CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2b - Toelichting Modelbesluit opheffing RSJ en 7e wijziging GR GGD tbv besluit en zienswijze voorjaar 20

Politieke Markt 10 juni 2025, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Toetreding Regionaal Serviceteam Jeugd (RSJ) IJsselland en GGD IJsselland4.484 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Versie voor colleges van B en W en voor zienswijze gemeenteraden - voorjaar 2025 Toelichting op het Modelbesluit tot opheffing GR RSJ IJsselland en vaststelling van de zevende wijziging van de GR GGD IJsselland 1. Algemene toelichting Voor een algemene toelichting op de aanleiding en achtergronden om te komen tot de zevende wijziging van de gemeenschappelijke regeling (GR) GGD IJsselland wordt verwezen naar de notitie ‘Samen robuust’- Uitwerking richtinggevend bestuursbesluit tot verkenning fusie RSJ en GGD IJsselland (versie 9 april 2025). De argumenten voor en hoofdpunten van de voorgestelde wijzigingen komen kort aan de orde in paragraaf 1.1. Paragraaf 1.2 geeft een toelichting op de verantwoordelijkheidsverdeling tussen de gemeenteraden, colleges en het bestuur van het RSJ en GGD IJsselland m.b.t. de opheffing van de GR bedrijfsvoeringsorganisatie Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland (hierna ook genoemd GR RSJ) en wijziging van de GR GGD IJsselland. In de artikelsgewijze toelichting in hoofdstuk 2 komen de meer technische aspecten van elke wijziging aan bod. 1.1 Argumenten voor en hoofdpunten van de voorgestelde opheffing en wijziging GR’en De GR RSJ wordt door de overgang van de RSJ-taken naar GGD IJsselland overbodig. Dit betekent dat kan worden besloten tot opheffen van de GR RSJ. Tegelijkertijd zal de GR GGD IJsselland aangepast moeten worden.

Om te zorgen voor een naadloze overgang is er voor gekozen om beide besluiten te integreren in één (concept-)model besluit. Opheffing RSJ Artikel 26 van de GR RSJ geeft de kaders voor de opheffing van deze GR. Kortgezegd: - De colleges besluiten tot opheffing van de regeling en de regeling wordt opgeheven wanneer in de vergadering van het bestuur van de GR RSJ blijkt dat tenminste twee derde van de deelnemers tot de opheffing hebben besloten; - In geval van opheffing besluit het bestuur van het RSJ tot liquidatie en regelt deze ook. Het bestuur is ook het orgaan dat het liquidatieplan vaststelt. Dit liquidatieplan moet in ieder geval voorzien in de verplichting van de deelnemende gemeenten tot bijdragen in de financiële gevolgen van de beëindiging van de regeling. En het moet voorzien in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel en de gevolgen voor de door de bedrijfsvoeringsorganisatie gevormde archieven regelen. Het concept liquidatieplan is bijgevoegd, zodat gemeenteraden in de gelegenheid zijn om ook op dit plan hun zienswijze te geven. - De opheffing van de regeling gaat in op een door het bestuur van het RSJ te bepalen ingangsdatum. De datum die hierbij voor ogen staat is 1 januari 2026.

Aanpassing GR GGD IJsselland Bij de aanpassing van de GR GGD IJsselland als gevolg van overkomst van de taken van het RSJ is er voor gekozen om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de belangen, taken en bevoegdheden en de Versie voor colleges van B en W en voor zienswijze gemeenteraden - voorjaar 2025 werkwijze voor het maken van afspraken met gemeenten over de invulling van taken zoals deze zijn opgenomen in de geldende gemeenschappelijke regeling Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland (hierna genoemd: GR RSJ). Op het moment van schrijven van deze wijzigingsvoorstellen was de behandeling van het wetvoorstel ‘Wet verbetering beschikbaarheid Jeugdzorg’ nog niet afgerond. In het wetsvoorstel wordt gesproken over de verplichting om een gemeenschappelijke regeling te treffen (de Jeugdregio) voor een aantal specifiek omschreven taken, o.a. op het gebied van contracteren of subsidiëren van (te bepalen) vormen van jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. Met de wijziging van de GR GGD IJsselland wordt niet op de wetswijziging vooruitgelopen. Dit vereist immers een zorgvuldige en gezamenlijke aanpak, waarbij het van belang is dat duidelijk is wat de wettelijke verplichtingen zijn. Dan kan pas een goede vertaalslag worden gemaakt.

