Bijlage 2c. 20210521 Bouwsteen Ruimte RES 1.0 West-Overijssel.pdf
Tekst van het document
INSPIRATIEDOCUMENT 17 MEI 2021
INHOUD 1 INLEIDING 5 1.1 OPGAVE 7 1.2 HOE KAN DIT INSPIRATIEDOCUMENT GEBRUIKT WORDEN? 9 2 EFFICIËNT KOPPELEN VAN VRAAG EN AANBOD 11 3 COMBINEREN VAN OPGAVEN EN MEERVOUDIG RUIMTEGEBRUIK 17 3.1 COMBINEREN VAN GROTE RUIMTELIJKE OPGAVEN 19 3.2 MEERVOUDIG RUIMTEGEBRUIK 27 4 AANSLUITEN BIJ GEBIEDSSPECIFIEKE KENMERKEN 29 4.1 LANDSCHAPSTYPEN EN LANDSCHAPPELIJK SAMENHANGENDE DEELGEBIEDEN 31 4.2 BIJZONDERE EN WAARDEVOLLE GEBIEDEN 45 4.3 GRENSOVERSCHRIJDENDE ROUTES 51 RES WEST -OVERIJSSEL INSPIRATIEDOCUMENT Versie: d.d. 17 mei 2021 Dit rap port is opgesteld door H+N+S landschapsarchitecten en ROM3D in opdracht van RES West-Overijssel
INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL 4 5 INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL 1. INLEIDING INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL 6 7 INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL 1.1. OPGAVE Dit inspiratiedocument is de bouwsteen voor het hoekpunt ruimtelijke kwaliteit voor de RES 1.0. Dit document vormt de achtergrondinformatie voor dit hoekpunt. De bouwsteen is opgebouwd op basis van verschillende ambtelijke en bestuurlijke sessies. De werkgroep ruimte heeft de inhou- delijke begeleiding verzorgd. Deze werkgroep bestaat uit vertegenwoordiging vanuit de gemeenten Zwolle, Zwar- tewaterland, Kampen, Ommen, Olst-Wijhe en de provincie Overijssel. Opgave / vraag In RES 1.0 is voor West-Overijssel opgenomen dat 1,8 tWh aan elektriciteit middels hernieuwbare bronnen wordt opgewekt. De RES 1.0 is zo opgebouwd dat via vier hoek- punten (bijdrage aan de energietransitie, maatschappelijke acceptatie, maatschappelijke kostenefficiency en ruimtelijke kwaliteit) de opgave is uitgewerkt voor en door de regio. In de concept RES zijn voor het hoekpunt ruimtelijke kwa- liteit drie ontwerpprincipes gedefinieerd (aansluiten bij gebiedsspecifieke kenmerken, combineren van opgaven en meervoudig ruimtegebruik, efficiënt koppelen van vraag en aanbod), die centraal staan in het hoekpunt ruimte in de RES 1.0.
Het lokale proces van het tot stand komen van zoekgebieden en de regionale potentie op het ruimtelijke vlak vormen de basis voor de uitwerking van dit hoekpunt. In de RES 1.0 vormen de volgende onderwerpen de ruimte- lijke potentie op schaal van de regio: • Benutten van kansen binnen de bebouwde omgeving • Koppeling van energievraag en aanbod • De ruimtelijke meekoppelkansen • Energieopwekking langs hoofdinfrastructuur • Het ontzien van waardevolle gebieden • Clustering in de daarvoor geschikte landschappen Dit inspiratiedocument vormt een bijlage bij de RES 1.0, maar maakt geen onderdeel uit van de vast te stellen documenten. Doel: Inspiratie ruimtelijke kwaliteit Dit inspiratiedocument is bedoeld om u te inspireren bij de verdere totstandkoming van de energieopgave zoals verwoord in RES West-Overijssel. Het dient als hulpbron om zoekgebieden vanuit het hoekpunt ruimte goed te kunnen motiveren. Hiervoor is een analyse uitgevoerd naar de landschappelijke eenheden en de regionale ruimtelijke structuur en samenhang. De ontwerpprinci- pes vormen daarbij de leidraad en zijn in dit inspiratie- document verder uitgewerkt. Verder biedt dit document de inspiratie om tot een goede invulling van de zoekgebieden te komen. Ook dit doen we via de ontwerpprincipes.
Daarbij hebben we voorbeelden opgenomen om ook naar de invulling van de energieopgaven in verschillende landschappen te kijken, met meervoudig ruimtegebruik en aanhakend op meekoppelkansen. Het gaat bij dit inspiratiedocument om het geven van goede voorbeelden van ruimtelijke kwaliteit. Dat bete- kent in sommige situaties dat deze kwaliteit geld kost. Ruimtelijke kwaliteit kan betekenen dat de optimale businesscase niet behaald kan worden of dat de bijdra- ge aan de energietransitie niet is geoptimaliseerd. Wat: Handreiking ontwerpprincipes We hanteren bij de RES West-Overijssel voor het hoek- punt ruimte drie ontwerpprincipes die we hier kort toelichten: Efficiënt koppelen van vraag en aanbod • Het ruimtelijk combineren van opwek, opslag en afzet maakt een efficiënt en compact distributie- en infrastructuurnetwerk van energie mogelijk. • We onderzoeken in welke gebieden dat kansrijk is. Daarbij houden we rekening met de verstedelij- kingsopgave van wonen en bedrijvigheid. INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL 8 9 INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL Het combineren van opgaven en meervoudig ruimtege- bruik • Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangs- punt. Daaronder verstaan we bijvoorbeeld, zonnepane- len op daken, parkeerplaatsen of op waterberging en windmolens langs infrastructuur. • Meervoudig ruimtegebruik gaat voor enkelvoudig gebruik.
