CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3B Toetsing natura 2000.pdf

Politieke Markt 22 september 2021, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Aanvraag omgevingsvergunning voor het realiseren van een tijdelijk zonnepark nabij Wanneperveen3.397 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toetsing Natura 2000 zonnepark Zomerdijk Wanneperveen Toetsing van mogelijke effecten op Natura 2000-gebieden in het kader van de Wet natuurbescherming Datum: 04-11-2020 Auteur: A. Tuitert Opdrachtgever: PowerField Rapportnummer: AT/2020/04.11 Versie: D1

2 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 1.1 Aanleiding 3 1.2 Doel 3 2. Planvoornemen 4 2.1 Beschrijving plangebied 4 2.2 Voorgenomen plan 5 3. Wettelijk kader 6 3.1 Wet natuurbescherming; gebiedsbescherming 6 4. Afbakening Natura 2000-gebieden 7 4.1 Natura 2000-gebieden 7 5. Natura 2000-gebied De Wieden 8 5.1 Gebiedsbeschrijving 8 5.2 Begrenzing en oppervlakte 8 5.3 Instandhoudingsdoelen 9 6. Effecten en toetsing 10 6.1 Afbakening 10 6.2 Oppervlakteverlies 10 6.3 Verstoring tijdens de aanleg 12 6.4 Doden of verwonden door ‘lake effect’ 12 6.5 Stikstofdepositie 12 6.6 Cumulatie 12 7. Conclusie 14 3 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Er zijn concrete plannen voor de ontwikkeling van een zonnepark op agrarische cultuur- grond tussen de Zomerdijk en de Kooiweg, ter hoogte van het adres Zomerdijk 4 te Wan- neperveen. Omdat overtreding van de Wet natuurbescherming door uitvoering van de voorgenomen activiteiten niet uitgesloten kan worden, is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. Hiertoe is een quickscan natuurwaardenonder- zoek uitgevoerd door Natuurbank Overijssel.

Uit de quickscan komt ten aanzien van het aspect Natura 2000 naar voren dat nadere toetsing aan de bepalingen uit de Wet natuur- bescherming ten aanzien van Natura 2000 noodzakelijk is, vanwege de ligging van het plangebied in de omgeving van het Natura 2000-gebied De Wieden. Op grond van de Wet natuurbescherming is het bij het wijzigen van een bestemmings- plan noodzakelijk om de mogelijke effecten van het voorgenomen plan te toetsen op mo- gelijke significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Voorliggend rapport betreft een toetsing van de mogelijke effecten van het voorgenomen plan op Natura 2000-gebieden in het kader van de Wet natuurbescherming. Figuur 1: Globale ligging plangebied (rode pijl). 1.2 Doel Doel van voorliggende toetsing is om te bepalen of het voorgenomen plan significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden. Indien dit het geval is, dan kan de wijziging van het bestemmingsplan niet zondermeer worden vastgesteld door het be- voegd gezag. Wanneer uit de voortoets blijkt dat significante gevolgen op voorhand met zekerheid zijn uitgesloten, dan kan de voorgenomen wijziging van het bestemmingsplan door het bevoegd gezag worden vastgesteld en kan het zonnepark worden gerealiseerd.

4 2 Planvoornemen 2.1 Beschrijving plangebied Het plangebied ligt ten westen van de woonkern Meppel, en omvat agrarische gronden tussen de Kooiweg in het noorden van de Zomerdijk in het zuiden. Het ligt in het buiten- gebied en wordt omgeven door agrarisch gebied. Figuur 2.1: Begrenzing plangebied (zwarte stippellijn). Bron luchtfoto: PDOK.nl. Het plangebied bestaat bijna volledig uit agrarische cultuurgrond, tijdens het veldbezoek in gebruik als grasland. Dit grasland bestaat uit een soortenarme vegetatie van raaigras en wordt intensief beheerd (bemesten, maaien en afvoeren). In het plangebied liggen enkele brede sloten. Figuur 2.1: Indruk plangebied. 5 2.2 Voorgenomen plan Het voornemen bestaat een zonnepark te ontwikkelen in het plangebied. De zonnepane- len worden op agrarische cultuurgrond geplaatst. De bestaande watergangen worden niet gedempt of verdiept en er worden geen nieuwe watergangen gegraven. Een aantal bestaande watergangen wordt mogelijk voorzien van een natuurvriendelijke oe ver. 6 3 Wettelijk kader 3.1 Wet natuurbescherming; Natura 2000 De bescherming van Natura 2000-gebieden (Vogel- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland is geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Projecten of plannen die significante gevolgen kunnen voor deze beschermde gebieden, zijn in beginsel (zonder vergunning) niet toegestaan.

De verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van Natura 2000-gebieden staan in artikel 2.7, eerste en tweede lid, Wet natuur- bescherming: Kern van de Natura 2000 toetsing zijn de instandhoudingsdoelstellingen die per Natura 2000-gebied zijn geformuleerd. Een project of plan mag er niet toe leiden dat de instand- houdingsdoelstellingen niet meer gehaald (kunnen) worden. Dan is sprake van significan- te gevolgen. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstof- depositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets, waarin wordt getoetst of significante gevolgen voor Natura 2000-gebied op voorhand met zekerheid kunnen wor- den uitgesloten. Als significante gevolgen in de voortoets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een project een vergunning noodzakelijk op grond van artikel 2.7 We t natuurbe- scherming. Artikel 2.7 1.

Een bestuursorgaan stelt een plan dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, en dat afzonderlijk of in combinatie met an- dere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000- gebied, uitsluitend vast indien is voldaan aan artikel 2.8, met uitzondering van het ne- gende lid. 2. Het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000- gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significan- te gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. 7 4 Afbakening Natura 2000-gebieden 4.1 Natura 2000-gebieden Het plangebied behoort niet tot de begrenzing van een Natura 2000-gebied, maar grenst wel aan de westzijde aan het Natura 2000-gebied De Wieden. Op onder- staande afbeelding is de ligging van het plangebied ten opzichte van de begrenzing van het Natura 2000-gebied De Wieden weergegeven. Figuur 4.1: Ligging plangebied (zwarte stippellijn) ten opzichte van het Natura 2000-gebied De Wieden (groene kleur). Bron: Gebiedendatabase ministerie van LNV. Andere Natura 2000-gebieden zoals Oldematen & Veerslootslanden en de Weerribben liggen op grotere afstand (respectievelijk ca. 5 en 11 km) van het plangebied.

Significante gevolgen voor deze Natura 2000-gebieden kunnen vanwege de grote afstand op voor- hand worden uitgesloten. 8 5 Natura 2000-gebied De Wieden 5.1 Gebiedsbeschrijving De Wieden is een uitgestrekt laagveenmoeras met meren en kanalen met daartussen natte graslanden, natte heiden, trilvenen, galigaanmoerassen, rietland en moerasbos. Het gebied is een restant van het laagveengebied dat zich ooit van Zwolle tot ver in Fries- land uitstrekte. Een groot deel bestaat uit uitgeveende petgaten. Doordat de legakkers te smal gemaakt werden, braken ze in de 18e eeuw bij stormen door, waardoor grot e meren ontstonden (wijden). Alle successiestadia van open water tot en met moerasheide en veenbos zijn aanwezig. De Wieden is beïnvloed door het oude rivierstelsel van de Over- ijsselse Vecht. Er komen ondiepe kleiafzettingen voor. Door vervening, met brede re pet- gaten, zijn de grote meren ontstaan. Het Giethoornse- en Duiningermeer zijn natuurlijke meren. 5.2 Begrenzing en oppervlakte De begrenzing van het Natura 2000-gebied De Wieden is aangegeven op onderstaande figuur 5.2. Het gebied is gelegen tussen Meppel en de Noordoostpolder in de kop van Overijssel.