Dit betekent dat wanneer de Wet verbetering beschikbaarheid Jeugdzorg definitief is geworden opnieuw zal worden gekeken of en hoe de gemeenschappelijke regeling van GGD IJsselland hierop aangepast dient te worden. Op hoofdlijnen houdt de wijziging van de GR GGD IJsselland het volgende in: - De belangen waarvoor het samenwerkingsverband is ingesteld worden uitgebreid met taken voor gemeenten op het gebied van Jeugdzorg, die worden uitgevoerd onder de naam RSJ; - Naast de wettelijke taken als GGD (Wet publieke gezondheid) en de taken en bevoegdheden in vrijwillige samenwerking worden de taken van het RSJ als nieuwe ‘soort taken’ opgenomen in de GR GGD. - De colleges van de gemeenten dragen geen bevoegdheden over aan het samenwerkingsverband maar zorgen voor de mandaten, volmachten en machtigingen die nodig zijn om de taken uit te voeren; - De deelnemende gemeenten en GGD IJsselland maken afspraken over de uitvoering van de taken van het RSJ in de vorm van een dienstverleningsovereenkomst; - Voor de taken op het gebied van Jeugdzorg stelt het bestuur een bijdrageregeling vast waarin wordt geregeld op welke wijze en in welke mate de deelnemende gemeenten financieel bijdragen. - De beoogde ingangsdatum van de wijziging is 1 januari 2026. Dit sluit aan op de datum van de beoogde opheffing van de GR RSJ, te weten 31 december 2025.

De taken van het RSJ komen voor het overige te vallen onder het regime van de GR GGD IJsselland. Het is wellicht goed te weten dat bij de aanpassing van de GR’en in 2024 van (o.a.) GGD IJsselland en RSJ IJsselland de wijzigingen al zoveel mogelijk op elkaar zijn afgestemd, waardoor een deel van de bepalingen voor beide regelingen (grotendeels) gelijkluidend is. 1.3 Verantwoordelijkheidsverdeling betrokken besturen Colleges De colleges van burgemeester en wethouders zijn de gemeenschappelijke regelingen aangegaanen besluiten tot opheffing en tot wijziging daarvan. De Wet gemeenschappelijke regelingen geeft aan dat de colleges van de deelnemende gemeenten: 1. eerst de wijzigingen van de regeling in ontwerp toezenden aan hun eigen raad. De raad heeft acht weken gelegenheid om bij het college een zienswijze in te dienen op de voorgestelde wijzigingen. 2. daarna een voorlopig besluit nemen over (de naar aanleiding van de ingediende zienswijzen eventueel aangepaste) ontwerpwijzigingen in de regeling en vervolgens toestemming vragen aan de gemeenteraad voor het wijzigen van de regeling. Na verkregen goedkeuring van de gemeenteraad kan het college de wijzigingen in/opheffing van de regeling vaststellen. De Wet gemeenschappelijke regeling bepaalt (in art.

