Bijlage 1 - Verkennend bodemonderzoek.pdf
Tekst van het document
december ’20 0 Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 www.sigma-bm.nl E-mail info@sigma-bm.nl Onderwerp: verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Nicolaas ter Maethstraat 2 te Steenwijk Projectnummer: 20-M9621 Opdrachtgever: IQTA Projectontwikkeling BV Datum: 01 december 2020 verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nicolaas ter Maethstraat 2 te Steenwijk december ’20 1 verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Nicolaas ter Maethstraat 2 te Steenwijk datum 01 december 2020 projectnummer 20-M9621 in opdracht van IQTA Projectontwikkeling BV Ynduksjewei 4 8914 CA Leeuwarden uitgevoerd door Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128 fax:(0591) 659325 Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor he t procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen” Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018” Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens
“Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Milieukundige begeleiding (water)bodemsaneringen en nazorg SIKB 6000, protocol 6001: Milieukundige begeleiding landbodemsanering met conventionele methoden” (het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002) Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Bouw & Milieu. onderwerp verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nicolaas ter Maethstraat 2 te Steenwijk december ’20 2 Inhoudsopgave 1 INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1 Algemeen ................................................................................................................................. 3 1.2 Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................... 3 1.3 Doel van het onderzoek ........................................................................................................... 3 1.4 Referentiekader van het onderzoek ........................................................................................
4 1.5 Opbouw van het rapport .......................................................................................................... 4 2 VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5 2.1 Hypothese en onderzoeksstrategie ....................................................................................... 12 3 VELDONDERZOEK ....................................................................................................................... 13 3.1 Uitvoering van het veldonderzoek ......................................................................................... 13 3.2 Resultaten van het veldonderzoek ........................................................................................ 14 4 CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................... 16 4.1 Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ..................................................... 16 4.2 Toetsingscriteria .................................................................................................................... 17 4.3 Analyseresultaten en interpretatie .........................................................................................
18 4.3.1 Milieuhygiënische kwaliteit grond ...................................................................................... 18 4.3.2 Milieuhygiënische kwaliteit grondwater ............................................................................. 22 5 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 24 6 LITERTUURLIJST .......................................................................................................................... 29 7 COLOFON ...................................................................................................................................... 30 Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:500) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nicolaas ter Maethstraat 2 te Steenwijk december ’20 3 1 INLEIDING 1.1 Algemeen In opdracht van IQTA Projectontwikkeling BV is in november 2020 door Sigma Bouw & Milieu een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd op het onbebouwde deel van de locatie aan de Nicolaas ter Maethstraat nr. 2 te Steenwijk (gemeente Steenwijkerland). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2.
In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s. De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v.
het nemen van grond - en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Bouw & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein. 1.2 Aanleiding van het bodemonderzoek Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de geplande nieuwbouw van appartementen op de onderzoekslocatie. 1.3 Doel van het onderzoek Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nicolaas ter Maethstraat 2 te Steenwijk december ’20 4 1.4 Referentiekader van het onderzoek Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). 1.5 Opbouw van het rapport In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: • vooronderzoek, (hoofdstuk 2) • veldonderzoek, (hoofdstuk 3) • chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) • conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5). verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nicolaas ter Maethstraat 2 te Steenwijk december ’20 5 2 VOORONDERZOEK Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 57 25, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd.
Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen versch illende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten Aanleiding tot vooronderzoek A B C D E F G 1. Locatiegegevens Eigendomssituatie 0 0 Hoogteligging ✓ 2. Bodemopbouw en geohydrologie Bodemopbouw ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ Antropogene lagen in de bodem ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ Geohydrologie ✓ ✓ 3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit Geval van ernstige bodemverontreiniging? ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ Kwaliteit o.b.v. BKK ✓ 0 ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ 4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval Voormalig ✓ 0 ✓ ✓ ✓ ✓ Huidig ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ Toekomstig ✓ 0 Asbestverdacht? ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ 5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nicolaas ter Maethstraat 2 te Steenwijk december ’20 6 aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van geplande nieuwbouwplannen op de onderzoekslocatie.
Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN -5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie verstrekt door de gemeente Steenwijkerland (verkregen via Omgevingsdienst IJsselland d.d. 04-11-2020); • informatie van Bodemloket.nl; • informatie van de bodeminformatiekaart van de provincie Overijssel; • www.topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • AHN.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden. Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven.
tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Nicolaas ter Maethstraat 2 Plaats Steenwijk Gemeente Steenwijkerland Topografisch overzicht Zie bijlage 1 Coördinaten X = 203,923 Y= 533,713 (middelpunt) Kadastrale aanduiding Gemeente Steenwijk, perceel sectie E nrs. 6880, 7681 (ged.) en 7682 (ged.) Eigendomssituatie Niet nagegaan. Oppervlakte onderzoekslocatie (plangebied) Ca. 1.200 m2 Algemene omschrijving De onderzoekslocatie betreft het onbebouwde deel van het perceel gelegen aan de Nicolaas ter Maethstraat nr. 2 te Steenwijk. Op de locatie bevindt zich momenteel een leegstaande pand waar in het verleden de bibliotheek gevestigd was. Het terreindeel rondom het bestaande pand is deels voorzien van bestrating welke dient als toegang. Aan de noordwestzijde van het pand bevindt zich een met betonklinkers verharde parkeerplaats. Het overige onbebouwde deel van de onderzoekslocatie is in gebruik als grasveld en groenstrook. De opdrachtgever is voornemens om op de locatie de nieuwbouw van appartementen te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft in deze fase alleen betrekking op het onbebouwde terreindeel (plangebied), zoals weergegeven in bijlage 2. Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Het bestaande pand dateert van 1966. Terreinverharding De onderzoekslocatie is deels verhard met betonklinkers en betontegels.
Ondergrondse infrastructuur Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden. Archeologische waarden De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding "onbekend". Geplande herinrichting Nieuwbouw van een appartementencomplex. bijzonderheden: - verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nicolaas ter Maethstraat 2 te Steenwijk december ’20 7 afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte perceel zoals weergegeven in bijlage 2. bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik Omschrijving Gebruik Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis) Op basis van de topografische kaarten van voor 1975 lijkt de onderzoekslocatie nog niet eerder bebouwd te zijn geweest. Vanaf 1975 is ter plaatse van de onderzoekslocatie de bestaande bebouwing zichtbaar. Deze bebouwing is in de loop der jaren enigszins gewijzigd/uitgebreid. Geen. Huidig Op de locatie bevindt zich momenteel een leegstaande pand waar in het verleden de bibliotheek gevestigd was.
Het terreindeel rondom het bestaande pand is deels voorzien van bestrating welke dient als toegang. Aan de noordwestzijde van het pand bevindt zich een met betonklinkers verharde parkeerplaats. Het overige onbebouwde deel van de onderzoekslocatie is in gebruik als grasveld en groenstrook. Geen. Toekomstig De opdrachtgever is voornemens om op de locatie de nieuwbouw van appartementen te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft in deze fase alleen betrekking op het onbebouwde terreindeel (plangebied), zoals weergegeven in bijlage 2. Geen. Directe omgeving (<25 m) Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis) Vanaf rond 1850 is op de topografische kaarten in de directe omgeving van de onderzoekslocatie voor het eerst enige bebouwing zichtbaar. In de loop der jaren is deze bebouwing verder uitgebreid. Geen. Huidig en toekomstig In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden zich woningen. Noordwestzijde: Burg. Harmen Geerts Reinenweg en tegenover gelegen woningen. Noordoostzijde: naastgelegen woningen. Zuidoostzijde: naastgelegen bebouwing. Zuidwestzijde: Nicolaas ter Maethstraat en tegenover gelegen woningen. Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nicolaas ter Maethstraat 2 te Steenwijk december ’20 8 bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik De onderzoekslocatie betreft het onbebouwde deel van het perceel gelegen aan de Nicolaas ter Maethstraat nr. 2 te Steenwijk. Op de locatie bevindt zich momenteel een leegstaande pand waar in het verleden de bibliotheek gevestigd was. Het terreindeel rondom het bestaande pand is deels voorzien van bestrating welke dient als toegang. Aan de noordwestzijde van het pand bevindt zich een met betonklinkers verharde parkeerplaats. Het overige onbebouwde deel van de onderzoekslocatie is in gebruik als grasveld en groenstrook. Op 23 november 1966 is het bestaande pand aan de Nicolaas ter Maethstraat in gebruik genomen als bibliotheek. In 1977 en 1991 is de bibliotheek uitgebreid. Er is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. De opdrachtgever is voornemens om op de locatie de nieuwbouw van appartementen te realiseren.
Het onderhavige onderzoek heeft in deze fase alleen betrekking op het onbebouwde terreindeel (plangebied), zoals weergegeven in bijlage 2. Bouwvergunning Ten behoeve van de bestaande bebouwing zijn in het verleden bouwvergunningen verleend. Milieuvergunning Niet bekend. Handelsregister De locatie wordt in het handelsregister van de Kamer van Koophandel vermeld onder: ●kunstuitleen Steenwijk Aanwezigheid brandstoftanks Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nicolaas ter Maethstraat 2 te Steenwijk december ’20 9 Aanwezigheid asbest Volgens de asbestdakenkaart van de provincie Overijssel is het dak van het bestaande pand op de onderzoekslocatie onverdacht voor asbest. Het dak van de kleine fietsenstalling naast het pand is mogelijk verdacht voor asbest. figuur 1: inventarisatie asbestdakenkaart provincie Overijssel De aanwezigheid van asbesthoudend materiaal elders in de bestaande bebouwing is niet uit te sluiten (niet onderzocht). Er is geen informatie bekend omtrent de evt.
aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. Ophogingen/dempingen/stortingen Het water ten oosten van het pand is op topografische kaarten tussen 2008 en 1962 niet te herkennen. Voor 1962 en na 2008 is het water wel op topografische kaarten te herkennen. Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Niet gesprongen explosieven Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog.
Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. Calamiteiten Er is geen informatie bekend omtrent evt. calamiteiten op de locatie die geleid kunnen hebben tot het ontstaan van bodemverontreiniging. PFAS-verdachtheid Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX.
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nicolaas ter Maethstraat 2 te Steenwijk december ’20 10 Verdachte activiteiten < 25 m Op de locatie Tukseweg 44-50 was in het verleden tussen 1860 en 1952 een gasfabriek gevestigd. Op de locatie aan de Noordersingel 14 wordt melding gemaakt van een brandstoftank sanering. Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben(gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie. voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie Omgeving < 25mtr ► Niet bekend Tukseweg 44-50 (vm. gasfabriek) ► diverse bodemonderzoeken en bodemsaneringen tussen 1983 en 2017 na sanering is een leeflaag aangebracht, in de ondergrond en het grondwater is een stabiele restverontreiniging aanwezig waarvoor passieve zorgmaatregelen gelden. Noordersingel 7 ► diverse bodemonderzoeken en bodemsaneringen tussen 1989 en 1992 na sanering is de verontreiniging voldoende gesaneerd Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan ►Niet bekend. informatie bodemkwaliteitskaart ►De locatie bevindt zich in de zone wonen.
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nicolaas ter Maethstraat 2 te Steenwijk december ’20 11 bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 0-3 m+NAP. In tabel 6 staat de geohydrologische opbouw weergegeven. tabel 6: geohydrologische opbouw diepte m-mv beschrijving formatie 0-8 8-13 Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig kleiig zand en grof zand en een spoor klei en veen zand en een spoor klei, veen en grind Boxtel Drachten De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen. (financieel-) juridische situatie In tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. tabel 7: financieel/juridische aspecten kadastrale gegevens Gemeente Steenwijk, perceel sectie E nrs.
6880, 7681 (ged.) en 7682 (ged.) opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen Niet nagegaan. In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek. verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nicolaas ter Maethstraat 2 te Steenwijk december ’20 12 2.1 Hypothese en onderzoeksstrategie Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat zich op de onderzoekslocatie aan de Nicolaas ter Maethstraat 2 te Steenwijk in het verleden geruime tijd een bibliotheek gevestigd was. Op 23 november 1966 is het bestaande pand aan de Nicolaas ter Maethstraat in gebruik genomen als bibliotheek. In 1977 en 1991 is de bibliotheek uitgebreid. Het bestaande pand is momenteel leegstaand. Er is geen informatie beschikbaar omtrent evt.
(voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.1, strategie voor onverdachte locaties (ONV-NL) (literatuur 1). De opdrachtgever is voornemens om op de locatie de nieuwbouw van appartementen te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft in deze fase alleen betrekking op het onbebouwde terreindeel (plangebied), zoals weergegeven in bijlage 2. In tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie (deel)locatie mogelijke verontreiniging onderzoeksstrategie grond grondwater NEN-5740+A1 onderzoeksgebied (plangebied) (ca. 1.200 m2) - - ONV-NL Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd.
Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhard ingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht. verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nicolaas ter Maethstraat 2 te Steenwijk december ’20 13 3 VELDONDERZOEK In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1 Uitvoering van het veldonderzoek Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. Het onderzoeksprogramma is ruimtelijk weergegeven in bijlage 2. In deze bijlage zijn alle geplaatste boringen geprojecteerd.
Het uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuis en het nemen van grondmonsters heeft plaatsgevonden op 12 november 2020. Het bemonsteren van het grondwater is (conform NEN-5740+A1) ca. een week na plaatsing van de peilbuis op 20 november 2020 uitgevoerd De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door dhr. A.D.M. van Wuykhuyse en dhr. M.J.A. van Wuykhuyse geregistreerde veldwerkers van Sigma Bouw & Milieu te Emmen. Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Voorafgaand aan het plaatsen van boringen is een locatie-inspectie gehouden. Op basis van de locatie-inspectie zijn geen bijzonderheden waargenomen. Het maaiveld t.p.v. de noordzijde van het gebouw is hoger gelegen dan het naastgelegen maaiveld. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 9. tabel 9: veldwerkprogramma Onderdeel Aantal Diepte (m-mv) Nummers Onderzoekslocatie (ca. 1.200 m2) Boringen 9 0.5 4 t/m 12 2 2.0 2+3 Peilbuis 1 3.5 1 De geplaatste peilbuis is opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind.
Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0,5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis zijn geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001. verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nicolaas ter Maethstraat 2 te Steenwijk december ’20 14 monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten.
Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2 Resultaten van het veldonderzoek bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 10 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 10: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv hoofdbestanddeel toevoeging kleur 0.0-1.5 zand matig fijn, plaatselijk leemresten bruin/grijs 1.5-3.5 zand zwak zandig grijs/geel veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn weergegeven in tabel 11. tabel 11: veldwaarnemingen grondwater Peilbuis filtertraject m-mv grondwaterstand m-mv voorpompen liter pH EGV geleidingsvermogen µS/cm troebelheid (NTU) 1 2.5-3.5 1.95 5 6.2 590 4.5 verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nicolaas ter Maethstraat 2 te Steenwijk december ’20 15 zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. De afwijkende waarnemingen staan in de onderstaande tabel 12 weergegeven.
tabel 12: afwijkende waarnemingen boring diepte m-mv. zintuiglijke waarnemingen 2 1.5-2.0 baksteenresten, keramiek resten, gestaakt op handmatig niet te doorboren obstructie grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm ed elman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal. Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie.
Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht. verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nicolaas ter Maethstraat 2 te Steenwijk december ’20 16 4 CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van Omegam.
Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Omegam is geaccrediteerd en erken d door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1 Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krij gen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. grondwater Uit de geplaatste peilbuis een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 13 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven.
tabel 13: analyseschema Monstercode boringnummer(s) diepte (m-mv) zintuiglijke waarnemingen analysepakket grond MM1 1+3+8 t/m 12 0.0-0.5 - NEN-grond(*)+AS3000 MM2 2+4 t/m 7 0.0-0.5 - NEN-grond(*)+AS3000 MM3 1+3 0.5-2.0 - NEN-grond(*)+AS3000 MM4 2 1.5-2.0 baksteenresten, keramiek resten NEN-grond(*)+AS3000 grondwater 1 (peilbuis) 1 2.5-3.5 - NEN-grondwater(**) verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen.
Bromoform = Tribroommethaan verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nicolaas ter Maethstraat 2 te Steenwijk december ’20 17 4.2 Toetsingscriteria Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem, waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering.
Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0,5: De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek.
Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging. Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken.
Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu. verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nicolaas ter Maethstraat 2 te Steenwijk december ’20 18 4.3 Analyseresultaten en interpretatie In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten van Omegam opgenomen. 4.3.1 Milieuhygiënische kwaliteit grond boven- en ondergrond (0.0-2.0 m-mv) In tabel 14 en 15 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 14: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project OPID 23822907#20-M9621-Nicolaas ter Maethstraat 2 te Steenwijk Certificaten 1114306 Toetsing T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb Toetsversie BoToVa 3.0.0 Parameters Toetsing Monster 6523174 Monster 6523175 Monster 6523176 MM1, 01: 15-45, 03: 0-50, 08: 0-50, 09: 15-50, 10: 15-40, 11: 0-50, 12: 0-50MM2, 02: 0-50, 04: 0-50, 05: 0-50, 06: 4-40, 07: 0-50 MM3, 01: 50-100, 01: 150-200, 03: 160-200 Max. Bodemindex 0,014 Max.
Bodemindex 0,015 Max. Bodemindex 0,004 Toetsoordeel Overschrijding AchtergrondwaardeToetsoordeel Overschrijding AchtergrondwaardeToetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Analyse Eenheid AW T I Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) 2,9 10 0 3,6 10 0 0,8 10 0 Lutum % (m/m ds) 4,4 25 0 1 25 0 1 25 0 Droogrest droge stof % 87,6 87,6 @ 0 89,2 89,2 @ 0 93,8 93,8 @ 0 Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds 190 555 920 32 95 @ 0 29 110 @ 0 < 20 < 54 @ 0 cadmium (Cd) mg/kg ds 0,6 6,8 13 < 0.2 < 0.22 - 0 < 0.2 < 0.22 - 0 < 0.2 < 0.24 - 0 kobalt (Co) mg/kg ds 15 102,5 190 < 3 < 5.8 - 0 < 3 < 7.4 - 0 < 3 < 7.4 - 0 koper (Cu) mg/kg ds 40 115 190 9,4 17 - 0 13 25 - 0 < 5 < 7.2 - 0 kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds 0,15 18,075 36 0,11 0,15 1.0 AW(WO) 0 0,1 0,14 - 0 0,05 0,07 - 0 lood (Pb) mg/kg ds 50 290 530 36 53 1.1 AW(WO) 0,006 37 57 1.1 AW(WO) 0,015 < 10 < 11 - 0 molybdeen (Mo) mg/kg ds 1,5 95,75 190 < 1.5 < 1.0 - 0 < 1.5 < 1.0 - 0 < 1.5 < 1.0 - 0 nikkel (Ni) mg/kg ds 35 67,5 100 4 10 - 0 < 4 < 8 - 0 < 4 < 8 - 0 zink (Zn) mg/kg ds 140 430 720 30 62 - 0 33 75 - 0 < 20 < 33 - 0 Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)mg/kg ds 190 2595 5000 < 35 < 84 - 0 < 35 < 68 - 0 < 35 < 120 - 0 Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds < 0.05 < 0.035 0 < 0.05 < 0.035 0 < 0.05 <
