bijlage 13 Ruimtescan Oostermeenthe-Zuid
Tekst van het document
0 Ruimtescan Steenwijkerland: Oostermeenthe- Zuid 23 oktober 2025 | Auteur(s): Kelley Zenderink, Lars Haverkort | Ruimtewerk
1 Samenvatting & SWOT De gemeente Steenwijkerland wil de sportvelden in Oostermeenthe Zuid transformeren naar een nieuwe woonwijk. Het gaat om een inbreidingslocatie die grotendeels in bezit is van de gemeente met circa 525 grondgebonden woningen en appartementen met ruimte voor (extra) woonwagens. Daarnaast is het de bedoeling dat bestaande voorzieningen meegroeien en is er ruimte gereserveerd voor nieuwe voorzieningen zoals een supermarkt. Voor woningbouw is ruimte op het middenspanningsnet, wat momenteel landelijk gezien uitzonderlijk is. Deze Ruimtescan is opgesteld om de haalbaarheid van de beoogde ontwikkeling in Oostermeenthe Zuid te verkennen. De scan toetst het plan aan beleidskaders en beoordeelt de belangrijkste ruimtelijke thema’s. De resultaten vormen input voor besluitvorming voor het Afwegingskader Wonen en Werken Steenwijk 2040. Toetsing aan beleid In de Ruimtescan is de beoogde ontwikkeling getoetst aan beleidskaders van gemeente, waterschap, provincie en het Rijk. Over alle bestuurslagen heen zijn de volgende thema’s het meest relevant: Wonen en maatschappelijke groei De ontwikkeling voor Oostermeenthe Zuid draagt met circa 525 woningen (ongeveer 25% van de totale opgave) significant bij aan lokale en bovenregionale ambities voor woningbouw van de gemeente Steenwijkerland en de regio.
Daarnaast wordt met het plan beoogd om maatschappelijke voorzieningen zoals scholen en supermarkten mee te laten groeien en biedt de ontwikkeling kans om ook in de behoefte van (extra) locaties voor woonwagens te voorzien. Water en bodemsturend De ontwikkeling van Oostermeenthe Zuid gaat hand in hand met de ontwikkeling op Woldmeenthe Noord. De sportvoorzieningen worden verplaatst naar de rand van Steenwijk, een functie die in het kader van water en bodemsturend beter past in het buitengebied dan grootschalige woningbouw. Daarmee wordt op Oostermeenthe Zuid ruimte gemaakt voor een grootschalige inbreidingslocatie. Dit is ook wenselijk omdat het aangesloten kan worden op bestaande waterbeheersystemen, die in steden vaak al aangelegd zijn en waarvoor geen grote investeringen benodigd zijn. Dat sluit aan op het principe van water- en bodemsturend en duurzaam ruimtegebruik. Bereikbaarheid en mobiliteit De grootschalige woningbouw op Oostermeenthe Zuid vindt plaats op loopafstand van het intercity-station van Steenwijk en de voorzieningen van het centrum. Met het plan wordt daarnaast geïnvesteerd in nieuwe fietsverbindingen tussen het noordoosten van Steenwijk en het centrum. Dit stimuleert het gebruik van de fiets en het OV wat aansluit bij de ambities voor duurzame mobiliteit en vermindert de afhankelijkheid van de auto.
Logischerwijs zal de druk op het omliggende verkeersnet door het toevoegen van 525 woningen wel groeien. Bij de verdere uitwerking van de plannen naar een concrete stedenbouwkundige opzet, inrichtingsplan en wijziging van het omgevingsplan zijn vanuit beleid de belangrijkste aandachtspunten: ▪ In afstemming met waterschap uitwerken van waterhuishouding van het plangebied via ontwerpprincipes water en bodemsturend.
2 ▪ De verkeersafwikkeling en wijze waarop invulling wordt gegeven aan het parkeerbeleid is een belangrijk thema in de verdere planvorming. Toetsing aan ruimtelijke thema’s De beoogde ontwikkeling is getoetst aan verschillende ruimtelijke thema’s die bij een verdere uitwerking van de plannen en wijziging van het omgevingsplan van belang zijn. De meest prangende thema’s zijn: ▪ Afstemming en ecologisch onderzoek naar effecten op Natura 2000 door stikstofdepositie tijdens bouwfase en gebruiksfase). ▪ De wijze waarop de nabijgelegen spoorweg door geluid, trillingen en externe veiligheid (gevaarlijke stoffenroute) voor een beperking voor de ontwikkeling en/of extra benodigde maatregelen als een geluidsscherm zorgen. ▪ De wijze waarop invulling wordt gegeven aan het waterbeheer. Het toevoegen van verharding door woningen, infrastructuur en parkeren zorgt ook voor druk op bestaande waterbeheersystemen. Bij het inrichtingsplan voor het gebied zal ook een waterbeheerplan gemaakt moeten worden. ▪ Uitwerken van plannen op gebied van verkeer en parkeren. Het toevoegen van circa 525 woningen en een aantal maatschappelijke functies vraagt om een nadere verkeersstudie en parkeerplan. Vanuit thema’s als luchtkwaliteit, milieuzonering, bodemkwaliteit en cultuurhistorie zijn geen belemmeringen voor de ontwikkeling te verwachten.
In het kader van de omgevingsplanwijziging zal archeologisch-, explosieven en ecologisch soortenonderzoek nodig zijn, maar naar verwachting zijn dit ook geen thema’s die voor een beperking zorgen.
3 Sterkte-zwakte analyse De locatie is getoetst op de in deze scan genoemde onderwerpen en aan de zes bouwstenen uit het afwegingskader wonen en werken Steenwijk 2040. Grootste locatie specifieke sterktes ▪ De locatie biedt ruimte aan meer dan 25% van de woningbouwopgave (525 woningen) ▪ Ligging. De locatie betreft een binnenstedelijk (inbreidingslocatie) nabij de A32, op loopafstand van het centrum en het intercitystation. ▪ Water en bodem gestuurd: Het gebied biedt ruimte aan waterberging en klimaat adaptieve inrichting. ▪ Grondeigendom. Het gebied is nagenoeg geheel in eigendom van de gemeente Steenwijkerland. Zij heeft daarmee regie op het programma en de kwaliteit van de ontwikkeling. ▪ Middenspanningsnet: de gemeente Steenwijkerland heeft als een van de weinige in Nederland nog ruimte op het middenspanningsnet. Grootste locatie specifieke kansen ▪ Woonwagenbeleid: De locatie biedt ruimte voor (extra) woonwagens. ▪ Integraliteit plannen. De ontwikkeling maakt deel uit van een bredere gebiedsvisie waarin sport, wateropgaven en recreatie elkaar versterken.
▪ Kosten en financiering: Ontwikkelkosten kunnen op onderdelen mogelijk gekoppeld worden aan Rijks (NOVEX) gelden Grootse locatie specifieke zwaktes ▪ Toename van binnenstedelijke verkeersdruk Grootse locatie specifieke bedreigingen ▪ Stikstofnormering in de bouw- en gebruiksfase in relatie tot de nabij gelegen Natura 2000 gebieden. ▪ Beperkingen en/of extra maatregelen in relatie tot geluid, trillingen en externe veiligheid van het nabijgelegen spoor met gevaarlijke stoffenroute.