9 lid 1) dat bij opheffing van de Versie voor colleges van B en W en voor zienswijze gemeenteraden - voorjaar 2025 gemeenschappelijke regeling rekening moet worden gehouden met artikel 1 van de Wet, waarin (o.a.) bovenstaande de zienswijze- en toestemmingsprocedure van raden is geregeld. Gemeenteraden De raden hebben 8 weken de tijd om op de ontwerp-wijziging van de regeling of een voorgenomen opheffing van een regeling een zienswijze in te dienen bij het college. Indien de raden geen aanleiding zien om van deze mogelijkheid gebruik te maken, dienen zij het college hier zo spoedig mogelijk van op de hoogte te stellen, zodat de besluitvorming niet onnodig vertraagd wordt. Wanneer het college, mede op basis van een eventuele zienswijze, een voorlopig besluit heeft genomen moet het toestemming vragen aan de gemeenteraad voor het wijzigen/opheffen van de regeling. De gemeenteraad heeft 13 weken om te beslissen over goedkeuring. Dit is een maximumtermijn, een goedkeuringsbesluit mag ook sneller worden genomen. De raad kan de toestemming alleen onthouden wegens strijd met het recht, of strijd met het algemeen belang. Algemeen bestuur GGD/ Bestuur RSJ Wijziging van de GR vereist besluitvorming in alle colleges en gemeenteraden. Om dit proces te coördineren hebben de colleges, met goedkeuring van de gemeenteraden, in de GR GGD IJsselland de volgende afspraken opgenomen: 1.

Zowel het college van een gemeente als het algemeen bestuur kunnen een voorstel doen tot wijziging van de GR. Ook kan het dagelijks bestuur een voorstel tot wijziging van de regeling voorleggen aan de colleges van de deelnemende gemeenten als het voorstel voortvloeit uit wettelijke verplichtingen en/of uit besluiten van het algemeen bestuur. Als het algemeen bestuur besluit een wijzigingsvoorstel te doen dan legt het dagelijks bestuur dit aan de colleges voor. 2. Een wijziging van de regeling is tot stand gekomen wanneer ter vergadering van het algemeen bestuur blijkt dat de colleges van ten minste twee-derde van de deelnemende gemeenten tot de wijziging hebben besloten. De rol van het bestuur van het RSJ bij opheffing van de GR RSJ is toegelicht in paragraaf 1.2. Gezamenlijke aanpakOm te komen tot een gecoördineerde aanpak voor het opheffen van het RSJ en het opnemen van de taken van de GR RSJ in de GR GGD IJsselland doen beide besturen gezamenlijke voorstellen aan de deelnemende gemeenten Wanneer de GR’en eventuele vragen en/of zienswijzen van de colleges en raden ontvangen kunnen zij , via het algemeen bestuur van de GGD en het bestuur van het RSJ, advies over geven aan de colleges. Eventueel wordt het model-besluit voor de colleges aangepast naar aanleiding van de gestelde vragen en zienswijzen vanuit de colleges en raden.

Dit met het doel collectief een goede afweging te maken en uiteindelijk tot een gelijkluidend besluit van alle colleges te komen. Nadat de colleges, met goedkeuring van de gemeenteraden, de wijzigingen hebben vastgesteld, kunnen zowel het algemeen bestuur als het bestuur van het RSJ een besluit nemen om te constateren, dat is voldaan aan de vereiste meerderheid van ten minste twee-derde van de deelnemende gemeenten en kan het besluit worden gepubliceerd. 2. Artikelsgewijze toelichting Artikel I Dit artikel voorziet in het besluit om de GR RSJ op te heffen. Ook wordt de instemming met het concept-liquidatieplan voor het RSJ hiermee geregeld. Het bestuur van het RSJ is bevoegd het Versie voor colleges van B en W en voor zienswijze gemeenteraden - voorjaar 2025 liquidatieplan vast te stellen op basis van artikel 26 van de GR RSJ. Artikel II Voor een goed overzicht van de veranderingen in de gemeenschappelijke regeling van GGD IJsselland zijn hierna de tekstuele wijzigingen per artikel integraal opgenomen. In de linker kolom is de bestaande te vervangen tekst schuingedrukt opgenomen. In de rechterkolom staat de nieuwe tekst, met vetgedrukt de nieuwe tekstgedeelten en leestekens. Ook is per artikel een korte toelichting opgenomen.

