Bijlage 4. Aanmeldnotitie m.e.r. Blankenham.pdf
Tekst van het document
AANMELDNOTITIE MER BESTEMMINGSPLAN BLANKENHAM, LOCATIE HET STRAND EN OMGEVING
Colofon MER- aanmeldnotitie t.b.v. Bestemmingsplan Blankenham, omgeving Het Strand Opdrachtgever: Gemeente Steenwijkerland Opdrachtnemer: Bureau voor Planvorming & Advies (BP&A), Zwolle Opgesteld door: T. Melenhorst Datum: maart 2019
Inhoudsopgave 1. Inleiding ........................................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding en doel .................................................................................................................. 3 1.2 Beoordelingskader .................................................................................................................. 3 1.3 Procedure ................................................................................................................................ 3 1.4 Vormvrije m.e.r.-beoordeling ................................................................................................ 3 1.5 Opzet van de aanmeldnotitie ................................................................................................. 4 2. Beschrijving van de voorgenomen activiteit ................................................................................. 5 2.1 Inleiding ................................................................................................................................... 5 2.2 Voorgenomen activiteit .......................................................................................................... 5 2.3 Beschrijving van de huidige situatie van de locatie en omgeving ........................................ 6 3.
Beschrijving van de gevolgen voor het milieu ............................................................................... 8 3.1 Inleiding ................................................................................................................................... 8 3.2 Waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu ............................................................ 8 3.3 Eindconclusie .......................................................................................................................... 8 1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel Voor de periode 2014 -2018 is de toekomstvisie van Blankenham vastgelegd in een Dorpsplan. In dit Dorpsplan is beschreven dat er naar wordt gestreefd om het dorp in alle opzichten te verbeteren om zodoende de leefbaarheid te waarborgen zodat iedereen, jong en oud, zo lang mogelijk kan blijven wonen. De herontwikkeling van het voormalige schoolgebouw van OBS de Prins Willem Alexanderschool aan de Zeestraat 24 in de vorm van vijf wooneenheden en de herbestemming van de naastgelegen paardenbak ten behoeve van vier wooneenheden wordt hier invulling aan gegeven. Onderliggend initiatief past niet in het huidige bestemmingsplan. Om deze ontwikkeling mogelijk te kunnen maken is een besluit in het kader van artikel 2.12, lid 1, onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht ( Wabo) noodzakelijk.
Op dergelijke besluiten is het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) van toepassing. Deze aanmeldnotitie is de eerste stap in de procedure voor het uitvoeren van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. 1.2 Beoordelingskader Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. De wijziging van het Besluit m.e.r. volgt uit de implementatie van artikel 1, vierde lid, onder a en b, van Richtlijn 2014/52/EU van de Europese Unie. De artikelen 7.16 tot en met 7. 20a van de Wet milieubeheer ( Wm) zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteite n van de D-lijst van toepassing, waarbij het niet uitmaakt of het een activiteit betreft boven of onder de D-drempel. 1.3 Procedure In de gewijzigde Besluit m.e.r. is de procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling beschreven. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r. -beoordeling aan de orde is, dienen de volgende stappen genomen te worden. 1. De initiatiefnemer stelt een aanmeldingsnotitie op. 2. Het bevoegd gezag neemt binnen 6 weken een m.e.r. -beoordelingsbesluit. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden. 3. De initiatiefnemer voegt het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag (Artikel 7.28 Wet milieubeheer). Deze aanmeldingsnotitie dient voor het starten van de hierboven beschreven procedure.
1.4 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Het besluit tot het verlenen van een omgevingsvergunning heeft betrekking op activiteiten die voorkomen op de D -lijst (D11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen) uit het Besluit m.e.r. Voor deze activiteit zijn drempelwaarden opgenomen voor de omvang het stedelijke ontwikkelingsproject. Deze drempelwaarden betreffen stedelijke ontwikkelingsprojecten met een omvang van: • een oppervlakte van 100 hectare of meer, • een aaneengesloten gebied dat 2.000 of meer woningen omvat of • een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. De oppervlakte van de voorgenomen activiteit blijft ruim onder de drempelwaarden van 100 hectare. Binnen het plangebied wordt geen bedrijfsruimte gerealiseerd. De voorgenomen activiteit voorziet in de realisatie van 9 woningen en komt daarmee niet boven de grens van 2000 woningen. Conclusie De voorgenomen activiteit blijft onder de genoemde drempelwaarden voor stedelijke ontwikkelingsprojecten die voorkomen op de D -lijst van het Besluit m.e.r. Om die reden kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r. 1.5 Opzet van de aanmeldnotitie In artikel 7.16 Wm is beschreven waar een aanmeldingsnotitie aan moet voldoen. In hoofdstuk 2 van deze notitie wordt de voorgenomen activiteit beschreven.
