Bijlage 4 - Quickscan natuurwaarden.pdf
Tekst van het document
27-04-2022 Definitief Natuurtoets Oldemarktseweg 103, Steenwijkerwold Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) TOETSING WNB EN NNN – Oldemarktseweg 103, Steenwijkerwold Definitief BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 1 NATUURTOETS OLDEMARKTSEWEG 103, STEENWIJKERWOLD Auteur: S. van Staa Veldwerk uitgevoerd door: T. Dalderup, S. van Staa Gecontroleerd door: T. Dalderup Opdrachtgever: M. ten Klooster Status: Definitief Datum: 27-04-2022 Projectnummer: 2022-134
TOETSING WNB EN NNN – Oldemarktseweg 103, Steenwijkerwold Definitief BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 2 INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 3 1.1 AANLEIDING ................................................................................................................................. 3 1.2 DOELSTELLING .............................................................................................................................. 3 HOOFDSTUK 2 PLANGEBIED ................................................................................ 4 2.1 LIGGING ...................................................................................................................................... 4 2.2 IMPRESSIE EN BEGRENZING ............................................................................................................. 4 2.3 VOORGENOMEN INGREPEN ............................................................................................................. 6 2.4 VASTSTELLEN VAN HET ONDERZOEKSGEBIED ...................................................................................... 7 HOOFDSTUK 3 WETTELIJK KADER .........................................................................
8 3.1 WET NATUURBESCHERMING ........................................................................................................... 8 3.2 WET RUIMTELIJKE ORDENING: NATUURNETWERK NEDERLAND ............................................................. 9 HOOFDSTUK 4 WERKWIJZE ............................................................................... 10 4.1 WET NATUURBESCHERMING ......................................................................................................... 10 4.2 WET RUIMTELIJKE ORDENING: NATUURNETWERK NEDERLAND ........................................................... 11 HOOFDSTUK 5 GEBIEDSBESCHERMING ................................................................. 12 5.1 NATURA 2000 ........................................................................................................................... 12 5.2 NATUURNETWERK NEDERLAND ..................................................................................................... 13 5.3 CONCLUSIE ................................................................................................................................ 13 HOOFDSTUK 6 SOORTBESCHERMING ................................................................... 14 6.1 VOGELS .....................................................................................................................................
14 6.2 GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN ................................................................................................... 14 6.3 VLEERMUIZEN ............................................................................................................................ 15 6.4 AMFIBIEËN ................................................................................................................................. 16 6.5 VAATPLANTEN ............................................................................................................................ 16 6.6 OVERIGE SOORTEN ...................................................................................................................... 16 6.7 SAMENVATTENDE TABEL ............................................................................................................... 17 HOOFDSTUK 7 CONCLUSIE EN ADVIES .................................................................. 18 BIJLAGEN ............................................................................................... 19 BIJLAGE 1 GERAADPLEEGDE BRONNEN ................................................................................................... 20 BIJLAGE 2 TOELICHTING OP WETTELIJKE KADERS ......................................................................................
21 BIJLAGE 3 VRIJGESTELDE SOORTEN PER PROVINCIE ................................................................................... 24 BIJLAGE 4 NATUURKALENDER ............................................................................................................... 25 TOETSING WNB EN NNN – Oldemarktseweg 103, Steenwijkerwold Definitief BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 3 HOOFDSTUK 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding Er zijn plannen voor de herontwikkeling van een perceel aan de Oldemarktseweg 103 in Steenwijkerwold. Bestaande schuren wordt gesloopt, waarna woningen worden teruggeplaatst. Omdat overtreding van de wet - en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden op voorhand niet uitgesloten kan worden, is BJZ.nu gevraagd om een natuurwaardenonderzoek uit te voeren . In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. 1.2 Doelstelling In het voorliggende rapport worden mogelijke effecten van het project op de natuur in kaart gebracht en getoetst aan de kaders van de Wnb (Soortbescherming, Gebiedsbescherming en bescherming van Houtopstanden) en de provinciale verordening voor het onderdeel betreffende he t Natuurnetwerk Nederland (NNN).
Op basis van de onderzoeksresultaten worden de wettelijke consequenties in beeld gebracht. De resultaten hebben in principe een geldigheid van drie jaar. Wijzigingen in het project of wezenlijke veranderingen binnen het onderzoeksgebied kunnen invloed hebben op de beoordeelde effecten. In dat geval dient een nieuwe beoordeling plaats te vinden. De onderzoeksvragen voor deze natuurtoets zijn: • Welke beschermde planten en dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust - en voortplantingsplaatsen en andere beschermde functies kunnen voorkomen binnen (de invloedsfeer van) het plangebied? • Welke negatieve effecten kunnen vanuit het voornemen op deze gebieden, soorten en houtopstanden worden verwacht of niet worden uitgesloten? • Zijn er voorzorgsmaatregelen te treffen om deze effecten te voorkomen? • Is er nader onderzoek nodig om effecten op beschermde gebieden te bepalen en/of om de aanwezigheid van beschermde soorten vast te stellen of uit te sluiten? TOETSING WNB EN NNN – Oldemarktseweg 103, Steenwijkerwold Definitief BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 4 HOOFDSTUK 2 PLANGEBIED 2.1 Ligging Het plangebied (Figuur 2.1) bevindt zich aan de Oldemaktseweg 103, op ongeveer 150 meter ten zuiden van het centrum van Steenwijkerwold. Het gebied wordt omgeven door landbouwgrond in het zuiden, westen en oosten en grenst aan het noorden aan Steenwijkerwold.
