Bijlage 2 - Ecologische quickscan.pdf
Tekst van het document
Ecologische quickscan Nicolaas Ter Maethstraat 2 Steenwijk 1 Ecologische Quickscan Nicolaas ter Maethstraat 2 Steenwijk
Ecologische quickscan Nicolaas Ter Maethstraat 2 Steenwijk 2 Alcedo Natuurprojecten heeft dit rapport opgesteld in opdracht van RooBeek Advies. Daarmee is dit rapport eigendom van bovengenoemde opdrachtgever. Niets uit deze rapportage mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, microfilm, fotokopie, of welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Alcedo Natuurprojecten. Het is ook niet toegestaan dit rapport zonder toestemming te gebruiken voor enig ander werk dan waarvoor dit product is ontwikkeld. Alcedo Natuurprojecten is niet aansprakelijk voor gevolgschade of schade welke voortvloeit uit toepassingen van resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Alcedo Natuurprojecten; opdrachtgever vrijwaart Alcedo Natuurprojecten van aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Ecologische Quickscan Nicolaas Ter Maethstraat 2 8331 KM, Steenwijk E.J. Ruiter
Ecologische quickscan Nicolaas Ter Maethstraat 2 Steenwijk 3 Colofon Ecologische Quickscan Nicolaas Ter Maethstraat 2 8331 KM, Steenwijk Auteur: Evert Ruiter Opdrachtgever: RooBeek Advies Nautilusstraat 7b 7821 AG, Emmen Contactpersoon: Marcel Beek, marcel@roobeek-advies.nl Opdrachtnemer: Alcedo Natuurprojecten Cornelis Houtmanstraat 10 8023 EA Zwolle Contactpersoon: Evert Ruiter, info@alcedo-natuurprojecten.nl Uitvoer onderzoek: Henk Mellema Projectcode: 2020 – 075 Rapportcode: 2020 – 073 Datum: 11 november 2020 Status: Concept Te citeren als: Ruiter E.J. 2020. Ecologische Quickscan Nicolaas Ter Maethstraat 2 Steenwijk, Alcedo Natuurprojecten rapport 2020 – 073. In opdracht van: RooBeek Advies Ecologische quickscan Nicolaas Ter Maethstraat 2 Steenwijk 4 Inhoud 1. Inleiding 5 1.1. Aanleiding 5 1.2. Doel 6 1.3. Leeswijzer 6 2. Onderzoeksmethode 7 2.1. Algemene opzet en werkwijze 7 2.2. Bronnenonderzoek 7 2.3. Oriënterend terreinbezoek 7 2.4. Volledigheid van het onderzoek 8 2.5. Verantwoording 8 3. Wettelijk kader 9 3.1. Algemeen 9 3.2. Doelstelling van de Wnb 9 3.3. Welke soorten worden beschermd 9 3.4. Zorgplicht 10 3.5. De verbodsbepalingen 11 3.6. Beschermingsregimes ` 12 3.7. Natuur Netwerk Nederland 13 3.8. Natura 2000 14 4. Beschrijving locatie en ingreep 16 4.1. Beschrijving locatie 16 4.2. Beschrijving ingreep 17 5. Resultaten 18 5.1. Veldbezoek 18 5.2. Flora 18 5.3.
Grondgebonden zoogdieren 18 5.4. Vleermuizen 18 5.5. Vogels 19 5.6. Amfibieën, reptielen en vissen 20 5.7. Dagvlinders, libellen en overige ongewervelden 20 6. Toetsing aan de Wnb 21 7. Conclusies en aanbevelingen 22 8. Bronvermeldingen 23 Bijlage 1: Foto overzicht 24 Ecologische quickscan Nicolaas Ter Maethstraat 2 Steenwijk 5 1. Inleiding 1.1. Aanleiding en vraag Initiatiefnemer is voornemens om aan de Nic olaas ter Maethstraat 2 in Steenwijk een voormalig bibliotheekgebouw af te breken om ter plaatse nieuwbouw in de vorm van een appartementencomplex te kunnen realiseren. De voorgenomen ingreep, het afbreken van drie verouderde stallen, kan betekenen dat er middels de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde diersoorten in het gedrang komen. Daarbij valt te denken aan gebouw -bewonende vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen. Een onderzoek zal moeten uitwijzen of dit ook daadwerkelijk het geval is. Daartoe zal een ecologische quickscan moeten worden uitgevoerd. De resultaten van deze quickscan kunnen bepalend zijn voor vervolgonderzoek op basis van het vleermuisprotocol en/of kennisdocumenten. De initiatiefnemer, vertegenwoordigd door RooBeek Advies , heeft het ecologisch adviesbureau Alcedo Natuurprojecten uit Zwolle verzocht deze ecologische quickscan uit te voeren. In deze rapportage wordt uiteengezet hoe de opdracht is uitgevoerd en wat de conclusies daarvan zijn.