• We gebruiken de energieopwekking als hefboom voor andere opgaven zoals extensivering van de landbouw, klimaatadaptatie en natuurontwikkeling. Aansluiten bij gebiedsspecifieke kenmerken • Kenmerken en identiteit van het gebied zijn het uit- gangspunt. • De optimale balans tussen ontwikkeling en bescher- ming verschilt van gebied tot gebied. Aan de orde komen daarbij onder andere landschapstypologie, leefbaarheid, belevingswaarde, natuurontwikkeling, erfgoed en milieu. Deze ontwerpprincipes zijn verder uitgewerkt in dit inspi- ratiedocument. Daarbij kunnen deze gebruikt worden voor provinciale en lokale omgevingsvisies. Doorkijk naar RES 2.0 en verder De RES 1.0 is voor een aantal gemeenten te vroeg om vast- gestelde zoekgebieden te kunnen presenteren. Er ligt dus een opgave om naar RES 2.0 tot een nadere uitwerking te komen. Daarbij kan dit inspiratiedocument voor het hoek- punt ruimte worden ingezet in die verdere uitwerking. Daar- naast ontstaan er tussen verschillende gemeenten subregi- onale samenwerkingen. Bij de uitwerking van subregionale kansen en opgaven kan dit document gebruikt worden. 1.2. HOE KAN DIT INSPIRATIEDOCU - MENT GEBRUIKT WORDEN? Het doel van dit inspiratiedocument is meerledig.
Ge- meenten die nog geen zoekgebieden hebben vastgesteld kunnen dit document en de hierin uitgewerkte ontwerp- principes gebruiken bij de totstandkoming van geschikte zoekgebieden vanuit het ruimtelijk perspectief. Wat kunnen ruimtelijke aanleidingen zijn voor het situeren van energie- opwek, hoe verhouden verschillende zoeklocaties zich tot elkaar, welke schaal zoekgebied en type energieopwek past bij welk type landschap of welke gebruiksvorm etc. Voor gemeenten die al zoekgebieden hebben vastgesteld, kan dit inspiratiedocument helpen bij het nadenken over de verdere invulling en uitwerking van de deze zoekgebieden. Een scala aan voorbeelden laat zien hoe tot een zorgvuldige landschappelijke inpassing kan worden gekomen, welke combinaties van functies er mogelijk zijn (meervoudig ruim- tegebruik), welke schaal en type wind- en/of zonopstelling passend is in welk type gebied, welke mogelijkheden er zijn voor de koppeling met andere transitieopgaven etc. Het inspiratiedocument is niet bedoeld als extra beleid. Het geldt nadrukkelijk ter inspiratie op het snijvlak van ener- gieopwekking en ruimtelijke kwaliteit. De adviesgroep en de groene organisaties bevelen aan om het inspiratiedocu- ment te benutten bij de verdere uitwerking van de plannen. Het document is opgebouwd aan de hand van de bovenge- noemde drie ruimtelijke ontwerpprincipes.
Tezamen borgen deze ontwerpprincipes de ruimtelijke kwaliteit en samen- hang van het West Overijsselse landschap, benadrukken ze het belang van onderlinge afstemming en zetten ze in op toekomstbestendig en efficiënt ruimtegebruik. Ieder hoofdstuk behandelt één ontwerprincipe, dat wordt uitgewerkt en geillustreerd met kaartmateriaal en voorbeel- den. De verschillende voorbeelden tonen een aantal mo- gelijkheden hoe de energieopgave uitgewerkt kan worden. Soms zijn deze voorbeelden gerealiseerd, soms zijn ze als schets of plan opgenomen, maar samen kunnen ze als inspi- ratie dienen voor de verdere uitwerking van de RES. INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL 10 11 INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL 2. EFFICIËNT KOPPELEN VAN VRAAG EN AANBOD INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL 12 13 INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL EFFICIËNT KOPPELEN VAN VRAAG EN AANBOD Het koppelen van vraag en aanbod heeft ruimtelijke voor- delen. De opweklocaties, vooral als ze grootschalig zijn, hebben een uitstraling die past bij het dynamische karakter van stedelijke gebieden en stadsrandzones, zoals bijvoor- beeld bedrijventerreinen, havengebieden, vuilstorten of energiecentrales. Maar ook grootschalige agrarische bedrij- ven en kassengebieden horen in dit rijtje thuis.
Door het situeren van energievraag en -opwek bij elkaar, kan bespaard worden op de kosten voor infrastructuur en transport. Ook blijft de ruimtelijke impact van nieuwe hoogspannings-/middenspanningsstations en hoogspan- ningsleidingen beperkt als energie zoveel mogelijk wordt opgewekt in de nabijheid van het bestaande netwerk. Het gaat bij dit ontwerpprincipe dus vooral om het koppe- len van energieopwek aan stedelijke dynamiek, hetzij in be- staande (eventueel te herstructureren) stedelijke gebieden, hetzij in nog te ontwikkelen toekomstige stedelijke zones. Aanbeveling • Koppel energieopwek zoveel mogelijk aan de vraag, dat past bij het dynamische karakter van de vrager en is gunstig voor het netwerk. Deze aanbeveling is van belang voor gemeenten die nog zoekgebie- den moeten aanwijzen en bij de afweging binnen zoekgebieden. Ligging grote energievragers en elektriciteitsnetwerk
INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL 14 15 INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL Wind en zon op bedrijventerreinen kunnen passen bij de dynamische en industriële uitstraling en koppelen opwek aan vraag. Dit voorbeeld van Haatland, Kampen laat een combinatie van windturbines en (veel ruimte voor) zon op grootschalige bedrijfsdaken en -hallen zien op een terrein met (deels havengerelateerde) bedrijvigheid, opslag, RWZI etc. Bij nieuwe bedrijventerreinen is dit wellicht gemakkelijker omdat hiermee rekening gehouden kan worden bij de planvorming (beperkingen windturbines, constructie bedrijfsdaken voor zon etc.). Maar ook bij bestaande bedrijventerreinen liggen kansen, zeker als deze geherstructureerd moeten worden. fotograaf Bram van de Biezen Een rioolwaterzuivering is als energievrager geschikt als locatie voor energieopwek Energieopwek door wind en zon bij dynamische stadsrand Industriële complexen zijn als grote energievrager geschikt als locatie voor energieopwek Koppeling van zonnevelden aan infrastructuur en hoogspanningsnetwerk Voorbeelden van koppeling duurzame energie-opwekking en energie-vragers
INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL 16 17 INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL 3. COMBINEREN VAN OPGAVEN EN MEERVOUDIG RUIMTEGEBRUIK INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL 18 19 INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL 3.1 COMBINEREN VAN GROTE RUIMTELIJKE OPGAVEN De energietransitie is een enorme opgave met een grote ruimtelijke impact, maar het is niet de enige grote opgave die in Nederland moet plaatsvinden. We hebben tegelijker- tijd te maken met o.a. de klimaatopgave, het vergroten van de biodiversiteit, de landbouwtransitie, de stikstofcrisis en een grote woningbouwopgave. Het beslag op de ruimte is groot en de beschikbare ruimte beperkt. Het is daarom noodzakelijk dat deze opgaven in samenhang worden bezien en relevant om op zoek te gaan naar koppelkansen. Juist door grote ruimtelijke opgaven te koppelen, kan de ene transitie een hefboom zijn voor de andere. Vanuit Overijssels perspectief zijn een aantal opgaven rele- vant, die in samenhang met de energieopgave oplossings- richtingen kunnen bieden: • Woningbouwopgave. Behalve duurzaam en energieneutraal bouwen kan ge- dacht worden aan energieopwekking voor bepaalde tijd op gronden die bestemd zijn voor woningbouw/stedelijke ontwikkeling, maar die nog niet bebouwd gaan worden. De zogeheten ‘pauzelandschappen’ . Ook het stimuleren van zon op dak van nieuw te bouwen woningen mag hier niet ontbreken.