Figuur 2.1: Ligging van het plangebied (Bron: PDOK). 2.2 Impressie en begrenzing Het plangebied bestaat uit een bedrijfswoning, een grote stalconstructie, een kippenhok en een open werktuigberging. Verder wordt het plangebied ingevuld met erfverharding en een intensief beheerd grasveld. Aangrenzend aan de zuidelijke en westelijke zijde van het plangebied staat een bomenrij. De voormalig stal en kapschuur zijn momenteel in gebruik als opslag. Figuur 2.2: Impressie van het plangebied (Bron: PDOK).
TOETSING WNB EN NNN – Oldemarktseweg 103, Steenwijkerwold Definitief BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 5 Figuur 2.3 (links): Impressie van de voorgevel van de stalconstructie, ingevuld met metalen damwand en een kunststof daklijst , met op de achtergrond de woning; Figuur 2.4 (rechts): Impressie van de zijgevel van de stalconstructie, de constructie is al deels gedemonteerd. Figuur 2.5 (links): De resterende stalconstructie is van binnen met spaanplaat opgedeeld in aparte ruimten , welke in gebruik zijn als ‘klusruimte’ en stalling. Er is nagenoeg geen isolatie aangebracht; Figuur 2.6 (rechts): Enig openingen tussen de ruimten zijn goed afgedicht met purschuim. Figuur 2.7 (links): Zijaanzicht van de open werktuigstalling. De daklijst vertoonde geen holle ruimten; Figuur 2.8 (rechts): Impressie van de binnenkant van de open werktuigstalling. Figuur 2.9: Het kippenhok.
TOETSING WNB EN NNN – Oldemarktseweg 103, Steenwijkerwold Definitief BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 6 2.3 Voorgenomen ingrepen Het voornemen ziet toe om de stallen en schuur te slopen en een kapschuurwoning op het voorerf en een schuurwoning op het achtererf te bouwen. Daarnaast is het voornemen om een boomgaard, een moestuin en een paddenpoel te ontwikkelen. Figuur 2.10 weergeeft een verbeelding van het wenselijk eindbeeld. Figuur 2.10: Verbeelding van het wenselijk eindbeeld (bron: Initiatiefnemer). De volgende activiteiten worden getoetst op relevantie t.a.v. de Wet natuurbescherming: • Slopen bebouwing; • Verwijderen erfverharding; • Uitvoeren grondverzet; • Bouwen woningen; • Aanleggen oprit; • Aanleggen erfverharding; • Aanleggen erfbeplanting. Voorgenoemde ingrepen zijn onder te verdelen in tijdelijke en permanente effe cten. Tijdelijke effecten treden alleen op tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Permanente effecten kunnen een gevolg zijn van de activiteiten zelf alsmede de resultaten hiervan. 2.3.1 Tijdelijke effecten • Verstoren rust- en voortplantingsplaatsen als gevolg van geluid, stof en trillingen tijdens de werkzaamheden.
2.3.2 Permanente effecten • Mogelijk afname/verdwijnen van beschermde vaste rust- of voortplantingsplaatsen en/of jaar rond beschermde nesten; • Vernielen/verdwijnen van beschermde soorten; • Aantasting van de kwaliteit van het leefgebied van beschermde soorten.
TOETSING WNB EN NNN – Oldemarktseweg 103, Steenwijkerwold Definitief BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 7 2.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied Naast een tijdelijk effect in het plangebied, kan het voorkomen dat een voorgenomen activiteit een negatief effect heeft op beschermde soorten of beschermd natuurgebied buiten het plangebied. Dit noemen we de invloedsfeer. De omvang van de invloed sfeer wordt bepaald door de duur, aard en omvang van de tijdelijke en/of permanente nieuwe situatie. Bij het bepalen van de invloedsfeer wordt alleen ge keken naar de uitvoering van de fysieke werkzaamheden, zoals sloop - en bouwwerkzaamheden. Het plangebied grenst aan landbouwgrond en woningen. Het is niet aannemelijk dat beschermde waarden nabij het plangebied negatief beïnvloed worden door uitvoering v an de voorgenomen activiteiten. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat beschermde soorten en/of -waarden buiten het plangebied op een dusdanige wijze aangetast worden, dat dit leidt tot wettelijke consequenties. De fysieke werkzaamheden hebben een minimale invloedssfeer, daarom wordt het onderzoeksgebied gelijk gesteld aan het plangebied. TOETSING WNB EN NNN – Oldemarktseweg 103, Steenwijkerwold Definitief BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 8 HOOFDSTUK 3 WETTELIJK KADER Het wettelijk kader weergeeft de diverse kaders waaraan het initiatief getoetst wordt.
3.1 Wet natuurbescherming De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al geruime tijd achteruit. In verband met het grensoverschrijdende karakter van de natuur is het van belang om de bescherming van deze soortenrijkdom op Europees niveau aan te pakken. Zo wordt voorkomen dat de natuur in nationaal en internationaal verband eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn, welke in 2017 zijn samengevoegd onder één wet, de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000 -netwerk. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden. 3.1.1 Natura 2000 Het gebiedsbeschermingsdeel van de Wet natuurbescherming (Wnb) heeft als doel het beschermen van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland. Projecten die significante gevolgen voor deze gebieden kunnen hebben, zijn in beginsel – zonder vergunning – niet toegestaan.
