CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Onderzoek externe veiligheid.pdf

Politieke Markt 21 september 2021, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Nicolaas ter Maethstraat 2, Steenwijk (oude bibliotheeklocatie)4.206 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapportage externe veiligheid 14 woningen, Nicolaas ter Maethstraat 2 Steenwijk Opgesteld door: J.C. (Johan) Koerts Certified safety engineer (HVK; 58215) Vrijheidslaan 12 7876 GK Valthermond Telefoon: 0654728961 In opdracht van: Scheenstra Projecten 2 BV Idzardaweg 15 8476EL Ter Idzard Vrijheidslaan 12 7876 GK Valthermond T: 06 – 54 72 89 61 info@respec.nl www.respec.nl Datum 26-11-2020 Kenmerk Evr20201126JK Project - Auteur J.C. Koerts Rvk (HVK) Uw kenmerk - Bijlagen - KvK: 60573805 BTW: 853967593B01 IBAN: NL72ABNA0415170710

2 1 INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding 3 1.1 Aanleiding ............................................................................................................ 3 1.2 Inventarisatie plangebied .................................................................................... 3 1.3 Begrippen ............................................................................................................. 4 1.3.1 Externe Veiligheid ............................................................................................. 4 1.3.2 Plaatsgebonden risico (PR) ............................................................................... 4 1.3.3 Groepsrisico (GR) .............................................................................................. 4 1.3.4 Verantwoordingsplicht ..................................................................................... 5 2 Wettelijk kader 6 2.1 Risicobedrijven ..................................................................................................... 7 2.1.1 Seveso III Richtlijn ............................................................................................. 7 2.1.2 Brzo ................................................................................................................... 7 2.1.3 Bevi ...................................................................................................................

7 2.2 Vervoer en transsport van gevaarlijke stoffen .................................................... 7 2.2.1 Basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen ............................................ 7 2.2.2 Hogedruk aardgastransportleidingen ............................................................... 8 3 Risicoanalyse 9 3.1 Typering ............................................................................................................... 9 3.2 Plaatsgebonden risico (Hogedruk aardgastransportleiding) ............................... 9 3.3 Groepsrisico (Hogedruk aardgastransportleiding) ............................................... 9 3.4 Gemeentelijk veiligheidsbeleid .......................................................................... 10 4 Conclusie en aanbevelingen 11 Bijlage 1 Inventarisatie afstanden buisleidingen 12 Bijlage 2 Rekenmodule CAROLA 13 Bijlage 3 Populatie metadatabestand 23 3 1 Inleiding 1.1 AANLEIDING Op het perceel aan de Nicolaas ter Maethstraat 2 Steenwijk, kadastraal bekend als ‘Gemeente Steenwijk, sectie E, nummer 6880’ willen de initiatiefnemers 14 appartementen realiseren. De gemeente Steenwijkerland heeft aangegeven dat voor de ruimtelijke onderbouwing een veiligheidsrapportage noodzakelijk is. Het bestaande pand aan de Nicolaas ter Maethstraat 2 betreft een openbare bibliotheek.

Het bestaande pand zal worden gesloopt ten gunste van de nieuwbouw van een appartementencomplex met 14 appartementen. Het appartementencomplex is op grond van artikel 1l van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) aan te merken als een kwetsbaar object. 1.2 INVENTARISATIE PLANGEBIED Ten zuidwesten van appartementencomplex is op 19 meter afstand een hogedruk (168,3mm/ 40 bar) aardgasleiding gesitueerd. Ten noorden op circa 350 meter afstand is de Intercitylijn IC Zwolle- Leeuwarden gelegen (geen route voor transport gevaarlijke stoffen conform Bevt) (zie figuur 1.1). FIGUUR 1-1: SITUERING PLANGEBIED T .O.V. POTENTIELE RISICO BRONNEN BRON : RISICOKAART .NL

4 1.3 BEGRIPPEN 1.3.1 EXT ERN E VEI LI G H EI D Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt (zie figuur 1.2). 1.3.2 PL AA TS G EB O ND E N RI SI CO (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. In Nederland is gekozen om als wettelijke norm de kans van één op één miljoen te hanteren. Binnen de 10-6/jaarcontour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaarcontour (PR-6) niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde.

