CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Studie unilocatie VO Stw.25.9.23_00

Politieke Markt 19 maart 2024, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Unilocatie Voortgezet Onderwijs17.097 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Studie Unilocatie Voortgezet Onderwijs Steenwijkerland Afdeling: Ruimtelijke Ontwikkeling & Projecten Auteur : R. Twerda / D. Ruisch Datum: 25-09-2023 Versie: 1.0 | DEFINITIEF

2 Samenvatting Voor de realisatie van de unilocatie voor 1.572 Voortgezet Onderwijs (VO) leerlingen in Steenwijkerland is inzichtelijk gemaakt wat de te verwachten kosten voor realisatie zijn en welke financiële bijdrage het schoolbestuur kan leveren. De grondslag voor de berekende investeringskosten is het besluit van de gemeenteraad uit 2021. Sindsdien zijn de bouwkosten fors gestegen, is een onderwijskundige visie uitgewerkt met ambities op het terrein van techniek, passend onderwijs en sport. Daarnaast zijn de eisen ten aanzien van ventilatie verhoogd. Dit alles is vertaald naar een ruimtelijk-functioneel Programma van Eisen (PvE) wat verschilt ten opzichte van het besluit in 2021 doordat nu ook:  de D-vleugel wordt gerenoveerd;  280 m2 bvo extra vierkante meters voor techniek aan het PvE is toegevoegd;  een extra gymzaal aan het PvE is toegevoegd;  extra m2 voor passend onderwijs / Tij vanuit de inpassings- en aansluitingsruimte wordt gehaald. Basisvariant 2023 Oppervlak Kwaliteit gebouw Totale investering gebouw Sloop B-vleugel: 1.510 m2 Renovatie A/C/D-vleugel: 6.735 m2 Uitbreiding: 8.100 m2 + 3 gymlokalen (sporthal) In stand houden 3 gymlokalen Totaal bvo: 14.835 m2 + 6 gymlokalen BENG Frisse scholen klasse B Nieuwbouw 40 jaar Renovatie 25 jaar Circulair 10-30% BCI Prijspeil 2023 € 44.893.991 De bijkomende kosten zijn geraamd op € 2.198.106.

De totale investering voor gebouw en bijkomende kosten komt hiermee op:  Investering gebouw: € 44.893.991  Bijkomende kosten: € 2.198.106 Totale investering Basisvariant 2023: € 47.092.097 Het schoolbestuur kan maximaal € 5.100.000 bijdragen. De totale investering voor de gemeente bij de basisvariant bedraagt € 41.992.097. Ook de scenario’s voor een Energie Neutraal Gebouw (ENG) of waarbij hogere eisen worden gesteld aan een meer circulair gebouw zijn uitgewerkt. Dit als antwoord op de vraag vanuit de gemeenteraad om verschillende varianten uit te werken. Varianten die hoofdzakelijk te vertalen zijn naar een nóg duurzamer en/of meer circulair gebouw. Bij een eventuele stap in kwaliteitsniveau van BENG naar ENG komt geen extra bijdrage vanuit het schoolbestuur. De investering die daarmee gepaard gaat, is van een dergelijke omvang dat deze niet vanuit de additionele exploitatievoordelen voor de school gedekt kan worden. Het bouwheerschap voor de realisatie van de unilocatie wordt bij de gemeente belegd. Na oplevering wordt het (juridisch) eigendom aan het schoolbestuur overgedragen. Nadere afspraken worden vastgelegd in een SamenwerkingsOvereenKomst (SOK). Tevens hebben gemeente en schoolbestuur afspraken gemaakt over een gezamenlijke projectstructuur in het vervolgproces.

Globaal dient rekening te worden gehouden met twee jaar voorbereiding en 2,5 jaar realisatie, na definitieve besluitvorming door de gemeenteraad. In het gefaseerde vervolgproces worden (bestuurlijke) ijkmomenten ingebouwd. Daarnaast wordt bij elke faseafronding een fasedocument opgesteld. Dit om te toetsen of de oorspronkelijk totale investeringsbedragen nog steeds aansluit op de basisuitgangspunten (qua kwaliteit, etc.) en binnen de gestelde kaders is. 3 De verschillende ijkmomenten in de fasering zijn hieronder schematisch weer gegeven. PvE + Ambitie Vaststelling VO + Definitief Investeringsbudget VO-raming besluit n.a.v. aanbesteding Raadsbesluit Initiatief Definitie Voor Ontwerp Definitief Ontwerp Technisch Ontwerp Realisatie Beheer Raadsbesluit Raadsbesluit 4 Inhoudsopgave 1. Inleiding ..................................................................................................................... 5 2. Uitgangspunten realisatie unilocatie ......................................................................... 6 2.1. Besluit 2021 ............................................................................................................ 7 2.2. Stijging bouwkosten ............................................................................................... 8 2.3. Gewijzigde wet- en regelgeving, ventilatie-eisen ..................................................

8 2.4. Leerlingenaantallen + normatieve omvang ........................................................... 8 2.5. Ruimtelijk-functioneel Programma van Eisen ........................................................ 9 2.6. Onderwijskundig aanbod ........................................................................................ 9 2.6.1. Techniek onderwijs .................................................................................................. 9 2.6.2. Sport en Bewegen ................................................................................................. 11 2.6.3. Inclusiever, thuisnabij onderwijs ............................................................................. 13 2.6.4. Internationale schakelklas (ISK) ............................................................................. 14 2.7. Definitieve omvang unilocatie .............................................................................. 15 2.8. Uitgangspunten varianten .................................................................................... 15 2.8.1. Basisvariant 2023 .................................................................................................. 15 2.8.2. Variant ENG .......................................................................................................... 15 2.8.3.

Variant ENG en Circulair ......................................................................................... 15 3. Investeringskostenraming ....................................................................................... 16 3.1. Basisvariant 2023 ................................................................................................. 17 3.2. Variant ENG ........................................................................................................... 18 3.3. Variant ENG en Circulair ....................................................................................... ijking varianten .............................................................................................. 20 21 4.2. Financiële consequenties gemeente en schoolbestuur ........................................ 21 5. Projectorganisatie .................................................................................................... 22 5.1. Bouwheerschap .................................................................................................... 22 5.2. Samenwerkingsovereenkomst ............................................................................. 22 5.3. Projectstructuur .................................................................................................... 22 6.

Vervolgproces ........................................................................................................... 23 6.1. Planning ................................................................................................................ 23 6.2. Fasering en ijkmomenten ..................................................................................... 23 6.2.1. Fasen en fasedocumenten ...................................................................................... 23 6.2.2. IJkmomenten ........................................................................................................ 23 7. Bijlagen .................................................................................................................... 25 7.1. Onderbouwing normatieve ruimtebehoefte (bvo) ............................................... 26 7.2. Ruimtelijk-functioneel programma van eisen ...................................................... 27 7.3. Ruimtestaat .......................................................................................................... 33 28 19 4. Vergel 4.1. Eigen bijdrage schoolbestuur ............................................................................... 7.4. Afsprakenlijst SOK ................................................................................................ 5 1.

Inleiding De gemeente Steenwijkerland en het schoolbestuur Simant zijn voornemens alle onderwijslocaties voor het Voortgezet Onderwijs (VO) in Steenwijkerland te centraliseren op één locatie. Dit naar aanleiding van het besluit door de gemeenteraad in april 2021, om binnen een periode van 10 jaar te komen tot een unilocatie. Deze zogeheten unilocatie dient te worden ontwikkeld aan de Lijsterbesstraat 1 te Steenwijk. Dit is de huidige locatie van RSG Tromp Meesters, één van de huidige drie VO locaties. Bij de besluitvorming voor de realisatie van een unilocatie zijn het terugdringen van segregatie en de kwaliteit van onderwijs van doorslaggevend belang geweest. Nu is het opleidingsniveau nog bepalend voor de locatie waar onderwijs gevolgd wordt. Op de unilocatie komen jongeren die PraktijkOnderwijs (PrO) tot VWO volgen samen in één gebouw. Alles op één locatie aanbieden maakt switchen in niveau makkelijker. Daarnaast biedt de unilocatie kansen om ook op HAVO/VWO niveau meer praktische/technische vakken aan te bieden en kunnen VMBO leerlingen meer theorie aangeboden krijgen. Dit alles maakt dat het onderwijs beter op maat aangeboden kan worden. Ondersteunende diensten zoals een administratie, ICT, conciërge, schoonmaak kunnen op een unilocatie gebundeld worden en efficiënter georganiseerd worden.

