Bijlage 6. Bestuursrapportage voorjaar 2026
Tekst van het document
BESTUURSRAPPORTAGE Voorjaar 2026 GGD IJsselland Corsa G26.000123 In de Financiële verordening GGD IJsselland is opgenomen dat het dagelijks bestuur het algemeen bestuur informeert met tussentijdse rapportages over de realisatie van de programmabegroting. Deze rapportage beschrijft actuele ontwikkelingen in het lopende begrotingjaar, zowel inhoudelijk als financieel. Aangezien het algemeen bestuur de Programmabegroting 2026 in juli 2025 heeft vastgesteld, is actualisatie aan het begin van het dienstjaar gewenst.
2 Inhoudsopgave Inhoudsopgave ........................................................................................................................................... 2 Algemeen beeld ......................................................................................................................................... 3 1. Stand van zaken ontwikkelingen ........................................................................................................ 4 1.1 Exploitatie Seksuele gezondheid .................................................................................................... 4 1.2 Exploitatie Reizigersadvisering ....................................................................................................... 4 1.3 Exploitatie OGGZ ............................................................................................................................ 4 1.4 Doorontwikkeling Forensische geneeskunde ................................................................................. 4 2. Financiële begroting ........................................................................................................................... 5 2.1 Begrotingswijziging 2026-1 .............................................................................................................
5 2.2 Indexering personeelslasten........................................................................................................... 5 2.3 Indexering materiele kosten ........................................................................................................... 6 2.4 Rente opbrengsten ......................................................................................................................... 6 2.5 Voorschot huisvestingskosten CB-locaties ..................................................................................... 6 2.6 Voorschot Toezicht kinderopvang .................................................................................................. 6 2.7 Opvang vluchtelingen uit Oekraïne .........................................Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 2.8 IZA-GALA-AZWA.............................................................................................................................. 7 2.9 Versterking infectieziekten preventie (VIP) en pandemische paraatheid ...................................... 7 2.10 Najaarscampagne COVID-19 .......................................................................................................... 7 3. Paragrafen op grond van de BBV ........................................................................................................
7 3.1 Risicomanagement ......................................................................................................................... 7 3.2 Bedrijfsvoering................................................................................................................................ 8 Bijlage 1 Het instrument Bestuursrapportage voorjaar ............................................................................... 9 Bijlage 2 Begrotingswijziging 2026-1 ......................................................................................................... 10
3 Algemeen beeld Voor u ligt de Bestuursrapportage voorjaar 2026 van GGD IJsselland. Deze bestuursrapportage beschrijft de stand van zaken, de inhoudelijke en financiële ontwikkelingen ten opzichte van de Programmabegroting 2026, die in juli 2025 is vastgesteld door het algemeen bestuur. Daarmee beoogt deze bestuursrapportage de meerjarenbegroting financieel en beleidsmatig bij te stellen naar aanleiding van actuele ontwikkelingen en de realisatie in 2025. Aangezien deze bestuursrapportage dit jaar heel vroeg in het jaar is opgesteld en bijna tegelijk met de Kaderbrief bij begroting 2027 is er nog geen voortgang op ontwikkelingen te melden of zijn deze al gemeld in de kaderbrief. Om die reden wordt in hoofdstuk 1 Stand van zaken ontwikkelingen alleen de nog niet eerder gerapporteerde ontwikkelingen specifiek voor 2026 beschreven. In hoofdstuk 2 Financiële begroting komen de ontwikkelingen naar voren met een, zekere of verwachte, mutatie als gevolg voor de begroting. In deze bestuursrapportage worden een aantal (autonome) ontwikkelingen benoemd die van invloed zijn op de exploitatie. We verwachten een tekort op de exploitatie Forensische geneeskunde, als gevolg van wegvallen opbrengsten taak Medische Arrestantenzorg. Daarnaast is de uiteindelijke index voor materiele index hoger dan begroot.
