Bestemmingsplan Sint Jansklooster - Oude Beulakerweg 6.pdf
Tekst van het document
Voorkeursbeleid hemelwater Bij de afvoer van overtollig hemelwater moet het afstromend hemelwater ter plaatse in de bodem dan wel op het oppervlaktewater worden teruggebracht. Het waterschap heeft de voorkeur om het hemelwater, daar waar mogelijk, te infiltreren in de bodem. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi s heeft daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een mogelijkheid. Als infiltratie niet mogelijk is dan kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. De afvoer van overtollig hemelwater uit het plangebied mag, ongeacht de toegepaste methode, niet tot wateroverlast leiden op Toelichting (vastgesteld) 27 be stemmingsplan Sint Jansklooster - Oude Beulakerweg 6 aangrenzende percelen of het omliggende watersysteem. Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Met de beoogde ontwikkeling wordt aangesloten op het beleid van het waterschap. Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Daarom wordt hemelwater geïnfiltreerd. Momenteel wordt onderzocht hoe dit kan worden uitgevoerd.
28 Toelichting (vastgesteld) be stemmingsplan Sint Jansklooster - Oude Beulakerweg 6 Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Algemeen Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het voldoet aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden. 5.2 Toelichting op de bestemmingen De bestemmingen die in dit bestemmingsplan voorkomen zijn afgestemd op de regeling uit het ontwerp bestemmingsplan Buitengebied. Hierbij geldt dat de regeling voor het woonperceel is toegespitst op dit initiatief. Binnen het plangebied komen de volgende bestemmingen voor: Tuin De gronden aan de voorzijde van de woning krijgen de bestemming 'Tuin'. Hier is geen bebouwing toegestaan. Wel is het toegestaan om hier een inrit aan te leggen. Wonen - buitengebied Het plangebied krijgt met dit bestemmingsplan de bestemming 'Wonen - Buitengebied'.
De woning dient binnen het aangegeven bouwvlak gebouwd te worden en mag een maximale goot- en bouwhoogte van 3,5 meter en 7,5 meter krijgen. Tenslotte is aan de achterzijde de aanduiding bijgebouwen opgenomen waar de bijgebouwen behorende bij de woning mogen worden gebouwd. Wro-zone - natura 2000 Op het plangebied ligt ook de aanduiding 'Wetgevingzone - natura 2000'. Gronden met deze aanduiding zijn mede bestemd voor de instandhouding, versterking en ontwikkeling van natuurlijke en landschappelijke waarden. Toelichting (vastgesteld) 29 be stemmingsplan Sint Jansklooster - Oude Beulakerweg 6 Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid. 6.1 Economische uitvoerbaarheid Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is het van belang te weten of het bestemmingsplan economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de manier van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid De ontwikkeling is een particulier initiatief. De kosten voor de uitvoering van het plan worden gedragen door de aanvrager.
Deze beschikt over voldoende financiële middelen om het voornemen te bekostigen. Hiermee is aan de financiële haalbaarheid van dit bestemmingsplan aangetoond. Grondexploitatie Doel van de grondexploitatieregeling is het bieden van meerdere mogelijkheden voor het kostenverhaal door de gemeente. De gemeente heeft hierdoor meer sturingsmogelijkheden. Daarnaast kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden. In dit bestemmingsplan wordt een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 Bro mogelijk gemaakt. In dergelijke gevallen is de grondexploitatieregeling van toepassing, tenzij het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd zijn. Hiervoor wordt tussen de gemeente en de initiatiefnemers overeenkomsten gesloten. Hierin wordt onder andere het verhaal van eventuele planschade geregeld. Hiermee is het voor het plan relevante kostenverhaal anderszins verzekerd. De gemeenteraad wordt voorgesteld bij de vaststelling van het bestemmingsplan geen grondexploitatieplan vast te stellen. 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het bestemmingsplan doorloopt een uitgebreide procedure conform artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening. Tijdens deze procedure zijn er verschillende momenten waarop overleg partners, burgers en belanghebbenden hun standpunt op het plan kenbaar kunnen maken. Hieronder volgt een nadere toelichting.
Belanghebbenden De omgeving is door de initiatiefnemer op de hoogte gesteld van het plan. In bijlage 5 is hiervan een kort gespreksverslag opgenomen. Uit de gevoerde gesprekken blijkt dat het voorbespreken van de plannen met waardering en enthousiasme aangaande de planvorming is ontvangen. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan Sint Jansklooster, Oude Beulakerweg 6 met de bijbehorende stukken heeft van 8 december 2021 tot en met 18 januari 2022 (6 weken) ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen op het ontwerpbestemmingsplan. Tegen het ontwerpbestemmingsplan is één zienswijze ingediend. In bijlage 6 is de zienswijze en de reactie van de gemeente op de zienswijze opgenomen. De zienswijze leidt niet tot wijzigingen in het plan. Vaststelling Het bestemmingsplan wordt vervolgens vastgesteld door de gemeenteraad. Het besluit tot 30 Toelichting (vastgesteld) be stemmingsplan Sint Jansklooster - Oude Beulakerweg 6 vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan.
