CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Indiener 3 opm 66 - 90.pdf

Politieke Markt 14 april 2020, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Bestemmingsplan loswal Giethoorn2.292 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Wertheim advocatuur b.v. .-A ***A A-IF-AAA overheid • • • ruimtelijke ordening • • • milieu waarom in planvoorschrift 6.4.2 pontons worden genoemd, terwijl deze bestemming op gronden ligt die tot het vaste land behoren en niet tot het water. (58) De afwijkingsmogelijkheden van planvoorschrift 6.5.1 (verhoging van het aantal laad- en losbewegingen per jaar) moeten geschrapt worden. De ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan, bijvoorbeeld op het vlak van de te verwachten geluidhinder, zijn niet onderzocht. (59) De loswal binnen deze bestemming is een nieuw bedrijventerrein. Voor een nieuw bedrijventerrein dient ingevolge artikel 2.3.2, lid 1, Omgevingsverordening Overijssel de behoefte te worden aangetoond door middel van een actueel onderzoek bedrijventerreinen (in de zin van artikel 2.3.1). Zo'n onderzoek is hier ten onrechte niet verricht. (60) De natuuronderzoeken zijn ondeugdelijk; daarop zal hierna worden ingegaan. Gelet hierop kan niet worden gesteld dat de loswal niet leidt tot strijd met artikel 2.7.3, lid 4, Omgevingsverordening Overijssel. 11.5 Artikel 7 Water (61) Cliënten verzetten zich tegen de loswal en de watersportvoorzieningen van planvoorschrift 7.1.1, onderdelen c en e. Watersportvoorzieningen, buiten het gewone verkeer te water, zijn hier nieuw en niet passend. Voor de bezwaren tegen de loswal wordt ook verwezen naar wat hierboven al is opgemerkt.

(62) Voor planvoorschrift 7.4.1, resp. planvoorschrift 7.5.1, gelden mutatis mutandis de bezwaren die bij randnummer (56) en (57), resp. (58) hierboven al uiteen zijn gezet. (63) De loswal binnen deze bestemming is een nieuw bedrijventerrein. Voor een nieuw bedrijventerrein dient ingevolge artikel 2.3.2, lid 1, Omgevingsverordening Overijssel de behoefte te worden aangetoond door middel van een actueel onderzoek bedrijventerreinen (in de zin van artikel 2.3.1). Zo'n onderzoek is hier ten onrechte niet verricht. (64) De natuuronderzoeken zijn ondeugdelijk, zoals hierna zal worden aangetoond. Gelet hierop kan niet worden gesteld dat de loswal niet leidt tot strijd met artikel 2.7.3, lid 4, Omgevingsverordening Overijssel. 11.6 Hoofdstuks (65) Planvoorschrift 15.3 dient geschrapt te worden. Op de ruimtelijke aanvaardbaarheid wordt in de plantoelichting niet ingegaan. Evenementen zijn hier niet passend. 12 Soortenbescherming (66) Cliënten zijn bevreesd voor verstoring van de flora en fauna in hun directe leefomgeving als gevolg van de loswal. pagina 15/20

Wertheim advocatuur b.v. ...A ***A A-IF-AAA overheid • • • ruimtelijke ordening • • • milieu (67) Bij de stukken is een Rapportage quickscan flora & fauna, Wet natuurbescherming, Loswal Kerkweg, Giethoorn d.d. 19 maart 2019 (hierna: Quickscan flora & fauna) gevoegd. Om te beginnen verwijzen cliënten naar de bijgevoegde second opinion van Arcadis (productie 10) over die Quickscan flora & fauna. De inhoud van de second opinion dient hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd. (68) Cliënten wijzen voorts op het volgende. (69) De Quickscan flora & fauna is ondeugdelijk, althans onvoldoende diepgravend om te kunnen concluderen dat de soortenbescherming van hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming niet aan de uitvoerbaarheid van het Qntwerp in de weg staat. (70) Zo is blijkens Quickscan flora & fauna, p. 11, slechts één verkennend veldonderzoek verricht. Dat is te weinig. (71) Volgens de Quickscan flora & fauna, § 6.4, p. 14, valt een vleermuisonderzoek buiten het kader van een quickscan. De aanwezigheid van vaste rust- en/of verblijfplaatsen van vleermuizen in of direct nabij het projectgebied is niet aannemelijk, zo wordt gesteld. Echter, uit de hierna nader te bespreken Voortoets Wet natuurbescherming (b_NL.IMRQ.1708.GHNLoswalBP-QN01_TB2) van Gras Advies d.d. 6 december 2019 (Voortoets), p.

