bijlage 12 Ruimtescan Woldmeenthe Noord
Tekst van het document
0 Ruimtescan Steenwijkerland: Woldmeenthe Noord 21 oktober 2025 | Auteur(s): Kelley Zenderink, Lars Haverkort | Ruimtewerk
1 Samenvatting & SWOT De gemeente Steenwijkerland wil in Woldmeenthe Noord een nieuw sport- en recreatiegebied realiseren als vervangingslocatie voor de sportvoorzieningen in Oostermeenthe-Zuid. Daarmee creºert zij de mogelijkheid voor inbreiding van woningbouw. Het plan combineert sport, natuur, waterberging en recreatie en voorziet tevens in een nieuwe verbindingsweg tussen Tuk en de A32. De ontwikkeling versterkt de recreatieve verbinding tussen De Bult en de vesting Steenwijk en draagt bij aan de wateropgave in het stroomgebied van de Steenwijker Aa. Het gebied is grotendeels in eigendom van de gemeente. Deze Ruimtescan is opgesteld om de haalbaarheid van de beoogde ontwikkeling in Woldmeenthe Noord te verkennen. De scan toetst het plan aan beleidskaders en beoordeelt de belangrijkste ruimtelijke thema’s. De resultaten vormen input voor besluitvorming voor het Afwegingskader Wonen en Werken Steenwijk 2040. Toetsing aan beleid In de Ruimtescan is de beoogde ontwikkeling getoetst aan beleidskaders van gemeente, waterschap, provincie en het Rijk. Over alle bestuurslagen heen zijn de volgende thema’s het meest relevant: Wonen en maatschappelijke groei De groei van Steenwijk vraagt om een gelijktijdige uitbreiding van voorzieningen, waaronder sport- en recreatievoorzieningen.
De verplaatsing van sportvelden vanuit Oostermeenthe-Zuid maakt daar ruimte voor woningbouw, terwijl Woldmeenthe Noord deze voorzieningen toekomstbestendig kan herbergen. Daarmee draagt het plan direct bij aan de woningbouwopgave Øn aan het creºren van een leefbare, gezonde stadsrand met ruimte voor ontmoeting en bewegen. Water en bodemsturend Het plangebied ligt laag in het landschap, aan de voet van de stuwwal van Steenwijkerwold en langs de Steenwijker Aa. Dat maakt het gebied kwetsbaar voor wateroverlast, maar ook kansrijk voor waterberging en ecologisch herstel. De ontwikkeling biedt de mogelijkheid om de bodem- en waterstructuren te versterken, natuurlijke afwatering te benutten en zo bij te dragen aan een klimaatrobuuste inrichting in lijn met het principe “water en bodem sturend” van het waterschap en de provincie. Ruimtelijke kwaliteit en gezondheid Het gebied ligt op de overgang tussen stad en landschap. De inrichting met sport, recreatie en natuur draagt bij aan een aantrekkelijk en gezond leefklimaat en biedt ruimte voor een actieve leefstijl. Het biedt nu desgewenst kans voor een breder scala aan sportfaciliteiten. Door aandacht te besteden aan landschappelijke inpassing, beleving en biodiversiteit kan de ontwikkeling ruimtelijke kwaliteit toevoegen in plaats van alleen ruimte te benutten.
Bereikbaarheid en mobiliteit De ligging nabij woonwijken, de A32 en het NS-station maakt de locatie uitstekend bereikbaar voor zowel Steenwijk als de omliggende regio. Tegelijk kan de aanleg van een verbindingsweg tussen Tuk en de A32 bijdragen aan een betere verkeersafwikkeling van de stad. Door te investeren in veilige fiets- en wandelroutes en goede ov-ontsluiting sluit de ontwikkeling aan bij de ambitie voor duurzame mobiliteit en vermindert ze de afhankelijkheid van de auto.
2 Bij de verdere uitwerking van de plannen naar een concrete stedenbouwkundige opzet, inrichtingsplan en wijziging van het omgevingsplan zijn vanuit beleid de belangrijkste aandachtspunten: ▪ In afstemming met waterschap uitwerken van waterhuishouding via ontwerpprincipes water en bodemsturend en omgang met eventuele verlegging van de kruinlijn van de regionale waterkering. ▪ In afstemming met provincie uitwerken van plan in lijn met ambities ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit (catalogus gebiedskenmerken) en natuur (ondernemen met natuur & water). ▪ Uitwerking van multifunctioneel gebruik en toekomstbestendige exploitatie van sportvoorzieningen. Toetsing aan ruimtelijke thema’s De beoogde ontwikkeling is getoetst aan verschillende ruimtelijke thema’s die bij een verdere uitwerking van de plannen en wijziging van het omgevingsplan van belang zijn. De meest prangende thema’s zijn: ▪ Afstemming en ecologisch onderzoek naar effecten op natuurwaarden van nabij gelegen NNN (op gebied van geluid en lichthinder) en Natura 2000 (stikstofdepositie tijdens bouwfase en gebruiksfase). ▪ Toetsing en afstemming met de veiligheidsregio aan externe veiligheid is noodzakelijk in relatie tot het nabijgelegen spoor. ▪ Toetsing aan regels voor milieuzonering in relatie tot gevoelige functies.
Zowel interne werking (milieuzonering van activiteiten uit omgeving richting de nieuwe functies) als externe werking (milieuzonering van de nieuwe recreatieve functies en nieuwe verbindingsweg ten opzichte van woningen in de omgeving). ▪ In het verlengde van voorgaande akoestisch onderzoek naar geluidseffecten op gevoelige functies in omgeving, met name door toevoeging van nieuwe verbindingsweg en met aandacht voor cumulatie met spoorgeluid en weggeluid A32. ▪ Door de lage ligging omgang met water(beheer) voor de nieuwe functies. Specifiek de omgang met peilbeheer in relatie tot sportvelden, de afvoer van water door het toevoegen van verharding en vergroten bergingscapaciteit Steenwijker Aa. ▪ Uitwerken van plannen op gebied van verkeer en parkeren. De nieuwe randweg en toename bezoekers vragen om verkeersstudie en parkeerplan. Vanuit thema’s als luchtkwaliteit, externe veiligheid, bodemkwaliteit, archeologie en cultuurhistorie zijn geen belemmeringen voor de ontwikkeling te verwachten. Op het gebied van explosieven is nader onderzoek nodig in een klein deel van het plangebied.
3 Sterkte-zwakte analyse De locatie is getoetst op de in deze scan genoemde onderwerpen en aan de zes bouwstenen uit het afwegingskader wonen en werken Steenwijk 2040. Grootste locatie specifieke sterktes ▪ Het plan biedt door verplaatsing van de sportvelden ruimte voor inbreiding van woningbouw op Oostermeenthe Zuid. ▪ Ligging: Het gebied ligt tussen woonwijken, de A32 en het intercity station en is daardoor goed bereikbaar voor inwoners van Steenwijk en bezoekers van buitenaf en biedt ruimte voor uitbreiding in de toekomst. ▪ Grondeigendom: Het gebied is nagenoeg geheel in eigendom van de gemeente Steenwijkerland. ▪ Water en bodem sturend: Het gebied biedt ruimte voor waterberging en klimaatadaptieve inrichting. Grootste locatie specifieke kansen ▪ Integraliteit plannen: De ontwikkeling draagt bij aan de bredere gebiedsvisie waarin sport, wateropgaven en recreatie elkaar versterken. ▪ Bevordering regionale mobiliteit: Aanleg van de verbindingsroute Tuk–A32 kan verkeersdruk Steenwijk verminderen. ▪ Kosten en financiering: Ontwikkelkosten kunnen op onderdelen mogelijk gekoppeld worden aan NOVEX gelden. ▪ Impuls Ruimtelijke kwaliteit: Het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit door inpassing van gebiedskenmerken en waarden. Grootste locatie specifieke zwaktes: ▪ Licht en geluid: Ligging aangrenzend aan NNN-gebied kan invloed hebben op toepassing van licht en geluid.
▪ Externe veiligheid: Ontwikkeling voorziet in de toevoeging van kwetsbare functies en ligt gedeeltelijk binnen het aandachtsgebied voor gevaarlijke stoffenroute. ▪ Milieuzonering en geluid: Toevoeging van een kwetsbare functie leidt tot planologische beperkingen. Grootste locatie specifieke bedreigingen: ▪ Stikstofnormering in de bouw- en gebruiksfase: Wijze van aanleg en mogelijk gebruik moeten passen binnen de gelden normering van stikstofdepositie voor omliggende Natura 2000 gebieden.