Het omvat Giethoornse Meer, Beulakerwijde, Belterwijde en Schutslootwijde met de omringende gebieden waarbij inbegrepen een deel van de Polder Giethoorn, deel van de Beulakerpolder, gebied rond Dwarsgracht, Muggenbeet, Giethoornse Meer, Leeuwterveld, Vollenhovermeer met de Vollenhoofse Uiterdijken en Barsbekerbinnenpol- der, gebied rond Belt- Schutsloot alsmede een gebied tussen Wanneperveen en Meppe- lerdiep tot aan de Kiersche Wijde en de Bovenwijde met omringend moerasgebied en graslanden. Het Habitatrichtlijngebied heeft deels dezelfde begrenzing als het Vogelrichtlijngebied met uitzondering van het noordelijk en westelijk deel van het Leeuwterveld, het Vollenho- vermeer en de Vollenhoofsche Uiterdijken, de Barsbekerbinnenpolder en een strook ten noorden van Wanneperveen en langs de Gasthuisdijk. Het Natura 2000-gebied De Wie- den beslaat een oppervlakte van ongeveer 9.020 ha. Hiervan is ongeveer 1.850 ha alleen onder Vogelrichtlijn aangewezen. Figuur 5.2: Begrenzing Natura 2000-gebied De Wieden. 9 5.3 Instandhoudingsdoelen Het Natura 2000-gebied De Wieden is aangewezen op grond van zowel de Habitatricht- lijn als de Vogelrichtlijn. Voor het gebied zijn daarom instandhoudingsdoelstellingen ge- formuleerd voor habitattypen, habitatsoorten en vogelsoorten. In onderstaande tabel zijn de instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied De Wieden weergegeven.

Tabel 5.3-1: Instandhoudingsdoelstellingen habitattypen en habitatsoorten van het Natura 2000-gebied De Wieden Tabel 5.3-2: Instandhoudingsdoelstellingen broedvogels en niet-broedvogels van het Natura 2000-gebied De Wieden 10 6 Effecten en toetsing 6.1 Afbakening In 2019 is door Natuurbank Overijssel een quickscan natuurwaardenonderzoek uitge- voerd waarin is ingegaan op mogelijke effecten van het voorgenomen plan op o.a. het Natura 2000-gebied De Wieden. In de quickscan is geconcludeerd dat het voorgenomen plan zou kunnen leiden tot enige verstoring in een deel van het Natura 2000-gebied, di- rect naast het plangebied, als gevolg van de aanwezigheid van mensen (optische versto- ring) tijdens de aanlegfase. Dit is echter een tijdelijk effect. Of er daadwerkelijk sprake is van tijdelijke verstoring is afhankelijk van de tijd van het jaar waarin de werkzaamheden uitgevoerd worden. Broedvogels zullen geen hinder ondervinden van de werkzaamhe- den, maar overwinterende ganzen mogelijk wel. Deze mogelijke verstoring is éénmalig, gedurende enkele weken en zal geen negatief effect hebben op de instandhoudingsdoe- len van het Natura 2000-gebied. Door de provincie Overijssel is aangegeven dat de quickscan niet de vereiste zekerheid geeft dat significante gevolgen op voorhand met zekerheid zijn uitgesloten.

In voorliggen- de voortoets wordt daarom nader ingegaan op de mogelijke effecten van het voorgeno- men plan voor de habitattypen, habitatsoorten, broedvogels en niet-broedvogels waar- voor De Wieden zich kwalificeert als Natura 2000-gebied in het kader van de Habitatricht- lijn en de Vogelrichtlijn. Daarbij worden de volgende aspecten meegenomen: • Verlies aan foerageergebied niet-broedvogels door oppervlakteverlies; • Verstoring van vogels tijdens de aanlegfase; • Doden of verwonden door ‘lake effect’; • Verzuring/vermesting als gevolg van stikstofdepositie. Er treden geen hydrologische effecten (verdroging/vernatting) op omliggende habitatty- pen in het Natura 2000-gebied De Wieden op, omdat er geen nieuwe watergangen wor- den gegraven of bestaande watergangen worden gedempt. In 2018 heeft door Sweco1 een uitgebreide toetsing plaatsgevonden van de mogelijke waterhuishoudkundige effec- ten van wijzigingen in het landbouwgebied rondom de woonwijk Nieuwveense landen . Het plangebied maakt onderdeel uit van het gebied waarvoor het watergebiedsplan is opgesteld. De conclusie van het watergebiedsplan is dat significante gevolgen voor het nabijgelegen Natura 2000-gebied De Wieden met zekerheid kunnen worden uitgesloten. Het voorgenomen plan voor de realisatie van het zonnepark heeft geen invloed op de in het watergebiedsplan beoordeelde grondwaterstanden in het gebied.

