Bijlage 3 - SNF-normering.pdf
Tekst van het document
Norm voor huisvesting van arbeidsmigranten, versie 10.2, geldig vanaf 1 februari 2023 1 Norm voor huisvesting van arbeidsmigranten Inleiding Alle ondernemingen die bij SNF geregistreerd willen worden, moeten éérst een administratieve inspectie ondergaan (normenset A) en direct daarna alle locaties laten inspecteren waarvoor zij “eerst verantwoordelijke” zijn. (normenset B). Alle ondernemingen die al SNF-geregistreerd zijn laten hun administratieve inspectie uitvoeren in de periode voor het verlopen van het certific aat. In de laatste continueringsmail is deze datum vermeld. In deze versie van de norm zijn ten opzichte van versie 10.1 een aantal tekstuele aanpassingen doorgevoerd. Daarnaast zijn er in de norm eisen gesteld aan de financiële en personeelsadministratie die een onderneming moet hebben, zodat tijdens de administratieve inspectie kan worden geverifieerd of alle huisvesting die wordt verhuurd aan arbeidsmigranten is opgevoerd in het locatieregister. Een toelichting hierop is te vinden in bijlage 2.. Overgangsregeling Gewijzigde eisen in de norm die nog niet in een voorgaande versie van de norm waren opgenomen, dienen , tenzij expliciet anders vermeld, één maand na publicatie van de betreffende versie van de norm te zijn doorgevoerd en worden dan ook in alle controles die vanaf één maand na publicatie plaatsvinden gehanteerd. A.
Normenset voor jaarlijkse administratieve inspectie 1. Locatieregister en bewonerslijst Norm Kwalificatie Opmerkingen 1.1 In het locatieregister van SNF is een actueel overzicht van alle huisvestingslocaties van de onderneming beschikbaar met daarbij vermeld het maximumaantal bewoners (capaciteit). Ook de op het moment van inspectie ingehuurde hotel-, bed & breakfast- of andere tijdelijke locaties vallen daar onder. Deze dienen dus ook aan de SNF-eisen te voldoen. In het locatieregister dienen ook alle buitenlandse locaties te worden vermeld waar arbeidsmigranten zijn gehuisvest die in Nederland werkzaam zijn en alle buitenlandse locaties waar arbeidsmigranten gehuisvest zijn die in het buitenland werken, tot een afstand van 50 km over de Nederlandse grens (hemelsbreed). Major • De onderneming zorgt dat één week voor de inspectie de inspectie-instelling een volledig en actueel overzicht van alle huisvestingslocaties kan downloaden in het locatieregister van SNF met daarin o Alle locaties o Per locatie het maximaal aantal bewoners (geen namen) • In het locatieregister zijn álle locaties opgenomen die in de 12 maanden voorafgaand aan de administratieve inspectie voor huisvesting van arbeidsmigranten worden ingezet. In geval van een initiële inspectie is die termijn 3 maanden.
• Door middel van controle van de financiële administratie (grootboekrekeningen, facturen etc.) en indien van toepassing de personeelsadministratie wordt de juistheid en volledigheid van het locatieregister geverifieerd. Zie bijlage 2 Norm voor huisvesting van arbeidsmigranten, versie 10.2, geldig vanaf 1 februari 2023 2 De onderneming heeft zijn administratie zo ingericht dat de inspecteur tijdens de administratieve inspectie kan vaststellen dat alle locaties die worden verhuurd aan arbeidsmigranten zijn opgegeven in het locatieregister. voor de beschrijving van de werkwijze en minimale eisen t.a.v. de administratie. • Particulieren die slecht één locatie verhuren aan arbeidsmigranten dienen dit aan te tonen met de ”objectlijst betrokkene” uit het Kadaster. De controle van de financiële administratie ter verificatie vervalt voor hen De inspectie- instelling checkt jaarlijks aan de hand van de “objectlijst betrokkene” of de particulier slechts 1 extra object heeft. • De locaties in het buitenland, tot een afstand van 50 km over de Nederlandse grens, die door huisvesters voor arbeidsmigranten worden ingezet, moeten worden geïnspecteerd ten behoeve van SNF. Daarbij geldt dat aan de SNF-norm moet worden voldaan met uitzondering van eventuele punten die strijdig zijn met de in het betreffende land geldende wetgeving.
1.2 In de administratie van de onderneming is een actueel overzicht van alle huisvestingslocaties opgenomen met daarbij per locatie vermeld alle namen van bewoners en startdatum en (indien van toepassing) einddatum van bewoning van de arbeidsmigranten waarvoor de organisatie huisvesting verzorgt/heeft verzorgd (bewonerslijst). Ondernemingen die geen eigen werknemers huisvesten hoeven niet aan deze normeis te voldoen (zie reglement registratie voor de voorwaarden) Minor • Door middel van controle van de financiële administratie (grootboekrekeningen, facturen etc.) en indien van toepassing de personeelsadministratie wordt de juistheid en volledigheid van het locatieregister geverifieerd. Zie bijlage 2 voor de beschrijving van de werkwijze. Norm voor huisvesting van arbeidsmigranten, versie 10.2, geldig vanaf 1 februari 2023 3 2. Goed werkgeverschap (indien van toepassing) Norm Kwalificatie Opmerkingen 2.1 Om goed werkgeverschap te verzekeren geldt voor uitzendondernemingen als voorwaarde dat zij staan ingeschreven in het register van gecertificeerde ondernemingen van SNA. Uitzendondernemingen die te werk stellen in de sector waar de cao- vlees van toepassing is dienen te beschikken over het SNA- keurmerk.
Om goed werkgeverschap te verzekeren geldt voor agrarische ondernemingen in de sector ‘open teelten’ en in de sector ‘glastuinbouw’ die eigen werknemers huisvesten dat zij bij het secretariaat** de verklaring goed werkgeverschap zoals in de cao open teelten dan wel de cao-glastuinbouw is voorgeschreven en beschikbaar via de SNF-website moeten indienen. Ondernemingen die geregistreerd zijn bij Fair Produce kunnen daarmee aantonen aan de eisen voor goed werkgeverschap te voldoen**. Om goed werkgeverschap te verzekeren geldt voor ondernemingen die eigen werknemers huisvesten in sectoren waarmee SNF nog géén afspraken heeft gemaakt over de invulling van goed werkgeverschap, dat zij een accountantsverklaring volgens het voorgeschreven format kunnen overleggen waaruit blijkt dat de van toepassing zijnde cao wordt nageleefd. ** Ondernemingen die geen eigen werknemers huisvesten hoeven niet aan deze normeis te voldoen. Zie reglement registratie voor de voorwaarden. Major Het KvK nummer van de onderneming is leidend bij de inspectie door de inspectie-instelling. De onderneming met SBI-code 78201 (uitzendbureaus), 78202 (uitleenbureaus), 78203 (banenpools), 7830 (payrolling) dient op de dag van inspectie in het register van geïnspecteerde ondernemingen van SNA te zijn opgenomen.
De inspectie-instelling controleert bij de initiële inspectie en jaarlijks bij de continuering van de registratie de SNA-registratie, dan wel de aanwezigheid van de eigen verklaring, certificaat of accountantsverklaring. Het secretariaat monitort gedurende het jaar de SNA-registratie van de ondernemingen. Bij doorhaling van SNA-registratie wordt het SNF reglement registratie gevolgd. **De documenten moeten in het eigen dossier van de onderneming in het nieuwe locatieregister worden ge-upload. De inspectie-instelling controleert deze. Norm voor huisvesting van arbeidsmigranten, versie 10.2, geldig vanaf 1 februari 2023 4 3. Toezicht en beheer 3A Omwonenden (alleen van toepassing voor locaties waarvoor de onderneming Eerst -verantwoordelijke is) Norm Kwalificatie Opmerkingen 3A.1 Periodiek worden locatie en directe omgeving (pand, tuin, garage/schuur) aantoonbaar door de onderneming gecontroleerd op staat van onderhoud. Onderhoud moet plaatsvinden aan zaken die defect zijn. Minor/ major Periodieke controle van de staat van onderhoud door de onderneming moet aantoonbaar vastgelegd worden in een logboek, waarin controles zijn vermeld met datum, naam controleur en oordeel.