4
3.2 | Geschiedenis | 27 Inhoudsopgave | 3.2.1 | Archeologie | 27 3.2.2 | Cultuurhistorisch landschap | 27 Sterkte-zwakte analyse | 3 | 3.3 | Bodem & water | 31 3.3.1 | Bodemopbouw | 31 1 | Vraagstelling, locatie & omgeving | 7 | 3.3.2 | Bodemkwaliteit | 31 1.1 | Aanleiding | 7 | 3.3.3 | Waterhuishouding & wateroverlast | 31 1.2 | Beschrijving locatie en beoogde ontwikkeling | 7 | 3.3.4 | Ontplofbare Oorlogsresten | 32 1.3 | Leeswijzer | 8 | 3.4 | Natuur & landschap | 37 3.4.1 | Gebiedsbescherming | 37 2 | Toetsing beleid | 11 | 3.4.2 | Soortenbescherming | 38 2.1 | Gemeentelijk beleid | 11 | 3.4.3 | Houtopstanden | 38 2.1.1 | Omgevingsvisie & wonen | 11 | 3.5 | Woon- en leefklimaat | 41 2.1.2 | Sport, groen & bewegen | 12 | 3.5.1 | Externe veiligheid | 41 2.1.3 | Mobiliteit, verkeer & parkeren | 12 | 3.5.2 | Kabels en leidingen | 43 2.1.4 | Toetsing ontwikkeling aan gemeentelijk beleid | 13 | 3.5.3 | Bedrijven en milieuzonering | 43 2.2 | Provinciaal beleid | 15 | 3.5.4 | Geluid | 47 2.2.1 | Omgevingsrechtelijk kader | 15 | 3.5.5 | Licht(hinder) | 49 2.2.2 | Sport, groen & bewegen | 16 | 3.5.6 | Verkeer en parkeren | 49 2.2.3 | Toetsing ontwikkeling aan provinciaal beleid | 17 | 3.5.7 | Luchtkwaliteit | 49 2.3 | Waterschapsbeleid | 19 | 3.5.8 | Netcongestie | 51 2.3.1 | Waterschapsverordening | 19 | Bijlage 1 – Benodigde onderzoeken bij de ontwikkeling | 55 2.3.2 | Position
paper Water en Bodem sturend | 19 2.3.3 | Toetsing ontwikkeling aan waterschapsbeleid | 19 2.4 | Rijksbeleid | 21 2.4.1 | Ontwerp-Nota Ruimte | 21 2.4.2 | Nationaal Sportakkoord I en II en het werkplan | 21 2.4.3 | Toetsing ontwikkeling aan Rijksbeleid | 21 3 | Toetsing omgevingsaspecten | 23 3.1 | Algemene gebiedsinformatie | 23 3.1.1 | Hoogtekaart | 23 3.1.2 | Grondeigendom en rechten | 23 3.1.3 | Grondgebruik | 23 5
6 Hoofdstuk 1 Vraagstelling, locatie & omgeving
7 1 Vraagstelling, locatie & omgeving 1.1 Aanleiding Er is een behoefte aan extra ruimte voor wonen en werken in- en rondom de stad Steenwijk, maar de ruimte is schaars. Er zijn verschillende locaties waar in potentie woningen of bedrijven gerealiseerd kunnen worden, maar een ontwikkeling voor woningbouw enerzijds gaat altijd ten koste van iets anders. Bij een inbreidingslocatie komt er meer druk op de bestaande infrastructuur en voorzieningen. Bij uitbreiding gaat het ten koste van openheid en het landschap. Met andere woorden: de perfecte locatie bestaat niet. Aan de keuze om ergens woningen of andere voorzieningen te realiseren hangt dus altijd een tegenargument om het niet te doen. Om die reden heeft de gemeente Steenwijkerland het ‘afwegingskader wonen en werken Steenwijk 2040’ opgesteld. In het afwegingskader wordt op basis van zes bouwstenen (zie hiernaast) een ontwikkelrichting voor de stad Steenwijk uiteengezet. Die ontwikkelrichting wordt vertaald naar een aantal concrete locaties voor woningbouw en bedrijventerreinen. De gemeenteraad van Steenwijkerland 1 2024_RAAD_00068 De toekomst van wonen en werken in Steenwijk, 26 november 2024 heeft het afwegingskader – en daarmee de locaties voor wonen en werken – op 26 november 2024 richtinggevend vastgesteld 1.
Daarnaast is besloten om het afwegingskader en de nadere uitwerking ervan mee te nemen in het traject om te komen tot een visie op Steenwijk, als onderdeel van de omgevingsvisie voor Steenwijkerland. In het kader van de nadere uitwerking is Ruimtewerk gevraagd om een haalbaarheidsonderzoek te doen naar een aantal verschillende ontwikkellocaties uit het afwegingskader wonen en werken. Met de voorliggende Ruimtescan worden beleidstechnische en ruimtelijke aspecten globaal verkend. De verkenning resulteert in een SWOT met aspecten waarbij rekening gehouden moet worden met de besluitvorming over de ontwikkellocatie (Strenghts, Weaknesses, Opportunities & Threats). De voorliggende Ruimtescan geldt voor de beoogde locatie voor (vooral) recreatieontwikkeling van Woldmeenthe Noord. 1.2 Beschrijving locatie en beoogde ontwikkeling De gemeente Steenwijkerland heeft zeven focusgebieden aangewezen om haar ambities te kunnen realiseren. Het gebied Woldmeenthe Noord betreft ØØn van deze focusgebieden. De beoogde ontwikkellocatie grenst aan twee buurten (Woldmeenthe en Dolderkanaal) en wordt begrensd door spoorlijn Meppel-Leeuwarden. Aan de andere kant van het spoor liggen voornamelijk bedrijven. Parallel aan de locatie loopt het Dolderkanaal die een natuurlijke grens vormt tussen het gebied en de buurt Woldmeenthe.
Aan de noordzijde wordt het gebied afgebakend door horeca (McDonalds en Fletcher
8 Hotel) en de snelweg A32. Het gebied heeft een agrarisch karakter (grasland), afgewisseld met natuur (loofbos). Door het gebied loopt het Woldmeenthepad. De beoogde ontwikkeling van Woldmeenthe Noord voorziet in de verplaatsing van de sportvoorzieningen die zich nu bevinden in Oostermeenthe Zuid, nabij het centrum van Steenwijk. Dit hangt dus direct samen met de gebiedsontwikkeling in Oostermeenthe Zuid. Het gebied biedt hier ruimte voor het samenbrengen van sport (8,5 ha) , water, recreatie en natuur. Het geeft een kwaliteitsimpuls aan recreatie door een nieuwe recreatieve verbinding tussen de recreatiegebieden op de Bult en de vesting van Steenwijk. Met de inpassing van extra ruimte voor de Steenwijker Aa kan het kanaal verbreed worden met natuurvriendelijke inrichting en waterbuffers. Binnen het gebied wordt daarnaast ruimte gereserveerd voor een verbindingsroute tussen Tuk en de A32 wat tot minder verkeer in de binnenstad leidt. De locatie is daarmee en door de centrale ligging nabij woonwijken, buitengebied en NS-station goed bereikbaar voor sporters vanuit de wijken en de regio. Ontwikkelingen & samenhang De focusgebieden in Steenwijk-Noord vormen een samenhangend geheel door de onderlinge relatie tussen de verplaatsing van de sportvelden, de wateropgaven in het stroomgebied van de Steenwijker Aa en de stedelijke afvoer, en de ontwikkeling van recreatieve verbindingen.
1.3 Leeswijzer De Ruimtescan is verdeeld in de volgende hoofdstukken: ▪ In hoofdstuk 1 wordt ingegaan op de aanleiding voor de Ruimtescan en wordt de beoogde ontwikkeling waarvan de haalbaarheid wordt onderzocht beschreven. ▪ Hoofdstuk 2 bevat de toetsing van de beoogde ontwikkeling aan het beleid. Het beleid wordt met de verschillende schaalgroottes doorlopen waarbij het begint bij het gemeentelijk beleid, en langs het provinciaal- en waterschapsbeleid naar het rijksbeleid gaat. ▪ In hoofdstuk 3 volgt een ruimtelijke toets. Eerst wordt algemene informatie over de locatie beschreven (bijv. grondeigendom en grondgebruik). Daarna wordt de beoogde ontwikkeling getoetst aan omgevingsaspecten die in het kader van ruimtelijke ordening van belang zijn zoals archeologie, cultuurhistorie, bodem- en wateraspecten, natuur en verschillende milieuaspecten. Tot slot wordt in de bijlage een opsomming gegeven van benodigde/geadviseerde onderzoeken bij de ontwikkeling.