Ook het vaststellen van plannen zoals een bestemmingsplan of een inpassingsplan is niet toegestaan, indien het betreffende plan significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000 - gebieden. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar i ndirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets. Als significante gevolgen in de voortoets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan i s een passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een project een vergunning noodzakelijk op grond van artikel 2.7 Wet natuurbescherming. 3.1.2 Soortenbescherming In de Wnb is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de wet zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten.
In de Wnb worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld: Soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1 e.v.): • lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Neder land in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen; • lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; • lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben; • lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen; • lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5 e.v.); • lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen; • lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren; • lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen; • lid 4) Het is verboden de voo rtplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen; TOETSING WNB EN NNN – Oldemarktseweg 103, Steenwijkerwold Definitief BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 9 • lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Andere Soorten (artikel 3.10 e.v.) lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: • onderdeel a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; • onderdeel b.
de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of • onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Ten aanzien van de andere beschermde soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies c.q. ministerie van LNV) de vrijheid hebben om soorten binnen deze categorie vrij te stellen van de verbodsbepalingen uit o ntheffingsplicht artikel 3.10 uit de Wnb. Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld dient bij overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wn b een ontheffing te worden aangevraagd. Het is ook mogelijk om voor beide categorie soorten te werken volgen s een goedgekeurde gedragscode die is afgestemd op de Wet natuurbescherming. Er is dan geen ontheffing nodig. 3.2 Wet ruimtelijke ordening: Natuurnetwerk Nederland In de Wet ruimtelijke ordening (Wro ) is het ruimtelijk beleid op rijks -, provinciaal en gemeentelijk niveau vastgesteld, waarin onder andere de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN)/Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is verankerd.
De EHS werd officieel geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan en is daarna opgenomen in de Nota Ruimte, welke inmiddels vervangen is door de Nationale omgevingsvisie (NOVI). Kaderstellende regels ten aanzien van o.a. NNN/EHS zijn opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Bij geplande ingrepen die binnen het NNN/EHS vallen moet het belang van de natuurbescherming worden afgewogen tegen andere belangen, indien de voorgenomen ingreep negatief uitwerkt op de aanwezige natuurwaarden. De kern van de afweging vormt het 'nee, tenzij'-principe. Dit wil zeggen dat schadelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er andere belangen zijn die de ingreep rechtvaardigen. In dat geval zijn compenserende maatregelen voorgeschreven. Concrete beleidsregels ten aanzien van de NNN in Overijssel zijn opgenomen in de vigerende provinciale ruimtelijke verordening van de provincie. TOETSING WNB EN NNN – Oldemarktseweg 103, Steenwijkerwold Definitief BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 10 HOOFDSTUK 4 WERKWIJZE In dit hoofdstuk worden de wettelijk vastgelegde beoordelingskaders toegelicht waaraan het initiatief getoetst wordt. 4.1 Wet Natuurbescherming 4.1.1 Natura 2000 Voor de oriëntatie in het kader van de Gebiedsbescherming is bekeken of nabij gelegen Natura 2000- gebieden mogelijk significante directe en indirecte effecten ondervinden van de beoogde ingrepen.
Het plangebied ligt op minimaal 3,6 km afstand van Natura 2000-gebied. Gezien de afstand tussen het plangebied en het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied en de grootte van de ingreep is het uitvoeren van een voortoets niet noodzakelijk, aangezien ingrijpende negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000- gebieden op voorhand uit te sluiten zijn. 4.1.2 Soortenbescherming In de Wnb is de soortenbescherming in Nederland geregeld. Voor de totstandkoming van het advies betreffende dit onderzoek zijn de volgende stappen gezet: 1. Bureaustudie; 2. Veldbezoek; 3. Concluderende analyse. Bureaustudie De bureaustudie bestaat uit het bestuderen van (de geschiedenis van) het plangebied, bronnenonderzoek en een analyse van de flora - en faunagegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Voor verdere verkenning in het kader van de Soortenbescherming is een analyse van de bestaande flora- en faunagegevens uitgevoerd. Hierbij zijn de gegevens van beschermde soorten in een straal van 500 meter rondom het plangebied van de laatste 5 jaar opgevraagd in de NDFF. Het plangebied bestaat uit bebouwing, erfverharding en intensief beheerd grasland. Gelet op de inrichting en het gevoerde beheer, behoort het plangebied mogelijk tot functioneel leefgebied van diersoorten uit onderstaande soortgroepen: • Vogels; • Vleermuizen; • Grondgebonden zoogdieren; • Amfibieën.
