CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Ecologische quickscan.pdf

Politieke Markt 2 juni 2020, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Brink - Scheerwolde3.182 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

8-4-2019 QuickScan Flora & fauna Brink Scheerwolde 1 Titel QuickScan Flora en Fauna Brink Scheerwolde Uitvoering Ruimte voor Advies Postbus 1799 3600 BT Maarssen Tel: (+31)6 561 7408 Opdrachtgever Gemeente Steenwijkerland Locatie Brink, Scheerwolde Datum veldbezoek 27-4-2019 door Dhr. Bleijerveld 8-4-2019 QuickScan Flora & fauna Brink Scheerwolde 2 Inhoud 1 Inleiding ............................................................................................................................. 3 1.1 Aanleiding en doel .................................................................................................................... 3 1.2 Methoden ................................................................................................................................. 4 1.3 Gebiedsbeschrijving & ingreep ................................................................................................. 4 2 Resultaten beschermde flora & fauna ................................................................................. 6 2.1 NDFF-gegevens ......................................................................................................................... 6 2.2 Planten ......................................................................................................................................

6 2.4 Vleermuizen .............................................................................................................................. 6 2.5 Vogels ....................................................................................................................................... 7 2.6 Overige soorten ........................................................................................................................ 7 2.7 Samenvatting ............................................................................................................................ 7 3.1 Aanwezigheid beschermde gebieden ....................................................................................... 8 3 Conclusies .......................................................................................................................... 9 4.1 Beschermde soorten ................................................................................................................. 9 4.2 Zoogdieren en amfibieën (nationale soorten Wnb) ................................................................. 9 4.3 Broedvogels zonder vaste nestplaatsen (Wnb-Vogelrichtlijn) ............................................... 10 4.4 Broedvogels met vaste nestplaatsen (Wnb-Vogelrichtlijn) ....................................................

10 4.5 Vleermuizen (Wnb-Habitatrichtlijn) ....................................................................................... 10 4.6 Beschermde gebieden ............................................................................................................ 10 Bronnen ................................................................................................................................... 11 Wet natuurbescherming ................................................................................................................. 1 Rode lijst ......................................................................................................................................... 2 NNN/EHS ......................................................................................................................................... 3 8-4-2019 QuickScan Flora & fauna Brink Scheerwolde 3 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel Aan de Brink in Scherpenzeel bevindt zich een voormalig schoolterrein. Het voornemen bestaat om op het terrein woningen te ontwikkelen (fig 1.1). Ten behoeve van het plan wordt een aangrenzend rijtje woningen mogelijk gesloopt. Onder meer bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met beschermde soorten en gebieden.

Wet - en regelgeving omtrent deze soorten en gebieden is vastgelegd in de Wet Natuurbescherming (Wnb, 2017) en de provinciale structuurvisie/ verordening (EHS/NNN). Het onderhavige rapport beschrijft de resultaten van de quick scan van beschermde natuurwaarden in en rond het plangebied. De rapportage kan dienstdoen als onderbouwing bij bestemmingsplanwijzigingen en ontheffings - of vergunningaanvragen in het kader van de Wet Natuurbescherming of omgevingsverordening. Een quick scan betreft een beoordeling van de aanwezige natuurwaarden in en rond het plangebied op basis van beschikbare gegevens, een terreinbezoek en ecologische kennis. De quick scan is een momentopname en geen standaard veldinventarisatie waarbij meerdere veldrondes in een seizoen worden uitgevoerd. Een quick scan geeft daardoor een beperkter beeld dan een standaard veldinventarisatie. Omdat het onderzoek een momentopname betreft kan geen rekening worde n gehouden met de dynamische aspecten van natuur, zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderd terreingebruik en –beheer na afloop van het onderzoek. Figuur 1.1: Scheerwolde met ligging van het plangebied weergegeven in rood.

