden in dit gebied dan worden mogelijkheden voor het bijdragen aan lange afstands-, wandel- en fietsroutes benut. Laag van de beleving: bakens in de tijd. Bakens in de tijd zijn relicten van diverse aard uit verschillende perioden van de geschiedenis van Overijssel. Denk aan historische wegen, landschappelijke ensembles, verkavelingsstructuren of monumenten. De ambitie is om bij nieuwe ontwikkelingen de bakens in de tijd te inventariseren, te behouden, te benutten en te versterken.
2.2.2 Overijsselse woonaanpak Met de Overijsselse woonaanpak werken de provincie, het Rijk, gemeenten, woningcorporaties en marktpartijen samen om de vraag naar woningen te realiseren. Het doel is om tot 2030 binnen de provincie Overijssel 47.300 woningen toe te voegen. Het gaat hierbij om betaalbare koop en betaalbare (sociale) huur. De vier speerpunten worden verwerkt bij woningbouw op de Kamp en zijn: (1) realisatie v an de woningbouw, (2) een huis voor iedereen, (3) toekomstbestendige woningen en wijken en (4) leefbare dorpen en steden. 2.2.3 Omgevingsvisie Overijssel In juni 2024 is het concept van de provinciale Omgevingsvisie ‘Overijssel voor en met elkaar!’ vastgesteld. De visie is gevisualiseerd op kaart (zie volgende kaart in dit rapport). Het is de intentie dat deze visie in 2025 definitief wordt vastgesteld. De leidende principes hierin zijn:
12 ▪ Duurzaam omgaan met onze ruimte en voorraden. ▪ Water en bodem sturend maken in onze ruimtelijke inrichting. ▪ Inzetten op krachtige DUS-regio’s (Daily Urban System). ▪ Voortbouwen op onze bestaande sterke netwerken. Duurzaam omgaan met onze ruimte en voorraden. De provincie pleit voor zuinig ruimtegebruik. Bij nieuwe ontwikkelingen moet onderbouwd worden dat er een maatschappelijke behoefte is aan de beoogde ontwikkeling en moet er eerst onderzocht worden of er binnen het bebouwde gebied locaties benut kunnen worden, voordat uitbereiding plaatsvindt in de groene omgeving. Inbreiding gaat hierbij boven uitbreiding. Daarnaast wordt bij duurzaam omgaan met de ruimte gesproken over ‘concentratie, nabijheid en (boven)regionale afstemming’. Dit houdt in dat ontwikkelingen zich zoveel mogelijk concentreren in en nabij de grote steden in de DUS-regio’s en de andere bebouwde gebieden, bij voorkeur op locaties die goed ontsloten zijn voor openbaar vervoer. Water en bodem sturend maken in onze ruimtelijke inrichting. Dit Leidende Principe houdt in dat het water- en bodemsysteem de basis vormt voor de (toekomstige) inrichting van de provincie Overijssel. In het omgevingsbeleid wordt gezocht naar oplossingen die zich goed verhouden tot het water- en bodemsysteem. Inzetten op krachtige DUS-regio’s..
Bij het versterken van de DUS- regio’s zet de provincie de grote steden (Zwolle, Almelo, Hengelo, Enschede en Deventer) centraal als kloppend hart en motor van de regio. Hardenberg en Steenwijk hebben als streekcentrum in hun specifieke regio ook een centrale rol. In de steden komen werkgelegenheid, wonen en voorzieningen samen en is ruimte voor de (boven)regionale behoefte. De steden zijn de poort voor de verbinding met de rest van Nederland en daarbuiten. Zeker met het openbaar vervoer. Het gros van de opgave voor wonen en werken landt in deze steden, hier is ruimte voor het opvangen van de (boven)regionale woonbehoefte en (boven)regionale bedrijvigheidsbehoefte. Voortbouwen op onze bestaande sterke netwerken. De provincie wil bouwen op bestaande en sterke netwerken en dat nieuwe ontwikkelingen hierop aansluiten. Op verschillende gebieden is de provincie bedekt met een sterk netwerk. Of het nou gaat over mobiliteit, natuur, landbouw of sterke sociale structuren zoals Noaberschap, of de samenwerking die diepgeworteld zit in het midden- en kleinbedrijf (mkb). Vanuit dit principe wordt bijvoorbeeld ingezet op ontwikkelen van wonen en werken op goed (OV-) bereikbare plekken, boven het realiseren van grootschalige nieuwe infrastructuur. 2.2.4 Toetsing ontwikkeling aan provinciaal beleid Met de Overijsselse woonaanpak zet de provincie stevig in op woningbouw.
Woningbouw in het plangebied van De Kamp draagt hier direct aan bij. In het (concept) van de provinciale omgevingsvisie zijn een aantal leidende principes benoemd waaraan ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst. Belangrijk is dat de provincie pleit voor inbreiding boven uitbreiding, maar daarnaast ook dat ontwikkelingen (zoals invulling geven aan de (boven)regionale behoefte voor woningen) zich zoveel mogelijk concentreren in en nabij de grote steden in de DUS-regio’s, bij voorkeur op locaties die goed zijn ontsloten voor openbaar vervoer Øn waarbij water en bodem wordt gestuurd. Hier sluit het afwegingskader Wonen en Werken Steenwijk goed aan op het beleid van de provincie. De Kamp ligt nabij het intercitystation wat de stap naar gebruik van openbaarvervoer verkleint en daarmee de beoogde ontwikkeling in de stationsomgeving versterkt.
