CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Toelichting centrumregeling beschermd wonen en maatschappelijke opvang regio IJssel-Vecht

Politieke Markt 15 oktober 2024, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Centrumregeling beschermd wonen & maatschappelijke opvang regio IJssel-Vecht1.106 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toelichting bij centrumregeling beschermd wonen en maatschappelijke opvang regio IJssel-Vecht Artikel 4 Taken Dit artikel regelt de toekenning van taken aan de centrumgemeente door de regiogemeenten. In de eerste plaats wordt omschreven welke taken in ieder geval dienen te worden opgedragen door de gezamenlijke regiogemeenten. In een dienstverleningsovereenkomst worden deze taken nader beschreven. In artikel 5 wordt verder beschreven wat in deze dienstverleningsovereenkomst tenminste wordt geregeld. Het derde lid biedt de mogelijkheid voor één of meer regiogemeenten om ook andere taken aan de centrumgemeente op te dragen. Dit betreffen taken die niet met alle regiogemeenten gezamenlijk bij de centrumgemeente worden belegd. Ook deze taken dienen ter behartiging van de in artikel 2 gestelde belangen. Deze specifieke taken worden vastgelegd in een separate, specifieke dienstverleningsovereenkomst tussen de betreffende regiogemeente(n) en de centrumgemeente . De 8 afspraken uit de NvO op het gebied van beschermd wonen en maatschappelijke opvang zijn: 1. Gemeenten stellen in regionaal verband een regiovisie op voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang. De regiovisie wordt door elke afzonderlijke gemeenteraad in de regio vastgesteld. 2. De regiovisie komt tot stand in samenspraak met o.a. professionals, (vertegenwoordigers van) inwoners, ervaringsdeskundigen, ketenpartijen. 3.

De regiovisie beschrijft, aanvullend op de in 2016 gemaakte afspraken, hoe gemeenten in regioverband de beschikbaarheid en continuïteit van zorgfuncties voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang borgen. 4. Als, zoals verwacht, het woonplaatsbeginsel voor beschermd wonen wordt ingevoerd, bevat de regiovisie tevens afspraken over de verwerving (via inkoop of subsidiering) van plekken buiten de eigen regio. Deze afspraken houden in elk geval in: goede onderlinge informatie-uitwisseling (elkaar tijdig op de hoogte brengen van plekken elders alsook van uitstroom) evenals goed overleg over de meest geschikte plaats voor een cliënt. 5. De regiovisie beschrijft de wijze waarop lokale toegang verbonden is met de regionale maatschappelijke opvang en regionaal gecontracteerde hulp. 6. De regio’s organiseren in hun regiovisie een niet-vrijblijvende governance, met één onderling overeengekomen en gedragen aanspreekpunt dat extern kan optreden namens de regio. 7. De regio’s verplichten zich tot beperking van administratieve lasten door: • De drie uitvoeringsvarianten in het sociaal domein (inspanningsgericht, outputgericht en taakgericht) consequent toe te passen; • Bij regionale contractering als gemeenten dezelfde contractvoorwaarden en gezamenlijk contractbeheer te hanteren. 8.

Gemeenten vanuit zowel stabiliteit als innovatie inzetten op meerjarige contractering met daarbij ruimte voor innovatieve initiatieven. Artikel 5 Dienstverleningsovereenkomst Deze centrumregeling bevat de hoofdlijnen van de samenwerking tussen de deelnemers. Voor een nadere uitwerking wordt gebruik gemaakt van een dienstverleningsovereenkomst tussen de regiogemeenten gezamenlijk en centrumgemeente. De centrumregeling beschrijft welke onderwerpen tenminste in die dienstverleningsovereenkomst aan de orde dienen te komen. De inhoudelijke afspraken worden in de dienstverleningsovereenkomst vastgelegd, waaronder de hier genoemde nadere uitwerking van taken, verdeelsleutel(s) en verrekening van overschotten en tekorten en het periodiek verstrekken van (financiële) informatie. De colleges van de deelnemers besluiten over het aangaan van de dienstverleningsovereenkomst. Artikel 9 Budgetten Dit artikel beschrijft de wijze waarop de gemeenten de middelen voor de taken rondom beschermd wonen en maatschappelijke opvang ontvangen. Het artikel is zo opgesteld dat het past bij de situatie van nu, waarbij er nog geen sprake is van de implementatie van het objectieve verdeelmodel en doordecentralisatie van de middelen naar de regiogemeenten. Het artikel past echter ook bij de situatie na 1 januari 2025 (of later, afhankelijk van de inwerkingtreding).