De ecologische quickscan is uitgevoerd op basis van de vraag: wat is het effect van de voorgenomen ingreep op de aanwezig flora en fauna? 1.2. Doel Het doel van het onderzoek, de ecologische quickscan, is het controleren en onderzoeken van de locatie op de aanwezigheid van middels de Wnb beschermde diersoorten en het uitbrengen van advies ten aanzien van eventuele vervolgstappen. Het uitgevoerde onderzoek is samen te vatten in zes vragen: 1. Welke beschermde soorten, zoals genoemd in de Wnb zijn op de locatie aanwezig? 2. Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze beschermde soorten? 3. Worden bij uitvoer van de voorgenomen plannen verbodsbepalingen van de Wnb overtreden? 4. Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? 5. Is vervolgonderzoek noodzakelijk? 6. Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een ontheffing van de Wnb aan te vragen bij de provinciale overheid. Ecologische quickscan Nicolaas Ter Maethstraat 2 Steenwijk 6 1.3. Leeswijzer In dit hoofdstuk is beschreven hoe dit onderzoek, het uitvoeren van ecologisch onderzoek in het kader van soort- en gebiedsbescherming, tot stand is gekomen en werd de doelstelling vertaald naar onderzoeksvragen. In hoofdstuk 2 wordt de onderzoeksmethodiek besproken. In hoofdstuk 3 wordt het wettelijk kader uiteengezet.
In hoofdstuk 4 volgt een algemene beschrijving van de onderzochte locatie en de voorgenomen ingrepen. In hoofdstuk 5 volgt de synthese van de resultaten en wordt een effectentoetsing uitgevoerd op beschermde soorten in het kader van de WNB. In hoofdstuk 6 volgt een effectentoetsing op de gebiedsbescherming Wnb. In hoofdstuk 7 volgen de conclusies en aanbevelingen met eventuele mitigerende maatregelen en wordt de eventuele noodzaak aangegeven tot vervolgonderzoek. Hierna volgen de geraadpleegde bronnen en bijlagen met een foto impressie van de onderzochte locatie. Ecologische quickscan Nicolaas Ter Maethstraat 2 Steenwijk 7 2. Onderzoeksmethodiek 2.1. Algemene opzet en werkwijze Dit onderzoek betreft een quickscan. Op basis van een grondig onderzoek op locatie is een inschatting is gemaakt van de (potentiële) aanwezigheid van en mogelijke nadelige effecten op beschermde diersoorten. Deze inschatting is gemaakt op basis van parate kennis van soorten en expert judgement. Vervolgens is een inschatting gemaakt van te verwachten negatieve effecten op de (potentieel) aanwezige beschermde soorten. De mogelijk negatieve effecten zijn getoetst aan de Wnb. 2.2. Bronnenonderzoek Het bronnenonderzoek gaat uit van bestaande en beschikbare gegevens.
Voor een actueel overzicht van beschermde soorten die in de regio voorkomen zijn verspreidingsgegevens van internetmedia en diverse verspreidingsatlassen van relevante soortgroepen en (jaar)verslagen van Particuliere Gegevens-beherende Organisaties (PGO’s) geraadpleegd (zie geraadpleegde bronnen). 2.3. Oriënterend terreinbezoek De locatie is op 2 oktober 2020 bezocht. Het bezoek vond overdag plaats onder matige weercondities. Tijdens dit bezoek is op basis van de opdrachtgever aangeleverde gegevens zoveel mogelijk concrete informatie te verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde planten- en diersoorten, o.a. via zicht- en gehoorwaarnemingen, sporenonderzoek, nesten, holen, uitwerpselen, enzovoorts. Ook is de wijde omgeving van het plangebied bekeken en een inschatting gemaakt van hoe dieren de locatie en het omliggende terrein kunnen gebruiken als plaats om te foerageren, er langs te trekken, er te rusten of het anderszins te benutten. 2.4. Volledigheid van het onderzoek Gedurende het veldonderzoek wordt een inschatting van een gebied gemaakt, maar met een dergelijk veldonderzoek is het nooit zeker dat alle aanwezige soorten ook daadwerkelijk waargenomen (kunnen) worden. Een ervaren veldbioloog kan wel een goede inschatting maken van de kans dat beschermde soorten een plangebied benutten.