13 Binnen Steenwijk is gezocht naar verschillende potentiºle woningbouwlocaties. Een groot deel wordt binnen de bestaande kom gebouwd, maar om volledig invulling te geven aan de bovenregionale vraag naar woningbouw moet ook buiten de bestaande bebouwde kom worden gebouwd. De locatie De Kamp betreft een uitbreiding maar ligt dicht bij het centrum van Steenwijk (en daarmee het OV) en geniet door de hogere ligging vanuit het principe water- en bodemsturend de voorkeur. Belangrijk aandachtspunt bij de uitwerking van de plannen voor woningbouw is dat rekening wordt gehouden met de gebiedskenmerken zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening van de provincie. De stuwwal, het essenlandschap, en bakens in de tijd kunnen met bijvoorbeeld wandelroutes met beschrijvingen over het gebied nog meer tot de verbeelding spreken en worden beleefd.
14
15 2.3 Waterschapsbeleid 2.3.1 Waterschapsverordening De waterschapsverordening bevat alle regels over de fysieke leefomgeving die het waterschap stelt binnen haar beheergebied. De waterschapsverordening bevat regels voor waterkeringen, watergangen en grondwater die voor iedereen gelden. In het voorliggende geval gaat het om de waterschapsverordening van het waterschap Drents Overijsselse Delta. Onderdeel van de waterschapsverordening zijn de leggers voor oppervlaktewateren (zie onderstaande afbeelding) en primaire waterkeringen (niet aanwezig en relevant voor woningbouw op De Kamp). Op de legger oppervlaktewateren zijn watergangen en kunstwerken opgenomen die voor het waterbeheer van primair (a- watergangen), secundair (b-watergangen) en tertiair (c-watergangen) belang zijn. 2.3.2 Position paper Water en Bodem sturend Op 16 april 2024 heeft het algemeen bestuur van waterschap Drents Overijsselse Delta de ‘position paper Water en Bodem sturend’ vastgesteld. Met dit principe wordt verondersteld dat natuurlijke kenmerken met betrekking tot bodem en water centraal worden gesteld in ruimtelijke keuzes. Het doel is om waterbeheer toekomstbestendig en betaalbaar te houden. De position paper van het waterschap is vooral een strategisch document en daarin zijn geen concrete principes benoemd waaraan ruimtelijke ontwikkelingen worden getoetst.
Om invulling te geven aan de ambitie om water en bodem sturend te laten zijn heeft het Ingenieursbureau Sweco vijf concrete ontwerpcriteria geformuleerd. Deze worden in deze Ruimtescan gebruikt voor de toetsing. Het gaat om de volgende ontwerpprincipes: 1) Niet afwentelen. Het belangrijkste ontwerpprincipe is het voorkomen van afwenteling van negatieve effecten van ruimtelijke inrichting op het water en bodemsysteem: los eventuele negatieve effecten op binnen dezelfde ontwikkeling. 2) Vergroot de sponswerking van het water- en bodemsysteem. Dit principe gaat ervanuit dat wanneer ruimtelijke ontwikkelingen afgestemd worden op hoe water zich van nature gedraagt, hoe kleiner de inspanningen zullen zijn om het water duurzaam dienstbaar te laten zijn aan onze maatschappelijke behoeften. 3) Houd rekening met extremen. Dit principe schrijft voor om rekening te houden met extremen, zoals extreme regenval, die groter zijn dan de normen waaraan getoetst wordt. 4) Een aanpasbare inrichting voor de lange termijn. Dit principe schrijft voor een bepaalde mate van aanpasbaarheid te integreren in het ontwerp om te voorkomen dat de klimaatopgave voor de volgende generaties groter wordt door onvoldoende rekening te houden met lange termijneffecten (klimaatverandering, stijgende zeespiegel). 5) Benut kansen voor systeemherstel.
Dit principe schrijft voor om bij ontwikkelingen te proberen om negatieve trends van verdroging door overmatig afvoeren of onttrekken van (grond)water, (grond)waterkwaliteitsverslechtering en bodemdaling te keren. 2.3.3 Toetsing ontwikkeling aan waterschapsbeleid De voorkeur voor de woningbouwlocatie De Kamp sluit aan bij het beleid van het waterschap en de bouwsteen ‘water en bodemsturend’ ØØn van de leidende afwegingscriteria is.
16 Het plangebied is gelegen op een stuwwal en daarmee op een hoogte in het landschap. De stuwwal kenmerkt zich door een leemhoudende ondergrond waarbij sprake is van verminderde doorlatendheid voor (regen)water. Water stroomt daarom natuurlijk gezien al af naar de laagten rondom de stuwwal, in dit geval met name naar het noordelijk deel van het plangebied (zie ook paragraaf over water in ruimtelijke verkenning). De laagten kenmerken zich door gronden waar water beter in de bodem infiltreert. Het water dat niet infiltreert wordt via sloten en een duiker van de gemeente afgevoerd naar een A- watergang van het waterschap. Woningbouw op hoogte betekent dat regenwater natuurlijk afstroomt er geen grote inspanningen nodig zijn in het kader van waterbeheer (zoals bijvoorbeeld het toevoegen of aanpassen van gemalen). He t feit dat er woningbouw plaats zou vinden op De Kamp heeft in de basis een negatieve impact als het gaat om waterbeheer; meer verharding door daken en wegen betekent dat er minder regenwater in de bodem zal infiltreren (terwijl de bodem sowieso al minder goed infiltreert). Dat betekent een grotere kans op meer afvloeiing van water richting de laagtes in- en rondom het plangebied en daarmee naar watergangen van het waterschap. Er zullen dus maatregelen genomen moeten worden om negatieve effecten niet af te wentelen.