24, is er potentieel leef- of foerageergebied van de meervleermuis aanwezig in de watergang langs de Kerkweg. Dat staat dus haaks op de bewering uit de Quickscan flora & fauna. Het plangebied ligt midden in een doorgang en foerageergebied van vleermuizen: vgl. productie 4, p. 30, de linker luchtfoto met blauw kader. (72) Volgens de Quickscan flora & fauna, § 6.4, p. 14, is een nader onderzoek naar beschermde vleermuizen of een ontheffingsaanvraag niet nodig als de activiteiten enkel overdag plaatsvinden en er geen nachtelijke verlichting wordt toegepast. Er wordt ten onrechte niet ingegaan op de vraag of er andere vormen van verstoring waarvoor ontheffing nodig is, kunnen optreden. Terzijde: in de praktijk zal de eis dat de activiteiten enkel overdag plaatsvinden zonder nachtelijke verlichting, niet gehandhaafd (kunnen) worden. Dat is de afgelopen jaren al gebleken; zie productie 6, p. 48, categorie 4. (73) in de Q uickscan flora & fauna wordt bovendien voorbijgegaan aan het feit dat van de 16 vogelsoorten van de Rode lijst er 14 op en nabij het plangebied van het Qntwerp broeden en door onafhankelijke vogelaars waargenomen zijn; vgl. productie 4, p. 34a. 13 Gebiedsbescherming (74) Cliënten zijn bevreesd voor aantasting van Natura 2000. Zij wonen direct tegen Natura-2000- gebied De Wieden aan. Qok de loswal ligt daartegenaan. pagina 16/20

Wertheim advocatuur b.v. A ***A A-][-AAA overheid • • • ruimtelijke ordening • • • mil ieu 13.1 MER-plicht (75) Volgens de Voortoets, p. 6, genereert het toekomstige gebruik van de loswal een maximale stikstofdepositie van 0,11 mol/ha/jr in het Natura 2000-gebied De Wieden. In de Voortoets, t.a.p., wordt vervolgens overwogen: "Dit kan gecompenseerd worden middels extern salderen. De stikstofemissie en daarmee -depositie in de toekomstige gebruiksfase is lager dan het huidig gebruik van de naastgelegen molen aan de Kerkweg 50A (met 30% mindering). Indien de emissie van het huidig gebruik van de molen wordt afgetrokken van de emissie van de toekomstige gebruiksfase van de loswal resulteert dit in een netto vermindering van stikstofemissie en daarmee -depositie in Natura 2000-gebieden. De voorgenomen ontwikkeling levert daarmee voldoende reductie op om de toekomstige gebruiksfase extern te kunnen salderen. Van significant negatieve effecten m.b.t. stikstof is als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling op instandhoudingsdoelen voor Natura 2000-gebied De Wieden of andere Natura 2000- gebieden geen sprake. (...) Advies Aanbevolen wordt om: • Deze toetsing voor te leggen aan het bevoegde gezag, in dit geval Provincie Overijssel. • Een vergunning Wet natuurbescherming onderdeel Gebiedsbescherming m.b.t.

het aspect stikstof aan te vragen voor de gebruiksfase van de loswal om middels het toepassen van extern salderen de netto stikstofdepositie in de toekomstige gebruiksfase t verlagen tot maximaal 0,00 mol/ha/jr. • De beperkingen met betrekking tot het gebruik van de loswal, waaronder het maximum aantal laad/los-bewegingen en beperking van het gebruik van de loswal tot de uren met daglicht op te nemen in het bestemmingsplan." (76) Uit de Voortoets blijkt dat zonder extern salderen significant negatieve effecten optreden. Dat externe salderen geschiedt blijkens de Voortoets, p. 23, door de gasgestookte installaties in de molen te verwijderen en te vervangen door een totaal elektrische installatie. De mindering in stikstof uitstoot en daarmee -depositie door het verwijderen van gasgestookte installaties wordt gebruikt als externe saldering voor het legaliseren van de activiteiten aan de loswal. (77) Ingevolge artikel 2.8, lid 1, van de Wet natuurbescherming (Wnb) maakt het bestuursorgaan voor een plan als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid een passende beoordeling van de gevolgen voor het Natura 2000-gebied, rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen voor dat gebied.