De verwachte afwijkingen zijn echter niet van een dergelijke omvang dat op voorhand een aanvullende algemene gemeentelijke bijdrage gevraagd wordt. Te meer omdat ook een voordeel van € 180.000,- aan rente opbrengsten wordt verwacht. We volgen dit jaar dan ook het gebruikelijke proces om bij de bestuursrapportage in het najaar de financiële betekenis van deze ontwikkelingen te beschouwen binnen het totaalbeeld. Hierbij nemen we de mutaties als gevolg van de autonome ontwikkelingen, zoals beschreven in hoofdstuk 2, mee. In het najaar verwerken we ook de gangbare mutaties als gevolg van aanvullende producten en projecten. Hoewel 2026 niet het verwachte Ravijnjaar is, blijft de financiële situatie van gemeenten aandacht vragen. Vandaar dat we de geïnventariseerde mogelijkheden om efficiënter te werken en kosten te besparen verder uitwerken in lijn met de geformuleerde bestuurlijke aandachtspunten. In de Kaderbrief bij begroting 2027 is de stand van zaken per aandachtspunt beschreven. Om die reden is dat in deze rapportage achterwege gelaten. Dat wil niet zeggen dat de uitwerking van de aandachtspunten niet gaan leiden tot mutaties op de begroting. We gaan namelijk met gemeenten en in het bestuur in gesprek over bijvoorbeeld onze rol op onderdelen van het AZWA en welk budget hiervoor bij de GGD beschikbaar komt vanuit de gemeenten.
En we gaan bijvoorbeeld in gesprek over de werkwijze rond aanvullende producten, projecten en dienstverleningsovereenkomsten.
4 1. Stand van zaken ontwikkelingen 1.1 Exploitatie Seksuele gezondheid De eind 2024 begin 2025 uitgevoerde analyse van het takenpakket en financieringsstromen heeft destijds geleid tot het bestuurlijke aandacht voor een drietal exploitaties. Betreffende exploitaties stonden op dat moment, als gevolg van verschillende landelijke, regionale en lokale ontwikkelingen, onder druk. Seksuele gezondheid is een van de producten waarvoor is afgesproken om in de Bestuursrapportage voorjaar 2026 te rapporteren, mede op basis van het resultaat 2025, over de voortgang van maatregelen en ontwikkelingen in de exploitatie. Het product Seksuele gezondheid sluit 2025 af met een positief saldo. Vanwege de incidentele toevoeging van € 3 miljoen aan de SPUK-IZA en de middelen die per 1 januari 2027 vanuit het AZWA beschikbaar komen voor Seksuele gezondheid is de verwachting dat ook de komende jaren de exploitatie van dit product niet onder druk komt te staan. Mochten de baten, vanwege kortingen op de SPUK, dit jaar toch niet opwegen tegen de lasten, dan kan zo nodig een beroep worden gedaan op de bestemmingsreserve voor dit product. 1.2 Exploitatie Reizigersadvisering Ook voor Reizigersadvisering is afgesproken om bij de analyse van het rekeningresultaat te kijken naar de omvang en aard van de eventuele afwijkingen en hierover te rapporteren.
Reizigersadvisering eindigt in 2025 met een klein tekort. Ten opzichte van voorgaande jaren is het resultaat aanzienlijk verbeterd. We blijven de exploitatie dit jaar nauwlettend volgen, maar verwachten dat de maatregelen in het verbeterplan afdoende zijn om te komen tot een (blijvend) positief resultaat. 1.3 Exploitatie OGGZ Een derde exploitatie waar begin 2025 ontwikkelingen speelden die hadden kunnen leiden tot druk op de exploitatie betreft die van OGGZ. Ook voor dit product is dan ook afgesproken om te rapporteren over de voortgang van maatregelen en ontwikkelingen in de exploitatie OGGZ. Vanwege de lopende dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s), die we hebben met acht van de elf gemeenten, zijn er geen (financiële) verrassingen te verwachten dit jaar. Het gegeven dat de DVO’s over het algemeen een looptijd van twee jaar kennen, maakt het wel ingewikkeld om een goede inschatting te maken van de structureel in te zetten fte’s. Daarnaast nemen de middelen en dus het aantal fte over het algemeen niet toe, terwijl de taken en de aantallen aanvragen en meldingen wel blijven toenemen. 1.4 Doorontwikkeling Forensische geneeskunde Op het gebied van forensische geneeskunde spelen verschillende ontwikkelingen waarvan de uitkomsten en effecten in de komende periode worden uitgewerkt. Binnen Oost‑verband komen roosters niet altijd rond en blijft de continuïteit kwetsbaar.