Het betreft o.a.: • onderhoud van groenvoorziening, • controle op staat van de woning (kozijnen, glas, deuren, dakgoten, regenpijpen etc.), • controle op staat van de omgeving van de woning, • controle op afwezigheid afval. • reguliere onderhoud. De locatie moet minimaal 4x per jaar worden gecontroleerd en de gegevens moeten worden vastgelegd. . 3A.2 Direct omwonenden zijn geïnformeerd over het aanspreekpunt bij de onderneming met naam en rechtstreeks telefoonnummer in geval van vragen of klachten. Minor De direct omwonenden worden geïnformeerd wie het aanspreekpunt is. De wijze van communicatie (website, kaartjes in de bus, WhatsApp-groep etc.) is niet voorgeschreven. De direct omwonenden zijn de “directe buren” van de betreffende locatie. Dit normonderdeel wordt op de centrale locaties getoetst door de inspecteur in gesprek met de verantwoordelijke persoon. 3A.3 De onderneming heeft een laagdrempelige mogelijkheid om klachten en complimenten te melden De onderneming heeft een proces om klachten en complimenten te ontvangen en neemt klachten mee bij beheer van locaties. Minor/ major Op de website moet worden vermeld waar klachten kunnen worden ingediend. Indien een onderneming geen website heeft, moet er een andere laagdrempelige methode zijn om klachten in te kunnen dienen. Het aanspreekpunt wordt door de onderneming bepaald.
Norm voor huisvesting van arbeidsmigranten, versie 10.2, geldig vanaf 1 februari 2023 5 B. Normenset voor inspectie van locaties 1. Capaciteit 1.1 Tijdens de inspectie wordt gecontroleerd of de daadwerkelijke capaciteit klopt met wat er uit de administratie blijkt. Major 1.2 Als de inspecteur gesloten slaapkamers aantreft dient hij/zij een herinspectie van de locatie te gelasten. Major De inspecteur moet zich een goed beeld kunnen vormen over de volledige huisvestingslocatie. De gehele locatie moet ter beoordeling door de inspecteur toegankelijk zijn, omdat de inspecteur zich een goed beeld moet kunnen vormen over de volledige huisvestingslocatie. Wanneer kamerverhuur plaatsvindt in reguliere woningen dient de gehele woning (ook niet door de onderneming gehuurde kamers) te voldoen aan de SNF-normen. 2. Ruimte, daglicht en verwarming 2.1 Toegestane verblijfsvormen: a. reguliere woning b. hotel/pension c. wooneenheden in gebouwencomplex d. woonunits e. huisvesting op recreatieterrein f. campus (per 1 september 2021) Major Huisvesting die niet in één van deze categorieën valt is niet toegestaan. Onder hotel/pension wordt verstaan een hotel/pension/ bed & breakfast dat als zodanig in bedrijf is. SNF staat slechts tijdelijk verblijf in zo’n locatie toe, aangezien niet alle voorzieningen (zoals keuken) beschikbaar zijn.
Een locatie die vroeger dienst deed als hotel/pension en nu wordt ingezet als huisvestingslocatie voor arbeidsmigranten valt onder de noemer 'wooneenheden in gebouwencomplex’. Een studio is een eenkamerwoning die zich kenmerkt door het ontbreken van een apart slaapvertrek. De eisen voor een slaapvertrek (artikel 2.3) gelden echter onverkort ook voor een studio. Meestal zal een studio onderdeel zijn van ‘wooneenheden in een gebouwencomplex’ als er sprake is van één beherende Norm voor huisvesting van arbeidsmigranten, versie 10.2, geldig vanaf 1 februari 2023 6 organisatie. In andere gevallen kan het ook een ‘reguliere woning’ zijn. Een campus is een locatie die specifiek is ingericht voor huisvesting van arbeidsmigranten met woonunits/chalets en beheerd door één organisatie. 2.2 Bewoners van een locatie met bestemming “wonen” bijvoorbeeld reguliere woning (a.) en wooneenheden (c.) hebben minimaal 12,0 m2 gebruiksoppervlak wonen (GBO). Dit geldt ook voor woonunits (d.) wanneer er sprake is van een bestemming “wonen”. Dit is inclusief 3,5 m2 slaapvertrek per persoon. Bewoners van een locatie met bestemming “logies” of “recreatie” hebben minimaal 10,0 m2 gebruiksoppervlak wonen (GBO) per persoon. Het gebruiksoppervlak (GBO) dient geheel inpandig te zijn.
Alle voorzieningen (sanitair, keuken, slaapvertrek en woonkamer of ontspanningsruimte) dienen onder één dak en inpandig bereikbaar te zijn. Major Voor een toelichting op GBO zie bijlage 1. Als methodiek voor het bepalen van GBO wordt de meest actuele ‘meetinstructie gebruiksoppervlakte woningen’ van de NVM, VBO, VNG en Waarderingskamer gebruikten daarvan de bepaling ‘gebruiksoppervlakte wonen’. https://www.waarderingskamer.nl/hulpmiddelen- gemeenten/meetinstructies-gebruiksoppervlakte-inhoud/ Het gebruiksoppervlak (GBO) is dus inclusief de slaapkamers. De vloeroppervlakte wordt conform meetinstructie gemeten op 1,5m hoogte. De opgave uit de BAG-viewer (Kadaster) kan voor de bepaling van het gebruiksoppervlakte worden gebruikt. Als het vermoeden bestaat dat bijvoorbeeld door verbouwing deze niet meer juist is, moet de meting moet daadwerkelijk op de locatie worden uitgevoerd 2.3 Bij alle woonvormen hebben bewoners in hun slaapvertrek per persoon minimaal 3,5 m2 vloeroppervlakte ter beschikking. Tot uiterlijk 31-12-2023 geldt dat voor bestaande huisvesting in woonvorm e (huisvesting op recreatieterrein) en f (campus) bewoners in hun slaapvertrek per persoon minimaal 2,7 m 2 vloeroppervlak ter beschikking hebben. Er is géén limiet gesteld aan het aantal personen op een slaapkamer.
Als de slaapruimte in woonvorm e (huisvesting op recreatieterrein) en f (campus) minder dan 3,5 m2 vloeroppervlakte per persoon is, mag de slaapruimte maximaal voor 2 personen gebruikt worden. Major De meting moet daadwerkelijk op de locatie worden uitgevoerd. De vloeroppervlakte wordt conform meetinstructie gemeten op 1,5 m hoogte. Een open zolder en andere ruimtes mogen niet als slaapvertrek worden gebruikt als zich daar voorzieningen bevinden die voor iedere bewoner bereikbaar/beschikbaar moeten zijn. De afmeting van het slaapvertrek in woonvorm e. waar twee mensen slapen, moet minimaal 5,4 m2 zijn, (dit is per persoon 2,7 m2) ongeacht of de personen eventueel in een stapelbed slapen. Norm voor huisvesting van arbeidsmigranten, versie 10.2, geldig vanaf 1 februari 2023 7 Vanaf 1-1-2024 vervalt deze uitzondering en geldt de eis dat in alle woonvormen bewoners in hun slaapvertrek per persoon minimaal 3,5 m2 vloeroppervlakte ter beschikking hebben. De “vierkante meter-eis” van minimaal 3,5 m2 per persoon (of in geval van de uitzondering 2,7 m2) voor de slaapruimte is inclusief het bed, de kast en de stoel. 2.4 Voor alle woonvormen geldt dat voor elke bewoner in het slaapvertrek een bed beschikbaar is met een matras van tenminste 80*200cm en een stoel. Een tweepersoonsbed dient minimaal 160*200 cm zijn.
Een bed dat minder dan 160 cm breed is, kan maar door één persoon gebruikt worden. Minor/ major Het matras moet in het ledikant passen (of in geval van een boxspringbed op het boxspringonderstel passen). Als het matras te groot is, wordt dit beoordeeld als een minor-tekortkoming. Er dient een vrije ruimte van 80cm boven het bed te zijn Indien een stel samen een bed beslaapt van 140 cm kan dit alleen worden goedgekeurd als de inspecteur zich ervan kan vergewissen dat dit conform de wens van het stel is. 2.5 Voor alle woonvormen geldt dat voor elke bewoner een kledingkast van tenminste 0.36 m3 in het slaapvertrek beschikbaar is en dat deze afsluitbaar is. Minor/ major Een kast is een afsluitbare opbergplaats met laden en/of planken. Indien de kast in het slaapvertrek staat, de juiste afmeting heeft maar niet afsluitbaar is, wordt hiervoor een minor tekortkoming gegeven. 2.6 Indien de kledingkast niet in het slaapvertrek staat, dient deze op slot te kunnen. Major 2.7 Op locaties met bestemming ‘wonen’ heeft elke verblijfsruimte minimaal 0,5 m2 daglichtoppervlakte voor direct of indirect daglicht. Op locaties met bestemming ‘logies’ heeft elke verblijfsruimte, m.u.v. de keuken, ofwel directe daglichttoetreding ofwel 0,5 m2 daglichtoppervlakte voor direct of indirect daglicht. Minor De bestemming wordt bepaald door de gemeente en is te achterhalen via het kadaster/BAG-viewer.