1.3.3 GRO EP SRI SI CO (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1%-letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet ‘op de kaart’ worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN- curve. FIGUUR 1-2: VOORBEELDW EERGAVE PLAATSGEBONDEN RISICOCONTOUREN , INVLOEDSGEBIED EN GROEPSRISICOGRAFIEK MET ORIËNTATIEWAARDE VOOR TRANSPORT 5 1.3.4 VER ANT WO O R DI N GS PL I C HT De verantwoordingsplicht draait kort gezegd om de vraag in hoeverre risico's, als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling, worden geaccepteerd en indien noodzakelijk welke veiligheid verhogende maatregelen daarmee gepaard gaan. Met de verantwoordingsplicht worden betrokken partijen gedwongen om een goede ruimtelijke afweging te maken waarin de veiligheid voor de maatschappij als geheel voldoende gewaarborgd wordt.

Op deze manier wordt beoogd een situatie te creëren, waarbij zoveel mogelijk de risico's zijn afgewogen en geanticipeerd is op de mogelijke gevolgen van een incident. Deze afweging is kwalitatief van aard en richt zich op aspecten als de mogelijkheden van bestrijdbaarheid van een mogelijke calamiteit en de mate van zelfredzaamheid van de bevolking. 6 2 Wettelijk kader Het beleid voor de beheersing van risico’s met betrekking tot de productie, verwerking, opslag en transport van gevaarlijke stoffen waarvan omwonenden het slachtoffer kunnen worden kan worden omschreven als het externe veiligheidsbeleid. De term extern geeft aan dat het hierbij niet gaat om de veiligheid van werknemers, maar om de veiligheid van mensen die zich in de nabijheid van deze gevaarlijke activiteiten bevinden. Ruimtelijkeordeningsbeleid en milieubeleid kunnen een belangrijke rol spelen bij de beheersing van deze externe veiligheidsrisico’s. Door middel van ruimtelijke ordening worden bijvoorbeeld veiligheidsafstanden aangehouden. Dit kan ertoe leiden dat er geen woningen mogen worden gebouwd nabij een opslagplaats met gevaarlijke stoffen. Hierdoor worden minder mensen aan risico’s van deze opslagplaats blootgesteld. Via omgevingsvergunningen kunnen ook eisen aan de bron worden afgedwongen.

Zo kan via een vergunning een maximaal toegestane hoeveelheid opgeslagen gevaarlijke stoffen worden vastgesteld, waarmee de dreiging wordt beperkt. Het Nederlandse externe veiligheidsbeleid is gebaseerd op een risicobenadering. De omvang van ongewenste gevolgen van een activiteit worden bezien in het licht van de kans dat deze gevolgen zich kunnen voordoen. In andere woorden: het risico wordt gezien als een functie van een kans en een effect. Een logisch gevolg van deze risicobenadering is dat een kwantitatieve analyse van de risico’s vereist is, waarbij zowel gekeken dient te worden naar de kansen op een incident als de mogelijke gevolgen hiervan. Daarnaast wordt bij de gehanteerde risicobenadering uitgegaan van het principe dat risico’s nooit volledig zijn uit te sluiten. Er zal altijd een restrisico blijven bestaan. Om aan te geven welk risico nog acceptabel is, zijn in het externe veiligheidsbeleid criteria geformuleerd. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt in een plaatsgebonden risico (PR) en een groepsrisico (GR). Om de externe veiligheidsrisico’s te beheersen heeft de rijksoverheid een aantal nota’s, circulaires en besluiten opgesteld die leidend zijn voor externe veiligheidstaken van de provincie en gemeenten. Het gaat daarbij om wet- en regelgeving waarin risiconormen zijn gesteld voor respectievelijk inrichtingen, transport van gevaarlijke stoffen en buisleidingen.