Toelichting (vastgesteld) 31 be stemmingsplan Sint Jansklooster - Oude Beulakerweg 6 32 Toelichting (vastgesteld) be stemmingsplan Sint Jansklooster - Oude Beulakerweg 6 Bijlagen toelichting Bijlagen toelichting (vastgesteld) 33 be stemmingsplan Sint Jansklooster - Oude Beulakerweg 6 Bijlage 1 Bureaustudie ecologie 34 Bijlagen toelichting (vastgesteld) - MEMO Memo DATUM 11 november 2021 KENMERK 20211249 VAN Mink Enthoven AAN Bevoegd gezag CC PROJECT Oude Beulakerweg 6, St. Jansklooster OPDRACHTGEVER Boes + Kok ingenieursbureau AANWEZIG AFWEZIG BIJLAGE(N) BUREAUSTUDIE ECOLOGIE 1. INLEIDING 1.1 Aanleiding De initiatiefnemer is voornemens een vrijstaande woning met twee bijgebouwen van kleiner formaat te realiseren langs de Oude Beulakerweg (figuur 1.1). Specifiek ter hoogte van het perceel Beulakerweg nummer 6. In de huidige situatie betreft het een recent bouwrijp gemaakt perceel. Met de ontwikkeling heeft de initiatiefnemer de plicht zorg te dragen het geheel uit te voeren binnen de kaders van de Wet natuurbescherming. Om een beeld te geven van de huidige aanwezige ecolo- gische waarden en de mogelijke gevolgen van de ontwikkeling hierop, is deze ecologische bureaustudie opgesteld. Figuur 1.1 Overzicht beoogde ontwikkeling 1.2 Natuurwetgeving en -beleid In Nederland is alle natuurwetgeving ondergebracht onder één wet: de Wet natuurbescherming.
Deze beslaat gebiedsbe- scherming, soortenbescherming en houtopstanden. Voor gebiedsbescherming en soortenbescherming is er onderscheid te maken tussen verschillende onderdelen. Hieronder is een verdere uitwerking gegeven.
2/6 1.2.1 Gebiedsbescherming & bescherming van houtopstanden Natura 2000-gebieden Dit zijn Europees beschermde gebieden vanwege bijzondere natuurwaarden. Voor deze waarden gelden instandhoudings- doelen. Het is conform artikel 2.7, tweede lid van de Wet natuurbescherming niet toegestaan zonder vergunning projecten te realiseren of anderszins te handelen op een wijze die de gestelde instandhoudingsdoelen in het geding brengt. Hiervoor bestaat een tweedeling van doelsoorten en doelhabitatten. Natuurnetwerk Nederland De regels omtrent NNN-gebieden zijn door het Rijk en de provincies met elkaar afgesproken. De afspraken zijn vastgelegd in het ‘Besluit algemene regels ruimtelijke ordening’ en zijn uitgewerkt in de provinciale verordeningen. Het beleid voor de NNN is gericht op het behoud en de ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van een gebied. In het NNN geldt daarom het ‘nee, tenzij’-regime. Dit betekent dat areaal van het NNN in principe niet gebruikt kan worden, tenzij aan- getoond dat er geen negatieve effecten optreden als gevolg van een ontwikkeling.
Houtopstanden Om houtopstanden te beschermen is in hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming geregeld dat een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die een oppervlakte beslaat van 10 are of meer, of bestaat uit een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen, bescherming geniet. Belangrijkste uit- zondering is dat deze bescherming niet geldt voor houtopstanden binnen de bebouwde kom. Het kappen van bomen die wel onder het besluit vallen dient vooraf gemeld te worden bij Gedeputeerde Staten en er geldt een herplantplicht. 1.2.2 Soortenbescherming Zorgplicht De zorgplicht is opgenomen in artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming en luidt als volgt: 1. Eenieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b.
indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of; c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde. Vogelrichtlijnsoorten & Habitatrichtlijnsoorten Vogelrichtlijn artikel 3.1: 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 3/6 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Habitatrichtlijn artikel 3.5: 1.
Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bij- lage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Ver- drag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwor- telen of te vernielen. Nationaal beschermde soorten Naast de Europese bescherming van soorten kent de wet een artikel gericht op de specifiek in ons land beschermde soor- ten. Dit is Artikel 3.10: 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, ge- noemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b.
de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of; c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsge- bied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Provinciaal vrijgestelde soorten Vervolgens kan een provincie zelf nog de keuze maken om de soorten waarnaar verwezen wordt in artikel 3.10 op een lijst van vrijstelling te zetten. Dat betekent dat deze soorten specifiek voor die provincie niet als beschermde soorten worden gezien. Voor de provincie Overijssel gaat het om deze soorten1. 1 Aardmuis, Bastaardkikker, Bosmuis, Bruine kikker, Dwergmuis, Dwergspitsmuis, Gewone bosspitsmuis, Gewone pad, Haas, Huisspitsmuis, Kleine watersalaman- der, Konijn, Meerkikker, Ondergrondse woelmuis, Ree, Rosse woelmuis, Tweekleurige bosspitsmuis, Veldmuis, Vos, Woelrat. 4/6 2. GEBIEDSBESCHERMING 2.1 Natuurnetwerk Nederland Het projectgebied is gelegen vlakbij het Natuurnetwerk Nederland. De ontwikkeling blijft binnen het eigen perceel en daar- mee buiten het natuurareaal. In de provincie Overijssel kent het Natuurnetwerk Nederland geen bescherming tegen ex- terne werking. In figuur 2.1 is de ligging van het plangebied weergegeven ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland.
2.2 Natura 2000-gebieden Het projectgebied is gelegen binnen een kleine woningoase omgeven door het Natura 2000-gebied De Wieden. (figuur 2.2) Er is door de ontwikkeling vanwege het formaat en de aard geen sprake van areaalverlies, versnippering of effecten op het watersysteem. Significante vermesting en/of verzuring kan redelijkerwijs worden uitgesloten vanwege de zeer tijdelijke aard van de ontwikkeling. Met een stikstofberekening is verder aangetoond dat de ontwikkeling niet leidt tot significant negatieve gevolgen. Deze is bijgevoegd aan de ruimtelijke onderbouwing als bijlage. Binnen het perceel zijn in de huidige situatie geen elementen aanwezig die gebruikt kunnen worden door doelsoorten van De Wieden. Er is geen sprake van foerageergebied, slaap- en rustplaatsen of broedgelegenheid. Wel dient rekening te worden gehouden met lichtuitstraling richting het water aan de zuidzijde van het perceel. Mogelijk wordt dit water gebruikt door de Habitatrichtlijn doelsoort meervleermuis om te foerageren. Door geen werkzaamheden te verrichten na zonsondergang kan verstoring worden voor- komen. Verstoring anderzijds wordt niet verwacht gezien de tijdelijke aard en kleinschaligheid van de ontwikkeling. Figuur 2.1 Ligging plangebied t.o.v. NNN Figuur 2.2 Ligging plangebied t.o.v.
De Wieden 2.3 Houtopstanden Er is geen beplanting aanwezig in het projectgebied dat voldoet aan de definitie van houtopstand. Er hoeft voor de ontwik- keling geen rekening gehouden te worden met het maken van een melding vanwege kapwerkzaamheden of het herplanten van bomen.
5/6 3. SOORTBESCHERMING In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de verschillende beschermde soortgroepen en bijbehorende be- schermde functies, daarbij is aangegeven in hoeverre deze te verwachten zijn voor het projectgebied. Habitatpotentie Aanwezigheid Functie Onderbouwing Broedvogels: cat. 5- soorten Niet aanwezig Nesten ● Categorie 5-soorten zoals spreeuw en huiszwaluw worden niet ver- wacht. Er zijn geen geschikte gebouwen (huiszwaluw) of holten (spreeuw) aanwezig. Gierzwaluw, huismus Nesten ● Er wordt geen bebouwing gesloopt met de ontwikkeling. Aanwezig- heid van gierzwaluw- of huismusnesten kan daarmee worden uitge- sloten. Uilen Essentieel foera- geergebied, Nesten ● Er is geen geschikte nestplaats aanwezig voor de kerkuil en steenuil, zoals een nestkast of open schuur. Ook worden geen oude kassen gesloopt of knotbomen aangetast die door de steenuil gebruikt kun- nen worden. Hoewel het projectgebied mogelijk functioneert als foe- rageergebied is vanwege de aanwezige alternatieven geen sprake van essentieel foerageergebied. Vleermuizen Essentieel foera- geergebied ● Hoewel het projectgebied momenteel mogelijk functioneert als on- derdeel van een foerageergebied betreft het geen essentieel foera- geergebied. In de omgeving is er voldoende vergelijkbaar habitat aanwezig waar gebruik van kan worden gemaakt.