De meting moet daadwerkelijk op de locatie worden uitgevoerd. In woningen die zijn gebouwd conform een Bouwbesluit van vóór 2012, zijn ramen met een ruitmaat van 0,47 m2 i.p.v. 0,5 m2 toegestaan. Solatubes zijn toegestaan mits er in geval van bestemming ‘wonen’ aantoonbaar tenminste het equivalent van 0,5m2 daglichtoppervlakte aan licht binnenvalt. Let op: aan de eisen voor ventilatie moet ook in geval van Solatubes voldoende worden voldaan. Norm voor huisvesting van arbeidsmigranten, versie 10.2, geldig vanaf 1 februari 2023 8 2.8 Verblijfsruimten dienen verwarmd te kunnen worden. Major Losse gas- of olie gestookte kachels en open elektrische straalkachels zijn niet toegestaan. Met losse gaskachels worden kachels bedoeld die op een zelfstandige gastank worden gestookt en waarvan de kachel én de gasfles binnenshuis staan. 3. Sanitair Norm Kwalificatie Opmerkingen 3.1 Er is minimaal 1 toilet per 8 personen. Major Onder toilet wordt verstaan een mechanisch water gespoeld toilet. Als er meer dan het minimale aantal toiletten zijn, dienen ook deze aan de eisen t.a.v. (brand)veiligheid en hygiëne te voldoen. Een toilet voor gezamenlijk gebruik moet direct bereikbaar zijn voor bewoners en mag niet alleen toegankelijk zijn via een slaapkamer die in gebruik is of kan worden genomen.
Uitzondering geldt voor een toilet dat alleen voor de bewoners van de aangrenzende slaapkamer kan worden gebruikt. Bij het bepalen of het aantal toiletten voldoende is wordt het aantal bewoners per direct bereikbaar toilet geteld (en dus niet het totaal aantal bewoners gedeeld door het aantal toiletten) 3.2 Er is minimaal 1 douche per 8 personen. De doucheruimte of de badkamer waarin de douche zich bevindt dient op slot te kunnen. Major Als er meer dan het minimale aantal douches, zijn, dienen ook deze aan de eisen t.a.v. (brand)veiligheid en hygiëne te voldoen. Indien zich in een badkamer een douche én een bad bevinden wordt dit toch als één douche gezien aangezien deze zich niet in 2 aparte ruimten bevinden die op slot kunnen. Een badkamer voor gezamenlijk gebruik moet direct bereikbaar zijn voor bewoners en mag niet alleen toegankelijk zijn via een slaapkamer die in gebruik is of kan worden genomen. Uitzondering geldt voor een badkamer die alleen voor de bewoners van de aangrenzende slaapkamer kan worden gebruikt. Norm voor huisvesting van arbeidsmigranten, versie 10.2, geldig vanaf 1 februari 2023 9 Bij het bepalen of het aantal douches voldoende is wordt het aantal bewoners per direct bereikbare douche geteld (en dus niet het totaal aantal bewoners gedeeld door het aantal douches) 4.
Hygiëne 4.1 Hygiëne in en om de woonlocatie veroorzaakt geen gevaar voor de volksgezondheid. Minor/ major Hygiëne dient gewaarborgd te zijn voor alle ruimtes van de woonlocatie. Voor het bepalen van de status bij ‘hygiëne’ kan de hygiënescorekaart worden gebruikt. Zie bijlage 3. 4.2 Er is een deugdelijke en aantoonbaar onderhouden mechanische installatie of natuurlijke ventilatie, dit in combinatie met voldoende beluchting. Minor/ major 4.3 Er is geen sprake van schimmelvorming in de badkamers, keukens en/of andere ruimtes. Minor/ major 4.4 Er moet voldoende gelegenheid zijn om de was te (laten) doen. Major Op alle locaties moet mogelijkheid zijn om de was te (laten) doen. Er moeten voldoende wasmachines aanwezig zijn gezien het aantal bewoners of er is in een andere manier om de was te doen voorzien die voor bewoners bereikbaar/betaalbaar is. (bijvoorbeeld: laten doen door beheerder of wasserette). 4.5 Er moet buiten de eigen slaapkamer voldoende gelegenheid zijn om de was te drogen. Major Een wasdroger is niet verplicht. 5. Voorzieningen Norm Kwalificatie Opmerkingen 5.1 Koelkast(en), 30 liter koel-/vriesruimte per persoon. Minor Als er meer dan het minimale aantal liters koel-/vriesruimte is, dienen ook deze aan de eisen t.a.v. (brand)veiligheid en hygiëne te voldoen. 5.2 Kookplaat/platen, minimaal 4 pitten.
Specifieke norm bij grotere aantallen bewoners: Bij meer dan 8 personen 1 pit per 2 personen Minor/ major Op alle locaties moet er kookgelegenheid zijn conform de norm. Indien kookgelegenheid ontbreekt bij de woonvormen a, c, d, e en f is er sprake van een major tekortkoming. Norm voor huisvesting van arbeidsmigranten, versie 10.2, geldig vanaf 1 februari 2023 10 Bij meer dan 30 personen minimaal 16 pitten. Kookplaat/platen in studio’s voor maximaal 2 bewoners dienen minimaal 2 pitten plus een magnetron of oven aanwezig te zijn. Enige uitzondering is een regulier hotel/pensioen dat kort wordt ingezet. De minor voor het ontbreken van kookgelegenheid wordt tijdens de volgende inspectie automatisch een major en moet dan opgelost worden. Dat kan bij een regulier hotel/pension alleen door de locatie niet meer te gebruiken. Als er meer dan het minimale aantal pitten zijn, dienen ook deze aan de eisen t.a.v. (brand)veiligheid en hygiëne te voldoen. De eis m.b.t. kookplaat/platen in studio’s voor maximaal 2 personen geldt in die gevallen waar bewoners geen toegang hebben tot andere kookgelegenheid dan de kookgelegenheid voor henzelf en de eventuele medebewoner van de studio. Deze dienen aan de eisen t.a.v. (brand)veiligheid en hygiëne te voldoen. 6. Veiligheid 6.1 Er is geen sprake van zichtbare overbelasting van het elektriciteitsnetwerk (controle op o.a.
op dubbelstekkers, verlengsnoeren, splitters en kookplaatjes), loshangende elektriciteitskabels. In de meterkast dient een aardlekschakelaar en automatische- of smeltzekeringen aanwezig te zijn. Minor/ major Inspecteur bepaalt of er sprake is van een minor of een major tekortkoming. Veiligheid dient gewaarborgd te zijn voor alle ruimtes van de woonlocatie. 6.2 Voor elke bewoner is minimaal 1 wandcontactdoos beschikbaar. Minor Deze wandcontractdoos mag niet standaard voor andere toepassingen in gebruik zijn (koelkast, tv etc.) 6.3 De verlichting en elektriciteitsvoorziening in natte ruimten • is spatwaterdicht • is geschikt voor gebruik in natte ruimtes Minor/ major Als richtlijn voor de spatwaterdichtheid kan de NEN 1010 worden gebruikt: (werkt met zonering): • Zone 0: De ruimte in het bad of douchebak: minimaal IP67 12Volt. • Zone 1: Direct boven de douchebak of bad tot 2,6 meter hoog: minimaal IP65. Norm voor huisvesting van arbeidsmigranten, versie 10.2, geldig vanaf 1 februari 2023 11 • Zone 2: Met een straal van 60 cm om het bad of douche: minimaal IP45. • Zone 3: Overige delen in de badkamer: Minimaal IP21 6.4 Er is geen sprake van omstandigheden die tot gevaar of verwondingen van personen kunnen leiden. Minor/ major Inspecteur let bij gebruiksveiligheid van het pand o.a.