In het schetsontwerp van BVR is rekening gehouden met afvloeiing naar de lagergelegen delen aan de noordzijde. Bij de nadere uitwerking (o.a. op basis van de watertoets) moet beoordeeld worden of dit voldoende is, of dat ook op andere plekken in het plangebied ruimte voor infiltratie of waterberging nodig is. Daarnaast heeft het plangebied een directe geohydrologische relatie met de polder Zuidveen en indirect met Speciale Beschermingszone (SBZ) de Wieden en Habitatrichtlijngebied Wieden. Dit vraagt om een passende beoordeling met betrekking tot het effect op waterkwaliteit en kwantiteit van inzijging van hemelwater (zie 3.3 Bodem en water). Afwenteling kan daarmee worden voorkomen. In afstemming met het waterschap zal bij een volgende stap in meer detail gekeken m oeten worden naar het waterbeheer. Er wordt een inrichtingsplan opgesteld waar een waterbeheerplan onderdeel van is. Met woningbouw op De Kamp wordt invulling gegeven aan het principe van water- en bodem sturend door situering van woningbouw op het hogere deel en afvloeiing van water naar het lager gelegen noordelijke deel. In het vervolgtraject vraagt de uitwerking nog wel nadere afstemming met het waterschap Drents Overijsselse Delta. Onderdeel van dit proces is in ieder geval een watertoets.
17 Legger oppervlaktewateren waterschap In de legger oppervlaktewateren van het waterschap zijn de oppervlaktewateren in beheer bij waterschap Drents Overijsselse Delta met A-watergangen en B- watergangen (gestreept).
2.4 | Rijksbeleid en uitspraken | • | De ‘ladder van duurzame verstedelijking voor woningbouw’ is niet meer van toepassing in verband met het verkorten van de procedures voor bouwen buiten de bebouwde kom. 2.4.1 | Wet versterking regie volkshuisvesting Het wetsvoorstel ‘Versterking regie volkshuisvesting’ geeft overheden | Het wetsvoorstel voorziet daarnaast in de verplichting voor gemeenten meer mogelijkheden om te sturen op de woningbouw: hoeveel | om een urgentieregeling op te nemen in een huisvestingsverordening. woningen er komen, waar ze worden gebouwd en voor wie ze bedoeld | Hierdoor maken urgent woningzoekenden (jongeren uit de jeugdzorg of zijn. Hiermee kunnen het Rijk, de provincies en gemeenten de regie op | maatschappelijke opvang) meer kans op een passende woning. de volkshuisvesting en met name de woningbouwopgave weer naar | Hiervoor gaat het wetsvoorstel uit van een regionale samenwerking zich toe trekken. Die opgave is fors: elk jaar moeten er 100.000 | voor de verdeling van verplicht urgent woningzoekenden middels een woningen bijkomen, waarvan twee derde in het betaalbare segment en | verdeelafspraak onder gemeenten. Hier dient rekening mee te worden 30% sociale huur. Deze doelstelling geldt op provinciaal en regionaal | gehouden voor de programmering van De Kamp. De beoogde niveau en niet voor project- of op gemeenteniveau.
Dit biedt lokaal | inwerkingtreding van de wet is 1 januari 2026. ruimte voor maatwerk binnen de betaalbaarheidsverdeling. Gemeenten met veel sociale huur in de huidige woningvoorraad (hoger | 2.4.2 Nationale prestatieafspraken 2025-2035 dan het landelijke gemiddelde) kunnen met onderbouwing afwijken van | Aedes, VNG en de Rijksoverheid hebben in december 2025 de het aandeel 30% sociale huur onder voorwaarde dat minstens 40% | Nationale Prestatieafspraken 2025-2035 ondertekend (NPA). Daarin is van de nieuwe woningen gericht zijn op middeninkomens6. afgesproken welk investeringen woningcorporaties de komende 10 jaar Het wetsvoorstel richt zich op vier pijlers, waaronder (1) regie op | doen in nieuwbouw, onderhoud, isolatie en leefbaarheid. Onderdeel van aantallen woningen en locaties, (2) realiseren van betaalbare woningen | de financiering is een gematigde huurstijging. In de voorjaarsnota is en evenredige verdelingen van de woningen, (3) kortere procedures en | bevriezing van de huurprijzen voor sociale huurwoningen opgenomen. (4) gelijke kansen voor urgent woningzoekenden. In februari 2025 is | Daarmee vervalt de financiºle ruimte voor woningcorporaties om te een aangepaste wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting | investeren in onder andere nieuwbouw van sociale huurwoningen 7 | vooral op de midden- en lange termijn.
Met de val van het kabinet juni voorgelegd aan de Tweede Kamer | . Wijzigingen ten opzichte van het | 2025 lijkt de huurbevriezing weer van de baan. vorige voorstel hebben betrekking op: • | 2/3 van de nieuw te bouwen woningen in Nederland betaalbaar | De investeringsruimte van woningcorporaties en daarmee de moet zijn voor mensen met een midden- en laag inkomen | mogelijkheid om 30% sociale huurwoningen te realiseren op De Kamp • | Hierin wordt expliciet geregeld dat per regio 30% van de | staat onder druk. nieuwbouw sociale huurwoningen moeten zijn. 6 Actualisatie Woondeal West-Overijssel 2025 t/m eind 2030 | 7 Aangepast Wetsvoorstel Versterking Regie Volkshuisvesting naar Tweede Kamer gestuurd, 13 februari 2025. 18
19 Hoofdstuk 3 Toetsing omgevingsaspecten
20 3 Toetsing omgevingsaspecten 3.1 Algemene gebiedsinformatie 3.1.1 Hoogtekaart Het plangebied van De Kamp kent vanwege de ligging op een stuwwal een groot hoogteverschil. Dat is gevisualiseerd in een hoogtekaart op basis van het Actuele Hoogtebestand Nederland (AHN) van Rijkswaterstaat. De noordwestrand van het gebied, langs de Schansweg, is de laagstgelegen plek van het plangebied. De hoogte van de bodem ligt ongeveer rond de 1,00 - 1,50 meter +NAP. Vanaf da ar loopt de bodem van het plangebied in alle richtingen op. Richting het zuidoosten van het plangebied gaat de bodemhoogte naar ongeveer 6,00 meter +NAP. Het hoogteverschil heeft met name grote gevolgen voor de waterhuishouding in het gebied. Het regen- en grondwater stroomt naar lagergelegen gebieden. Dat betekent dat met name in de noordwesthoek van het plangebied veel water te verwachten is. Dez e lagergelegen gronden zijn in de basis niet geschikt voor woningbouw en het is – met het oog op afwenteling van waterbeheer – ook niet wenselijk om deze gronden geschikt te maken voor woningen. In plaats daarvan is de zone langs de Schansweg juist geschikt als groen/blauwe zone met waterberging. In de stedenbouwkundige opzet en het uiteindelijke inrichtingsplan moet de wijze waarop omgegaan wordt met waterbeheer in relatie tot de aanwezige hoogteverschillen nader gedetailleerd worden.
