CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Activiteitenplan sloop.pdf

Politieke Markt 17 mei 2022, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Steenwijk, Jan Steenstraat en omgeving7.707 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

adviesrapport Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steen- wijk Ontheffingsaanvraag ruimtelijke ingrepen Wet natuurbescherming Woonconcept Definitief Zuiderzeelaan 53 8017 JV Zwolle T 0384236464 E info@ecogroen.nl I www.ecogroen.nl Colofon Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk Ontheffingsaanvraag ruimtelijke ingrepen Wet natuurbescherming 18-557 18 mei 2021 Definitief R. (Rutger) Olthof M. (Mark) Boerhof A. (Astrid) van Teeffelen Woonconcept ©Ecogroen bv Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, mits onder vermelding van bron en status. Olthof, R. (2021). Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk. Ontheffingsaanvraag ruimtelijke ingrepen Wet natuurbescherming. Rapport 18-557. Ecogroen bv Zwolle. Inhoud Algemene intro 5 1. Werkzaamheden en planning 6 1.1 Beschrijving projectgebied 6 1.2 Werkwijze 7 1.3 Planning 8 2. Verbodsartikelen 9 2.1 Verbodsartikelen soorten van Habitatrichtlijn (gewone dwergvleermuis) 9 2.1.1 Verbod op het opzettelijk verstoren van dieren 9 2.1.2 Verbod op het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen 9 3.

Ecologische inventarisatie 10 3.1 Methode inventarisatie 10 3.1.1 Bureaustudie en veldbezoek 10 3.1.2 Onderzoeksmethode gierzwaluw 10 3.1.3 Onderzoeksmethode vleermuizen 11 3.1.4 Onderzoeksmethode egel en steenmarter 12 3.2 Actualiteit inventarisatiegegevens 12 3.3 Locatie inventarisatie 12 4. Functie projectgebied 13 4.1 Verblijfplaatsen gewone dwergvleermuis 13 4.2 Foerageergebied en vliegroutes 14 4.3 Omgevingscheck 14 5. Effecten 15 5.1 Effect werkzaamheden 15 5.2 Gunstige staat van instandhouding 16 5.2.1 Landelijke staat van instandhouding 16 5.2.2 Afbreuk staat van instandhouding 16 6. Maatregelen 17 6.1 Maatregelen 17 6.1.1 Algemeen 17 6.1.2 Fasering qua tijd 17 6.1.3 Ongeschikt maken 18 6.1.4 Aanbrengen tijdelijke voorzieningen 19 6.1.5 Aanbrengen permanente voorzieningen 20 6.2 Locatie maatregelen 20 6.3 Effectiviteit maatregelen 20 7. Alternatieven en belang 21 7.1 Alternatieve locatie 21 7.2 Alternatieve inrichting 21

7.3 Alternatieve werkwijze 21 7.4 Alternatieve planning 21 7.5 Belang 22 7.5.1 Habitatrichtlijn (gewone dwergvleermuis) 22 7.5.2 Toelichting 22 Geraadpleegde bronnen 23 Bijlagen Bijlage 1 - Aangetroffen beschermde natuurwaarden Bijlage 2 - Locaties tijdelijke en permanente voorzieningen Bijlage 3 - Gekozen optie vervangende voorzieningen Bijlage 4 - Voorgenomen werkroute Bijlage 5 - Resultaten quickscan natuurtoets Bijlage 6 - Resultaten bewoners enquête

Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk 05 Projectnaam: Sloop complex 389.02, Steenwijk Woonconcept heeft het voornemen om de woningen van complex 389.02 te slopen om ruimte te maken voor nieuwbouw. De start van de sloopwerkzaamheden staat gepland in het najaar van 2022. Omdat uitvoering van het voornemen negatieve gevolgen kan hebben voor beschermde natuur- waarden, is het initiatief door Ecogroen getoetst aan het natuurbeschermingsrecht. Hiervoor heeft Ecogroen ecologisch onderzoek uitgevoerd naar gierzwaluw, egel, steenmarter en vleermuizen, waaruit is gebleken dat in aanwezige woningen één zomerverblijfplaats en twee paarverblijfplaat- sen van gewone dwergvleermuis aanwezig zijn. In dit activiteitenplan gaan we in op de soorten waarvoor ontheffing nodig is: gewone dwergvleer- muis. Op basis van het uitgevoerde onderzoek zijn er geen overige soorten te verwachten waarvoor ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig is. De opbouw van voorliggend activiteitenplan is vergelijkbaar met het format van het ‘Projectp lan ruimtelijke ingrepen’ van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland zoals dat gebruikelijk was bij aanvragen onder de Flora- en Faunawet.

Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk Algemene intro Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk 06 1.1 Beschrijving projectgebied Woonconcept is voornemens de woningen van complex 389.02 in het westen Steenwijk te slopen (zie figuur 1.1). Het betreft de volgende adressen: Vondelstraat 15 t/m 41 (oneven), Jan Steenstraat 1 t/m 36, 38 en 40 en Admiraal de Ruyterstraat 25 t/m 51 (oneven). Het projectgebied betreft 66 rijtjeswoningen met bouwjaar 1953 (zie figuur 1.2). Een pannendak ontbreekt. Het dak bestaat uit enkel (bitumen) dakleer. Tijdens de werkzaamheden wordt naast de sloop van de woningen ook de begroeiing en bestrating uit de tuinen van deze woningen verwijderd. Figuur 1.1 Locatie projectgebied (rood omlijnd). Bron kaartondergrond: PDOK. Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk 1. Werkzaamheden en planning Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk 07 Figuur 1.2 Impressie van de te slopen woningen. Bron: Google Streetview 1.2 Werkwijze De huidige bebouwing, bestrating en begroeiing worden verwijderd om ruimte te maken voor nieuwbouw. Op moment van schrijven is het ontwerp van de nieuwbouw nog niet bekend . Het voorlopige plan bestaat uit het realiseren van circa 52 eengezinswoningen 8 levensloopbestendige woningen en 18 kleine appartementen. In onderstaand figuur 1.3 is de voorlopige toekomstige situ- atie op kaart weergegeven.

Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk 08 Figuur 1.3 Toekomstige situering woningen. Bron: Woonconcept. 1.3 Planning De voorlopige planning is om in september 2022 te starten met de sloopwerkzaamheden. Mogelijk wordt de sloop van de woningen naar voren gehaald (zomerperiode 2022). Voor beide opties geldt de volgende werkwijze: Er wordt begonnen met de sloopwerkzaamheden van de woningen waar geen verblijfplaatsen van vleermuizen zijn aangetroffen. Vanaf het moment dat de 1ste woning met verblijfplaats van de gewone dwergvleermuis wordt gesloopt, worden deze woning en alle navol- gende woningen die nog niet gesloopt zijn, ongeschikt gemaakt voor vleermuizen. Dit ongeschikt maken dient in de actieve periode van vleermuizen (april t/m oktober) te worden uitgevoerd (zie ook paragraaf 6.1.3). Aansluitend worden voor deze woningen de sloopwerkzaamheden uitgevoerd. Op deze wijze wordt rekening gehouden met het broedseizoen van vogels en de actieve periode van vleermuizen. Ontheffing wordt aangevraagd voor een periode van 4 jaar (1 april 2022 tot en met 1 april 2026). Hierbij is rekening gehouden met voorbereidende werkzaamheden en een eventuele uitloop van werkzaamheden als gevolg van onvoorziene omstandigheden.

Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk 09 2.1 Verbodsartikelen soorten van Habitatrichtlijn (gewone dwergvleermuis) 2.1.1 Verbod op het opzettelijk verstoren van dieren Wel van toepassing. Als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden worden gewone dwergvleer- muizen mogelijk verstoord. 2.1.2 Verbod op het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaa tsen Wel van toepassing. Door de voorgenomen werkzaamheden gaan één zomerverblijfplaats en twee paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis verloren. Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk 2. Verbodsartikelen Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk 10 3.1 Methode inventarisatie 3.1.1 Bureaustudie en veldbezoek Tijdens het quickscanonderzoek is op basis van de bouwkundige constructie van de woningen, be - kende verspreidingsgegevens en expert judgement een uitspraak gedaan over mogelijk aanwezige beschermde soorten. Uit de quickscan natuurtoets is naar voren gekomen dat de woningen geschikt zijn voor vleermuizen en (hetzij in beperkte mate) voor gierzwaluw. Jaarrond beschermde nestplaat- sen van huismus ontbreken. Daarnaast zijn verblijfplaatsen van egel en mogelijk steenmarter te ver- wachten in aanwezige tuinen behorend tot de woningen en voor steenmarter de woningen zelf. Ecogroen heeft in 2019 ecologisch onderzoek uitgevoerd naar deze soorten.

Overige beschermde soorten worden niet verwacht in de woningen (zie bijlage 5 voor de resultaten van het quickscan veldbezoek). Onderstaande tabel bevat een overzicht van de uitgevoerde veldbezoeken inclusief de bijbehorende informatie en weersomstandigheden. Tabel 3.1 Overzicht uitgevoerde veldbezoeken en bijbehorende omstandigheden. EG = egel, GZ = gierzwaluw, SM = steenmar- ter en VL = vleermuizen Datum Soort Begin-eind Pers. Weer 10-06-2019 GZ, SM & EG 20:00-22:00 1 20°C, half bewolkt, droog, matige wind 11-06-2019 VM, SM & EG 21:30-00:00 2 13°C, half bewolkt, droog, weinig wind 30-06-2019 GZ, SM & EG 20:00-22:30 1 18°C, half bewolkt, droog, matige wind 02-07-2019 VM, SM & EG 03:15-05:15 2 15°C, bewolkt, droog, weinig wind 10-07-2019 GZ, VM, SM & EG 20:00-23:15 1 13°C, bewolkt, droog, windstil 15-08-2019 VM, SM & EG 20:45-00:45 1 17°C, bewolkt, droog, weinig wind 13-09-2019 VM, SM & EG 05:00-07:00 2 18°C, bewolkt, droog, weinig wind 3.1.2 Onderzoeksmethode gierzwaluw Volgens het kennisdocument gierzwaluw dienen minimaal drie inventarisatiemomenten in de peri- ode juni-juli te worden uitgevoerd bij goed weer en in de avonduren, waarbij minimaal één bezoek plaatsvindt in de periode 20 juni – 7 juli (BIJ12, 2017c). De onderzoeken hebben plaats gevonden op 10 en 30 juni en 10 juli en is door één persoon uitgevoerd (zie tabel 3.1).

Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk 3. Ecologische inventa- risatie Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk 11 De bezoeken worden vanaf circa een uur voor schemering gestart en duren tot het invallen van de avondschemering. Tijdens de bezoeken zijn nestplaatsen van gierzwaluw geïnventariseerd aan de hand van in- en uitvliegende vogels, langsvliegende vogels die bekende nestplaatsen bezoeken en oudervogels (en hun jongen) die vanuit hun nestplaats roepen. Hierbij hebben we ook gebruik ge- maakt van het afspelen van ‘giergeluiden’ van gierzwaluwen. Oudervogels en hun jongen die in de dakconstructie aanwezig zijn, reageren hierop en geven daarmee hun broedplaatsen prijs. Veldbe- zoeken zijn onder gunstige weersomstandigheden uitgevoerd (droog weer en weinig wind). 3.1.3 Onderzoeksmethode vleermuizen Het onderzoek naar vleermuizen is conform het vleermuisprotocol en de kennisdocumenten van gewone- en ruige dwergvleermuis (BIJ12, 2017a, 2017b; Vleermuisvakberaad, 2017) uitgevoerd. Alle bezoeken zijn uitgevoerd met gunstige weersomstandigheden voor onderzoek naar vleermui- zen (zie tabel 3.1). Tijdens de bezoeken is het projectgebied systematisch fietsend doorkruist. Hier- bij is gebruik gemaakt van batdetectoren met opnamefunctie.

Onderzoek kraamverblijfplaatsen en zomerverblijfplaatsen Voor het inventariseren van kraamverblijfplaatsen van vleermuizen zijn minimaal twee bezoeken uitgevoerd in de periode 15 mei - 15 juli, met minimaal 20 dagen tussen beide bezoeken (zie tabel 3.1). Voor laatvlieger geldt als richtlijn dat twee avondbezoeken in de kraamtijd uitgevoerd worden en voor gewone en ruige dwergvleermuis dat minimaal één vroeg ochtendbezoek plaatsvindt voor het inventariseren van zomerverblijfplaatsen. Tijdens de bezoeken voor kraamverblijfplaatsen is te- vens gelet op de aanwezigheid van zomerverblijfplaatsen. Zowel het eerste als het derde vleermuisbezoek is gecombineerd uitgevoerd met het gierzwaluwon- derzoek. Het eerste bezoek vond plaats op 11 juni 2019. Dit bezoek is vooral gebruikt om locaties met mogelijke (kraam)verblijfplaatsen te bepalen. Na het invallen van de schemering is gelet op uit - en invliegende vleermuizen en plekken met veel activiteit van vleermuizen (vroeg in de avond). Ver- volgens is tot middernacht doorgegaan met het onderzoek tot de eerste vleermuizen weer terugke- ren naar hun (kraam)verblijfplaats en weer zwermende/ invliegende dieren kunnen worden gevon- den. Het tweede bezoek in de kraamperiode is uitgevoerd op in de ochtenduren op 2 juli 2019 tussen ca. 03:15 en 05:15.

Naarmate het lichter wordt, keren vleermuizen terug naar hun kraam - of zomerver- blijfplaats, maar voordat ze naar binnen gaan cirkelen ze vaak minutenlang rond de ingang van hun verblijfplaats. Dit zogenoemde zwermen wijst op een verblijfplaats. Aan de hand van het aantal in- vliegende dieren is vervolgens de grootte van een eventueel aanwezige kraam - of zomerverblijf- plaats bepaald. Het derde bezoek betrof een extra avondbezoek voor laatvlieger dat op 10 juli 2019 is uitgevoerd. Onderzoek paarverblijfplaatsen/baltsterritoria (en zomerverblijfplaatsen) In de paarperiode (15 augustus tot 1 oktober) heeft onderzoek plaatsgevonden naar baltsterritoria (van rondvliegende baltsende exemplaren) en paarverblijfplaatsen (exacte verblijfp laatsen) van vleermuissoorten zoals de laatvlieger, gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. Bij deze bezoeken zit er minimaal 20 dagen tussen beide bezoeken. Gestart is met een avondbezoek op 15 augustus 2019, waarbij rondvliegende en vooral baltsende exemplaren in beeld zijn gebracht. Het bezoek geeft inzicht in welke woningen paarverblijfplaatsen aanwezig kunnen zijn en dit vergemakkelijkt het zoeken naar paarverblijfplaatsen tijdens het later Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk 12 uit te voeren ochtendbezoek.