Er is op dit moment al sprake van een tekort en het streven om de exploitatie sluitend te krijgen is – ondanks verkenningen van een landelijke publieke organisatie voor de forensische geneeskunde inclusief lijkschouw – niet realistisch zonder aanvullende structurele maatregelen of financiering. Dit met als gevolg van het opzeggen van de lopende overeenkomst, waarin uitvoering van de taak Medische Arrestantenzorg (MAZ) is opgenomen, door de Politie per 3 augustus 2026. Het vervallen van de opbrengsten MAZ zet de exploitatie structureel onder druk. Op basis van een eerste prognose verwachten we, als gevolg hiervan, dit jaar een tekort op Forensische geneeskunde van ongeveer € 200.000. Structureel gaat dit naar verwachting tussen de
5 € 300.000,- en € 400.000,- zijn. Een deel van de baten valt weg terwijl, vanwege de vereiste 24/7 beschikbaarheid voor de resterende taken, de loonkosten nagenoeg gelijk blijven. Tijdelijke contracten van medewerkers, die alleen verrichtingen MAZ uitvoeren, worden door ons tijdig opgezegd. Bij het regionale samenwerkingsverband ontstaan als het gevolg van het wegvallen van taak MAZ frictiekosten. Ook hebben we dit jaar, als gevolg van de verkenningen van een landelijke publieke organisatie voor de forensische geneeskunde, te maken met hogere projectkosten. We verwachten in de bestuursrapportage in het najaar meer duidelijkheid te kunnen geven over het resultaat van de verkenning en wat dit betekent voor het product Forensische geneeskunde. Ook geven we dan aan hoe het verwachte tekort in dit jaar te dekken. 2. Financiële begroting De bestuursrapportage voorjaar 2026 heeft als doel het bijstellen van de meerjarenbegroting (financieel en beleidsmatig) naar aanleiding van actuele ontwikkelingen en de realisatie in 2025. Uitgangspunt is het voeren van een gezond financieel beleid binnen een structureel sluitende begroting en voldoende weerstandvermogen om financiële risico’s op te vangen. In het najaar van 2026 wordt de begroting bijgesteld op basis van de feitelijke ontwikkeling in de kosten en baten, zoals deze zich voordoen in 2026.
Hierbij gaat het in ieder geval om het verwerken van mutaties voor de onderwerpen die hieronder nog aan bod kome. Daarnaast bestaat dan ook meer duidelijkheid over de eventuele financiële impact van ontwikkelingen op onderwerpen, zoals opgenomen in hoofdstuk 1. Ook geven we dan aan hoe het verwachte tekort voor Forensische geneeskunde, gelet op het totaalbeeld op dat moment, dit jaar te dekken. Op voorhand verwachten we in ieder geval een voordeel van € 180.000,- aan rente opbrengsten. 2.1 Begrotingswijziging 2026-1 Na een zorgvuldig doorlopen proces hebben eind 2025 colleges en raden van de gemeenten in IJsselland besloten tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling (GR) RSJ IJsselland en deze taken op te nemen in de gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland. Aanleiding voor het per 1 januari 2026 onderbrengen van de taken van het RSJ bij de GGD is het verminderen van de kwetsbaarheid van het RSJ en te komen tot een robuuste en wendbare en toekomstbestendige organisatie. Omdat de begroting 2026 ad € 2,64 miljoen van het RSJ nog niet in de begroting van de GGD is opgenomen, is er een begrotingswijzing gemaakt. Hierin is ook de, in het BO Jeugd van 23 april 2025 besloten, uitbreiding c.q. formalisatie van formatie, opgenomen.