Wijziging artikel 1 – toevoeging definities Bestaande tekst Artikel 1 In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: - algemeen bestuur: het algemeen bestuur als bedoeld in artikel 12 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; - dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur als bedoeld in artikel 14 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; - deelnemende gemeenten: de aan deze regeling deelnemende gemeenten: Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle; - de regeling: de gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland. - gebied: het gezamenlijk grondgebied van de deelnemende gemeenten; - gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie Overijssel; - GGD: GGD IJsselland, het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2, lid 1; - het college: het college van burgemeester en wethouders van een deelnemende gemeente.

- voorzitter: de voorzitter als bedoeld in artikel 18; Nieuwe tekst Artikel 1 In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: - aankoopcentrale: een aankoopcentrale als bedoeld in artikel 1.1 van de Aanbestedingswet 2012; - algemeen bestuur: het algemeen bestuur als bedoeld in artikel 12 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; - college: het college van burgemeester en wethouders van een deelnemende gemeente; - dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur als bedoeld in artikel 14 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; - deelnemende gemeenten de aan deze regeling deelnemende gemeenten: Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle; - gebied: het gezamenlijk grondgebied van de deelnemende gemeenten; - gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie Overijssel; - GGD: GGD IJsselland, het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2, lid 1 - regeling: de gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland; - RSJ Regionaal serviceteam jeugd, onderdeel van GGD IJsselland dat is belast met de uitvoering van de taken genoemd in artikel 5, lid 2; - voorzitter: de voorzitter als bedoeld in artikel 18; Toelichting op wijziging artikel 1 De definities zijn aangevuld met een definitie uit de GR RSJ als toelichting op het begrip ‘aankoopcentrale’.

Vanuit de wens om voor de taken op het gebied van Jeugdzorg de benaming RSJ te blijven hanteren is deze expliciet opgenomen. Het consequenter niet gebruiken van voorzetsels en Versie voor colleges van B en W en voor zienswijze gemeenteraden - voorjaar 2025 het hanteren van alfabetische volgorde van de begrippen resulteert in een verschuiving van de positie van de begrippen ‘college’ en ‘regeling’. Wijziging artikel 3 – toevoeging belang Jeugdzorg Bestaande tekst Artikel 3 GGD IJsselland is ingesteld voor de gezamenlijke behartiging van de belangen van deelnemende gemeenten op met name het terrein van de publieke gezondheidszorg, zulks met inachtneming van hetgeen in deze regeling nader is bepaald met betrekking tot de taken en bevoegdheden van het samenwerkingsverband. Nieuwe tekst Artikel 3 GGD IJsselland is ingesteld voor de gezamenlijke behartiging van de belangen van deelnemende gemeenten op met name het terrein van de publieke gezondheidszorg en de jeugdzorg, zulks met inachtneming van hetgeen in deze regeling nader is bepaald met betrekking tot de taken en bevoegdheden van het samenwerkingsverband. Toelichting op wijziging artikel 3 In verband met overgang van de taken van het RSJ zijn de belangen waarvoor GGD IJsselland is ingesteld uitgebreid met belangen van de deelnemende gemeenten op het terrein van de jeugdzorg.

Wijziging artikel 4 – toevoeging beschrijving belang Bestaande tekst 5. het aantrekken en borgen van geldleningen voor activiteiten waarmee de gemeenten overeenkomstig de besluitvormingsprocedures hebben ingestemd. Nieuwe tekst 5. ondersteuning en uitvoering van de taken van de colleges in het kader van de Jeugdwet, in het bijzonder de inkoop van diensten in het kader van de specialistische jeugdzorg, het contractmanagement, het contractbeheer, monitoring, de uitvoering van regionale inhoudelijke thema’s, tenzij het algemeen bestuur op zwaarwegende gronden anders beslist en uitsluitend met instemming van alle elf gemeenten; 6. het aantrekken en borgen van geldleningen voor activiteiten waarmee de gemeenten overeenkomstig de besluitvormingsprocedures hebben ingestemd. Toelichting op wijziging artikel 4 In dit artikel zijn de belangen uitgebreid met het belang zoals beschreven in artikel 2 van de huidige GR RSJ. Wijziging artikel 5 – toevoeging taken RSJ Bestaande tekst Artikel 5 Ter behartiging van de in artikel 3 bedoelde belangen heeft het samenwerkingsverband, met inachtneming van het bepaalde in artikel 7, de volgende taken en specifieke bevoegdheden: 1. wettelijke taken en bevoegdheden als GGD: a.