In hoofdstuk 3 worden de waarschijnlijke gevolgen van de activiteit voor het milieu beschreven. 2. Beschrijving van de voorgenomen activiteit 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de voorgenomen activiteit. In artikel 7.16, tweede lid, onder a Wm is opgenomen dat de beschrijving moet ingaan op de fysieke kenmerken van de gehele activiteit en, voor zover relevant, van sloopwerkzaamheden. Daarnaast dient een beschrijving gegeven te worden van de l ocatie van de activiteit met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de activiteit van invloed kan zijn. Achtereenvolgens komen in dit hoofdstuk de beschrijving van de voorgenomen activiteit en de mogelijke gevolgen daarvan voor het milieu aan bod. 2.2 Voorgenomen activiteit Al langere tijd is er niet meer bijgebouwd in Blankenham. Vanaf 2007 heeft de gemeente gezocht naar een passende uitbreidingslocatie. Die is niet gevonden. In 2015 heeft het college besloten te stoppen met het ontwikkelen van een nieuwe woningbouwlocatie. Het voormalige gebouw van OBS de Prins Willem Alexanderschool staat al geruime tijd leeg. Dit biedt mogelijkheden om in de lijn met de toekomstvisie voor Blankenham een stukje dorpsvernieuwing te realiseren. Dit gebeurt door de school te transformeren naar vijf appartementen.
In aansluiting hierop is een bestaande paardenbak gesaneerd en wordt hier ook een woningbouwinvulling aan gegeven. Op onderstaande afbeelding is de stedenbouwkundige invulling van de locatie weergegeven. Nieuwe stedenbouwkundige invulling.
2.3 Beschrijving van de huidige situatie van de locatie en omgeving Huidige situatie en gebruik Het plangebied ligt ten zuiden van het dorp Blankenham, aan de Zeestraat 24. Blankenham is een klein dorp in de gemeente Steenwijkerland en ligt op de grens van Flevoland en Overijssel. Op onderstaande foto is de ligging van het plangebied weergegeven. Ligging en bereikbaarheid plangebied. Blankenham is vanaf de noordwestkant bereikbaar via de Hammerdijk. Vanaf de zuidoostkant is het dorp bereikbaar via de Blokzijlerdijk. Beide wegen kom in het dorp bij elkaar op de Kerkbuurt. Vanaf daar is het plangebied goed bereikbaar. Het voormalige schoolgebouw staat leeg. De paardenbak wordt tot het moment van de bouw van de woningen als zodanig gebruikt. Bestemmingsplan Het plangebied ligt binnen het Veegplan Noordelijke kernen van de gemeente Steenwijkerland. Het kent de bestemmingen ‘maatschappelijk’ en ‘sport’, met daarbinnen de functieaanduiding ‘specifieke vorm van sport – paardenbak’. Huidige bestemmingsplan. Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl Blokzijlerdijk Hammerdijk Kerkbuurt Zeestraat Het Strand Kwetsbaarheid van het milieu Het project is getoetst op kwetsbaarheid voor het milieu. Daaruit komt het volgende naar voren: • Het plan heeft geen significant effect op omliggende Natura2000-gebieden en op het Natuurnetwerk Nederland (NNN).
• Binnen het plangebied is geen waardevolle cultuurhistori sche bebouwing aanwezig. De planvorming in dit bestemmingsplan voorziet zodoende niet in ruimtelijke ingrepen die aanwezige waardevolle cultuurhistorische elementen negatief beïnvloeden. Het pand maakt geen onderdeel uit van een beschermd stadsgezicht en het betreft geen monument. • In het kader van het plan heeft bodemonderzoek plaatsgevonden. In het opgeboorde bodemmateriaal ten behoeve van dit onderzoek zijn geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op een mogelijke bodemverontreiniging ter plaatse. • In het kader van externe veiligheid is de risicokaart geraadpleegd. Hieruit blijkt dat er in of in de nabijheid van plangebied geen risicovolle inrichtingen liggen. Het project zelf maakt ook geen risicovolle inrichting mogelijk. • In de directe omgeving van het plangebied is geen sprake van spoorweglawaai, industrielawaai en/of luchtverkeerslawaai. • Het plan betreft de realisatie van 5 appartementen en vier vrijstaande woningen. Het betreft hier een plan categorie 3A.2 (woningbouwlocatie) overeenkomstig bijlage 3a van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (milieukwaliteitseisen). Per ontsluitingsweg worden minder dan 1500 woningen en/of minder dan 100.000 m2 bvo kantoor gerealiseerd. Volgens bijlage 3B van de Regeling draagt het pl an hierdoor ‘niet in betekenende mate’ bij.