8-4-2019 QuickScan Flora & fauna Brink Scheerwolde 4 1.2 Methoden Bij de beoordeling van het plangebied is een bronnenonderzoek verricht naar het voorkomen van beschermde soorten en de ligging van beschermde gebieden in de regio. Daarvoor zijn de gegevens van de Nederlandse Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Voor de ligging van beschermde gebieden is gebruik gemaakt van Synbiosys.alterra.nl en de digitale atlas van provincie Overijssel. Op 25 maart 2019 is het plangebied bezocht. Daarbij is gelet op de daadwerkelijke aanwezigheid van beschermde soorten en indirecte aanwezigheid in de vorm van sporen (verblijfplaatsen, wissels, pootafdrukken en dergelijke). Verder is het terrein beoordeeld op de geschiktheid voor beschermde soorten (habitatbeoordeling). 1.3 Gebiedsbeschrijving & ingreep Het plangebied (fig. 1.2) is gelegen in het centrum van Scheerwolde en bestaat grotendeels uit gazon met enkele grotendeels oudere bomen. In het centrum van het plangebied stond tot voor kort een schoolgebouw. Aan de oostzijde staat een rijtje met drie woningen uit 1980. Het gaat om betrekkelijk lage woningen met twee woonlagen met gemetselde gevels en een pannendak. De woningen bezitten kleine tuinen zonder hoge begroeiing. In en rond het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Figuur 1.2: Luchtfoto van het plangebied met grenzen weergegeven in rood.

8-4-2019 QuickScan Flora & fauna Brink Scheerwolde 5 Het voornemen bestaat om de locatie te gebru iken voor woningbouw. Hiervoor bestaan twee alternatieve plannen, namelijk nieuwbouw van acht nieuwe woningen in het open deel met behoud van de bestaande woningen of vijftien nieuwe woningen waarbij de bestaande bebouwing verdwijnt (fig 1.6). In het onder zoek is er voor de zekerheid vanuit gegaan dat de woningen en al het huidige groen verdwijnen. De planning van het project is niet bekend. Figuur 1.3: Inrichtingsschets nieuwe situatie met links optie A en rechts optie B. Figuur 1.4, 1.5 & 1.6: Centrum van het terrein (linksboven), noordelijke deel met boompartij (rechtsboven), Oostelijke deel met mogelijk te slopen woningen (linksonder

8-4-2019 QuickScan Flora & fauna Brink Scheerwolde 6 2 Resultaten beschermde flora & fauna 2.1 NDFF-gegevens In de NDFF zijn weinig waarnemingen uit het plangebied en de omgeving bekend. Er zijn slechts vijf waarnemingen gedaan. In alle gevallen gaat het om losse waarnemingen van vogels, te weten grauwe vliegenvanger, groenling, grote bonte specht en Turkse tortel. De genoemde soorten beschikken niet over vaste verblijfplaatsen. 2.2 Planten Het plangebied bestaat grotendeels uit stedelijk gazon en recent ingezaaid grasland. Hierin kwamen gebruikelijke algemene graslandplanten voor zoals veldereprijs, gewone paardenbloem, gewone vogelbloem en Canadese fijnst raal. Het veldbezoek vond relatief vroeg in het seizoen plaats maar op basis van het beheer en het gebruik van het terrein zijn bedreigde of beschermde plantensoorten uit te sluiten. 2.3 Zoogdieren Alle inheemse soorten zoogdieren met uitzondering van d e mol zijn in meer of mindere mate beschermd. In het plangebied zijn geen zoogdieren of sporen daarvan waargenomen. Het terrein is weinig geschikt voor zoogdieren door het gebrek aan dekking en de stedelijke omgeving. Op het terrein zijn hooguit algemene k leine zoogdieren zoals gewone bosmuis en huisspitsmuis te verwachten.

De genoemde zoogdieren zijn algemene, nationaal beschermde soorten waarvoor in geval van ruimtelijke ingrepen een algemene vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Wnb geldt. De over ige soorten zoogdieren die in de regio voorkomen zijn hoogstens als passant te verwachten. 2.4 Vleermuizen Verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden zich in holten van bomen en besloten of donkere ruimten van kunstwerken, zoals gebouwen. In de bomen binnen het plangebied zijn geen geschikte holten gevonden. De woningen bezitten een spouw op grond van het bouwjaar en de aanwezigheid van open stootvoegen. Daarnaast is de ruimte onder de dakpannen goed bereikbaar via de hoekpannen van de kopse gevels. Op grond van deze kenmerken zijn de woningen aan te merken als potentieel geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Het plangebied zal tot het foerageergebied van vleermuizen behoren maar het aantal bomen is te gering om van essentieel belang te zijn voor lokale populaties vleermuizen. Het plangebied vormt geen essentieel geleidend element voor eventuele vliegroutes die door het gebied lopen. Hiervoor is de omgeving als geheel te structuurrijk. 8-4-2019 QuickScan Flora & fauna Brink Scheerwolde 7 2.5 Vogels Alle inheemse broedvogels zijn beschermd. De Wnb maakt onderscheid tussen vogels zonder en met vaste broedplaatsen.