Hierdoor blijft er meer (financiële) ruimte over die het onderwijs ten goede kan komen. Ook leraren en specifieke deskundigheid kunnen makkelijker ingezet worden op de verschillende niveaus. Dit alles komt de kwaliteit van het onderwijs ten goede. Om de geschetste voordelen van een unilocatie daadwerkelijk te behalen, is er meer nodig dan alleen een gebouw. Het vraagt om een goede organisatie, een duidelijke visie en niet in de laatste plaats betrokken en bekwaam personeel. Op dit moment wordt er binnen de verschillende locaties al hard gewerkt aan de interne samenwerking en het benutten van elkaars kwaliteiten. Dit geeft vertrouwen voor de toekomst. In het coalitieakkoord 2022-2026 is over de unilocatie afgesproken inzichtelijk te maken wat de te verwachten kosten voor realisatie zijn en welke financiële bijdrage het schoolbestuur kan leveren. Het afgelopen jaar heeft intensief overleg plaatsgevonden tussen de gemeente en het schoolbestuur over de ambities en de financiële kaders. Parallel aan dit proces heeft het schoolbestuur de inhoudelijke onderwijskundige visie opgesteld. Deze visie is nader uitgewerkt in een ruimtelijk en functioneel Programma van Eisen (PvE). Dit PvE dient als basis voor de financiële uitwerking. In deze rapportage nemen wij u mee in de nadere uitwerking van de uitgangspunten en financiële consequenties.

In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de ambities die het VO heeft op het terrein van onder andere techniek en sport. Dit komt vervolgens in de uitgangspunten voor de realisatie van de unilocatie terug. In hoofdstuk 3 zijn de uitgangspunten uit hoofdstuk 2, op basis van een gespecificeerde investeringskostenraming, vertaald naar een investeringskrediet. Ook de scenario’s voor een Energie Neutraal Gebouw (ENG) of waarbij hogere eisen worden gesteld aan een meer circulair gebouw vindt u in dit hoofdstuk terug. Vervolgens worden in hoofdstuk 4 de financiële consequenties voor gemeente en schoolbestuur inzichtelijk. In hoofdstuk 5 gaan we in op het bouwheerschap, de projectorganisatie en de bijbehorende samenwerkingsafspraken. Afsluitend omschrijven we in hoofdstuk 6 de planning en het vervolgproces. 6 2. Uitgangspunten realisatie unilocatie In dit hoofdstuk nemen wij u mee in de uitgangspunten voor de realisatie van de unilocatie. In eerste instantie kijken we terug naar de basis uitgangspunten uit 2021 die ten grondslag lagen aan het besluit om te komen tot een unilocatie voor het Voortgezet Onderwijs (VO) in Steenwijkerland. Er is sinds 2021 echter het nodige veranderd, waardoor er nieuwe inzichten en een nieuwe werkelijkheid is ontstaan. Deze nieuwe werkelijkheid start met het aantal leerlingen waarvoor we bouwen en de bijbehorende norm vierkante meters die hier bij horen.

Vervolgens gaan we in op het onderwijskundig aanbod in relatie tot het ruimtelijk-functioneel Programma van Eisen (PvE). Dit om te komen tot de definitieve omvang (renovatie en uitbreiding) voor de unilocatie. Vervolgens omschrijven we de kwalitatieve uitgangspunten als input voor de investeringskostenraming. Als laatste volgt er een ‘onderbouwing’ van de toegenomen bouwkosten. In de rapportage komen een aantal afkortingen en omschrijvingen terug die hieronder worden toegelicht:  In de rapportage hebben we het over vierkante meters (m2). Daarmee bedoelen we het bruto vloeroppervlakte (bvo) van het te realiseren gebouw.  De bvo is de som van de buitenwerks gemeten vloeroppervlakte van alle bouwlagen bij elkaar opgeteld. Het gaat daarbij dus om de totale omvang van het te realiseren gebouw.  Bij het realiseren van een uitbreiding bij een bestaand gebouw heb je te maken met inefficiënte vierkante meters, die je niet toe kan rekenen aan de norm vierkante meters, dit om een goede aansluiting te kunnen maken. Deze inefficiënte vierkante meters noemen we in de rapportage ‘inpassingsruimte en aansluiting’ vierkante meters. Dit betreft 15% van de te renoveren vierkante meters.

 Nieuwbouw/uitbreiding, afschrijving 40 jaar;  Renovatie, afschrijving 25 jaar;  Bijna Energie Neutraal, BENG; De energieprestatie bij BENG wordt bepaald aan de hand van drie individueel te behalen eisen: 1. de maximale energiebehoefte in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar (kWh/m2.jr); 2. het maximale primair fossiel energiegebruik, eveneens in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar (kWh/m2.jr); 3. het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten (%).  Energieneutraal, ENG; Een energieneutraal gebouw wekt de gebouw gebonden energie zelf op. Daar hoort een EPC bij van 0, wat energieneutraal betekent.  Building Circulaires Index (BCI) is een wetenschappelijk onderbouwde en in de praktijk beproefde meetmethodiek om de circulaire potentie van een bouwwerk te bepalen. 7 2.1. Besluit 2021 In april 2021 heeft de gemeenteraad besloten (2021-RAAD-00012 - Huisvesting voortgezet onderwijs Steenwijkerland) te kiezen voor een unilocatie, te realiseren binnen 10 jaar. Dit besluit is genomen op basis van de uitgangspunten en investeringslasten zoals opgenomen in onderstaande tabel.

Besluit 2021 Oppervlak Kwaliteit gebouw Totale investering gebouw Sloop B-vleugel: 1.510 m2 Renovatie A/C-vleugel: 4.160 m2 Uitbreiding: 7.821 m2 + 2 gymlokalen In stand houden D-vleugel: 2.575 m2 In stand houden 3 gymlokalen Totaal bvo: 14.556 m2 + 5 gymlokalen BENG Frisse scholen klasse B Nieuwbouw 40 jaar Renovatie 25 jaar Prijspeil 2020 € 25.514.350 De totale investering (€ 25,5 miljoen) kwam voor rekening van:  de gemeente: € 20,4 miljoen  het schoolbestuur: € 5,1 miljoen In de tekening hieronder ziet u per gebouwdeel wat het plan was. De uitbreiding (geel) is schematisch weergegeven. Pas wanneer er een ontwerp is, wordt inzichtelijk hoe de uitbreiding er werkelijk uit gaat zien. Hiermee geven we wel een indicatie van het ruimtebeslag van de uitbreiding ten opzichte van de bestaande gebouwdelen. Figuur 1 - Besluit 2021

8 2.2. Stijging bouwkosten Voor definitieve besluitvorming dienen de investeringskosten te worden geactualiseerd. Daar waar de investeringskosten bij het besluit in 2021 zijn gebaseerd op kostenkengetallen per m2 bvo voor nieuwbouw (€ 2.350 m2/bvo) en renovatie (€ 1.150 m2/bvo), is in deze fase op basis van het PvE een gespecificeerde kostenraming opgesteld. De raming wordt gespecificeerd naar gebouwdeel (uitbreiding, renovatie, te behouden huisvesting) en opgebouwd uit diverse kostenposten, zoals bouwkosten, ontwerpkosten, leges, aansluitkosten en reserveringen voor prijsontwikkelingen en onvoorzien. De actualisatie van de investeringskosten leidt tot een aanzienlijke verhoging van de investering ten opzichte van het besluit in 2021. Belangrijkste oorzaken hiervoor zijn hieronder weergegeven:  De afgelopen drie jaren zijn de bouwkosten met ca. 25% gestegen;  De renovatiekosten op basis van een kostenraming en een schouw van het bestaande gebouw zijn 70% van de nieuwbouwkosten;  Op basis van het ruimtelijk-functioneel programma van eisen is inzichtelijk geworden hoeveel oppervlak buitenruimte er exact (her-)ingericht moet worden. Dit staat los van de bijkomende kosten in de openbare ruimte.

