Bijlage 1A Inrichtingsplan.pdf
Tekst van het document
Door het uitvoeren van beheersmaatregelen in de juiste perioden krijgen insecten, vogels en diverse zoogdieren een geschikter leef- en foerageergebied. • Op de percelen worden geen mest- en bestrijdingsmiddelen gebruikt, dit draagt bij aan een schonere grond en grondwaterstand. Schaalniveau 3: Het zonnepark zelf • De zonnepanelen zijn 1,80 meter hoog. Doordat het maaiveld lager ligt dan de omliggende wegen kan over de panelen worden gekeken. Hierdoor is de ruimtelijke impact van het zonnepark beperkt. • De zonnepanelen worden op voldoende afstand van elkaar, en met voldoende hoogte ten opzichte van het maaiveld geplaatst, zodat er een volwaardige (kruidenrijke) grasvegetatie onder de panelen kan ontwikkelen. Een gezonde grasvegetatie onder en rondom de panelen zorgt er tevens voor dat hemelwater in de bodem kan infiltreren en niet versnelt richting de omliggende watergangen stroomt. • Het hekwerk wordt zoveel mogelijk direct rondom de panelen geplaatst, uit het zicht. Hierdoor blijven er mogelijkheden voor groter wild om het zonnepark te doorkuizsen. Daar waar wel een hekwerk staat, zal het gaas op tenminste 10 centimeter boven het maaiveld beginnen. Dit biedt diverse kleinere diersoorten de mogelijkheid het zonnepark te passeren.
• De eenvoudige bouwwerken, het transparante hekwerk en poorten krijgen een neutrale donkergrijze kleur, hierdoor vallen ze minder op in het landschap. Het kiezen van één kleur zorgt eveneens voor een eenheid in de uitstraling van het zonnepark. • Het toepassen van nieuwe verharding wordt zoveel mogelijk beperkt. Er wordt een halfverharding toegepast ten behoeve van de veiligheidseisen vanuit de brandweer, met betrekking tot de toegankelijkheid van de transformatoren en het klantstation. De percelen worden benaderd via bestaande duikers. 4746 Zonnepark Zomerdijk, Wanneperveen Zonnepark Zomerdijk, Wanneperveen Balans Kwaliteitsimpuls Groen Omgeving Gemeenten staan voor de uitdaging de Omgevingsvisie te vertalen naar de gemeentelijke praktijk. Binnen de randvoorwaarden uit de Omgevingsvisie hebben gemeenten de ruimte om eigen beleid te ontwikkelen. Eén van die hoofdlijnen van beleid is de zogenaamde Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Kort gezegd betekent dit dat er in het buitengebied ruimte is voor grootschalige uitbreidingen en nieuwe ontwikkelingen, meer dan in het Streekplan het geval was, mits die gelijk opgaan met verbeteringen van de ruimtelijke kwaliteit. Ontwikkelingsruimte en kwaliteitsprestaties moeten in evenwicht zijn. Twee principes uit de Omgevingsvisie Overijssel vormen het vertrekpunt: 1.
elke ontwikkeling dient bij te dragen aan een versterking van de ruimtelijke kwaliteit; 2. de ontwikkelingsruimte die men krijgt dient in evenwicht te zijn met investeringen (prestaties) in de ruimtelijke kwaliteit. Uit punt twee volgt dat als met kwaliteitsprestaties op het ‘eigen erf’ (de basisinspanning ruimtelijke kwaliteit) dat evenwicht niet bereikt kan worden, er aanvullende kwaliteitsprestaties in de omgeving nodig zijn. Er is dan sprake van een meer gebiedsgerichte benadering. De Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving is dan van toepassing. Dit geldt voor nieuwe functies en grootschalige uitbreiding van bestaande functies in het buitengebied. Afweging: Het zonnepark kan worden gezien als een nieuwe en grootschalige functie in het buitengebied. Om die reden worden, naast het landschappelijk inpassen van het zonnepark, tevens extra investeringen in het landschap gedaan. Zo is er een verhouding van minimaal 80-20 aangehouden tussen de gronden die worden belegd met zonnepanelen en gronden waarop natuur/groen wordt gerealiseerd. Dit resulteert in extra, bredere, stroken landschappelijke inpassing aan de randen dan noodzakelijk vanuit inpassingsoogpunt bezien. Hierbij wordt in totaal 6,7 hectare wordt ingezet voor landschappelijke inpassing.