Daarnaast heeft het hoogteverschil in het plangebied ook invloed op het woningbouwplan waarmee de kwaliteit van het hoogteverschil benadrukt wordt. 3.1.2 Grondeigendom en rechten Op de eigendomskaart is te zien welke gronden van de gemeente zijn en welke gronden in handen zijn van particulieren en/of ontwikkelaars. Een groot deel van de grond is in bezit van de gemeente Steenwijkerland. Deze grond is jaren geleden aangekocht door de gemeente met het oog op woningbouwontwikkeling. Er liggen geen langetermijn pachtovereenkomsten op deze gronden. Voor de haalbaarheid en kwaliteit van woningbouw op De Kamp is dit zeer bevorderlijk. De gemeente kan namelijk zelf sturen op gronduitgifte en het beoogde woningbouwprogramma. Echter, niet alle percelen zijn in eigendom van de gemeente. Hierbij zijn met name de percelen kadastraal C2698 en C2124 aan de noordzijde van het plangebied van belang. Dat blijkt ook uit het schetsplan van BVR. In het schetsplan is via deze percelen de ontsluiting van het gebied georganiseerd voor verkeer. Daarnaast zijn deze percelen benodigd om het waterbeheer van het plangebied vorm te geven. Het perceel met nummer 3141 ten westen van de Trappenweg is in bezit van een extern ontwikkelaar. Indien deze gronden niet verworven kunnen worden is het ruimtelijk mogelijk om deze grond buiten de ontwikkeling te houden.
21 Daarnaast is op de gemeentelijke percelen kadastraal 2133, 2672, 2160,2476,2856 en 2142 een eerste recht van koop gevestigd bij een externe ontwikkelaar. Het grootste deel van de benodigde gronden is in bezit van de gemeente Steenwijkerland, met uitzondering van ca. 5,9 ha aan de noordzijde. Deze grond is wel nodig voor een goede ruimtelijke ontwikkeling. De gronden in bezit van de gemeente zijn beschikbaar voor ontwikkeling. Bij de ontwikkelstrategie dient rekening te worden houden met grondposities en eerste recht van koop. Naast grondeigendom moet ook rekening worden gehouden met bijvoorbeeld opstalrecht. Op de persleiding die langs de noord- en oostzijde van het plangebied loopt, is een zakelijk recht van opstal gevestigd op verschillende percelen. 3.1.3 Grondgebruik In het plangebied bevindt zich geen bebouwing. De enige verharding betreffen de wegen die in grote lijnen van oost naar west door het plangebied lopen: de Lange Muddenweg en de Halfweg. De grond in het plangebied wordt op dit moment enkel gebruikt voor agrarische doeleinden. Het grootste deel wordt gebruikt voor het verbouwen van mais, en een klein deel voor bieten. In de omgeving liggen meer agrarische gronden waar mais en aardappels worden verbouwd. Door op De Kamp woningbouw toe te staan zal het grondgebruik van de huidige functie (agrarisch) logischerwijs komen te vervallen.
Dat betekent dat woningbouw leidt tot een afname van circa 28 hectare aan landbouwgrond.
22 Hoogtekaart Op de Actuele Hoogtekaart Nederland (AHN) van het Rijk is de hoogte van de bodem in meters ten opzichte van NAP weergegeven, ook voor het plangebied van De Kamp. NB: op verschillende plekken wordt ook de hoogte van bebouwing of bomen aangegeven.
23 Overzichtskaart grondeigendom In deze kaart is het grondeigendom van plangebied De Kamp weergegeven. Hierbij is er onderscheid tussen gronden in eigendom van de gemeente Steenwijkerland en gronden in eigendom bij particulieren of ontwikkelaars. Daarnaast zijn er gronden in eigendom van de gemeente, waarop een ontwikkelclaim rust.
24 Grondgebruik Op deze kaart van de Atlas leefomgeving is het grondgebruik in en rondom het plangebied van De Kamp getoond. De meest relevante soorten zijn hier bebouwing, aardappelteelt, maisteelt, bietenteelt, agrarisch gras, tuin en water.
25 3.2 Geschiedenis 3.2.1 Archeologie De Archeologische Verwachtingenkaart van de provincie Overijsse l geeft de kans op het aantreffen van archeologische waarden aan. Archeologische waarden zijn overblijfselen (in het landschap) van menselijke activiteiten uit het verleden. De kaart geeft een indicatie van de ligging van gebieden met een hoge, een middelhoge of een lage verwachtingswaarde. De kaart is in 2022 geactualiseerd (door Het Oversticht, een onafhankelijk adviesorganisatie op gebied van cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit) en wordt gebruikt bij het ontwikkelen van een visie op ruimtelijke plannen van regionale of provinciale aard. Voor het gebied van De Kamp geldt voor het grootste deel een hoge archeologische verwachting. Deze volgt vooral uit de ondergrond (namelijk een hoge stuwwal en hoge zwarte enkeerdgronden) en de algemene aannames waarop deze gronden in het verleden gebruikt zouden zijn. De gronden langs de Schansweg hebben op basis van de kaart van de provincie Overijssel een middelhoge of lage archeologische verwachting. De gemeente Steenwijkerland heeft een eigen Archeologische Waarden- en Beleidskaart op laten stellen waarin de archeologische waarden en verwachtingen voor het hele grondgebied van de gemeente in kaart zijn gebracht.