Woningbouw zou in de toekomst ook kunnen gaan dienen als energieleverancier of energiebuffer. • Tegengaan van bodemdaling in veenweidegebieden. Door de inklinking van veenbodems vindt niet alleen bo- demdaling plaats, maar gaat dit gepaard met uitstoot van CO2. Het opzetten van waterpeil kan deze uitstoot tegen- gaan en het proces vertragen of stoppen. Dit vraagt een ander (agrarisch) gebruik van de grond, dan in de huidige situatie. Energieopwekking door zon, en evt. wind, kan gecombineerd worden met een hogere grondwaterstand en kan zo een rol spelen in dit transformatieproces. • Waterbergings- en verdrogingsopgave Zowel het vasthouden en vertraagd afvoeren van regen- water in tijden van hevige regenval als het tegengaan van verdroging zijn ruimtelijke opgaven, waaraan energieop- wekking een bijdrage aan kan leveren. Onder anderen veel natuurgebieden hebben te leiden onder de droogte van de laatste zomers. Water langer vasthouden rondom natuurge- bieden kan verdroging tegengaan en kan goed gecombi- neerd worden met bijvoorbeeld zonnevelden. • Bossenstrategie eventueel in combinatie met ontwik- keling van nieuwe natuur Het vastleggen van CO2 in nieuwe bossen, zowel ten be- hoeve van houtproductie als het vergroten van de biodiver- siteit, kan gecombineerd worden met energieopwekking, bijvoorbeeld de opstelling van windturbines in nieuwe bossen.
Ook kan onderzocht worden of er kansen liggen voor energieopwek in bestaande bossen, bijvoorbeeld bij omvorming van naald- naar loofbos. • Landbouwtransitie De landbouwtransitie is een belangrijke ruimtelijke op- gave, waarbij een nieuw verdienmodel, stikstofreductie, verbeterde bodemkwaliteit en biodiversiteit en afnemend gebruik van bestrijdingsmiddelen belangrijke ingrediënten zijn. Energieopwekking zou een plaats kunnen krijgen in en bijdragen aan dit transitieproces. • Vergroten van biodiversiteit, ruimte voor weidevogels Dit zijn opgaven die zich misschien niet vanzelfsprekend laten combineren met energieopwekking, maar die toch de moeite van het onderzoeken waard zijn. Denkbaar is de combinatie van bodemverbetering op voormalige agrari- sche gronden, door kruidenrijke vegetatie in combinatie met extensieve zonnevelden. Op plekken waar omvorming van loofbos naar meer gemengd bos of heide aan de orde is, kan onderzocht worden of een combinatie met windtur- bines mogelijk is. • In stand houden landgoederen Overijssel is een provincie met veel landgoederen. Voor veel landgoederen geldt dat de beheerkosten groot zijn. Energieopwekking kan hier een bijdrage aan leveren, mits toegepast op een manier die de ruimtelijke kwaliteit in stand houdt (meestal kleinschalige opwek).
Voorbeeld: Zonnepark en nieuwe natuur Noord Brabant H+N+S Landschapsarchitecten In samenwerking met Groen Ontwikkefonds Brabant stelden H+N+S en Over Morgen een strategie op waarbij de ontwikkeling van zonnevelden en nieuwe natuur hand in hand gaan. Het gaat om extensieve zonneparken voor een periode van 15 jaar op gronden die aansluiten bij Natuurne- twerk Brabant. De inzet is verbetering van de bodemkwali- teit, vergroten van de biodiversiteit, versterken van het na- tuurnetwerk en natuurlijk de opwek van energie. Na 15 jaar worden de zonnevelden verwijderd en kan het achterge- laten gebied zich doorontwikkelen tot natuurnetwerk. Het Gebieden met mogelijkheden voor koppeling van energie aan andere opgaven INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL 20 21 INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL Impressie van een extensief zonneveld in combinatie met het opzetten van grondwaterpeil om bodemdaling tegen te gaan en verdroging natuurgebied te voorkomen en met het vergroten van biodiversiteit Impressie van een stadsrandzone of pauzelandschap waarbij zonne-energie wordt gecombineerd met een park- en ontmoetingsplek en ruimte voor stadslandbouw. INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL 22 23 INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL In de toekomst aan te leggen houtwallen of andere landschapselementen kunnen gecombineerd worden met (kleinschalige) zonnevelden en evt. windturbines.