Het onderzoeksgebied is niet onderzocht o p het voorkomen van beschermde soorten als reptielen, libellen, vissen, bladmossen, sporenplanten, haften en kreeftachtigen omdat het onderzoeksgebied geen geschikte habitat vormt voor deze soorten of omdat het plangebied buiten het normale verspreidingsgebied van deze soortgroepen ligt. Het is niet aannemelijk dat soorten, of soortgroepen, die (soms) moeilijk nieuwe leefgebieden koloniseren, zich spontaan buiten het normale verspreidingsgebied vestigen. Dit geldt bijvoorbeeld voor sommige kleine grondgebonden zoogdieren, reptielen en voor planten. Veldbezoek Het veldbezoek heeft een verkennend karakter en kan daarom niet worden gezien als uitputtende soorteninventarisatie. In het kader van het natuurwaardenonderzoek is het plangebied op 21 maart 2022 bezocht door T. Dalderup en S. van Staa , ecolog en in dienst bij BJZ.nu, gedurende de daglichtperiode. Het plangebied is visueel en auditief onderzocht op de aanwezigheid van beschermde TOETSING WNB EN NNN – Oldemarktseweg 103, Steenwijkerwold Definitief BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 11 flora- en faunawaarden. Hierbij is gebruik gemaakt van een verrekijker (Vortex Crossfire HD 10x42) en een zaklamp. Tijdens het veldbezoek was het 13o Celsius, windstil en onbewolkt. Het plangebied is te voet onderzocht. Daarnaast is bewijslast verzameld met fotomateriaal.
Gedurende het veldbezoek is het volgende onderzocht: • Houtopstanden en struweel; • Bestaande bebouwing en potentiele rust- en verblijfsplaatsen; • Sporen in de vorm van holen en nesten; • Sporen in de vorm van pootafdrukken, graaf-, krab- en bijtsporen; • Sporen in de vorm van fecaliën, veren/haren en prooiresten; • Overige indicaties die wijzen op de aanwezigheid van beschermde soorten. De tijd van het jaar is matig geschikt voor onderzoek naar vogels, grondgebonden zoogdieren, amfibieën en vleermuizen . Vogels vertonen door het zachte voorjaar regelmatig weer territoriumindicerend gedrag en hebben sporadisch een bezet nest. Grondgebonden zoogdiersoorten hebben doorgaans weer zogende jongen in deze tijd van het jaar. Amfibieën zijn weer begonnen met de trek naar de voortplantingswateren verlaten en zitten overdag weggekropen in holen en gaten in de grond, of onder strooisel, bladeren, takken, rommel of opgeslagen goederen. Vleermuizen bezetten over het algemeen de winterverblijfplaats, maar zijn regelmatig actief. Analyse en conclusie Aan de hand van de verzamelde verspreidingsgegevens en de resultaten van het veldbezoek is beoordeeld voor welke beschermde soorten geschikt habitat aanwezig is in en/of rondom het plangebied. De beoogde ingrepen zijn beoordeeld in relatie tot de biotoopeisen van de bescherm de soorten uit het plangebied.
Bij voldoende zekerheid over het al dan niet voorkomen van beschermde soorten, zijn mogelijke (negatieve) effecten bepaald. Ten slotte is beoordeeld of wettelijke consequenties aan de orde zijn. In hoeverre het mogelijk is om een complete effectenanalyse te maken, is afhankelijk van de volledigheid en bruikbaarheid van de beschikbare verspreidingsgegevens en duidelijkheid over de beoogde werkzaamheden en uitvoeringsplanning. 4.1.3 Houtopstanden Omdat het plangebied binnen de bebouwde kom ligt en er geen bomenrijen gekapt worden, is er geen sprake van overtreding van de verbodsbepalingen als weergeven in H4 van de Wnb. Om deze reden worden Houtopstanden ook niet verder behandeld in voorliggende rapportage. 4.2 Wet ruimtelijke ordening: Natuurnetwerk Nederland In de Wet ruimtelijke ordening is het ruimtelijk beleid op rijks -, provinciaal en gemeentelijk niveau vastgesteld, waarin onder andere de bescherming van Natuurnetwerk Nederland (NNN) is verankerd. Provincies zijn verantwoordelijk voor de veiligstelling en ontwikkeling van het NNN. Ter beoordeling van de voorgenomen activiteiten in relatie tot de NNN is gekeken naar de nabijheid van NNN en de eventuele (negatieve) effecten op de aanwezige natuurwaarden.
TOETSING WNB EN NNN – Oldemarktseweg 103, Steenwijkerwold Definitief BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 12 HOOFDSTUK 5 GEBIEDSBESCHERMING In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het mogelijke effect van de voorgenomen activiteit en op Natura 2000-gebied en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). 5.1 Natura 2000 5.1.1 Ligging t.o.v. het plangebied Het plangebied ligt op minimaal 3,6 kilometer afstand van Natura 2000-gebied (Figuur 5.1). Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied is Weerribben. Figuur 5.1: Ligging van Natura 2000 in de omgeving van het plangebied (rood). Gronden die tot Natura 2000 behoren worden met de blauwe kleur op de kaart aangeduid. De minimale afstand tussen het plangebied en Natura 2000-gebied bedraagt 3,6 kilometer (Bron: PDOK). 5.1.2 Effectbeoordeling Beoordeling uitvoering fysieke activiteiten Het plangebied is niet zic htbaar vanuit Natura 2000 -gebied. Van verstoringseffecten, zoals geluid, optische verstoring of licht is derhalve geen sprake. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen plangebied en Natura 2000 -gebied, wordt een negat ief effect op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied uitgesloten. Beoordeling stikstof (ontwikkelfase) Per 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering van kracht.