het instellen en in standhouden van een Nieuwe tekst Artikel 5 Ter behartiging van de in artikel 3 en 4 bedoelde belangen heeft het samenwerkingsverband, met inachtneming van het bepaalde in artikel 7, de volgende taken en specifieke bevoegdheden: 1. wettelijke taken en bevoegdheden als GGD: a. het instellen en in standhouden van een Versie voor colleges van B en W en voor zienswijze gemeenteraden - voorjaar 2025 gezondheidsdienst als bedoeld in de artikelen 14, eerste lid, en 15 van de Wet Publieke Gezondheid; b. de taken en bevoegdheden, die de Wet Publieke Gezondheid aangeeft voor het bestuur van de gezondheidsdienst; c. het houden van toezicht als bedoeld in hoofdstuk 1 afdeling 4 van de Wet Kinderopvang. 2. taken en bevoegdheden in vrijwillige samenwerking: a. taken op het terrein van gemeentelijke overheidszorg, die gemeenten, collectief of afzonderlijk, aan het samenwerkingsverband opdragen met inachtneming van het bepaalde in artikel 6, leden 2 tot en met 4 b. de bevoegdheid tot het aanwijzen van een gemeentelijk lijkschouwer als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging voor de deelnemende gemeenten. 3. De oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, als bedoeld in artikel 31a van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

gezondheidsdienst als bedoeld in de artikelen 14, eerste lid, en 15 van de Wet Publieke Gezondheid; b. de taken en bevoegdheden, die de Wet Publieke Gezondheid aangeeft voor het bestuur van de gezondheidsdienst; c. het houden van toezicht als bedoeld in hoofdstuk 1 afdeling 4 van de Wet Kinderopvang. 2. taken op het gebied van jeugdzorg, uitgevoerd onder de naam RSJ: a. taken die het RSJ voor de deelnemende gemeenten uitvoert of doet uitvoeren die betrekking hebben op de in artikel 3 en artikel 4 lid 5 genoemde belangen ten aanzien van de jeugdzorg. De uitvoering van deze taken is uitsluitend voorbehouden aan het RSJ, tenzij het algemeen bestuur op zwaarwegende gronden anders beslist en uitsluitend met instemming van alle elf gemeenten; b. het fungeren als aankoopcentrale van de deelnemende gemeenten; c. het beheren van de in het kader van de inkoop gesloten overeenkomsten. De colleges dragen voor deze taken geen bevoegdheden over aan samenwerkingsverband. De colleges dragen er zorg voor dat de deelnemende gemeenten de benodigde mandaten, volmachten en machtigingen geven die GGD IJsselland nodig heeft voor het kunnen uitvoeren van deze taken. 3. taken en bevoegdheden in vrijwillige samenwerking: a.

taken op het terrein van gemeentelijke overheidszorg, die gemeenten, collectief of afzonderlijk, aan het samenwerkingsverband opdragen met inachtneming van het bepaalde in artikel 6, leden 3 tot en met 5 b. de bevoegdheid tot het aanwijzen van een gemeentelijk lijkschouwer als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging voor de deelnemende gemeenten. 4. De oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, als bedoeld in artikel 31a van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Toelichting wijziging artikel 5 Aan dit artikel is een nieuw lid toegevoegd waarin wordt ingegaan op de nieuwe taken en bevoegdheden van de GR GGD IJsselland op het gebied van Jeugdzorg. Voor de tekst is aangesloten bij artikel 10, lid 1, 2 en 3 van de huidige GR RSJ. Dat er geen bevoegdheden worden overgedragen aan het samenwerkingsverband is gebaseerd op de bestaande situatie, zoals ook omschreven in artikel 10 lid 5 en artikel 11 lid 1 van de huidige GR RSJ. Het opnemen van het nieuwe lid leidt tot enkele technische aanpassingen in de vernummering en Versie voor colleges van B en W en voor zienswijze gemeenteraden - voorjaar 2025 verwijzingen binnen artikel 5. Wijziging artikel 6 – toevoeging afspraken over taken RSJ Bestaande tekst. Artikel 6 1.