9
10 Hoofdstuk 2 Toetsing beleid
2.1.1 | Omgevingsvisie & wonen 2 Toetsing beleid | De gemeente Steenwijkerland heeft als uitgangspunt in haar (ontwerp) omgevingsvisie ‘We streven naar een inrichting van de leefomgeving die uitnodigt tot ontmoeting, bewegen, spelen, leren en 2.1 | Gemeentelijk beleid | ontspanning’. Specifiek voor het plangebied wil de gemeente Hieronder volgt een kort overzicht van de relevante gemeentelijke | ‘Woldmeenthe Noord ontwikkelen tot een groen sport- en beleidsstukken. De beleidsstukken worden gecategoriseerd in thema’s | recreatiegebied, goed bereikbaar en passend in het landschap’. Hierbij aan de hand waarvan het beleid in het vervolg van deze paragraaf | gaat het om het bieden van sportvoorzieningen als de inrichting van de wordt beschreven. | fysieke leefomgeving wat een gezonde levensstijl, zoals meer bewegen, stimuleert. Om dit te kunnen stimuleren zet de gemeente in Overzicht gemeentelijk | op het behouden, benutten en waar mogelijk versterken van (de beleid | kwaliteiten van) het groenblauwe raamwerk (de gemeentelijke Omgevingsvisie & wonen | (Ontwerp-)Omgevingsvisie | hoofdstructuur van water en groen). De Stadsvisie Steenwijk haakt Steenwijkerland (2025) | hierop aan door het benadrukken van: Stadsvisie Steenwijk Woonagenda Steenwijkerland 2022- | ▪ | De openbare ruimte moet uitnodigen tot bewegen en 2026 Afwegingskader wonen en werken | buitenspelen.
Steenwijk 2040 | ▪ | Sportvoorzieningen liggen dichtbij woningen en zijn goed Sport, groen & bewegen | De voorzet ‘Op weg naar een lokaal | bereikbaar. Sportakkoord’ | ▪ | De voorzieningen, waaronder sportmogelijkheden, groeien mee Steenwijkerlands Sport & | met de ontwikkeling van de stad vanuit het principe ‘nieuw Beweegakkoord 2020 & 2021 | helpt bestaand’. Visie Beheer en Onderhoud sportvelden Aanpak sportvelden (hockey en korfbal) | Vanuit de Woonagenda Steenwijkerland 2022-2026 geldt voor Groene Long Steenwijk | Steenwijk een opgave van 695–945 woningen tot 2031, aangevuld met Mobiliteit, verkeer & | Programma Stationsomgevingen – parkeren | NOVEX Programma Regio Zwolle | een bovenregionale ambitie van 1.500 woningen. Hierdoor groeit Ambitiedocument, spoorzone Steenwijk | Steenwijk naar verwachting met circa 5000 inwoners. Zoals de 2040 | Stadsvisie Steenwijk omschrijft gaat deze groei samen met een extra Strategische Mobiliteitsvisie | behoefte aan voorzieningen, waaronder sportaccommodaties en ‘Steenwijkerland duurzaam in beweging’ | buitensport mogelijkheden. Belangrijk hierbij is het uitgangspunt ‘nieuw (2020). | helpt bestaand’. 11
12 Met het afwegingskader wonen en werken Steenwijk 2040 is stads breed gekeken naar potentiºle ontwikkellocaties. Op basis van een afwegingskader (zes bouwstenen) zijn voor- en nadelen van de verschillende locaties tegen elkaar afgewogen. In het kader van de bouwstenen water en bodem sturend (lage ligging plangebied) en met het oog op snel en met tempo kunnen ontwikkelen (eigendom en mogelijkheden voor verplaatsing van sportvelden) is de locatie Woldmeenthe Noord als potentieel ontwikkelgebied voor sport en recreatie naar voren gekomen. 2.1.2 Sport, groen & bewegen De gemeente werkt aan het stimuleren van levenslang bewegen door een sterke start bij de jeugd, toegankelijke en toekomstbestendige voorzieningen, vernieuwende samenwerking en een inclusieve sportcultuur die bijdraagt aan welzijn en vitaliteit. Deze ambitie is vastgelegd in Steenwijkerlands Sport & Beweegakkoord 2020 & 2021 . De hoofdlijn hierin is het investeren in een goede basis voor bewegen en het ondersteunen van aanbieders die het mogelijk maken dat iedereen in Steenwijkerland kan sporten en bewegen. Het bevat de visie voor de komende jaren en de prioriteiten. Relevante beleidsprioriteiten zijn: Jong leren en bewegen; Vitale sportaanbieders en Omgeving & infrastructuur.
Voor onderhoud en beheer van sportaccommodaties is een ‘Visie, beheer en onderhoud sportvelden’ en meerjarenonderhoudsplan (MJOP) opgesteld die aansluit bij de nieuwe ontwikkelingen en behoeften van sportvoorzieningen. De gemeente is verantwoordelijk voor het dagelijks beheer en onderhoud, het groot onderhoud en de vervangingsinvesteringen van gemeentelijke sportaccommodaties. De visie stuurt op meer eigenaarschap bij sportverenigingen en de verantwoordelijkheid van de gemeente om te voorzien in basis onderhoud van sport-gerelateerde voorzieningen. Ontwikkelingen die relevant zijn, voor nu en in de toekomst, is de privatisering van opstallen van sportvoorzieningen, de verwachting van een toekomstig overschot aan sportvoorzieningen door demografische veranderingen, klimaatverandering met gevolgen voor beheer en onderhoud (kwaliteit sportvelden) en de ontwikkeling van multifunctionele (sport)accommodaties om gebruiksmogelijkheden te vergroten. Het onderzoek naar de ontwikkeling van deze locatie is direct gerelateerd aan de eventuele verplaatsing van de huidige sportvelden en betr effen dus een vervanging.
2.1.3 Mobiliteit, verkeer & parkeren De stationsomgeving van Steenwijk is onderdeel van het Programma Stationsomgevingen waarin stationsgebieden van zes gemeenten zijn samengebracht in ØØn programma om de opgaven (woningbouw, werkgelegenheid, voorzieningen en duurzame mobiliteit) integraal aan te pakken en daarbij de druk op Zwolle te verlichten. Binnen het programma wordt onderscheid gemaakt tussen drie zones rondom het station, waarbij de locatie Woldmeenthe Noord binnen de zone stationsgebied (op circa 850-1000m) van Steenwijk ligt. Het ‘Ambitiedocument Spoorzone Steenwijk 2040’ geeft richting aan de gebiedsontwikkeling tot 2040. Hierin staat hoe de Spoorzone kan uitgroeien tot een dynamische, duurzame en economisch sterke omgeving. Het plangebied Woldmeenthe Noord ligt op de grens met het deelgebied ‘De Groene Oostzijde’, waar het groene beeld domineert met kwalitatieve groene ruimte passend bij de identiteit van het gebied. De gemeente Steenwijkerland heeft voorheen een ‘Strategische Mobiliteitsvisie – Steenwijkerland duurzaam in beweging, 2020’ opgesteld en heeft het thema ‘mobiliteit’ opgenomen in de ‘Stadsvisie Steenwijk 2050 ’stad en landschap dichtbij’. In de Stadsvisie, die in lijn
13 is met de Strategische Mobiliteitsvisie, wordt onderscheid gemaakt in type vervoer en locatie. Specifiek relevant voor de locatie Woldmeenthe Noord is de ringweg (verbindingsweg). De noordelijk ringweg wordt in ‘Ambitiedocument, spoorzone Steenwijk 2040’ benoemd als een goed alternatief om onveilige knooppunten, zoals de Eesveenseweg en de Tramlaan/Stationsplein, te kunnen afwaarderen. In de stadsvisie van Steenwijk (en het schetsplan voor Woldmeenthe Noord) heeft deze ringweg een plek gekregen. 2.1.4 Toetsing ontwikkeling aan gemeentelijk beleid De woningbouwopgave en de verwachte groei van Steenwijk leiden tot een toenemende behoefte aan voldoende (kwantitatief) en toekomstbestendige (kwalitatief) sportvoorzieningen. Aandachtspunten die voortkomen uit beleid zijn de ontwikkelingen gericht op privatisering, toekomstig overschot en multifunctioneel gebruik van sportvoorzieningen. Deze aspecten vragen om een zorgvuldige afweging in de volgende fasen van het planproces. De locatie Woldmeenthe Noord sluit goed aan bij het gemeentelijk sport- en mobiliteitsbeleid: de nabijheid tot de woonwijken van Steenwijk en de goede bereikbaarheid, zowel voor inwoners als bezoekers van buitenaf, maken het gebied geschikt voor de ontwikkeling tot sport- en recreatiegebied.