De begrotingswijziging 2026-1, die is toegevoegd als bijlage 2, wordt volgens de gebruikelijke procedure voor begrotingswijzigingen (zonder verhoging van de algemene gemeentelijke bijdrage) bestuurlijk afgehandeld. 2.2 Indexering personeelslasten Voor de loonindexering hanteren wij de werkelijke loonkosten in het betreffende jaar, vermeerderd met de loonontwikkeling volgens de cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (cao SGO). Nu de cao is vastgesteld voor de periode april 2025 tot en met maart 2027, kunnen wij voor zowel 2025 als 2026 uitgaan van de daadwerkelijke cao‑percentages. Voor 2026 verwachten wij op basis hiervan 1,31% ruimte in de loonsom. Daarnaast zijn wij in 2026 gestart met het uitbetalen van de woon‑werkvergoeding zoals voorgeschreven in de cao SGO; deze vergoeding bestond binnen de GGD nog niet. Op basis van een prognose ramen wij de impact van deze nieuwe regeling op 1,57% loonontwikkeling. Omdat het exacte effect van de nieuwe reiskostenregeling nog niet volledig kan worden bepaald, gaan wij bij de najaar rapportage het effect in kaart brengen.
Indexering Begroting | Werkelijk 2025 en | Correctie | Indexering 2027 | Totaal index 2025+2026 | 2026* | 2027 8,98% | 7,67% | -1,31% | 5,10% | 3,79% 2.3 | Indexering materiele kosten In de Programmabegroting 2026 zijn de materiele kosten geïndexeerd met 2,70% | , 2,2% voor 2026 en een correctie van 0,5% in 2024. In de septembercirculaire 2025 wordt uitgegaan van een prijsindex van 2,9% voor 2025 en 2,4% voor 2026. In de begroting 2026 hadden wij rekening gehouden met 1,60% voor 2025 en 2,2% voor 2026. Voor de financiële gevolgen 1,5% minder indexering van deze autonome ontwikkeling kan op voorhand geen dekking binnen de bestaande begroting worden aangegeven. Bij de bestuursrapportage in het najaar nemen we deze indexering incidenteel mee in het totaalbeeld. Het str | ucturele effect van de bijgestelde indexering 2026 wordt in de Programmabegroting 2027 meegenomen. Begroting 2025 | Begroting 2026 | Begroting 2027 | Totaal 2027 Sept circ.2024 | 1,60% | 2,20% Sept circ.2025 | 2,90% | 2,40% | 2,20% | 2,20% Correctie begroting 2025 en 2026 | 1,30% | 0,20% | 1,50% Totaal indexering 2027 | 3,70% 2.4 | Rente opbrengsten In 2026 verwachten wij een voordeel van €180.000 aan renteopbrengsten, voortkomend uit de vergoeding over onze beschikbare liquide middelen. De renteontwikkeling blijft echter onzeker en afhankelijk van economische factoren.
In de bestuursrapportage van het najaar beoordelen wij het rentevoordeel opnieuw in samenhang met het totale financiële beeld. Hiermee borgen wij dat eventuele afwijkingen tijdig worden gesignaleerd en verwerkt in de najaar rapportage. 2.5 | Voorschot huisvesting | skosten CB-locaties In 2026 voeren wij voor het eerst een volledige afrekening uit op basis van de werkelijke huisvestingskosten per consultatiebureau‑locatie. Met deze systematiek sluiten wij aan bij | het eerder bestuurlijk besloten p | rincipe dat kosten worden toegerekend | aan iedere afzonderlijke gemeente | op basis van het feitelijk gebruik van die gemeente. De analyse van de afgelopen jaren laat zien dat er structurele verschillen | zijn ontstaan | tussen de werkelijke kosten en de bijdragen die gemeenten hebben betaald. Op basis van de huidige inzichten verwachten wij voor 2026 een aanvullende afrekening van in totaal € 178.000 | ,-. Gemeenten zijn hierover geïnformeerd, inclusief een specificatie per locatie | van de verwachte | werkelijke kosten in de definitieve jaarafrekening. 2.6 | Voorschot Toezicht kinderopvang Naar aanleiding van | nieuwe kwaliteitseisen voor toezicht gastouderopvang | ontstaan extra kosten, die bestaan uit zowel incidentele als structurele lasten. Voor de uitvoering van deze taken ontvangen gemeenten een landelijke vergoeding, die bedoeld is om deze werkzaamheden te bekostigen.