4
3.2 | Geschiedenis | 2728 1 | Inhoudsopgave | 3.2.1 | Archeologie | 2728 3.2.2 | Cultuurhistorisch landschap | 2728 Sterkte-zwakte analyse | 3 | 3.3 | Bodem & water | 3132 3.3.1 | Bodemopbouw | 3132 1 | Vraagstelling, locatie & omgeving | 78 | 3.3.2 | Bodemkwaliteit | 3132 1.1 | Aanleiding | 78 | 3.3.3 | Waterhuishouding & wateroverlast | 3132 1.2 | Beschrijving locatie en beoogde ontwikkeling | 78 | 3.3.4 | Ontplofbare Oorlogsresten | 3233 1.3 | Leeswijzer | 89 | 3.4 | Natuur & landschap | 3738 3.4.1 | Gebiedsbescherming | 3738 2 | Toetsing beleid | 1112 | 3.4.2 | Soortenbescherming | 3738 2.1 | Gemeentelijk beleid | 1112 | 3.4.3 | Houtopstanden | 3738 2.1.1 | Omgevingsvisie & wonen | 1112 | 3.5 | Woon- en leefklimaat | 4142 2.1.2 | Mobiliteit, verkeer & parkeren | 1213 | 3.5.1 | Externe veiligheid | 4142 2.1.3 | Toetsing ontwikkeling aan gemeentelijk beleid | 1213 | 3.5.2 | Kabels en leidingen | 4344 2.2 | Provinciaal beleid | 1415 | 3.5.3 | Bedrijven en milieuzonering | 4344 2.2.1 | Omgevingsrechtelijk kader | 1415 | 3.5.4 | Geluid | 4748 2.2.2 | Wonen | 1516 | 3.5.5 | Trillinghinder | 4950 2.2.3 | Toetsing ontwikkeling aan provinciaal beleid | 1516 | 3.5.6 | Verkeer en parkeren | 4950 2.3 | Waterschapsbeleid | 1819 | 3.5.7 | Luchtkwaliteit | 5051 2.3.1 | Waterschapsverordening | 1819 | 3.5.8 | Netcongestie | 5253 2.3.2 | Position paper Water en Bodem sturend | 1819 |
Bijlage 1 – Benodigde onderzoeken bij de ontwikkeling | 5657 2.3.3 | Toetsing ontwikkeling aan waterschapsbeleid | 1819 2.4 | Rijksbeleid | 2021 2.4.1 | Wet versterking regie volkshuisvesting | 2021 2.4.2 | Nationale prestatieafspraken 2025-2035 | 2021 2.4.3 | Ontwerp-Nota Ruimte | 2021 3 | Toetsing omgevingsaspecten | 2324 3.1 | Algemene gebiedsinformatie | 2324 3.1.1 | Hoogtekaart | 2324 3.1.2 | Grondeigendom en rechten | 2324 3.1.3 | Grondgebruik | 2324 5
6 Hoofdstuk 1 Vraagstelling, locatie & omgeving
7 1 Vraagstelling, locatie & omgeving 1.1 Aanleiding Er is een behoefte aan extra ruimte voor wonen en werken in- en rondom de stad Steenwijk, maar de ruimte is schaars. Er zijn verschillende locaties waar in potentie woningen of bedrijven gerealiseerd kunnen worden, maar een ontwikkeling voor woningbouw enerzijds gaat altijd ten koste van iets anders. Bij een inbreidingslocatie komt er meer druk op de bestaande infrastructuur en voorzieningen. Bij uitbreiding gaat het ten koste van openheid en het landschap. Met andere woorden: de perfecte locatie bestaat niet. Aan de keuze om ergens woningen te realiseren hangt dus altijd een tegenargument om het niet te doen. Om die reden heeft de gemeente Steenwijkerland het ‘afwegingskader wonen en werken Steenwijk 2040’ opgesteld. In het afwegingskader wordt op basis van zes bouwstenen (zie hiernaast) een ontwikkelrichting voor de stad Steenwijk uiteengezet. Die ontwikkelrichting wordt vertaald naar een aantal concrete locaties voor woningbouw en bedrijventerreinen. De gemeenteraad van Steenwijkerland 1 2024_RAAD_00068 De toekomst van wonen en werken in Steenwijk, 26 november 2024 heeft het afwegingskader – en daarmee de locaties voor wonen en werken – op 26 november 2024 richtinggevend vastgesteld 1.
Daarnaast is besloten om het afwegingskader en de nadere uitwerking ervan mee te nemen in het traject om te komen tot een visie op Steenwijk, als onderdeel van de omgevingsvisie voor Steenwijkerland. In het kader van de nadere uitwerking is Ruimtewerk gevraagd om een haalbaarheidsonderzoek te doen naar een aantal verschillende ontwikkellocaties uit het afwegingskader wonen en werken. Met de voorliggende Ruimtescan worden beleidstechnische en ruimtelijke aspecten globaal verkend. De verkenning resulteert in een SWOT met aspecten waarbij rekening gehouden moet worden met de besluitvorming over de ontwikkellocatie (Strenghts, Weaknesses, Opportunities & Threats). De voorliggende Ruimtescan geldt voor de beoogde locatie voor (met name) woningbouw van Oostermeenthe Zuid. 1.2 Beschrijving locatie en beoogde ontwikkeling De gemeente Steenwijkerland heeft zeven focusgebieden aangewezen om haar ambities te kunnen realiseren. Het gebied Oostermeenthe Zuid betreft ØØn van deze focusgebieden en is onderdeel van de buu rt Oostermeenthe binnen Steenwijk. Het gaat om een inbreidingslocatie. Het gebied ligt centraal nabij voorzieningen en het station. Daardoor is dit gebied zeer geschikt om tot stedelijke woonomgeving te ontwikkelen.
8 Huidige situatie In de huidige situatie is het grootste deel van het plangebied sportpark. Het gaat om sportvelden van VV Steenwijker Boys en VV d’ Olde Veste. Aan de noordzijde van het plangebied bevinden zich verschillende maatschappelijke voorzieningen zoals een wijkcentrum De Oerthe, Kindcentrum Claus, OBS Beatrixschool en Stichting Op Kop (stichting voor openbaar primair onderwijs). De randen van het plangebied, met name langs de aanwezige watergang, hebben een groen karakter. Het plangebied ligt opgesloten tussen verschillende functies, namelij k het spoor (zuidzijde), een klein woonwagenpark van 9 woningen (westzijde), een watergang en woonwijk (noordzijde) en de Gagelsweg (oostzijde). Beoogde ontwikkeling De beoogde ontwikkeling is vooral gericht op woningbouw. Het plan moet voorzien in circa 525 woningen bestaande uit een mix van betaalbaar, middelduur en duur. Zowel grondgebonden woningen (laagbouw) als appartementen wisselen elkaar af (2-6 hoog). De woningbouw wordt gerealiseerd volgens het 30/40/30 principe; 30% sociale huurwoningen, 40% betaalbaar en 30% duur (vrije sector), in overeenstemming met de afspraken vanuit de Woondeal met provincie Overijssel. Desgewenst is er ruimte voor (uitbreiding van) een aantal woonwagens.
Daarnaast is het de bedoeling dat bestaande voorzieningen meegroeien mee en transformeren (het huidige scholencomplex) en is er ruimte gereserveerd voor nieuwe voorzieningen zoals onder andere een supermarkt. 1.3 Leeswijzer De Ruimtescan is verdeeld in de volgende hoofdstukken: ▪ In hoofdstuk 1 wordt ingegaan op de aanleiding voor de Ruimtescan en wordt de beoogde ontwikkeling waarvan de haalbaarheid wordt onderzocht beschreven. ▪ Hoofdstuk 2 bevat de toetsing van de beoogde ontwikkeling aan het beleid. Het beleid wordt met de verschillende schaalgroottes doorlopen waarbij het begint bij het gemeentelijk beleid, en langs het provinciaal- en waterschapsbeleid naar het rijksbeleid gaat. ▪ In hoofdstuk 3 wordt algemene informatie over de locatie beschreven (bijv. grondeigendom en grondgebruik) en wordt de beoogde ontwikkeling getoetst aan omgevingsaspecten die in het kader van ruimtelijke ordening van belang zijn zoals archeologie, cultuurhistorie, bodem- en wateraspecten, natuur en verschillende milieuaspecten. Tot slot wordt in bijlage een opsomming gegeven van benodigde/geadviseerde onderzoeken bij de ontwikkeling.
9
10 Hoofdstuk 2 Toetsing beleid
2.1.1 | Omgevingsvisie & wonen 2 Toetsing beleid | De ontwerp-Omgevingsvisie van Steenwijkerland zet in op wonen in balans met natuur, water en bodem, met behoud van landschappelijke en historische waarden. De leefomgeving moet uitnodigen tot 2.1 | Gemeentelijk beleid | ontmoeting, bewegen en ontspanning. De wijze waarop invulling wordt Hieronder volgt een kort overzicht van de relevante gemeentelijke | gegeven aan de woonvisie komt voort uit regionale en lokale beleidsstukken. De beleidsstukken worden gecategoriseerd in thema’s | beleidskaders. aan de hand waarvan het beleid in het vervolg van deze paragraaf wordt beschreven. | Regionaal maakt de gemeente deel uit van de Verstedelijkingsstrategie Regio Zwolle, de Woondeal West-Overijssel Overzicht gemeentelijk | 2025–2030 en de Regionale Woonzorgvisie 2024–2026. West- beleid | Overijssel kent een woningbouwopgave van 28.200 woningen tot 2030, Omgevingsvisie & | Ontwerp-omgevingsvisie | met regionale sleutelprojecten in o.a. Steenwijk-Zuidoost, Vollenhove Wonen | Stadsvisie Steenwijk (concept) | en de Spoorzone. Na 2031 moet Steenwijkerland nog 1.500 woningen Verstedelijkingsstrategie Regio Zwolle | realiseren en 12 hectare bedrijventerrein toevoegen.