De trefkans voor archeologische waarde is volgens deze kaart hoog (en sluit dus aan bij de hiervoor beschreven kaart van de provincie). De Kamp heeft een archeologische waarde van 2 in de beheersverordening Steenwijkerland 2014. Op basis hiervan geldt dat er archeologisch rapport moet worden opgesteld bij ontwikkelingen van een gebied groter dan 2500m2, dus ook voor woningbouw op De Kamp. Historische infrastructuur. De weg door Zuidveen (Zuidveenseroute/Schansweg) en richting het centrum van Steenwijk (Gasthuislaan) ten noordwesten van het plangebied wordt aangemerkt als historische infrastructuur. Het betreft een route die tenminste sinds 1648 aanwezig is en die nederzettingen met elkaar verbond. Kenmerkend van de route is dat hij de hoogtes in het landschap volgt. Daarnaast wordt binnen de gemeente de Onnase doodweg, ten noordoosten en buiten het plangebied, als historische infrastructuur aangewezen. De omliggende historische infrastructuur ligt volledig buiten het plangebied, wat betekent dat de woningbouw hierop geen impact zal hebben (en vice versa). Gemeentelijke monumenten. In het plangebied bevinden zich geen monumenten. Buiten het plangebied liggen twee monumentale boerderijen: aan de Burgemeester G.W. Stroinkweg 46 (ten zuidwesten) en Zuidveenseweg 24 (ten noordwesten). Woningbouw op De Kamp heeft geen invloed op de twee nabijgelegen gemeentelijke monumenten.
3.2.2 Cultuurhistorisch landschap De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) heeft de kaart ‘Cultuurlandschappen van Nederland’ opgesteld. Deze kaart geeft de verspreiding van de historische landschappen in Nederland weer zoals
26 deze tot circa 1900 in de landelijke gebieden hebben bestaan. Daarnaast beheert de provincie Overijssel een cultuurhistorische waardenkaart. Deze kaart geeft een overzicht van landschappelijke en cultuurhistorische waarden in de provincie en geeft ook een waardering van in hoeverre het landschap in de huidige situatie nog aanwezig is. Voor het plangebied van De Kamp zijn er met het oog op cultuurhistorie drie landschappelijke elementen van belang. Het gebied wordt bestempeld als een stuwwalgebied, zandlandschap en als een ruilverkavelingslandschap. Stuwwalgebied (Noord Nederlandse zandlandschappen) Op de kaart met cultuurlandschappen van Nederland wordt De Kamp aangemerkt als onderdeel van een stuwwalgebied. De RCE beschrijft: “De stuwwal van Steenwijk is gevormd als kenmerkend hoefijzervormig stuwwalcomplex rondom een ijslob in het bekken van Steenwijk in de voorlaatste ijstijd (Laat-Saalien, ongeveer 150.000 jaar geleden). Voorbeelden van hoge toppen worden gevormd door de Woldberg (26 m), de Havelterberg (17 m) en de Bisschopsberg (17 m). De stuwwal is overreden door het landijs, waarbij hij is gedrumliniseerd [Een drumlin is een bult die door een ijstong is gestroomlijnd tot een eivorm met de hoogste en steilste kant aan de kant waar het ijs vandaan kwam] e n een dikke laag keileem is afgezet.
Smeltwaterdalen en gordeldekzandruggen zijn gevormd in de laatste ijstijd (het Weichselien, 115.000 – 11.700 jaar geleden).” De Kamp is een uitloper van de Bisschopsberg en de Havelterberg en vormt de punt van de zuidelijk deel van het hoefijzervormige stuwwalcomplex. Zandlandschap De provincie Overijssel beschrijft zandlandschap in de cultuurhistorische waardenkaart: “De kaartlaag Zandlandschappen laat de agrarische cultuurhistorische relicten van de zandgronden zien. Hieronder vallen de essen, bouwlandkampen, groenlanden, heidevelden, stuifzanden en heideontginningsbossen. Essen zijn open akkerlandcomplexen die soms al vanaf de Romeinse tijd in gebruik zijn. Vanaf de late Middeleeuwen werden deze complexen collectief vergroot en het maaiveld kwam als gevolg van bemesting met plaggen hoger te liggen. Na de Middeleeuwen werd ook individueel bouwland ontgonnen hetgeen ‘bouwlandkamp’ wordt genoemd.” Kenmerkend voor De Kamp is volgens de provincie het grote bouwlandcomplex, het open landschap, het bolle reliºf en de houtwallen aan de buitenrand. In de cultuurhistorische waardenkaart wordt het zandlandschap van De Kamp op ‘kenmerkendheid’ hoog beoordeeld en ook als het gaat om intactheid van de daarbij behorende kenmerken. Dit vormt geen belemmering voor woningbouw maar vraagt wel aandacht bij de ruimtelijke uitwerking van het plangebied.