Er is geen rekening gehouden met kosten voor tijdelijke huisvesting, vooralsnog ervan uitgaande dat de bouw van de unilocatie gefaseerd zal plaatsvinden en tijdens de bouw gebruik gemaakt kan worden van de bestaande drie locaties om leerlingen te huisvesten. 2.3. Gewijzigde wet- en regelgeving, ventilatie-eisen Door veranderende wet- en regelgeving ten aanzien van ventilatie-eisen, is het niet meer mogelijk om de D-vleugel (2.575 m2), zoals eerder in 2021 gesteld, in stand te houden. Het is noodzakelijk ook de D-vleugel te renoveren. Dit brengt het totaal te renoveren oppervlak op 6.735 m2, daar waar het in eerste instantie 4.160 m2 betrof. 2.4. Leerlingenaantallen + normatieve omvang Voor het toekomstige aantal leerlingen wordt aangesloten bij de prognoses uit de onderzoeken van HEVO. Dit gaat uit van een stabilisatie van circa 1.572 leerlingen vanaf 2035. Op basis van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs van de gemeente Steenwijkerland resulteert dit in een normatieve ruimtebehoefte van 13.545 m2 bvo excl. bewegingsonderwijs. Gebouwoppervlakte o.b.v. 1.572 leerlingen m2 bvo Benodigd oppervlak volgens verordening 13.545 Inpassingsruimte en aansluiting 1.010 Totale benodigde oppervlakte 14.555 Noodzakelijke uitbreiding m2 bvo Totale benodigde oppervlakte 14.555 Instandhouding/renovatie -/- 6.735 Nieuw te realiseren oppervlakte 7.820 9 2.5.

Ruimtelijk-functioneel Programma van Eisen Het afgelopen jaar heeft schoolbestuur, in samenwerking met ICS adviseurs, de onderwijskundige visie op de unilocatie opgesteld. In aansluiting daarop is het ruimtelijk-functioneel programma van eisen opgesteld. Het is straks aan de nog te selecteren architect om een indelingsplan te maken, waarbij wordt vastgesteld waar welke programmaonderdelen worden ondergebracht: in het te renoveren deel van het gebouw aan de Lijsterbesstraat, in het in stand te houden deel of in het nieuw te realiseren deel (uitbreiding). Bij deze inpassing wordt een optimum nagestreefd tussen het zo goed mogelijk functioneren van het onderwijs (relatie tussen de verschillende programmaonderdelen) en het minimaliseren van de benodigde gebouwaanpassingen van de te renoveren en de in stand te houden gebouwdelen. Op dit moment is er op basis van het PvE behoefte aan meer vierkante meters (360 m2) dan de normen toe staan. Het betreft een ontwerpopgave om deze extra ruimtebehoefte op te lossen binnen de aangehouden m2's, waarbij het streven is deze op te lossen in een efficiënt gebouwontwerp met een gunstige bruto/netto factor. In het verder proces zal bij de ijkmomenten (zie paragraaf 6.2.2) helder worden op welke manier dit vorm heeft gekregen. 2.6.

Onderwijskundig aanbod Het schoolbestuur voorziet op dit moment in een bepaald onderwijsaanbod welke van meerwaarde is voor Steenwijkerland en omgeving. Om dit onderwijsaanbod te kunnen blijven aanbieden zijn meer vierkante meters benodigd dan in de normatieve ruimtebehoefte berekening worden geboden. In de volgende sub paragrafen wordt dit nader onderbouwd en toegelicht. 2.6.1. Techniek onderwijs Ambitie De samenwerking tussen SG Eekeringe (had geen techniek) en RSG Tromp Meesters heeft het techniekonderwijs in Steenwijkerland nieuw leven ingeblazen. Parallel aan de Human Capital agenda en het project Sterk Techniek Onderwijs (een landelijk ‘aanvalsplan’ om techniek te promoten) is het doel een instroom van ruim 30% van de VMBO leerlingen naar Techniek te realiseren. Dat is de reden dat vanuit het onderwijs veel tijd, geld en energie gestoken wordt om deze richting een stevige basis binnen het curriculum te geven. Sindsdien zit er groei in techniek in Steenwijkerland en is het gelukt om 30% van de VMBO leerlingen te laten instromen in techniek. De richting techniek neemt hiermee binnen het VO-Steenwijkerland, maar ook in de maatschappij, een steeds prominentere plaats in. Techniek kom je overal tegen en het raakt alle levensdomeinen. De verwachting is dat dit alleen maar meer zal toenemen.

Arbeidsmarkt In de regio Steenwijkerland is grote behoefte aan technisch geschoolde medewerkers. Werkgevers kunnen moeilijk aan personeel komen. In 2019 ervaarde één op de drie werkgevers dat zij geen technische vakmensen konden vinden. De ontgroening (minder jongeren starten op de arbeidsmarkt) en vergrijzing (meer mensen verlaten de arbeidsmarkt) in de regio Steenwijkerland laten de krapte verder toenemen. De mate waarin wij in staat zijn om mensen te binden aan de regio Steenwijkerland is bepalend voor onze toekomst en die van de bedrijven in onze regio. Om die reden is ook de Regionale Praktijk Academie (RPA) opgericht. Dit initiatief van een groep ondernemers wordt gesteund door het onderwijs, gemeentes en provincie. De RPA bestaat uit verschillende stichtingen, opleidingsbedrijven die opleiden volgens de beroepsbegeleidende leerweg op MBO niveau 2, 3 en 4, waarbij de behoefte van de leerling centraal staat. In het bestuur van iedere stichting zitten alleen ondernemers uit die betreffende sector. Drempels als vervoer of lesgeld worden hierbij door de ondernemers weggenomen. Bovendien krijgt iedere leerling die zijn diploma haalt een baangarantie.

Voor de RPA, haar achterban en de regio Steenwijkerland, is het essentieel dat het Voortgezet Onderwijs blijft investeren in techniek onderwijs zodat jongeren met een hart voor techniek ook deze droom in onze regio kunnen blijven volgen. De RPA is in 2022 gestart en heeft dit schooljaar 50 leerling werknemers in drie sectoren, bouw, installatietechniek en procestechniek in dienst. Door als schoolbestuur de samenwerking met RPA te zoeken, wordt geprobeerd in toekomstig technisch personeel te voorzien. De mogelijkheden voor gezamenlijke huisvesting met het RPA zijn verkend, maar blijkt niet haalbaar. De ambities en de groei van het RPA zijn dusdanig, dat dit niet op locatie Lijsterbesstraat gerealiseerd kan worden. 10 Ontwikkelingen in techniek onderwijs Binnen het onderwijs heeft er een vernieuwing van het VMBO plaats gevonden. Eerder had je ongeveer 12 lessen in een afdeling en tegenwoordig bestaat de afdeling uit 4 profieldelen en 4 keuzedelen. De 4 profieldelen bevatten de kern van de afdeling en de keuzedelen kunnen worden ingezet als verdieping of verbreding. Voor de techniekafdelingen kunnen leerlingen kiezen uit meer dan 24 keuzedelen. Daarnaast neemt de ontwikkeling van nieuwe technologieën toe, waardoor de vraag naar meer ICT- aangestuurde machines ook toeneemt. Kortom een toename van de diversiteit van het machinepark.

Echter, ook het oude ambacht is nog niet verdwenen. Om veilig te kunnen werken met klassen is er voldoende beweegruimte nodig om te kunnen werken aan de machines en aan de werktafels. Daarbij dient rekening te worden gehouden met het verplaatsen en door laten steken van materialen, zonder een ander aan te stoten of in de weg te zitten. Groei techniekonderwijs Er zit een groei in het Praktijkonderwijs (PrO). Praktijkonderwijs is een speciale vorm van voorgezet onderwijs waar maatwerk geboden wordt. De groei in het PrO komt mede door de initiatieven vanuit het primair onderwijs voor een praktijkklas voor de basisschoolleerlingen die moeite met theorie hebben. Dit werkt drempelverlagend en levert extra belangstelling op voor het PrO. Nu bestaat de PrO onderbouw uit 4 klassen. De komende jaren groeit de onderbouw uit naar 6 klassen is de verwachting. Naast de groei wordt er landelijk een nieuwe leerweg uitgewerkt. Dit betreft een samensmelting van de gemengde leerweg en de theoretisch leerweg (Mavo). Een essentieel onderdeel hiervan is de praktijkcomponent in de bovenbouw. Dit geeft extra vraag naar technieklessen. Een andere nieuwe ontwikkeling is de praktijkcomponent in de Havo. Het praktijkgerichte vak HavoP kan als ‘klein’ vak of als ‘groot’ vak worden aangeboden. HavoP heeft een maatschappijrichting en/of een techniekrichting.