0.035 0 fenantreen mg/kg ds 0,11 0,11 0 0,21 0,21 0 < 0.05 < 0.035 0 anthraceen mg/kg ds < 0.05 < 0.035 0 0,06 0,06 0 < 0.05 < 0.035 0 fluoranteen mg/kg ds 0,26 0,26 0 0,46 0,46 0 < 0.05 < 0.035 0 benzo(a)antraceen mg/kg ds 0,13 0,13 0 0,19 0,19 0 < 0.05 < 0.035 0 chryseen mg/kg ds 0,17 0,17 0 0,22 0,22 0 < 0.05 < 0.035 0 benzo(k)fluoranteen mg/kg ds 0,11 0,11 0 0,15 0,15 0 < 0.05 < 0.035 0 benzo(a)pyreen mg/kg ds 0,15 0,15 0 0,21 0,21 0 < 0.05 < 0.035 0 benzo(ghi)peryleen mg/kg ds 0,11 0,11 0 0,15 0,15 0 < 0.05 < 0.035 0 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds 0,14 0,14 0 0,17 0,17 0 < 0.05 < 0.035 0 Sommaties som PAK (10) mg/kg ds 1,5 20,75 40 1,2 1,2 - 0 1,9 1,9 1.2 AW(WO) 0,01 0,35 < 0.35 - 0 Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds < 0.001 < 0.0024 0 < 0.001 < 0.0019 0 < 0.001 < 0.0035 0 PCB - 52 mg/kg ds < 0.001 < 0.0024 0 < 0.001 < 0.0019 0 < 0.001 < 0.0035 0 PCB - 101 mg/kg ds < 0.001 < 0.0024 0 < 0.001 < 0.0019 0 < 0.001 < 0.0035 0 PCB - 118 mg/kg ds < 0.001 < 0.0024 0 < 0.001 < 0.0019 0 < 0.001 < 0.0035 0 PCB - 138 mg/kg ds 0,003 0,01 0 0,003 0,0083 0 < 0.001 < 0.0035 0 PCB - 153 mg/kg ds 0,002 0,0069 0 0,003 0,0083 0 < 0.001 < 0.0035 0 PCB - 180 mg/kg ds 0,002 0,0069 0 0,002 0,0056 0 < 0.001 < 0.0035 0 Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds 0,02 0,51 1 0,01 0,034 1.7 AW(WO) 0,014 0,011 0,03 1.5 AW(WO) 0,01 0,005 < 0.024 - 0,004 verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens
NEN-5740+A1 Nicolaas ter Maethstraat 2 te Steenwijk december ’20 19 tabel 15: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Parameters Toetsing Monster 6523177 MM4, 02: 150-200 Max. Bodemindex 0,625 Toetsoordeel Overschrijding Achtergrondwaarde Analyse Eenheid AW T I Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) 2 10 0 Lutum % (m/m ds) 2,2 25 0 Droogrest droge stof % 76,7 76,7 @ 0 Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds 190 555 920 72 270 @ 0,11 cadmium (Cd) mg/kg ds 0,6 6,8 13 < 0.2 < 0.24 - 0 kobalt (Co) mg/kg ds 15 102,5 190 3,5 12 - 0 koper (Cu) mg/kg ds 40 115 190 30 62 1.5 AW(IND) 0,147 kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds 0,15 18,075 36 0,33 0,47 3.2 AW(WO) 0,009 lood (Pb) mg/kg ds 50 290 530 220 350 1.2 T(IND) 0,625 molybdeen (Mo) mg/kg ds 1,5 95,75 190 < 1.5 < 1.0 - 0 nikkel (Ni) mg/kg ds 35 67,5 100 5 14 - 0 zink (Zn) mg/kg ds 140 430 720 40 94 - 0 Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)mg/kg ds 190 2595 5000 < 35 < 120 - 0 Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds < 0.05 < 0.035 0 fenantreen mg/kg ds 0,18 0,18 0 anthraceen mg/kg ds 0,19 0,19 0 fluoranteen mg/kg ds 0,98 0,98 0 benzo(a)antraceen mg/kg ds 0,93 0,93 0 chryseen mg/kg ds 0,9 0,9 0 benzo(k)fluoranteen mg/kg ds 0,87 0,87 0 benzo(a)pyreen mg/kg ds 1,1 1,1 0 benzo(ghi)peryleen mg/kg ds 0,58 0,58 0 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds
0,81 0,81 0 Sommaties som PAK (10) mg/kg ds 1,5 20,75 40 6,6 6,6 4.4 AW(WO) 0,132 Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds < 0.001 < 0.0035 0 PCB - 52 mg/kg ds < 0.001 < 0.0035 0 PCB - 101 mg/kg ds < 0.001 < 0.0035 0 PCB - 118 mg/kg ds < 0.001 < 0.0035 0 PCB - 138 mg/kg ds < 0.001 < 0.0035 0 PCB - 153 mg/kg ds < 0.001 < 0.0035 0 PCB - 180 mg/kg ds < 0.001 < 0.0035 0 Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds 0,02 0,51 1 0,005 < 0.024 - 0,004 Legenda @ Geen toetsoordeel mogelijk x AW(IND) x maal Achtergrondwaarde (Industrie) x AW(WO) x maal Achtergrondwaarde (Wonen) x T(IND) x maal Tussenwaarde (Industrie) - <= Achtergrondwaarde N.B. De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nicolaas ter Maethstraat 2 te Steenwijk december ’20 20 interpretatie onderzoeksresultaten grond In tabel 16 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van de ond erzochte mengmonsters.