Hierin zijn onder andere de volgende richtlijnen en besluiten te onderscheiden: 1. Seveso III Richtlijn 2. Brzo (Besluit risico’s zware ongevallen) 3. Bevi (Besluit externe veiligheid inrichtingen) 4. Bevt (Besluit externe veiligheid transportroutes) 5. Bevb (Besluit externe veiligheid buisleidingen) 7 2.1 RISICOBEDRIJVEN 2.1.1 SEV ESO III RI CH TLI JN Op Europees niveau vormt de Seveso III Richtlijn het belangrijkste wettelijke kader voor de beheersing van zware ongevallen m.b.t. inrichtingen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De Seveso III Richtlijn richt zich allereerst op de beheersing van risico’s op de gevaarlijke inrichting zelf (‘binnen het hek’). Inrichtingen die onder de Seveso III Richtlijn vallen zijn verplicht een plan te hebben om ongevallen te voorkomen en zijn verplicht hun veiligheidsbeheerssysteem met bijbehorende organisatorische structuur te beschrijven. Daarbij dient ook nog een rampenbestrijdingsplan te worden gemaakt. Naast de aandacht voor de gevaarlijke installaties zelf (interne veiligheid) verplicht de Seveso III Richtlijn lidstaten ook om voldoende afstand in acht te nemen rondom gevaarlijke installaties, de zogenaamde veiligheidsafstanden. 2.1.2 BRZ O In Nederland is de Seveso III Richtlijn verwerkt in het Besluit risico’s en zware ongevallen 1999 (Brzo).

In dit besluit wordt voornamelijk ingegaan op de eisen gericht op het beheersen van de gevaren d.m.v. veiligheidsbeheerssystemen, rampenplannen en veiligheidsrapporten (binnen het hek). 2.1.3 BEVI Het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (Bevi) en bijbehorende regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) bevatten veiligheidsnormen voor bedrijven (waaronder LPG-tankstations) die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein. Het Bevi verplicht o.a. het bevoegd gezag (gemeenten en provincies) rekening te houden met de externe veiligheid als ze een milieuvergunning verlenen of een bestemmingsplan maken. 2.2 VERVOER EN TRANSSPORT VAN GEVAARLIJKE STOFFEN Op 1 april 2015 is de Wet basisnet, Regeling basisnet (op basis van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen) en het Besluit Transportroutes Externe Veiligheid (Bevt), in werking getreden. Het Bevt is vergelijkbaar met het Bevi en bevat risiconormen voor transportroutes. In de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART) is vastgelegd hoe de risico’s van transport van gevaarlijke stoffen berekend en geanalyseerd moeten worden. Daarnaast is in de HART per stofcategorie en per modaliteit vaste afstanden opgenomen voor de begrenzing van het invloedsgebied. 2.2.1 BA SI S NE T VO O R H ET V E RVO ER V AN G EV A AR LI J KE S TO FF EN Vervoer van gevaarlijke stoffen kan plaats vinden via het spoor, over de weg en het water.

Met het Basisnet is een plafond vastgesteld voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en worden randvoorwaarden aan de ruimtelijke ordening gesteld. Door de invoering van het Basisnet is een maximum opgelegd aan de PR-6. Deze PR-6 kan daarmee niet meer ongelimiteerd groeien. De PR-max vormt de grens van de gebruiksruimte voor vervoer en tevens de grens van de veiligheidszone. Een veiligheidszone is een zone langs de spoorbaan of rijksweg waarbinnen geen nieuwe kwetsbare objecten zijn toegestaan. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten zijn hier alleen in uitzonderingsgevallen toegestaan. De veiligheidszone wordt gemeten vanaf het hart van de spoorbundel of het midden van de weg. Daarnaast is voor bepaalde infra met veel vervoer van zeer brandbare vloeistoffen een plasbrandaandachtsgebied (PAG) vastgesteld. Een PAG is een gebied tot 30 meter aan weerszijden van de spoorbaan (en erboven) of 30 meter gemeten vanaf de rechterrand van de rijstrook van de (rijks)weg waarin, bij realisatie van kwetsbare objecten, rekening dient te 8 worden gehouden met de effecten van een plasbrand. Plasbranden kunnen ontstaan wanneer brandbare vloeistoffen ten gevolge van een calamiteit kunnen weglekken uit een tankwagen/wagon en tot ontbranding kunnen komen. Naast de uitgebreidere verantwoordingsplicht gelden in een PAG voor nieuwe bebouwing aanvullende bouwkundige voorschriften.