6.2 Oppervlakteverlies Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het deel van het Natura 2000-gebied De Wieden. Het voorgenomen plan heeft derhalve geen directe invloed op kwalificerende habitattypen en/of leefgebieden van kwalificerende soorten in de vorm van oppervlakte- verlies binnen de begrenzing van het Natura 2000-gebied De Wieden. Een aantal kwalificerende soorten niet-broedvogels van het Natura 2000-gebied De Wie- den gebruikt het Natura 2000-gebied met name om te rusten en te slapen, en foerageert in agrarische gebieden rondom het Natura 2000-gebied. Het betreft de herbivore water- vogels kolgans, grauwe gans, kleine zwaan en smient. Voor smient geldt dat het plange- bied ongeschikt is als foerageergebied. Het betreft droog grasland, terwijl smienten foe- rageren op natte graslanden. Het voorgenomen plan voor de realisatie van een zonne- park heeft derhalve geen invloed op de draagkracht van het leefgebied van de smient. 1 Sweco 2018. Watergebiedsplan landbouwgebied rondom Nieuwveense Landen; GGOR, Peilbesluit en Pro- jectplan Waterwet. Rapportnr. 336329WGB_D3. 11 Voor de grauwe gans geldt dat het doelaantal zoals opgenomen in de instandhoudings- doelstellingen momenteel (ruim) wordt gehaald.

Het doelaantal betreft 1.100 exemplaren (seizoensgemiddelde), terwijl er over de meest recent beschikbare telperioden (2014/2015 t/m 2018/2019) gemiddeld 1.466 exemplaren (gemiddeld seizoensgemiddel- de) in het gebied verbleven2. Grauwe ganzen foerageren zowel in De Wieden zelf als in omliggend agrarische gebied. Een beperkt verlies aan geschikt foerageergebied buiten het Natura 2000-gebied De Wieden door de realisatie van het zonnepark van ca. 35 ha zal er niet toe leiden dat de instandhoudingsdoelstellingen voor de grauwe gans niet meer gehaald kunnen worden. Significante gevolgen voor de grauwe gans kunnen op voorhand met zekerheid worden uitgesloten. Voor kolgans en kleine zwaan geldt dat het doelaantal zoals opgenomen in de instand- houdingsdoelstellingen momenteel niet wordt gehaald. Het doelaantal voor kolgans be- treft 3.800 exemplaren (seizoensgemiddelde), terwijl er over de meest recent beschikba- re telperioden (2014/2015 t/m 2018/2019) gemiddeld 2.996 exemplaren (gemiddeld sei- zoensgemiddelde) in het gebied verbleven3. Het doelaantal voor kleine zwaan betreft 8 exemplaren (seizoensgemiddelde). Er zijn geen complete telgegevens van de soort be- schikbaar over de recent beschikbare telperioden (2014/2015 t/m 2018/2019), maar de soort komt de laatste jaren niet of nauwelijks meer in het gebied voor.

De Wieden heeft vooral een functie als foerageergebied en slaapplaats voor de kolgans en kleine zwaan. De foerageergebieden in De Wieden maken deel uit van een keten van pleisterplaatsen die van Friesland, via Noordwest-Overijssel, naar het IJsseldal en de polders langs de Randmeren loopt. De soorten benut vooral de polders buiten de eigen- lijke moerasgebieden. Kolganzen en kleine zwanen foerageren ten oosten (Polder Giet- hoorn), ten zuiden (Polder Mastenbroek, Barsbekerbinnenpolder) en ten westen (Polder Blankenham) van De Wieden. In het Natura 2000 Beheerplan voor De Wieden4 is aangegeven dat er momenteel geen knelpunten zijn ten aanzien van kolgans en kleine zwaan. Voor kolgans werd het doel- aantal nog gehaald in 2017. Voor kleine zwaan is in het beheerplan aangegeven dat de vermoedelijke oorzaken van de (landelijk) matig ongunstige staat van instandhouding niet liggen in dit Natura 2000-gebied. Voor beide soorten geldt dat de voedselbeschikbaar- heid buiten het Natura 2000-gebied De Wieden niet de bepalende factor is voor het niet halen van de instandhoudingsdoelstellingen. Als gevolg van de voorgenomen realisatie van het zonnepark gaat een deel van het potentieel foerageergebied voor kolgans en kleine zwaan verloren. Het betreft een gebied ter grootte van ca. 35 ha. Het gebied grenst aan enkele wegen en een agrarisch bedrijf.