tabel 16: samenvatting toetsresultaten per mengmonster Mengmonster Boringen Diepte Zintuiglijk >AW >T >I Indicatieve toetsing Bbk* MM1 1+3+8 t/m 12 0.0-0.5 - kwik, lood, PCB’s (som 7) PAK’s (som 10) - - Wonen* MM2 2+4 t/m 7 0.0-0.5 - lood, PAK’s (som 10) PCB’s (som 7) - - Wonen* MM3 1+3 0.5-2.0 - - - - Achtergrondwaarde* MM4 2 1.5-2.0 baksteen- resten, keramiek resten koper, kwik, PAK’s (som 10) lood - Industrie* Legenda >AW overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex =<0,5) >T overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5) >I overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1) Bbk besluit bodemkwaliteit *= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 bevat een verhoogd gehalte kwik, lood (zware metalen) en PCB’s (som 7) t.o.v. de achtergrondwaarde. Bovengrondmengmonster MM2 bevat een verhoogd gehalte lood (zware metalen), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s som 10) en PCB’s (som 7) t.o.v. de achtergrondwaarde. De verhoogd gemeten gehalten kwik, lood (zware metalen), PAK’s (som 10) en PCB’s (som 7) in de bovengrondmengmonster MM1 en MM2 zijn op basis van zintuiglijke waarnemingen niet eenduidig te relateren.
ondergrond (0.5-2.0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM3 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Ondergrondmonster MM4 bevat een verhoogd gehalte lood (zware metalen) t.o.v. de tussenwaarde / bodemindex-waarde (>0.5) en een verhoogd gehalte koper, kwik (zware metalen) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) t.o.v. de achtergrondwaarde. De verhoogd gemeten gehalten lood, koper, kwik (zware metalen) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in het ondergrondmonster MM4 kunnen samenhangen met de zintuiglijk waargenomen baksteenresten in de ondergrond. verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nicolaas ter Maethstraat 2 te Steenwijk december ’20 21 In gebieden welke reeds langere tijd door de mens in gebruik zijn (o.a. langdurige bewoning of menselijk gebruik) worden vaker verhoogde gehalten aan o.a. zware metalen, PAK’s en /of minerale olie in de grond gemeten. In algemene zin wordt opgemerkt dat antropogene beïnvloeding van een locatie in de meeste gevallen een negatief effect heeft op de kwaliteit van de bodem. Zware metalen bezitten veelal een geringe mobiliteit in de bodem en hechten zich met name aan slib- en kleideeltjes. Zware metalen komen van nature in bepaalde concentraties in de bodem voor. Deze concentraties kunnen verhoogd voorkomen in het stedelijk milieu.
De afgifte vindt onder andere plaats door dakpannen, dakgoten, kabels en leidingen, verkeer en afval. Ook depositie van zware metalen op de bodem door industriële activiteiten is een mogelijke oorzaak van verhoogde concentraties. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) omvat een groep van meer dan 200 stoffen, die bestaan uit twee of meer aan elkaar verbonden benzeenringen, die ontstaan bij de onvolledige verbranding van koolstofbevattende materialen. Het zijn teerachtige stoffen die ontstaan bij de onvolledige verbranding van koolstofhoudende materialen als hout, fossiele brandstoffen, tabak of levensmiddelen. De aanwezigheid van PAK’s in de bodem zijn vaak het gevolg van de aanwezigheid van teerhoudende of koolstofhoudende stoffen, zoals bv. koolas, verbrandingsresten of teerresten. Ze kunnen zowel een synthetische als een natuurlijke oorsprong hebben. PAK’s kunnen ook worden aangetroffen bij de vervaardiging en verwerking van rubber, kunststoffen, verf, lakken, minerale olie en teerproducten. In de chemische grondstoffenindustrie dienen ze als tussenproducten bij verschillende syntheses, bijvoorbeeld van verfstoffen en farmaceutica. Ten aanzien van de gemeten gehalten aan PCB’s (som) wordt vermeld dat PCB's polychloorbifenylen) al tientallen jaren in de belangstelling staan als bedreiging voor de volksgezondheid.