Een logische vervolgstap is de ontwikkeling van de praktijkcomponent in het Vwo. Deze groei vertaalt zich naar meer dan 100 praktijklesuren per week voor de school. Norm en behoefte In de basisnorm staat voor BWI/PIE samen ongeveer 760 m2 voor de nieuwe unilocatie, terwijl er op dit moment aan de Stationsstraat circa 1.000 m2 beschikbaar is. Gezien de ambitie, de ontwikkelingen en groei denken wij niet dat dit toereikend is om de lessen in de nabije toekomst te kunnen geven. Er is behoefte aan:  Grotere lokalen voor techniek dan de norm. Er is vraag naar een groter en divers machinepark om alle keuzeonderdelen te kunnen blijven aanbieden en te kunnen leren werken met zowel de nieuwe ICT gestuurde machines als ook de ‘oude’ ambachtsmachines. Dit terwijl er in de lokalen ook voldoende beweegruimte overgehouden moet worden om veilig te kunnen werken.  Meer lokalen voor techniek omdat het techniek onderwijs groeit. Enerzijds door Pro onderwijs en steeds meer jongeren die kiezen voor techniek op het VMBO en anderzijds doordat techniek in de nabije toekomst ook een onderdeel wordt op MAVO en HAVO en in de toekomst waarschijnlijk ook op het VWO. Vanuit het schoolbestuur blijkt dat er binnen de unilocatie behoefte is aan 560 m2 extra voor techniek. Deze extra ruimte kan voor de helft gevonden worden door efficiënt gebruik te maken van de vierkante meters van de unilocatie.

Er blijft voor techniek een vraag voor een extra 280 m2 vloeroppervlak over. Om het onderdeel techniek op niveau te kunnen blijven aanbieden, is het noodzakelijk deze extra 280 m2 beschikbaar te stellen. 11 2.6.2. Sport en Bewegen Momenteel zijn er drie moderne gymlokalen voor het bewegingsonderwijs op de locatie Lijsterbesstraat, toekomstige unilocatie, beschikbaar. De locaties Stationsstraat en SG Eekeringe hebben ook beiden één gymlokaal beschikbaar. Om op de unilocatie ook te beschikken over vijf gymlokalen, moeten er logischerwijs ter vervanging minimaal twee nieuwe gymlokalen op de locatie Lijsterbesstraat bijgebouwd worden. Wettelijk kader vanuit het onderwijs Sport en bewegen neemt binnen het VO-Steenwijk een belangrijke plek in. De basis voor de lessen wordt uitgevoerd aan de hand van het curriculum voor sport en bewegen. Sport is het enige vak waarvoor vanuit het Rijk ook een minimum aantal lesuren is gesteld. Op basis van het huidige aantal leerlingen en klassen moeten er 195,1 klokuren sport per week worden aangeboden. In theorie kunnen er 40 klokuren per week in een gymlokaal gegeven worden. Hiermee zou je met 4,88 gymlokaal kunnen volstaan. Hierbij geldt een aantal kanttekeningen wanneer we kijken naar de vertaling in de praktijk.  In de praktijk is een inroostering van 40 uur per gymlokaal niet reëel. Dit in verband met pauzes van leerlingen en leerkrachten.

 In de praktijk komt het aantal lesuren (45 of 50 minuten) en klokuren niet overeen. Dit betekent dat er 10 lesuren per dag in een gymlokaal moeten zijn om aan 8 klokuren bezetting te komen. Met een reële invulling van 35 klokuren in plaats van 40 klokuren per gymlokaal ontstaat er een behoefte aan 5,57 gymlokaal. Ambitie van het VO op bewegen De ambitie van het VO op het gebied van bewegen is breder dan het wettelijk kader. Op dit moment wordt al uitvoering gegeven aan deze ambitie. Bewegen is een essentieel onderdeel voor alle leerlingen en wordt daarom breed toegepast binnen de lessen. Ook wordt sporten en bewegen ingezet voor het bereiken van andere doelen. Er gebeurt dus meer dan alleen het geven van gymlessen vanuit het curriculum. Het gaat hierbij over:  De sportklas/talentklas: Leerlingen kunnen kiezen om in de sportklas cq. talentklas extra lessen bewegingsonderwijs te volgen. Hier is veel animo voor. Op het VMBO kiest bijna de helft van de leerlingen hiervoor, en op HAVO/VWO ongeveer een kwart;  Binnen KWT-uren (keuze werktijd) kan ook gebruik worden gemaakt van extra uren sport en bewegen;  Het Tij: voor deze leerlingen worden afzonderlijke lessen sport en bewegen georganiseerd omdat dit helpend is;  Motorisch Remedial Teaching (MRT) en weerbaarheidstrainingen Rots en Water: hiervoor wordt ook sport en bewegen ingezet;  BSM (Bewegen Sport en Maatschappij)/LO2.

BSM is een examenvak dat aangeboden wordt op Havo en vanaf schooljaar 24/25 ook op het VWO. Op VBMO kun je examen doen in LO2 wanneer je de vervolg richting sport en/of recreatie wilt gaan doen. Op basis van deze ambities is er behoefte aan circa 48 extra (klok)uren per week bovenop de normbehoefte. In de tabel hieronder is dit vertaald naar de gymlokaal behoefte. Norm Ambitie Totaal (Klok)uren per/week 195,1 48 243,1 uren Zaalbehoefte bij inroostering 40 uur p/zaal (theoretische invulling) 4,88 1,2 6,08 zaal Zaalbehoefte bij inroostering 35 uur p/zaal (praktische invulling) 5,57 1,37 6,94 zaal Ambitie vanuit de gemeente op sport en bewegen Binnen verschillende beleidsterreinen staat sport en bewegen hoog op de agenda. Met daarbij ook extra aandacht voor jeugd. Van belang voor de motorische ontwikkeling voor een leven lang 12 sportplezier, voor breinontwikkeling, voor mentaal welzijn, voor sociale contacten en voor een gezond gewicht. De doelgroep leerlingen van het voortgezet onderwijs is hierbij een belangrijke leeftijdscategorie omdat we over het algemeen juist in deze doelgroep zien dat sportdeelname afneemt en ook bijvoorbeeld mentaal welzijn een thema is dat aandacht vraagt. Huidige situatie gebruik gymzalen VO Op dit moment beschikken de VO scholen over vijf gymlokalen (één bij SG Eekeringe, één bij RSG Stationsstraat en drie bij Lijsterbesstraat).

Bij de besluitvorming van de unilocatie is rekening gehouden met twee extra nieuwe gymlokalen bij unilocatie. Dit betekent dat er straks nog steeds vijf gymlokalen beschikbaar zijn op de definitieve locatie. De scholen hebben op dit moment niet genoeg aan de 5 eigen gymlokalen, en op basis van bovenstaande berekeningen in de toekomst ook niet. Voor de extra uren maken zij op dit moment gebruik van andere gymlokalen in Steenwijk. Dit gaat momenteel om circa 40 klokuren per week. Overige beschikbare gymlokalen in Steenwijk Binnen Steenwijk zijn meerdere gymlokalen aanwezig. De meeste zijn overdag (tot circa 14.15 uur) nagenoeg volledig gevuld door de basisscholen. Het VO wijkt daarom vooral uit naar de Waterwyck (een sporthal, is gelijk aan 3 gymlokalen) en in beperkte mate naar school B en de Zuidwester. Met name de Waterwyck heeft in theorie nog de nodige capaciteit (circa 1 à 1,5 zalen) over, naast het gebruik door het basisonderwijs. Dit zijn deels sprokkeluren of uren in de 2e helft van de middag. Dit zou bijvoorbeeld in praktijk betekenen dat deze bewegingslessen allemaal tussen 14.15 uur en 17.00 uur moeten worden gegeven. Of dat docenten steeds per uur moeten wisselen van locatie en op- en af moeten bouwen. Het voorgezet onderwijs heeft logischerwijs sterke voorkeur voor gymlokalen bij de school. Het scheelt de nodige reistijd, wat ten koste gaat van sporttijd.