Tijdens het avondbezoek zijn straten systematisch vanaf 2 0:45 tot 00:45 doorkruist, in de piek van de roepactiviteit. Het tweede bezoek is uitgevoerd in de vroege ochtend op 13 september van ca. 05:00 tot 07:00 uur. Naarmate het lichter wordt, keren vleermuizen terug naar hun paar- of zomerverblijf-plaats, maar voordat ze naar binnen gaan cirkelen ze vaak minutenlang rond de ingang van hun verblijf- plaats. In het geval van een paarverblijfplaats wordt daarbij ook luidkeels gebaltst. 3.1.4 Onderzoeksmethode egel en steenmarter Om de aanwezigheid van verblijfplaatsen van egel en steenmarter vast te stellen zijn v ijf nachtelijke bezoeken uitgevoerd in de periode mei tot en met september. Egels en steenmarters zijn nachtac- tieve dieren en ’s nachts, wanneer ze op zoek gaan naar voedsel, gemakkelijk waar te nemen. Tij- dens de nachtelijke bezoeken is gelet op rondscharrelende egels en steenmarters die een indicatie zijn voor de aanwezigheid van verblijfplaatsen. Deze nachtelijke bezoeken zijn tegelijk met he t aan- vullende vleermuisonderzoek uitgevoerd. 3.2 Actualiteit inventarisatiegegevens Het onderzoek naar gierzwaluw, egel, steenmarter en vleermuizen is uitgevoerd in 2019. De gege- vens zijn daarom actueel. 3.3 Locatie inventarisatie Het projectgebied en de directe omgeving zijn geheel onderzocht (zie ook figuur 1.1).

Bij de raadple- ging van de NDFF (2021) zijn gegevens afkomstig uit een groter gebied (zone van circa 1 kilometer) rondom het projectgebied meegenomen. Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk 13 Het ecologisch onderzoek heeft aangetoond dat binnen het projectgebied vaste verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis aanwezig zijn. Verblijfplaatsen van overige vleermuissoorten, egel en steenmarter en jaarrond beschermde nesten van vogels zoals gierzwaluw zijn tijdens het onderzoek niet binnen het projectgebied vastgesteld en worden in voorliggende rapportage niet verder behan- deld. 4.1 Verblijfplaatsen gewone dwergvleermuis a. Binnen het projectgebied zijn in totaal één zomerverblijfplaats en twee paarverblijfplaatsen vast- gesteld. Eén zomerverblijfplaats en één paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis zijn daadwerkelijk aangetroffen. De zomerverblijfplaats is vastgesteld aan de achterzijde van de wo- ning Jan Steenstraat 38, waar een vleermuis onder de dakrand invliegend is waargenomen. Ver- der is een invliegende vleermuis waargenomen bij het boeiboord van de kopgevel Admiraal de Ruyterstraat 51. De verblijfplaats is vermoedelijk aanwezig in de spouwmuur (z ie figuur 4.1). Daarnaast wordt op basis van vastgestelde baltsterritoria ook een paarverblijfplaats verwacht in de woning Jan Steenstraat 15 (zie bijlage 1).

In de omgeving van het projectgebied zijn meer vleermuisverblijfplaatsen aangetroffen. Overige verblijfplaatsen zoals kraamverblijfplaatsen en belangrijke winterverblijfplaatsen van vleermuizen zijn niet aangetroffen en worden ook niet verwacht. b. De populatieomvang binnen het projectgebied wordt geschat op 3 tot 15 exemplaren. Hierbij wordt uitgegaan dat in een zomer- en paarverblijfplaats over het algemeen 1-5 exemplaren aan- wezig zijn. c. De populatie maakt onderdeel uit van een netwerk van allerlei kleine en grote subpopulaties in de bebouwde kom van gemeente Steenwijk. Figuur 4.1 Locatie (rode pijl) ingevlogen gewone dwergvleermuis bij de kopgevel van Admiraal de Ruyterstraat 51. Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk 4. Functie projectge- bied Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk 14 4.2 Foerageergebied en vliegroutes Het projectgebied fungeert in beperkte mate als foerageergebied voor de gewone dwergvleermu is. Deze vleermuissoort foerageert vooral langs randen van het dorp bij bomenlanen, bosjes en andere donkere, groene plekken zoals de Ruxveense vijver. Bepaalde rijen woningen en bomen zijn voor de gewone dwergvleermuis van belang als geleidend element op hun vliegroute naar foerageergebie- den aan de rand van het dorp. 4.3 Omgevingscheck De gewone dwergvleermuis is in Nederland vooral een gebouwbewonende soort.

Gewone dwerg- vleermuizen kunnen in allerlei gebouwen en bouwwerken voorkomen. Ze hebben een netwerk aan gebouwen waarin ze huizen. Vooral in gebieden met bebouwing nabij een ‘groene omgeving’ zoals parken, loofbossen, houtwallen en beschutte waterpartijen komen ze veel voor. De gewone dwerg- vleermuis is dus afhankelijk van meerdere, met elkaar samenhangende onderdelen van het land- schap. In de omgeving van het projectgebied zijn andere verblijfplaatsen en baltsterritoria (aanwijzing voor een paarverblijfplaats) aangetroffen. Op basis van het uitgevoerde onderzoek blijkt dat in de omge- ving meerdere geschikte woningen (grotendeels dezelfde bouwconstructie en hetzelfde bouwjaar) aanwezig zijn waar geen verblijfplaatsen zijn vastgesteld. In al deze woningen zijn openingen (zoals open stootvoegen, kantpannen en kieren tussen muren en kozijnen) aanwezig die toegang geven tot geschikte verblijfplaatsen in de spouwmuur en het dak. Dat dergelijke woningen geschikt zijn voor vleermuizen wordt bevestigd doordat hier wel enkele verblijfplaatsen van vleermuizen tijdens het onderzoek zijn vastgesteld. Zo zijn verblijfplaatsen vastgesteld bij de woningen Admiraal de Ruy- terstraat 28, 53 en 55 (zie bijlage 1).

Omdat de gewone dwergvleermuis zeer flexibel is in het vinden van verblijfplaatsen en ook gebruik maakt van vrij nieuwe gebouwen als verblijfplaats kan er met zekerheid gesteld worden dat er veel uitwijkmogelijkheid aanwezig is. Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk 15 De effectbeoordeling is gebaseerd op de kennisdocumenten van de gewone dwergvleermuis (BIJ12, 2017a). 5.1 Effect werkzaamheden Als gevolg van de sloop van de woningen gaan één zomerverblijfplaats en twee paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis verloren. Door het verwijderen van de tuin gaat beperkt foerageerge- bied van gewone dwergvleermuis verloren. Van verlies aan onmisbaar foerageergebied is geen sprake gezien de ruime aanwezigheid van foerageergebied in de omgeving van het projectgebied. Zodoende is schade aan onmisbare foerageergebieden niet aan de orde. Schade aan essentiële vliegroutes is niet aan de orde aangezien groenvoorzieningen en bebouwing in de omgeving als ge- leidend element onveranderd blijven. Ook is geen sprake van aantasting van belangrijke winterver- blijfplaatsen. De sloopwerkzaamheden starten bij de woningen waar geen verblijfplaatsen van vleermuizen zijn aangetroffen. Deze woningen worden dan ook niet ongeschikt gemaakt voor vleermuizen. Conform de voorgenomen werkroute wordt gestart met de sloopwerkzaamheden bij Jan Steenstraat 24 (zie bijlage 4).