Door het goed positioneren van de houtwal- len ten opzichte van de zonnevelden, wordt schaduwwerking gereduceerd en kunnen zon- en windopstellingen ingepast worden in het landschap Bestaande situatie INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL 24 25 INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL is een experimenteel project, waarbij verbetering van biodiversiteit en bodemkwaliteit onderdeel van het onderzoek zijn. Aandachtspunt bij dit concept is de toekomstwaarde van de investering in de aansluiting op het elektriciteitsnet. De toekomstwaarde is hoger in natuurgebieden die grenzen aan stedelijk gebied dan in ruraal gelegen natuurgebieden. Omdat het in gebieden nabij de stad aannemelijker is dat de netaanslui- ting na 15 jaar (deels) weer wordt benut. 3.2 MEERVOUDIG RUIMTEGEBRUIK Niet alleen door de koppeling met andere grote opgaven, die lange gebiedsprocessen zullen vergen, maar ook door meervoudig of dubbel ruimtegebruik na te streven, kan zuinig en efficënt met de ruimte wor- den Dit kan op elk schaalniveau en daar zijn al vele interessante voor- beelden van, die ook in West-Overijssel toepasbaar zijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan parkeerplaatsen met een zonnedak, zonnepanelen op geluidsschermen en zon op daken in combinatie met groendaken, die een bijdrage leveren aan reductie van hitte en vergroten van biodiversi- teit.
Hoewel meervoudig ruimtegebruik enerzijds vaak extra inspanning vraagt en soms de onderzoeks- of experimentele fase nog niet voorbij is (bijv. combinatie van agrarische teelten en zonnepanelen), biedt het anderzijds kansen en mogelijkheden om het ruimtebeslag te beperken en het draagvlak te vergroten. Bestaande situatie Extensieve zonnevelden Nieuwe natuur T=0 Intensief agrarisch gebruik T=1 Extensief zonneveld T=15 Nieuwe natuur T=30 Doorontwikkelde natuur Toevoegen van een of meerdere kleinschalige zonnevelden aan een landgoed. Dit kan een toevoeging vormen aan de al gebruikelijke funcites op landgoederen, zoals natuur, landbouw, wonen en recreatie. Bovendien kan het bijdragen in de onderhouds- en beheerkosten van het landgoed. Belangrijk is dat de energieopwek en inpassing rvan passen bij het karakter en schaal van het landgoed INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL 26 27 INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL Aanbeveling • Benut de koppeling met andere (grootschalige) ruim- telijke opgaven en transities zoveel mogelijk. Ener- gietransitie kan een (financiële) bijdrage leveren aan andere opgaven. Deze aanbeveling kan zowel een rol spelen bij het bepalen van zoekgebieden als bij de verdere uitwerking of afweging van reeds aangewezen zoekgebieden. • Benut en stimuleer zoveel mogelijk meervoudig ruimtegebruik in het kader van efficiënt en duurzaam omgaan met de ruimte.
Dit kan de maatschappelijke acceptatie versterken. Deze aanbeveling kan zowel een factor van belang zijn bij het aanwijzen van zoekge- bieden als relevant bij de verdere uitwerking van reeds aangewezen zoekgebieden. Zon en wind op vuilstort Voorbeelden van meervoudig ruimtegebruik Zon op grote schuurdaken en kleinschalig wind op agrarisch erf Agrarische teelten in combinatie met verticale opstelling zonnepanelen om schaduwwerking te reduceren Zon op kantoordak Zon op daken nieuwbouw Solarpark De Kwekerij, Hengelo Gelderland: zonnevelden in combinatie met uitloopgebied dorp , waterberging en natuur
INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL 28 29 INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL 4. AANSLUITEN BIJ GEBIEDSSPECIFIEKE KENMERKEN Het goed ruimtelijk inpassen van energieopwekking kan ondersteund worden door aan te sluiten bij de gebiedsspecifieke kenmer- ken. De karakteristieken en kwaliteiten van het landschap zijn daarbij het uitgangspunt. Deze willen we behouden en waar mogelijk met de energieopwekking versterken. We maken hierbij onderscheid in 3 leidende thema’s, die achtereenvolgens toegelicht worden: • Landschapstypen en landschappelijk samenhangende deelgebieden • Waardevolle gebieden • Grensoverschrijdende routes Voorbeeld van meervoudig ruimtegebruik: combineren van parkeerterreinen en zonnedaken, bijvoorbeeld bij grootschalige parkeerterreinen op bedrijventerreinen of woonboulevards INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL 30 31 INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL 4.1. LANDSCHAPSTYPEN EN LANDSCHAPPELIJK SAMENHAN - GENDE DEELGEBIEDEN Landschapstypen Sinds 2009 wordt in Overijssel de Catalogus Gebiedsken- merken gebruikt om te bekijken welke ontwikkelingen, op welke schaal, in welk landschapstype passen. De land- schapsanalayse uit de Catalogus blijkt nog steeds een goe- de basis te zijn en in beginsel ook geschikt om toe passen voor de ruimtelijke opgave van energieopwekking.
In 2019 is daarom een uitbreiding van de catalogus opgesteld, spe- cifiek vanuit het perspectief van deze opgave (Energie-op- wekking in de landschappen van Overijssel). Hierin wordt een indeling gemaakt in drie hoofdlandschap- pen: zandlandschap, veenlandschap en kleilandschap, met De landschapstypen zijn middels kaartstudies en werkateliers in verband gebracht met generieke energieconcepten wat heeft geleid tot passende energieconcepten per landschapstype ieder hun onderverdeling in specifieke landschapstypen en bijbehorende ruimtelijke kenmerken. De landschapstypen zijn middels kaartstudies en in werkateliers met gemeenten in verband gebracht met generieke energieconcepten, wat heeft geleid tot passende energieconcepten per landschap- stype. Eén van de conclusies hierbij was dat de schaal van het energieconcept moet passen bij de schaal van het land- schap, zowel voor energieopwekking uit zon als uit wind. Energieconcepten voor het zandlandschap: jon- ge broek- en heideontginningen Energieconcepten voor de hoogveenontginnin- De landschappen van West-Overijssel
INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL 32 33 INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL Voorbeeld van grootschalig energielandschap met structuurontwikkeling (concept 4): Een lijnopstelling van windturbines in combinatie met zonnevelden langs een waterloop in het grootschalige en relatief open jonge heide en broekontginningslandschap. Er wordt een grootschalige nieuwe beplantings(bos)structuur geïntroduceerd en een combinatie met duurzame landbouw, waterber- ging en/of recreatie is mogelijk. Er ontstaat een nieuw robuust landschap met eigen kwaliteiten. 2. zonne-kavel / -cluster met windcluster1. zonne-kavel / -cluster met windlijn 3. grootschalig energielandschap gebiedsontwikkeling 4. grootschalig energielandschap structuurontwikkeling gen en veenkoloniaal landschap Jonge heide- en broekontginningen vormen grootschalige landschappen met open ruimtes, relatief rechte blokverka- velingen, (productie)boscomplexen en laanbeplantingen. Wegen kennen lange rechtstanden (lange rechte lijnen) en vormen sterke geometrische vormen. Erven liggen als blokken aan deze wegen. Door de relatief jonge ontginningen, efficiënte verkavelin- gen en beperkte aanwezigheid van natuurlijke biotopen en landschapselementen lenen deze landschappen zich goed voor grotere opstellingen van wind- en zonne-energie.