Daarnaast biedt de ligging mogelijkheden om het groenblauwe raamwerk in de omgeving te versterken en te integreren in de inrichting van het gebied.
14 Overzichtskaart met potentiºle ontwikkellocaties voor woningbouw en bedrijventerrein naar aanleiding van uitwerking Afwegingskader wonen en werken Steenwijk 2040.
15 2.2 Provinciaal beleid Hieronder volgt een kort overzicht van de relevante provinciale beleidsstukken. De beleidsstukken worden gecategoriseerd in thema’s aan de hand waarvan het beleid in het vervolg van deze paragraaf wordt beschreven. Overzicht provinciaal beleid Omgevingsrechtelijk kader Omgevingsvisie Overijssel en provinciale omgevingsverordening Sport, groen & bewegen Een leven lang bewegen in Overijssel 2.2.1 Omgevingsrechtelijk kader Omgevingsvisie Op 22 april 2025 heeft Gedeputeerde Staten van Overijssel h et ontwerp van de nieuwe Omgevingsvisie ‘Overijssel voor en met elkaar’ vastgesteld. De leidende principes van deze visie zijn: • Duurzaam omgaan met onze ruimte en voorraden. • Water en bodem sturend maken in onze ruimtelijke inrichting. • Inzetten op krachtige DSS-regio’s (Dagelijkse Stedelijke Systemen, de keten van stedelijke kernen binnen de provincie). • Voortbouwen op onze bestaande sterke netwerken. Duurzaam omgaan met onze ruimte en voorraden. De provincie pleit voor zuinig ruimtegebruik. Nieuwe ontwikkelingen worden getoetst aan maatschappelijke behoeften. Inbreiding gaat hierbij boven uitbreiding. Daarnaast wordt bij duurzaam omgaan met de ruimte gesproken over ‘concentratie, nabijheid en (boven)regionale afstemming’.
Dit houdt in dat ontwikkelingen zich zoveel mogelijk concentreren in en nabij de grote steden in de DSS-regio’s en de andere bebouwde gebieden, bij voorkeur op locaties die goed ontsloten zijn voor openbaar vervoer. Water en bodem sturend maken in onze ruimtelijke inrichting. Dit Leidende Principe houdt in dat het water- en bodemsysteem de basis vormt voor de (toekomstige) inrichting van de provincie Overijssel. In het omgevingsbeleid wordt gezocht naar oplossingen die zich goed verhouden tot het water- en bodemsysteem. Inzetten op krachtige DSS-regio’s.. Bij het versterken van de DSS- regio’s zet de provincie de grote steden (Zwolle, Almelo, Hengelo, Enschede en Deventer) centraal als kloppend hart en motor van de regio. De steden zijn de poort voor de verbinding met de rest van Nederland en daarbuiten. Zeker met het openbaar vervoer. Het gr os van de opgave voor wonen en werken landt in deze steden, hier is ruimte voor het opvangen van de (boven)regionale woonbehoefte en (boven)regionale bedrijvigheidsbehoefte. Hardenberg en Steenwijk vervullen hierbij een centrale rol en h ebben ruimte voor de (boven)regionale behoefte en uitbreiding van werkgelegenheid, wonen en voorzieningen. Voortbouwen op onze bestaande sterke netwerken. De provincie zet in op bouwen op bestaande en sterke netwerken en nieuwe ontwikkelingen hierop aansluiten.
Omgevingsverordening provincie Overijssel De omgevingsverordening van de provincie Overijssel bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving, bijvoorbeeld als het gaat om ruimtelijke kwaliteit en de omgang met water/bodem.
16 Ruimtelijke kwaliteit Voor plannen waarbij de omgevingsvisie wijzigt moet de gemeente(raad) een onderbouwing leveren op welke wijze deze plannen bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit. Dit gebeurt aan de hand van de provinciale ‘catalogus gebiedskenmerken’ waarin op basis van vier lagen de kwaliteiten van de omgeving worden beschreven. Voor de locatie Woldmeenthe Noord richt de onderbouwing per laag zich op: ▪ Natuurlijke laag – dekzandvlakten en ruggen: Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan het zichtbaar en beleefbaar maken van de gebiedskenmerken van deze laag (grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat). De (strekkings)richting van het landschap is het uitgangspunt. ▪ Agrarisch cultuurlandschap – oude hoevenlandschap: De provincie stuurt op een ontwikkelimpuls met ruimte voor landbouw, wonen, werken en recreatie, mits wordt voortgebouwd op de kenmerkende landschapsstructuren. Ontwikkelingen, zoals nieuwbouw, moeten bijdragen aan het behoud, samenhang, karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen en accentuering van de dragende structuren (groen en routes) van het ‘oude hoevenlandschap’. Ook dient een ontwikkeling bij te dragen aan de toegankelijkheid van erven en erfroutes. ▪ Stedelijk gebied – verspreide bebouwing en informele trage netwerken: Het gaat hier om ‘langzame netwerken’ zoals wandelpaden, fietspaden en vaarroutes.
De provincie stuurt op de verschuiving in het verplaatsingsgedrag van auto naar fiets waar trage netwerken onderdeel van uitmaken. Specifiek gaat het om het opheffen van ontbrekende (discontinuïteiten) onderdelen in het padennetwerk. ▪ Laag van beleving: Deze laag staat voor belevenis, betekenis en identiteit. De ambitie is om de beleving, betekenis en kwaliteit van de leefomgeving te versterken door aardkundige, archeologische en cultuurhistorische waarden te behouden en beleefbaar te maken. Aandacht gaat daarbij uit naar samenhang en toegankelijkheid te vergroten. Ook dit moet bij wijziging onderbouwd worden. Water en bodem De provinciale verordening schrijft in artikel 4.13 voor dat nieuwe ontwikkelingen alleen mogelijk worden gemaakt als deze ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en versterken van een klimaatrobuust water- en bodemsysteem. Bij ontwikkelingen in landelijk gebied geldt dat de ontwikkeling bij moet dragen aan het voor die locatie relevante regionaal perspectief water en bodem. De locatie Woldmeenthe Noord wordt aangeduid als ‘zandgronden’. Voor zandgronden is het toekomstperspectief gericht op het vasthouden en beter benutten van lokaal water, door vergroting van de watervoorraad, hogere grondwaterstanden en een betere sponswerking van de bodem.
Zo worden de gebieden minder afhankelijk van externe wateraanvoer en beter bestand tegen zowel droogte als piekbuien. 2.2.2 Sport, groen & bewegen De provincie Overijssel wil sport en bewegen stimuleren door kwaliteit van de leefomgeving, het milieu (milieukundige gezondheid) en het landschap in samenhang te bekijken. Iedereen moet in Overijssel kunnen deelnemen ongeacht achtergrond, leeftijd, fysieke beperking of sociaaleconomische positie. Deze ambitie komt voort uit het Coallitieakkoord en de omgevingsvisie van provincie Overijssel. Niet alleen in het sportbeleid, maar ook in het beleid gericht op woon, werk en leefomgeving en het mobiliteitsbeleid (STOMP-principe) is gericht op actief bewegen stimuleren. In de omgevingsvisie raakt dit de
17 kwaliteitsambities onder ‘sociale kwaliteit’ en ‘gezondheid’. Specifiek relevant is de inzet op een actieve samenleving waarbij er mogelijkheden zijn om in de directe omgeving te sporten en te bewegen. De provincie Overijssel is daarnaast partner in het ondertekende Sport en beweegakkoord ‘Vitaal Overijssel, sport en bewegen voor iedereen 2022’. De relevante ambities zijn gericht op een toppositie van de provincie als meest inclusieve sport en beweegprovincie van Nederland, het beschikken over een eigen netwerk van toegankelijke en duurzame sportaccommodaties en veilige openbare ruimte die aanzetten tot bewegen, een breed en toekomstige aanbod van sport en beweegaanbieders die inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen en trends. Aan de hand van vijf thema’s wordt hier invulling aan gegeven, waaronder ‘inclusief sporten en bewegen’(voorzien in behoefte en ontwikkeling van nieuw aanbod), duurzame toegankelijke en veilige sportinfrastructuur en vitale sport- en beweegaanbieders. 2.2.3 Toetsing ontwikkeling aan provinciaal beleid De ontwikkeling van Woldmeenthe Noord sluit in hoofdlijnen goed aan op de uitgangspunten vanuit beleid van provincie Overijssel.