Dat danken ze aan een slechte afbreekbaarheid, een neiging tot stapelen in dierlijk (en dus ook humaan) vetweefsel en uiteenlopende toxische eigenschappen. Verspreiding van persistente verontreinigingen gaat hoofdzakelijk via de lucht, ze komen vervolgens terecht op gewassen, de bodem en in water. Door hun lipofiele eigenschappen (vetoplosbaar) treedt vervolgens stapeling op in met name dierlijk vetweefsel. PCB’s zijn geen natuurlijk voorkomende stoffen. De aanwezigheid van PCB's in het milieu is met name het gevolg van industriële productie en het gebruik van PCB's van ongeveer 1930 tot 1980. Polychloorbifenylen (PCB’s) zijn op zeer uiteenlopende manieren toegepast: als isolatie vloeistof in transformatoren en condensatoren, als hydraulische- of warmtegeleidingsvloeistoffen, koelvloeistof, smeermiddel en weekmaker in kunststoffen, en verder in verf, inkt, lak, kit, lijm, koolstofvrij kopieerpapier en bestrijdingsmiddelen. Aangezien productie en gebruik van PCB's sinds 1985 volledig zijn verboden, zijn dit soort PCB-houdende producten al lange tijd niet meer in de handel. Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter vanuit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000).
Op basis van de circulaire bodemsanering 2009 zijn de toetsingswaarden voor barium (zware metalen) tijdelijk ingetrokken. Indien er op een locatie sprake is van een antropogene bron kan het gemeten gehalte barium indicatief worden getoetst aan de voormalige interventiewaarde. verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nicolaas ter Maethstraat 2 te Steenwijk december ’20 22 4.3.2 Milieuhygiënische kwaliteit grondwater In tabel 17 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 17: gemeten gehaltes (µg/l) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project OPID 23966647#20-M9621-Nicolaas ter Maethstraat 2 te Steenwijk Certificaten 1117908 Toetsing T.13 - Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb Toetsversie BoToVa 2.0.0 Parameters Toetsing Monster 6532581 Pb 1, 01-Pb 1: 250-350 Max. Bodemindex 0,026 Toetsoordeel Overschrijding Streefwaarde Analyse Eenheid S T I Ana.Res. Std.Res.
T.Oordeel B.Index Metalen ICP-MS (opgelost) barium (Ba) µg/l 50 337,5 625 54 1.1 S 0,007 cadmium (Cd) µg/l 0,4 3,2 6 < 0.2 - 0 kobalt (Co) µg/l 20 60 100 < 2 - 0 koper (Cu) µg/l 15 45 75 < 2 - 0 Kwik (Hg) (niet vluchtig) µg/l 0,05 0,175 0,3 < 0.05 - 0 lood (Pb) µg/l 15 45 75 < 2 - 0 molybdeen (Mo) µg/l 5 152,5 300 < 2 - 0 nikkel (Ni) µg/l 15 45 75 < 3 - 0 zink (Zn) µg/l 65 432,5 800 42 - 0 Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)µg/l 50 325 600 < 50 - 0 Vluchtige aromaten benzeen µg/l 0,2 15,1 30 < 0.2 - 0 ethylbenzeen µg/l 4 77 150 < 0.2 - 0 naftaleen µg/l 0,01 35,005 70 < 0.02 - 0 o-xyleen µg/l < 0.1 0 styreen µg/l 6 153 300 < 0.2 - 0 tolueen µg/l 7 503,5 1000 < 0.2 - 0 xyleen (som m+p) µg/l < 0.2 0 Sommaties aromaten som xylenen µg/l 0,2 35,1 70 0,2 - 0 Vluchtige chlooralifaten 1,1,1-trichloorethaan µg/l 0,01 150,005 300 < 0.1 - 0 1,1,2-trichloorethaan µg/l 0,01 65,005 130 < 0.1 - 0 1,1-dichloorethaan µg/l 7 453,5 900 < 0.2 - 0 1,1-dichlooretheen µg/l 0,01 5,005 10 < 0.1 - 0,006 1,1-dichloorpropaan µg/l < 0.2 0 1,2-dichloorethaan µg/l 7 203,5 400 < 0.2 - 0 1,2-dichloorpropaan µg/l < 0.2 0 1,3-dichloorpropaan µg/l < 0.2 0 cis-1,2-dichlooretheen µg/l < 0.1 0 dichloormethaan µg/l 0,01 500,005 1000 < 0.2 - 0 monochlooretheen (vinylchloride)µg/l 0,01 2,505 5 < 0.2 - 0,026 tetrachlooretheen µg/l 0,01 20,005 40 < 0.1 - 0,002 tetrachloormethaan µg/l 0,01 5,005 10 < 0.1 -
0,006 trans-1,2-dichlooretheen µg/l < 0.1 0 trichlooretheen µg/l 24 262 500 < 0.2 - 0 trichloormethaan µg/l 6 203 400 < 0.2 - 0 Sommaties som C+T dichlooretheen µg/l 0,01 10,005 20 0,1 - 0,007 som dichloorpropanen µg/l 0,8 40,4 80 0,4 - 0 Vluchtige gehalogeneerde alifaten - divers tribroommethaan (bromoform)µg/l 630 < 0.2 @ 0 Legenda @ Geen toetsoordeel mogelijk - <= Streefwaarde x S x maal Streefwaarde N.B. De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nicolaas ter Maethstraat 2 te Steenwijk december ’20 23 interpretatie resultaten grondwater In tabel 18 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van het onderzochte grondwatermonster. tabel 18: samenvatting toetsresultaten per grondwatermonster Grondwatermonster Diepte filter Zintuiglijk >S >T >I Pb1 2.5-3.5 - barium - - Legenda >S overschrijding streefwaarde (bodemindex <=0,5) >T overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5) >I overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1) peilbuis 1 (2.5-3.5 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde.