op: o trappen (trapleuning dient gemonteerd te zijn), o overlopen (voldoende ruimte, geen opslag), o verlichting van gemeenschappelijke ruimtes, o vrije doorgang naar en door nooduitgangen, o kapotte ramen, o tocht, o zichtbare asbest die beschadigd is. De consequenties van eventuele constateringen (major of minor) zijn ter beoordeling van de inspecteur. In het geval er sprake is van reguliere woningen in een flatgebouw of wooneenheden in een gebouwencomplex wordt ook beoordeeld of er omstandigheden zijn die tot gevaar of verwondingen kunnen leiden in centrale ruimten als liften, trappenhuizen, galerijen, gezamenlijke ruimten, etc. 6.5 CV, gaskachel en geiser dienen tweejaarlijks aantoonbaar gecontroleerd te zijn. Major Dit dient aangetoond te worden met een factuur van het controlerende bedrijf en/of het keuringsrapport en/of een sticker op het apparaat waarop de naam van het controlerende bedrijf staat. Nieuwe apparaten zijn 2 jaar na datum eerste ingebruikname controle vrij. Alleen CO-gecertificeerde bedrijven met vakbekwame monteurs mogen cv-ketels , kachels en geisers onderhouden. 7. Brandveiligheid - Maatregelen in de woning In alle gevallen geldt dat tenminste aan de wettelijke eisen zoals die uit het Bouwbesluit voldaan moet worden. SNF is ‘bovenwettelijk’, dat betekent dat SNF in sommige gevallen extra eisen stelt boven op de wettelijke eisen.
Norm Kwalificatie Opmerkingen Norm voor huisvesting van arbeidsmigranten, versie 10.2, geldig vanaf 1 februari 2023 12 7.1 Brandblusser: • Er is in totaal 6 liter/ 6 kilogram blusmiddel aanwezig. In de brandveiligheidseisen en/of het Bouwbesluit staan eventueel aanvullende eisen ten aanzien van verdiepingen etc. • Er is een brandblusser van minimaal 2 liter/ 2 kilogram binnen 5 meter van iedere plaats waar gekookt wordt, (direct onder handbereik, dus niet in een andere eenheid en niet buiten). • Een brandblusser moet voldoen aan het besluit draagbare blustoestellen 1997 en in het bijzonder de vigerende NEN- EN 3-7. De plaatsing van brandblussers en keuze van de blusstof in relatie tot de brandklasse moet voldoen aan de vigerende NEN 4001+C1. • Bij nieuwe schuimblussers dient cf. de vigerende NEN op het blusmiddel vermeld te zijn: o de productiedatum o de eerstvolgende onderhoudsdatum o wanneer de blusstof vervangen dient te worden. Bij nieuwe poeder- of CO2-blussers dient op het blusmiddel vermeld te zijn: o de productiedatum o de eerstvolgende onderhoudsdatum. • Het preventief onderhoud dient jaarlijks te worden uitgevoerd conform de vigerende NEN 2559 door een gecertificeerd REOB-bedrijf. De onderhoudsgegevens moeten worden geregistreerd op een etiket op basis van de vigerende NEN 2559 dat duurzaam is bevestigd op het blustoestel.
• Er staat een instructie voor gebruik op elke brandblusser Minor/ major De eisen aan de keuring zijn te vinden in de vigerende NEN2559. Op de stickers moet vermeld staan wanneer de controle heeft plaatsgevonden, wanneer de eerstvolgende controle dient plaats te vinden en wanneer de blusstof vervangen moet worden. Ook op een nieuwe brandblusser dient een sticker te zijn aangebracht met daarop vermeld wanneer de eerstvolgende controle dient plaats te vinden en wanneer de blusvloeistof vervangen dient te worden. NEN-EN 3-7: Draagbare blustoestellen - Deel 7: Eigenschappen, prestatie-eisen en beproevingsmethoden. NEN 4001: Brandveiligheid projectering van draagbare en verrijdbare blustoestellen. NEN-EN 2559: Onderhoud van draagbare blustoestellen. Alle aanwezige blusmiddelen moeten jaarlijks gekeurd zijn door een REOB-erkend bedrijf, ook de blusmiddelen die ‘extra’ aanwezig zijn (ten opzichte van de minimale eis). Conform NEN 4001 +C1 moeten brandblussers worden opgehangen op ophangbeugels of op een statief worden geplaatst. Het is niet toegestaan dat blustoestellen op de grond staan. Een zwart rubberen dop mag ook worden aangemerkt als een statief. Personen die gebruikmaken van een vluchtroute moeten het blustoestel gemakkelijk kunnen zien. Geschikte locaties zijn gangen, trappenhuizen, centrale toegangshallen en nabij uitgangen van ruimten.
Blustoestellen moeten zo worden geplaatst dat de toegang tot het blustoestel niet wordt gehinderd door het te verwachten brandrisico. Omgevingstemperatuur De werking van blustoestellen wordt beïnvloed door de omgevingstemperatuur. Op de volgens NEN-EN 3-7 gekeurde blustoestellen is op het etiket aangegeven binnen welke gebruikstemperaturen het blustoestel kan worden ingezet. Blustoestellen mogen niet worden blootgesteld aan temperaturen buiten de aangegeven gebruikstemperaturen. Norm voor huisvesting van arbeidsmigranten, versie 10.2, geldig vanaf 1 februari 2023 13 De onderneming toont aan de inspecteur aan dat de onderhoudsbedrijf REOB-gecertificeerd is middels de vermelding daarvan op het keuringsetiket. Na onderhoud moet het gecertificeerde onderhoudsbedrijf een etiket met het CCV- beeldmerk op het blusmiddel plaatsen. Als er een door een REOB-gecertificeerd bedrijf goedgekeurde brandhaspel aanwezig is, kan mogelijk volstaan worden met een 2-liter/ 2 kilogram schuimblusser binnen 5 meter van iedere plaats waar gekookt wordt en op plaatsen met open vuur (direct onder handbereik, dus niet buiten). E.e.a. afhankelijk van het bereik en de bereikbaarheid van de haspel. Dit is ter beoordeling aan de inspecteur. 7.2 Er is een blusdeken bij iedere kookgelegenheid. Major Blusdekens zijn er van diverse afmetingen, de kleinste is 1mtr. x 1mtr.
Om de blusdeken goed te kunnen gebruiken is het beter (maar niet verplicht) om een blusdeken van minimaal 1,2mtr. x 1,2mtr. te gebruiken. Uit onderzoeken van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en de Brandweer is gebleken dat blusdekens niet geschikt zijn om de frituurbranden te doven. Op de blusdeken dient dit vermeld te zijn. Op de meeste nieuwe blusdekens staat dit ook daadwerkelijk vermeld. Bij oudere blusdekens dient de melding dat deze niet geschikt zijn voor frituurbranden bijv. door een goed zichtbare sticker kenbaar gemaakt te worden. (zie voor meer informatie over frituurbranden: https://frituurbrand.nl/documenten/advertentie- blusdekencampagne---def---16-10-2014.pdf 7.3.1 Er zijn werkende CO-melders op voorgeschreven plaats gemonteerd. Major Indien in het gebouw een toestel aanwezig is dat CO kan produceren (gaskachel, verwarmingsketel met open én gesloten verbrandingssysteem, geiser, open haard, paletkachel) dient een CO melder aanwezig te zijn in de buurt van het toestel. Een CO-melder hoeft niet te worden gemonteerd bij een gasfornuis. Alle aanwezige CO-melders moeten werken en op de voorgeschreven plaats gemonteerd zijn. Norm voor huisvesting van arbeidsmigranten, versie 10.2, geldig vanaf 1 februari 2023 14 Een CO-melder mag nooit achter het toestel hangen en nooit in een "dode hoek" zonder luchtstroom.