Een PAG geldt uitsluitend voor nieuwe situaties. Voor vervoerders heeft het PAG geen betekenis. Op basis van het RBM II – rekenpakket dient de risicoberekening worden uitgevoerd. De Wet vervoer gevaarlijke stoffen bepaalt dat provincies en gemeenten routes kunnen aanwijzen voor het vervoer van route-plichtige stoffen. Gevaarlijke stoffen mogen dan alleen over de aangewezen routes vervoerd worden. Vervoerders van route-plichtige stoffen kunnen in een gemeente met een routebesluit alleen na verkregen ontheffing afwijken van de vastgestelde route voor gevaarlijke stoffen. 2.2.2 HO G ED RU K A AR D GA ST R ANS PO R TL EI DI N G EN Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) in werking getreden. Voor de uitvoering van het Bevb dient rekening te worden gehouden met de grens-en richtwaarde van het plaatsgebonden risico en dient het groepsrisico (beperkt) te worden verantwoord. In de regeling is bepaald dat het plaatsgebonden risico en het groepsrisico moeten worden berekend met het rekenpakket CAROLA. Voor het PR geldt dat er binnen de 10-6-risicocontour geen kwetsbare objecten mogen worden gerealiseerd. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze waarde als een richtwaarde. Voor het GR geldt, indien er objecten binnen het invloedsgebied liggen, een (beperkte) verantwoordingsplicht.

Omdat voor een aardgas regel- en meetstations noch het Bevi noch het Bevb van toepassing is, wordt in deze rapportage niet ingegaan op de risico’s daarvan. Voor aardgas regel- en meetstations gelden de standaard veiligheidsafstanden zoals genoemd in het activiteitenbesluit. 9 3 Risicoanalyse In deze rapportage wordt, indien nodig, een berekening weergegeven van het plaatsgebonden en groepsrisico. Indien een berekening niet nodig wordt geacht, zal in deze risicoanalyse verantwoording en een argumentatie worden weergegeven. 3.1 TYPERING Het appartementencomplex is op grond van artikel 1.1l sub a van het Bevi aan te merken als een kwetsbaar object. De typering van het plangebied is beschreven in paragraaf 1.2. Uit de typering blijkt dat enkel de nabijgelegen hogedruk aardgastransportleiding in het kader van externe veiligheid aandacht behoeft. 3.2 PLAATSGEBONDEN RISICO (HOGEDRUK AARDGASTRANSPORTLEIDING) De Regeling externe veiligheid buisleidingen heeft de PR-6 voor aardgasleidingen tot en met 40 bar generiek vastgesteld op 4 meter, gemeten uit het hart van de buisleiding. Hierbinnen mogen geen (beperkt) kwetsbare objecten worden gebouwd. Deze afstand ligt eveneens binnen de belemmeringstrook van 4 meter waarbinnen sowieso niet mag worden gebouwd. Het plangebied valt ruimschoots buiten deze afstand.

Vanwege de reeds vastgestelde PR-6 contour is berekening van de PR voor onderliggende situatie, niet aan de orde. 3.3 GROEPSRISICO (HOGEDRUK AARDGASTRANSPORTLEIDING) In het ‘handboek buisleidingen in bestemmingsplannen’ wordt voor een 168,3mm buis van 40 bar als inventarisatie afstand 79 meter gehanteerd (zie bijlage 1; geïnterpoleerd). Daarnaast dient voor een QRA op basis van CAROLA aan beide zijden van het plangebied 1 km buislengte (voor zover mogelijk) worden betrokken (zie figuur 3-1). Uit berekening zal moeten blijken tot waar het invloedgebied1 zich uitstrekt (ergens tussen de 0 – 79 meter om de buisleiding) en of er sprake is van overschrijding van 1 Gebied tot 1% letaliteit. FIGUUR 3-1 10 de waarden genoemd in artikel 12 van het Bevb en artikel 8 van de Revb. Hierbij kan worden opgemerkt dat is gebleken dat de fN-curves voor aardgastransportleidingen nauwelijks worden beïnvloed door de bebouwingsdichtheid in het invloedsgebied tussen 100%- en 1%-letaliteit maar uitsluitend door de bebouwingsdichtheid in het 100%- letaliteitgebied. Zoals aangegeven in paragraaf 1.2 bevindt het appartementencomplex zich binnen het inventarisatiegebied van 79 meter van leiding “7015_leiding-N-500-55-deel-1”. Daarmee is een QRA op basis van het rekenpakket CAROLA noodzakelijk om het groepsrisico te verantwoorden.