Bijvoorbeeld: • (Aaneengeschakelde) zonnevelden binnen de blok- verkaveling, eventueel in combinatie met een windlijn (concept 1) of windcluster (concept 2). Voor een goede inpassing worden landschapsstructuren versterkt of aangebracht. • Ontwikkeling van een grootschalig energielandschap in de vorm van gebiedsontwikkeling (concept 3) of structuurontwikkeling (concept 4) met een concen- tratie van zonnevelden en een windcluster of -lijn. Inpassing door middel van robuuste nieuwe land- schapsstructuren, verbetering van de waterstructuur, evt. in combinatie met recreatieve opwaardering en duurzame landbouw. INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL 34 35 INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL Voorbeeld van dorpsmolen en zonnekavel (concept 3): Gesitueerd bij esdorp in het kleinschalige essen- en oude hoevenlandschap. Deze manier van energieopwekking kan bij relatief kleine dor- pen een rol spelen in het voorzien in eigen energiebehoefte. De dorpsmolen moet qua afmeting passen bij de schaal van het dorp en in silhouet bij het dorp horen (dus niet op te grote afstand). Combinatie met een zonnekavel, bijv. in de vorm van een park met uitloopgebied voor het dorp of ter vergoting van biodiversiteit. 1. zonne-kavel / -cluster met zonne-erf en erf-molens 2. extensieve zonnevelden met zonne-erf en erf-molens 3.
zonne-kavel met dorp-molens Het essen- en oude hoevenlandschap kent historische es- complexen, kampen, erven en boerderijen, onregelmatige verkavelingen met bochtige wegen en wegbeplantingen, bossen op hogere zandgronden, heiderestanten, houtwal- len en eikenhakhoutbosjes. De oude ontginningen grenzen vaak aan de beekdalen. Dit landschap is kleinschalig en afwisselend met een grote rijkdom aan historische elementen en landschappelijke beplantingen. Juist door de vele landschapselementen is inpassing van zonne-energie (en soms windenergie) moge- lijk, mits de schaal van het energieconcept past bij de schaal van het landschap. Bijvoorbeeld: • Een zonneveld dat het kavelpatroon volgt en is inge- past binnen een ‘landschapskamer’ . Houtwallen en boscomplexen worden aangevuld ter versterking van de inpassing. De escomplexen zelf zijn uitgesloten. Afhankelijk van de (historische) waarde kan op erven kleinschalig zon en een kleine molen toegepast wor- den (concept 1). • Extensief multifunctioneel zonneveld, bijv. in combi- natie met natuur, waterberging of extensieve teelten. Het zonneveld volgt het kavelpatroon en is ingepast binnen een ‘landschapskamer’ . Zie verder hierboven (concept 2). • Voor de (kleine) esdorpen ligt er de kans om zelfvoor- zienend te worden, bijvoorbeeld door het plaatsen van een dorpsmolen, eventueel in combinatie met een zonneveld aan de rand van het dorp.
Zonneveld en windmolen passen bij de schaal van het dorp en kunnen gecombineerd worden met andere voorzienin- gen, zoals sportvelden, een park en/of waterberging (concept 3). Energieconcepten voor het zandlandschap: essen- en oude hoevenlandschap, esdorpen INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL 36 37 INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL Voorbeeld van lijnopstelling wind parallel aan lint (concept 1): Grootschalige windpstelling in het grootschalige landschap van veenkoloniën en hoogveenontginning. Een combinatie met land- bouw is zeer goed mogelijk, met toevoeging van een recreatief pad over de onderhoudsweg en verbetering van de oevers ter verhoging van de biodiversiteit. 1, zonne-erven en windlijn parallel achter lint 2. zonne-erven en windlijnen haaks tussen lint 3. energielandschap van zon en wind als structuurverbetering achter of tussen de linten Energieconcepten voor het zeekleilandschap Vanuit linten werd het hoogveengebied via strokenverkave- ling ontgonnen. Wijken werden gegraven voor ontwatering. Een deel van de hoogveengebieden is later afgegraven voor landbouwdoeleinden. Er is een duidelijk onderscheid tussen een fijnmazige ontginningsstructuur en grotere blokverkaveling ontstaan door de ruilverkaveling. Bomen en elzensingels op kavelgrenzen en langs vaarten en wegen doorbreken de grote openheid.
Het grootschalige open ontginningslandschap waar de wind goed vat op heeft is ruimtelijk geschikt voor de opstel- ling van wind in clusters of lijnopstellingen. Bijvoorbeeld: • Windenergie in lijnopstelling parallel aan ontginnings- lijnen. Oude linten worden landschappelijk versterkt door inpassingsmaatregelen rondom erven. Ruime voor zonne-energie rond erven (concept 1) • Windenergie in lijnopstelling haaks op ontginningslijn, vooral in hoogveenlandschappen die sterke schaal- vergroting hebben doorgemaakt.Oude linten worden landschappelijk versterkt door inpassingsmaatregelen rondom erven. Ruime voor zonne-energie rond erven (concept 2) • Ontwikkeling van grootschalig energielandschap in vorm van structuurontwikkeling tussen de linten. Het bestaat uit een lijnopstelling van windturbines en line- aire opstelling van zonnevelden. De ontwikkeling van het energielandschap gaat gepaard met ontwikkeling op vlak van waterberging, recreatie, biodiversiteit en landschap. Grootschalige nieuwe beplantingsstructu- ren zijn niet wenselijk omdat dit niet past in het hoog- veenlandschap (concept 3). INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL 38 39 INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL 1. zonne-kavel en windbaken bij dijkdorpen 2. erf-molens bij terpen Landschappelijk samenhangende deelgebieden Open landschap langs de voormalige Zuiderzeekust.