Actualisatie Woondeal West-Overijssel 2025 t/m eind 2030 | De Woonagenda 2022–2026, het Afwegingskader Wonen en Werken Regionale Woonzorgvisie 2024-2026 | Steenwijk 2040 en de Stadsvisie Steenwijk 2050 vormen de lokale West-Overijssel | basis. De Woonagenda hanteert het 30/40/30-principe Woonagenda Steenwijkerland 2022- | (betaalbaar/middeldure/duurdere woningen) en voorziet in 695–945 2026 Afwegingskader wonen en werken | woningen tot 2031, plus 1.500 bovenregionaal. De visie benoemt zeven Steenwijk 2040 | prioritaire gebieden, waaronder Oostermeenthe Zuid met circa 525 Woonwagenbeleid | woningen in een gemengd stedelijk milieu en ruimte voor wateropvang, Mobiliteit, verkeer & | Programma Stationsomgevingen – | natuur en duurzame mobiliteit. parkeren | NOVEX Programma Regio Zwolle Ambitiedocument, spoorzone Steenwijk | De gemeente richt zich op passende huisvesting voor ouderen, 2040 | zorgbehoevenden en bijzondere doelgroepen, met nadruk op Strategische Mobiliteitsvisie | nultredenwoningen en een integrale aanpak van wonen, welzijn en zorg. ‘Steenwijkerland duurzaam in beweging’ (2020). | Daarnaast werkt Steenwijkerland aan een herzien woonwagenbeleid conform landelijke kaders (BZK, 2018). De gemeente telt vijf woonwagenlocaties met 29 permanente en 5 tijdelijke standplaatsen, 11
12 waarvan de grootste aan de Parallelweg grenst aan Oostermeenthe Zuid. Uit onderzoek blijkt behoefte aan uitbreiding met 6–10 extra standplaatsen tot 2035, en aan 1–2 nieuwe locaties met elk maximaal tien plekken. Ook worden basisvoorzieningen verbeterd en beleid opgesteld voor tijdelijke standplaatsen. De herinrichting van de loc atie Parallelweg wordt in een later stadium meegenomen. 2.1.2 Mobiliteit, verkeer & parkeren De stationsomgeving van Steenwijk is onderdeel van het Programma Stationsomgevingen waarin stationsgebieden van zes gemeenten zijn samengebracht in ØØn programma om de opgaven (woningbouw, werkgelegenheid, voorzieningen en duurzame mobiliteit) integraal aan te pakken en daarbij de druk op Zwolle te verlichten. Binnen het programma wordt onderscheid gemaakt tussen drie zones rondom het station, waarbij de locatie Oostermeenthe Zuid binnen de zone stationsgebied van Steenwijk ligt. Het ‘Ambitiedocument Spoorzone Steenwijk 2040’ geeft richting aan de gebiedsontwikkeling tot 2040. Hierin staat hoe de Spoorzone kan uitgroeien tot een dynamische, duurzame en economisch sterke omgeving. De gemeente Steenwijkerland heeft voorheen een ‘Strategische Mobiliteitsvisie – Steenwijkerland duurzaam in beweging, 2020’ opgesteld en heeft het thema ‘mobiliteit’ opgenomen in de ‘Stadsvisie Steenwijk 2050 ’stad en landschap dichtbij’.
In de Stadsvisie, die in lijn is met de Strategische Mobiliteitsvisie, wordt onderscheid gemaakt in type vervoer en locatie. Specifiek relevant voor de locatie is dat de gemeente wil investeren om van de omliggende wegen (Gagelsweg ten oosten, Middenweg ten noorden en Eesveenseweg ten westen) goede gebiedsontsluitingswegen te maken. Daarnaast wil de gemeente in het gebied ook investeren in de uitbreiding en verbetering van het fietsroutenetwerk tussen centrum/station en de wijken in het noordoosten van de stad. 2.1.3 Toetsing ontwikkeling aan gemeentelijk beleid De locatie van Oostermeenthe Zuid is in het afwegingskader wonen en werken Steenwijk 2040 benoemd als ØØn van de beoogde ontwikkellocaties voor woningbouw. De ontwikkeling sluit goed aan op alle bouwstenen uit het afwegingskader wonen en werken Steenwijk 2040. De ligging van Oostermeenthe Zuid ten opzichte van het station en voorzieningen, nabij scholen, het centrum van Steenwijk, is ØØn van de redenen dat de locatie in het afwegingskader goed scoort, Daarmee sluit het ook aan op de ambities voor de spoorzone. De geschetste programmering van ongeveer 525 woningen draagt aanzienlijk bij aan de totale bovenregionale woningbouwambitie voor 1500 woningen. De beoogde ontwikkeling van Oostermeenthe Zuid geeft invulling aan de gemeentelijke visies ten aanzien van wonen.
De locatie is zeer geschikt om te ontwikkelen tot een stedelijk woonmilieu vanwege de nabijheid tot voorzieningen, het station en het centrum. Belangrijk aandachtspunt is de investering in mobiliteit en ontsluiting.
13 Overzichtskaart met potentiºle ontwikkellocaties voor woningbouw en bedrijventerrein naar aanleiding van uitwerking Afwegingskader wonen en werken Steenwijk 2040.
14 2.2 Provinciaal beleid Hieronder volgt een kort overzicht van de relevante provinciale beleidsstukken. De beleidsstukken worden gecategoriseerd in thema’s aan de hand waarvan het beleid in het vervolg van deze paragraaf wordt beschreven. Overzicht provinciaal beleid Omgevingsrechtelijk kader Omgevingsvisie en provinciale omgevingsverordening Wonen Overijsselse woonaanpak 2.2.1 Omgevingsrechtelijk kader Omgevingsvisie Op 22 april 2025 heeft Gedeputeerde Staten van Overijssel het ontwerp van de nieuwe Omgevingsvisie ‘Overijssel voor en met elkaar’ vastgesteld. De leidende principes van deze visie zijn: ▪ Duurzaam omgaan met onze ruimte en voorraden. ▪ Water en bodem sturend maken in onze ruimtelijke inrichting. ▪ Inzetten op krachtige DSS-regio’s (Dagelijkse Stedelijke Systemen, de keten van stedelijke kernen binnen de provincie). ▪ Voortbouwen op onze bestaande sterke netwerken. Duurzaam omgaan met onze ruimte en voorraden. De provincie pleit voor zuinig ruimtegebruik. Nieuwe ontwikkelingen worden getoetst aan maatschappelijke behoeften. Inbreiding gaat hierbij boven uitbreiding. Daarnaast wordt bij duurzaam omgaan met de ruimte gesproken over ‘concentratie, nabijheid en (boven)regionale afstemming’.
Dit houdt in dat ontwikkelingen zich zoveel mogelijk concentreren in en nabij de grote steden in de DSS-regio’s en de andere bebouwde gebieden, bij voorkeur op locaties die goed ontsloten zijn voor openbaar vervoer. Water en bodem sturend maken in onze ruimtelijke inrichting. Dit leidende principe houdt in dat het water- en bodemsysteem de basis vormt voor de (toekomstige) inrichting van de provincie Overijssel. In het omgevingsbeleid wordt gezocht naar oplossingen die zich goed verhouden tot het water- en bodemsysteem. Inzetten op krachtige DSS-regio’s. Bij het versterken van de DSS- regio’s zet de provincie de grote steden (Zwolle, Almelo, Hengelo, Enschede en Deventer) centraal als kloppend hart en motor van de regio. Hardenberg en Steenwijk hebben als streekcentrum in hun specifieke regio ook een centrale rol. In de steden komen werkgelegenheid, wonen en voorzieningen samen en is ruimte voor de (boven)regionale behoefte. De steden zijn de poort voor de verbinding met de rest van Nederland en daarbuiten. Zeker met het openbaar vervoer. Het gros van de opgave voor wonen en werken landt in deze steden, hier is ruimte voor het opvangen van de (boven)regionale woonbehoefte en (boven)regionale bedrijvigheidsbehoefte. Voortbouwen op onze bestaande sterke netwerken. De provincie zet in op bouwen op bestaande en sterke netwerken en nieuwe ontwikkelingen hierop aansluiten.