Bij de verdere uitwerking is aandacht nodig voor: ▪ Ruimtelijke kwaliteit: Bij de locatie ontwikkeling moet expliciet aandacht zijn voor het zichtbaar en beleefbaar maken van hoog/droog en laag/nat, de huidige landschapstructuren, trage netwerken en de aardkundige, archeologische en cultuurhistorische waarden te behouden en beleefbaar te maken. ▪ Water en bodem: Bij de locatie ontwikkeling moet expliciet aandacht zijn voor het vasthouden en beter benutten van lokaal water, door vergroting van de watervoorraad, hogere grondwaterstanden en een betere sponswerking van de bodem. ▪ Sport, groen en bewegen: De beoogde ontwikkeling van sportvelden sluit aan op de provinciale en gemeentelijke ambities op sport, groen en bewegen. Zowel wat betreft het faciliteren van sport, maar ook de ligging nabij de stad en de goede ontsluitingsmogelijkheid. Aandachtspunt is het gegeven dat dit een uitbreiding betreft echter ten behoeve van een inbreidingslocatie woningbouw.
18
19 2.3 Waterschapsbeleid 2.3.1 Waterschapsverordening De waterschapsverordening van het waterschap Drents Overijsselse Delta bevat alle regels over de fysieke leefomgeving die het waterschap stelt binnen haar beheergebied waaronder regels vo or waterkeringen, watergangen en grondwater. Onderdeel van de waterschapsverordening zijn de leggers voor oppervlaktewateren en waterkeringen (zie leggerkaart). Op de kaart is te zien dat in het plangebied een aantal primaire en secundaire watergangen aanwezig zijn, waarbij het water afvloeit richting de Steenwijker Aa. Het gebied wordt met een regionale waterkering in eigendom van WDODelta beschermd van wateroverlast vanuit de Steenwijker Aa. Het gaat om een waterkering die in het landschap niet direct zichtbaar is (geen groot grondlichaam). 2.3.2 Position paper Water en Bodem sturend Op 16 april 2024 stelde het algemeen bestuur van Waterschap Drents Overijsselse Delta de position paper ‘Water en Bodem sturend’ vast. Dit document benadrukt dat natuurlijke bodem- en waterkenmerken leidend moeten zijn bij ruimtelijke keuzes, om het waterbeheer toekomstbestendig en betaalbaar te houden. De position paper is strategisch van aard; daarom formuleerde Ingenieursbureau Sweco vijf concrete ontwerpcriteria, die in deze Ruimtescan worden gebruikt voor de toetsing. 1.
Niet afwentelen: Los negatieve effecten van de ontwikkeling op water en bodem binnen hetzelfde project op. 2. Vergroot sponswerking: Stem inrichting af op natuurlijke waterbewegingen om duurzaam waterbeheer te ondersteunen. 3. Reken met extremen: Houd rekening met extreme omstandigheden zoals hevige regenval, groter dan de standaardnormen. 4. Aanpasbare inrichting: Integreer flexibiliteit om toekomstige klimaatveranderingen en lange termijneffecten op te vangen. 5. Benut systeemherstel: Grijp kansen om verdroging, waterkwaliteitsverlies en bodemdaling te verminderen of te keren. 2.3.3 Toetsing ontwikkeling aan waterschapsbeleid Het plangebied is laaggelegen in het landschap. Vanuit het principe ‘water en bodemsturend’ is een ruimtelijke ontwikkeling op een laaggelegen plek vaak niet wenselijk, bijvoorbeeld omdat het gebied kwetsbaar is voor overstromingen maar vooral omdat deze locaties vaak vragen om intensieve waterbeheermaatregelen, wat kostbaar is. Waterschappen zetten bij dergelijke locaties daarom in op functies die passen bij de natuurlijke gesteldheid, zoals natuur, extensieve landbouw of waterberging. Het plan van de gemeente gaat uit van integraliteit. Enerzijds de ontwikkeling van functies als sportvelden, infrastructuur en gebouwen maar anderzijds ook met aandacht voor de sponswerking van het watersysteem door ruimte voor waterberging en groen.
De ontwikkeling sluit op hoofdlijnen aan bij de principes van water- en bodem sturend door de functie recreatie in plaats van woningbouw of bedrijvigheid op deze laaggelegen grond, met ruimte voor extra waterberging. Een watertoets en een inrichtings- en waterbeheerplan moeten worden opgesteld in overleg met het waterschap.
20 Legger oppervlaktewateren waterschap In de legger oppervlaktewateren van het waterschap zijn de oppervlaktewateren in beheer bij waterschap Drents Overijsselse Delta met A-watergangen en B-watergangen (gestreept). Met de rode en groene bollen worden respectievelijk stuwen en gemalen gevisualiseerd. Daarnaast is in oranje de beschermingszone van de regionale waterkering weergegeven.
21 2.4 Rijksbeleid 2.4.1 Ontwerp-Nota Ruimte De Ontwerp-Nota Ruimte (2025) is de langetermijnvisie van het Rijk op de ruimtelijke inrichting van Nederland, ter vervanging van de NOVI (2020). De visie richt zich op Nederland richting 2050 als een leefbaar, toekomstbestendig land, waarin schaarse ruimte rechtvaardig, zorgvuldig en duurzaam wordt benut en elke regio bijdraagt op basis van haar eigen kracht. Kernprincipes zijn: 1. Meervoudig ruimtegebruik 2. Gebiedskenmerken centraal 3. Afwenteling voorkomen Belangrijke thema’s voor de ontwikkeling van Woldmeenthe Noord: • Wonen, werken en bereikbaarheid: slimme, verdichte stedelijke ontwikkeling nabij bestaande infrastructuur en voorzieningen, met behoud van regionale balans en bereikbaarheid. • Water en bodem: veilige en gezonde water- en bodemsystemen als fundament voor alle ruimtelijke keuzes, met aandacht voor klimaateffecten en waterbeheer. 2.4.2 Nationaal Sportakkoord I en II en het werkplan Het Nationaal Sportakkoord (2018) stimuleert dat iedereen in een veilige, gezonde omgeving kan sporten en bewegen. Thema’s zijn onder andere inclusief sporten, duurzame sportinfrastructuur, vitale sportaanbieders en positieve sportcultuur. Het Sportakkoord II (2022) legt nadruk op een integrale, gemeentelijke regierol en betere aansluiting bij andere beleidsterreinen, met focus op lokale uitvoering.
Voor Woldmeenthe Noord sluit dit goed aan bij de thema’s ruimte voor sport en bewegen en vitale sportaanbieders. 2.4.3 Toetsing ontwikkeling aan Rijksbeleid De ontwikkeling van Woldmeenthe Noord sluit in hoofdlijnen goed aan op het Rijksbeleid. Door de groei van de bevolking moeten maatschappelijke voorzieningen, zoals sportverenigingen, meegroeien. Het plan investeert bovendien in een betere lokale infrastructuur en draagt bij aan de water- en bodemopgaven en een groene leefomgeving.
22 Hoofdstuk 3 Toetsing omgevingsaspecten
23 3 Toetsing omgevingsaspecten 3.1 Algemene gebiedsinformatie 3.1.1 Hoogtekaart Op de Actuele Hoogtekaart Nederland (AHN) van het Rijk is de hoogte van de bodem in meters ten opzichte van Normaal Amsterdams Peil (NAP) weergegeven. In de afbeelding op de volgende pagina is het plangebied weergegeven. De locatie Woldmeenthe Noord ligt in het dal onderaan de stuwwal van Steenwijkerwold. Het gebied is daardoor laag gelegen. De hoogte van het maaiveld varieert van -0,10m ond er tot +0,50m boven NAP. Binnen het plangebied zijn de hoogteverschillen gering, maar ze beïnvloeden wel de waterhuishouding: regen- en grondwater stromen naar de lagergelegen delen. Door de lage ligging vraagt de waterhuishouding extra aandacht. 3.1.2 Grondeigendom en rechten Op de overzichtskaart grondeigendom is het grondeigendom binnen het plangebied van Woldmeenthe Noord te zien. De gronden binnen het plangebied zijn grotendeels in eigendom van de gemeente Steenwijkerland. De percelen aan de noordkant van het plangebied zijn privaat eigendom (1424/1426/1877/1876/1875/2671/2709). Het perceel parallel aan de Steenwijker Aa is in eigendom van het waterschap Drents Overijsselse Delta (1265). De andere percelen binnen het gebied zijn eigendom van de gemeente (1885/2708). Aan de noordzijde loopt gedeeltelijk een vrijwaringszone van 50-100 meter. Hierin mag enkel in overleg met Rijkswaterstaat gebouwd worden.