Dat houdt in dat stikstofemissie welke ontstaat tijdens de ontwikkelfase, niet beoordeeld hoeft te worden op mogelijk negatieve effecten op Natura 2000 -gebied. Wel dient de gebruiksfase beoordeeld te worden. Deze regeling staat op moment van schrijven onder druk. In geval van uitloop van de procedure kan het mogelijk zijn dat stikstofemissie gedurende de ontwikkelfase ook beoordeeld dient te worden. Beoordeling stikstof (nieuwe gebruiksfase) Het is aannemelijk dat de realisatie van de woningen voor een toename van verkeersbewegingen zal zorgen ten opzichte van de huidige situatie. Echter, door de omvang en nieuwe ingebruikname van het plangebied is er geen toename aan stikstofuitstoot verwacht ten opzichte van de huidige invulling.
TOETSING WNB EN NNN – Oldemarktseweg 103, Steenwijkerwold Definitief BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 13 5.2 Natuurnetwerk Nederland 5.2.1 Ligging t.o.v. het plangebied Het plangebied ligt op minimaal 1450 meter afstand van gronden die tot NNN behoren. Het plangebied ligt daarmee buiten begrenzing van het NNN. In Figuur 5.2 wordt de ligging van het NNN in de omgeving van het plangebied weergegeven. Figuur 5.2: Ligging van Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied (rood). Gronden die tot NNN behoren worden met de groene kleur op de kaart aangeduid . De minimale afstand tussen het plangebied en gronden die tot NNN behoren bedraagt 1450 meter (Bron: PDOK). 5.2.2 Beschermingsregime De bescherming van het NNN kent geen externe werking. Omdat het plangebied buiten het Natuurnetwerk Nederland ligt, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciaal beleid t.a.v. Natuurnetwerk Nederland. 5.3 Conclusie Het plangebied behoort niet tot het NNN of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het NNN, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het NNN geen externe werking kent in de provincie. Gezien de schaal van de ingrepen en de enigszins ruime afstand tussen het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, kan een negatief effect op Natura 2000-gebied uitgesloten worden.
Het is onwaarschijnlijk dat er sprake is van significante toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebied, een stikstofberekening hoeft niet uitgevoerd te worden.
TOETSING WNB EN NNN – Oldemarktseweg 103, Steenwijkerwold Definitief BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 14 HOOFDSTUK 6 SOORTBESCHERMING 6.1 Vogels 6.1.1 Resultaat Het plangebied behoort tot matig functioneel leefgebied voor vogels. Doordat de stal geen dieren meer bevat, is de functie als foerageergebied komen te vervallen. De rest van het plangebied waar werkzaamheden plaatsvinden bestaat voornamelijk uit bebouwing en erfverharding, welke erg weinig nestgebied of foerageergebied bieden. Tijdens het veldbezoek zijn huismussen waargenomen welke onder de dakpannen van de bedrijfswoning nestelen. Deze bebouwing blijft behouden en de beoogde ingrepen leiden niet tot achteruitgang van functioneel leefgebied van huismussen, mogelijk zelfs tot verbetering. Er zijn geen nesten van zwaluwsoorten waargenomen in de stalconstructie en de open werktuigberging. Er zijn in het plangebied geen aanwijzingen gevonden dat roofvogels en uilen er een vaste rust- of nestplaats bezetten. Aanwezigheid van deze soorten is doorgaans gemakkelijk vast te stellen aan de hand van braakballen, schijtsporen en ruiveren. 6.1.2 Wettelijke consequenties Alhoewel er geen vogels in de te slopen bebouwing zijn aangetroffen, kan het alsnog voorkomen dat er vogels nestelen in of op de te slopen bebouwing. Hiervan wordt echter niet verwacht dat het om soorten gaat met een jaarronde nestbescherming.
Als gevolg v an het verwijderen van beplanting tijdens de voortplantingsperiode wordt mogelijk een bezet vogelnest beschadigd en vernield. Van de in het plangebied nestelende soorten is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Voor het beschadigen/vernielen van een bezet nest (eieren) of het doden van een vogel kan geen ontheffing van de verbodsbepalingen verkregen worden omdat de voorgenomen activiteit niet als een in de wet genoemd belang wordt beschouwd. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van vogelnesten dienen daarom buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is augustus -februari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaats vinden tijdens het broedseizoen van vogels, mits geen bezette vogelnesten beschadigd/vernield worden. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten. 6.2 Grondgebonden zoogdieren 6.2.1 Resultaat Er zijn in het plangebied geen beschermde grondgebonden zoogdieren waargenomen.
Het plangebied behoort vermoedelijk tot functioneel leefgeb ied van verschillende algemene - en weinig kritische grondgebonden zoogdiersoorten als muizen- en rattensoorten . Er is geen geleidende vegetatiestructuur aanwezig en er is geen mogelijkheid voor marterachtigen om een vaste rust - of verblijfplaats te bezetten door het gebrek aan openingen naar holle ruimten of puinhopen. 6.2.2 Wettelijke consequenties Er wordt geen beschermd grondgebonden zoogdier gedood en wordt geen vaste rust - of voortplantingsplaats beschadigd of vernield, als gevolg van uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Mits geen grondgebonden zoogdieren (opzettelijk) gedood worden, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Indien niet voorkomen kan worden dat beschermde dieren gedood word en, dient een ontheffing van de verbodsbepalingen (doden) aangevraagd te worden. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de TOETSING WNB EN NNN – Oldemarktseweg 103, Steenwijkerwold Definitief BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 15 verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb.