Essentiële vliegrou- tes ● Het projectgebied bezit geen lijnvormige landschapselementen zoals een bomenrij die kan functioneren als vliegroute. Er gaan geen der- gelijke elementen verloren. Verblijfplaatsen ● Er worden geen gebouwen gesloopt en er zijn geen oude bomen met gaten aanwezig op de projectlocatie. Daarmee kan de aanwezigheid van verblijfplaatsen op voorhand worden uitgesloten. Kleine marterachtigen, boommarter en steen- marter Essentieel foera- geergebied, verblijf- plaatsen ● De projectlocatie bevat geen typerende elementen die deel uitma- ken van het essentiële foerageergebied van marterachtigen. Mocht het momenteel functioneren als foerageergebied dan zijn voldoende alternatieven aanwezig in de omgeving. Verblijfplaatsen op de loca- tie zijn uitgesloten. Muizen, reptielen, am- fibieën, vissen, vlinders, libellen, overige insec- ten en vaatplanten Leefgebied ● Voorkomen van de beschermde soorten binnen deze soortgroepen is uitgesloten vanwege het ontbreken van geschikt habitat. Op de volgende pagina is met een foto de huidige situatie van het project- gebied weergegeven. Hierin is te zien dat de grond braak ligt en er geen sprake is van watergangen, ruigte of andere geschikte elemen- ten voor deze soortgroepen. 6/6 Figuur 3.1 Foto van de huidige situatie van het projectgebied
be stemmingsplan Sint Jansklooster - Oude Beulakerweg 6 Bijlage 2 Aerius-berekening Bijlagen toelichting (vastgesteld) 41 - MEMO In opdracht van Louwerse is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor de exploitatiefase van een vrijstaande woning aan de Oude Beulakerweg 6 in Sint-Jansklooster. In deze berekening is rekening gehouden met verkeersbewegingen. Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 met betrekking tot het Programma Aanpak Stikstof wordt bij vrijwel ieder plan stilgestaan bij de mogelijke stikstofemissie en het effect daar- van op Natura 2000-gebieden. Binnen het bestemmingsplan Buitengebied, Oude Beulakerweg 6 wordt een vrijstaande woning ontwikkeld. Het perceel is in de bestaande situatie onbebouwd. De woning die zich in het verleden op het perceel heeft bevonden is inmiddels gesloopt. Het perceel beschikt al geruime tijd een woonbestemming, waardoor de bestaande planologische situatie als de referentie- situatie kan worden gezien. 2. TOETSINGSKADER Algemeen In 2015 is het Programma Aanpak Stikstof (PAS) in werking getreden, inclusief bijbehorend toetsingskader. Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 29 mei 2019 is gebleken dat het PAS niet mag dienen als toetsingskader voor het geven van toestemming voor activiteiten.
De bezwaren van de RvS richten zich met name op de beoordelingssystematiek. Het AERIUS Cal culator-rekeninstrument blijft wel toepasbaar (voor zover de situatie binnen het toepassingsbereik valt). In het PAS werd als “drempelwaarde” een bijdrage van 0,05 mol N/ha/jaar gehanteerd. Een deposi- tiebijdrage van 0,05 mol N/ha/jaar mag sinds de uitspraa k van 29 mei 2019 op voorhand niet zonder meer als “niet signifi- cant” worden aangemerkt. Beslisboom toestemmingsverlening Uit de op 12 oktober 2019 door de Rijkoverheid gepubliceerde beslisboom “Toestemmingverlening stikstofdepositie bij- nieuwe activiteiten” volgt dat als de uitkomst van de berekening is dat er geen sprake is van stikstofdepositie (dat wil zeggen dat de op twee decimalen afgeronde bijdrage niet meer bedraagt dan 0,00 mol N/ha/jaar) er geen significant negatieve effecten zijn te verwachten en er geen natuurvergunning nodig is. Indien uit de berekening volgt dat de emissies van het project resulteren in een stikstofdepositie van hoger dan 0,00 mol/ha/jaar, kan er gebruik worden gemaakt van stap 2 (interne saldering). Als de AERIUS -berekening met saldering DATUM 7 oktober 2021 KENMERK 20211249 VAN M.A. Bulthuis AAN -- CC -- PROJECT Sint Jansklooster – Oude Beulakerweg 6 OPDRACHTGEVER Louwerse AANWEZIG AFWEZIG BIJLAGE(N) STIKSTOFEMISSIE EN DEPOSITIE 1.
INLEIDING 2/4 vervolgens aantoont (zie volgend) dat een project leidt tot tijdelijke en/of zeer geringe stikstofdepositie op overbelaste Na- tura 2000-gebieden, kan het toch zo zijn dat significante negatieve effecten via een ecologische voortoets kunnen w orden uitgesloten. Als dit niet het geval is, kan overgegaan worden naar Stap 4 (passende beoordeling). Bij een passende beoorde- ling mag extern salderen mee worden gewogen. Daarbij worden mogelijk negatieve effecten van een project gesaldeerd met de positieve effecten van het (gedeeltelijk) intrekken van de vergunning van een ander project. Als er met extern salderen geen significante effecten zijn (voor wat betreft stikstofdepositie) is een Wnb vergunning verleenbaar. De Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) Per 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. De Wet stikstofreductie en natuurver- betering (Wsn) regelt een vrijstelling van de vergunningplicht in artikel 2.7 lid 2 Wnb voor de aanlegfase van bouwwerk- zaamheden. Deze vrijstelling geldt alleen voor de effecten als gevolg van stikstofdepositie en niet voor eventuele andere effecten als gevolg van het project op Natura-2000 gebieden. De vrijstelling is verder uitgewerkt in het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn).