| Het bruto financiële effect bedraagt in 2026 € 65.709,- en loopt in 2027 op tot € 88.445 | ,-, waarna de totale | baten en lasten dalen tot € 75.901,- structureel vanaf 2030. Het extra bedrag van € 65.709 voor 2026 dat samenhangt met | de nieuwe kwaliteitseisen | wordt apart bij de gemeenten in rekening gebracht, naast | het gebruikelijke voorschot. De definitieve afrekening vindt | achteraf plaats op basis van de daadwerkelijk gerealiseerde werkzaamheden aan het einde van het jaar | . 6
7 In het ambtelijk overleg van 19 november 2025 zijn afspraken gemaakt over: • hoe de middelen optimaal te benutten. • hoe jaarlijks om te gaan met het landelijke advies voor tarieven. De afspraken hebben geleid tot aanpassing van het voorschot voor 2026. De mutatie die hieruit volgt verwerken we in de begrotingswijziging 2026-2. Omdat tegenover de extra kosten, vanwege de nieuwe kwaliteitseisen, een gemeentelijke vergoeding vanuit het Rijk staat, is het netto financieel effect voor de gemeente naar verwachting grotendeels budgetneutraal. 2.7 IZA-GALA-AZWA Het totaal aan SPUK IZA-GALA-AZWA middelen in 2026 voor regio IJsselland bedraagt naar verwachting circa € 12.250.000,-. Hoewel meerdere onderdelen binnen deze akkoorden direct raken aan de publieke gezondheid en de rol van de GGD is nu nog niet duidelijk voor welke onderdelen budget bij ons beschikbaar komt. In principe komt in eerste instantie het budget bij de gemeenten terecht. Dit betekent dat gemeenten in gesprek moeten met de GGD over de inzet van de middelen, de uitvoering van basisfunctionaliteiten en de benodigde capaciteit. In ieder geval daar waar in het AZWA de GGD, als partij voor de versterking van de publieke gezondheid, preventie en de samenwerking tussen het medisch en sociaal domein, is benoemd.
Wij verwachten dat het budget voor het voorbereiden van de gordelroosvaccinatie rechtstreeks of via de gemeenten bij ons terecht komt. Het budget hiervoor bedraagt in 2026 circa € 60.000,-. Mutaties die hieruit volgen zijn voor de gemeenten budgettair neutraal en verwerken we in de begrotingswijziging 2026-2. 2.8 Versterking infectieziekten preventie (VIP) en pandemische paraatheid Voor de verdere structurele versterking en samenwerking binnen het stelsel van infectieziektebestrijding ontvangen we vanuit Rijk incidenteel voor 2026 het bedrag van € 842.410,-. De wijziging is voor het totaal van de begroting budgettair neutraal en wordt administratief verwerkt in de begrotingswijziging 2026-2. 2.9 Najaarscampagne COVID-19 Ook in 2026 volgt er weer een vaccinatiecampagne in het najaar voor 60-plussers, voor burgers die ook de griepprik ontvangen en zorgpersoneel. De middelen hiervoor zijn opgenomen in de begroting van VWS. Nieuw beleid is dat mensen die op individuele basis door hun behandelend arts worden verwezen, gedurende het hele jaar een COVID-19- vaccinatie kunnen krijgen. Deze vaccinaties worden daarom vanaf 1 januari 2026 bekostigd. In het regeerakkoord zijn geen middelen opgenomen voor COVID in 2027.