Rondom deze elementen geldt een verstoringszone van ca. 150 meter5, waardoor de daadwerkelijke draagkracht van het gebied kleiner is dan 35 ha. Het plangebied ligt buiten de kernfoerageergebieden zoals benoemd in het Natura 2000-beheerplan voor De Wieden, te weten de polders Giet- hoorn, Mastenbroek, Blankenham en de Barsbekerbinnenpolder. Een beperkt verlies aan potentieel foerageergebied voor kolgans en kleine zwaan buiten de kernfoerageergebie- den zal er niet toe leiden dat de draagkracht aan foerageergebied limiterend wordt voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen. Zowel binnen als buiten de begren- zing van het Natura 2000-gebied De Wieden blijft voldoende geschikt foerageergebied aanwezig om het doelaantal zoals opgenomen in de instandhoudingsdoelstellingen te kunnen halen. 2 www.sovon.nl/nl/gebieden. 3 www.sovon.nl/nl/gebieden. 4 Provincie Overijssel 2017. Natura 2000-beheerplan De Wieden en de Weerribben. 5 van den Bremer L., Nienhuis J., van Winden E., van Roomen M., van Winden E. & Voslamber B. 2016. Draagkracht voor foeragerende ganzen en Smienten in het Natura 2000-gebied Rijntakken. Sovon-rapport 2016/29. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen 12 6.3 Verstoring tijdens de aanlegfase Het plangebied grenst aan het Natura 2000-gebied De Wieden.

Tijdens de aanlegfase kan daarom een beperkte tijdelijke verstoring optreden van verstoringsgevoelige kwalifi- cerende soorten van het Natura 2000-gebied De Wieden. Met name vogelsoorten zijn gevoelig voor geluidverstoring of optische verstoring vanuit werkzaamheden tijdens de aanleg van het zonnepark. De montage van de zonnepanelen gebeurt veelal handmatig en met een beperkte inzet van overwegend elektrisch materieel. Er zal dus weinig geluid- verstoring op het Natura 2000-gebied De Wieden optreden. Momenteel vindt er boven- dien ook verstoring vanuit dit agrarisch perceel plaats bij agrarische activiteiten in het plangebied, zoals maaien en bemesten. In de randzone van het Natura 2000-gebied De Wieden zijn geen broedterritoria bekend van kwalificerende broedvogelsoorten van het Natura 2000-gebied De Wieden. Het dichtstbijzijnde grotere open water dat geschikt is als rust- of slaapplaats voor kwalificerende niet-broedvogels is het water in de Kiersche Wijde op ca. 500 meter afstand. Gelet op de kleinschalige en tijdelijke aard van de aan- legwerkzaamheden, wordt een significante verstoring van kwalificerende vogelsoorten op voorhand uitgesloten. 6.4 Doden of verwonden door ‘lake effect’ Een mogelijk negatief effect van zonneparken op vogels betreft directe mortaliteit. Morta- liteit van vogels is bekend van zonneparken in de woestijn.

Dit betreft watervogels die zonneparken met wateroppervlakte verwisselen (‘lake effect’). Deze vogels sterven niet direct, maar stranden al dan niet gewond binnen het zonnepark en worden daar gepre- deerd. Bij gedetailleerde studies in Europa zijn geen slachtoffers in zonneparken gevon- den van ‘lake effect’6. Gelet op de ligging van het zonnepark in een waterrijke omgeving waarbij er geen sprake is van een dringende noodzaak voor vogels om water op te zoeken zoals in droge woes- tijngebieden en het feit dat mortaliteit door ‘lake effect’ in Europa niet is waargenomen, kan worden geconcludeerd dat het optreden van mortaliteit door ‘lake effect’ niet aan de orde is. Significante gevolgen voor kwalificerende vogelsoorten van het Natura 2000- gebied De Wieden op dit aspect kunnen derhalve op voorhand met zekerheid worden uitgesloten. 6.5 Stikstofdepositie Door Locis adviseurs zijn stikstofberekeningen met het rekenprogramma Aerius Calcula- tor uitgevoerd voor de aanlegfase, de gebruiksfase en de ontmantelingsfase. De resulta- ten van deze stikstofberekeningen zijn weergegeven in de notitie ‘Stikstofparagraaf pro- ject Powerfield Zonnepark Zomerdijk Wanneperveen’ 7. Het resultaat van de berekenin- gen luidt: er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol N/ha/jaar.