Dit gebeurt aan de hand van parate kennis van beschermde soorten, hun habitatvoorkeur, ecologie en op basis van vooronderzoek m.b.t. de te onderzoeken locatie. Op basis van het veldbezoek, bronnenonderzoek en eventueel overleg met de eigenaar wordt er een goede inschatting is gemaakt van het voorkomen van beschermde soorten. Ecologische quickscan Nicolaas Ter Maethstraat 2 Steenwijk 8 2.5. Verantwoording Het veldwerk is uitgevoerd door Henk Mellema en de rapportage geschreven door Evert Ruiter, werkzaam vanuit Alcedo Natuurprojecten uit Zwolle. Alle in het rapport gebruikte foto’s zijn gemaakt door Henk Mellema, tenzij anders vermeld. Ecologische quickscan Nicolaas Ter Maethstraat 2 Steenwijk 9 3. Wettelijk kader 3.1. Algemeen De bescherming van planten- en diersoorten is in Nederland geregeld in de Wet natuurbescherming (verder te noemen Wnb). Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden en beschermt ruim 900 soorten in Nederland in het wild voorkomende planten- en diersoorten. Deze wet vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet en de Boswet. 3.2. Doelstelling van de Wnb • het beschermen en ontwikkelen van de natuur; • het behouden en herstellen van biologische diversiteit; • het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur en het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen.
De Wet natuurbescherming benoemt niet welke concrete activiteiten wel of niet zijn toegestaan. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten. Dit betekent in de praktijk dat het gaat om het effect van uw activiteiten op beschermde soorten. Heel vaak gaan activiteiten en werkzaamheden en de bescherming van soorten prima samen. Als u uw werk zo kunt inrichten dat u geen schade toebrengt aan beschermde soorten, dan hoeft u vooraf niets te regelen. Soms is het echter onvermijdelijk dat schade ontstaat aan beschermde dieren of planten. In die situaties is het nodig dat u vooraf bekijkt of hiervoor een vrijstelling geldt, of dat een ontheffing moet worden aangevraagd (‘nee-tenzij’-beginsel). 3.3. Welke soorten worden beschermd? De Wnb kent drie categorieën van beschermde soorten: • Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn; • Soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn; • Andere soorten waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven. Ecologische quickscan Nicolaas Ter Maethstraat 2 Steenwijk 10 3.4. Zorgplicht In de Wnb is ook een zorgplicht vastgelegd. Deze plicht geldt te allen tijde en houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen.
Deze plicht geldt voor iedereen en voor alle planten en dieren, beschermd of niet. De Memorie van Toelichting zegt het zo: “De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. Ecologische quickscan Nicolaas Ter Maethstraat 2 Steenwijk 11 3.5. De verbodsbepalingen Beschermingsregimes Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb Andere soorten § 3.3 Wnb Artikel 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen. Artikel 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Artikel 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen. Artikel 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Artikel 3.5 lid 2 Het is verboden om dieren opzettelijk te verstoren. Artikel 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Artikel 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.
Artikel 3.5 lid 3 Het is verboden om eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Artikel 3.10 lid 1c Het is verboden planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Artikel 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te verstoren, tenzij de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Artikel 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen. Artikel 3.5 lid 5 Het is verboden planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Tabel 1. Overzicht verbodsbepalingen Ecologische quickscan Nicolaas Ter Maethstraat 2 Steenwijk 12 3.6. Beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn en een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels, in totaal ruim 700 soorten, zijn (beschermd).
Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten (flora, fauna en avifauna) beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: • Er mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. • Er moet tegenover een afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. • De ingreep mag geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. 3.7. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland, oftewel NNN (voorheen Ecologische Hoofdstructuur, EHS), is een netwerk van natuurgebieden waarin de natuur (planten en dieren) voorrang heeft en derhalve wordt beschermd. Daarmee wordt voorkomen dat natuurgebieden geïsoleerd komen te liggen en dieren en planten uitsterven en dat de natuurgebieden zo hun waarde verliezen.
De NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur en het is derhalve van belang dit netwerk te bespreken in het kader van natuurbescherming. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen. Sinds 1990 zijn de provincies en het Rijk druk doende met de aanleg van verbindingszones tussen verschillende natuurgebieden om zo een duurzaam, samenhangend netwerk van gebieden te creëren. De NNN heeft als doel van bestaande en nieuwe natuur een goed werkend netwerk te maken. Het behoud, herstel en de ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN is hierbij het uitgangspunt. Net als bij de Wnb geldt hier het ‘nee-tenzij’-beginsel. Dit is 1 oktober 2012 vastgelegd in het Besluit Algemene Regelingen Ruimtelijke Ordening (BARRO). Dit betekent dat er geen activiteiten plaats mogen vinden waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN in het geding komen, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang, tenzij er geen reële alternatieven zijn of tenzij negatieve effecten zo veel mogelijk beperkt worden en de overblijvende effecten worden gecompenseerd. Ecologische quickscan Nicolaas Ter Maethstraat 2 Steenwijk 13 Rijk en provincies hebben in 2011 met elkaar afgesproken dat natuurbeheer meer een regionale verantwoordelijkheid wordt.
Dat is vastgelegd in het Natuurakkoord. Als gebiedsregisseurs van het landelijke gebied zetten de provincies zich in voor een versterking van de natuur. Zij dienen de begrenzing van het NNN vast te leggen in een provinciale verordening, waar ook de regels omtrent de inhoud van en de toelichting bij bestemmingsplannen in het belang van de realisatie, bescherming, instandhouding en verdere ontwikkeling van de beoogde natuurkwaliteit van het NNN worden beschreven. De provincies dienen hierbij ook de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN vast te leggen. Dit zijn de huidige en potentiële waarden, gebaseerd op de natuur- doelen van het desbetreffende gebied. Per perceel worden deze doelen vaak in natuurdoeltypen en/of beheertypen vastgelegd. Bij een aanvraag voor een ecologische quickscan en/of flora- en fauna-onderzoek gaat Alcedo Natuurprojecten dus ook altijd na of het plangebied binnen de begrenzingen van het NNN ligt en wat de effecten van de voorgenomen ingreep/activiteit zullen zijn. De onderzochte locatie ligt op minder dan 3 kilometer afstand van de dichtstbijzijnde grens van het Natuurnetwerk Overijssel. Zie figuur 1. Figuur 1. Ligging van onderzochte locatie (rode cirkel) ten opzicht van het NNN (groen). Bron: GeoPortaal Overijssel
Ecologische quickscan Nicolaas Ter Maethstraat 2 Steenwijk 14 3.8. Natura 2000 Bij een aanvraag voor een ecologische quickscan en/of flora- en fauna-onderzoek wordt ook onderzocht of het plangebied binnen de begrenzingen of directe invloedsfeer (minder dan 3 kilometer) van een N2000 gebied ligt en wat de effecten van de voorgenomen ingreep/activiteit op dat gebied zullen zijn. De onderzochte locatie bevindt zich op 2,32 kilometer afstand van het dichtsbijzijnde N2000 gebied (Nationaal Park Weerribben-Wieden). Zie figuur 2. Figuur 2: Ligging van locatie (in rode cirkel) ten opzichte van N2000. Bron: ArcGis.com
Ecologische quickscan Nicolaas Ter Maethstraat 2 Steenwijk 15 Figuur 3. Stroomdiagram Wnb. Bron: Ecologica.