GGD IJsselland voert periodiek bestuurlijk overleg met de deelnemende gemeenten omtrent de inhoud en het niveau van uitvoering van wettelijke taken, genoemd in artikel 5, lid 1. De inhoud en het niveau van de uitvoering van deze taken worden een keer per bestuursperiode vastgesteld door het algemeen bestuur en jaarlijks geactualiseerd door het dagelijks bestuur. 2. De uitvoering van taken en bevoegdheden in vrijwillige samenwerking, bedoeld in artikel 5, lid 2, a dient de behartiging van de belangen, genoemd in artikel 3; b geschiedt op verzoek van de betreffende gemeente of gemeenten; c wordt schriftelijk vastgelegd tussen GGD IJsselland en de betreffende gemeente of gemeenten. 3. GGD IJsselland stemt jaarlijks met de betrokken gemeenten de uitvoering af van de taken en bevoegdheden in vrijwillige samenwerking genoemd in artikel 5, lid 2. 4. Met betrekking tot de taken en bevoegdheden in vrijwillige samenwerking, bedoeld in de leden 2 en 3, maken GGD IJsselland en de gemeente(n) in ieder geval afspraken over: a de duur en de kosten van de taakuitvoering; b de opzegtermijn van de dienstverlening; c de verrekening van eventuele desintegratiekosten.

Daarbij geldt als uitgangspunt dat de gemeente(n) die de dienstverlening voortijdig beëindigt, de kosten draagt die het rechtstreekse gevolg zijn van die beëindiging en dat de overige gemeenten geen financieel nadeel daarvan ondervinden. Nieuwe tekst Artikel 6 1. GGD IJsselland voert periodiek bestuurlijk overleg met de deelnemende gemeenten omtrent de inhoud en het niveau van uitvoering van wettelijke taken, genoemd in artikel 5, lid 1. De inhoud en het niveau van de uitvoering van deze taken worden een keer per bestuursperiode vastgesteld door het algemeen bestuur en jaarlijks geactualiseerd door het dagelijks bestuur. 2. De deelnemende gemeenten en GGD IJsselland zullen in een dienstverleningsovereenkomst nadere afspraken maken over de taken van het RSJ genoemd in artikel 5, lid 2, alsmede over rapportages en overige informatie die GGD IJsselland beschikbaar moet stellen over de uitvoering van deze taken. 3. De uitvoering van taken en bevoegdheden in vrijwillige samenwerking, bedoeld in artikel 5, lid 3, a dient de behartiging van de belangen, genoemd in artikel 3; b geschiedt op verzoek van de betreffende gemeente of gemeenten; c wordt schriftelijk vastgelegd tussen GGD IJsselland en de betreffende gemeente of gemeenten. 4.