Aan de zuidzijde grenst het plangebied aan het spoor waardoor er rekening moet worden gehouden met een beperkingsgebied hoofdspoorwegen. Het grootste deel van het plangebied van is in eigendom van de gemeente Steenwijkerland, waarop ook het merendeel van de beoogde ontwikkeling is gepland. Voor de herinrichting ten behoeve van waterberging en infrastructuur is afstemming met andere grondeigenaren (privaat en waterschap) en belanghebbenden (Rijkswaterstaat en ProRail) aan de orde. 3.1.3 Grondgebruik De locatie van Woldmeenthe Noord valt buiten de bebouwde kom van Steenwijk. De gronden worden nu vooral gebruikt voor agrarische doeleinden (zowel bedrijfsmatig als hobbymatig). In het omgevingsplan van Steenwijkerland (die verwijst naar het oude bestemmingsplan) heeft de locatie ook deze agrarische functie. Het plan voor de locatie Woldmeenthe Noord voorziet in ruimte voor circa 8,5 ha sportvelden in combinatie met horeca- en recreatieve voorzieningen zoals een hotel of klimbos. De functies sportvelden en recreatieve voorzieningen passen niet binnen het huidige omgevingsplan. Hiervoor moet een omgevingsplan wijzigingsprocedure worden gestart of een BOPA worden aangevraagd.
24 Hoogtekaart Op de Actuele Hoogtekaart Nederland (AHN) van het Rijk is de hoogte van de bodem van het plangebied voor Woldmeenthe Noord weergegeven.
25 Overzichtskaart grondeigendom In deze kaart is het grondeigendom van plangebied weergegeven. Lichtgroen = eigendom gemeente Rood = privaat eigendom Blauw = eigendom andere overheden (waterschap) Geel = eigendom nutsbedrijven
26 Grondgebruik Op deze kaart van de Atlas leefomgeving is het grondgebruik in en rondom het plangebied van Woldmeenthe Noord getoond. De meest relevante soorten zijn hier agrarisch gras (lichtgroen), loofbos (donkergroen), water (blauw) en bebouwing primair gebouwd gebied (rood).
3.2 | Geschiedenis Rijks- en gemeentelijke monumenten. Binnen het plangebied en de directe omgeving komen geen Rijks- of 3.2.1 | Archeologie | Gemeentelijke monumenten voor. Wel is er sprake van een landgoed De Archeologische Verwachtingenkaart van de provincie Overijssel | uit de vroegmoderne tijd namelijk landgoed de Woldberg. geeft de kans op het aantreffen van archeologische waarden aan. Archeologische waarden zijn overblijfselen (in het landschap) van | 3.2.2 | Cultuurhistorisch landschap menselijke activiteiten uit het verleden. De kaart geeft een indicatie | De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) heeft met de kaart van de ligging van gebieden met een hoge, een middelhoge of een lage | Cultuurlandschappen van Nederland de historische landschappen tot verwachtingswaarde. De kaart is in 2022 geactualiseerd en wordt | circa 1900 in beeld gebracht. De provincie Overijssel beheert gebruikt bij het ontwikkelen van een visie op ruimtelijke plannen van | daarnaast een cultuurhistorische waardenkaart met de nog regionale of provinciale aard. | aanwezige landschappelijke en cultuurhistorische waarden.
De locatie Woldmeenthe Noord ligt binnen twee cultuurhistorische landschappen: De gemeente Steenwijkerland heeft een eigen Archeologische | de Veenontginningen (paars in de kaart) en de Keileem- en Waarden- en Beleidskaart op laten stellen waarin de archeologische | dekzandgebieden (lichtgeel in de kaart). waarden en verwachtingen voor het hele grondgebied van de gemeente in kaart zijn gebracht. | Cultuurhistorisch waardenkaart Het gebied waarin de locatie Woldmeenthe Noord ligt is door de Vlak buiten plangebied liggen ‘pingo restanten’ en dekzandruggen die | provincie ook aangemerkt als historisch cultuurlandschap een hoge archeologische verwachting kennen. | ‘ruilverkaveling’ (ruilverkavelingsblok 1954 – 1984). De daadwerkelijke veranderingen zijn niet opgenomen. De ruilverkaveling staat voor een De archeologische verwachting in het plangebied is overwegend laag. | periode 1924 tot 1958 waarin rationeler en doelmatiger werd ingericht. In het westelijk deel is de verwachting middelhoog en is een | Het had daarbij een grote invloed op de herinrichting van het verkennend archeologisch onderzoek noodzakelijk. Naar verwachting | landschap, de dorpen en zelfs gemeenschap. leidt dit niet tot definitieve belemmeringen voor ontwikkeling. Gebiedskenmerken Het plangebied van Woldmeenthe Noord valt binnen het agrarisch Historische infrastructuur. | cultuurlandschap Oude hoevenlandschap.
Kenmerken van dit Aan de zuidzijde loopt het spoor tussen Zwolle en Leeuwarden wat op | landschap staan beschreven in Bijlage VII – Catalogus de cultuurhistorische waardenkaart va de provincie Overijssel ook is | Gebiedskenmerken, waarin de cultuurhistorische waarde zijn vertaald aangemerkt als historische infrastructuur uit de moderne tijd. Deze | tot gebiedskenmerken (zie ook paragraaf over provinciaal beleid). De infrastructuur blijft met de beoogde ontwikkeling ongemoeid. | provincie Overijssel zet namelijk in op een integrale benadering van de 27
28 cultuurhistorische waarden in de ruimtelijke ontwikkeling waarbij de uitdaging ligt in het behouden van deze waarden en deze te verbinden met actuele en toekomstige ontwikkelingen. Daarnaast geldt op basis van de Erfgoedwet dat gemeenten het archeologisch erfgoed zoveel mogelijk ter plekken bewaren en daarvoor beheermaatregelen treffen. Voor de locatie Woldmeenthe Noord geldt bij de wijziging van het omgevingsplan een motiveringsplicht voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen als het gaat om de aanwezige cultuurhistorische waarden en gebiedskenmerken.
29 Archeologische verwachtingenkaart Op de archeologische verwachtingenkaart (provincie Overijssel) is de kans op archeologische vondsten gevisualiseerd. Er wordt onderscheid gemaakt tussen hoog, middelhoog en laag.
30 Cultuurhistorische landschapskaart In deze kaart is een uitsnede gemaakt uit de historische cultuurlandschappenkaart van Nederland. Paars = veenontginningen en lichtgeel = Keileem- en dekzandgebieden
31 3.3 Bodem & water 3.3.1 Bodemopbouw De Bodemkaart van Nederland (van de Universiteit van Wageningen), geeft ruimtelijke informatie over de opbouw van de bodem tot 1,20 meter diepte. In het plangebied van Woldmeenthe Noord zijn de volgende bodemsoorten aanwezig: ▪ Madeveengronden op zand zonder humuspodzol: Deze soort ondergrond is veruit het meest aanwezig in het plangebied. ▪ Veldpodzolgronden, leemarm en zwak lemig fijn zand: In het zuidwesten van het plangebied. ▪ Moerige podzolgronden met een humushoudend zanddek en een moerige tussenlaag: In het westen van het plangebied. ▪ Laarpodzolgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand: In een klein gebied in het westen van het plangebied. ▪ Bebouwde kom: een klein gedeelte van het zuidelijke plangebied ligt binnen de bebouwde kom. Omdat deze grond sterk bebouwd gebied is het niet duidelijk welke ondergrond hier aanwezig. Daarom is ook de waterdoorlatendheid van dit stuk onbekend. De gronden zijn redelijk tot goed waterdoorlatend wat gunstig is voor de waterhuishouding. De stabiliteit in relatie tot bebouwing is redelijk stabiel waarbij de moerige podzolgrond mogelijk extra fundering nodig heeft. 3.3.2 Bodemkwaliteit De gemeenten binnen de regio van de omgevingsdienst IJsselland maken gebruik van de Nota bodembeheer en de bijbehorende bodemkwaliteitskaart bij grondverzet. Deze zijn in 2023 geactualiseerd.