Ten aanzien van het voorkomen van verhoogde gehaltes zware metalen in het freatisch grondwater kan worden opgemerkt dat dergelijke verhoogde gehaltes op tal van onverdach te locaties in Nederland regelmatig voorkomen. De gehaltes worden vaak in verhoogde mate aangetoond zonder dat daarbij sprake is van een verontreinigingsbron. De verhoogde gehaltes zware metalen kunnen o.a. worden veroorzaakt door wisselende milieuomstandigheden in de bodem alsmede door diverse bodemprocessen. Zo kan het onvoldoende herstelde evenwicht tussen grond en grondwater ten tijde van de bemonstering een mogelijke oorzaak zijn van het verhoogd voorkomen van zware metalen. Deels kunnen zware metalen van nature, door uitloging uit sedimenten, afhankelijk van het redoxpotentiaal, in verhoogde mate in het grondwater voorkomen, het betreft in deze gevallen natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden. Opgemerkt wordt dat de aanwezigheid van zware metalen in het grondwater ook kan samenhangen met het vm. gebruik van de locatie. Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter van uit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000), e.e.a. geldt voor de gecorrigeerde som 1,2- dichlooretheen, gecorrigeerde som dichloorpropaan en som xylenen.
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nicolaas ter Maethstraat 2 te Steenwijk december ’20 24 5 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. zintuiglijke waarnemingen Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal plaatselijk baksteenresten en keramiekresten waargenomen. Boring 2 is in de ondergrond gestaakt op een handmatig niet te doorboren obstructie. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal geen asbestverdacht materiaal waargenomen (indicatieve waarneming). Een samenvatting van de toetsingsresultaten staat weergegeven in tabel 19. tabel 19: samenvatting toetsingsresultaten Mengmonster Boringen Diepte Zintuiglijk >AW of >S >T >I Indicatieve toetsing Bbk* grond MM1 1+3+8 t/m 12 0.0-0.5 - kwik, lood, PCB’s (som 7) PAK’s (som 10) - - Wonen* MM2 2+4 t/m 7 0.0-0.5 - lood, PAK’s (som 10) PCB’s (som 7) - - Wonen* MM3 1+3 0.5-2.0 - - - - Achtergrondwaarde* MM4 2 1.5-2.0 baksteen- resten, keramiek resten koper, kwik, PAK’s (som 10) lood - Industrie* grondwater Pb1 1 2.5-3.5 - barium - - n.v.t.
Legenda >AW / >S overschrijding achtergrondwaarde/streefwaarde (bodemindex =<0,5) >T overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5) >I overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1) *= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond grond bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 bevat een verhoogd gehalte kwik, lood (zware metalen) en PCB’s (som 7) t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in deze gevallen niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. Bovengrondmengmonster MM2 bevat een verhoogd gehalte lood (zware metalen), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s som 10) en PCB’s (som 7) t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in deze gevallen niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek.
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nicolaas ter Maethstraat 2 te Steenwijk december ’20 25 ondergrond (0.5-2.0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM3 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Ondergrondmonster MM4 bevat een verhoogd gehalte lood (zware metalen) t.o.v. de tussenwaarde / bodemindex-waarde (>0.5) en een verhoogd gehalte koper, kwik (zware metalen) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) t.o.v. de achtergrondwaarde. Het verhoogd gemeten gehalte lood het ondergrondmonster MM4 overschrijdt de tussenwaarde / bodemindex-waarde (>0.5) en geeft daardoor aanleiding tot het instellen van nader, afperkend, onderzoek. Middels een nader (afperkend) onderzoek kan worden vastgesteld of er in het onderhavige geval al dan niet sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging in het kader van de Wet bodembescherming. Er is sprake van ernstige verontreiniging van bodem of sediment als voor tenminste 1 verontreinigende stof de gemiddelde gemeten concentratie van minimaal 25 m 3 bodemvolume hoger is dan de interventiewaarde.