Ruilverkavelingslandschap De provincie Overijssel beschrijft in het kader van ‘het verhaal van Overijssel’: “Sinds de Tweede Wereldoorlog is er veel veranderd op het gebied van de landbouw. De kleinschalige middeleeuwse cultuurlandschappen voldeden niet langer aan de eisen van de moderne tijd. Rondom de stuwwal van Steenwijkerwold hebben meerdere ruilverkavelingen plaatsgevonden. Op de Steenwijkerkamp zijn bijvoorbeeld talloze kleine akkerpercelen samengevoegd.” De provincie Overijssel constateert dat - hoewel de ruilverkavelings- projecten funest zijn geweest voor het kleinschalige cultuurlandschap - men de grote herinrichtingsprojecten tegenwoordig ook als ruimtelijke illustratie van ontwikkelingen uit het verleden ziet. Wat vooral opvalt binnen deze ruilverkavelingsblokken zijn de veranderingen in
27 verkaveling en de infrastructuur. Het landschap werd rationeler en doelmatiger ingericht. Op de cultuurhistorische waardenkaart wordt geoordeeld dat op De Kamp de kenmerkende elementen van de ruilverkaveling (zoals het wegenplan, laanbeplanting, erven, perceelverdeling, etc.) nog grotendeels aanwezig zijn en dat het voorkomen van het type ruilverkaveling schaars is. Dit vormt geen belemmering voor woningbouw maar vraagt wel aandacht bij de ruimtelijke uitwerking van het plangebied. Impact van woningbouw op cultuurhistorisch landschap De woningbouw op De Kamp zal als gevolg hebben dat het landschap voor een groot deel zal veranderen, met als gevolg een effect op openheid en bestaande structuren zoals dat van de ruilverkaveling. De omgevingsverordening van de provincie Overijssel geeft aan dat het behoud en beleefbaar maken van cultuurhistorische waarden een bijdrage moet leveren aan een aantrekkelijk woon- en leefklimaat. De gemeente moet bij het vast te stellen omgevingsplan goed onderbouwen op welke wijze met het stedenbouwkundig ontwerp en het inrichtingsplan rekening is gehouden met aanwezig cultuurhistorische waarden en dus ook het landschap. Om deze waarden goed in beeld te brengen en te vertalen naar concrete eisen en maatregelen is cultuurhistorisch onderzoek benodigd.
De cultuurhistorische waarden van het landschap en het nog scha ars aanwezige historische ruilverkavelingslandschap zijn geen belemmering voor woningbouw, maar bieden juist kansen om te benutten bij het versterken van het ruimtelijk ontwerp. Bij het vast te stellen omgevingsplan moet onderbouwt worden hoe deze zijn verwerkt in het stedenbouwkundige ontwerp.
28 Archeologische verwachtingenkaart Op de archeologische verwachtingenkaart (provincie Overijssel) is de kans op archeologische vondsten gevisualiseerd. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een lage archeologische verwachtingen, middelhoge verwachting en een hoge archeologische verwachting. Op de kaart zijn daarnaast historische infrastructuur, gemeentelijke monumenten (met blauwe stip), rijksmonumenten (met paarse stip) en terreinen met hoge archeologische waarde (gestreepte vlakken) aangegeven.
29 Cultuurhistorische landschapskaart In deze kaart is een uitsnede gemaakt uit de historische cultuurlandschappenkaart van Nederland. In de omgeving van plangebied De Kamp zijn cultuurlandschappen stuwwal, keileem en dekzandgebieden en veenontginning te vinden. Daarnaast heeft de ruilverkaveling in periode 1924-1953 een belangrijke indruk achter gelaten in het landschap (gestipte vlak).
30 3.3 Bodem & water 3.3.1 Bodemopbouw De Bodemkaart van Nederland (van de Universiteit van Wageningen), geeft ruimtelijke informatie over de opbouw van de bodem tot 1,20 meter diepte. De bodemkaart biedt ook inzicht in de bodemopbouw van de Kamp. De bodem van Nederland bestaat uit veel verschillende bodemsoorten die allemaal hun eigen kenmerken hebben. De bodemsamenstelling kan bepalend zijn voor de (on)mogelijkheden voor een ruimtelijke ontwikkeling op die locatie. Voor het plangebied van De Kamp geldt dat er drie type bodemsoorten aanwezig zijn: ▪ Hoge zwarte enkeerdgronden. In het noordelijk deel van het plangebied, op de helling van de stuwwal, is er sprake van hoge zwarte enkeerdgronden. Eerdgronden zijn moerige en minerale gronden met een humusrijke bovengrond. Deze eerdlaag is doorgaans het gevolg van een eeuwenlange geleidelijke ophoging met humushoudend materiaal door de mens. Zwarte enkeerdgronden ontstaan door het gebruik van heideplaggen binnen het potstalsysteem. De bovengrond bestaat uit lemig, fijn zand. Zwarte enkeerdgronden zijn slecht waterdoorlatend, maar niet zo slecht waterdoorlatend als keileem. ▪ Loopodzolgronden. In het zuidelijk deel van het plangebied wordt de bodem aangemerkt als loopodzolgronden. Kenmerkend voor dit type bodem is dat moder wordt aangetroffen. Dat is een humusvorm waarin organisch en minerale materialen niet sterk gemengd zijn.
De bovengrond (tot -50 centimeter) is een door de mens door plaggenbemesting aangebrachte bovenlaag. Het gaat om zeer donkergrijs tot donker grijsbruin, matig humeus, sterk lemig en matig fijn zand. Loopodzolgronden zijn waterdoorlatend. ▪ Laarpodzolgronden. De laagtes van het plangebied, dat wil zeggen het gebied langs de Schansweg en bij de woningen ten zuiden van het plangebied, is sprake van laarpodzolgronden met lemig fijn zand. Bijzonder aan deze gronden is dat ‘hydromorfe kenmerken’ hoog in het profiel worden waargenomen, wat erop wijst dat ze in het verleden permanent of periodiek met water verzadigd waren. Net als voor loopodzolgronden geldt dat de bovengrond (tot -50 centimeter) door plaggenbemesting is gevormd. Het gaat om zeer donkergrijs, humusrijk, sterk lemig en matig fijn zand. laarpodzolgronden zijn goed waterdoorlatend. Het feit dat er in de bodem op De Kamp veel leem voorkomt, heeft met name gevolgen voor de waterhuishouding. Op het spectrum van waterdoorlatende ondergrond bevindt leem zich ergens tussen zand (wat zeer waterdoorlatend is) en klei (amper waterdoorlatend). Leem is (in droge toestand) kruimelig en los. Bij een regenbui kan het water goed wegzakken, zonder dat het wegspoelt.