Van vogels zonder vaste broedplaats zijn alleen de broedsels beschermd en niet het leefgebied. Van vogels met een vaste broedplaats is naast de broedplaats (jaarrond) ook het functionele leefgebied beschermd. In de opgaande begroeiing zijn algemene broedvogels van het stedelijk gebied mogelijk. Tijdens het veldbezoek zijn geen nesten of aanwijzingen gevonden voor nesten in de opgaande begroeiing. Het dak van de woningen is niet voorzien van een vogelschroot. Typische vogelsoorten met vaste nestplaatsen die in het stedelijk gebied voorkomen zijn huismus en gierzwaluw. De woningen zijn in potentie geschikt als nestplaats voor beide soorten. Huismus was in en rond het plangebied aanwezig. Vermoedelijk broedt huismus niet binnen het plangebied vanwege de geringe hoogte van de woningen, het gebruik van betonpannen en de aanwezigheid van hogere en oudere woningen in de directe omgeving die bovendien gedekt zijn met keramische pannen. Ook het gedrag van de aanwezige huismussen wees hierop. De aanwezigheid in het plangebied was terug te voeren op een voerplek. Na foerageren vlogen de vogels naar het blok ten zuiden van het plangebied. Op basis van één waarneming tijdens in het begin van het broedseizoen is hier echter geen sluitende uitspraak over te doen. 2.6 Overige soorten Alle soorten amfibieën zijn in meer of mindere mate beschermd.

Een belang van het plangebied voor amfibieën is uit te sluiten vanwege het ontbreken van oppervlaktewater en dekking. Ee n negatief effect op amfibieën is uit te sluiten. Alle soorten reptielen zijn in meer of mindere mate beschermd. Het plangebied en de omgeving daarvan bieden voor geen van de Nederlandse soorten reptielen een geschikt leefgebied. Daarnaast zijn in de regio geen populaties reptielen bekend. Een negatief effect op deze soortgroep is uit te sluiten. In het plangebied is bovendien geen oppervlaktewater aanwezig. Een negatief effect op vissen in het algemeen is dus uitgesloten. De beschermde soorten ongewervelden zijn gebonden aan zeer specifieke habitats. Het plangebied komt voor geen van de beschermde soorten overeen met hun habitat. Deze soortgroep is daarom in zijn geheel uit te sluiten. 2.7 Samenvatting In het plangebied is het voorkomen van algemene kleine zoogdieren mogelijk. In de opgaande begroeiing moet rekening worden gehouden met broedvogels zonder vaste nestplaatsen. Het pannendak van de woningen is geschikt als nestplaats voor huismus en gierzwaluw. De spouw van het complex en de ruimte onder het dak zijn geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Het is aannemelijk dat het plangebied onderdeel is van het foerageergebied van vleermuizen maar het belang hiervan is te verwaarlozen.

Van de overige soortgroepen is de aanwezigheid van beschermde soorten uit te sluiten. 8-4-2019 QuickScan Flora & fauna Brink Scheerwolde 8 3.1 Aanwezigheid beschermde gebieden Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Scheerwolde en maakt geen deel uit van beschermde natuurgebieden. Rond Scheerwolde liggen gebieden die tot het Nederlands Natuurnetwerk en Natura 2000 behoren. De begrenzing van beide gebieden is onderling vrijwel identiek. De afstand van het plangebied tot deze gebieden bedraagt minimaal 750 meter. Het project is relatief klein terwijl het toekomstige gebruik van het plangebied ecologisch gezien nauwelijks verschilt met het huidige gebruik. Mede op grond van de g rote afstand tot beschermde natuurgebieden zijn negatieve effecten natuurgebieden op voorhand uit te sluiten. Figuur 3.1: Ligging van het plangebied (rode cirkel) in verhouding tot natuurgebied (groen/geel)