6.3 Vleermuizen 6.3.1 Resultaat • Verblijfplaatsen Er zijn tijdens het veldbezoek geen vleermuizen waargenomen en er zijn geen aanwijzingen gevonden dat vleermuizen een rust- of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten. De bebouwing beschikt weliswaar over gemetselde buitengevels maar er zijn geen invliegopeningen zoals open stootvoegen of ventilatieopeningen aangetroffen die vleermuizen de kans bieden een verblijfplaats te bezetten. Verder zijn in het plangebied geen potenti ële verblijfplaatsen van vleermuizen waargenomen, zoals een holle ruimte achter de daklijst. De damwand achter de daklijsten heeft een nog vrij nieuwe verf laag, waardoor het oppervlak te glad is voor vleermuizen om grip op te krijgen. In het plangebied zijn geen holenbomen aanwezig. • Foerageergebied Het veldbezoek is uitgevoerd buiten de periode van de dag waarop vleermuizen foerageren, maar op basis van een beoordeling van de inrichting en het gevoerde beheer, wordt het plangebied ook niet als geschikt foerageergebied voor vleermuizen beschouwd. Er is nagenoeg geen vegetatie aanwezig. Het kan voorkomen dat er sporadisch een vleermuis foerageert, echter valt met zekerheid uit te sluiten dat het om essentieel foerageergebied gaat of dat er functi oneel leefgebied van vleermuizen aangetast wordt.
• Vliegroute Sommige vleermuissoorten benutten lijnvormige elementen ter geleiding tijdens het foerageren en om van verblijfplaats naar foerageergebied te vliegen (en van foerageergebied naar verblijfplaats). Lijnvormige elementen die benut worden als vliegroute kunnen bestaan uit houtopstanden en wateren, maar ook een rij gevels van woningen. Het plangebied vormt geen verbindende schakel in een lijnvormig landschapselement en maakt daarom geen onderdeel uit van een vliegroute van vleermuizen. Uitvoering van de voorge nomen activiteiten heeft geen negatief effect op vliegroutes van vleermuizen. 6.3.2 Wettelijke consequenties • Verblijfplaatsen Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord of gedood en wordt geen vaste rust- of verblijfplaats beschadigd of vernield. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft g een nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. • Essentieel foerageergebied Door de beoogde ingrepen wordt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen zeer beperkt aangetast. Er wordt geen essentieel foerageergebied aangetast. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties.
Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen vo eren in het kader van de Wnb. TOETSING WNB EN NNN – Oldemarktseweg 103, Steenwijkerwold Definitief BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 16 • Essentiële vliegroute Het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten heeft geen negatief effect op (essentiële) vliegroutes1 van vleermuizen. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequentie s. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. 6.4 Amfibieën 6.4.1 Resultaat Er zijn tijdens he t veldbezoek geen amfibieën waargenomen. Geschikt voortplantingsbiotoop ontbreekt in het plangebied. Amfibieën kunnen een (winter)rustplaats bezetten in holen en gaten in de grond en onder lage, dichte begroeiing. Het plangebied wordt daarbij als laagwaardig habitat voor amfibiesoorten gezien. Het plangebied wordt niet als functioneel leefgebied van zeldzame amfibieënsoorten als kamsalamander, rugstreeppad of poelkikker beschouwd. Voorgenoemde soorten komen niet in het plangebied voor en er zijn geen waarnemingen van deze soorten in of nabij het plangebied bekend.
6.4.2 Wettelijke consequenties Amfibieën mogen niet (opzettelijk) gedood worden. Indien niet voorkomen kan worden dat beschermde dieren gedood worden, dient een ontheffing van de verbodsbepaling (doden) aangevraagd te worden. 6.5 Vaatplanten 6.5.1 Resultaat Uit de NDFF blijkt dat in de directe en ruime omgeving van het plangebied geen waarnemingen bekend zijn van beschermde vaatplanten. Vrijwel alle b eschermde vaatplanten zijn gebonden aan natuurgebieden, schrale gronden of extensief beheerde gronden. Dergelijk habitat is niet aanwezig in de directe omgeving van het plangebied. 6.5.2 Wettelijke consequenties Het is uitgesloten dat negatieve effecten op beschermde vaatplanten optreden. Het uitvoeren van een nader onderzoek en/of het aanvragen van een ontheffing wordt niet noodzakelijk geacht. 6.6 Overige soorten Het plangebied behoort niet tot het functioneel leefgebied van andere beschermde flora - of faunasoorten. Vanwege de lokale invloedsfeer heeft de voorgenomen activiteit geen negatief effect op andere beschermde soorten. Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk. 1 Vliegroutes van vleermuizen zijn beschermd wanneer deze essentieel zijn voor het kunnen functioneren van de verblijfplaats va n een vleermuis. Niet ieder lijnvormig element waar langs vleermuizen vliegen is een essentiële vliegroute.