Op grond van het derde lid stelt het bestuursorgaan het plan uitsluitend vast indien uit de passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Ingevolge lid 4 kan, in afwijking van het derde lid, ondanks het feit dat uit de passende beoordeling de vereiste zekerheid niet is verkregen, het plan worden pagina 17/20

Wertheim advocatuur b.v. .--A ***A A-lf-AAA overheid • • • ruimtelijke ordening • • • milieu vastgesteld, onderscheidenlijk de vergunning worden verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a. er zijn geen Alternatieve oplossingen; b. het plan, onderscheidenlijk het project, bedoeld in het eerste lid, is nodig om Dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en c. de nodige Compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van Natura 2000 bewaard blijft. (78) Het extern salderen door overschakeling op een volledig elektrische installatie is te zien als een zogeheten mitigerende oftewel beschermingsmaatregel.® Beschermingsmaatregelen mogen echter niet in een voortoets worden meegenomen; dat kan enkel in een passende beoordeling. In dit geval kan dus niet uit een voortoets, maar hooguit uit een passende beoordeling de zekerheid worden verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van de hier relevante Natura-2000- gebieden niet zal aantasten. De plicht tot het verrichten van een passende beoordeling brengt ven/olgens de plicht tot het opstellen van een milieueffectrapport met zich. Dat volgt uit artikel 7.2a, lid 1, Wet milieubeheer. Ten onrechte is er in dit geval geen milieueffectrapport opgesteld.

(79) Bovendien is niet verzekerd dat de overschakeling op een volledig elektrische installatie zal plaatshebben. Dat is immers nergens in de planvoorschriften geregeld. Daarmee staan de mitigerende effecten van deze beschermingsmaatregel niet vast.'* U maakt hier dus dezelfde, door de Raad van State gewraakte fout als in de zaak van Hotel De Harmonie.® (80) Overigens is denkbaar dat uit de passende beoordeling niet de zekerheid zal worden verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Dan zal het plan alleen kunnen worden vastgesteld als aan de voorwaarden van de ADC-toets wordt voldaan. Aan die voorwaarden kan in het onderhavige geval niet voldaan worden, reeds omdat de loswal evident niet nodig is om dwingende redenen van groot openbaar belang, maar ook omdat er alternatieve oplossingen voorhanden zijn. (81) Bij dit alles benadrukken cliënten dat voor de nu voorziene activiteiten op de loswal, voor zover hun bekend, niet eerder een Wnb-vergunning is verleend. Dat geldt ook voor de plaatsing van bolders in augustus 2011 (vgl. productie 7, p. 53). Er is dus geen sprake van bestaand gebruik. De met het Ontwerp voorziene situatie zal dus als nieuwe situatie beoordeeld moeten worden. 3 Vgl. ABRS 29 mei 2019, http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2019:1603. r.o. 7.1. " Vgl. ABRS 29 mei 2019, r.o. 11.7.