Daarnaast spelen toezicht en veiligheid (minder verkeersbewegingen) hierin een rol. Grotere zaalbehoefte vanuit basisscholen Met ingang van het nieuwe schooljaar zien we een toename in aanvragen voor gymuren. Voor komend jaar wordt er vanuit het basisonderwijs circa 19 uur extra aangevraagd. De druk op de gymlokalen neemt hierdoor toe en het inroosteren van het VO wordt daarmee steeds lastiger. Dit komt doordat het basisonderwijs voorrang heeft boven het voortgezet onderwijs. Daarnaast zijn er regels over de maximale afstand van de school naar een gymlokaal. Voor het basisonderwijs zijn deze afstanden korter dan voor het voortgezet onderwijs. Naschools gebruik/verenigingsgebruik Naast het onderwijs maken ook verenigingen en andere sportclubs gebruik van binnensportlocaties. Hierbij zien we dat sommige sporten niet terecht kunnen in een gymlokaal voor het beoefenen van hun sport, maar meerdere zaaldelen nodig hebben. Voor sporthallen zijn geen wettelijke verplichtingen voor gemeenten. Er is echter wel een norm voor het aantal sporthallen. Deze norm is één sporthal op 17.500 inwoners. In Steenwijk (stad) is één sporthal, in de gemeente zijn er in totaal drie (de Burght en Dalzicht). Hiermee wordt op gemeenteniveau voldaan aan de norm. In de praktijk wijken mensen/verenigingen uit Steenwijk niet snel uit naar Oldemarkt of Vollenhove.

We zien in het naschools/verenigingsgebruik de volgende ontwikkelingen:  We merken dat de capaciteit bij de Waterwyck in avonduren knelt. Zij kunnen niet aan alle wensen tegemoet komen en hebben ook niet altijd een alternatief in Steenwijk voor handen.  De basketbal en korfbal zouden graag meer zaaluren beschikbaar hebben. Voor BC Arta geldt op dit moment een ledenstop omdat zij niet meer zaalruimte kunnen krijgen.  De hockey kan in de wintermaanden ook niet in de Waterwyck terecht, maar wijkt uit naar de evenementenhal van de Meenthe. Waarbij we zien dat het onderhoud en de inrichting van de Meenthe niet meer specifiek gericht is op gebruik door sportclubs.  De gymnastiekvereniging maakt gebruik van meerdere gymlokalen. Hierdoor ontbreekt voor hen een ‘thuisbasis’. Dit biedt niet alleen nadelen voor het clubgevoel, maar betekent in de praktijk ook dat in zalen materialen dubbel nodig zijn. 13 Advies Gezien de normbehoefte, ambitie en praktische mogelijkheden om goed onderwijs te kunnen verzorgen is de het advies om geen vijf, maar zes gymlokalen bij de school te realiseren. Dit betekent uitbreiding van het plan van 2 naar 3 gymlokalen. Om deze uitbreiding maximaal te kunnen benutten is het verstandig hier een sporthal van te maken. Op deze manier kunnen (sport)verenigingen ook van deze voorziening gebruik maken.

Het realiseren van een sporthal heeft financieel, ten opzichte van 3 losse gymlokalen, geen consequenties. Om te voorzien in het onderwijsaanbod op het gebied van sport en bewegen is het noodzakelijk een extra gymlokaal beschikbaar te stellen en op te nemen in het PvE. Hieraan wordt wel de voorwaarde verbonden om deze uitbreiding maximaal te kunnen benutten: het geheel (drie gymlokalen) wordt als een sporthal gebouwd. Dit geeft, ook voor verenigingen en sportclubs meer gebruiksmogelijkheden en is van meerwaarde op de sportvoorzieningen in Steenwijkerland. Een extra gymzaal gaat ten koste van de buiten(sport)ruimte. Er komt geen vraag voor meer buitensportruimte in de directe omgeving van de school. De Groene Long biedt voldoende mogelijkheden hiervoor. Gezamenlijk gaan we bekijken hoe dit maximaal benut kan worden. 2.6.3. Inclusiever, thuisnabij onderwijs Het onderwijs is meer dan alleen maar het geven van lessen aan leerlingen. Ook binnen de gemeente Steenwijkerland hebben we te maken met een groep leerlingen die om welke reden dan ook, niet het regulier onderwijs kunnen volgen. Deze leerlingen hebben door de samenwerking met de gemeente en andere partijen tóch de mogelijkheid om niet thuis te komen zitten. Binnen Steenwijkerland hebben wij hiervoor het Tij als voorziening gecreëerd.

Verder worden leerlingen die dit nodig hebben opgevangen in de Rebound en is er een onderwijs-atelier voor kinderen die extra aandacht, rust, begeleiding en/of ondersteuning nodig hebben. Deze voorzieningen zijn van grote meerwaarde. De begeleiding die wordt gegeven aan deze groep leerlingen is van grote betekenis en heeft maatschappelijke relevantie. We zien de impact van deze voorziening bij de leerlingen en hun omgeving. Hierover wordt in afstemming tussen het onderwijs, gemeente en instellingen in het sociaal domein frequent overleg gevoerd. Vanuit het onderwijs wordt kennis en expertise vanuit de ondersteuningsteams ingezet ook voor deze groep leerlingen. Binnen de huidige gebouwen van het VO-Steenwijk is ruimte om te voorzien in de huisvestingbehoefte voor deze leerlingen. In het PvE is deze voorziening op basis van het normmetrage meegenomen. Wel hebben deze leerlingen een grotere ruimtebehoefte dan de norm vierkante meters. Bij de ontwerpfase moet blijken of de benodigde voorzieningen voor deze doelgroep volledig inpasbaar zijn. De ruimte hiervoor wordt gezocht binnen de circa 1.000 m2 inpassingsruimte en aansluiting. Wanneer bij de ontwerpfase blijkt dat dit niet volledig mogelijk is, dan zal een uitbreiding van vierkante meters op het PvE noodzakelijk zijn. Dit wordt bij de ijkmomenten (zie paragraaf 6.2.2) definitief inzichtelijk.

De voorzieningen voor de jongeren met een ondersteuningsbehoefte zoals het Tij zijn essentieel. Dit moet niet verloren gaan bij de realisatie van een unilocatie en zijn opgenomen in het PvE. Op dit moment worden hiervoor geen extra vierkante meters in het PvE voor opgenomen. In de ontwerpopgave aan de architect wordt de opdracht mee gegeven om deze extra vierkante meters binnen de inpassingruimte op te lossen. Bij het eerste ijkmoment wordt bekeken of dit haalbaar is. 14 2.6.4. Internationale schakelklas (ISK) Momenteel is er een dependance van ISK Zwolle in Steenwijk (in de Meenthe). Deze dependance is vooral ontstaan door de komst van een grote groep Oekraïners, ook in onze gemeente. Een ISK is bedoeld voor alle anderstalige nieuwkomers in de leeftijd van 12-18 jaar. Een schakelklas is een tijdelijke voorziening voor maximaal 1,5 jaar. Daarna stromen de jongeren in principe uit naar het reguliere VO onderwijs. Na die 1,5 jaar is er wel een extra ondersteuningsbehoefte omdat een taal leren circa 7 jaar vraagt. De vraag is of het verstandig is om ook ISK onder te brengen bij de unilocatie. Voor de jongeren zou het fijn zijn wanneer zij na anderhalf jaar niet hoeven te veranderen van schoolgebouw, maar in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven. Ook voor de faciliteiten en personeel kan huisvesting van een ISK bij een unilocatie voordelen bieden.

Een ISK vraagt echter wel een bepaalde omvang in leerlingenaantallen om dit te kunnen organiseren, terwijl de instroom van nieuwkomers zich lastig laat voorspellen. De financieringsstromen voor een ISK zijn anders georganiseerd dan voor het regulier onderwijs. Of het wenselijk is om een ISK aan de unilocatie toe te voegen, vraagt nader onderzoek en afstemming met de regio. Een ISK wordt om die reden niet meegenomen in het voorstel. Wanneer nader onderzoek uitwijst dat een ISK bij de unilocatie wenselijk is, wordt dit in een separaat voorstel aan de gemeenteraad voorgelegd. Dit moet vóór de ontwerpfase duidelijk zijn. 15 2.7. Definitieve omvang unilocatie Met in paragraaf 2.2 – 2.6 omschreven aanvullingen ten opzichte van de uitgangspunten uit 2021, is de definitieve omvang van het programma voor de realisatie van de unilocatie gewijzigd. De verschillen ten opzichte van het besluit in 2021 zijn in onderstaande tabel naast elkaar gezet.