Ecologische quickscan Nicolaas Ter Maethstraat 2 Steenwijk 16 4. Beschrijving locaties en ingrepen 4.1. Beschrijving locatie De onderzochte locatie is gelegen aan de Nicolaas Ter Maethstraat 2 te Steenwijk. Dat is net buiten de binnenstad van Steenwijk. Het gebouw bestaat voor een deel uit 2 verdiepingen en is gebouwd met bakstenen muren met een spouw. Er zijn op diverse plekken open stootvoegen aanwezig. Het gebouw heeft een plat dak met metalen dakrandlijsten. Het geheel is gelegen in een parkachtige omgeving met veel groen en waterpartijen. Het groen tegen de wand van de bebouwing is laatste jaar niet meer onderhouden. Het gebouw is deels strak omzoomd met een uitgegroeide strook van cotoneasters en ander soortige heesters. Aan de zuidwestzijde (voorkant, entree) staat een fraaie oude Kaukasische Vleugelnoot en twee oudere Ruwe berken. De staat van onderhoud van het gebouw is niet up to date. Voor een impressie van de onderzochte locatie: zie bijlage op pagina 24. Figuur 4: Ligging van de onderzochte locatie in Steenwijk. Bron: Google Maps.
Ecologische quickscan Nicolaas Ter Maethstraat 2 Steenwijk 17 4.2. Beschrijving ingreep De geplande ingreep bestaat uit de sloop van de bestaande bebouwing om ruimte te maken voor de bouw van een appartementencomplex met 15 appartementen. Ten behoeve van deze plannen zullen voor zover bekend geen bomen worden gekapt. Er worden eveneens geen sloten, vijvers of andere watergangen gedempt. Figuur 5: Overzicht van de onderzochte locatie. Bron: Google Maps.
Ecologische quickscan Nicolaas Ter Maethstraat 2 Steenwijk 18 5. Resultaten In dit hoofdstuk zijn de (potentiële) aan- of afwezigheid van de onderzochte plant- en diersoorten in het onderzoeksgebied onderbouwd. De relevante soorten zijn nader toegelicht. 5.1. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek is voor zover mogelijk een inventarisatie uitgevoerd van de beschermde soorten binnen de Wnb met de nadruk op de niet vrijgestelde beschermde soorten. In onderstaande tabel zijn het tijdstip en de waarnemings-condities van het uitgevoerde veldbezoek weergegeven. Waarnemingscondities veldbezoek Datum Begintijd Eindtijd Weersomstandigheden 02.10.2020 15:00 uur 17:00 uur Wind: 2 bft, bewolking 30%, circa 18 ̊C., geen neerslag Tabel 2. Waarnemingscondities veldbezoek 5.2. Flora Het terrein rond de bebouwing bestaat uit stedelijk groen, zoals (uitheemse) heesters en gazons. Voorts is een groot deel van het terrein verhard met klinkers of tegels. Er is niet of nauwelijks sprake van wilde plantengroei. Middels de Wnb beschermde flora is niet aangetroffen. Effectenbeoordeling: Door de voorgenomen plannen zullen geen beschermde plantensoorten in het geding komen. 5.3. Grondgebonden zoogdieren Tijdens dit onderzoek zijn geen duidelijk herkenbare sporen van zoogdiersoorten aangetroffen.
Rond de bebouwing zullen zeker soorten voorkomen zoals huismuis, bosmuis, huisspitsmuis, bosspitsmuis, bruine rat en egel. Dat zijn allen soorten met een licht beschermde status. Sporen van steenmarter en kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en wezel) werden niet aangetroffen. In de wijdere omtrek, c.q. binnen een straal van 5 kilometer komen ook strenger beschermde zoogdiersoorten voor zoals de boommarter en das, maar deze soorten benutten de onderzochte locatie niet als vaste rustplaats, foerageerplaats of voortplantingsplaats. Effectenbeoordeling: Door de geplande ingreep zullen geen streng beschermde grondgebonden zoogdieren in het geding komen of vaste voortplantings- en rustplaatsen permanent worden verstoord. Ecologische quickscan Nicolaas Ter Maethstraat 2 Steenwijk 19 5.4. Vleermuizen In de directe omgeving van de onderzochte locatie komen diverse soorten vleermuizen voor. Onder andere: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en rosse vleermuis. In het kader van dit onderzoek is alleen gekeken naar potentiële geschiktheid van de bebouwing voor gebouw-bewonende soorten zoals gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger.