Tegelijkertijd wordt de textuur van leem kleverig waardoor het gaat plakken en meer kleiachtig aandoet… Er is aanvullend onderzoek nodig om te bepalen in welke mate er sprake is van verstoring van grondwaterstroming door roeren van de bovengrond. De bodem is beperkt geschikt voor infiltratie van water in de bodem. Aanleg van meerdere waterbergingen borgt behoud van water op de locaties. Onderzoek moet uitwijzen of roeren van de bovengrond invloed heeft op de grondwaterstroming. 3.3.2 Bodemkwaliteit De gemeenten binnen de regio van de omgevingsdienst IJsselland maken gebruik van de Nota bodembeheer en de bijbehorende bodemkwaliteitskaart bij grondverzet. Deze zijn in 2023 geactualiseerd. De bodemkwaliteitskaarten geven globaal inzicht in de bodemkwaliteit van locaties op basis van de bodemopbouw en
geomorfologie, historie, bekende informatie over verontreinigingen en | De Wieden is aangewezen als speciale beschermingszone (SBZ) andere informatie. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de | conform de richtlijn 79/409/EEG vanwege de aanwezigheid van bovengrond (0 tot 0,5 meter onder maaiveld) en de ondergrond (0,5 tot | plassen, uitgestrekte moerassen en omringende graslanden die als 2,0 meter onder maaiveld). | geheel het leefgebied vormen van een aantal in artikel 4 van de vogelrichtlijn bedoelde soorten. De geactualiseerde bodemkwaliteitskaart laat zien dat zowel de | Dit vereist een passende beoordeling van de gevolgen voor het gebied, bovengrond als de ondergrond in IJsselland overwegend voldoet aan | rekening houdend met de instandhouding van dat gebied. de kwaliteitsklasse Landbouw/Natuur (dit is de ‘schoonste’ klasse). | Het betreft tenminste onderzoek naar wat de omvang van het Dat geldt ook voor het plangebied van De Kamp. | infiltratiegebied voor SBZ De Wieden en Habitatrichtlijngebied Wieden is en welke functie het plangebied daarbij heeft. Verder is niet duidelijk Op basis van de beschikbare informatie lijkt de bodemkwaliteit | gemaakt hoe de waterstromen vanuit het plangebied lopen in de geschikt voor woningbouw. Voor een wijziging van het omgevingsplan | richting van (delen van) SBZ De Wieden en Habitatrichtlijngebied is (verkennend) bodemonderzoek nodig.
| Wieden en hoe deze van invloed zijn op de weerstand aldaar. 3.3.3 | Waterhuishouding | Er is aanvullend onderzoek nodig voor een passende beoordeling van De waterhuishouding binnen dit gebied beïnvloed ook de | de gevolgen van het plan voor SBZ De Wieden en waterhuishouding van omliggende gebieden waaronder De Wieden. | Habitatrichtlijngebied Wieden. Het betreft tenminste effect van kwaliteit en kwantiteit van inzijging van hemelwater. Het plangebied heeft een directe geohydrologische relatie met de polder Zuidveen en een indirecte relatie met Speciale | Een habitatstoets is noodzakelijk indien blijkt dat als gevolg van het Beschermingszone (SBZ) de Wieden en Habitatrichtlijngebied | plan de natuurlijke habitats en de habitats van de soorten in SBZ De Wieden. De raad van State heeft hierover in een uitspraak | Wieden en Habitatrichtlijngebied Wieden kan verslechteren of een 200705288/1 dd 24 december 2008 onder andere het volgende | verstorend effect kan hebben op de soorten of de soorten waarvoor genoteerd: | dit gebied is aangewezen. De polder Zuidveen is een permanent kwelgebied. De kwel is afkomstig van de wegzijgingsgebieden in de tak Steenwijker Aa.
| 3.3.4 | Wateroverlast De neerslag in het plangebied die niet in noordelijke richting wordt | Waterberging binnen het gebied is een van de uitgangspunten afgevoerd waar het kan infiltreren, wordt grotendeels afgevoerd via | behorend bij ‘water- en bodemgestuurd’ ontwikkelen. het maaiveld richting Zuidveen. Het is aannemelijk dat een deel van het bodemwater in Zuidveen als kwelwater terecht komt in het | In het plangebied zijn geen grote watergangen te vinden. In de zone oppervlaktewater. | langs de Schansweg is een smalle waterafvoergoot opgenomen, vanaf 31
32 waar het water onder vrij verval (via een duiker) naar een A-watergang in onderhoud van WDODelta wordt afgevoerd. Op de klimaateffectatlas, die in opdracht van het Ministerie van I&W door verschillende ingenieursbureau’s en kennisinstanties tot stand is gekomen, is informatie te vinden over potentiºle wateroverlast aan de oppervlakte door regenbuien. Op de wateroverlastkaart is te zien in hoeverre er in een gebied overlast ontstaat bij regenbuien die eens in de 100 jaar voorkomen. Door de klimaatverandering is de verwachting dat extremen vaker gaan voorkomen, wat ook betekent dat er rekening mee gehouden moet worden bij de ontwikkeling van een ruimtelijk plan. Op de kaart is te zien dat er op verschillende plekken in het plangebied van De Kamp wateroverlast tot 30 centimeter boven maaiveld ontstaat. Dit gebeurt met name langs de noordelijke rand van het plangebied (op de lagergelegen delen), maar ook langs de weg die dwars door het plangebied loopt (de Lange Muddenweg). Zoals ook beschreven bij de toetsing aan het waterschapsbeleid heeft woningbouw op De Kamp in de basis een negatief effect op het beheer van oppervlaktewater; meer verharding door daken en wegen betekent dat er minder regenwater in de bodem zal infiltreren (terwijl de b odem sowieso al minder goed infiltreert).