TOETSING WNB EN NNN – Oldemarktseweg 103, Steenwijkerwold Definitief BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 17 6.7 Samenvattende tabel Tabel 6.1: Samenvatting Soortenbescherming Soortgroep Mogelijk voorkomende soorten Te beoordelen effecten? Overtreding Wnb Vervolgstappen Vogels Algemene soorten Verstoring broedende vogels en doding van individuen. Art. 3.1, lid 1, 2 en 4. Nemen voorzorgsmaatregelen om verstoring broedende vogels te voorkomen, uitvoeren werkzaamheden buiten broedperiode (februari-september) of onder toeziend oog van een ervaren ecoloog. Grondgebonden zoogdieren Algemene soorten Verstoring en doding van individuen en aantasten van verblijfplaatsen en foerageergebied. Art. 3.10, lid 1a en 1b. Naleven zorgplicht voldoende, g een nader onderzoek noodzakelijk . Aanvraag van ontheffing is niet aan de orde. Vleermuizen Niet aanwezig Niet van toepassing N.v.t. Niet van toepassing Amfibieën Algemene soorten Verstoring en doding van individuen en aantasten van voortplantings- en rustplaatsen. Art. 3.10, lid 1a en 1b. Naleven zorgplicht voldoende, g een nader onderzoek noodzakelijk . Aanvraag van ontheffing is niet aan de orde. Overige soorten Niet aanwezig. Niet van toepassing. N.v.t. Niet van toepassing.
TOETSING WNB EN NNN – Oldemarktseweg 103, Steenwijkerwold Definitief BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 18 HOOFDSTUK 7 CONCLUSIE EN ADVIES De voorgenomen activiteiten worden gezien als ‘ruimtelijke ontwikkeling’. Voor beschermde soorten die niet op de vrijstellingslijst (bijlage 3) van de provincie staan, is een ontheffing vereist om ze te mogen verstoren en om opzettelijk de vaste rust - en voortplantingsplaats te mogen beschadigen en te vernielen. Voor het doden van beschermde diersoorten geldt geen vrijstelling van de verbodsbepalingen. Afhankelijk van de status van de beschermde soorten, kan soms ook gewerkt worden conform een door de minister goedgekeurde, en op de situatie toepasbare, gedragscode. In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000 -gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in de provincie.
Gezien de afstand van het plangebied naar het meest nabij gelegen Natura 2000 - gebied en de schaal van de beoogde ingrepen, is het onwaarschijnlijk dat er een significant effect ten gevolge van de ingreep en de nieuwe gebruiksfase plaats zal vinden. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van bezette vogelnesten en het verstoren van vogels dienen buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is september -februari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaatsvinden tijdens het broedseizoen van vogels, mits geen bezette vogelnesten beschadigd/vernield worden. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden ti jdens de voortplantingsperiode, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied. Mogelijk gebruiken ze het plangebied wel als foerageergebied , echter wordt het plangebied door de inrichting (erfverharding en bebouwing) niet als hoogwaardig foerageergebied beschouwd . De te slopen bebouwing vormt ook geen verbindende schakel in een lijnvormig landschapselement, er worden geen vliegroutes aangetast. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën geldt dat ze niet (opzettelijk) gedood mogen worden.
Er worden geen beschermde grondgebonden zoogdieren of amfibieën in het plangebied verwacht, het naleven van de zorgpli cht wordt hierbij als voldoende geacht. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Tot slot wordt benadrukt dat te allen tijde rekening dient te worden gehouden met de zorgplicht zoals opgenomen in de Wet natuurbescherming. De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. TOETSING WNB EN NNN – Oldemarktseweg 103, Steenwijkerwold Definitief BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 19 BIJLAGEN Bijlage 1: Geraadpleegde bronnen Bijlage 2: Toelichting op wettelijke kaders Bijlage 3: Vrijgestelde soorten per provincie Bijlage 4: Natuurkalender TOETSING WNB EN NNN – Oldemarktseweg 103, Steenwijkerwold Definitief BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 20 Bijlage 1 Geraadpleegde bronnen Internet Verspreidingsatlas Natura 2000 Beschermde soorten Vleermuisprotocol AERIUS calculator Ruimtelijkeplannen.nl Nationale Databank Flora en Fauna Effectenindicator Wet Natuurbescherming TOETSING WNB EN NNN – Oldemarktseweg 103, Steenwijkerwold Definitief BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 21 Bijlage 2 Toelichting op wettelijke kaders De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al jaren achteruit. Duurzame bescherming van flora en fauna is hard nodig.
Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen en het is daarom belangrijk om natuurbescherming in Europees verband aan te pakken. Zo voorkomen we dat de natuur in Europa en in Nederland steeds eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel -)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000 -netwerk. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden. Drie beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn ) en voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze besch ermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels (ruim 700 soorten), zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. Om af te mogen wijk en van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: 1.
Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. 2. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. 3. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een Gedragscode. Soortenbescherming en het ‘nee, tenzij principe’ De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Ook voor de andere soorten, die niet op grond van de Vogel- of Habitatrichtlijn maar vanuit nationaal oogpunt beschermd worden, geldt dat de verbodsbepalingen zien op het individu, maar of ontheffing verleend kan worden, wordt afgewogen tegen het effect van de ingreep op het populatieniveau van de soort.