Gecontroleerd wordt: • Het signaal 7.3.2 Er zijn werkende CO-melders op voorgeschreven plaats gemonteerd. Minor Als naar inzicht van de inspecteur i.v.m. veiligheid een extra CO-melder geplaatst moet worden, kan hiervoor een minor worden geschreven. 7.4.1 Er zijn werkende rookmelders op de voorgeschreven plaats gemonteerd. Gecombineerde CO- en rookmelders zijn niet toegestaan. Major Plaats van de rookmelder: (https://www.brandweer.nl/brandveiligheid/rookmelder) op ieder bouwlaag dient tenminste één werkende rookmelder aanwezig te zijn in de verkeersruimte (hal, overloop, etc.). De rookmelder moet op de juiste wijze zijn gemonteerd en met regelmaat te worden gecontroleerd of deze nog functioneert en of de batterij (indien van toepassing) nog aanwezig is. Zie aanvullende informatie in bijlage 1. Als er een werkende brandmeldinstallatie aanwezig is, hoeft het signaal van de rookmelders niet te worden gecontroleerd, maar wordt in het aanwezige logboek gecontroleerd of controle en keuring heeft plaatsgevonden. Alle aanwezige rookmelders moeten werken en op de voorgeschreven plaats gemonteerd zijn. 7.4.2 Er zijn werkende rookmelders op de voorgeschreven plaats gemonteerd. Minor Als naar inzicht van de inspecteur i.v.m. veiligheid een extra rookmelder geplaatst moet worden, kan hiervoor een minor worden geschreven.
7.5 Indien een centrale brandmeldinstallatie aanwezig is, moet deze jaarlijks worden gekeurd. Major Als er een centrale brandmeldinstallatie aanwezig is, dient deze minimaal ééns per jaar door een gecertificeerd bedrijf te worden gekeurd volgens NEN 2654-1. Gecertificeerde bedrijven zijn te vinden via www.preventiecertificaat.nl Als er een centrale brandmeldinstallatie aanwezig is, stelt NEN-2654 eisen aan beheer, te weten: Norm voor huisvesting van arbeidsmigranten, versie 10.2, geldig vanaf 1 februari 2023 15 - Maandelijkse controle (door beheerder) - 4/8 maandelijkse controle (door beheerder) - 12 maandelijkse controle (door beheerder) De beheerder mag controles uitbesteden maar blijft verantwoordelijk. 8. Onderhoud en beheer Norm Kwalificatie Opmerkingen 8.1 Onderhoud moet plaatsvinden aan zaken die defect zijn. Minor/ major Tijdens de inspectie voert de inspecteur een visuele controle uit op o.a.: • Groenvoorziening • Staat van de woning (raamkozijnen, glas, deuren, dakgoten, regenpijpen) • Staat van de omgeving van de woning • Afwezigheid van afval. 9. Toezicht en beheer 9.1 Bewoners kunnen bij calamiteiten 24/7 een beroep doen op een beheerder. Minor/ major Onder calamiteiten wordt verstaan: grote schade aan het pand, (ver)storingen in het pand zoals stroomuitval, grote lekkages, Calamiteiten moeten worden gemeld bij het aanspreekpunt van de onderneming.
De bewoners moeten hierover geïnformeerd zijn. In geval van persoonlijke ongevallen of direct gevaar voor bewoners of omwonenden moet het alarmnummer 112 worden gebeld. Bij calamiteiten moet er te allen tijde een beheerder of medewerker van de verhurende onderneming 24 uur per dag telefonisch bereikbaar zijn. Bij calamiteiten moet een beheerder of medewerker van de verhurende onderneming z.s.m. ter plaatse zijn. Afhankelijk van de capaciteit die de locatie heeft, moet er een beheerder of conciërge tijdens kantooruren op locatie aanwezig zijn (meer dan 100 bedden) of moet een medewerker van de Norm voor huisvesting van arbeidsmigranten, versie 10.2, geldig vanaf 1 februari 2023 16 onderneming telefonisch beschikbaar zijn (minder dan 100 bedden). Dit normonderdeel wordt op de centrale locaties getoetst in gesprek met de verantwoordelijke persoon én tijdens de inspectie op locatie én in gesprek met bewoners getoetst. 9.2 Bewoners zijn vrij om ook onaangekondigd bezoek te ontvangen op de locatie Minor De onderneming mag voorwaarden aan bezoek stellen in het kader van veiligheid (zoals het melden of inschrijven bij een receptie ten behoeve evt. ontruiming) en om overlast voor andere bewoners te voorkomen (door bv ’s nachts geen bezoek toe te laten of maximumaantal bezoekers te bepalen). 10.
Informatievoorziening en overige eisen Norm Kwalificatie Opmerkingen 10.1 Er moet een informatiekaart aanwezig zijn die opgehangen is op een centrale plaats, De informatiekaart is opgesteld in het Engels en indien gewenst de landstaal van de bewoners en deze bevat ten minste • Naam onderneming die Eerst-Verantwoordelijk is. • Maximum capaciteit (in aantal bedden) • QR-code met tenminste de link naar SNF-pagina’s in het Engels • Door SNF voorgeschreven tekst • Ruimte voor sticker De telefoonnummers van: • beheerder/contactpersoon verhuurder (24/7 bereikbaar) • regiopolitie • brandweer • 112 (in levensbedreigende situaties) En • verkorte huis- en leefregels in landstaal van de bewoners • ontruimingsplan en noodprocedure De onderneming weet dat de bewoners de taal begrijpen. Major De informatiekaart heeft één SNF-pagina, met daarop in het door SNF voorgeschreven format de aanduiding van het maximum aantal bedden, QR-codes naar SNF-informatie, inleidende tekst en ruimte voor sticker. Op de website van SNF is in Word een sjabloon hiervoor te downloaden. De rest van de informatiekaart mag de vorm hebben die de onderneming wenst, mits alle verplichte onderdelen zijn vermeld. Op de website van SNF komt informatie ook in andere talen beschikbaar. Het verdient de aanbeveling om de QR-codes naar de voor de bewoners relevante talen toe te voegen aan de informatiekaart.
In de informatiekaart dient aandacht besteed te zijn aan de procedure in het geval van brand, de aanwezige blus- en hulpmiddelen in de huisvestingslocaties en de vluchtmogelijkheden. Dit geldt voor alle verblijfsvormen (ook de niet-vergunningplichtige). Dit kan middels een plattegrond van de locatie, een verwijzing naar de vluchtaanduiding, maar ook op een andere wijze. Bepalend is of de tijdelijke bewoner(s) op een centrale plek in de locatie begrijpelijk wordt geïnformeerd over het handelen ten tijde van nood (voorbeeld zie bijlage 5) Norm voor huisvesting van arbeidsmigranten, versie 10.2, geldig vanaf 1 februari 2023 17 Ontruimingsplan en noodprocedure is van toepassing bij alle typen toegestane verblijfsvormen. Niet alleen bij de verblijfsvormen a, c, d. Met een vereist ontruimingsplan wordt géén document van meerdere pagina’s bedoeld met instructies voor bhv’ers of andere personen die verantwoordelijk zijn voor ontruiming. Een plattegrond van de locatie is niet noodzakelijk in de huisvestingstypen a, d en e. Indien een locatie huisvestingsvorm b (hotel/pension) betreft, is een plattegrond in en/of bij de informatiekaart verplicht. De tijdelijke bewoner(s) moet op een centrale plek in de locatie begrijpelijk worden geïnformeerd over het handelen in geval van nood.
Bij een locatievorm ‘wooneenheden’ in een gebouwencomplex’ moet op elke bouwlaag bij op- en afgang een ontruimingsplattegrond aanwezig zijn. De inspecteur is niet verplicht om te controleren of alle bewoners de gebruikte talen beheersen. 10. Bindende informatieplicht De inspectie-instelling informeert de gecontroleerde onderneming over de verplichtingen die gelden met betrekking tot het Bouwbesluit 2012 namelijk het doen van een gebruiksmelding bij kamergewijze verhuur van een woning bij de gemeente of het aanvragen va n een vergunning. Zie bijlage 4 van deze norm hanteren. 11. Melding aan gemeente In de situatie dat er sprake is van een ernstige (brand)onveilige situatie dient de inspectie -instelling een melding te doen over deze locatie bij Stichting Normering Flexwonen, alsmede de onderneming te manen zo spoedig mogelijk de (brand)onveilige situat ie ongedaan te maken. SNF kan dit melden aan het bevoegd gezag. Norm voor huisvesting van arbeidsmigranten, versie 10.2, geldig vanaf 1 februari 2023 18 C. Controlesystematiek Reikwijdte Huisvestingsondernemingen en werkgevers die arbeidsmigranten huisvesten kunnen in aanmerking komen voor vermelding in het SNF-register. Zie het reglement registratie voor de formulering van de eisen aan ondernemingen die geregistreerd willen worden.