Vanaf het moment dat de 1ste woning met verblijfplaats van de gewone dwergvleermuis wordt gesloopt (conform de werkroute Admiraal de Ruyterstraat 51), worden deze woning en alle navolgende woningen die nog niet gesloopt zijn, tijdig ongeschikt gemaakt voor vleermuizen (zowel het dak en de spouwmuren). Door alle navolgende woningen ongeschikt te maken, wordt voorko- men dat de vastgestelde vleermuizen verhuizen naar overige woningen binnen het proje ctgebied. Het ongeschikt maken gebeurt in de actieve periode van vleermuizen en door gebruik te maken van o.a. vleermuisflaps (zie paragraaf 6.1.3). Uit de omgevingscheck blijkt dat er in de omgeving ruim voldoende alternatieve (niet bezette ) ver- blijfplaatsen voor gewone dwergvleermuis voorhanden zijn. Zekerheidshalve worden voor 15 febru- ari 2022 in totaal 12 tijdelijke vleermuiskasten opgehangen in de directe omgeving zodat er te allen tijde voldoende verblijfplaatsen voor gewone dwergvleermuis aanwezig blijven. In de nieuwbouw- woningen worden permanente voorzieningen voor gewone dwergvleermuis gerealiseerd door het aanbrengen van 12 inbouwkasten voor vleermuizen. Gewone dwergvleermuis is een opportunisti- sche en flexibele soort en kan daardoor eenvoudig de nieuwe verblijfplaatsen vinden en in gebruik nemen. Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk 5.

Effecten Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk 16 5.2 Gunstige staat van instandhouding 5.2.1 Landelijke staat van instandhouding De landelijke staat van instandhouding van de gewone dwergvleermuis is ontleend aan het beschik- bare kennisdocument (BIJ12, 2017a) en de meest recente Vogel- en Habitatrichtlijnrapportage (Adams et al., 2020). De landelijke staat van instandhouding van de gewone dwergvleermuis is in 2019 beoordeeld als ‘onbekend’ (Adams et al., 2020). Dat de staat van instandhouding als onbekend wordt beoordeeld heeft te maken met de grote hoeveelheid aan verduurzamings- en onderhoudsprojecten die tegen- woordig uitgevoerd worden. De verwachting is dat hierbij veel verblijfplaatsen en waarschijnlijk ook vleermuizen verloren gaan. 5.2.2 Afbreuk staat van instandhouding De functionaliteit van de leefomgeving van de gewone dwergvleermuis is niet in het geding. Door het treffen van voorzorgsmaatregelen voorafgaand aan de werkzaamheden (o.a. tijdig plaatsen van tijdelijke vleermuiskasten en het ongeschikt maken van bebouwing) blijven altijd alternatieve ver- blijfplaatsen aanwezig. Afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding is niet aan de orde, omdat diverse maatregelen worden genomen om te voorkomen dat exemplaren van de gewone dwergvleermuis geschaad of gedood worden tijdens de sloopwerkzaamheden.

Daarnaast worden in de nieuwe situatie ruim vol- doende geschikte alternatieve verblijfplaatsen aangeboden. Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk 17 6.1 Maatregelen 6.1.1 Algemeen 1. Er wordt een ecologisch werkprotocol opgesteld waarin alle te nemen maatregelen worden vastgelegd. Dit ecologisch werkprotocol is op de locatie aanwezig en onder alle betrokken par- tijen bekend. Werkzaamheden worden aantoonbaar conform dit protocol uitgevoerd. 2. Door de ecologisch toezichthouder wordt een ecologisch logboek bijgehouden. Hierin worden maatregelen vastgelegd, bedoelt om schade aan beschermde soorten te voorkomen. Daarbij wordt omschreven welke soort betrokken was en welke maatregelen zijn genomen op welke da- tum en locatie. Op deze manier kan in geval van handhaving eenvoudig worden aangetoond dat er zorgvuldig gewerkt wordt. 3. De werkzaamheden worden begeleid door een gekwalificeerde ecologisch toezichthoude r met kennis op het gebied van vogels en vleermuizen. 4. Afwijking van het protocol is alleen mogelijk na overleg met de ecologisch toezichthouder. 5. Bij het onverwacht aantreffen van strikt beschermde soorten - zoals vleermuizen en nesten van broedvogels - worden de betreffende werkzaamheden direct gestaakt en wordt direct contact gezocht met de ecologisch toezichthouder (of uitvoerder).

Vervolgens wordt in overleg bepaald hoe de werkzaamheden op een zorgvuldige wijze binnen de kaders van de Wet natuurbescher- ming kunnen worden uitgevoerd. 6.1.2 Fasering qua tijd 6. Bij de werkzaamheden wordt rekening gehouden met de meest kwetsbare perioden van aanwe- zige soorten. Er wordt rekening gehouden met de kwetsbare overwinteringsperiode van vleer- muizen door de woningen die ongeschikt gemaakt moeten worden, in de actieve periode van vleermuizen (april t/m oktober) ongeschikt te maken om vervolgens te kunnen slopen. 7. De sloopwerkzaamheden starten bij de woningen waar geen verblijfplaatsen van vleermuizen zijn aangetroffen. Deze woningen worden dan ook niet ongeschikt gemaakt voor vleermuizen. Vanaf het moment dat de 1ste woning met verblijfplaats van de gewone dwergvleermuis wordt gesloopt, worden deze woning en alle navolgende woningen die nog niet gesloopt zijn, onge- schikt gemaakt voor vleermuizen (zowel het dak en de spouwmuren). Door alle navolgende wo- ningen ongeschikt te maken, wordt voorkomen dat de vastgestelde vleermuizen verhuizen naar overige woningen binnen het projectgebied nog gesloopt gaan worden. 8. Na het ongeschikt maken van de bebouwing wordt middels een uitvliegcheck nagegaan of in de bebouwing nog vleermuizen aanwezig zijn (zie paragraaf 6.1.3). Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk 6.

Maatregelen Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk 18 6.1.3 Ongeschikt maken 9. Het ongeschikt maken wordt begeleid door een ecologisch deskundige op het gebied van vleer- muizen. 10. Vanaf het moment dat de 1ste woning met verblijfplaats van de gewone dwergvleermuis wordt gesloopt (conform de huidige werkroute is dat Admiraal de Ruyterstraat 51), worden deze wo- ning en alle navolgende woningen die nog niet gesloopt zijn, ongeschikt gemaakt voor vleermui- zen (zowel het dak en de spouwmuren). Zie hiervoor ook bijlage 4 waarin de voorgenomen werkroute is weergeven. 11. De woningen worden ongeschikt gemaakt voor vleermuizen door gaten en kieren dicht te ma- ken met rugvulling (stroken schuimrubber) en gebruik te maken van vleermuisflaps of vleermuis- kokers. Door gebruik te maken van vleermuisflaps of vleermuiskokers kunnen vleermuizen het gebouw verlaten, maar niet meer terugkeren (zie figuur 6.2). Na het ongeschikt maken wordt minimaal 3 nachten met voor vleermuizen geschikte vliegomstandigheden (> 10 graden, weinig wind en maximaal motregen) gewacht, totdat de vleermuizen met zekerheid zijn uitgeweken naar een alternatieve verblijfplaats. Het ongeschikt maken van vleermuizen vindt plaats in de actieve periode van vleermuizen, de periode april t/m oktober. 12.