Omdat GGD GHOR Nederland nog steeds, in samenwerking met de GGD’en en het ministerie van VWS, werkt aan het vaststellen van de prijs per prik voor de COVID-19-vaccinatie in 2026, wordt de Specifieke Uitkering (SPUK) COVID-19-vaccinaties 2026 naar verwachting in de eerste helft van 2026 gepubliceerd. De wijziging die hieruit volgt voor onze begroting is voor het totaal van de begroting budgettair neutraal en wordt administratief verwerkt in de begrotingswijziging 2026-2. 3. Paragrafen op grond van de BBV 3.1 Risicomanagement In de Programmabegroting 2026 is het weerstandsvermogen bepaald. Uitgangspunt is dat de mate waarin financiële tegenvallers voor de organisatie kunnen worden opgevangen ‘voldoende’ is. Dat vereist een ratio van
8 het weerstandsvermogen in de bandbreedte tussen 1 en 1,4. Gelet op de verhouding tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit kwam de ratio van het weerstandsvermogen voor 2026 toen uit op 1,23. Omdat er in 2025 geen beroep is gedaan op de algemene reserve, is de beschikbare weerstandscapaciteit voor 2026 onveranderd. Op basis van het risicoprofiel 2026 is voor de benodigde weerstandscapaciteit rekening gehouden met een bedrag van € 80.000 vanwege boventallig personeel vanwege beëindigen of afname aanvullende producten Forensische geneeskunde. Er kan bij een tekort dit jaar vanwege wegvallen taak MAZ dan ook een beroep worden gedaan op de algemene reserve. In het risicoprofiel 2026 is ook al rekening gehouden met de kans op boventallig personeel vanwege afnemende dienstverlening Publieke Gezondheid Asielzoekers. Hiervoor is een bedrag van €565.000 berekend. Er kan dan ook een beroep worden gedaan op de bestemmingsreserve PGA. Voor het RSJ is nog geen risicoprofiel opgesteld. Dit dient in de loop van 2026 te gebeuren. Voor een crisis als COVID-19 is, conform ons risicomanagement, geen bedrag opgenomen in de benodigde weerstandscapaciteit. Voor het kunnen afdekken van onvoorziene en ongedekte kosten als gevolg van COVID-19 is nog € 299.000,- gereserveerd.
3.2 Bedrijfsvoering GGD IJsselland wordt voor haar bedrijfsvoering voor het grootste deel ondersteund door de afdeling Bedrijfsvoering die hiërarchisch valt onder Veiligheidsregio IJsselland. De (financiële) basis voor de samenwerking vormt de ‘Overeenkomst voor gemene rekening’. Daarin zijn voor de afzonderlijke kostenonderdelen die in de overeenkomst zijn benoemd verdelingspercentages berekend. De kosten binnen de gemene rekening worden gemiddeld voor 56% toegerekend aan de Veiligheidsregio en voor 44% aan de GGD. De bepalingen in de huidige samenwerkingsovereenkomst zijn onveranderd toegepast voor het opstellen van de begroting 2026.
9 Bijlage 1 Het instrument Bestuursrapportage voorjaar De begroting (2026) van GGD IJsselland - vastgesteld in juli 2025 - is beleidsarm opgesteld, d.w.z. op basis van wat in eerdere jaren is geautoriseerd. Deze voorjaarsbestuursrapportage geeft zowel inhoudelijk als financieel een ‘update’ van de begroting 2026. Besluitvorming over de voorjaarsbestuursrapportage 2026 vindt plaats in het algemeen bestuur. Begrotingswijzigingen die hieruit voortvloeien worden ook aan de gemeenteraden toegezonden zodat zij hierover hun zienswijze kunnen uitbrengen. De plaats van de voorjaarsbestuursrapportage in de P&C cyclus van de GGD is weergegeven in onderstaand figuur. Figuur 1 Planning- en controlcyclus GGD IJsselland
10 Bijlage 2 Begrotingswijziging 2026-1