Wat valt onder de vrijstelling: - het bouwen en slopen van een bouwwerk; - het aanleggen, wijzigen en opruimen van een werk (bijvoorbeeld voor duurzame energieopwekking en grond-, weg- en waterbouw zoals pleinen, straten, het verplaatsen van grond in het kader van bouwrijp maken van een terrein, spoorwegen, waterstaatswerken, waterwegen, waterkeringen, energie-infrastructuur, telecommunicatieinfrastruc- tuur, openbare hemelwater- en ontwateringsstelsels en vuilwaterriolen; - De vervoersbewegingen die samenhangen met de werkzaamheden (o.a. het aan- en afvoeren van bouwmaterialen en emissies van werktuigen op de bouwplaats) Voor het voorliggende stikstofonderzoek betekent de vrijstelling dat de effecten van stikstofemissie in de aanlegfase niet meer hoeven te worden berekend. 3. AERIUS-CALCULATOR EN UITGANGSPUNTEN 3.1 AERIUS, release 15 oktober 2020 Met behulp van de nieuwe release van het rekenprogramma AERIUS -calculator (release 15 oktober 2020) is gekeken naar de depositie op de meest nabijgelegen Natura 2000 -gebieden (automatische berekening). Vanuit de AERIUS -calculator is vervolgens een PDF-bestand met resultaten gegenereerd. In figuur 1 is het plangebied met de daaromheen liggende Natura 2000-gebieden weergegeven. Het plangebied grenst direct aan Natura 2000-gebied de Wieden.
3.2 Referentiesituatie Voor Natura 2000-gebied de Wieden is de referentiesituatie 24 maart 2000. De situatie met betrekking tot uitstoot van stik- stof op die datum is de referentiesituatie, mits er op dat moment voor de betreffende activiteiten een natuurtoestemming gold. Dit kan een Nbw/Wnb-vergunning zijn, maar als die ontbreekt kan worden uitgegaan van bestaand gebruik zoals vast- gelegd in een milieuvergunning of melding Activiteitenbesluit. Voor bestemmingsplannen geldt dat de bestaande planolo- gische situatie als referentiesituatie kan worden gezien. Het perceel aan de Beulakerweg 6 beschikt over een woonbestem- ming met een bouwvlak waar één woning is toegestaan. Omdat hier in het verleden een vrijstaande woning heeft gestaan en de woningen in de directe omgeving allen vrijstaand zijn, is de verkeersgeneratie berekend op basis van één vrijstaande woning. De verkeersgeneratie bedraagt 9 mvt/etmaal (CROW-publicatie 381). Voor wat betreft de lengte van de rijroute is 3/4 uitgegaan van een route vanaf het plangebied naar de aansluiting met de Leeuwte. Er is worst-case uitgegaan van een gasloze woning in de referentiesituatie. Hierdoor is er geen stikstofemissie is vanwege het verstoken van aardgas in de referentiesi- tuatie. Tabel 1: Verkeersgeneratie exploitatiefase 2.2 Exploitatiefase Voor het plan wordt uitgegaan van een gasloze vrijstaande woning.
Er is derhalve geen emissie vanwege het verstoken van aardgas binnen de woning. Op basis van één vrijstaande woning bedraagt het aantal verkeersbewegingen ten hoogste 9 per etmaal (lichte motorvoer- tuigen). Dit is berekend op basis van CROW-kentallen (publicatie 381), zie tabel 1. Voor wat betreft de lengte van de rijroute is uitgegaan van een route vanaf het plangebied naar de aansluiting met de Leeuwte. 3. RESULTATEN EN CONCLUSIE In het bijgevoegde PDF-bestand is de ligging van de bronnen en het resultaat weergegeven. De emissie van het wegverkeer wordt in de AERIUS-calculator niet verder berekend dan 5 kilometer van het plangebied. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied, de Wieden, ligt op minder dan op 5 k ilometer afstand van het plangebied. Uit de resultaten van de verschilberekening voor de referentie- en exploitatiefase blijkt dat de netto-stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar. Omdat de stikstofemissie v an het verkeer niet leidt tot een netto-stikstofdepositie van hoger dan 0,00 mol/ha/jaar op de Wieden, kan er worden gesteld dat het stikstofemissie van het verkeer ook niet leidt tot een netto-stik- stofdepositie van hoger dan 0,00 mol/ha/jaar op Natura 2000-gebieden die verder dan 5 kilometer van het plangebied zijn gelegen. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn derhalve niet aan de orde.