In bijlage 2 ‘rekenmodule CAROLA’ zijn alle invoerparameters en het resultaat weergegeven van de berekening van het groepsrisico. De maximale overschrijdingsfactor voor dit leidingtracé (waarbij de maximale populatie van het nieuwbouwplan is betrokken) is gelijk aan 9.646E-003 (factor 0,009646). Aangezien deze factor op de meest ‘risicovolle’ plek van het leidingtracé ruimschoots onder de 1 blijft, wordt de oriëntatiewaarde op geen enkele plaats van het leidingtracé “7015_leiding-N-500-55- deel-1” overschreden. Het leidingtracé “7015_leiding-N-500-10-deel-1” evenals de populatiegegevens rondom dit leidingstelsel (> 79 meter) is voor de volledigheid wel betrokken bij de berekening. Het plangebied bevindt zich echter ruim buiten het invloedsgebied van dit leidingtracé en wordt derhalve buiten beschouwing gelaten in de bevindingen en conclusies. 3.4 GEMEENTELIJK VEILIGHEIDSBELEID In het gemeentelijk veiligheidsbeleid zijn geen relevante onderwerpen aangetroffen die niet zijn behandeld in hoofdstuk 2 en 3 van deze rapportage. Van strijdigheid met eventuele aanvullende bepalingen is daarom geen sprake. 11 4 Conclusie en aanbevelingen Op basis van de uitgevoerde risicoanalyse worden de volgende conclusies getrokken: • Met onderliggend plan (appartementencomplex) wordt geen nieuwe risicobron geïntroduceerd.

• Met het onderliggende plan wordt evenmin een nieuw kwetsbaar object of beperkt kwetsbaar object geïntroduceerd binnen bestaande plaatsgebonden risicocontouren. • Het uitgangspunt dat er geen (beperkt) kwetsbare objecten worden gebouwd binnen een plaatsgebonden risicocontour van 10-6, blijft gerespecteerd. • De kwantitatieve risicobeoordeling op basis van het CAROLA wijst uit dat fN curve als maat voor het groepsrisico ruimschoots beneden de oriëntatiewaarde blijft. Daarmee is er sprake van een verantwoord/aanvaardbaar groepsrisico. Op basis van deze externe veiligheidsrapportage kan worden geconcludeerd dat er voor wat betreft omgevingsveiligheid-aspecten geen aanleiding bestaat om het plan af te wijzen of verdere beperkende maatregelen voor te schrijven.

Bijlage 1 Inventarisatie afstanden buisleidingen Inventarisatie afstanden; ‘handboek buisleidingen in bestemmingsplannen’ bijlage 6 diameter (inch) diameter (nominaal) inventarisatieafstand (KA) (m) 40 bar 66,2 bar 80 bar 4 DN100 45 60 65 6 DN150 70 90 95 8 DN200 95 120 130 10 DN250 120 150 160 12 DN300 140 170 180 14 DN350 150 190 200 16 DN500 170 210 230 18 DN450 200 240 260 20 DN500 220 270 290 24 DN600 260 310 330 30 DN750 310 380 400 36 DN900 360 430 470 42 DN1050 400 490 520 48 DN1200 440 540 580 13 Bijlage 2 Rekenmodule CAROLA Inleiding In deze bijlage worden de gebruikte invoergegevens en de door CAROLA gegenereerde resultaten weergegeven. Deze gegevens vormen de basis voor een QRA-rapportage. In CAROLA-berekeningen wordt gebruik gemaakt van de parameters conform de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1]. Achtergrondinformatie over de berekeningen kan worden gevonden in documenten genoemd onder ‘referenties’. 14 Invoergegevens De risicoberekeningen die in dit rapport zijn beschreven zijn uitgevoerd met CAROLA-versie 1.0.0.52. De gehanteerde parameterfile heeft versienummer 1.2. De berekeningen zijn uitgevoerd op 26-11- 2020. Dit project is lokaal (bij opsteller) opgeslagen onder de naam C:\Users\.....\Veiligheid\Carola\NtM2 Steenwijk\NtM2.crp en is laatstelijk bijgewerkt op 26-11-2020.

Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van de meteorologische gegevens van het weerstation Eelde. De gebruikte ruwheidslengte is 0,1 meter. In dit hoofdstuk worden de verschillende invoergegevens nader gespecificeerd in de navolgende secties. Interessegebied Het interessegebied is weergegeven in figuur 1.1 Figuur 1.1 Interessegebied voor de uitgevoerde risicoberekeningen

15 Relevante leidingen Op basis van het gespecificeerde interessegebied zijn de volgende aardgastransportleidingen meegenomen. Eigenaar Leidingnaam Diameter [mm] Druk [bar] Datum aanleveren gegevens N.V. Nederlandse Gasunie 7015_leiding- N-500-10- deel-1 159.00 40.00 23-11-2020 N.V. Nederlandse Gasunie 7015_leiding- N-500-55- deel-1 168.30 40.00 23-11-2020 De exploitant specifieke factoren voor casuïstiek (cluster 1b), actief rappel (cluster 1C) en mitigerende maatregelen corrosie staan beschreven in Tabel 11 van Module B van de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1]. De leidingen zijn gevisualiseerd in figuur 1.2. Figuur 1.2 Buisleidingen aanwezig in de omgeving van het interessegebied Voor de in bovenstaande tabel opgenomen leidingen zijn geen risico mitigerende maatregelen verdisconteerd in de bijbehorende risicoberekeningen. Leidingen meegenomen in de risicoberekeningen Leidingen waarvoor de houdbaarheidsdatum van de gegevens verstreken is

16 Populatie De ingevoerde populatie is weergegeven in figuur 1.3 Figuur 1.3 Bevolking meegenomen in de risicoberekeningen Populatietype Polygoonpunten Populatiepolygoon Wonen Werken Evenement

17 Populatiepolygonen Label Type Aantal Dichtheid Vervangmodus Percentage Personen Plan NtM2 Wonen 56.0 Toevoegen Nieuwe Populatie Populatiebestanden Pad Type Aantal Percentage Personen ..\Nicolaas ter Maethstraat 2 Steenwijk\plangebied\wonend_vakantiehuis-dag50- nacht100.txt Wonen 4482 50/ 100/ 7/ 1/ 100/ 100 ..\Nicolaas ter Maethstraat 2 Steenwijk\plangebied\industrie-dag100-nacht30.txt Werken 964 100/ 30/ 7/ 1/ 100/ 100 ..\Nicolaas ter Maethstraat 2 Steenwijk\plangebied\kantoor_kliniek_onderwijs_winkel- dag100-nacht0.txt Werken 4984 ..\Nicolaas ter Maethstraat 2 Steenwijk\plangebied\bijeen_sport_cel_zkh-dag100- nacht80.txt Evenement 3819 18 Plaatsgebonden risico Voor de in voorgaande hoofdstuk genoemde leidingen is het plaatsgebonden risico bepaald. Voor elk van de leidingen wordt het plaatsgebonden risico weergegeven als iso-risicocontouren op een achtergrondkaart. Figuur 2.1 Plaatsgebonden risico voor 7015_leiding-N-500-10-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie Figuur 3.2 Plaatsgebonden risico voor 7015_leiding-N-500-55-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie 1E-4 1E-5 1E-6 1E-7 1E-8 1E-4 1E-5 1E-6 1E-7 1E-8

19 Groepsrisico screening Om in één oogopslag een indruk te krijgen van het groepsrisico wordt het groepsrisico gescreend alvorens voor specifieke segmenten FN-curves te visualiseren. Voor elk van de leidingen wordt per stationing de overschrijdingsfactor van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico weergegeven. Deze is berekend door rondom elk punt op de leiding één kilometer segment te kiezen die gecentreerd ligt ten opzichte van dit punt. Voor deze kilometer leiding is een FN-curve berekend en voor deze FN- curve de overschrijdingsfactor. De overschrijdingsfactor is de verhouding tussen de FN-curve en de oriëntatiewaarde. Daarmee is de overschrijdingsfactor een maat die aangeeft in hoeverre de oriëntatiewaarde wordt genaderd of overschreden. Een overschrijdingsfactor kleiner dan 1 geeft aan dat de FN-curve onder de oriëntatiewaarde blijft. Bij een waarde van 1 zal de FN-curve de oriëntatiewaarde raken. Bij een waarde groter dan 1 wordt de oriëntatiewaarde overschreden. Groepsrisico screening voor 7015_leiding-N-500-10-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 42 slachtoffers en een frequentie van 7.17E-008. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0.013 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 5370.00 en stationing 6370.00.

Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 3.1 Figuur 3.1 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FN-curve voor 7015_leiding-N-500-10-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie

20 Groepsrisico screening voor 7015_leiding-N-500-55-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 16 slachtoffers en een frequentie van 3.77E-007. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 9.646E-003 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 0.00 en stationing 780.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 3.2 Figuur 3.2 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FN-curve voor 7015_leiding-N-500-55-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie

21 FN-curves Voor elk van de eerdergenoemde leidingen is het groepsrisico berekend. Een samenvatting van de resultaten hiervan is gegeven in het voorgaande hoofdstuk; in dit hoofdstuk wordt voor elk van de leidingen de daadwerkelijke FN-curve gegeven van de (in termen van groepsrisico) “slechtste” kilometer van het betreffende tracé. Figuur 4.1 FN-curve voor 7015_leiding-N-500-10-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 5370.00 en stationing 6370.00 Figuur 4.2 FN-curve voor 7015_leiding-N-500-55-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 0.00 en stationing 780.00

22 Referenties [1] Handleiding Risicoberekeningen Bevb. Versie 1.0. 20 december 2010. [2] Risicomethodiek aardgastransportleidingen. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Brief 390/06 CEV Lah/pbz-1191. 6 november 2006. [3] Risicomethodiek aardgastransportleidingen. Ministerie van VROM. Brief 2006.334302. 7 december 2006. [4] Laheij GMH, Vliet AAC van, Kooi ES. Achtergronden bij de vervanging van zoneringafstanden hogedruk aardgastransportleidingen van de N.V. Nederlandse Gasunie. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. RIVM-rapport 620121001/2008. 2008. [5] M. Gielisse, M.T. Dröge, G.R. Kuik. Risicoanalyse aardgastransportleidingen. N.V. Nederlandse Gasunie. DEI 2008.R.0939. 2008.

23 Bijlage 3 Populatie metadatabestand Program: D:\BagPopulatieService\Productie\App_Data\carola\exes\x64\carolapopulatie.exe versie 0.3.0.0 Datum en tijd van de run: 25/11/2020 10:32 Dataversies: Map voor databestanden: d:\bagpopulatieservice\productie\app_data\base\bagselectbasis_202007\ Gebruikte bestanden: Bestand Gemaakt op laatste wijziging ======================================================================================================================================= d:\bagpopulatieservice\productie\app_data\base\bagselectbasis_202007\panden_personen_nl.shp 18/08/2020-19:56:37 05/08/2020-21:56:25 d:\bagpopulatieservice\productie\app_data\base\bagselectbasis_202007\panden_personen_nl.dbf 18/08/2020-19:56:32 17/08/2020-18:54:45 Bepaling aantal personen per woning: CBS gemiddelde huishoudensgrootte per 4-cijferige postcode, 1-1-2013, URL: http://opendata.cbs.nl/Dataportaal/index.html?_la=nl&_catalog=CBS&_si=&_gu=&_ed=Topics&_td=PostcodesOp1Januari&tableId=82245NED&$filter=&$select=Postco desOp1Januari%2C%20TotaalParticuliereHuishoudens_67%2C%20GemiddeldeHuishoudensgrootte_71&graphType=table&$top=1000&$skip=0 Als dit gegeven ergens ontbreekt wordt als standaard huishoudensgrootte 2,4 personen gebruikt.

Kengetallen (m2/persoon) voor afleiding aantal personen uit bruto vloer oppervlak: functie kengetal =================== bijeen 5.00 cel 40.00 gezond 30.00 industrie 100.00 kantoor 30.00 logies 25.00 onderwijs 10.00 sport 20.00 winkel 10.00 25 Dag-nacht fracties voor afleiding aantal personen per periode: functie Dag Nacht ======================== wonend 0.50 1.00 bijeen 0.71 0.51 cel 1.00 1.00 gezond 1.00 0.75 industrie 1.00 0.00 kantoor 1.00 0.00 logies 0.31 1.00 onderwijs 1.00 0.00 sport 0.71 0.51 winkel 1.00 0.51 N.B. Waarden voor bijeenkomst, sport en winkel (avond) zijn bedoeld voor gebruik zonder deze te modelleren als evenementen, en houden zo goed mogelijk rekening met beperkte aanwezigheidsduur voor deze functies. Daarbij werkt de duur minder sterk door dan het aantal personen. De feitelijk gebruikte populatiebestanden zijn ter verificatie digitaal op te vragen bij de opsteller.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/3ff10f23-1e1e-4fe7-aa1a-da88ab6eafe0?agendaItemId=4f70631c-93d8-41db-b679-1bf0d0895eb1