Inspectie-instellingen Het voldoen aan het SNF-schema wordt beoordeeld door een geaccrediteerde inspectie-instellingen (door de Raad voor Accreditatie wordt de term conformiteitsbeoordelingsinstantie, CBI, gehanteerd) die geaccrediteerd is op basis van de vigerende ISO17020-richtlijn door de Raad voor Accreditatie. De inspectie-instelling moet een overeenkomst hebben met Stichting Normering Flexwonen voor de uitvoering van de controles op het SNF -schema (de norm voor huisvesting van arbeidsmigranten en aanvullende documenten genoemd in het Handboek Normen). Administratieve inspectie en 100%-controle locaties Iedere onderneming moet, om ingeschreven te worden: - een administratieve inspectie laten uitvoeren - alle locaties waarvoor de onderneming de “eerst-verantwoordelijke” is laten inspecteren. Registratie is mogelijk als eventuele major-tekortkomingen zijn hersteld. Iedere onderneming die in het register vermeld staat moet, om ingeschreven te blijven, - jaarlijks een administratieve inspectie laten uitvoeren vóór de door SNF aangegeven datum. - en gedurende de door SNF vastgestelde periode alle locaties waarvoor de onderneming de “eerst-verantwoordelijke” is laten inspecteren. De inspectie-instelling bepaalt op welk moment de locaties worden geïnspecteerd. De inspecties worden gelijkmatig verdeeld over de periode.
Controle per woonvorm - reguliere woning: elke woning moet worden geïnspecteerd. Een appartement in een flatgebouw wordt ook gezien als reguliere woning. - hotel/pension: . De inspecteur bepaalt tijdens de inspectie op basis van professional judgement hoeveel eenheden (kamers, eenheden, woonunits) hij moet schouwen om een volledig beeld van de conformiteit van de locatie te krijgen, waarbij het aantal te inspecteren eenheden tenminste 10% met een minimum van 4 moet zijn. - wooneenheden in gebouwencomplex: De inspecteur bepaalt tijdens de inspectie op basis van professional judgement hoeveel eenheden (kamers, eenheden, woonunits) hij moet schouwen om een volledig beeld van de conformiteit van de locatie te krijgen, waarbij het aanta l te inspecteren eenheden tenminste 10% met een minimum van 4 moet zijn. - woonunits: elke woonunit moet worden geïnspecteerd, tenzij de woonunits op een campus staan.. - huisvesting op recreatieterrein: alle bungalows, chalets of woonunits dienen te worden geïnspecteerd.. Norm voor huisvesting van arbeidsmigranten, versie 10.2, geldig vanaf 1 februari 2023 19 - campus:.
De inspecteur bepaalt tijdens de inspectie op basis van professional judgement hoeveel eenheden (kamers, eenheden, woonunits) hij moet schouwen om een volledig beeld van de conformiteit van de locatie te krijgen, waarbij het aantal te inspecteren eenheden tenminste 10% met een minimum van 4 moet zijn. ‘* het verschil tussen huisvesting op recreatieterrein en campus is dat op een recreatieterrein ook recreanten kunnen verblij ven en dit terrein en de huisvesting is ingericht voor recreatie. Een campus is ingericht voor bewoning door arbeidsmigranten. Een campus kent beheer door één organisatie . Indien dat niet het geval is, wordt de campus gezien als recreatieterrein. Planning De onderneming zorgt 1 week voor de administratieve inspectie én op elke eerste dag van de maand dat het locatieregister is geactualiseerd. De werkdag voorafgaand aan de inspectie wordt de onderneming ingelicht over de locaties die worden geïnspecteerd in het kader van de periodieke locatie- inspecties. Voor gerichte aanvullende inspecties en inspecties van de vliegende brigade geldt dit niet . Kwalificatie van de normen Binnen de normen wordt een onderscheid gemaakt tussen major tekortkomingen en minor tekortkomingen. - Major tekortkomingen dienen binnen zes weken na constatering aantoonbaar te zijn opgelost.
De inspecteur bepaalt of er een herinspectie moet plaatsvinden of dat de onderneming administratief kan aantonen dat de tekortkoming is opgelost - Minor tekortkomingen moeten bij de volgende inspectie zijn opgelost. . Een minor tekortkoming die bij een volgende inspectie wederom blijkt, wordt bij die inspectie aangemerkt als een major tekortkoming. Alle geconstateerde tekortkomingen moeten worden gerapporteerd. De onderneming heeft 3 weken de tijd om te reclameren tegen de bevindingen van de inspectie-instelling. Gerichte aanvullende inspecties en inspecties van de vliegende brigade Op basis van concrete signalen van derden met gegronde vermoedens van niet naleven van de norm heeft Stichting Normering Flexwonen conform artikel 11 lid 6 van het Reglement registratie en artikel 13 lid 1 van het Reglement inspectie-instellingen de mogelijkheid gerichte aanvullende inspecties door de inspectie-instelling te laten uitvoeren. De Stichting kan de inspectie-instellingen de opdracht geven om locaties extra te inspecteren onder de noemer ‘vliegende brigade’ conform artikel 11 lid 9 van het Reglement Registratie en artikel 13 lid 2 van het Reglement Inspectie -instellingen. De kosten voor deze inspectie worden door SNF gedragen.
Gemeentes, inspectie SZW, brandweer en andere overheidsinstanties kunnen in het geval van gegronde vermoedens Stichting Normering Flexwonen vragen een gerichte aanvullende inspectie uit te laten voeren. Beschrijving sancties bij major tekortkomingen tijdens locatie-inspectie Major tekortkomingen die tijdens de locatie-inspectie worden geconstateerd dienen binnen 6 weken aantoonbaar te zijn opgelost. Indien dat niet het geval is, wordt de onderneming geschorst conform het reglement registratie. . De registratie van de onderneming wordt doorgehaald als de major tekortkoming(en) niet binnen 6 weken na schorsingsdatum zijn hersteld. Administratieve afhandeling Norm voor huisvesting van arbeidsmigranten, versie 10.2, geldig vanaf 1 februari 2023 20 In geval van administratieve afhandeling van de major-tekortkoming dient de onderneming binnen 6 weken na constatering van de major-tekortkoming aan de inspectie-instelling aantoonbaar te maken middels foto- of filmmateriaal, facturen, een digitale rondleiding of anderszins, dat herstel heeft plaatsgevonden. Indien binnen 6 weken geen bevestiging bij de Stichting Normering Flexwonen wordt ontvangen, dan wel dat de bevestiging onvoldoende aantoont dat dat de major-tekortkoming is hersteld wordt de onderneming geschorst conform het reglement registratie en dient alsnog een herinspectie uitgevoerd te worden.
Herinspectie In geval het herstel van de major-tekortkoming naar het oordeel van de inspecteur niet administratief aangetoond kan worden, dient de onderneming binnen 6 weken na constatering van de major-tekortkoming met door de inspectie-instelling een herinspectie te laten uitvoeren. Indien geen herinspectie kan worden uitgevoerd óf indien er tijdens de herinspectie major-tekortkomingen worden geconstateerd, wordt de onderneming geschorst conform het reglement registratie. Beschrijving sancties bij major tekortkomingen tijdens administratieve inspectie Indien een major tekortkoming wordt geconstateerd ten aanzien van onderdeel ‘locatielijst’ dient: - Binnen 3 weken een extra administratieve inspectie plaats te vinden op dit normonderdeel . Tijdens deze controle wordt gecontroleerd of de ontbrekende locaties zijn toegevoegd in het locatieregister. - Binnen 6 weken een locatie-inspectie te zijn uitgevoerd op alle locaties waarvoor de onderneming “eerst-verantwoordelijke” is en waarvan tijdens de administratieve inspectie werd geconstateerd dat deze niet op de locatielijst waren opgenomen. - Binnen 6 maanden een extra administratieve inspectie te worden uitgevoerd De inspectie wordt uitgevoerd over de periode tussen de extra inspectie na 3 weken en de extra inspectie na 6 maanden.
Indien bij de extra administratieve inspectie na 3 weken en 6 maanden of bij de locatie-inspecties een of meer major-tekortkomingen worden geconstateerd of als de extra inspecties niet worden uitgevoerd, wordt de onderneming geschorst conform het reglement registratie. Indien een major tekortkoming wordt geconstateerd ten aanzien van normonderdeel goed werkgeverschap wordt de onderneming conform het reglement registratie geschorst en dient herstel binnen 6 weken te zijn aangetoond. Indien een major tekortkoming wordt geconstateerd ten aanzien van normonderdeel toezicht en beheer dient binnen 6 weken aan de inspectie-instelling aantoonbaar te worden gemaakt dat herstel heeft plaatsgevonden. Indien dat niet het geval is wordt de onderneming geschorst conform het reglement registratie, totdat herstel is aangetoond. Inschrijving, schorsing en doorhaling uit het SNF-register Indien er geen tekortkomingen of alleen minor tekortkomingen worden geconstateerd kan de Stichting Normering Flexwonen, mits ook aan de andere eisen zoals geformuleerd in het reglement registratie is voldaan, de onderneming opnemen in het register of de in schrijving in het register continueren. Dit geldt ook voor de situatie dat de major tekortkomingen zijn opgelost.