Het zeekleigebied bestaat uit een terpenlandschap met oude boerderijen. Langs de voormalige Zuiderzeedijk liggen dijkboerderijen en dijkdorpen. Beplanting is gekoppeld aan de dijken, erven en dorpen. Om het waardevolle open landschap te behouden worden de energieconcepten gekoppeld aan de bebouwing. Bij- voorbeeld: • Langs de dijk en de dijkdorpen kunnen zonnekavels ontwikkeld worden. De vorm van de kavel bepaald de vorm en omvang van het zonneveld. Windbakens kunnen bij dorpen ontwikkeld worden, waardoor ieder zeekleidorp een extra oriëntatie aan de dijk krijgt (concept 1). • Boerderijen op terpen kunnen worden voorzien van een windbaken: een kleine windmolen, passend bij de schaal van het erf. De erfturbine draagt bij aan de zelfredzaamheid van oude erven ten tijde van hoog- water. Er is geen ruimte voor de ontwikkeling van een zonne-erf (wel zonnedaken) omdat dit niet past bij de kleine schaal van de terp (concept 2) Energieconcepten voor de laagveenontginningen 1. zonne-kavels 2. zonne-erven Open, nat en laag landschap ontgonnen vanuit ontginning- sassen. In dit gebied kunnen twee vormen onderscheiden worden. Kleinschalig slagenlandschap met elzen- en wil- gensingels op de kavelgrenzen en zeer open veenlandschap zonder opgaande beplanting. Boerderijen liggen langs vaarten en wegen. Dit laagveenontginningslandschap is vooral geschikt voor opwek van zonne-energie.
In het kleinschalige slagenland- schap zullen grootschalige windturbines de bestaande kwaliteiten verstoren en het weidse open landschap is van bijzonder belang voor weidevogels. Mogelijkheden voor zonnevelden zijn bijvoorbeeld: • Zonnevelden in het kleinschalige slagenlandschap volgen de verkaveling in vorm en omvang. Aaneen- schakeling van velden is niet wenselijk in verband met de doorzichten tussen de kavels. Zonnevelden kunnen gecombineerd worden met versterking van de groen- structuur (concept 1) • Ontwikkeling van zonne-erven binnen de erfstructuur, zowel in het kleinschalige slagenlandschap als in het open veenlandschap. Dit gaat gepaard met de verster- king van de erfbeplanting en het meekoppelen van weidevogeldoelstellingen. INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL 40 41 INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL Energieconcepten voor de rivierkleilandschappen Rivierenlandschap met uiterwaarden, zomer- en winterdijk. Oeverwallen met wegdorpen en handelssteden, grillige verkaveling, gevarieerde beplanting en enkele kwekers. Kleiige komgronden met rechte wegen, enkele verspreide boerderijen, enkele productiebossen en grote leegtes. In het rivierenlandschap met de opeenvolging van verschil- lende landschapstypen kan energieopwekking op verschil- lende manieren een plek krijgen.
Uitgangspunt daarbij is dat het onderscheid tussen uiterwaarden, oeverwallen en komgronden herkenbaar blijft of versterkt wordt. • Ruimte voor zonnekavels, zonne-erven en multifunc- tionele zonnevelden. De velden volgen de vorm van de kavels. In de komgronden is het wenselijk de vel- den onder ooghoogte en vrij van hoge beplanting te houden vanwege behoud van openheid. Op de oever- wallen kan met de ontwikkeling van zonnevelden de landschapsstructuur worden versterkt. Uiterwaarden blijven vrij van zonnevelden. Windturbines kunnen als bakens toegepast worden langs de rivier, bijvoorbeeld bij steden, dorpen of bruggen (concept 1). • Wat betreft zonne-energie is dit concept vergelijkbaar met concept 1. In de komgronden kunnen -in plaats van windbakens op deoeverwallen- lijnopstellingen toegepast worden, waarbij de hoofdwetering de aan- 1. zonne-kavels en -cluster met bakens bij dorpen en steden aan de rivier 2. zonne-kavels en -cluster met windlijnen in de komgronden leiding kan vormen (concept 2). INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL 42 43 INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL regionale en provinciale) grenzen overstijgen. Daarom is het van belang om voorstellen voor vooral grootschalige ener- gieopstellingen op verschillende schaalniveaus te bekijken en te zorgen voor onderlinge afstemming.
Aanbeveling • Schaal van het energieconcept moet passen bij schaal van het landschap. Grootschalige clustering van zon en/of wind is meest passend in relatief jonge groot- schalige open landschappen, zoals hoogveenontgin- ningen en jonge heide en broekontginningen. De energieconcepten per landschapstype bieden inpas- sings- en vormconcepten, die goed aansluiten bij de speci- fieke kenmerken. Tegelijkertijd is het van belang om op een hoger schaalniveau de mogelijke energieconcepten met elkaar in verband te brengen en te bekijken hoe deze zich tot elkaar verhouden. Voorkomen moet worden dat teveel verschillende energieconcepten op korte afstand van elkaar worden gesitueerd. Door interferentie van de verschillende energieconcepten en -opstellingen zouden kwaliteit en leesbaarheid van het landschap verloren kunnen gaan. Daarom is een voorstel gedaan voor een meer robuuste onderverdeling in grotere karakteristieke landschappelijke eenheden die een samenhangend geheel vormen en die beter passen bij deze grootschalige opgave. Bijvoorbeeld de IJsselvallei die bestaat uit rivier, uiterwaarden, oeverwallen en komgronden, maar die één landschappelijke eenheid vormt. Of het grootschalige ontginningslandschap tussen Vecht en De Reest.