8-4-2019 QuickScan Flora & fauna Brink Scheerwolde 9 3 Conclusies 4.1 Beschermde soorten In het plangebied zijn algemene, nationaal beschermde soorten zoogdieren te verwachten. Wat betreft de opgaande begroeiing moet rekening worden gehouden met broedvogels zonder vaste nestplaats. Onder het dak van de woningen kunnen vaste nestplaatsen van huismus en gierzwaluw aanwezig zijn. De spouw van de woningen en de ruimte onder het dak zijn geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. 4.2 Zoogdieren en amfibieën (nationale soorten Wnb) Door een eventuele reconstructie van het buitenterrein kan verstoring van deze soorten op treden en ook sterfte van dieren. Voor een aantal van de nationaal beschermde soorten geldt afhankelijk van de provincie een vrijstelling bij ruimtelijke ingrepen. In provincie Overijssel geldt deze vrijstelling voor alle gevonden en verwachte soorten. Aan vullende maatregelen zijn voor deze soorten zijn niet noodzakelijk. Tabel 1: Algemeen overzicht van de bevindingen QuickScan SOORTGROEP TOELICHTING AANWEZIG EFFECT AANBEVELINGEN Flora Beschermde soorten Niet Geen Geen Zoogdieren Algemene soorten Mogelijk Alg. ontheffing Alg.

zorgplicht Broedvogels Zonder vaste nestplaats Mogelijk Mogelijk Zie: 4.3 Broedvogels Met vaste nestplaats Mogelijk Mogelijk Zie: 4.4 Vleermuizen Foerageergebied Niet Geen Geen Vleermuizen Vliegroutes Niet Geen Geen Vleermuizen Verblijfplaatsen Mogelijk Mogelijk Zie: 4.5 Amfibieën Algemene soorten Mogelijk Alg. ontheffing Alg. zorgplicht Reptielen Beschermde soorten Niet Geen Geen Vissen Beschermde soorten Niet Geen Geen Ongewervelden Beschermde soorten Niet Geen Geen 8-4-2019 QuickScan Flora & fauna Brink Scheerwolde 10 4.3 Broedvogels zonder vaste nestplaatsen (Wnb-Vogelrichtlijn) In opgaande begroeiing zijn broedvogels mogelijk. Bij het rooien van opgaande begroeiing in het broedseizoen is verstoring van broedsels en sterfte te verwachten. Daarom dienen deze ingrepen buiten het broedseizoen plaats te vinden tenzij een schouw aantoont dat geen broedsels in de begroeiing voorkomen De piek van het broedseizoen beslaat de periode van 15 maart tot 15 juli, maar eerdere en vooral latere broedgevallen zijn mogelijk. 4.4 Broedvogels met vaste nestplaatsen (Wnb-Vogelrichtlijn) Onder het dak van de woningen kunnen vaste nestplaatsen van huismus en gierzwaluw aanwezig zijn. Door de sloop gaan deze verblijfplaatsen verloren en kan ook sterfte optreden van vogels. Dit is verboden volgens de Wnb.

Daarom dient aanvullend onderzoek plaats te vinden naar de functies die de woningen voor huismus en gierzwaluw hebben. 4.5 Vleermuizen (Wnb-Habitatrichtlijn) In de gebouwen kunnen verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn die door de sloop verloren gaan. Ook kan dit sterfte en verstoring veroorzaken. Deze gevolgen zijn verboden volgens de Wnb. Hieruit volgt dat een aanvullend onderzoek naar de functies van het gebouw voor vleermuizen vereist is. 4.6 Beschermde gebieden Het plangebied is geen onderdeel van beschermde gebieden. In de omgeving van het plangebied liggen onderdelen van het NNN en Natura 2000 -gebieden. De afstand tot de beschermde natuurgebieden bedraagt minimaal 750 meter. Op grond van de kleine schaal van de ingreep en de toekomstige bestemming is een negatief effect op natuurgebieden uit te sluiten. Soortgroep Soort Aanbevolen vervolgactie Planten Alle ⎯ Vleermuizen Alle Nader onderzoek in de periode van 15 mei – 1 oktober Zoogdieren Alle ⎯ Vogels zonder vaste verblijfplaats Alle Rooien opgaande begroeiing buiten de periode 15 maart – 15 juli (15 aug). Vogels met vaste verblijfplaats Huismus Nader onderzoek in de periode van 1 april – 15 mei Gierzwaluw Aanvullend onderzoek in de periode van 1 juni – 20 juli Amfibieën Alle ⎯ Reptielen Alle ⎯ Vissen Alle ⎯ Ongewervelden Alle ⎯ Tabel 2: overzicht vervolgacties n.a.v.