De inpassingsmaatregelen vinden met name langs de west- noord- en oostzijde plaats en bestaat voornamelijk uit natuurvriendelijke oevers in combinatie met ruigte/riet en kruidenrijk grasland. Het grootste gedeelte van de inpassingsmaatregelen willen we in het kader van de KGO niet tijdelijk realiseren, maar permanent. Dit betekent dat de te ontwikkelen natuur niet enkel intact wordt gelaten tijdens de looptijd van het zonnepark, maar zal worden blijven behouden wanneer het zonnepark wordt opgeruimd. Concreet bestaan de permanente ingrepen uit: • Kruidenrijk grasland (met name langs de watergangen en onderhoudspaden): 1,6 hectare; • Ecologische oevers: 1 hectare; • Ruigte met riet (lichtgroene vlakken langs de ecologische oevers): 2,2 hectare; • Kruidenrijke ruigte met inheems struweel (aan noordzijde langs Kooiweg): 0,8 hectare. Hiermee draagt de realisatie van het zonnepark bij aan 5,6 hectare permanente natuur. De inpassingsmaatregel die niet permanent is, is de 1,1 hectare te ontwikkelingen hooiland aan de zuidzijde van het zonnepark (bruine vlakken). Dit bevindt zich namelijk na opruimen van het zonnepark op een locatie midden in de landerijen, wat niet logisch en praktisch is. Daarnaast wordt de ondergrond onder de panelen 25 jaar lang extensief beheerd waardoor de biodiversiteit op de gronden (nu intensief gebruikt en bemest agrarisch grasland) zal worden verhoogd.
Dit heeft op zijn beurt voordeel voor het gehalte stikstof in de grond en het verhogen van de biodiversiteit zal ook ten goede komen van het naastgelegen natuurgebied. Afbeelding 33. Plankaart zonnepark Zomerdijk 4948 Zonnepark Zomerdijk, Wanneperveen Zonnepark Zomerdijk, Wanneperveen Voor grondeigenaren die dit type beheer uitvoeren op gronden gelegen binnen de begrenzing van ‘leefgebieden’ in het Provinciaal Natuurbeheerplan, is het mogelijk subsidie aan te vragen. Voor dit type gebruik/beheer staat een vergoeding van € 1250,54 per hectare per jaar, voor de duur van 6 jaar. Aangezien de gronden echter niet binnen de begrenzing van het Provinciaal Natuurbeheerplan zijn gelegen, komen deze gronden niet in aanmerking voor subsidie. De locatie aangrenzend aan Natura2000 maakt echter wel dat dit vanuit natuur zeer interessant is. In het kader van de KGO zal PowerField zorg dragen dat gedurende de looptijd van het zonnepark, zijnde 25 jaar, deze gronden op dusdanige wijze worden gebruikt en beheerd. Uitgaande van een oppervlakte van circa 7,9 hectare, betekent dit dat er in het kader van de KGO een investering in het landschap wordt gedaan van circa € 1.250,54 * 7,9 hectare * 25 jaar = € 246.981,65. In het kader van de KGO wordt tenslotte nog een extra investering gedaan.
Gedurende de looptijd van het zonnepark wordt het landschap en de biodiversiteit verder versterkt, door het agrarisch gebruik te extensiveren van de percelen tussen het zonnepark en de Zomerdijk/N375, die niet voor het zonnepark of landschappelijke inpassing worden gebruikt. Deze oppervlakte betreft circa 7.9 hectare. Deze gronden worden op dit moment intensief agrarisch gebruikt; bemest en beweid. De ecologische meerwaarde en aanwezige biodiversiteit is zeer gering te noemen (dit blijkt ook uit de natuurtoets). Als alternatief hierop worden de gronden extensief gebruikt en beheerd zodat aangesloten wordt bij het beeld dat aanwezig is verder naar het zuidwesten (kruiden- en faunarijk grasland). Concreet wordt ingezet op botanische randen rondom de percelen en extensief beheerd grasland op de overige grond. Daarbij wordt het volgende beheer toegepast (sluit aan bij A05a Kruidenrijk grasland): Botanische randen: • de sloten worden duurzaam beheerd; • langs de randen van de percelen beheren op botanische randen van 10 meter breed; • op de botanische randen mag max 20 ton per ha ruwe mest worden uitgereden; • de botanische randen worden extensief beheerd, max 2 keer per jaar maaien buiten broedseizoen (voor 1-4 en na 15-6); • chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan, tenzij noodzakelijk om (uitheemse) invasieve exoten te onderdrukken.
Overig extensief beheerd grasland • de overige grond beheren als extensief beheerd grasland; • dit grasland heeft een rustperiode tussen 1 april en 15 juni (geen beweiding, bewerking en bemesting); • het grasland mag bemest worden vóór 1-4 en ná 15-6 met ruwe mest; • beweiding is toegestaan tussen 15-6 en 1-4 met max 1 GVE per ha; • maaien en afvoeren op het grasland tussen 15-6 en 1-4; • grasland mag niet gescheurd, heringezaaid worden; • chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan, tenzij noodzakelijk om (uitheemse) invasieve exoten te onderdrukken. © Eelerwoude 2021, niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden zonder schri� elijke toestemming van Eelerwoude, Mossendamsdwarsweg 3, 7470 AB Goor.