Omgevingsverordening provincie Overijssel De omgevingsverordening van de provincie Overijssel bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving, bijvoorbeeld als het gaat om ruimtelijke kwaliteit en de omgang met water/bodem. Ruimtelijke kwaliteit Voor plannen waarbij de omgevingsvisie wijzigt moet de gemeente(raad) een onderbouwing leveren op welke wijze deze plannen bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit. Dit gebeurt aan de hand van de provinciale ‘catalogus gebiedskenmerken’ waarin op basis van
15 vier lagen de kwaliteiten van de omgeving worden beschreven. Voor de locatie Oostermeenthe Zuid richt de onderbouwing per laag zich op: • Natuurlijke laag – dekzandvlakten en ruggen: Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan het zichtbaar en beleefbaar maken van de gebiedskenmerken van deze laag ( grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat). • Agrarisch cultuurlandschap – oude hoevenlandschap: De provincie stuurt op een ontwikkelimpuls met ruimte voor landbouw,wonen,werken en recreatie, mits wordt voortgebouwd op de kenmerkende landschapsstructuren. Ontwikkelingen, zoals nieuwbouw, moeten bijdragen aan het behoud, samenhang, karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen en accentuering van de dragende structuren (groen en routes) van het ‘oude hoevenlandschap’. • Stedelijk gebied – woonwijken van 1955 tot nu: De provincie stuurt op herstructurering van naoorlogse wijken met behoud van eigen karakter en collectieve ruimte tussen bouwblokken. Belangrijke aandachtspunten zijn de ontbrekende aansluiting van fietsverbindingen op het buitengebied en de beperkte kwaliteit van de buitenruimte en parkeeroplossingen in woonwijken uit de jaren ’70 en ’80. Nieuwe ontwikkelingen moeten aansluiten bij de aard, maat en karakter van het groter geheel, met eigen herkenbaarheid waarbij de groenstructuur onderdeel is van het wijkontwerp.
• Laag van beleving: Deze laag staat voor belevenis, betekenis en identiteit. De ambitie is om de beleving, betekenis en kwaliteit van de leefomgeving te versterken door aardkundige, archeologische en cultuurhistorische waarden te behouden en beleefbaar te maken. Water en bodem De provinciale verordening schrijft in artikel 4.13 voor dat nieuwe ontwikkelingen alleen mogelijk worden gemaakt als deze ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en versterken van een klimaatrobuust water- en bodemsysteem. De locatie Oostermeente-Zuid valt binnen het gebied aangeduid als ‘bebouwd gebied’. Hiervoor geldt dat beoogde ontwikkelingen de klimaatopgave niet verder vergroten en waar nodig tegengaan. Er dient rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid, de ligging binnen het watersysteem, en kwetsbare gebieden moeten zoveel mogelijk vermeden worden. 2.2.2 Wonen Met de Overijsselse woonaanpak werken de provincie, het Rijk, gemeenten, woningcorporaties en marktpartijen samen om de vraag naar woningen te realiseren. Het doel is om tot 2030 binnen de provincie Overijssel 47.300 woningen toe te voegen. Het gaat hierbij om betaalbare koop en betaalbare (sociale) huur. De vier speerpunten zijn: (1) realisatie van de woningbouw, (2) een huis voor iedereen, (3) toekomstbestendige woningen en wijken en (4) leefbare dorpen en steden.
2.2.3 Toetsing ontwikkeling aan provinciaal beleid De woningbouw in Oostermeenthe Zuid levert een directe bijdrage aan de bovenregionale ambitie van 1.500 woningen uit de provinciale Omgevingsvisie. De ontwikkeling sluit aan op de ontwerpprincipes uit de provinciale Omgevingsvisie. Zo wordt er voor gekozen om een functie die beter past in het buitengebied (recreatie, sport) te verplaatsen naar de randen van de
16 stad om deze locatie vervolgens te benutten voor woningbouw. Dus: inbreiding boven uitbreiding. Dit betekent ook dat gebouwd wordt nabij OV-knooppunten (intercitystation Steenwijk) en dat rekening wordt gehouden met sturing door water en bodem. Belangrijk aandachtspunt bij de uitwerking van de plannen voor woningbouw is dat rekening wordt gehouden met de provinciale belangen zoals ruimtelijke kwaliteit (aan de hand van de catalogus gebiedskenmerken) en de wijze waarop de ontwikkeling bijdraagt aan het behoud en versterken van het watersysteem. Afstemming met de provincie is daarnaast van groot belang omdat de haalbaarheid direct samenhangt met de ontwikkeling Woldmeenthe Noord.
17
18 2.3 Waterschapsbeleid 2.3.1 Waterschapsverordening De waterschapsverordening bevat alle regels over de fysieke leefomgeving die het waterschap stelt binnen haar beheergebied. De waterschapsverordening bevat regels voor waterkeringen, watergangen en grondwater die voor iedereen gelden. In het voorliggende geval gaat het om de waterschapsverordening van het waterschap Drents Overijsselse Delta. Onderdeel van de waterschapsverordening zijn de leggers voor oppervlaktewateren (zie onderstaande afbeelding) en primaire waterkeringen (niet aanwezig en relevant voor woningbouw op Oostermeenthe Zuid). Op de kaart is te zien dat het water aan de noordzijde van het plangebied een A-watergang is, vanaf waar oppervlaktewater wordt afgevoerd richting gemaal Oostermeenthe en de Steenwijker Aa. 2.3.2 Position paper Water en Bodem sturend Op 16 april 2024 stelde het algemeen bestuur van Waterschap Drents Overijsselse Delta de position paper ‘Water en Bodem sturend’ vast. Dit document benadrukt dat natuurlijke bodem- en waterkenmerken leidend moeten zijn bij ruimtelijke keuzes, om het waterbeheer toekomstbestendig en betaalbaar te houden. De position paper is strategisch van aard; daarom formuleerde Ingenieursbureau Sweco vijf concrete ontwerpcriteria, die in deze Ruimtescan worden gebruikt voor de toetsing. 1.
Niet afwentelen: Los negatieve effecten van de ontwikkeling op water en bodem binnen hetzelfde project op. 2. Vergroot sponswerking: Stem inrichting af op natuurlijke waterbewegingen om duurzaam waterbeheer te ondersteunen. 3. Reken met extremen: Houd rekening met extreme omstandigheden zoals hevige regenval, groter dan de standaardnormen. 4. Aanpasbare inrichting: Integreer flexibiliteit om toekomstige klimaatveranderingen en lange termijneffecten op te vangen. 5. Benut systeemherstel: Grijp kansen om verdroging, waterkwaliteitsverlies en bodemdaling te verminderen of te keren. 2.3.3 Toetsing ontwikkeling aan waterschapsbeleid De voorkeur voor de woningbouwlocatie Oostermeenthe Zuid sluit in hoofdlijnen aan op het principe van ‘water en bodemsturend’. De woningbouwlocatie is voorzien op relatief hoge gronden middenin Steenwijk, wat betekent dat de omgeving al ingericht is op waterbeheer: riolering, gemalen en afwatering zijn al aanwezig. Inbreiding heeft de voorkeur boven de ontwikkeling in een gebied dat met investeringen in waterbeheer nog geschikt gemaakt moet worden. Aandachtspunt is dat met de ontwikkeling veel verharding wordt toegevoegd (bebouwing, straten in plaats van sportvelden) en de ruimte om negatieve effecten hiervan op te vangen – zoals bijvoorbeeld wadi’s of gemeentelijke watergangen - lijken relatief beperkt in de beoogde stedenbouwkundige opzet.
Een belangrijk aandachtspunt is daarmee de capaciteit van de bestaande infrastructuur voor het waterbeheer (het gemeentelijke riool, maar ook de oppervlaktewateren van het waterschap). Er moet een watertoets worden gedaan en er moet een inrichtingsplan worden opgesteld waar een waterbeheerplan onderdeel van is.
19 Legger oppervlaktewateren waterschap In de legger oppervlaktewateren van het waterschap zijn de oppervlaktewateren in beheer bij waterschap Drents Overijsselse Delta met A-watergangen en B- watergangen (gestreept). In rood wordt de locatie van een stuw aangegeven.
2.4 | Rijksbeleid | afgesproken welk investeringen woningcorporaties de komende 10 jaar doen in nieuwbouw, onderhoud, isolatie en leefbaarheid. Onderdeel van de financiering is een gematigde huurstijging. 2.4.1 | Wet versterking regie volkshuisvesting Het wetsvoorstel ‘Versterking regie volkshuisvesting’ geeft overheden | 2.4.3 | Ontwerp-Nota Ruimte meer mogelijkheden om te sturen op aantallen, locaties en | De Ontwerp-Nota Ruimte is de langetermijnvisie van de Rijksoverheid doelgroepen. De jaarlijkse opgave is 100.000 woningen, waarvan twee | op de ruimtelijke inrichting van Nederland, met keuzes voor 2030 en derde in het betaalbare segment en 30% sociale huur op | 2050, en een doorkijk naar 2100. De definitieve Nota Ruimte zal de NOVI regionaal/provinciaal niveau. | uit 2020 gaan vervangen. De Nota Ruimte is vanaf dan het geldende Gemeenten met veel sociale huur in de huidige woningvoorraad (hoger | kader voor al het rijksbeleid over de fysieke leefomgeving. dan het landelijke gemiddelde) kunnen afwijken van 30% sociale huur als minstens 40% van de nieuwe woningen bestemd is op | De Ontwerp-Nota Ruimte schets enkele opgaven in de leefomgeving middeninkomens2. | die ook doorwerken tot de opgaven binnen Steenwijk en de ontwikkellocatie Oostermeenthe Zuid: Het wetsvoorstel richt zich op vier pijlers: | • | Groei van de bevolking vraagt complete leefomgevingen, met 1.