GGD IJsselland stemt jaarlijks met de betrokken gemeenten de uitvoering af van de taken en bevoegdheden in vrijwillige samenwerking genoemd in artikel 5, lid 3. 5. Met betrekking tot de taken en bevoegdheden in vrijwillige samenwerking, bedoeld in de leden 3 en 4, maken GGD IJsselland en de gemeente(n) in ieder geval afspraken over: a de duur en de kosten van de taakuitvoering; b de opzegtermijn van de dienstverlening; c de verrekening van eventuele desintegratiekosten. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de gemeente(n) die de dienstverlening voortijdig beëindigt, de kosten draagt die het rechtstreekse gevolg zijn van die beëindiging en dat de overige gemeenten geen financieel nadeel daarvan ondervinden. Toelichting op wijziging van artikel 6 Voor het maken van afspraken over de uitvoering van de taken van het onderdeel RSJ en de rapportage daarover is in het nieuwe lid 2 aangesloten bij de bestaande werkwijze, zoals omschreven in artikel 10 lid 4 van de huidige GR RSJ. Het opnemen van het nieuwe lid leidt tot enkele technische aanpassingen in de vernummering en verwijzingen binnen artikel 6. Versie voor colleges van B en W en voor zienswijze gemeenteraden - voorjaar 2025 Wijziging artikel 7 lid 1 – onthouden van stemming Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 7 1.

In het geval een gemeente bepaalde taken en bevoegdheden, bedoeld in artikel 5, lid 1 en 2, niet aan GGD IJsselland heeft opgedragen onthouden de leden van het algemeen bestuur van deze gemeente zich van stemming over aangelegenheden die de uitoefening van deze taak en bevoegdheid door GGD IJsselland betreffen. Artikel 7 1. In het geval een gemeente bepaalde taken en bevoegdheden, bedoeld in artikel 5, lid 1, 2 en 3, niet aan GGD IJsselland heeft opgedragen onthouden de leden van het algemeen bestuur van deze gemeente zich van stemming over aangelegenheden die de uitoefening van deze taak en bevoegdheid door GGD IJsselland betreffen. Toelichting op wijziging van artikel 7: Dit betreft een technische aanpassing van de verwijzing in verband met de uitbreiding van de taken in artikel 5. Wijziging Artikel 47 lid 3 – bijdrageregeling taken jeugdzorg Bestaande tekst 3. De ontwerpbegroting vermeldt tevens de naar raming door elke deelnemende gemeente voor het jaar, waarop de begroting betrekking heeft, verschuldigde bijdragen. De berekening van deze bijdragen vindt plaats op basis van het volgende uitgangspunten: a. voor de algemene en de wettelijke taken, genoemd in de artikelen 4 en 5 lid 1 het inwonertal op 1 januari van het jaar, voorafgaand aan dat waarvoor de bijdrage verschuldigd is. b.

het algemeen bestuur kan bepalen dat de kosten voor de taken Jeugdgezondheidszorg en Toezicht Kinderopvang of onderdelen daarvan op een andere wijze over de deelnemende gemeenten worden verdeeld. c. voor de taken in vrijwillige samenwerking, genoemd in artikel 5, lid 2: de bedragen die gemeenten en GGD IJsselland daarvoor hebben afgesproken dan wel het aantal verleende diensten maal het vastgestelde tarief per dienst. Nieuwe tekst 3. De ontwerpbegroting vermeldt tevens de naar raming door elke deelnemende gemeente voor het jaar, waarop de begroting betrekking heeft, verschuldigde bijdragen. De berekening van deze bijdragen vindt plaats op basis van het volgende uitgangspunten: a. voor de algemene en de wettelijke taken, genoemd in de artikelen 4 en 5 lid 1 het inwonertal op 1 januari van het jaar, voorafgaand aan dat waarvoor de bijdrage verschuldigd is. b. het algemeen bestuur kan bepalen dat de kosten voor de taken Jeugdgezondheidszorg en Toezicht Kinderopvang of onderdelen daarvan op een andere wijze over de deelnemende gemeenten worden verdeeld. c. voor de taken op het gebied van jeugdzorg als bedoeld in artikel 5 lid 2 stelt het bestuur een bijdrageregeling vast, waarin in elk geval wordt geregeld op welke wijze en in welke mate de deelnemende gemeenten financieel daaraan bijdragen. d.