Voor dit project geldt geen vergunningplicht op basis van de Wet natuurbescherming (Wnb). Woningtype Aantal woon- eenheden Kencijfer CROW per Verkeersgeneratie per etmaal Vrijstaand 1 8,6 8,6 4/4 Figuur 1 Plangebied met de daaromheen liggende Natura 2000-gebieden
BIJLAGE 1 VERSCHILBEREKENING AERIUS-CALCULATOR Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl. Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers.
Berekening Referentiesituatie en Exploitatiefase Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens Rx21DAgb1dbe (07 oktober 2021) pagina 1/9 Contact Rechtspersoon Inrichtingslocatie Rho Adviseurs Oude Beulakerweg 6, - Sint Jansklooster Activiteit Omschrijving AERIUS kenmerk Sint Jansklooster - Oude Beulakerweg 6 Rx21DAgb1dbe Datum berekening Rekenjaar Rekenconfiguratie 07 oktober 2021, 16:52 2021 Berekend voor natuurgebieden Totale emissie Situatie 1 Situatie 2 Verschil NOx < 1 kg/j < 1 kg/j - NH3 < 1 kg/j < 1 kg/j - Resultaten Hectare met hoogste verschil (mol/ha/j) Natuurgebied Uw berekening heeft geen verschillen opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Toelichting Verschilberekening Rx21DAgb1dbe (07 oktober 2021)Resultaten Referentiesituatie Exploitatiefase Resultaten pagina 2/9 Locatie Referentiesituatie Emissie Referentiesituatie Bron Sector Emissie NH3 Emissie NOx Bron 1 Wegverkeer referentiesituatie Wegverkeer | Binnen bebouwde kom < 1 kg/j < 1 kg/j Rx21DAgb1dbe (07 oktober 2021)Resultaten Referentiesituatie Exploitatiefase Resultaten pagina 3/9 Locatie Exploitatiefase Emissie Exploitatiefase Bron Sector Emissie NH3 Emissie NOx Bron 1 Wegverkeer exploitatiefase Wegverkeer | Binnen bebouwde kom < 1 kg/j < 1 kg/j Rx21DAgb1dbe (07 oktober 2021)Resultaten Referentiesituatie Exploitatiefase Resultaten pagina 4/9 Resultaten stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden (mol/ha/j) Natuurgebied Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen* De Wieden 0,01 0,01 0,00 - * Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.
Rx21DAgb1dbe (07 oktober 2021)Resultaten Referentiesituatie Exploitatiefase Resultaten pagina 5/9 Resultaten per habitattype (mol/ha/j) voor de 10 stikstofgevoelige Natura 2000- gebieden met het hoogste resultaat De Wieden Habitattype Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen* H7140B Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden) 0,02 0,02 0,00 - Lg08 Nat, matig voedselrijk grasland 0,02 0,02 0,00 - H9999:35 Habitattype onbekend/onzeker KDW op basis meest kritische relevante type (H7140B). 0,01 0,01 0,00 - * Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.
Rx21DAgb1dbe (07 oktober 2021)Resultaten Referentiesituatie Exploitatiefase Resultaten pagina 6/9 Emissie (per bron) Referentiesituatie Naam Bron 1 Wegverkeer referentiesituatie Locatie (X,Y) 196324, 522609 NOx < 1 kg/j NH3 < 1 kg/j Soort Voertuig Aantal voertuigen Stof Emissie Standaard Licht verkeer 9,0 / etmaal NOx NH3 < 1 kg/j < 1 kg/j Rx21DAgb1dbe (07 oktober 2021)Resultaten Referentiesituatie Exploitatiefase Resultaten pagina 7/9 Emissie (per bron) Exploitatiefase Naam Bron 1 Wegverkeer exploitatiefase Locatie (X,Y) 196324, 522609 NOx < 1 kg/j NH3 < 1 kg/j Soort Voertuig Aantal voertuigen Stof Emissie Standaard Licht verkeer 9,0 / etmaal NOx NH3 < 1 kg/j < 1 kg/j Rx21DAgb1dbe (07 oktober 2021)Resultaten Referentiesituatie Exploitatiefase Resultaten pagina 8/9 Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210713_c09c249ebe Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020 Rx21DAgb1dbe (07 oktober 2021)Resultaten Referentiesituatie Exploitatiefase Resultaten pagina 9/9 be stemmingsplan Sint Jansklooster - Oude Beulakerweg 6 Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek 56 Bijlagen toelichting (vastgesteld) Rapport Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 inclusief asbest NEN 5707 Oude Beulakerweg 6 te Sint-Jansklooster Rapport Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 inclusief asbest NEN 5707 Oude Beulakerweg 6 te Sint-Jansklooster Opdrachtgever: Mevr. J. Louwerse Projectnummer: BO214427/TB Datum: 30 september 2021 Status: Definitief Opgesteld door: T. Blok MSc Paraaf: Gecontroleerd door: J.J. Stolte MSc Paraaf: Verkennend bodemonderzoek inclusief asbest, Oude Beulakerweg 6 te Sint-Jansklooster, BO214427/TB 2 INHOUDSOPGAVE Pagina: 1 INLEIDING ................................................................................................................................................ 4 1.1 Aanleiding en doelstelling .........................................................................................................................