De bodemkwaliteitskaarten geven globaal inzicht in de bodemkwaliteit van locaties op basis van de bodemopbouw en geomorfologie, historie, bekende informatie over verontreinigingen en andere informatie. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de bovengrond (0 tot 0,5 meter onder maaiveld) en de ondergrond (0,5 tot 2,0 meter onder maaiveld). De geactualiseerde bodemkwaliteitskaart laat zien dat zowel de bovengrond als de ondergrond in IJsselland overwegend voldoet aan de kwaliteitsklasse Landbouw/Natuur (dit is de ‘schoonste’ klasse). Dat geldt ook voor het plangebied van Woldmeenthe Noord. 3.3.3 Waterhuishouding & wateroverlast De Steenwijker Aa vormt de zuidoostelijke grens van het plangebied. In het noorden van het plangebied, naast de McDonald’s zijn verschillende goten afgegraven die water naar het zuiden richting de Steenwijker Aa kunnen afvoeren. Verder zijn er in het midden van het plangebied om de +-25m goten afgegraven om water van het hoger gelegen westen naar de Steenwjker Aa te vervoeren. De Klimaateffectatlas van het Ministerie van I&W toont potentiºle wateroverlast door hevige regenbuien. De wateroverlastkaart laat zien waar bij een 100-jarige bui problemen kunnen ontstaan. Door klimaatverandering zullen dergelijke extremen vaker voorkomen, wat b ij ruimtelijke plannen meegenomen moet worden.
De wateroverlastkaart geeft aan dat in het plangebied beperkte wateroverlast kan ontstaan langs de afgegraven sloten in het noorden en midden van het gebied. De huidige wateroverlast is beperkt ten opzichte van gebieden in de omgeving, wat zou kunnen wijzen op een robuust systeem voor waterbeheer.
32 Het realiseren van de beoogde plannen op Woldmeenthe Noord vergroten de druk op de waterhuishouding in en rondom het plangebied door toevoeging van verharding en aanleg van sportvelden met gereguleerde waterbeheersing op de sportvelden. Voor de waterhuishouding van het plangebied moet in overleg met het waterschap een water- en bodem gestuurd waterbeheerplan worden opgesteld. 3.3.4 Ontplofbare Oorlogsresten Ontplofbare Oorlogsresten zijn niet gesprongen explosieven uit bijvoorbeeld de Eerste of Tweede Wereldoorlog en vormen een gevaar bij graaf- of baggerwerk. De gemeente Steenwijkerland heeft op basis van historisch onderzoek een kaart opgesteld van verdacht gebied: de Bodembelastingkaart onontplofte oorlogsresten. Hieruit blijkt dat in het zuiden van het plangebied twee plekken mogelijk risico lopen: ▪ Langs de Steenwijker Aa ter hoogte van ‘De Buitengracht’. ▪ Aan de noordzijde van het industriegebied Hooiweg- Dolderkanaal, ten zuiden van het spoor en ten noorden van de Productieweg. Een klein deel van Woldmeenthe Noord is verdacht op ontplofbare oorlogsresten. Bij verdere planuitwerking moet aanvullend bureau- of eventueel veldonderzoek worden uitgevoerd.
33 Bodemkaart Op de bodemkaart van Nederland (Universiteit van Wageningen) is de opbouw van de bodem gevisualiseerd, met binnen het plangebied Madeveengronden, Veldpodzolgronden, Moerige podzolgronden en Laarpodzolgronden.
34 Bodemkwaliteitskaart (bovengrond) IJsselland Op deze kaart van de omgevingsdienst IJsselland wordt de verwachte bodemkwaliteit van de bovengrond (tot 0,5 m onder maaiveld) getoond. Er wordt onderscheid gemaakt tussen klasse landbouw/natuur, wonen en industrie.
35 Wateroverlastkaart Op deze kaart van de klimaateffectatlas is wateroverlast als een gevolg van een extreme bui (140 mm / 2 uur) geprojecteerd.
36 Bodembelastingkaart onontplofte oorlogsresten Op de bodembelastingkaart van de gemeente Steenwijk zijn voor heel Steenwijk de verdachte gebieden aangegeven voor afwerpmunitie, geschutmunitie van artilleriebeschietingen, geschutmunitie van vliegtuigen, stellingen (klein kaliber, geschut, handgranaten en geweergranaten) en schietbanen (klein kaliber, handgranaten en geweergranaten).
37 3.4 Natuur & landschap 3.4.1 Gebiedsbescherming Er zijn in de omgeving verschillende beschermde natuurgebieden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Natura 2000-gebieden. Voor beide soorten geldt dat de provincies zijn aangewezen als bevoegd gezag om de natuur te beschermen en te ontwikkelen. De regels hiervoor staan beschreven in de omgevingsverordening van de provincie. Natura 2000 Steenwijk, waaronder ook het plangebied, ligt binnen de 25 kilometerzone van Natura 2000-gebieden. Daarmee is stikstofdepositie een van de belangrijkste aandachtspunten voor de ontwikkeling. Direct ten zuiden ligt De Wieden (2,6 km), naar het westen ligt het natuurgebied De Weerribben (5,7 km) en naar het oosten – in de provincie Drenthe - het Holtingerveld (6,2 km). Voor alle gebieden geldt dat er in het natuurgebied overbelaste stikstofhabitattypen aanwezig zijn en dat de effecten van ruimtelijke initiatieven in een ecologische beoordeling getoetst moeten worden. In de ecologische beoordeling moet worden onderbouwd of er sprake kan zijn van een mogelijk significant (negatief) effect op omliggende Natura 2000-gebieden. Stikstofdepositie geldt op basis van de schetsplannen voor Woldmeenthe Noord als aandachtspunt voor zowel de gebruiksfase (nieuwe verkeersverbinding en functies met verkeer aantrekkende werking) als tijdens de uitvoeringsfase.
Met een Aerius-berekening moet worden vastgesteld of effecten optreden en, indien nodig, hoe deze kunnen worden ondervangen, bijvoorbeeld via salderen of emissieloze uitvoering. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Bij het Natuurnetwerk Nederland wordt door de provincie Overijssel onderscheid gemaakt tussen daadwerkelijke natuurgebieden (bestaande natuur) en de zone ‘ondernemen met natuur en water’. De regels die gelden voor deze zone zijn gericht op behouden en ontwikkelen van de natuur- en landschapskwaliteiten en de versterking van het watersysteem, in samenhang met economische ontwikkeling. Het plangebied van Woldmeenthe Noord grenst direct aan het NNN- gebied Woldberg/Eese. Voor het gebied wordt het waarborgen van voldoende rust, stilte en donkerte als ambitie benoemd. IN verband met toename van licht en geluid, is het belangrijk om ecologisch onderzoek uit te voeren naar de effecten en waarden van het NNN- gebied. Daarnaast ligt het plangebied in de zone door de provincie bestempelde zone ‘ondernemen met natuur en water’. Dit houdt in dat de provincie ontwikkelruimte biedt passend bij het natuurlijke karakter van de omgeving en onder de voorwaarde van concrete investeringen en maatregelen ten behoeve van wateropgaven en versterking van natuur en landschap.
Een en ander conform het KGO-beleid (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving), dat is geregeld in artikel 4.11 van de omgevingsverordening van de provincie. De ontwikkeling moet worden ingepast in de natuurlijke omgeving. De ligging nabij NNN vereist ecologisch onderzoek naar effecten van licht en geluid op Woldberg/Eese. Binnen het gebied ‘ondernemen met natuur en water’ dient tevens een Kwaliteitsimpuls voor de Groene Omgeving (KGO) te worden uitgevoerd. Afstemming met de provincie Overijssel is noodzakelijk.
38 3.4.2 Soortenbescherming In Nederland leven veel beschermde planten- en diersoorten. Con form de ‘Beschermde SoortenIndicator’ (BeSi) zijn zogenaamde kansenkaarten gemaakt waarop bepaald wordt of en zo ja welke soorten potentieel aanwezig zijn. Voor Woldmeenthe Noord zijn op basis van een eerste indicatie de volgende typen te verwachten: ▪ Vogelrichtlijn: boerenzwaluw, buizerd, blauwe reiger, ekster, kokmeeuw, meerkoet, gierzwaluw, grote bonte specht, huismus, kauw, koolmees, oeverzwaluw, roek, roodborst, spreeuw, scholekster, turkse tortel, wilde eend, witte kwikstaart, zanglijster, zwartkop. ▪ Habitatrichtlijn: kleine modderkruiper, noordse winterjuffer, otter. ▪ Overige wettelijk beschermde of rode lijst soorten: bastaardkikker, bruine kikker, bunzing, eekhoorn, egel, gewone pad, haas, hermelijn, wezel, kleine watersalamander, ree, ringslang, steenmarter, vos. Ook de adder, levendbarende hagedis, gevlekte witsnuitlibel en de zwarte specht kunnen hier voorkomen. In ØØn van de graslanden te n zuiden van de Woldberg en de A32 ligt een waterplas met soorten als teer vederkruid en waterdrieblad. Ecologisch onderzoek naar aanwezige soorten in relatie tot potentieel effect van de ontwikkeling is noodzakelijk vooruitlopend op de wijziging van het omgevingsplan. 3.4.3 Houtopstanden Bomen en bossen vallen onder houtopstanden.