Zorgplicht voor dieren en planten Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wi ld levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. De Memorie van Toelichting zegt het zo: “De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. TOETSING WNB EN NNN – Oldemarktseweg 103, Steenwijkerwold Definitief BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 22 Vrijstelling regelgeving Onder de Wet natuur bescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. In (veel) gevallen kunt u gebruik maken van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgest eld voor een van te voren bepaalde categorie van gevallen. Er zijn verschillende vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Een bekende en reeds in de praktijk toegepaste vorm van vrijstelling is die van de Gedragscode.
In de Wet natu urbescherming zijn voor beschermde soorten ook andere vormen van vrijstelling geïntroduceerd, zoals door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Overigens is ook een vrijstelling in de vorm van een ministeriële regeling mogelijk. Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. Gedragscodes die zijn opgesteld onder de Flora- en faunawet kunnen worden uitgebreid ten aanzien van soorten die op grond van de Wet natuurbescherming beschermd worden maar dat op grond van de Flora- en faunawet nog niet waren. Goedkeuring van een Gedragscode op grond van de Flora- en faunawet blijft ook onder de Wet natuurbescherming geldig, voor de duur van de goedkeuring. Daarna dient de Gedragscode voor goedkeuring getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming. Welke soorten zijn beschermd? De Wet natuurbescherming kent drie categorieën beschermde soorten: 1. Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volg ens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. 2. Soorten worden beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. 3. Er is een beschermingsregime voor ‘andere soorten’ waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven.
Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wnb Doden/ vangen Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen. beschadigen of vernielen Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Art 3.10 lid 1b Het is verboden vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te b eschadigen of te vernielen. Eieren Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Verstoren Art 3.1 lid 4 en 5 Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. TOETSING WNB EN NNN – Oldemarktseweg 103, Steenwijkerwold Definitief BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 23 Plantensoorten Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. TOETSING WNB EN NNN – Oldemarktseweg 103, Steenwijkerwold Definitief BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 24 Bijlage 3 Vrijgestelde soorten per provincie Provincie Soort Drenthe Flevoland Friesland Gelderland Groningen Limburg Noord-Brabant Noord-Holland Overijssel Utrecht Zeeland Zuid-Holland Amfibieën Bruine Kikker Gewone pad Kleine watersalamander Meerkikker Bastaardkikker Reptielen Hazelworm 1 Levendbarende hagedis 2 Landzoogdieren Aardmuis Bosmuis Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Eekhoorn 3 Egel Gewone bosspitsmuis Haas Hermelijn Huisspitsmuis Konijn Ondergrondse Woelmuis Ree Rosse Woelmuis Steenmarter 4 Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Wezel Wild Zwijn Woelrat Legenda Vrijgestelde soort 1 = Vrijgesteld jul - sep 2 = Vrijgesteld 15 aug - 15 okt 3 = Vrijgesteld mrt - apr en jul - nov 4 = Vrijgesteld 15 aug - feb
Geldig per: 18 februari 2022 Bronnen: Regelink Habitus Natuurinclusief TOETSING WNB EN NNN – Oldemarktseweg 103, Steenwijkerwold Definitief BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 25 Bijlage 4 Natuurkalender Jan Feb Mrt Apr M e i Jun Jul A u g Sep Okt N o v Dec Houtopstanden Afzetten/hakhoutbeheer Algemeen Heg afzetten Dunnen Algemeen Verw. opslag/exoot Algemeen Knotten Algemeen Snoeien Opsnoeien/opkronen Hoogstam wintersnoei Hoogstam zomersnoei Vleermuisbomen zomerverblijf Vleermuisbomen paarplaats Terugzetten Bomen met winterslaapvogels Hazelmuis struweel hakhoutbeheer Boomkikker struweel Zuiveren Das Grondgebonden kleine zoogdieren Vellen Sleedoornstruwelen voor sleedoornpage Pionier, grazige en ruigte vegetaties Maaien Algemeen Vochtig/nat grasland Droog schraalgrasland Afgraven Ruigte vegetatie met amfibieën Ophogen Ruigte vegetatie met reptielen Heide Maaien Algemeen Plaggen Heide met reptielen Branden Algemeen Afgraven Algemeen Ophogen Algemeen Wateren (poel, moeras, watergang en beek) Graven Algemeen Aanbrengen Kunstwerken nieuwe wateren Kunstwerken bestaande wateren Opschonen Algemeen Poel Baggeren Algemeen Dempen Algemeen Oever-, water- en moerasvegetatie Maaien Algemeen Afgraven Algemeen Ophogen Algemeen Bebouwing en muren Verbouwen Algemeen Renoveren Zomerverblijf vleermuizen Winterverblijf vleermuizen Slopen Gebouwen met uilen Gebouwen met zwaluwen TOETSING WNB EN
NNN – Oldemarktseweg 103, Steenwijkerwold Definitief BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 26 Legenda Optimale perioden voor werkzaamheden. In deze perioden zijn de minste kans op verstoringen van planten en dieren. Acceptabele perioden voor werkzaamheden, mits er geen verstoring van planten en dieren plaatsvindt. De werkzaamheden verrichten onder begeleiding van een ter zake kundige. Geen werkzaamheden in deze perioden. Wanneer andere zwaarwegende belangen gelden dan de werkzaamheden verrichten onder de voorwaarden. Bijvoorbeeld voorwaarden in de ontheffing Wet natuurbescherming. Bronnen: Natuurbank Overijssel Natuurkalender Arnhem