Indien major-tekortkomingen niet of niet tijdig zijn hersteld zoals hierboven en in het reglement registratie zijn beschreven, kan de stichting over gaan tot schorsing en doorhaling uit het SNF-register conform het reglement registratie. Norm voor huisvesting van arbeidsmigranten, versie 10.2, geldig vanaf 1 februari 2023 21 De voorwaarden voor inschrijving in en schorsing en doorhaling uit het register van Stichting Normering Flexwonen zijn geen onderdeel van de accreditatie van de inspectie-instellingen. Norm voor huisvesting van arbeidsmigranten, versie 10.2, geldig vanaf 1 februari 2023 22 Bijlage 1: Toelichting op de norm Ruimte, daglicht en verwarming - Artikel 2.1. De definitie van een locatie is vaak een 'adres', maar niet per definitie. • Op een recreatiepark is de bungalow of het chalet elk een locatie. • Pension/hotel is locatie, kamer de eenheid. • De reguliere woning is de locatie, en tegelijkertijd de eenheid. • Omgebouwd klooster/kantoor is de locatie, de kamers/studio’s de eenheden. • Regulier flatgebouw. De appartementen zijn elk aparte locaties (reguliere woningen).
Alle voorzieningen zijn beschikbaar achter de voordeur van het appartement en elk appartement heeft een eigen adres (huisnummer) - Artikel 2.1: Een hotel/pension waar voor de arbeidsmigranten geen kookgelegenheid beschikbaar is, omdat er bijvoorbeeld centrale catering wordt aangeboden, voldoet niet aan de SNF-eisen (minor tekortkoming) en kan dus, met het oog op de veiligheid, slechts tijdelijk worden ingezet, omdat bij een volgende controle de minor tekortkoming automatisch een major wordt en opgelost moet worden. In een regulier hotel/pension/b & b zal dat niet kunnen, waardoor de locatie dus niet voor langere tijd gebruikt kan worden. - Artikel 2.2: Er is geen norm voor minimale hoogte. Naar de geest van SNF, fatsoenlijke lee fruimte en in het kader van veiligheid, is stahoogte vereist. Derhalve gaat SNF er van uit dat aangesloten wordt bij de minimale hoogte van 2.1 meter voor bestaande bouw. Dit wordt inpand ig gemeten. Bij de bepaling van het aantal vierkante meters wordt de definitie voor GBO (conform meetinstructie zoals genoemd in de norm) gehanteerd, waarin wel een aantal hoogtebepalingen zijn opgenomen. - Artikel 2.1. Een hotel/pension/B&B/recreatiewoning die voor een korte periode wordt ingezet moet in álle gevallen worde n geregistreerd in het locatieregister.
Afhankelijk van de duur van het gebruik moeten deze wel of niet geïnspecteerd worden binnen 6 weken na start gebruik. • Indien een hotel, pension, B&B of recreatiewoning minder dan vier weken aaneengesloten wordt ingezet, hoeft deze niet te worden geïnspecteerd. • Indien een hotel, pension, B&B of recreatiewoning meer dan vier weken aaneengesloten wordt ingezet, moet deze binnen 6 weken na start gebruik worden geïnspecteerd. - Artikel 2.2: Het gebruiksoppervlak (GBO of GO) is de oppervlakte waarvoor wordt ingeschat dat deze nuttig gebruikt kan worden. Deze maat w ordt gebruikt voor het vergelijken van woningen, maar ook voor het maken van berekeningen met betrekking tot bijvoorbeeld brandveil igheid en gebruiksbelasting. De gebruiksoppervlakte wordt in het kader van SNF berekend volgens de meetinstructie van de Waarderingskamer (zie de norm voor d e link). De GBO is in feite het totale vloeroppervlak tussen de omsluitende wanden van de gebruiksf unctie minus de vaste obstakels van enige omvang.
Voorbeelden van die vaste obstakels: • dragende binnenwanden; • schalmgat, vide, liftschacht als oppervlakte > 4 m2 • vloeroppervlakte met een vrije hoogte kleiner dan 1,5 meter (maar wel de vloer onder een trap of hellingbaan meetellen) • een trapgat, liftschacht of vide, indien de oppervlakte daarvan groter is dan 4 m2 Norm voor huisvesting van arbeidsmigranten, versie 10.2, geldig vanaf 1 februari 2023 23 • een vrijstaande bouwconstructie, niet zijnde een trap, en een leidingschacht, indien de horizontale doorsnede daarvan groter is dan 0,5 m2 - Artikel 2.2: Het gebruiksoppervlak (GBO, conform meetinstructie zoals genoemd in de norm) dient geheel inpandig te zijn. Alle voorzieninge n (sanitair, keuken, slaapvertrek en woonkamer of ontspanningsruimte) dienen onder één dak en inpandig bereikbaar te zijn. Da t betekent dat bewoners geen jas en schoenen moeten hoeven aantrekken om een deel van het gebruiksoppervlak en de voorzieningen te kunnen gebruiken. Een ontspann ingsruimte in een ander gebouw dat alleen via buiten bereikbaar is, kan dus niet meetellen in d e berekening voor het GBO. Een fietsenhok of berging behoort niet tot het GBO, ook niet als het fietsenhok of de berging via binnenuit te bereiken is.
Brandveiligheid – maatregelen in de woning Artikel 7.1 Brandblussers - Een onderhoudsbedrijf hanteert mogelijk één onderhoudsetiket voor verschillende producten waarvan het onderhoud in verschillende normen wordt omschreven. Daarbij is het toegelaten dat meer normen links of rechts van de aanduiding “NEN 2559” op het etiket worde n aangegeven. Al naargelang de toepassing bij het onderhoud wordt de desbetreffende norm ingekeept of anderszins duurzaam gemerkt. - Een onderhoudsbedrijf kan op basis van het certificatieschema Onderhoud Blusmiddelen (REOB) gecertificeerd worden. Het gaat h ierbij uitsluitend om gecertificeerde bedrijven en geen personen. - Indien de locatie in het buitenland is (Duitsland, België), moet ten aanzien van de installatie en keuring van de brandblusse rs de wetgeving van het betreffende land worden gevolgd. - Noot: het gebruik van poeder- en CO2-blustoestellen op brandklasse F-branden (blussen van zeer hete oliën en vetten) wordt als gevaarlijk beschouwd en derhalve afgeraden. Vetbranden zijn moeilijk te blussen met andere blusstoffen aangezien er herontsteking kan pla atsvinden. Het advies is bij dit soort branden altijd een brandblusser brandklasse F te gebruiken.
- Aandachtspunten ten aanzien van keuze van brandblussers - Gehinderde waarneming: Het gebruik van een poederblusser in een besloten ruimte zal de waarneming sterk hinderen, waardoor ontruiming, redding van m ensen en dieren en andere noodmaatregelen extra kunnen worden bemoeilijkt. In dergelijke gevallen hebben water - of schuimblussers de voorkeur. Artikel 7.3: CO-melder. Voor CO-melders zijn er verschillende oplossingen. De meest voor de hand liggende oplossing is een losse CO -melder die werkt op batterijen. Voor het bepalen van de juiste positie moet de installatiehandleiding/gebruiksaanwijzing van de CO-melder gevolgd worden. De juiste positie is namelijk afhankelijk van het apparaat dat mogelijk CO produceert (geiser, kachel, cv-ketel) en of er in de kamer geslapen wordt of niet. Het advies in het algemeen is dan ook de montage aan een specialist over te laten. Als er geen installatiehandleiding/gebruiksaanwijzing beschikbaar is, dan moet het plaatsingsadvies voor CO-melders van de brandweer worden gevolgd https://www.brandweer.nl/brandveiligheid/koolmonoxidemelders/meer-info/plaatsingsadvies-co-melder Artikel 7.4: Rookmelder Plaats van de rookmelder: op ieder bouwlaag dient tenminste één werkende rookmelder aanwezig te zijn in de verkeersruimte (ha l, overloop, etc.).