| regie op aantallen woningen en locaties | woningen Øn maatschappelijke en commerciºle voorzieningen. 2. | realiseren van betaalbare woningen en evenredige verdelingen | • | Ruimtelijke ontwikkeling moet samenhangend en gebalanceerd 3. | kortere procedures | zijn over stedelijke en andere regio’s. 4. | gelijke kansen voor urgent woningzoekenden. | • | Investeren in structuurversterkende infrastructuur (energie, water, verkeer) is urgent. Gemeenten moeten een urgentieregeling opnemen in de | • | Ontwikkeling van Nederland is verbonden met de Europese huisvestingsverordening om bijvoorbeeld jongeren uit de jeugdzorg en | context, met evenwicht tussen groei- en krimpregio’s en een maatschappelijke opvang te huisvesten. Hiervoor is regionale | landbouw in balans met natuur en milieu. samenwerking vereist bij verdeling van urgent woningzoekenden. Dit | • | Klimaat- en wateropgaven vragen om ontzien van kwetsbare moet worden meegenomen bij de programmering van Oostermeenthe | bodems en integrale planning. Zuid. De wet is gepland om in te gaan per 1 januari 2026. | • | Intensiever ruimtegebruik brengt spanning tussen wonen, werken, mobiliteit en leefomgeving; neveneffecten zoals geluid 2.4.2 Nationale prestatieafspraken 2025-2035 | en luchtvervuiling vragen aandacht.
Aedes, VNG en de Rijksoverheid hebben in december 2025 de | • | Behoud en versterking van waarden in de fysieke leefomgeving Nationale Prestatieafspraken 2025-2035 ondertekend (NPA). Daarin is | zijn cruciaal, met focus op toegevoegde kwaliteit. 2 Actualisatie Woondeal West-Overijssel 2025 t/m eind 2030 20
21 De kern van de visie uit deze passage van de Ontwerp-Nota Ruimte (2025) is dat Nederland richting 2050 wil bouwen aan een sterk, leefbaar en toekomstbestendig land, waarin alle regio’s bijdragen op basis van hun eigen kracht, en waarin de schaarse ruimte rechtvaardig, zorgvuldig en duurzaam wordt benut. Elke regio telt en de opgaven vragen om keuzes geleid door drie principes: 1. Meervoudig ruimtegebruik 2. Gebiedskenmerken centraal 3. Afwenteling voorkomen waar mogelijk. Voor Oostermeenthe Zuid zijn de volgende thema’s relevant: ▪ Wonen, werken en bereikbaarheid- zorgen dat mensen kunnen wonen en werken op locaties die goed bereikbaar zijn met slimme (verdichte) stedelijke ontwikkeling, infrastructurele verbindingen en regionale balans. Uitdagingen liggen in woningtekort, benutten van bestaande infrastructuur, nabijheid van voorzieningen, mobiliteit en bereikbaarheid op peil houden. ▪ Water en bodem - zorgen dat Nederland veilig (tegen overstroming), voldoende water (zoetwater), en gezonde bodem heeft, en dat deze als fundament worden meegenomen in alle ruimtelijke keuzes. Uitdagingen liggen in klimaateffecten en opgaven (stijgen van water, neerslagextremen, afstemming waterbehoeften en aanbod). De ontwikkeling van Oostermeenthe Zuid sluit goed aan op de uitgangspunten van Rijksbeleid.
De investeringsruimte van woningcorporaties en daarmee de mogelijkheid om 30% sociale huurwoningen te realiseren op Oostermeenthe Zuid staat wel onder druk.
22 Hoofdstuk 3 Toetsing omgevingsaspecten
23 3 Toetsing omgevingsaspecten 3.1 Algemene gebiedsinformatie 3.1.1 Hoogtekaart Op de Actuele Hoogtekaart Nederland (AHN) van het Rijk is de hoogte van de bodem in meters ten opzichte van Normaal Amsterdams Peil (NAP) weergegeven. In de afbeelding op de volgende pagina is het plangebied weergegeven. Het gebied ligt in de overgang van de stuwwal van Steenwijk richting de laagte. Het plangebied ligt hierdoor circa 0.90 m tot 1.40 m boven NAP. Het ligt daardoor hoger dan de woonwijken ten noorden van het plangebied en lager dan het centrumgebied. Binnen het plangebied Oostermeenthe- Zuid is weinig hoogteverschil. 3.1.2 Grondeigendom en rechten Op de overzichtskaart grondeigendom is de grondeigendomsituatie binnen het plangebied van Oostermeenthe Zuid te zien. De gronden binnen het plangebied zijn grotendeels in eigendom van de gemeente Steenwijkerland (586/3996). De rode percelen zijn in privaat eigendom van de onderwijsinstellingen en Wijkvereniging De Middenweg (Wijkcentrum De Oerthe) (3181/ 3589/ 3957). Enkele gronden zijn in eigendom van de gemeente, maar hebben een opstalrecht vanuit de sportverenigingen. In het ‘Gebruiks- en onderhoudsregelement van gemeentelijke buitensportaccommodaties Steenwijkerland 2021’ is vastgelegd hoe omgegaan wordt met eigendom van buitensportaccommodaties.
In dit geval zijn de kantines en kleedkamers van de sportverenigingen in eigendom en beheer van de betreffende verenigingen. Het grootste deel de gronden waar de gemeente de woningbouw wil realiseren is in eigendom van de gemeente Steenwijkerland. Voor enkele percelen geldt een opstalrecht voor betreffende sportvereniging. 3.1.3 Grondgebruik Op de kaart met grondgebruik is te zien dat de gronden binnen het plangebied voornamelijk worden gebruikt voor sport (sportfunctie), voor onderwijs (maatschappelijk) en als groenvoorziening. In het omgevingsplan van Steenwijkerland (die verwijst naar het oude bestemmingsplan) heeft de locatie een sport- en maatschappelijke bestemming. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken zal een procedure voor de wijziging van het omgevingsplan gestart moeten worden.
24 Hoogtekaart Op de Actuele Hoogtekaart Nederland (AHN) van het Rijk is de hoogte van de bodem in meters ten opzichte van NAP weergegeven, ook voor het plangebied van Oostermeenthe Zuid.
25 Overzichtskaart grondeigendom In deze kaart is het grondeigendom van plangebied Oostermeenthe Zuid weergegeven. Lichtgroen = eigendom gemeente Donkergroen = eigendom gemeente, opstelrecht sportvereniging Rood = privaat eigendom Blauw = eigendom andere overheden Geel = eigendom nutsbedrijven
26 Grondgebruik Op deze kaart van de Atlas leefomgeving is het grondgebruik in en rondom het plangebied van Oostermeenthe Zuid getoond. De meest relevante soorten zijn hier sportvelden, gras (lichtgroen) beplanting (donkergroen) en bebouwing (rood/paars).
27 3.2 Geschiedenis 3.2.1 Archeologie De Archeologische Verwachtingenkaart van de provincie Overijsse l geeft de kans op het aantreffen van archeologische waarden aan. Archeologische waarden zijn overblijfselen (in het landschap) van menselijke activiteiten uit het verleden. De kaart geeft een indicatie van de ligging van gebieden met een hoge, een middelhoge, lage verwachtingswaarde of bestempeld een gebied als ‘bebouwd gebied’. De kaart is in 2022 geactualiseerd en wordt gebruikt bij het ontwikkelen van een visie op ruimtelijke plannen van regionale of provinciale aard. Het plangebied is hierop aangewezen als ‘bebouwd’. De gemeente Steenwijkerland heeft ook een eigen Archeologische Waarden- en Beleidskaart op laten stellen waarin de archeologische waarden en verwachtingen voor Steenwijk in kaart zijn gebracht. Daaruit blijkt dat voor het grootste deel van het gebied (sportvelden) de archeologische verwachtingswaarde onbekend is, terwijl de delen langs het water een hoge archeologische verwachtingswaarde zouden hebben. Op basis van de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart geldt dat er een verkennend archeologisch onderzoek nodig is, waarbij met name de delen rondom de watergang een hoge archeologische verwachting hebben. Monumenten Er zijn geen monumenten aanwezig in het plangebied.