Besluit 2021 Basisvariant 2023 Oppervlak Sloop B-vleugel: 1.510 m2 Renovatie A/C-vleugel: 4.160 m2 In stand houden D-vleugel: 2.575 m2 Uitbreiding: 7.821 m2 Uitbreiding gymlokalen: 2 gymlokalen In stand houden 3 gymlokalen Totaal bvo: 14.556 m2 + 5 gymlokalen Oppervlak: Sloop B-vleugel: 1.510 m2 Renovatie A/C/D-vleugel: 6.735 m2 Uitbreiding: 7.820 m2 + 280 m2 techniek Uitbreiding gymlokalen: 3 gymlokalen (sporthal) In stand houden 3 gymlokalen Totaal bvo: 14.835 m2 + 6 gymlokalen 2.8. Uitgangspunten varianten In de doorrekening van de investeringskosten is in aanvulling op de gehanteerde kwalitatieve uitgangspunten een aantal varianten doorgerekend. De uitgangspunten voor de verschillende varianten zijn hieronder weergegeven. 2.8.1. Basisvariant 2023  Nieuwbouw/uitbreiding kwaliteitsniveau Frisse scholen klasse B en BENG;  Renovatie Frisse scholen klasse B, BENG;  Te handhaven drie gymlokalen: niets doen, voldoet aan huidige eisen;  Nieuwe gymlokalen kwaliteitsniveau ‘KVLO’, afm. 22 x 14 x 5,5 meter, 550 m2 bvo (p/stuk).  BCI 10-30% 2.8.2. Variant ENG  Nieuwbouw/uitbreiding kwaliteitsniveau Frisse scholen klasse B en ENG;  Renovatie Frisse scholen klasse B, indien mogelijk ENG, minimaal BENG;  Te handhaven drie gymlokalen: renoveren indien mogelijk ENG, minimaal BENG;  Nieuwe gymzalen kwaliteitsniveau ‘KVLO’, afm.

22 x 14 x 5,5 meter, 550 m2 bvo (p/stuk);  Volledig gasloos.  BCI 10-30% 2.8.3. Variant ENG en Circulair  Uitgangspunten conform variant 2.8.2.;  In aanvulling op variant 2.8.2. rekening houden met circulair slopen, circulair renoveren en demontabel bouwen. Ambitie is BCI 65%. 16 3. Investeringskostenraming In paragraaf 3.1 maken we, op basis van de uitgangspunten uit hoofdstuk 2, de financiële vertaling naar de nieuwe werkelijkheid. Dat betekent dat hierin de renovatie van de D-vleugel, de extra meters voor techniek en sport en het huidige prijspeil zijn verwerkt. Op basis van een gespecificeerde investeringskostenraming is het definitieve investeringskrediet (prijspeil 2023) bepaald. Vanuit de gemeenteraad is nadrukkelijk het verzoek gekomen om verschillende varianten uit te werken. Met de in paragraaf 3.1 omschreven ‘basisvariant 2023’ voor de realisatie van de unilocatie wordt een gebouw gerealiseerd dat voldoet aan de actuele wetgeving en normen. Deze kwalitatieve uitgangspunten sluiten aan bij het in februari 2023 door de gemeenteraad vastgestelde Integraal HuisvestingsPlan (IHP) onderwijs. Met de varianten (paragraaf 3.2 en 3.2) wordt ingestoken op een hogere ambitie op het vlak van duurzaamheid, die aansluit op de doelstellingen voor een CO2- neutrale en circulaire leefwereld. Om één en ander inzichtelijk te maken is er per paragraaf een illustratie bijgevoegd.

17 3.1. Basisvariant 2023 Met de terugblik in hoofdstuk 2.1 en de uitgangspunten uit hoofdstuk 2.2 - 2.7, ontstaat er een nieuwe werkelijkheid voor het bepalen van de investeringskosten. De uitgangspunten en bijbehorende investeringslasten zijn in onderstaande tabel genomen. Deze kwalitatieve uitgangspunten sluiten aan bij het in februari 2023 door de gemeenteraad vastgestelde Integraal HuisvestingsPlan (IHP) onderwijs. Basisvariant 2023 Oppervlak Kwaliteit gebouw Totale investering gebouw Sloop B-vleugel: 1.510 m2 Renovatie A/C/D-vleugel: 6.735 m2 Uitbreiding: 8.100 m2 + 3 gymlokalen In stand houden 3 gymlokalen ( sporthal) Totaal bvo: 14.835 m2 + 6 gymlokalen BENG Circulair 10-30% BCI Frisse scholen klasse B Nieuwbouw 40 jaar Renovatie 25 jaar Prijspeil 2023 € 44.893.991 Figuur 2 - Voorstel 2023 NB: De uitbreiding (geel) is schematisch weergegeven. Pas wanneer er een ontwerp is, wordt inzichtelijk hoe de uitbreiding er werkelijk uit gaat zien.

18 3.2. Variant ENG In aansluiting op de nieuwe basis uit paragraaf 3.1 zijn in onderstaande tabel de investeringslasten van de uitgangspunten uit paragraaf 2.6.2. weergegeven. Hierbij is het uitgangspunt energieneutraal en gasloos. Dit met de kanttekening dat energieneutraal bij te renoveren delen lastig te realiseren is. Variant ENG Oppervlak Kwaliteit gebouw Totale investering gebouw Sloop B-vleugel: 1.510 m2 Renovatie A/C/D-vleugel: 6.735 m2 Uitbreiding: 8.100 m2 + 3 gymlokalen In stand houden 3 gymlokalen Totaal bvo: 14.835 m2 + 6 gymlokalen ENG + gasloos Circulair 10-30% BCI Frisse scholen klasse B Nieuwbouw 40 jaar Renovatie 25 jaar Prijspeil 2023 € 47.890.485 Figuur 3 - Variant ENG (gehele pand)

19 3.3. Variant ENG en Circulair Als aanvulling op paragraaf 3.2 zijn in onderstaande tabel de investeringslasten van de uitgangspunten uit paragraaf 2.6.3. weergegeven. Hierbij is het uitgangspunt energieneutraal en circulair 65% conform BCI. Variant ENG en Circulair Oppervlak Kwaliteit gebouw Totale investering gebouw Sloop B-vleugel: 1.510 m2 Renovatie A/C/D-vleugel: 6.735 m2 Uitbreiding: 8.100 m2 + 3 gymlokalen In stand houden 3 gymlokalen Totaal bvo: 14.835 m2 + 6 gymlokalen ENG + gasloos Circulair 65% BCI Frisse scholen klasse B Nieuwbouw 40 jaar Renovatie 25 jaar Prijspeil 2023 € 50.169.924 Figuur 4 - Variant ENG en Circulair

20 4. Vergelijking varianten In dit hoofdstuk worden de financiële consequenties en de verdeling van de investeringskosten nader toegelicht. Zoals in voorgaande hoofdstukken is toegelicht zijn er drie varianten uitgewerkt:  Basisvariant 2023  Variant ENG  Variant ENG en Circulair Voor deze varianten is een multicriteria-analyse opgesteld om de varianten met elkaar te vergelijken. Verkeer Duurzaamheid Binnen- klimaat Planning na besluitvorming Investerings- Kosten Besluit 2021 BENG € 25.513.000 Basisvariant 2023 BENG € 44.893.991 Variant ENG ENG + Gasloos € 47.890.485 Variant ENG en Circulair ENG + Circulair € 50.169.924 Verkeer: zoals bij eerdere besluitvorming (2021) aangegeven ligt er door de toename van het aantal leerlingen op één locatie een opgave aangaande de verkeersdruk die er zal op spelen. Eén van de oplossingen om de verkeersafwikkeling veilig en soepel te laten verlopen is het fiets en auto verkeer van elkaar te scheiden. Dit dient in het verdere traject, ook afhankelijk van de definitieve uitwerking van het gebouw, nader te worden uitgewerkt. Energieprestatie: Qua energieprestatie is in het IHP BENG als uitgangspunt genomen. BENG is ook het wettelijk minimum waaraan voldaan moet worden. Voor 2050 zal het gebouw verder verduurzaamd moeten worden tot CO2-neutraal.

Gelet op de levensduur verlengende renovatie (25 jaar) van de te renoveren 6.735 m2, is het over 20-25 jaar noodzakelijk een nieuwe afweging te maken hoe verder om te gaan met de huisvesting. Voor de nieuw te bouwen vierkante meters is BENG bouwen nadelig omdat je in principe voor 40 jaar (afschrijvingstermijn) bouwt en je hiervoor dan ook over 20-25 jaar een nieuwe afweging moet maken. Qua circulariteit is rekening gehouden met het minimum. Dat betekent in de praktijk dat je nog steeds 10-30% circulair bent, maar nog niet in de buurt komt van de landelijke doelstelling om in 2050 een volledig circulaire economie te hebben. Binnenklimaat: Na renovatie en uitbreiding voldoet het gebouw aan wet- en regelgeving. Planning: Het maakt voor de planning geen verschil voor welke variant er eventueel gekozen wordt. Investeringskosten: De basisvariant 2023 is de goedkoopste variant om de unilocatie te laten voldoen aan noodzakelijk eisen, en wet- en regelgeving. De stap naar variant ‘Energieneutraal (ENG) en gasloos’ en variant ‘ENG en Circulair’ zijn duurzamere keuzes in relatie tot de Basisvariant 2023. Deze duurzamere stappen verdienen zich in de exploitatielasten van de school niet terug.