Vaste verblijfplaatsen Vanwege de aanwezigheid van een spouwmuur met op diverse plaatsen open stootvoegen, de aanwezigheid van loszittend of kierend loodslab en diverse andere plekken waarachter vleermuizen weg kunnen kruipen en/of de spouwmuur kunnen bereiken en de ouderdom van het gebouw is deze locatie geschikt als vaste verblijfplaats voor vleermuizen. De aanwezigheid van vleermuizen kan derhalve niet worden uitgesloten. Foerageerplaatsen De onderzochte locatie is vanwege de beschutte ligging en de aanwezigheid van veel groen en water in de omgeving geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Door de voorgenomen ingreep zal deze functie niet in het geding komen. Vliegroutes Tezamen met de laanbeplanting langs de Nicolaas Ter Maethstraat zal de locatie dienst doen als onderdeel van een vliegroute voor vleermuizen. Door de voorgenomen ingreep zal deze functie niet in het geding komen. Effectenbeoordeling: De aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen voor vleermuizen is op deze locatie niet uit te sluiten. Door de geplande ingreep zullen mogelijk vaste verblijfplaatsen van vleermuizen in het geding komen. Foerageermogelijkheden en vliegroutes van vleermuizen worden niet of nauwelijks aangetast. Bij sloop van het gebouw komt de gunstige staat van instandhouding van deze soortgroep is in het geding. 5.5.
Vogels Tijdens dit onderzoek is gericht gekeken naar de functie die de onderzochte locatie voor vogels kan vervullen en gezocht naar jaarrond beschermde nestplaatsen. En dan in het bijzonder voor huismus en gierzwaluw. Huismus: Tijdens het onderzoek zijn er geen huismussen aangetroffen rond het onderzochte object of in de wijde omgeving daarvan. Ook zijn er geen aanwijzingen aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van broedende huismussen. Vanwege de aanwezigheid van een plat dak en het ontbreken van voor huismussen geschikte invliegopeningen wordt de kans ook als te verwaarlozen geacht dat hier huismussen broeden. Gierzwaluw: Vanwege de aanwezigheid van een plat dak en het ontbreken van voor gierzwaluwen geschikte invliegopeningen wordt de kans als te verwaarlozen geacht dat hier gierzwaluwen broeden. Ecologische quickscan Nicolaas Ter Maethstraat 2 Steenwijk 20 Overige vogelsoorten: Rondom de bebouwing werden diverse vogelsoorten aangetroffen zoals roodborst, houtduif, merel en boomkruiper. In de bomen rond de bebouwing werden geen jaarrond beschermde nestplaatsen aangetroffen. Effectenbeoordeling: Door de geplande ingreep zullen geen jaarrond beschermde nestplaatsen verloren gaan. 5.6.
Amfibieën, reptielen en vissen De onderzochte locatie is potentieel geschikt als landbiotoop en foerageerplek voor licht beschermde soorten als gewone pad, bruine kikker en kleine watersalamander. Het voorkomen ter plaatse van reptielen zoals adder, ringslang en levendbarende hagedis kunnen op basis van biotoopkenmerken geheel worden uitgesloten. Effectenbeoordeling: Door de geplande ingreep zullen geen beschermde amfibieën-, reptielen- of vissensoorten in het geding komen. 5.7. Dagvlinders, libellen en overige ongewervelden Tijdens de quickscan werden geen dagvlinder-, libellen- en sprinkhanensoorten aangetroffen. De weersomstandigheden en de tijd van het jaar waren daar ook niet gunstig voor. Er is echter verder geen gericht onderzoek naar het voorkomen van deze soortgroepen verricht. De reden hiervoor is dat op basis van een visuele inspectie kon worden volstaan met de constatering dat er vanwege de geplande ingreep geen belangrijk biotoop voor streng beschermde insectensoorten zal worden aangetast. Effectenbeoordeling: Door de geplande ingreep zullen geen beschermde dagvlinder- en libellensoorten of overige ongewervelden in het geding komen. Ecologische quickscan Nicolaas Ter Maethstraat 2 Steenwijk 21 6. Toetsing aan de Wnb Welke verbodsbepalingen kunnen worden overtreden? Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Artikel 3.1.