Vervolgens wordt een uitvliegcheck uitgevoerd door de ecologisch toezichthouder om na te gaan of vleermuizen de woningen daadwerkelijk verlaten hebben. Mocht dit niet het geval zijn dan worden extra maatregelen getroffen om de bebouwing wel ongeschikt(er) te maken. 13. Als geen vleermuizen meer aanwezig zijn (zie vorige punten) kunnen de werkzaamheden uitge- voerd worden zonder nadere voorwaarden ten aanzien van vleermuizen. Figuur 6.1 Voorbeeld van rugvulling te gebruiken om gaten en kieren op te vullen. Bron: Ecogroen.

Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk 19 Figuur 6.2 Boven: detailfoto vleermuisflap bij open stootvoeg. Onder: detailfoto vleermuiskoker bij ruimte tussen de muur en het overstek/boeiboord (voorbeeld). Bron: Ecogroen. 6.1.4 Aanbrengen tijdelijke voorzieningen 14. Gewone dwergvleermuis: Om het verlies van één zomerverblijfplaats en twee paarverblijfplaat- sen van gewone dwergvleermuis te compenseren worden 12 vleermuiskasten opgehangen (mo- del A; 1-laagse kast). Zes maanden voor aanvang van het paarseizoen 2022 (dus uiterlijk op 15 februari 2022) worden de vleermuiskasten opgehangen aan gevels van woningen in de omge- ving van het projectgebied (zie bijlage 2 voor de locaties). Daarnaast zijn in de directe omgeving ruim voldoende alternatieve (niet bezette) verblijfplaatsen aanwezig. Deze tijdelijke vleermuis- kasten in combinatie met het ruime aanbod aan alternatieve verblijfplaatsen in de omgeving zorgen voor voldoende mogelijkheden voor gewone dwergvleermuis om uit te wijken.

Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk 20 6.1.5 Aanbrengen permanente voorzieningen 20. Gewone dwergvleermuis: Tijdens de werkzaamheden worden 12 inbouwkasten (type: VMPM1 of vergelijkbaar) ingemetseld in de nieuwbouw. De inbouwkasten worden zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke (voormalige) verblijfplaats ingemetseld. In bijlage 2 is aangegeven waar de vervangende voorzieningen worden aangebracht. In bijlage 3 is aangegeven op welke wijze de voorziening gerealiseerd wordt. 6.2 Locatie maatregelen In bijlage 2 is een overzicht gegeven van de locaties waar de tijdelijke en permanente voorzieningen worden aangebracht. 6.3 Effectiviteit maatregelen De maatregelen worden effectief geacht, omdat deze gebaseerd zijn op de kennisdocumenten van de gewone dwergvleermuis (BIJ12, 2017a). Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk 21 7.1 Alternatieve locatie Het uitvoeren van de sloopwerkzaamheden is locatie gebonden en kan niet op een andere plek worden uitgevoerd. 7.2 Alternatieve inrichting Alternatieve inrichting voor de sloopwerkzaamheden zijn geen optie, aangezien alternatieve maat- regelen zeer kostenverhogend werken en bovendien geen meerwaarde hebben voor de aanwezige soorten. 7.3 Alternatieve werkwijze Een alternatieve werkwijze is niet aan de orde.

Voor de gewone dwergvleermuis en overige broed- vogels worden alle nodige voorzorgsmaatregelen genomen om schade tijdens de uitvoering van de werkzaamheden tot een minimum te beperken. 7.4 Alternatieve planning De planning is voor zover mogelijk volledig aangepast aan de functies die het projectgebied heeft voor zoogdieren en vogels. Het hanteren van een andere planning heeft voor de aanwezige vleer- muizen en eventueel aanwezige broedende vogels geen voordelen. Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk 7. Alternatieven en be- lang Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk 22 7.5 Belang 7.5.1 Habitatrichtlijn (gewone dwergvleermuis) In het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten. 7.5.2 Toelichting De huidige technische staat van de woningen (zowel in- als uitpandig) is dusdanig slecht dat de wo- ningen op korte termijn gesloopt moeten worden. Als corporatie heeft Woonconcept een verduur- zamingssopgave, per complex wordt bekeken welke opties mogelijk zijn. Op basis van technische staat en toekomstbestendigheid wordt een besluit genomen voor renovatie of sloop -nieuwbouw. Alle woningen zijn in 1953 gebouwd. Het casco van deze woningen is volledig afgeschreven.

Er is veel mis met deze woningen, o.a. schimmel en vochtproblemen. Dit blijkt o.a. uit een enquête (zie ook bijlage 6) die plaatsgevonden heeft onder de huidige bewoners om gebreken van de woningen aan het licht te brengen. Dit type woning is niet te renoveren of te verduurzamen. Het type woning is niet toekomstbestendig waardoor renoveren geen haalbare en economisch rendabele optie is. Sloop wordt ook vanuit Steenwijk gezien als kans om de leefbaarheid in het dorp te vergroten. Daarnaast zijn in het Convenant Energiebesparing Huursector van 28 juni 2012 12 afspraken gemaakt over energiebesparing tussen het Rijk en woningcorporaties, waarbij gestreefd wordt naar een ge- middelde Energie-Index < 1,40 (gemiddeld energielabel B) voor de totale huurwoningvoorraad van de woningcorporaties. Alle partijen zien het belang van energiebesparing, vanwege het klimaat, de eindigheid van de voorraad fossiele brandstoffen en de stijging van de energieprijzen in relatie tot de woonlastenontwikkeling: energiebesparing draagt bij aan een betere betaalbaarheid van het hu- ren, wat vooral van belang is voor de koopkracht van huurders met lagere inkomens. Ook Woonconcept heeft zich ten doel gesteld om haar totale huurwoningvoorraad op gemiddeld energielabel B te brengen. De huidige energielabels van de woningen variëren van label D tot G.

De nieuwbouwwoningen voldoen aan de huidige eisen voor woningen zodat een gezond woon - en leef- klimaat ontstaat en krijgen een A label. Als dergelijke vernieuwingen uitblijven zijn er op wijkniveau negatieve effecten op volksgezondheid (gevaar door betonrot en gezondheidsschade door slechte, ongezonde huizen) en leefbaarheid en sociale veiligheid (vervallen huizen, leegstand en krimp) te verwachten. ________________________________________________________________________________ 1 http://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/gebouwen/woningbouw/beleidskader/convenant-energiebespa- ring-corporatiesector 2 http://www.aedes.nl/content/artikelen/bouwen-en-energie/energie-en-duurzaamheid/energieconvenant--in-2021- naarenergielabel-b.xml (pagina 3 van het Convenant Energiebesparing Huursector 28 juni 2012) Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk 23 Literatuur Adams, A., Bijlsma, R-J., Bos, G., Clerkx, S., Janssen, J., van Kleunen, A., Remmelts, W., van Rooijen, N., Schaminée, J., Schmidt, A., van Swaay, C., Wijnhoven, S., Woestenburg, M. (Ed.), & van Aar, M. (Ed.) (2020). Vogel- en Habitatrichtlijnrappor- tage 2019. (Thema Informatievoorziening Natuur / Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu). Wettelijke Onder- zoekstaken Natuur & Milieu. Beschikbaar via: https://edepot.wur.nl/520728 BIJ12 (2017a). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus.