Om meerdere redenen is het advies, ondanks een gezamenlijke hogere ambitie, om te kiezen voor de ‘Basisvariant 2023’: - Voldoet aan wet- en regelgeving; - Beleid (IHP) is dat we ENG toepassen wanneer de school dit in de exploitatielasten kan terug verdienen. Dat is in dit geval niet aan de orde; - Het betreft de meest doelmatige variant qua investering om de huisvesting aan wet- en regelgeving te laten voldoen; 21 Basisvariant 2023 Oppervlak Kwaliteit gebouw Totale investering gebouw Sloop B-vleugel: 1.510 m2 Renovatie A/C/D-vleugel: 6.735 m2 Uitbreiding: 8.100 m2 + 3 gymlokalen In stand houden 3 gymlokalen Totaal bvo: 14.835 m2 BENG Circulair 10-30% BCI Frisse scholen klasse B Nieuwbouw 40 jaar Renovatie 25 jaar Prijspeil 2023 € 44.893.991 Naast de gemeentelijke bijdrage op de investering van het gebouw, zijn er bijkomende kosten (infrastructuur, interne uren, bestemmingsplanwijzigingen e.d.) die voor rekening van de gemeente komen. Deze bijkomende kosten zijn geraamd op € 2.198.106. In dit hoofdstuk wordt de verdeling van de kosten op basis van de investeringskostenraming en bijkomende kosten inzichtelijk gemaakt. De totale investering voor gebouw en bijkomende kosten komt hiermee op:  Investering gebouw: € 44.893.991  Bijkomende kosten: € 2.198.106 Totale investering Basisvariant 2023: € 47.092.097 De totale investeringskosten zijn taakstellend.

Dit conform de reguliere manier van ramen en de reguliere manier van beschikbaar stellen van krediet. 4.1. Eigen bijdrage schoolbestuur De afgelopen maanden heeft het schoolbestuur onderzocht wat de bijdrage vanuit Simant kan zijn. Uitgangspunt is daarbij minimaal de in 2021 genoemde eigen bijdrage van € 5,1 mln. te kunnen handhaven. Dit is een forse bijdrage wanneer er gekeken wordt naar de liquiditeit en solvabiliteit van Simant. Een eigen bijdrage vanuit het schoolbestuur kan, gegeven de restricties wet- en regelgeving geven, uit twee componenten bestaan:  Kapitalisatie van het voordeel dat ontstaat vanuit de overschotten op het deel van de materiële instandhouding;  Eigen bijdrage vanuit “overschotten” eigen vermogen of vrijvallende voorzieningen groot onderhoud. De eigen bijdrage, bestaande uit deze twee componenten, dient in omvang en impact getoetst te worden aan de financiële kaders van het schoolbestuur en, belangrijker nog, aan de kaders van het ministerie van OCW. Met een eigen bijdrage van € 5,1 mln. zakt het weerstandsvermogen van Simant tot de ondergrens en is daarmee ook de financiële grens voor het schoolbestuur bereikt. Een eventuele stap in kwaliteitsniveau van BENG naar ENG biedt geen financiële ruimte vanuit het schoolbestuur om extra bij te dragen aan de unilocatie.

De investering die daarmee gepaard gaat, is van een dergelijke omvang dat deze niet vanuit de additionele exploitatievoordelen voor de school gedekt kan worden. 4.2. Financiële consequenties gemeente en schoolbestuur Op basis van de geraamde investeringskosten, de bijkomende kosten én de eigen bijdrage van het schoolbestuur, is de verdeling als volgt. Verdeling totale investering:  Gemeente: € 41.992.097  Schoolbestuur: € 5.100.000  Totale investering Basisvariant 2023: € 47.092.097 22 5. Projectorganisatie 5.1. Bouwheerschap Wettelijk is in artikel (103 WPO, 101 WEC, 76n WVO) bepaald dat het bouwheerschap wordt neergelegd bij het bevoegd gezag (schoolbestuur) van de school, tenzij partijen anders overeen komen. In onderling overleg is besloten het bouwheerschap voor de realisatie van de unilocatie bij de gemeente onder te brengen. Dit betekent dat de gemeente formeel opdrachtgever is. Deze ruimte biedt de wet, mits het bevoegd gezag en het college dit overeen komen. Na oplevering wordt het (juridisch) eigendom aan het schoolbestuur overgedragen. Mocht de locatie ooit weer vrijvallen dan valt het juridisch eigendom van het gebouw en het terrein terug aan de gemeente. 5.2. Samenwerkingsovereenkomst In aanvulling op de overeenstemming om het bouwheerschap bij de gemeente te beleggen, is het belangrijk om goede samenwerkingsafspraken te maken.

Het gaat dan bijvoorbeeld over ieders taken, verantwoordelijkheden, belangen en risico’s. Hiervoor wordt een SamenwerkingsOvereenKomst (SOK) afgesloten. De hoofdpunten voor de nader uit te werken SOK zijn opgenomen in een afsprakenlijst. Deze afsprakenlijst is als bijlage bij dit document bijgevoegd. 5.3. Projectstructuur Tussen gemeente en het schoolbestuur is de afspraak gemaakt om voor de realisatie van de unilocatie een gezamenlijke projectstructuur op te zetten. De projectstructuur bestaat uit een stuurgroep, met hierin de bestuurder(s) van het schoolbestuur en de gemeente. Ook wordt er een gezamenlijke projectgroep mét een gezamenlijke projectleider ingericht. Daarnaast hebben het schoolbestuur en de gemeente hun eigen interne projectorganisatie, die zij naar eigen inzicht in kunnen vullen. 23 6. Vervolgproces 6.1. Planning Ter indicatie, afhankelijk van de definitieve uitwerking en fasering tijdens de bouw, is door ICS een planning opgesteld. Globaal dient vanaf de definitieve besluitvorming door de gemeenteraad, rekening te worden gehouden met twee jaar voorbereiding en 2,5 jaar realisatie. De totale realisatie zal circa 4,5 jaar in beslag nemen. Hierbij is geen rekening gehouden met eventuele bezwaarprocedures ten aanzien van een mogelijke bestemmingsplanwijziging of omgevingsvergunning. 6.2. Fasering en ijkmomenten 6.2.1.

Fasen en fasedocumenten De realisatie van een project wordt opgedeeld in verschillende fasen. Hieronder zijn de verschillende fasen schematisch weergegeven. Ter afsluiting van iedere fase, word een fasedocument opgesteld. In het betreffende fasedocument wordt in ieder geval stil gestaan bij de volgende parameters:  Geld;  Organisatie;  Tijd;  Informatie;  Kwaliteit;  Risico’s. 6.2.2. IJkmomenten De realisatie van de unilocatie is voor gemeente en schoolbestuur een ongekend groot project. Een dergelijke project strekt zich over meerdere jaren uit. De afgelopen jaren hebben ons doen laten in zien dat wereld om ons heen snel verandert. Dit brengt voor een dergelijke project onzekerheden en financiële risico’s met zich mee. Bijvoorbeeld door bouwkostenstijging of rentewijzigingen. Om hier enigszins grip op te houden zijn een aantal formele ijkmomenten in het vervolgproces ingebouwd. De formele ijkmomenten zijn als volgt. 1) Vaststelling fasedocument Voorlopig Ontwerp (VO) en VO-raming Uit het voorlopig ontwerp moet blijken op welke manier het PvE ingepast kan worden. Tevens zijn dan de basis uitgangspunten qua materialisatie en installatieconcept helder om een gedetailleerde VO-kostenraming te kunnen maken. Deze raming wordt op dat moment getoetst aan het oorspronkelijke investeringsbedrag. Dit om eventueel in het proces en budget wanneer nodig bij te kunnen sturen.