Vanwege de belangrijke functie in de fysieke leefomgeving is bescherming van houtopstanden een onderdeel van de Omgevingswet. Daarbij is er een belangrijk onderscheid tussen houtopstanden in of buiten stedelijk gebied. Voor bomen buiten stedelijk gebied gelden regels vanuit het Rijk, voor binnen stedelijk gebied bepaald de betreffende gemeente de regels. De knip tussen de beide gebieden is vastgelegd in de zogeheten ‘bebouwingscontour houtkap’. Provincie Overijssel heeft in de omgevingsverordening een paragraaf over houtopstanden opgenomen. De kern van het beschermingsregime wordt gevormd door een meldingsplicht voor het vellen van een houtopstand buiten de bebouwingscontour houtkap en een plicht om op dezelfde grond te herplanten. Gedeputeerde Staten zijn op grond van artikel 11.114 van het Besluit activiteiten leefomgeving in principe het bevoegd gezag bij het vellen van houtopstanden buiten de bebouwingscontour houtkap. In het kort geldt dus een meldingsplicht in combinatie met de verplichting om op dezelfde gronden te herbeplanten. Heeft herbeplanten niet de voorkeur dan moet er een maatwerkvoorschrift worden aangevraagd bij de Gedeputeerde Staten. De locatie Woldmeenthe Noord valt buiten bebouwingscontour houtkap en dus onder de regels van de provincie. Hierdoor geldt er een meldingsplicht en een verplichting tot herbeplanting.
Binnen het plangebied komen weinig tot geen (gemeentelijke) bomen voor waardoor dit niet van toepassing is.
39 Beschermde natuurgebieden In deze kaart is de locatie van het plangebied van Woldmeenthe Noord in relatie tot beschermde natuurgebieden weergegeven. In de omgeving bevinden zich gebieden die onderdeel zijn van het Natuurnetwerk Nederland en gebieden die in de omgevingsverordening zijn aangewezen als ‘ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Natuur en Water’.
40 Bomenkaart Op de bomenkaart van de gemeente Steenwijkerland zijn alle gemeentelijke bomen in het plangebied gevisualiseerd.
41 3.5 Woon- en leefklimaat 3.5.1 Externe veiligheid Bij het inpassen van nieuwe functies op een locatie speelt externe veiligheid een belangrijke rol. Bij kwetsbare gebouwen en locaties moet de gemeente zorgvuldig kijken naar risicobronnen in de omgeving zoals gedefinieerd in bijlage VI van het Bkl. De mate van kwetsbaarheid hangt af van het aantal personen dat tegelijk aanwezig is -de aanwezigheid duur- en in hoeverre personen zichzelf in veiligheid kunnen brengen. Er zijn verschillende soorten risicobronnen, zoals gevaarlijke stoffen en het vervoer (al dan niet via leidingen) hiervan, de opslag van vuurwerk, windturbines en munitieopslag. Hoe minder personen rond dergelijke activiteiten aanwezig zijn, hoe beter de veiligheidssituatie. Voldoende afstand tussen wonen en risicobronnen is daarom belangrijk. Hierbij worden verschillende risicozones in acht genomen, namelijk het plaatsgebonden risico (PR), aandachtsgebieden, explosieaandachtsgebieden en belemmeringengebieden. Belangrijk binnen externe veiligheid is het onderscheidt tussen individueel (plaatsgebonden risico) en groepsrisico (aandachtsgebieden onder de Omgevingswet). De beoogde ontwikkeling in het plangebied Woldmeenthe Noord kunnen deels als kwetsbare locatie worden aangeduid; locaties waar sport, spel of recreatief dagverblijf met doorgaans een groot aantal personen worden als een kwetsbare locatie gezien.
Op de kaart ‘externe veiligheid’ is aangegeven met welke bronnen er in het plangebied van Woldmeenthe Noord rekening gehouden dient te worden. De locatie ligt gedeeltelijk binnen brand-, explosie- en gifwolkaandachtsgebied veroorzaakt door gevaarlijke stoffenroute over het spoor. Op basis van artikel 5.15 onder ‘2’ van Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl) heeft de gemeente de mogelijkheid om ervoor te kiezen geen (zeer) kwetsbare gebouwen toe te laten binnen een aandachtsgebied, passende maatregelen te nemen (zoals aanvullende bouweisen) of tijd en aanwezigheid van personen op die locatie te beperken. Een sportfunctie of bijeenkomstfunctie wordt aangemerkt als kwetsbaar. Binnen het plangebied loopt een gasleiding waarvoor een plaatsgebonden risicocontour van PR 10⁻⁸ per jaar geldt. Deze contour behoort tot de laagste risicocategorie, waardoor kwetsbare en zeer kwetsbare functies binnen deze zone toelaatbaar zijn. Voor de ontwikkeling zal met de Veiligheidsregio IJsselland afgestemd moet worden om te bepalen of aanvullende maatregelen voldoende bescherming bieden om dergelijke functies binnen de aandachtsgebieden mogelijk te maken.
42 Externe veiligheid Op deze kaart zijn elementen die van belang zijn in het kader van externe veiligheid gevisualiseerd. Hierop zijn van autoweg A32, het spoor en een aantal stationaire bronnen (rood gestippeld) de aandachtsgebieden weergegeven voor brand (rood), explosie (oranje) en gifwolken (geel).
43 3.5.2 Kabels en leidingen In en rondom de potentiºle ontwikkellocatie aan de Woldmeenthe Noord liggen verschillende kabels en leidingen en om deze duidelijk in kaart te krijgen is er een KLIC-melding gedaan (zie kaart). Het grootste deel van het plangebied is vrij van kabels en leidingen. Wel zijn er: ▪ Gasleiding. Er loopt een gasleiding van de GasUnie langs het zuidelijk deel van het plangebied. Hiervoor geldt in het kader van externe veiligheid ook een brandaandachtsgebied en een Plaatsgebonden Risico (PR) van 10-8, wat gekenmerkt is als zeer laag risico. De ontwikkeling raakt deze gasleiding in principe niet, behalve wanneer er met de rondweg ook een ondergang wordt gerealiseerd. Specifiek geldt dat bij voorgenomen grootschalige mechanische grondroeractiviteiten altijd een vooroverleg met de GasUnie gewenst is. ▪ Rioolleiding(en). Parallel aan – en direct naast - de Steenwijker Aa liggen rioolleidingen (in beheer bij WDODelta en gemeente Steenwijkerland). Het is mogelijk dat deze in overleg met de beheerders moeten worden verlegd wanneer er bijvoorbeeld een zone voor waterberging moet worden aangelegd. Op basis van KLIC-melding blijkt dat er verschillende kabels en leidingen liggen aan de rand van het plangebied Woldmeenthe Noord. Naar verwachting vormen deze kabels en leidingen geen significante beperkingen voor de beoogde ontwikkeling.
Het is wel belangrijk om op voorhand contact op te nemen met de beheerders over de geplande werkzaamheden en om na te gaan of er een verlegging nodig is. 3.5.3 Bedrijven en milieuzonering Bij de wijziging van een omgevingsplan door de gemeente moet in het belang van het beschermen van gezondheid rekening worden gehouden met hinder door geur en geluid door bedrijfsactiviteiten. D at betreft: (1) impact van de ontwikkeling op bestaande (gevoelige) bebouwing in de omgeving en (2) worden er met de ruimtelijke ontwikkeling gevoelige gebouwen toegevoegd waarbij rekening gehouden moet worden met bestaande bedrijfsactiviteiten in de omgeving. Binnen het omgevingsplan en bij het wijzigen of afwijken van het omgevingsplan moet sprake zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Hierbij is milieuzonering ØØn van de te beschouwen aspecten. Milieuzonering zorgt voor ruimte voor milieuhinderlijke (bedrijfs-)activiteiten met behoud van bescherming van de woon- en leefomgeving. De VNG heeft in 2024 een nieuwe handreiking uitgebracht die de oude versie uit 2009 vervangt. Omdat er nog geen omgevingsplan is vastgesteld door de gemeente Steenwijkerland wordt nog getoetst aan het voormalige bestemmingsplan, wat uit gaat van de methodiek van de VNG 2009 (met milieucategorieºn). Het is daarom van belang om de oude categorieºn te vertalen naar de nieuwe wetgeving.