5 Zie ABRS http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2019:4440, r.o. 33.4. pagina 18/20

Wertheim advocatuur b.v. .__A ***A A-IF-AAA overheid • • • ruimtelijke ordening • • • milieu 13.2 Effectbeoordeling gebruiksfase (82) In hoofdstuk 7 van de Voortoets wordt ingegaan op de effectenbeoordeling van de gebruiksfase. Los van wat hierboven al is opgemerkt, is dat hoofdstuk 7 ondeugdelijk. Cliënten wijzen om te beginnen op de bovengenoemde second opinion van Arcadis. (83) Cliënten wijzen voorts op het volgende. (84) Er is per 14 januari 2020 een nieuwe versie van Aerius. De berekeningen uit de Voortoets zullen voorafgaand aan de eventuele vaststelling van het bestemmingsplan moeten worden geactualiseerd. (85) Met de vaartuigen met verbrandingsmotoren die aanleggen aan de pontons is ten onrechte in de Aerius-berekeningen geen rekening gehouden. Weliswaar spreken de planvoorschriften van elektrisch voortgedreven pontons, maar andere vaartuigen zijn, zoals hierboven is aangetoond, niet uitgesloten. Terzijde; elektrisch aangedreven pontons zijn in Giethoorn niet voorhanden. De zeer zware ladingen die de pontons zullen gaan verplaatsen, vergen bovendien verbrandingsmotoren, met zeer forse vermogens. In zoverre is het Ontwerp dus reeds niet uitvoerbaar. De huidige vervuiling en uitstoot van de buitenboordmotoren die voor laden en lossen hier gebruikt worden, zijn in geen enkel opzicht te vergelijken met de elektrische rondvaartboten en fluisterbootjes.

(86) In de Voortoets, p. 23, wordt gesteld dat de toename van vaar- en vrachtwagenbewegingen niet significant is in verhouding tot het huidige, intensieve vaar- en wegverkeer door omwonenden, ondernemers en recreanten. Het vaarverkeer door recreanten vindt vrijwel alleen met elektrisch aangedreven motoren plaats. Zoals in de vorige alinea is opgemerkt, kunnen aan de pontons langs loswal vaartuigen met verbrandingsmotoren aanmeren, nu dat in de planvoorschriften niet is verboden. In zoverre is de toename van de vaarbewegingen wel significant in verhouding tot het bestaande vaarverkeer. (87) Ten onrechte is in tabel 7.2 van de Voortoets gekozen voor een laadschop vanaf 2015. Dat jaartal is echter in het Ontwerp niet voorgeschreven. Denkbaar zijn dus oudere laadschoppen (en oudere andere apparaten met verbrandingsmotor), met een hogere emissie, dan waarmee nu gerekend is. In de Voortoets wordt bovendien slechts één vorm van laden en lossen beschouwd en die vorm weerspiegelt bovendien ook slechts de minimale dagelijkse belasting. (88) De molen is al enige tijd niet in gebruik en mag dus, anders dan in de Voortoets, p. 23, niet als bestaand gebruik worden meegenomen. pagina 19/20

Wertheim advocatuur b.v. .__A-—***A A-IF-AAA overheid • • • ruimtelijke ordening • • • milieu (89) In het Bestemmingsplan Giethoorn 2017, Plantoelichting, bijlage Natuurtoets Bestemmingsplan Giethoorn, Dwarsgracht en Jonen (Gemeente Steenwijkerland), d.d. 12 maart 2012, p. 26, wordt overwogen: "De vraag is of capaciteitsuitbreiding in Giethoorn, Dwarsgracht en/of Jonen in combinatie met andere plannen, zoals herinrichting van recreatieterreinen en functiewijziging van agrarische bedrijven, leidt tot een zodanige verhoging van de recreatiedruk, dat negatieve effecten op moerasbroedvogels in De Weerribben en De Wieden op kunnen treden. In het geval van de meest kritische soort. Roerdomp, moet een klein effect - indien meetbaar - beschouwd worden als een significant negatief effect, omdat in de huidige situatie de instandhoudingsdoelen niet gehaald worden. In De Weerribben zijn 5-8 paar aanwezig en is het instandhoudingsdoel 10; in De Wieden zijn 15-25 broedparen aanwezig en is het instandhoudingsdoel 30 (Van der Hut et al. 2011, Van Dijk et al. 2013)" (90) De roerdomp broedt op en in de buurt van het gebied van het nu bestreden Ontwerp en wordt hier regelmatig waargenomen; vgl. productie 4, p. 34. Als een extra loswal voor Giethoorn al noodzakelijk zou worden geacht, zou gezocht moeten worden naar een locatie waar de roerdomp niet voorkomt.

14 Conclusie (91) Gelet op het bovenstaande dient uw gemeenteraad af te zien van vaststelling van het bestemmingsplan Giethoorn-Loswal Kerkweg. 'encfèlijke groet, • y/ R.S. Wertheim pagina 20 / 20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/a3d036d0-24d8-4f2b-b072-e3ed95591fc8?agendaItemId=29480ce0-580c-4e66-8a50-2557dbed4781