Hier wisselen veenkoloniaal landschap, jonge heide en broekontginningen en laagveenontginnin- gen elkaar af,maar vanuit het perspectief van de energie- opgave kan het gezien worden als samenhangend geheel, omdat het allemaal jonge ontginningslandschappen zijn. Deze landschappen, die relatief jong zijn en waar menselijk ingrijpen het meest zichtbaar is, zijn grootschalig en effici- ent verkaveld en ontwaterd, waardoor natuurlijke biotopen en landschapselementen verloren zijn gegaan. Ruimtelijk samenhangende deelgebieden kunnen (lokale, • Het komt ruimtelijke samenhang op regionale schaal ten goede als per gebied / landschappelijke eenheid gekozen wordt voor één of beperkt aantal energieconcepten. • Deze energieconcepten moeten onderling vol- doende afstand hebben om te voorkomen dat ruimtelijke interferentie plaatsvindt met mogelijk landschappelijke verrommeling tot gevolg. • Bekijk voorstellen voor energieopwek op verschil- lende schaalniveaus en zorg voor afstemming met de buren.
Voorstel voor indeling in ruimtelijk samenhangende deelgebieden ten behoeve van de energieopgave Grootschalige jonge ontginningen IJsselvallei INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL 44 45 INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL 4.2 WAARDEVOLLE GEBIEDEN Een groot aantal waardevolle gebieden in West-Overijssel overstijgt de gemeentegrenzen en het is daarom van belang ze, in het kader van de energieopgave, op regionaal schaal- niveau te beschouwen. Delen van deze gebieden vallen onder een beperkend regime, zoals Natuur Netwerk Neder- land (NNN), Natura 2000 en Nationale landschappen. Voor- beelden van grote waardevolle gebieden, die een regionale betekenis hebben, en in een aantal gevallen van waarde zijn op nationaal niveau, zijn Wieden-Weerribben, IJsselvallei, Sallandse heuvelrug en Polder Mastenbroek. Vanwege hun bijzondere karakter en waarde voor natuur en recreatie staan deze gebieden op de kaart als uitsluitingsge- bieden en is opstelling van windturbines niet mogelijk. Deze uitsluitingsgebieden beperken zich echter tot de grens van de gebieden zelf, terwijl de impact van energieopwek (en vooral windturbines) op natuur, recreatie en beleving groter is. Het zou daarom goed zijn de gebieden in breder perspec- tief te beschouwen en de invloedssfeer rondom de bijzonde- re gebieden te definiëren.
Ieder natuurgebied kent zijn eigen invloedssfeer, die afhangt van verschillende factoren en waarvan de afmetingen per situatie zullen verschillen. Factoren die hierbij een rol spelen zijn onder andere de schaal van de omgeving (kleinschalig of grootschalig), de verhouding tussen open en meer beslo- ten gebieden en de betekenis van omringende gebieden voor de leefgebieden van plant- en diersoorten in de bij- zondere gebieden zelf. Ook de waarde van het landschap als toeristisch-recreatief product en het type energieopwek (zon of wind) zijn van belang. Voorgesteld wordt om op subregionale schaal te onderzoe- ken wat de invloedssfeer van de specifieke gebieden precies is en wat eventuele mogelijkheden zijn voor energieopwek in deze gebieden. Aanbeveling • Bijzondere en waardevolle gebieden zoveel mogelijk ontzien van energieprojecten. • De invloedssfeer van de specifieke gebieden en even- tuele mogelijkheden voor energieopwek dienen verder onderzocht te worden, waarbij factoren als landschappelijke en ecologische waarden een rol spelen. • Hier liggen kansen om niet alleen te koppelen aan energieopwek, maar als integrale opgave te bena- deren waarbij bijv. het vergroten van biodiversiteit, verrijken met landschapselementen en aanleggen van toeristische routes het gebied verder kunnen versterken. Bijzondere en waardevolle gebieden
INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL 46 47 INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL Voorbeeld van enkele windturbines bij Zutphen als baken langs de IJsselEen helder energieconcept in de invloedssfeer van een waardevol gebied kan de leesbaarheid van het landschap versterken. Bijvoorbeeld bakens van enkele windturbines, gesitueerd bij de steden langs de IJssel, kunnen de herkenbaarheid van de IJsselvallei versterken, mits dit concept consequent in de hele IJsselvallei toegepast wordt.
INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL 48 49 INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL Voorbeeld: Energielandgoed Wells Meer H+N+S Landschapsarchitecten Dit voorbeeld in Limburg, gelegen tussen de grens met Duitsland en het nationaal park de Maasduinen, laat zien dat een energieopstelling binnen de invloedssfeer van een bijzonder en waar- devol gebied een bijdrage kan leveren aan het gebied zelf. Op de plek waar ooit een landgoed lag, is in de loop van de tijd een monotoon agrarische landschap ontstaan. Nu deze agrarische gronden vrijkomen wordt een 400ha groot nieuw energielandgoed ontwikkeld, dat kan voorzien in 50% van het energieverbruik van de gemeente Bergen en dat daarnaast betekenis krijgt voor educatie, recreatie en natuur. Er wordt ook ruimte geboden voor experimenten op het gebied van meervoudig ruimtegebruik. Door de grootschalige opwekking van duurzame energie op één plek te concentreren, blijven aangrenzende waardevolle en kwetsbare gebieden zoals Nationaal Park de Maasduinen en het Maasdal gespaard en wordt een kwaliteitsimpuls gegeven aan het gebied Wells Meer. Naast energieopwekking is er ruimte voor natuurontwikkeling langs de Molenbeek, een recreatief padennetwerk, bezoekerscentrum en energieboulevard en experimenteerruimte voor meervou- dig ruimtegebruik.
INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL 50 51 INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL 4.3 GRENSOVERSCHRIJDENDE ROUTES Infrastructurele netwerken zoals wegen, spoorlijnen en ka- nalen liggen meestal als autonome lijnen in het landschap. Het zijn verbindende structuren, die meestal het lokale, en soms ook het provinciale en zelfs nationale schaalniveau overstijgen. Deze routes kunnen aanleiding zijn voor de plaatsing van windturbines en/of zonnevelden. Niet al- leen vanwege hun ruimtelijke impact, maar ook omdat op deze manier de dynamiek van infrastructuur en energie gebundeld wordt. In West-Overijssel gaat het om de A1, A28, N50, N35, N36, N340 en een aantal spoorlijnen. Ener- gieconcepten, die zich goed lenen voor de koppeling aan infrastructuur, kunnen bijvoorbeeld zijn: lijnopstellingen van windturbines, evt. in combinatie met zon, langs weg of spoor, windopstelling in clusters of als bakens gekoppeld aan bedrijventerreinen langs de snelweg of bij op- en afrit- complexen, zonnepanelen geintegreerd in geluidsscher- men of -bermen en zonnedaken op verzorgingsplaatsen. Omdat het gaat over grensoverschrijdende structuren moet op het niveau van de hele route naar de opgave ge- keken worden en onderzoek gedaan worden. Dat betekent dat er afstemming nodig is tussen verschillende gemeen- ten en, in een aantal gevallen, tussen provincies.
Daarnaast spelen een aantal aandachtspunten en factoren een rol bij de plaatsing van energie, gekoppeld aan infra- strucuurlijnen. Belangrijk is om de opgave niet alleen te be- zien vanuit het perspectief van de weggebruiker, maar ook vanuit de omgeving. Sommige routes zijn bijvoorbeeld zo vanzelfsprekend opgenomen zijn in het landschap, dat ze nu niet opvallen, maar door een lijnopstelling van turbines juist in beeld komen. Aanbeveling • Er liggen kansen voor het koppelen van energieop- stellingen aan hoofdinfrastructuur (weg, water en spoor). • Maak de keuze voor een energieconcept op schaal van de route, bijvoorbeeld windturbines als bakens als principe voor alle op- en afritten of een opstel- ling van lijnen (of lijnstukken) als principe voor de gehele route. • Bepaal de keuze voor een energieconcept zowel vanaf de weg als vanuit de omgeving en kies voor een bijpassende opstellingsvorm. Als weg/ spoor vanuit de omgeving vrijwel onzichtbaar is (door bossen, beplanting of reliëf ), dan kan een opstelling van windclusters gekoppeld aan de stad wellicht beter zijn dan een lijnopstelling langs de weg, waardoor die vanuit de omgeving opeens zichtbaar wordt. Of is een keuze voor zon in plaats van wind logischer. Grensoverschrijdende routes
INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL 52 53 INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL Verschillende opstellingsvormen leveren een onrustig beeld op en vormen geen samenhang met de route. Kies in onderlinge afstemming voor een eenduidig energieconcept op schaal van de route Eenduidige windturbine-opstelling langs de gehele route INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL 54 55 INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL Voorbeeld Windenergie E40, België H+N+S Landschapsarchitecten Op het tracé langs de E40 tussen Gent en Aalst (België) is gekozen voor een ritme van clusters langs de infrabundel met snelweg, spoor en kanaal. De infrabundel ligt onna- drukkelijk in het landschap en zou juist zichtbaar worden door de lange lijnopstelling, die daar aanvankelijk gedacht was. Er zijn twee modellen ontwikkeld. In het eerste model worden de clusters gekoppeld aan bedrijventerreinen langs de snelweg. In het tweede model worden de clusters in het landschap geplaatst en voegt de inpassing zich naar de spe- cifieke landschappelijke kwaliteit. Eén cluster op de kouter (heuvel) in combinatie met landschappelijke verbetering van de lagergelegen beekdalen, één cluster in de open ak- kers en één cluster in nieuwe boscomplexen, die aansluiten bij het bestaande bos.
De windclusters horen op regionale schaal nog steeds bij de infrabundel, maar krijgen een land- schappelijke inpassing en meerwaarde op lokaal niveau. Windclusters gekoppeld aan infrabundel en stedelijke dynamiek Windclusters gekoppeld aan infrabundel en landschappelijke deelgebieden INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL 56 57 INSPIRATIEDOCUMENT - RES WEST OVERIJSSEL Intellectuele eigendomsrechten met betrekking tot uitgaven Alle intellectuele eigendomsrechten met betrekking tot de inhoud, waaronder tekst, geluid en/of beeld, van deze uitgave berusten bij H+N+S B.V. en/of haar licentiegevers. Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van H+N+S B.V. en/of haar licentiegevers, is het niet toegestaan om enige inhoud openbaar te maken en/of te verveelvoudigen. [Voor zover openbaarmaking en/of verveelvoudiging is toegestaan, moet steeds de bron worden vermeld indien dit wettelijk of con- tractueel verplicht is. Commercieel of onrechtmatig gebruik van enige inhoud van deze uitgave is niet toegestaan.] Inspanningsverplichting achterhalen rechthebbenden H+N+S B.V. heeft haar uiterste best gedaan om rechthebbenden van de inhoud, waaronder tekst, geluid en/of beeld, van deze uitgave te achterhalen.
Indien u (mede)rechthebbende bent op enige inhoud en voor het gebruik daarvan niet als (mede)rechthebbende bent genoemd of daarvoor geen toestemming hebt verleend waar die wel vereist was, verzoeken wij u onmiddellijk contact op te nemen via mail@hnsland.nl. Disclaimer ten aanzien van uitgaven H+N+S B.V. heeft uiterste zorg besteed aan de inhoud van deze uitgave. H+N+S B.V. wijst echter iedere vorm van aansprakelijkheid af voor onvolkomenheden of onjuistheden ten aanzien van de inhoud van de uitgave. H+N+S B.V. behoudt zich het recht voor de inhoud van de uitgave te wijzi- gen zonder dit vooraf aan te kondigen. Levering van concepten Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van H+N+S B.V. is het niet toegestaan om enige door H+N+S B.V. geleverde concepten, waaronder concept uitgaven, openbaar te maken en/of te verveelvoudigen. COLOFON Het Inspiratiedocument RES West-Overijssel is opgesteld door H+N+S Landschapsarchitecten en ROM3D Team H+N+S Landschapsarchitecten Nikol Dietz (H+N+S) Rik Olde Loohuis (ROM3D) Beelden Alle beeldmateriaal is vervaardigd door H+N+S en ROM3D Foto’s zijn van Koen Mol, tenzij anders vermeld Datum 17 mei 2021 Projectnummer 2647