2) Na aanbesteding Na aanbesteding wordt definitief zichtbaar of de uitgewerkte plannen voor de unilocatie voor het oorspronkelijke investeringsbedrag gerealiseerd kan worden. Geven de ijkmomenten aanleiding voor een heroverweging, als gevolg van grote wijzigingen ten opzichte van het formele besluit, dan wordt dit aan gemeenteraad voorgelegd. De verwachting is, afhankelijk van de definitieve uitwerking van de plannen, dat een gang naar de gemeenteraad voor een bestemmingsplanwijziging aan de orde is. Lopende het traject wordt de gemeenteraad op verschillende momenten door middel van een informatienota op de hoogte gehouden. Initiatief Definitie Voor Ontwerp Definitief Ontwerp Technisch Ontwerp Realisatie Beheer 24 De verschillende ijkmomenten in de fasering zijn hieronder schematisch weer gegeven. PvE + Ambitie Vaststelling VO + Definitief Investeringsbudget VO-raming besluit n.a.v. aanbesteding Raadsbesluit Initiatief Definitie Voor Ontwerp Definitief Ontwerp Technisch Ontwerp Realisatie Beheer Raadsbesluit Raadsbesluit 25 7. Bijlagen 26 7.1. Onderbouwing normatieve ruimtebehoefte (bvo)

27 7.2. Ruimtelijk-functioneel programma van eisen Unilocatie Voortgezet onderwijs Steenwijk Ruimtelijk-Functioneel Programma van Eisen Opdrachtgever Datum Simant 19 september 2023 Referentienummer Auteur(s) 2210495/20230919MB01 Noud Hes, Pieter Kist, Koert Klevant Groen

www.icsadviseurs.nl Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 1.1 Aanleiding 3 1.2 Doel 3 1.3 Werkwijze 3 2. Kaders & Uitgangspunten 4 2.1 Locatie 4 2.2 Leerlingaantallen 4 2.3 Omvang 4 2.4 Terreinbehoefte 5 3. Visie 6 3.1 Samen 6 3.2 Geborgen 7 3.3 Ontmoeten 8 3.4 Succes & trots 9 4. Ruimtelijke hoofdopzet 10 4.1 Het organigram nader toegelicht 11 5. Relatieschema’s 13 5.1 Administratie + Rooster- & ExamenBURO 14 5.2 Stafbureau 15 5.3 Expertiseteam 16 5.4 Mediatheek 17 5.5 Lichamelijke Opvoeding & Buitenruimte 18 5.6 Kunst en cultuur 19 5.7 Techniek + Techlab 20 5.8 BiNaSk + Science 21 5.9 Dienstverlening & Producten 22 5.10 Zorg & Welzijn 23 5.11 Ontmoeten, facilitair en receptie 24 5.12 Bovenbouw 25 5.13 Onderbouw 26 5.14 PRO/Plus 27 Bijlage I – Definitie Bruto/Nuttig factor 29 Bijlage II – Ruimteprogramma 30 De inhoud van deze uitgave is eigendom van ICS Adviseurs B.V. te Zwolle. Enkel de opdrachtgever waarmee ICS Adviseurs B.V. een overeenkomst is aangegaan, heeft een gebruiksrecht voor deze uitgave. De inhoud en omvang van dat gebruiksrecht zijn vastgelegd in de algemene voorwaarden van ICS Adviseurs B.V., gedeponeerd bij de Rechtbank Overijssel onder nummer 9/2021, dan wel in de overeenkomst zoals hiervoor bedoeld.

Elk ander gebruik van deze uitgave, door opdrachtgever en of derden is uitgesloten, inhoudende dat niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, via internet, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van ICS Adviseurs B.V. www.icsadviseurs.nl 3/31 1. Inleiding 1.1 Aanleiding Simant vervult binnen Steenwijkerland een unieke positie. Zij verzorgt namelijk al het voortgezet onderwijs in deze regio. Om breed onderwijs van kwalitatief hoogstaand niveau in stand te houden en om segregatie binnen de samenleving, tussen bijvoorbeeld vmbo en havo/vwo leerlingen, tegen te gaan, wordt binnen Steenwijk voor het voortgezet onderwijs een unilocatie gevormd. Uit vooronderzoek is gebleken dat de huidige locatie van de RSG Tromp Meesters, aan de Lijsterbesstraat, hiervoor de beste locatie is. Dit Ruimtelijk-Functioneel Programma van Eisen is een product van de ontwikkeling van de visie op deze unilocatie en beschrijft wat het onderwijs vraagt op deze plek. 1.2 Doel Voorliggend document heeft tot doel de uitgangspunten te definiëren die aan de ruimtelijke uitwerking en aan de sfeer en beleving van de huisvesting ten grondslag liggen.

De functie van het Programma van Eisen is drieledig: ▪ Het definieert de opgave en zijn context en dient daarmee als kader (contractstuk) voor de architect. Op basis van het Programma van Eisen zal de architect het ontwerp vervaardigen, met als doel een gebouw te realiseren dat de visie van de school faciliteert en stimuleert; ▪ Gedurende het proces dient het document als toetsingsinstrument; ▪ Tot slot vervult het Programma van Eisen een belangrijke rol in de communicatie, zowel naar de bij het ontwerp- en bouwproces betrokken partijen als intern binnen de school/participanten. 1.3 Werkwijze Dit Programma van Eisen is in nauwe samenwerking tussen het onderwijs en ICSadviseurs opgesteld. Meerdere werksessies met een brede afvaardiging van het personeel en een inspiratiereis leverden de inspiratie en input op voor dit document.

www.icsadviseurs.nl 4/31 2. Kaders & Uitgangspunten 2.1 Locatie Uit het haalbaarheidsonderzoek dat voorafging aan het opstellen van dit Ruimtelijk-Functioneel Programma van Eisen is gebleken dat het scenario waarin een unilocatie wordt gevormd op de huidige locatie van RSG Tromp Meesters (Lijsterbesstraat) het meest gunstig is. Een deel van het huidige gebouw wordt gesloopt, een deel wordt gerenoveerd en een deel wordt in stand gehouden. Zie de afbeelding hiernaast. Dit scenario vormt het uitgangspunt voor de nieuwe unilocatie van het voortgezet onderwijs in Steenwijk. 2.2 Leerlingaantallen Voor het toekomstige aantal leerlingen wordt aangesloten bij de uitgangspunten uit het haalbaarheidsonderzoek. Dit resulteert in 1572 leerlingen. Op basis van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs van de gemeente Steenwijkerland resulteert dit in een normatieve ruimtebehoefte van 13.545m2 BVO excl. bewegingsonderwijs. 2.3 Omvang In het haalbaarheidsonderzoek is uitgegaan van een ruimtebehoefte van 14.555 m² BVO. Bij het opstellen van dit PvE is gebleken dat er een extra ruimtebehoefte is van ten minste 560 m² BVO. Met name in de Techniek en in de ruimten voor extra leerlingondersteuning is de behoefte groter gebleken dan waar in het verleden mee is gerekend.

Met de gemeente Steenwijkerland is overeengekomen de helft van deze ruimtebehoefte (280 m² BVO) in ieder geval te realiseren. Van de andere helft wordt onderzocht of deze op te lossen is door een kleiner inpassings-/ aansluitingsverlies. De betreffende ruimten zijn in de ruimtestaat in het lichtgrijs gemarkeerd. Van het huidige gebouw wordt 4.160 m2 BVO gerenoveerd en 2.575 m2 BVO wordt behouden. Daarnaast wordt het oudste bouwdeel gesloopt met een omvang van 1.510 m2 BVO. Dit resulteert in een totale te behouden/renoveren oppervlakte van 6.735 m2. Op de volgende pagina staat is deze redenatie in tabelvorm opgenomen. Bij de inpassing van de ruimtebehoefte in een bestaand gebouw is er een inpassings- en aansluitingsverlies van circa 15%. Om de totale ruimtebehoefte van 13.825 m² te realiseren is dus nog 8.100 m2 aan nieuwbouw benodigd. Dit zorgt voor een totale oppervlakte van 14.835 m2 BVO. De ruimtestaat laat tot slot nog een overschrijding van het ruimtelijk kader zien van 360 m² BVO. Hiervoor geldt ook de opdracht om onderzoeken of deze in te passen is binnen het inpassings- en aansluitingsverlies. Verkenning positionering uitbreiding o.b.v. eerdere massastudie. Bestaand Uitbreiding www.icsadviseurs.nl 5/31 Gebouwoppervlakte o.b.v.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/6b55860e-7711-4958-87aa-7d48704f86f0?agendaItemId=1cca8675-9a72-4452-9573-eb178b7e6901