3.2.2 Cultuurhistorisch landschap De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) heeft met de kaart Cultuurlandschappen van Nederland de historische landschappen tot circa 1900 in beeld gebracht. De provincie Overijssel beheert daarnaast een cultuurhistorische waardenkaart met de nog aanwezige landschappelijke en cultuurhistorische waarden. De locatie Oostermeenthe Zuid ligt binnen twee cultuurhistorische landschappen, namelijk de Veenontginningen (paars in de kaart) en Keileem- en dekzandgebieden (lichtgeel aangeduid in de kaart). Cultuurhistorisch waardenkaart Het gebied waarin de locatie Oostermeenthe Zuid ligt is door de provincie ook aangemerkt als historisch cultuurlandschap ‘ruilverkaveling’ (ruilverkavelingsblok 1954 – 1984). De daadwerkelijke veranderingen zijn niet opgenomen. De ruilverkaveling staat voor een periode 1924 tot 1958 waarin rationeler en doelmatiger werd ingericht. Het had daarbij een grote invloed op de herinrichting van het landschap, de dorpen en zelfs gemeenschap.
28 Gebiedskenmerken Het plangebied van Oostermeenthe Zuid valt binnen het agrarisch cultuurlandschap Oude hoevenlandschap. Kenmerken van dit landschap staan beschreven in Bijlage VII – Catalogus Gebiedskenmerken, waarin de cultuurhistorische waarde zijn vertaald tot gebiedskenmerken (zie ook paragraaf over provinciaal beleid). De provincie Overijssel zet namelijk in op een integrale benadering van de cultuurhistorische waarden in de ruimtelijke ontwikkeling waarbij de uitdaging ligt in het behouden van deze waarden en deze te verbinden met actuele en toekomstige ontwikkelingen. Daarnaast geldt op basis van de Erfgoedwet dat gemeenten het archeologisch erfgoed zoveel mogelijk ter plekken bewaren en daarvoor beheermaatregelen treffen. Voor de locatie Oostermeenthe Zuid geldt bij de wijziging van het omgevingsplan een motiveringsplicht voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen als het gaat om de aanwezige cultuurhistorische waarden en gebiedskenmerken. Historische infrastructuur. Rondom het plangebied lopen een aantal infrastructuren met cultuurhistorische waarde. Dat geldt bijvoorbeeld voor de spoorverbinding Zwolle-Leeuwarden (moderne tijd) en de Eesveensche route (tenminste aanwezig in 1648).
29 Archeologische verwachtingenkaart Op de archeologische verwachtingenkaart (provincie Overijssel) is de kans op archeologische vondsten gevisualiseerd. In deze kaart wordt met strepen ‘bebouwd gebied’ aangegeven, waarvoor geen archeologische verwachting geldt. Op de kaart zijn daarnaast cultuurhistorische structuren (rode lijnen) en gemeentelijke monumenten (rode stippen) weergegeven.
30 Cultuurhistorische landschapskaart In deze kaart is een uitsnede gemaakt uit de historische cultuurlandschappenkaart van Nederland. Op de kaart veenontginningen (paars), keileem- en dekzandgebieden (lichtgeel) en stuwwal (oranje).
31 3.3 Bodem & water 3.3.1 Bodemopbouw De Bodemkaart van Nederland (van de Universiteit van Wageningen), geeft ruimtelijke informatie over de opbouw van de bodem tot 1,20 meter diepte. In het plangebied van Oostermeenthe Zuid zijn de volgende bodemsoorten aanwezig: ▪ Hoge, middelhoge en lage zandgrond: Deze gronden zijn voornamelijk te vinden op de sportvelden zelf. ▪ Dunne en zeer dunne veengrond rondom het basisschoolcomplex en in het zuidwesten van het plangebied. ▪ Zandige oevergrond binnen de loop van de beek in het plangebied. De gronden zijn redelijk tot goed waterdoorlatend wat gunstig is voor de waterhuidhouding. De stabiliteit in relatie tot bebouwing is redelijk stabiel en vergt naar verwachting geen bijzondere funderingsmaatregelen. De bodemopbouw zorgt naar verwachting niet voor belemmeringen voor de ontwikkeling van woningbouw in Oostermeenthe Zuid. 3.3.2 Bodemkwaliteit De gemeenten binnen de regio van de omgevingsdienst IJsselland maken gebruik van de Nota bodembeheer en de bijbehorende bodemkwaliteitskaart bij grondverzet. Deze zijn in 2023 geactualiseerd. De bodemkwaliteitskaarten geven globaal inzicht in de bodemkwaliteit van locaties op basis van de bodemopbouw en geomorfologie, historie, bekende informatie over verontreinigingen en andere informatie.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen de bovengrond (0 tot 0,5 meter onder maaiveld) en de ondergrond (0,5 tot 2,0 meter onder maaiveld). De geactualiseerde bodemkwaliteitskaart laat zien dat zowel de bovengrond als de ondergrond in IJsselland overwegend voldoet aan de kwaliteitsklasse Landbouw/Natuur (dit is de ‘schoonste’ klasse). Dat geldt ook voor het plangebied van Oostermeenthe Zuid. Op basis van de beschikbare informatie lijkt de bodemkwaliteit geschikt voor woningbouw. Voor een wijziging van het omgevingsplan is (verkennend) bodemonderzoek nodig. 3.3.3 Waterhuishouding & wateroverlast Waterberging binnen het gebied is een van de uitgangspunten behorend bij ‘water- en bodemgestuurd’ ontwikkelen. Aan de noordzijde van het plangebied, tussen de sportvelden en de woningen van Oostermeenthe Noord, loopt een primaire watergang van het waterschap. Deze loopt vanaf de noordzijde langs de basisschool naar het zuiden en slaat vervolgens naar af naar het westen, waarna deze via een duiker het water afvoert richting Oostermeenthe-Noord en het gemaal Oostermeenthe. Verder zijn er in het gebied door de gem eente een aantal goten gegraven, onder andere langs het spoor aan de zuidzijde van het plangebied. De Klimaateffectatlas van het Ministerie van I&W toont potentiºle wateroverlast door hevige regenbuien.
De wateroverlastkaart laat zien waar bij een 100-jarige bui problemen kunnen ontstaan. Door klimaatverandering zullen dergelijke extremen vaker voorkomen, wat b ij ruimtelijke plannen meegenomen moet worden. De wateroverlastkaart laat twee locaties zien die aandacht vragen. Ten eerste kunnen er bij hevige regenbuien plassen ontstaan van op
32 de verharde stukken rond de sportvelden. Ten tweede kan wateroverlast zich voordoen op de Gagelsweg en rond de fietspaden direct ten westen van de Gagelsweg. Door de sportvelden te vervangen met woningen, infrastructuur en parkeerplekken (en daardoor meer verharding in het plangebied te introduceren) vermindert ook het infiltratieoppervlak. Daarvoor is een inrichtingsplan met een waterbeheerplan nodig waarin uitgewerkt is op welke wijze de afvloeiing van water in het gebied verloopt en wordt opgevangen. In overleg met het waterschap zal er een inrichtingsplan met waterbeheerplan moeten worden uitgewerkt om een goede waterhuishouding voor het gebied mogelijk te maken. 3.3.4 Ontplofbare Oorlogsresten Ontplofbare Oorlogsresten zijn niet gesprongen explosieven uit bijvoorbeeld de Eerste of Tweede Wereldoorlog en vormen een gevaar bij graaf- of baggerwerk. De gemeente Steenwijkerland heeft op basis van historisch onderzoek een kaart opgesteld van verdacht gebied: de Bodembelastingkaart onontplofte oorlogsresten. Hieruit blijkt dat in het plangebied mogelijk niet gesprongen explosieven aanwezig zijn. Het gaat om mogelijke afwerpmunitie in het oostelijk deel van het plangebied, rondom de kruising tussen de Gagelsweg en het spoor. Er zijn mogelijk ontplofbare oorlogsresten aanwezig in het plangebied.
Er is nader verkennend onderzoek nodig om te bepalen of er verdere maatregelen nodig zijn.
33 Bodemkaart De aanwezige ondergronden in het plangebied: Hoge (1), middelhoge (2) en lage (3) zandgronden, Zeer dunne (4) en dunne (5) veengronden en zanderige oevergronden (7)
34 Bodemkwaliteitskaart (bovengrond) IJsselland Op deze kaart van de omgevingsdienst IJsselland wordt de verwachte bodemkwaliteit van de bovengrond (tot 0,5 m onder maaiveld) getoond. Er wordt onderscheid gemaakt tussen klasse landbouw/natuur, wonen en industrie.
35 Wateroverlastkaart Op deze kaart van de klimaateffectatlas is wateroverlast als een gevolg van een extreme bui (140 mm/2 uur) gevisualiseerd.