4 1.2 Opbouw rapport ....................................................................................................................................... 4 1.3 Verantwoording ........................................................................................................................................ 4 2 VOORONDERZOEK ................................................................................................................................... 6 2.1 Locatie specifieke gegevens ...................................................................................................................... 6 2.2 Bodemopbouw en geohydrologie ............................................................................................................ 6 3 ONDERZOEKSPROGRAMMA .................................................................................................................... 7 3.1 Onderzoeksstrategie ................................................................................................................................. 7 3.2 Veldwerk ................................................................................................................................................... 8 3.3 Geselecteerde monsters en analyses .......................................................................................................
8 4 RESULTATEN BODEMONDERZOEK ......................................................................................................... 10 4.1 Lokale bodemopbouw ............................................................................................................................ 10 4.2 Zintuiglijke waarnemingen ..................................................................................................................... 10 4.3 Veldmetingen grondwater ...................................................................................................................... 10 4.4 Analyseresultaten ................................................................................................................................... 11 4.4.1 Terminologie toetsing Wet Bodembescherming ............................................................................. 11 4.4.2 Uitwerking resultaten verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) .................................................. 11 4.4.3 Uitwerking resultaten verkennend bodemonderzoek asbest (NEN 5707) ....................................... 12 5 SAMENVATTING EN CONCLUSIES ...........................................................................................................
13 5.1 Samenvatting .......................................................................................................................................... 13 5.1.1 Aanleiding en doelstelling ............................................................................................................... 13 5.1.2 Interpretatie analyseresultaten verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) ................................... 13 5.1.3 Interpretatie analyseresultaten verkennend bodemonderzoek asbest (NEN 5707) ........................ 13 5.2 Conclusie ................................................................................................................................................. 13 Verkennend bodemonderzoek inclusief asbest, Oude Beulakerweg 6 te Sint-Jansklooster, BO214427/TB 3 TABELLEN Tabel 3.1 Overzicht veldwerkzaamheden en analyses NEN 5740/NEN 5707 ......................................................... 7 Tabel 3.2 Geselecteerde monsters & analyses grond en grondwater .................................................................... 8 Tabel 4.1 Zintuiglijke waarnemingen tijdens veldwerk ......................................................................................... 10 Tabel 4.2 Overzicht veldmetingen tijdens bemonstering grondwater .................................................................
10 Tabel 4.3 Toetsing analyses grond en grondwater aan de Wet bodembescherming ........................................... 11 Tabel 4.4 Asbestgehalte fractie < 20 mm .............................................................................................................. 12 BIJLAGEN Bijlage 1: Overzichtstekening onderzoekslocatie Bijlage 2: Boorprofielen Bijlage 3: Analysecertificaten Bijlage 4: Getoetste analyseresultaten en toetsingswaarden Bijlage 5: Toelichting toetsingskader Bijlage 6: Foto’s bodemonderzoek asbest Bijlage 7: Monsternemingsformulier Verkennend bodemonderzoek inclusief asbest, Oude Beulakerweg 6 te Sint-Jansklooster, BO214427/TB 4 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding en doelstelling In opdracht van Mevr. J. Louwerse heeft Mateboer Milieutechniek BV in september 2021 een verkennend bodemonderzoek inclusief asbest uitgevoerd ter plaatse van de Oude Beulakerweg 6 te Sint-Jansklooster. De aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek inclusief asbest betreft de voorgenomen nieuwbouw aan de Oude Beulakerweg 6 te Sint-Jansklooster. Doel van het verkennend bodemonderzoek is het bepalen van de algemene milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater). Doel van het verkennend onderzoek asbest in grond is bepalen of de grond asbesthoudend is of niet.
1.2 Opbouw rapport In het onderhavige rapport wordt verslag gedaan van het uitgevoerde bodemonderzoek en komen de volgende aspecten aan de orde: vooronderzoek (hoofdstuk 2); onderzoeksprogramma (hoofdstuk 3); resultaten (hoofdstuk 4); samenvatting en conclusies (hoofdstuk 5). 1.3 Verantwoording Dit rapport is uitsluitend samengesteld voor het gebruik door de opdrachtgever. De conclusies in dit rapport zijn alleen geldig binnen de context waarbinnen het onderzoek is uitgevoerd en het rapport is opgesteld. Het rapport is alleen geldig in originele en volledige vorm. Ieder ander dan de opdrachtgever, die het rapport gebruikt zonder specifieke referentie en schriftelijke toestemming van Mateboer Milieutechniek BV (MMT), doet dit op eigen risico. De conclusies zijn gebaseerd op de analyse van gegevens die door de opdrachtgever en derden zijn verstrekt. Wij nemen daarom geen verantwoording voor de gevolgen van fouten door verzuiming in informatie of factoren dan wel informatie die niet toegankelijk was voor MMT of die MMT niet heeft kunnen achterhalen in het normale verloop van het onderzoek. Opgemerkt wordt dat het verkennend bodemonderzoek gebaseerd is op het uitvoeren van een beperkt aantal boringen, berekend volgens de wettelijk gestelde richtlijnen.