Verzie 1.0, juli 2017. BIJ12 (2017b). Kennisdocument Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii. Verzie 1.0, juli 2017. BIJ12 (2017c). Kennisdocument Gierzwaluw Apus apus. Versie 1.0, juli 2017. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (2012). Convenant Energiebesparing Huursector 28 juni 2012. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (2013). Meldingen van milieugerelateerde gezondheidsklachten bij GGD’en Vierde inventarisatie (2011-2012). RIVM rapport 200000004/2013. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2017). Vleermuisprotocol 2017, maart 2017. www.net- werkgroenebureaus.nl en www.zoogdiervereniging.nl. Zoogdiervereniging VZZ (2007). Basisrapport voor de Rode Lijst Zoogdieren volgens Nederlandse en IUCN-criteria. VZZ rap- port 2006.027. Tweede, herziene druk. Zoogdiervereniging VZZ, Arnhem. Internet NDFF (2021). NDFF uitvoerportaal (https://ndff-ecogrid.nl). Voor het laatst geraadpleegd op 5 maart 2021. Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk Geraadpleegde bronnen

Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk Bijlagen Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk Aangetroffen beschermde natuurwaar- den Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk Bijlage 1 Datum Versie Kaartnummer Project Onderwerp Opdrachtgever Kaartondergrond Schaal Zuiderzeelaan 53 8017 JV ZWOLLE T 038-4236464 I www.ecogroen.nl A3, liggend Formaat Getekend door Projectnummer 31-10-19 */* 1/1 18-557 Vastgestelde natuurwaarden complex 389.02 Steenwijk Renova'e complexen R. Olthof Woonconcept BGT/PDOK Projectgebied Vleermuissoort Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Type verblijfplaats Zomerverblijfplaats Paarverblijfplaats Baltsloca5e Nestloca'e gierzwaluw Gierzwaluw Legenda Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk Locaties tijdelijke en permanente voor- zieningen Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk Bijlage 2 Datum Versie Kaartnummer Project Onderwerp Opdrachtgever Kaartondergrond Schaal Zuiderzeelaan 53 8017 JV ZWOLLE T 038-4236464 I www.ecogroen.nl A3, liggend Formaat Getekend door Projectnummer 01-04-21 */* 1/1 18-557 Locaes jdelijke vleermuiskasten Renovae complexen R. Olthof Woonconcept BGT/PDOK Projectgebied Tijdelijke vleermuiskasten (2 per kopgevel) Legenda projectnummer: 3386 schaal: 1:1000 formaat: A3 datum: 25-03-2021 onderdeel: Verkaveling Jan Steenstraat Steenwijk West

Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk Gekozen optie vervangende voorzienin- gen Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk Bijlage 3 Aanbrengen kleine inbouwkasten (alle soorten, kleine verblijfplaatsen) Het aanbrengen van kleine inbouwkasten (type VMPM1) in de kopgevels is een optie voor kleine verblijfplaatsen van vleermuizen (zie figuur B4.2 en B4.3). De inbouwkasten kunnen verzonken aangebracht worden in de muur of zichtbaar in de buitengevel (De kasten kunnen ook geschakeld worden aangebracht). De kasten worden zo hoog mogelijk geplaatst in de woning geplaatst. Vooral de zuid- en westgevels zijn geschikt, vanwege de warmte van de middag- en avondzon. Enige variatie tussen de windrichtingen van gevels waar kleine inbouwkasten in worden aangebracht, is overigens wel gewenst. Verschillende windrichtingen geven ook verschillende microklimaten, die meer keuzemogelijkheden voor vleermuizen bieden. Figuur B4.2: Voorbeeld kleine inbouwkast Figuur B4.3: Voorbeeld kleine inbouwkast

Opties vervangende voorzieningen vleermuizen Algemeen Voor vleermuizen geldt dat: • Verlies van verblijfplaatsen van vleermuizen wordt met de factor vier gecompenseerd. In het geval van kleine verblijfplaatsen kan daarnaast ook gekozen worden om opties voor kraam- en winterverblijfplaatsen toe te passen. In dat geval volstaat een lager aantal voorzieningen. Opgave per kleine verblijfplaats: – Kleine gevelbetimmering aan twee kopgevels; – Inmetselen van vier kleine inbouwvleermuiskasten in één of meerdere kopgevels; – Opnieuw opmetselen kopgevel (bovenverdieping van één kopgevel); – Plaatsen speciale kraamkasten (twee in één of twee kopgevels); – Opmetselen van een nieuwe muur voor de bestaande muur (één kopgevel); – Grote gevelbetimmering aan één kopgevel; – Aanbrengen buitengevelisolatie op één kopgevel; • Het aanbrengen van vervangende verblijfplaatsen vindt bij voorkeur plaats op dezelfde plek. In volgorde van geschiktheid: 1. Kopgevel van de betreffende woning; 2. Andere kopgevel van de woning of tegenoverliggende kopgevel van ander blok met woningen; 3.

Kopgevels van omringende woningen (binnen 200 meter) van de verblijfplaats; • Invliegopeningen naar vervangende verblijfplaatsen dienen op minimaal drie meter hoogte aangebracht te worden; • Invliegopeningen van vervangende verblijfplaatsen voor Gewone en Ruige dwergvleermuis hebben een afmeting van 1,5-2,5 centimeter bij minimaal 4 centimeter. Voor Laatvlieger en Gewone grootoorvleermuis hebben de invliegopeningen een afmeting van 2,5 bij 3,5 centimeter bij minimaal 4 centimeter; • Wanneer plaatvormig isolatiemateriaal wordt toegepast, wordt dit materiaal opgeruwd of voorzien van kippengaas. Op deze wijze ontstaan geschikte hangplekken voor vleermuizen. Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk Voorgenomen werkroute Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk Bijlage 4 Datum Versie Kaartnummer Project Onderwerp Opdrachtgever Kaartondergrond Schaal Zuiderzeelaan 53 8017 JV ZWOLLE T 038-4236464 I www.ecogroen.nl A3, liggend Formaat Getekend door Projectnummer 01-04-21 */* 1/1 18-557 Voorgenomen werkroute Renova e complexen R. Olthof Woonconcept BGT/PDOK Voorgenomen werkroute Ongeschikt maken voor vleermuizen niet nodig, mits er nog geen woningen met vleermuizen zijn gesloopt of ongeschikt gemaakt.

Werkzaamheden niet periodegebonden Ongeschikt maken voor vleermuizen in september en oktober Vleermuissoort Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Type verblijfplaats Zomerverblijfplaats Paarverblijfplaats Baltsloca6e Legenda

Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk Resultaten quickscan natuurtoets Flora Binnen het projectgebied zijn algemene plantensoorten van ruderale omstandigheden en tuinen aangetroffen zoals paardenbloem, madelief, straatgras, coniferen spec. en overige planten van tuinen en plantsoenen. Tijdens de veldbezoeken zijn geen in de Wet natuurbescherming beschermde plantensoorten aangetroffen. Op basis van de aangetroffen soortensamenstelling, de terreingesteldheid en bekende verspreidingsgegevens (NDFF, 2021) worden deze soorten ook niet verwacht. Het nemen van vervolgstappen ten aanzien van de soort- groep flora is in het kader van de Wet natuurbescherming niet aan de orde. Zoogdieren Vleermuizen Het leefgebied van vleermuizen bestaat uit verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden (zie kader 1). Hieronder worden deze onderdelen nader beoordeeld. Kader 1 Vleermuizen Verblijfplaatsen Verblijfplaatsen kunnen zich bevinden in donkere en voor vleermuizen bereikbare ruimten in bijvoorbeeld bomen, huizen, kelders en kunnen aanwezig zijn in de vorm van kraamverblijven/ zomerverblijven, baltslocaties/ paarverblijven en winterverblijven. Verstoring, beschadiging, vernietiging of het verwijderen van deze verblijfplaatsen is verboden.