Het artikel is toekomstbestendig, beide scenario’s (doordecentralisatie of niet) zijn mogelijk zonder de centrumregeling aan te passen. Artikel 10 Regionale begroting De centrumgemeente ontvangt de historische regionale middelen vanuit het Rijk en verwerkt deze in de begroting van de gemeente Zwolle. Het budgetrecht ligt hiermee bij de Zwolse gemeenteraad. Dit artikel beschrijft verder de wijze waarop de gemeente Zwolle als centrumgemeente rapporteert naar de regio zodat er regionaal afspraken gemaakt kunnen worden over de uitvoering van het historische budget. Artikel 12 Uittreding uit de regeling De centrumregeling is een onverplichte samenwerkingsvorm tussen de deelnemers. Iedere deelnemer kan besluiten tot uittreden. Indien de centrumgemeente besluit tot uittreden, dan zal moeten worden bezien of een andere gemeente de rol van centrumgemeente overneemt, of dat de centrumregeling in het geheel wordt opgeheven. Dit artikel beschrijft in hoofdlijn welke regels in acht worden genomen bij een uittreding van een deelnemende gemeente. Het uitgangspunt is dat de deelnemers gezamenlijk overeenstemming bereiken over een uittredingsplan. Indien die overeenstemming niet tot stand komt, dan wordt vervolgens een onafhankelijke adviseur ingeschakeld. Op basis van dat advies wordt opnieuw overlegd tussen deelnemers, met als uitgangspunt tot overeenstemming te komen.

Het bestuurlijk overleg stelt tenslotte het uittredingsplan vast. In het uittredingsplan zal onder meer aandacht worden besteed aan de financiële gevolgen voor de niet-uittredende gemeenten. Ook worden afspraken gemaakt om de uittreding en uitvoering van het uittredingsplan bestuurlijk, financieel, juridisch en feitelijk in goede banen te leiden. Voor wat betreft de financiële gevolgen die in het uittredingsplan worden onderscheiden gaat het in elk geval om de volgende kostensoorten: a. frictiekosten (eenmalige personele en materiële kosten als gevolg van het uittreden); b. desintegratiekosten (kosten voor afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s); c. direct en op termijn te vervallen kosten (kosten die vervallen bij de uittreding en de daaraan verbonden overname van taken); d. schaalnadelen (kosten die niet wijzigen als gevolg van het uittreden); e. aandeel in reserves en voorzieningen. Artikel 16 Evaluatie Er wordt voor gekozen om op voorhand geen specifieke afspraken te maken over evaluatie van de regeling, zoals een periodieke evaluatie. In plaats daarvan wordt vastgesteld, dat het bestuurlijk overleg kan besluiten om de regeling of één of meer onderdelen daarvan te evalueren. De evaluatiebepaling is bedoeld en geformuleerd als een open bepaling.

Dat wil zeggen: deze biedt ruimte voor verschillende aanleidingen en/of verzoeken van één of meer raden, colleges of andere bestuursorganen (inspecties, ministeries, provincie) om te evalueren. Het bestuurlijk overleg zal daarop een besluit nemen om de regeling of één of meer onderdelen daarvan al dan niet te evalueren. Als het bestuurlijk overleg tot evaluatie besluit zal het bestuurlijk overleg een evaluatievoorstel aan de deelnemende colleges voorleggen. Het is goed om te benadrukken, dat ook elke gemeenteraad (of meerdere raden gezamenlijk) een evaluatieverzoek kan (kunnen) richten aan het Bestuurlijk overleg van de GR. Dit kan in de praktijk via het college verlopen, wat goed past binnen de bestuurlijke verhoudingen en de principes van ‘verlengd lokaal bestuur’, maar ook een rechtstreeks verzoek is mogelijk. De concrete vorm en diepgang van de evaluatie worden aan het bestuurlijk overleg overgelaten. De insteek is wel, dat een evaluatie zo spoedig mogelijk daarna gaat starten, maar de duur ervan hangt af van onderwerp, breedte, diepgang en vorm, die samen met de colleges worden ingevuld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/56b568f4-7319-4a60-a4a6-581c60ecd780?agendaItemId=c7ce908d-7265-43a6-bf52-97a6cf0f5e68