36 Bodembelastingkaart onontplofte oorlogsresten Op de bodembelastingkaart van de gemeente Steenwijk zijn voor heel Steenwijk de verdachte gebieden aangegeven voor afwerpmunitie, geschutmunitie van artilleriebeschietingen, geschutmunitie van vliegtuigen, stellingen (klein kaliber, geschut, handgranaten en geweergranaten) en schietbanen (klein kaliber, handgranaten en geweergranaten).
37 3.4 Natuur & landschap 3.4.1 Gebiedsbescherming Rondom Steenwijk zijn er verschillende beschermde natuurgebieden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Natura 2000-gebieden. Voor beide soorten geldt dat de provincies zijn aangewezen als bevoegd gezag om de natuur te beschermen en te ontwikkelen. De regels hiervoor staan beschreven in de omgevingsverordening van de provincie. Natura 2000 Direct ten zuiden van de stad ligt Natura 2000-gebied De Wieden (kortste afstand tot plangebied is 3 km), naar het westen ligt het natuurgebied De Weerribben (kortste afstand tot plangebied is 6,8 km) en naar het oosten – in de provincie Drenthe - het Holtingerveld (kortste afstand tot plangebied is 5 km). Voor alle gebieden geldt dat er in het natuurgebied overbelaste stikstofhabitattypen aanwezig zijn en dat de effecten van zowel de woningbouw als het gebruik van de woningen in een ecologische beoordeling (inclusief AERIUS-berekeningen) getoetst moeten worden. In de ecologische beoordeling moet worden onderbouwd of er sprake kan zijn van een mogelijk significant (negatief) effect op omliggende Natura 2000-gebieden. Vanwege de nabijheid van de Natura 2000-gebieden geldt stikstofdepositie als ØØn van de belangrijkste aandachtspunten voor de ontwikkeling van Oostermeenthe Zuid (en algemeen woningbouw in Steenwijk).
Met een Aerius-berekening moet worden vastgesteld of effecten optreden en, indien nodig, hoe deze kunnen worden ondervangen, bijvoorbeeld via salderen of emissieloze uitvoering. Natuurnetwerk Nederland In de directe omgeving van het plangebied zijn geen NNN-gebieden aanwezig. De kortste afstand (+- 1 km) is tot het gebied Woldberg/Eese. Gezien deze afstand worden geen effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van dat gebied verwacht. Vervolgstappen zijn om die reden niet nodig. 3.4.2 Soortenbescherming In Nederland leven veel beschermde planten- en diersoorten. Con form de ‘Beschermde SoortenIndicator’ (BeSi) zijn zogenaamde kansenkaarten gemaakt waarop bepaald wordt of en zo ja welke soorten potentieel aanwezig zijn. Na het raadplegen van de BeSi wordt geconcludeerd dat er in het gebied in potentie veel verschillende beschermde soorten aanwezig zijn. Dat zijn: • Vogelrichtlijn: huismus – jaarrond bescherming van nest. • Habitatrichtlijn: boombewonende vleermuizen, gebouwbewonende vleermuizen, noordse winterjuffer. • Overige wettelijk beschermde of rode lijst soorten: Bruine kikker (vrijstelling maar zorgplicht), bunzing, gewone pad (vrijstelling maar zorgplicht), haas (vrijstelling maar zorgplicht), kleine watersalamander (vrijstelling maar zorgplicht), konijn (vrijstelling maar zorgplicht), ringslang.
Ecologisch onderzoek naar aanwezige soorten in relatie tot potentieel effect van de ontwikkeling is noodzakelijk vooruitlopend op de wijziging van het omgevingsplan. Het onderzoek heeft een doorlooptijd van ØØn jaar (jaarrond onderzoeken) en maximale houdbaarheid van drie jaar. 3.4.3 Houtopstanden Bomen en bossen vallen onder houtopstanden. Vanwege de belangrijke functie in de fysieke leefomgeving is bescherming van
38 houtopstanden een onderdeel van de Omgevingswet. Daarbij is er een belangrijk onderscheid tussen houtopstanden in of buiten stedelijk gebied. Voor bomen buiten stedelijk gebied gelden regels vanuit het Rijk, voor binnen stedelijk gebied bepaald de betreffende gemeente de regels. De knip tussen de beide gebieden is vastgelegd in de zogeheten ‘bebouwingscontour houtkap’. De locatie Oostermeenthe Zuid ligt binnen bebouwingscontour houtkap, wat betekent dat voor het kappen de gemeentelijke regels van toepassing zijn. Op de gemeentelijke bomenkaart is te zien dat in het plangebied – met name aan de oostzijde en aan de zuidzijde langs de parallelweg – verschillende bomen aanwezig zijn. Er zullen waarschijnlijk bomen moeten worden gekapt waarvoor een compensatie- of herplantplicht geldt.
39 Beschermde natuurgebieden In deze kaart is de locatie van het plangebied van Oostermeenthe Zuid in relatie tot beschermde natuurgebieden weergegeven. In de omgeving bevinden zich gebieden die onderdeel zijn van het Natuurnetwerk Nederland inclusief de zone ‘ondernemen met natuur en water’ en Natura 2000-gebieden.
40 Bomenkaart Op de bomenkaart van de gemeente Steenwijkerland zijn alle gemeentelijke bomen in het plangebied gevisualiseerd.
41 3.5 Woon- en leefklimaat 3.5.1 Externe veiligheid Bij het inpassen van nieuwe functies op een locatie speelt externe veiligheid een belangrijke rol. Bij kwetsbare gebouwen en locaties moet de gemeente zorgvuldig kijken naar risicobronnen in de omgeving zoals gedefinieerd in bijlage VI van het Bkl. De mate van kwetsbaarheid hangt af van het aantal personen dat tegelijk aanwezig is -de aanwezigheid duur- en in hoeverre personen zichzelf in veiligheid kunnen brengen. Er zijn verschillende soorten risicobronnen, zoals gevaarlijke stoffen en het vervoer (al dan niet via leidingen) hiervan, de opslag van vuurwerk, windturbines en munitieopslag. Hoe minder personen rond dergelijke activiteiten aanwezig zijn, hoe beter de veiligheidssituatie. Voldoende afstand tussen wonen en risicobronnen is daarom belangrijk. Hierbij worden verschillende risicozones in acht genomen, namelijk het plaatsgebonden risico (PR), aandachtsgebieden, explosieaandachtsgebieden en belemmeringengebieden. Belangrijk binnen externe veiligheid is het onderscheidt tussen individueel (plaatsgebonden risico) en groepsrisico (aandachtsgebieden onder de Omgevingswet). De beoogde ontwikkeling aan Oostermeenthe Zuid voorziet in (zeer) kwetsbare gebouwen, namelijk in ieder geval met woon- en onderwijsfunctie.
Op de kaart ‘externe veiligheid’ is aangegeven met welke bronnen er in het plangebied van Oostermeenthe Zuid rekening gehouden dient te worden. Het plangebied van Oostermeenthe Zuid valt geheel binnen het gifwolkaandachtsgebied, en gedeeltelijk binnen explosie- en brandaandachtsgebied veroorzaakt door een gevaarlijke stoffenroute over het spoor. Binnen het plangebied is verder geen sprake van een plaatsgebonden risicocontour. Op basis van artikel 5.15 onder ‘2’ van Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl) heeft de gemeente de mogelijkheid om ervoor te kiezen geen (zeer) kwetsbare gebouwen toe te laten binnen een aandachtsgebied, passende maatregelen te nemen (zoals aanvullende bouweisen) of tijd en aanwezigheid van personen op die locatie te beperken. Voor de ontwikkeling zal met de Veiligheidsregio IJsselland afgestemd moet worden om te bepalen of aanvullende maatregelen voldoende bescherming bieden om dergelijke functies binnen de aandachtsgebieden mogelijk te maken. Goed om te benoemen is dat er rekening gehouden moet worden met het beperkingsgebied hoofdspoorwegen waar binnen bij werkzaamheden mogelijk een melding of vergunning richting ProRail benodigd is. In de kaart hieronder is de reikwijdte van het beperkingsgebied te zien. Gezien de begrenzing is het niet aannemelijk dat dit grote gevolgen zal hebben voor nodige werkzaamheden.
42 Externe veiligheid Op deze kaart zijn elementen die van belang zijn in het kader van externe veiligheid gevisualiseerd. Hierop zijn het spoor en een aantal stationaire bronnen (rood gestippeld) de aandachtsgebieden weergegeven voor brand (rood), explosie (oranje) en gifwolken (geel).