Dat betekent een grotere kans op meer afvloeiing van water richting de laagtes in- en rondom het plangebied en op meer wateroverlast. Om dit te voorkomen wordt een inrichtingsplan opgesteld waar een waterbeheerplan onderdeel van is. Er is een waterbeheerplan nodig waarbij watersturend ontwerpen uitgangspunt is Øn waarbij de eventuele maatregelen voortkomend uit de bevindingen van de habitattoets zijn verwerkt. 3.3.5 Niet gesprongen explosieven Niet-gesprongen explosieven zijn ontplofbare oorlogsresten, bijvoorbeeld uit de Eerste of Tweede Wereldoorlog. Ze leveren een gevaar op als ze verplaatst of aangeraakt worden bij graaf- of baggerwerkzaamheden. De gemeente Steenwijkerland heeft op basis van historisch vooronderzoek en in het verleden gevonden oorlogsresten een kaart laten opstellen voor gebieden die verdacht zijn voor niet gesprongen explosieven. Dit is de ‘Bodembelastingkaart onontplofte oorlogsresten’. Op basis van de bodembelastingkaart onontplofte oorlogsreserve is het plangebied van De Kamp niet verdacht voor niet gesprongen explosieven. Op basis van een historisch vooronderzoek moet dit bij de wijziging van het omgevingsplan definitief uitgesloten worden.
33 Bodemkaart Op de bodemkaart van Nederland (Universiteit van Wageningen) is de opbouw van de bodem gevisualiseerd, met binnen het plangebied hoge zwarte enkeerdgronden, loopodzolgronden en laarpodzolgronden.
34 Bodemkwaliteitskaart (bovengrond) IJsselland Op deze kaart van de omgevingsdienst IJsselland wordt de verwachte bodemkwaliteit van de bovengrond (tot 0,5 m onder maaiveld) getoond. Er wordt onderscheid gemaakt tussen klasse landbouw/natuur, wonen en industrie.
35 Wateroverlastkaart Op deze kaart van de klimaateffectatlas is wateroverlast als een gevolg van een extreme bui (1 keer in de 100 jaar) geprojecteerd. De waterdiepte varieert van 5 centimeter tot circa 30 centimeter.
36 Bodembelastingkaart onontplofte oorlogsresten Op de bodembelastingkaart van de gemeente Steenwijk zijn voor heel Steenwijk de verdachte gebieden aangegeven voor afwerpmunitie, geschutmunitie van artilleriebeschietingen, geschutmunitie van vliegtuigen, stellingen (klein kaliber, geschut, handgranaten en geweergranaten) en schietbanen (klein kaliber, handgranaten en geweergranaten).
37 3.4 Natuur & landschap 3.4.1 Gebiedsbescherming Er zijn in de omgeving verschillende beschermde natuurgebieden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Natura 2000-gebieden. Voor beide soorten geldt dat de provincies zijn aangewezen als bevoegd gezag om de natuur te beschermen en te ontwikkelen. De regels voor bescherming van de natuurgebieden in de omgeving van De Kamp zijn vastgelegd in de Omgevingsverordening van de provincie Overijssel. Voor het NNN geldt de plicht tot instandhouding van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied. In de verordening is het "nee, tenzij"-regime vastgelegd. Dit betekent dat (nieuwe) plannen, projecten of handelingen in NNN-gebied niet zijn toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant aantasten. Voor Natura 2000-gebied geldt hetzelfde, met als aanvulling dat het beschermingsregime ook een ‘externe werking’ heeft. Dit houdt in dat een activiteit buiten de begrenzingen van het natuurgebied ook tot effecten op het Natura 2000-gebied kunnen leiden, en dat deze daarom ook beschouwd moeten worden bij de beoordeling van de plannen. De landelijke discussie over stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden is de meest bekende van deze effecten. Natura 2000 Rondom Steenwijk liggen verschillende Natura 2000-gebieden.
Direct ten zuiden ligt De Wieden (op circa 1 km afstand van De Kamp), naar het westen ligt het natuurgebied De Weerribben (op circa 6 km) en naar het oosten – in de provincie Drenthe - het Holtingerveld (op circa 6,5 km). Voor alle gebieden geldt dat er in het natuurgebied overbelaste stikstofhabitattypen aanwezig zijn en dat de effecten van zowel de woningbouw als het gebruik van de woningen in een ecologische beoordeling (inclusief AERIUS-berekeningen) getoetst moeten worden. In de ecologische beoordeling moet worden onderbouwd of er sprake kan zijn van een mogelijk significant (negatief) effect op omliggende Natura 2000-gebieden. In die beoordeling zullen ook andere effecten meegenomen moeten worden, zoals bijvoorbeeld het effect op de waterkwaliteit van de Wieden ( zie ook het kopje Raad van State-uitspraak hier onder). Vanwege de nabijheid van de Natura 2000-gebieden geldt stikstofdepositie als ØØn van de belangrijkste aandachtspunten voor de ontwikkeling van De Kamp. In de jurisprudentie van de Raad van State is opgenomen dat stikstofeffecten in beeld gebracht moeten worden bij een ruimtelijke ontwikkeling als die binnen 25 kilometer van een Natura 2000-gebied plaatsvindt. De genoemde gebieden liggen ruim binnen deze grenzen. Er is door Eelerwoude een globale Aerius-berekening uitgevoerd (dd. 13 juni 2026) op basis van het schetsplan van BVR.