Vliegroutes Voor oriëntatie tijden de trek van en naar hun verblijfplaatsen en foerageergebieden gebruiken vleermuizen veelal jarenlang dezelfde structuren. Vanwege dit traditiegetrouwe gedrag van vleermuizen vormen bepaalde lijnvormige structuren (bijvoorbeeld rijen woningen, watergangen en bomenrijen) en belangrijk onderdeel van een vliegroute Wanneer alternatieve structuren ontbreken zijn dergelijke struc- turen ‘onmisbaar’ en zodoende beschermd. Foerageergebied Locaties waar insecten aanwezig zijn, bijvoorbeeld langs randen van bossen, bomenrijen of boven water zijn van belang als foerageerge- bied voor vleermuizen. Foerageergebied van vleermuizen geniet binnen de Wet natuurbescherming echter geen juridische beschermde tenzij het onmisbaar is voor het voortbestaan van een populatie. Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk Bijlage 5 Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk Verblijfplaatsen Tijdens de quickscan zijn potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen in de vorm van gaten en kie- ren die toegang bieden tot de spouwmuur en het dak. Specifiek gaat het om ruimten bij ruimte bij dakgoten en bij regenpijpen, boeiboorden en dakgootbetimmeringen. Negatieve effecten op verblijfplaatsen van vleermui- zen als gevolg van de voorgenomen sloopwerkzaamheden zijn niet uit te sluiten.

De sloop van de woningen kan tot gevolg hebben dat potentiële verblijfplaatsen ontoegankelijk worden of verdwijnen. Zodoende is n ader on- derzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen uitgevoerd om de verspreiding van verblijfplaatsen van vleermui- zen in kaart te brengen. Tijdens het vleermuisonderzoek zijn één zomerverblijfplaats en twee paarverblijfplaatsen van gewone dwerg- vleermuis vastgesteld. Deze verblijfplaatsen gaan bij de sloopwerkzaamheden verloren. Zodoende is ontheffing voor gewone dwergvleermuis nodig om de sloopwerkzaamheden te mogen uitvoeren. Vliegroutes en foerageergebieden Door aanwezigheid van lijnvormige structuren in de vorm van bebouwing wordt het projectgebied mogelijk ge- bruikt als vliegroute. Aanwezige tuinen worden mogelijk (beperkt) gebruikt als foerageergebied en vleermuizen. In de omgeving zijn voldoende alternatieve, geleidende elementen aanwezig in de vorm van singels en bebou- wing die als vliegroute kunnen dienen. Ook zijn er in de omgeving voldoende alternatieve foerageergebieden, zoals watergangen, bomenlanen en stadsparkjes. De voorgenomen plannen geven dan ook geen aanleiding schade te veronderstellen aan onmisbare vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen. Vervolgstappen voor vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen zijn niet aan de orde.

Grondgebonden zoogdieren Egel In de omgeving van het projectgebied zijn waarnemingen bekend van egel (NDFF, 2021). Waarnemingen van egel binnen het projectgebied ontbreken. De tuinen en het openbaar groen in de straten van het projectgebied worden mogelijk door egel gebruikt als foerageergebied. Mogelijk zijn er ook verblijfplaatsen aanwezig onder struiken, hagen en strooisellagen in de tuinen en het openbaar groen. Egels zijn nacht actieve dieren en ’s nachts, wanneer ze op zoek gaan naar voedsel, gemakkelijk waar te nemen. Tijdens de nachtelijke bezoeken voor vleermuizen is gelet op rondscharrelende egels als indicatie voor de aan- wezigheid van verblijfplaatsen. Egels keren namelijk vaak meerdere keren per nacht terug naar hun verblijf- plaats. Tijdens de nachtbezoeken zijn geen verblijfplaatsen van de egel aangetroffen in de tuinen in het project- gebied of egels aangetroffen die een binding hebben met het projectgebied. Wel is tijdens de nachtbezoeken éénmalig één foeragerende egel waargenomen. De foeragerende egel is aangetroffen in het groen rondom de Willem Alexanderschool aan de Admiraal de Ruyterstraat 6 op circa 20 meter van het projectgebied (zie bijlage 1). Het leefgebied blijft op deze locatie behouden.

Op basis van het uitgevoerde onderzoek wordt de aanwezig- heid van voortplantings- en andere vaste verblijfplaatsen van de egel binnen het projectgebied niet verwacht. Vervolgstappen ten aanzien van de egel zijn daarom niet aan de orde. Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk Figuur B1 Waargenomen foeragerende egel (oranje stip) en de ligging van het projectgebied (rood omlijnd). Steenmarter In de omgeving van het projectgebied zijn waarnemingen bekend van steenmarter (NDFF, 2021). Mogelijk wor- den de woningen gebruikt als verblijfplaats door steenmarter. Daarnaast worden de tuinen en het openbaar groen mogelijk door steenmarter gebruikt als foerageergebied. Tijdens het nachtelijke onderzoek is steenmarter niet waargenomen. Ook zijn er tijdens het onderzoek geen sporen zoals uitwerpselen of prooiresten aangetrof- fen die duiden op een (nabijgelegen) verblijfplaats. Op basis van het onderzoek worden geen voortplantings- of andere vaste verblijfplaatsen van de steenmarter verwacht in het projectgebied. Het nemen van vervolgstappen voor de steenmarter is niet aan de orde.

Overige grondgebonden zoogdieren Op basis van habitateisen, terreinkenmerken, het veldbezoek en verspreidingsgegevens (NDFF, 202 1) worden vaste verblijfplaatsen van overige grondgebonden zoogdieren die zijn opgenomen in de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en nationaal beschermde zoogdieren (zoals das en eekhoorn) uitgesloten. Wel zijn binnen en in de directe omgeving van het projectgebied verblijfplaatsen van grondgebonden zoogdier- soorten met provinciale vrijstelling aangetroffen en/of te verwachten. Dit zijn onder andere rosse woelmuis, huismuis en huisspitsmuis. Bij de geplande ingrepen kunnen enkele exemplaren van deze grondgebonden zoog- dieren geschaad worden. In voorliggende situatie geldt in de Provincie Overijssel vrijstelling van de verbodsarti- kelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze zoogdieren niet aan de orde is. Vogels Vogels met jaarrond beschermde nesten Bij vogels wordt onderscheid gemaakt in twee categorieën met een verschillend beschermingsregime. Van veel vogels zijn nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd. Voor een aantal vogelsoorten geldt echter dat de nestlocaties inclusief de functionele leefomgeving jaarrond beschermd zijn (zie kader 2).

Kader 2 Vogels met jaarrond beschermde nesten Onder jaarrond beschermde nesten van broedvogels wordt in provincie Overijssel verstaan: in functie zijnde nesten van de boerenzwa- luw, boomvalk, bosuil, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, huiszwaluw, kerkuil, oehoe, ooievaar, raaf, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, torenvalk, wespendief, zeearend, zwarte specht en zwarte wouw. Voor sommige andere soorten geldt dat de nesten jaarrond beschermd zijn als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen.

Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk In het projectgebied zijn potentiële nestlocaties van gierzwaluw aanwezig. Overige jaarrond beschermde nestlo- caties zoals huismus worden niet verwacht gezien de afwezigheid van een pannendak en overige geschikte nest- plekken. Daarnaast is tijdens een grootschalige inventarisatie naar huismus in Steenwijk -West3 ook geen nestlo- caties van huismus binnen het projectgebied aangetroffen. Deze zijn toen ook als ongeschikt beoordeeld. Gierzwaluw De woningen binnen het projectgebied bevatten (hetzij in beperkte mate) geschikte nestplaatsen voor gierzwa- luw. Potentiële invliegopeningen zijn aanwezig bij grote ruimtes bij dakoverstekken en dakgootbetimmeringen die mogelijk toegang bieden tot een holle ruimte waar gierzwaluw kan nestelen. Nestplaatsen onder het dak worden uitgesloten doordat het dak met dakleer is afgewerkt. Bij het slopen van de woningen gaan mogelijk nestplaatsen van gierzwaluw verloren. Zodoende is nader onderzoek naar nestplaatsen van gie rzwaluw uitge- voerd om de verspreiding van nestplaatsen van gierzwaluw in kaart te brengen. Tijdens het gierzwaluwonderzoek zijn geen nestplaatsen van gierzwaluw binnen het projectgebied vastgesteld. Wel is een gierzwaluwnest vastgesteld bij de woning Rembrandtstraat 58, buiten de invloedsfeer van de werk- zaamheden.

Bij de sloopwerkzaamheden gaan geen gierzwaluwnesten verloren. Zodoende is ontheffing voor gierzwaluw niet aan de orde. Overige vogels Door de aanwezigheid van bebouwing en plantsoen in de directe omgeving van de woningen is binnen de in- vloedsfeer van de werkzaamheden en binnen het projectgebied broedbiotoop aanwezig voor algemene vogel- soorten als houtduif, witte kwikstaart, ekster, heggenmus, winterkoning, merel en Turkse tortel. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust - of verblijfplaatsen beschadigen of verstoren. Voor werkzaamheden met schadelijke effecten op broedvogels wordt veelal geen ontheffing verleend, omdat het uitvoeren van de werkzaamheden buiten het broedseizoen over het algemeen een goed alternatief vormt. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd, omdat deze per soort en vaak per jaar kan vers chillen. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Uitvoering van de plannen dient zo veel mogelijk buiten het broedseizoen plaats te vinden. In voorliggende situ- atie kan de periode tussen 15 februari en 15 december worden aangehouden als broedseizoen.

Met name te verwachten soorten als de merel, Turkse tortel en houtduif kunnen tot laat in het seizoen doorgaan met broe- den en ook vroeg in het seizoen starten met broeden. Indien werkzaamheden toch in de periode half februari tot half december worden opgestart adviseren we om voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcon- trole door een ter zake deskundige uit te voeren. Mochten broedende vogels aanwezig zijn binnen de invloeds- sfeer van de werkzaamheden dan dient in overleg met een ecologisch deskundig te worden gekeken hoe de werkzaamheden op een zorgvuldige wijze binnen de kaders van de Wet natuurbescherming kunnen worden uit- gevoerd. ________________________________________________________________________________ 3 Heidinga, D. (2017) Inventarisatie van huismussen in Steenwijk-West. Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk Overige soortgroepen Op basis van de terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens (NDFF, 2021) wordt in het projectgebied geen voortplanting of vaste verblijfplaatsen verwacht van beschermde reptielen, amfibieën, vis- sen en ongewervelden. Het nemen van vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde voor deze soortgroepen.

Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk Resultaten bewoners enquête Activiteitenplan sloop complex 389.02, Steenwijk Bijlage 6 Enquête De enquête is door 55% van de bewoners ingevuld en geeft daarmee een goed beeld van de wijk. Uit de resultaten van de enquête komen de volgende resultaten naar voren: Persoonlijke beleving Op de vraag of bewoners trots zijn op hun huis wordt verschillend geantwoord; 39% geeft een onvoldoende, maar 14% geeft de woning ook een dikke 10. De hogere cijfers komen waarschijnlijk voort uit het feit dat deze woningen nog maar relatief kort worden bewoond. Algemene onderhoudsstaat De onderhoudsstaat van de woning wordt slechter beoordeeld, want 61% van de bewoners geeft de woning een onvoldoende. Bewoners is gevraagd om zowel de binnenkant als de buitenkant van hun woning te beoordelen. Buitenzijde woning Maar liefst 94% van de bewoners is van mening dat de buitenkant van de woning onderhoud nodig heeft. Voornaamste onderdelen die worden benoemd zijn: schilderwerk (86%), gevel (61%) en kozijnen (61%). Binnenzijde woning Hierbij is een onderscheid gemaakt naar de diverse ruimtes in de woning. Bewoners hadden de mogelijkheid om meerdere opties aan te kruisen.

Woonkamer: - 67% van de bewoners geeft aan dat onderhoud nodig is - Voornaamste redenen zijn: vocht (47%), tocht (47%), hang- en sluitwerk (39%) en ventilatie (36%) Slaapkamers: - 78% van de bewoners geeft aan dat onderhoud nodig is - Voornaamste redenen zijn: vocht (56%), tocht (50%), hang- en sluitwerk (44%) en schimmel (42%). Keuken: - 69% van de bewoners geeft aan dat onderhoud nodig is - Voornaamste redenen zijn: tocht (39%) en ventilatie (39%). Ruim 42% van de bewoners geeft bij de vrije keuze aan dat de keuken gedateerd en te klein is. Badkamer: - 67% van de bewoners geeft aan dat onderhoud nodig is - Voornaamste redenen zijn: vocht (50%), schimmel (47%), ventilatie (39%) en tocht (36%). Toilet: - 58% van de bewoners geeft aan dat onderhoud nodig is - Voornaamste redenen zijn: vocht (31%), tocht (28%) en ventilatie (28%). Ruim 31% van de bewoners geeft bij de vrije keuze dat het toilet gedateerd en te klein is. Hal: - 31% van de bewoners geeft aan dat onderhoud nodig is. - Voornaamste redenen zijn tocht (36%) en vocht (31%). Opvallend feit is dat meerdere bewoners benoemen dat er naaktslakken binnenkomen via de hal. Omgeving Op de vraag of er problemen zijn in de straat of op het achterpad antwoordt 56% van de bewoners met ja. Voornaamste redenen zijn het parkeren in de straat (39%) en het groenonderhoud (28%).

Bij de opmerkingen wordt vaak genoemd dat de straten te smal zijn om goed te kunnen parkeren. Dit uit zicht ook in het feit dat er bij veel woningen in de voortuin wordt geparkeerd. Energieverbruik Ruim 64% van de bewoners geeft aan dat het energieverbruik van de woning hoog is. Bewoners is ook gevraagd om hun energielasten in te vullen. Helaas is deze mogelijkheid maar door 22 gebruikers ingevuld. Hun gemiddelde energieverbruik is EUR 172 per maand. Op de vraag of bewoners interesse hebben in zonnepanelen antwoordt een kleine meerderheid (53%) met nee. Mochten er panelen geplaatst worden, dan is slechts 25% van de bewoners bereid om hiervoor een vergoeding te betalen. Overige factoren Bewoners is ook gevraagd naar de gehorigheid van hun woning. Een ruime meerderheid (56%) geeft de woning een onvoldoende.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/ab7b49b3-37e8-403e-b446-1e6cf467eb01?agendaItemId=885741c2-60d0-4ba4-8622-c63a09681910