QuickScan 8-4-2019 QuickScan Flora & fauna Brink Scheerwolde 11 Bronnen www.ndff.nl www.gelderland.nl www.synbiosis.alterra.nl Bijlage I Wettelijk kader en beleidskader De toets is gericht op de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden. De bescherming is in de wet ge regeld middels de Wet natuurbescherming. De gebiedsbescherming die voortkomt uit het beleid uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de provinciale structuurvisies en verordeningen (NNN/EHS) neemt een aparte positie in. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Wnb) verenigt of vervangt verschillende wetten en verdragen op het gebied van bos- en natuurbescherming, te weten: • Voormalige Flora- en Faunawet • Europese Vogelrichtlijn • Europese Habitatrichtlijn, Verdrag van Bonn en Verdrag van Bern • Voormalige Boswet Activiteiten mogen niet leiden tot een overtreding van de verbodsbepalingen. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: • Ten eerste mag all een van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. • Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geen voor de verschillende beschermingsreg imes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid.

• Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. De Wnb kent verschillende beschermingsregimes voor nationaal beschermde soorten, Vogelrichtlijnsoorten en Habitatrichtlijnsoorten. Elk van deze drie beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten en belangen voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de verbodsbepalingen die relevant zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen en dergelijke. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wnb Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaat- sen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen. Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.

Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben. Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Niet van toepassing Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren. Niet van toepassing. Niet van toepassing. Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Vrijstelling In sommige gevallen geldt voor een handeling die gevolgen heeft voor een soort een vrijstelling. Vormen van vrijstellingen zijn het toepassen van een gedragscode, een programmatische aanpak, een provinciale verordening en een ministeriele regeling. Zorgplicht De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leef - omgeving. Overtreding van de zorgplicht i s niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd.

Bevoegd gezag De provincie waarin een handeling plaatsvindt is in principe verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wnb. In een aantal gevallen is de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland namens het Rijk verantwoordelijk. Het gaat om zaken van nationaal of provincie -overschrijdend belang, zoals Rijkswegen, -wateren en militaire activiteiten. Rode lijst Een Rode Lijst bevat een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of dreigen te verdwijnen. Dit wordt bepaald op basis van zeldzaamheid en/of negatieve t rend. De lijsten worden periodiek vastgesteld door de minister van EZ. Rode lijsten hebben geen juridische status. Als een soort op de lijst komt, is deze niet automatisch beschermd. Daarvoor moet de soort worden aangewezen onder de Wnb. De Rode lijsten he lpen daarbij. Deze lijsten worden ook gebruikt om te toetsen of de beleidsdoelen over biodiversiteit worden gehaald (www.rijksoverheid.nl). NNN/EHS Het Nationale Natuurnetwerk (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur -EHS) is een netwerk van bestaan de en nog te ontwikkelen natuurgebieden in Nederland. De EHS is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De juridische borging van de nationale ruimtelijke belangen die in de SVIR worden aangewezen vindt plaats via het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).

De rijkslijn zoals verwoord in het SVIR en Barro is dat er bij EHS geen sprake is van externe werking. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Zij wijzen in hun structuurvisie of verordening de gebieden aan die onder het NNN vallen. In of in de nabijheid van een NNN -gebied geldt het 'nee, tenzij' -principe: nieuwe plannen of projecten zijn niet toegestaan als ze de wezenlijke (potentiële)waarden en kenmerken van het NNN -gebied significant aantasten, tenzij er sprake is van redenen van groot openbaar belang en er geen reële alternatieven zijn. De schade dient in dat geval door mitigerende maatregelen zoveel mogelijk beperkt te worden. De restschade dient te worden gecompenseerd. De planologische bescherming van het NNN vindt plaats in op basis van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen bestemmingsplannen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/599e30a7-6a50-4ed1-a1ad-391aaac130bf?agendaItemId=c0cc9d2c-cd25-49f2-9d11-7ccf01bb1dcb