lid 2 ‘het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eigen van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen’ en lid 4 en 5 ‘het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort’ ➢ Dit is van niet toepassing, want er zijn geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 ➢ Dit is van toepassing, omdat op basis van deze ecologische quickscan niet kan worden uitgesloten dat er vaste verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn. ➢ Er zal geen belangrijk of onmisbaar foerageerbiotoop worden aangetast en zullen er geen belangrijke vliegroutes worden aangetast of doorsneden. Beschermingsregie andere soorten § 3.3 Artikel 3.10 lid 1b ‘het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen’ ➢ Dit is niet van toepassing, want er worden door de voorgenomen plannen geen vaste voortplantingsplaatsen or rustplaatsen opzettelijk beschadigd of vernield. Natuur Netwerk Nederland (NNN) en Natura 2000 (N2000) De onderzochte locatie ligt op minder dan 3 kilometer afstand van het Natuurnetwerk Overijssel en op minder dan 3 kilometer afstand van Natura 2000 gebied.
Door de geplande ingreep zullen de kernwaarden van het NNN niet worden aangetast, maar mogelijk dat de sloopwerkzaamheden en/of de bouwactiviteiten wel van invloed zijn (stikstofdepositie) op het nabij gelegen N2000 gebied (Nationaal Park Weeribben-Wieden). Ecologische quickscan Nicolaas Ter Maethstraat 2 Steenwijk 22 7. Conclusies en aanbevelingen Op basis van deze quickscan kan het volgende worden geconcludeerd: • Er zijn geen jaarrond beschermde nesten van vogels aangetroffen; • Ten aanzien van de voorgenomen plannen is het niet noodzakelijk vervolgonderzoek uit te voeren volgens kennisdocumenten huismus, kerkuil of steenuil; • Ten aanzien van de voorgenomen plannen is het noodzakelijk vervolgonderzoek uit te laten voeren volgens het vleermuisprotocol 2017, omdat niet kan worden uitgesloten dat er ter plaatse vaste verblijfplaatsen aanwezig zijn; • De onderzochte locatie ligt op minder de 3 kilometer afstand van Natuurnetwerk Overijssel en op minder dan 3 kilometer afstand van een N2000 gebied, maar de aard van de geplande werkzaamheden is van dien aard dat de kernwaarden van deze gebieden niet zullen worden aangetast; • De aanvraag voor een ontheffing inzake de Wnb bij Provincie Overijssel is niet noodzakelijk.
Op basis van deze quickscan wordt het volgende geadviseerd: • Laat aanvullend onderzoek uitvoeren op basis van het Vleermuisprotocol 2021 (is vanaf 1 januari van kracht) om aan te tonen of uit te sluiten dat er op de onderzochte locatie vaste verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn. Ecologische quickscan Nicolaas Ter Maethstraat 2 Steenwijk 23 8. Bronvermeldingen Literatuur: • Lange, R., P. Twisk , A. van Winden & A. van Diepenbeek, 2003. Zoogdieren van West- Europa. Stichting Uitgeverij van de KNNV en VZZ i.s.m. Vereniging Natuurmonumenten. • Limpens, H., K. Mostert & W. Bongers (red.), 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen, Stichting Uitgeverij van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, Utrecht. • Ministerie van LNV, 2004. Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit TRCJZ/2004/5727, houdende vaststelling van rode lijsten flora en fauna. • SOVON, 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels. Nederlands Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij en EIS-Nederland, Leiden. • Twisk, P. et al, 2010. Veldgids Europese Zoogdieren. KNNV Uitgeverij en Zoogdiervereniging.
Websites: • www.arcgis.nl • www.ecologica.eu/uploads/files • www.ravon.nl • www.sovon.nl • www.synbiosis.alterra.nl • www.waarneming.nl • www.zoogdiervereniging.nl Ecologische quickscan Nicolaas Ter Maethstraat 2 Steenwijk 24 Bijlage: foto-overzicht Overzichtsfoto's onderzochte locatie. Ecologische quickscan Nicolaas Ter Maethstraat 2 Steenwijk 25 Open stootvoegen Geschikte muur voor vleermuizen Ecologische quickscan Nicolaas Ter Maethstraat 2 Steenwijk 26 Goede mogelijkheden voor vleermuizen om weg te kruipen. Ecologische quickscan Nicolaas Ter Maethstraat 2 Steenwijk 27