Er hoeft daarom niet getoetst te worden aan de grenswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof PM10/PM2,5. Deze toetsing heeft wel plaatsgevonden en heeft aangetoond dat er geen nadelige gevolgen zijn. • Het project waarvoor het onderhavige bestemmingsplan wordt opgesteld draagt gezien bovenstaande niet bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit. • Uit een toetsing van het effect van het plan op de waterhuishouding blijkt dat er geen negatieve gevolgen zijn. Zo is binnen het plan geen sprake van activiteiten die als gevolg kunnen hebben dat vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater afstroomt. Water wordt via een gescheiden stelsel afgevoerd. • Met plan kent vanuit het aspect milieuzonering geen beperkingen voor omliggende functies en omgekeerd. Daarbij wordt er ten aanzien van de ligging van het voetbalveld vanuit gegaan dat het stemgeluid dientengevolge dusdani g minimaal is, dat dit als acceptabel wordt beschouwd. Het stemgeluid kent een beperkt een niet-continu karakter. • Op de rand van het plangebied is een asbest dak aanwezig. Hier is onderzoek naar gedaan. Ter plaatse van de afstromingszone van het asbestdak zonder afwateringsgoot is geen asbest aangetroffen in de grond. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat het asbestdak ter plaatse niet heeft geleid tot een asbestverontreiniging in de grond. 3.
Beschrijving van de gevolgen voor het milieu 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu als gevolg van de voorgenomen activiteit. In artikel 7.16, tweede lid, onder b en c Wm is opgenomen dat de beschrijving moet ingaan op waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit kan hebben voor het milieu en de waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu als gevolg van de verwachte residuen, emissies, productie van afvalstoffen en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen. In deze beschrijving worden de mogelijke maatregelen om de waarschijnlijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te vermijden meegenomen. 3.2 Waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu Kenmerken Om de waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu te kunnen beschrijven wordt een onderscheid gemaakt in de aanlegfase en de gebruiksfase. In de aanlegfase is tijdelijk sprake van een beperkte toename van vrachtverkeer (geluid en luchtverontreiniging) en bouw - en sloopactiviteiten (trillingen). Na afronding van de bouwwerkzaamheden verdwijnen deze effecten. Effecten op het woon- en leefklimaat zijn beperkt en betreffen hoofdzakelijk de aspecten verkeer en geluid als ge volg van het bouw- en wegverkeer. De voorgenomen activiteit leidt (tijdelijk) tot een geringe toename van het aantal verkeersbewegingen.
Dit kan leiden tot een zeer beperkte toename van het geluidsniveau in de directe nabijheid van de locatie. Een geringe toename van het aantal verkeersbewegingen kan tevens leiden tot een beperkte toename van de luchtverontreiniging. Getuige de analyse ten behoeve van de het bestemmingsplan leidt dit niet tot significante problemen. De voorgenomen activiteit (wonen) voorziet niet in het gebruik van gevaarlijke stoffen en wordt er geen toename van het risico op ongevallen verwacht als gevolg van de voorgenomen activiteit. In de directe omgeving zijn geen projecten die in combinatie met onderliggend plan leiden tot extra effecten. De effecten in de gebruiksfase hebben een permanent karakter. Bereik van de effecten De voorgenomen activiteit heeft geen gebieds - en landsgrens overschrijdende effecten. De effecten van de voorgenomen activiteit zijn zeer beperkt van omvang en treden alleen lokaal op. Ten aanzien van gevoelige gebieden in de omgeving zijn er geen effecten te verwachten. Afvalstoffen Het voorgenomen gebruik zal zorgen voor de productie van afvalstoffen, zoals huishoudelijk afval en afvalwater. Deze stoffen worden volgens de normen van de gemeente ingezameld en verwerkt. Natuurlijke hulpbronnen Voor de realisatie van het project worden reguliere natuurlijke hulpbronnen gebruikt als bouwmateriaal, zoals beton, hout, staal en grond.
Een andere locatie zal niet leiden tot minder gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Maatregelen Om deze minima le effecten nog verder te minimaliseren worden gee n specifieke maatregelen getroffen. 3.3 Eindconclusie Op basis van onderliggend plan zijn er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu en daarom hoeft geen milieueffectrapport te worden opgesteld. Postadres: Korenbloemstraat 30, 8012 XS Zwolle | E: info@bureaupena.nl | W: www.bureaupena.nl IBAN: NL84RABO0308144651 | K.v.K.: Zwolle 65329732 | BTW nr. : NL139099268B01