Daarmee staat op voorhand vast dat de activiteiten, nodig voor de aanleg, het gebruik/ exploitatie en ver- volgens de sloop/ontmanteling van het gewenste plan, in deze “worst-case”-benadering, geen nadelig effect hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van de omliggende be- schermde Natura-2000 gebieden. De stikstofdepositie ten gevolge van de activiteiten ter aanleg, gebruik/ exploitatie en sloop/ ontmanteling van het zonnepark vormt daarmee geen belemmering voor het uitvoeren van het gewenste plan. 6.6 Cumulatie Er zijn geen werkzaamheden bekend die gelijktijdig met de aanleg van het zonnepark worden uitgevoerd en die een overlap hebben qua beïnvloedingsgebied aan de uiterste oostzijde van het gebied Kiersche Wijde. Van een mogelijke significante verstoring door 6.Zee, F.F. van der, J. Bloem, P. Galama, L. Gollenbeek, J. van Os, A. Schotman & S. de Vries 2019. Zonne- parken natuur en landbouw. Wageningen Environmental Research, rapport 2945. 7 Locis Adviseurs 2020. Stikstofparagraaf project Powerfield Zonnepark Zomerdijk Wanneperveen’. 13 gelijktijdig uit te voeren projecten is derhalve geen sprake. Er zijn geen hydrologische effecten of effecten door stikstofdepositie. Voor deze aspecten is cumulatie niet relevant.

Het beperkte verlies aan foerageergebied voor grauwe gans, kolgans en kleine zwaan heeft op zichzelf geen invloed op de draagkracht van het omliggende agrarisch gebied als foerageergebied voor deze herbivore watervogels. Cumulatieve effecten zijn daarom niet aan de orde. 14 7 Conclusie De voorgenomen realisatie van een zonnepark op een agrarisch perceel in Wanneper- veen leidt niet tot significante gevolgen voor het nabijgelegen Natura 2000-gebied De Wieden of voor andere nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Tijdens de aanlegfase kan tijdelijk enige verstoring optreden, maar omdat werkzaamheden voornamelijk handmatig en met een beperkte inzet van materieel worden uitgevoerd zal van een significante ver- storing van kwalificerende vogelsoorten geen sprake zijn. Er is geen sprake van hydrolo- gische effecten (verdroging) of van stikstofeffecten op daarvoor gevoelige kwalificerende habitats of leefgebieden van kwalificerende soorten in omliggende Natura 2000- gebieden. Het zonnepark wordt gerealiseerd op een agrarisch perceel, dat geschikt foe- rageergebied bevat voor enkele kwalificerende vogelsoorten van het Natura 2000 -gebied De Wieden. Geconcludeerd wordt dat een zeer beperkt verlies aan potentieel foerageer- gebied er op zichzelf niet aan in de weg staat dat de instandhoudingsdoelstellingen voor deze soorten (grauwe gans, kolgans en kleine zwaan) gehaald kunnen worden.

De draagkracht van omliggend kernfoerageergebied in de polders Giethoorn, Mastenbroek, Blankenham en de Barsbekerbinnenpolder wordt niet aangetast en hier blijft voldoende geschikt foerageergebied aanwezig om de instandhoudingsdoelstellingen te kunnen ha- len. Dat de doelaantallen zoals opgenomen in de instandhoudingsdoelstellingen momen- teel voor kolgans en kleine zwaan niet worden gehaald heeft volgens het Natura 2000- beheerplan voor De Wieden andere niet-gebiedsgerichte oorzaken. Geconcludeerd wordt dat het voorgenomen plan met zekerheid niet leidt tot significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Nadere toetsing in de vorm van een passende beoordeling of het aanvragen van een vergunning op grond van de Wet natuurbescher- ming is daarom ook niet noodzakelijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/795b26e2-39b9-4547-a65b-35ba93f0011c?agendaItemId=b771867d-44e7-420e-ba5b-3d35cb6af767