43 3.5.2 Kabels en leidingen In en rondom de potentiºle ontwikkellocatie aan de Oostermeenthe Zuid liggen verschillende kabels en leidingen en om deze duidelijk in kaart te krijgen is er een KLIC-melding gedaan (zie kaart). Het grootste deel van het plangebied is vrij van kabels en leidingen, maar dat geldt niet voor de randen. Aan de oostzijde (in het gebied van de maatschappelijke voorzieningen) en in mindere mate aan de zuidzijde (gebied langs spoor) liggen verschillende kabels voor data en laagspanning en water-, riool- en gasleidingen. Naar verwachting vormen deze kabels en leidingen geen significante beperkingen voor nieuwbouw. Het is wel belangrijk om vroegtijdig contact op te nemen met de netbeheerders over de geplande werkzaamheden en om de exacte locatie van de kabels en leidingen vast te stellen. Het is niet de verwachting dat er voor de ontwikkeling categorie 1 kabels of leidingen (zoals hogedruk gasleiding, midden of hoogspanningskabels) verlegd moeten worden. 3.5.3 Bedrijven en milieuzonering Bij de wijziging van een omgevingsplan door de gemeente moet in het belang van het beschermen van gezondheid rekening worden gehouden met hinder door geur en geluid door bedrijfsactiviteiten.
D at betreft: (1) impact van de ontwikkeling op bestaande (gevoelige) bebouwing in de omgeving en (2) worden er met de ruimtelijke ontwikkeling gevoelige gebouwen toegevoegd waarbij rekening gehouden moet worden met bestaande bedrijfsactiviteiten in de omgeving. Binnen het omgevingsplan en bij het wijzigen of afwijken van het omgevingsplan moet sprake zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Hierbij is milieuzonering ØØn van de te beschouwen aspecten. Milieuzonering zorgt voor ruimte voor milieuhinderlijke (bedrijfs-)activiteiten met behoud van bescherming van de woon- en leefomgeving. De VNG heeft in 2024 een nieuwe handreiking uitgebracht die de oude versie uit 2009 vervangt. Omdat er nog geen omgevingsplan is vastgesteld door de gemeente Steenwijkerland wordt nog getoetst aan het voormalige bestemmingsplan, wat uit gaat van de methodiek van de VNG 2009 (met milieucategorieºn). Het is daarom van belang om de oude categorieºn te vertalen naar de nieuwe wetgeving. Hier bij gaan wij er in het geval van Oostermeenthe Zuid uit van de richtafstanden voor een rustig woongebied, omdat hierbij de grotere richtafstanden worden gebruikt (worst-case benadering). Wanneer beargumenteerd zou kunnen worden dat er sprake is van een gemengd gebied, dan zouden de richtafstanden nog verlaagd kunnen worden.
Impact omgeving op beoogde ontwikkeling In de tabel hier onder is een opsomming gemaakt van de relevante functies en activiteiten in de omgeving van het plangebied van Oostermeenthe Zuid. Dit is ook gevisualiseerd in de kaart met bedrijven en milieuzonering. Ligging Functie/activiteit Geluid Geur Hoogste Noord Onderwijsfunctie • Openbare Basisschool (OBS) Beatrixschool • Christelijk Kindcentrum Claus- basisonderwijs • Stichting Op Kop - openbaar primair onderwijs Zone 1 30m FM 0-10m Zone 1 30m
44 Oost Wijkcentrum De Oerthe Zone 1 30m FM 0-10m Zone 1 30m Sportpark de Nieuwe Gagels Zone 2 50m FM 0-10m Zone 2 50m Zuiden Sportcomplex De Waterwyck Zone 2 50m FM 0-10m Zone 2 50m Sporthal Steenwijk Zone 2 50m FM 0-10m Zone 2 50m Westen Kornelis Caps & Closures - kunststofproductiebedrijf Zone 2 50m Zone 2 50m Zone 2 50m Er is enige overlap met het gebied vanuit de sportfaciliteiten aan de overzijde van het spoor en de maatschappelijke voorzieningen in het noordoosten van het plangebied zelf. Impact beoogde ontwikkeling op omgeving Met de woningbouwontwikkeling wordt een gevoelige functie geïntroduceerd (woningen). Binnen de beoogde ontwikkeling van locatie Oostermeenthe Zuid blijft daarnaast de onderwijsfunctie aanwezig (transformatie van scholen). De ontwikkeling voorziet ook in ruimte voor voorzieningen op de begane grond, een supermarkt, buurtcentrum en mogelijk plek voor een nieuwe zorgfunctie (huisartsenpraktijk). De richtafstanden van supermarkt, buurtcentrum en scholen in een rustig woongebied bedragen maximaal 30 meter. Voor de locatie Oostermeenthe Zuid geldt dat de richtafstanden voor milieu (geluid & geur) een belemmering kunnen vormen. Het gaat hierbij vooral om de functies die nieuw worden toegevoegd (supermarkt) en getransformeerd (schoollocatie) in relatie tot de beoogde woningbouw.
In overleg met de omgevingsdienst kan worden onderzocht of er sprake is van een gemengd gebied, waardoor richtafstanden met ØØn stap verkleind kunnen worden (van 30 meter naar 10 meter).
45 kleur Thema (net) beheerder Datatransport ProRail Datatransport Ziggo B.V Datatransport Bt Nederland N.V Datatransport KPN B.V Datatransport DELTA Fiber Netwerk B.V Gas hoge druk N.V. Rendo Gas lage druk N.V. Rendo Laagspanning ProRail Laagspanning N.V. Rendo Middenspanning ProRail Middenspanning N.V. Rendo Overig ProRail Riool onder over of onderdruk Gemeente steenwijkerland Rioolvrijverval Gemeente steenwijkerland Rioolvrijverval ProRail Water vitens
46 Bedrijven en milieuzonering Op deze kaart zijn nabijgelegen bedrijven en functies en de darbij behorende milieuzonering in de omgeving van Oostermeenthe Zuid getoond.
47 3.5.4 Geluid Bij het inpassen van woningen op een locatie speelt geluid van de omgeving vaak een belangrijke rol. Een woning is een geluidgevoelig gebouw. Voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, mag er daarom niet te veel geluid van buiten in de woning komen. Ook niet als er ramen open staan. Het is daarom van belang om het aspect geluid goed te onderzoeken bij de ontwikkeling van een woonwijk. Geluid kan van verschillende bronnen komen. Voor de locatie van Oostermeenthe Zuid zijn wegverkeer, treinverkeer en industrie als bronnen bekeken. ▪ Weggeluid: het plangebied wordt omsloten door de parallelweg (erftoegangsweg met maximale snelheid van 30 km/uur) in het zuiden en de Gagelsweg (gebiedsontsluitingsweg met maximale snelheid van 50 km/uur) in het oosten. ▪ Spoorgeluid: het plangebied grenst direct aan het treinspoor (spoorlijn Leeuwarden – Zwolle). ▪ Industriegeluid: de locatie Oostermeenthe Zuid ligt grenst niet aan een industriegebied. Woningen en scholen vallen onder de Omgevingswet onder geluidsgevoelige gebouwen (Bkl. Art 1.2). De Omgevingswet bepaalt daarnaast dat binnen geluidaandachtsgebieden (rondom wegen en het spoor) de geluidbelasting op een geluidgevoelig gebouw moet worden getoetst aan de in de wet opgenomen geluidnormen. Op het bepalen van het geluidaandachtsgebied zijn de bij ministeriºle regelin g gestelde regels van toepassing.
Binnen het overgangsrecht dat nu geldt, geldt voor een 30km/u weg 100 m en een 60 km/u weg 200 m vanaf de as van de weg waarbinnen akoestisch onderzoek nodig is. Vooruitlopend op het akoestisch onderzoek kan op basis van de gecumuleerde geluidskaart (Atlas leefomgeving) in grote lijnen worden ingeschat wat het effect van geluid op de haalbaarheid van de beoogde ontwikkeling op Oostermeenthe Zuid. Het plangebied van Oostermeenthe Zuid ligt gedeeltelijk binnen een geluidsaandachtsgebied van de A32 (Rijksweg) als van het spoor. Hierdoor geldt binnen een gedeelte van het gebied een standaardwaarde van maximaal 50 Lden en 55 Lden. Onder voorwaarden is geluid toegestaan tot de maximale grenswaarde van 60 Lden en 65 Lden. Nieuwbouw is dus alleen mogelijk indien de geluidsbelasting in het gebied voldoet aan de standaardwaarde en/of grenswaarde onder voorwaarde. Hierbij moet ook rekening worden gehouden met de cumulatie van het geluid door omliggende geluidsbronnen. De toevoeging van woningen binnen het plangebied leidt naar verwachting tot een toename van verkeers- en vervoersbewegingen, waarmee een mogelijke stijging van de geluidsbelasting niet valt uit te sluiten. Voor de ontwikkeling van Oostermeenthe Zuid en de bijbehorende wijziging van het omgevingsplan is akoestisch onderzoek nodig. Naast stedenbouwkundige maatregelen zijn eventueel aanpassingen aan de woningen mogelijk.