voor de taken in vrijwillige samenwerking, genoemd in artikel 5, lid 3: de bedragen die gemeenten en GGD IJsselland daarvoor hebben afgesproken dan wel het aantal verleende diensten maal het vastgestelde tarief per dienst. Toelichting op wijziging van artikel 47 De bekostiging van de taken op gebied van het gebied van Jeugdzorg wordt conform de huidige Versie voor colleges van B en W en voor zienswijze gemeenteraden - voorjaar 2025 situatie geregeld volgens een bijdrageregeling. Het daarvoor ingevoegde lid is overgenomen uit artikel 16 lid 3 van de huidige GR RSJ. Wijziging artikel 48a – geen zienswijze bepaalde begrotingswijzigingen Bestaande tekst Artikel 48a Het algemeen bestuur hoeft begrotingswijzigingen, die niet leiden tot een verhoging van de gemeentelijke bijdrage als bedoeld in artikel 47 lid 3a niet om een zienswijze voor te leggen aan de raden. Nieuwe tekst Artikel 48a Het algemeen bestuur hoeft begrotingswijzigingen, die niet leiden tot een verhoging van de gemeentelijke bijdrage als bedoeld in artikel 47 lid 3a en 3c niet om een zienswijze voor te leggen aan de raden. Toelichting op toevoeging in artikel 48a Ook de huidige GR RSJ kent de bepaling dat er geen zienswijzeprocedure in de richting van de gemeenteraden hoeft te worden gevolgd in het geval van begrotingswijzigingen die niet leiden tot wijziging van de bijdragen van de gemeenten (artikel 18 lid 8).

De aanpassing van de verwijzing naar de bijdrage van de deelnemende gemeenten voor de taken op het gebied van Jeugdzorg in artikel 48a zorgt er voor dat dit blijft gelden voor de overkomende RSJ-taken. Wijziging artikel 49 – aanpassing verwijzing in voorschotbepaling Bestaande tekst Artikel 49 1. De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks voor 16 januari en voor 16 juli telkens de helft van de verschuldigde bijdragen, bedoeld in artikel 47, lid 3, onder a en b. Bij niet tijdige betaling is de wettelijke interest verschuldigd. 2. De deelnemende gemeenten betalen de bijdragen, bedoeld in artikel 47, lid 3, onder c, op basis van facturen, die GGD IJsselland hen daartoe zal toezenden. 3. De gemeenten garanderen GGD IJsselland de betaling van rente, aflossing, boeten en kosten van de in artikel 4, lid 5, bedoelde geldleningen en borgstellingen op basis van de voor de betreffende activiteit geldende financiële verdeelsleutel. Nieuwe tekst Artikel 49 1. De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks voor 16 januari en voor 16 juli telkens de helft van de verschuldigde bijdragen, bedoeld in artikel 47, lid 3, onder a, b en c. Bij niet tijdige betaling is de wettelijke interest verschuldigd. 2.

De deelnemende gemeenten betalen de bijdragen, bedoeld in artikel 47, lid 3, onder d, op basis van facturen, die GGD IJsselland hen daartoe zal toezenden. 3. De gemeenten garanderen GGD IJsselland de betaling van rente, aflossing, boeten en kosten van de in artikel 4, lid 5, bedoelde geldleningen en borgstellingen op basis van de voor de betreffende activiteit geldende financiële verdeelsleutel. Toelichting op wijziging van artikel 49 Door de aanpassing van de verwijzingen in lid 1 komen de deelnemende gemeenten ook voor de overkomende taken van het RSJ onder het regime van het twee keer per jaar betalen van een voorschot voor de verschuldigde bijdrage. De aanpassing van de verwijzing in lid 2 is een technische aanpassing aan de nieuwe indeling van de leden in lid 47. Artikel III Regelt de inwerkingtreding van de wijziging van de GR GGD IJsselland. Het bestuur van het RSJ beslist over de datum van opheffing van de GR RSJ (artikel 26 lid 6). De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2026.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/03d53b4f-a54f-45e0-b5f1-f624ec2f0875?agendaItemId=2e3c129f-1301-42f9-8e18-ecd34a200973