De rookmelder moet op de juiste wijze zijn gemonteerd en met regelmaat te worden gecontroleerd of deze nog functioneert en of de batterij (indien van toepassing) nog aanwezig is. Norm voor huisvesting van arbeidsmigranten, versie 10.2, geldig vanaf 1 februari 2023 24 Indien in de installatiehandleiding een andere plaats wordt voorgeschreven, dient die plaats aangehouden te worden. De instal latiehandleiding dient beschikbaar te zijn voor de inspecteur tijdens de controle. Aan de bewoner moet duidelijk worden gemaakt dat de rookmelder er hangt voor zijn of haar veiligheid en dat het verwijderen o f het onbruikbaar maken van de rookmelder schadelijk en mogelijk strafbaar is. Montage: De rookmelder dient te worden gemonteerd tegen het hoogste punt van het plafond op tenminste 50 centimeter afstand v an iedere wand. Wanneer men te maken heeft met een schuin plafond dient de rookmelder op 90 cm afstand van de nok gemonteerd worden . (zie: www.brandweer.nl of https://brandwondenstichting.nl/plaatsingsadvies-rookmelder/ ) Rookmelders die werken op het lichtnet dienen te worden gemonteerd door een installateur. De voorkeur gaat uit naar een rookm elder waarvan de batterij niet kan worden verwijderd of die aangesloten zit op het lichtnet waarbij opgemerkt dient te worden dat deze melders ook gebruik mak en van een back up batterij, deze dient met regelmaat te worden gecontroleerd.
Onderhoud: De rookmelder heeft ook onderhoud nodig, dit om te voorkomen dat er loze meldingen zijn. Het onderhoud is relatief eenvoudig, ga bij voorkeur iedere maand met de stofzuiger rond de rookmelder, hierm ee wordt het stof of eventuele spinnenwebben verwijderd. Norm voor huisvesting van arbeidsmigranten, versie 10.2, geldig vanaf 1 februari 2023 25 Bijlage 2: Procedure administratieve inspectie t.b.v. controle op locatielijst Scope De administratieve inspectie op ‘volledigheid en juistheid van de locatielijst’ bestaat bij werkgevers uit twee onderdelen: - Controle op personeelsadministratie - Controle op de financiële administratie Bij verhuurders (ondernemingen die niet hun werknemers huisvesten) uit één onderdeel: - Controle op de financiële administratie Bij particulieren die slechts één locatie beschikbaar hebben voor verhuur: - Controle op objectlijst betrokkene uit het Kadaster. Daarin wordt geverifieerd dat de particulier naast een eventueel eigen woonhuis, maximaal één object bezit dat beschikbaar wordt gesteld voor verhuur. Periode Voor beide methodieken geldt dat de inspectie over de voorliggende 12 maanden uitgevoerd wordt. Bij de initiële inspectie wordt de inspectie over de voorliggende 3 maanden uitgevoerd. Eisen t.a.v.
de administratie van de onderneming Doel: De onderneming moet zijn administratie zo hebben ingericht dat de inspecteur tijdens d e administratieve inspectie kan vaststellen dat alle locaties die worden verhuurd aan arbeidsmigranten zijn opgevoerd in het locatieregister Eisen particulier met 1 extra locatie: - Informatie vanuit het kadaster; - Inzicht in bankrekening(en) waarop huuropbrengsten op gestort worden en/of onderhoudskosten van worden betaald; - Informatie over hoe het onderhoud van de locatie is geregeld. Indien dit in eigen beheer plaatsvindt dan dient dit met bonnet jes onderbouwd te kunnen worden; - Huurovereenkomsten; - Facturen van kosten woning (zoals gas/water/licht/tv abonnement/enz.) Huisvesters: - Facturen voor verzorgen/gebruik huisvesting; - De facturen dienen ingeboekt te worden in een boekhoudpakket (er zijn gratis pakketten en dit leidt dus niet tot extra kosten); - Er dient minimaal inzicht gegeven worden in de kosten voor gas/water/licht/onderhoud/ozb of huur (indien van toepassing).
De administratieve inspectie zal sneller uitgevoerd kunnen worden op het moment dat er in de financiële ad ministratie een splitsing is tussen panden voor huisvesting arbeidsmigranten en eventueel ander vastgoed; - Huurovereenkomsten met huurder(s) en/of verhuurder(s) (indien van toepassing); - Inzicht in bankrekeningen waarop inkomsten en uitgaven voor de huisvesting te zien is; - Verbod op mondelinge huurovereenkomsten; Norm voor huisvesting van arbeidsmigranten, versie 10.2, geldig vanaf 1 februari 2023 26 - informatie vanuit het kadaster. Controle op personeelsadministratie Doel: via de personeelsadministratie adressen van locaties achterhalen en die vergelijken met de locatielijst in het locatieregi ster van SNF. Methodiek: - De inspecteur ontvangt een bewonerslijst met daarop alle namen, adressen en startdatum en (indien van toepassing) einddatum van bewoning. Het dienen namen te zijn van de arbeidsmigranten waarvoor de organisatie huisvesting verzorgt/heeft verzorgd in de vastgestelde periode. Deze bewonerslijst moet ofwel een export uit het systeem van de onderneming zijn ofwel in één Excelbestand (evt . met verschillende tabbladen) worden aangeleverd aan de inspecteur. - De inspecteur vraagt de verzamelloonstaat op en selecteert daaruit een aantal (zie hieronder bij steekproef) personen waarvan de inschatting is dat dit arbeidsmigranten zouden kunnen zijn (o.a.
‘veel SV-dagen’) - De inspecteur vraagt één loonstrook op over de te beoordelen periode van het aantal voorgeschreven personen om de verblijfsadressen te achterhalen. - De inspecteur controleert of deze bewonerslijst juist is d.m.v. steekproeven uit de loonadministratie -> staan de mensen waarvoor inhoudingen zijn gedaan op de lijst? - De inspecteur vergelijkt de via de personeelsadministratie verkregen adressen met de adressen op de huisvestingslijst en de l ocatielijst. Steekproef Bij organisaties met 20 of minder locaties worden aan de hand van de loonstroken in de controleperiode (zie hieronder bij ‘pe riode’) alle verblijfsadressen van 10 personen gecontroleerd. Bij organisaties met meer dan 20 locaties worden de verblijfsadressen van 20 personen gecontroleerd. Controle op de financiële administratie Doel: via de financiële administratie de adressen van locaties achterhalen en die vergelijken met de locatielijst in het locatieregister van SNF. Interpretatie van financiële cijfers, resultaten en kengetallen is nadrukkelijk géén onderdeel van deze controle. Methodiek: - De inspecteur krijgt inzage in het rekeningschema, saldi- of kolommenbalans. Daarbij gaat het om de opbouw inclusief beschrijving van de grootboekrekeningen. De cijfers zijn daarbij niet relevant en mogen weggelaten of onleesbaar gemaakt worden.
- De inspecteur controleert de balansposten zoals ‘afschrijving’ en ‘borg huur’ die aanleiding geven tot verdere verdiepingsvra gen en vraagt daarop door met het doel om adressen te achterhalen - De inspecteur stelt verdiepingsvragen (bijvoorbeeld naar facturen) om de adressen van locaties te achterhalen waar arbeidsmig ranten verblijven. Steekproef In de afgelopen jaren is gebleken dat een administratieve inspectie op basis van een steekproef voldoende betrouwbaar is. In deze controle op de financiële administratie wordt met een steekproef gewerkt. De inspecteur zoekt in de administratie van elke onderneming het volgende aan tal locaties: Norm voor huisvesting van arbeidsmigranten, versie 10.2, geldig vanaf 1 februari 2023 27 opgegeven locaties Percentage in steekproef Met een maximum van 1-20 locaties 100% 21 – 50 locaties 60% 25 51 – 100 locaties 40% 101 – 200 locaties 30% 50 201 – 300 locaties 20% 55 301 – 500 locaties 15% 70 ‘> 500 locaties 10% De inspecteur heeft het recht om de steekproef uit te breiden en het hierboven aangegeven maximum aantal locaties te overschrijden. Aanvullende controle op short stay in hotel, pension, B&B of recreatiewoning Alle ingezette hotels, pensions, B&B’s en recreatiewoningen dienen op de locatielijst te worden vermeld.