Hierdoor blijft het mogelijk dat er afwijkingen in de kwaliteit van de bodem aanwezig zijn, die tijdens het bodemonderzoek niet geconstateerd zijn. Verder geeft een bodemonderzoek geen uitsluitsel over niet onderzochte stoffen en is een bodemonderzoek een momentopname. In de loop der tijd kan een eventuele verontreinigingssituatie zich wijzigen. Voor de eventueel hieruit voortvloeiende schade of gevolgen stelt MMT zich niet verantwoordelijk. Verkennend bodemonderzoek inclusief asbest, Oude Beulakerweg 6 te Sint-Jansklooster, BO214427/TB 5 De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat van de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 en conform protocollen 2001, 2002 en 2018. Het hierbij behorende procescertificaat en keurmerk van Mateboer Milieutechniek BV is van toepassing op het gehele proces van het veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, vanaf acceptatie tot aan de overdracht van de veldgegevens en monsters. Mateboer Milieutechniek BV is geen eigenaar van het onderzochte terrein en heeft buiten de opdracht juridisch, financieel, personeel of op andere wijze geen verbintenis met de opdrachtgever. Verkennend bodemonderzoek inclusief asbest, Oude Beulakerweg 6 te Sint-Jansklooster, BO214427/TB 6 2 VOORONDERZOEK 2.1 Locatie specifieke gegevens Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A (paragraaf 6.2.1 van de NEN 5725).
(Bron: informatie offerteaanvraag d.d. 31 augustus 2021, Omgevingsrapportage provincie Overijssel d.d. 2 september 2021 en veldwerk d.d. 16 september 2021) De onderzoekslocatie is gelegen aan de Oude-Beulakerweg 6 te Sint-Jansklooster. Het perceel heeft een oppervlakte van circa 730 m² en is kadastraal bekend als perceel VLH00-D-1156 en 1157. Op de locatie staat momenteel een schuur. De rest van de locatie is braakliggend. Volgens de omgevingsrapportage van de provincie Overijssel zijn binnen een straal van 25 meter rondom de onderzoekslocatie geen bodemonderzoeken uitgevoerd. Echter is in 2008 een verkennend bodemonderzoek (Mateboer Milieutechniek BV, 082084/PK, 10 juni 2008) op het perceel uitgevoerd. Tijdens het bodemonderzoek zijn in de boven en ondergrond bijmengingen met puin waargenomen. Verder zijn in de grond achtergrondwaarde overschrijdingen met zink en PAK aangetoond. In het grondwater zijn geen verhoogde concentraties aangetoond. Volgens de website topotijdreis.nl is de Oude-Beulakerweg meer dan 100 jaar geleden aangelegd. De schuur op de onderzoekslocatie is in 2017 gebouwd. Tijdens het veldwerk zijn geen bijzonderheden waargenomen. 2.2 Bodemopbouw en geohydrologie (Bron: Dinoloket) De bodemopbouw bestaat vanaf het maaiveld tot 1 m -mv. uit matig fijn tot fijn zand (formatie van Boxtel). Daaronder is tot 5 m -mv. grof zand aanwezig (formatie van Drente).
Van 5 tot 13 m -mv. bestaat de bodem uit fijn zand (formatie van Drachten). Rondom de onderzoekslocatie zijn geen antropogene activiteiten bekend die de natuurlijke grondwaterstand kunnen beïnvloeden. Verkennend bodemonderzoek inclusief asbest, Oude Beulakerweg 6 te Sint-Jansklooster, BO214427/TB 7 3 ONDERZOEKSPROGRAMMA 3.1 Onderzoeksstrategie Bij het opstellen van de onderzoeksstrategie is uitgegaan van de hierboven vermelde gegevens alsmede de normen: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5725, januari 2017); Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond (Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5740 (nl), januari 2009); Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en grond (Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5740/A1 (nl), februari 2016); Bodem – Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem, (Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5707+C2, december 2017).
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Op basis van de huidige beschikbare informatie is voor de gehele locatie een onderzoeksstrategie op basis van de NEN 5740/A1 voor een “onverdachte niet-lijnvormige locatie” (paragraaf 5.1 (ONV-NL)) als doelmatig beschouwd voor het bepalen van de actuele bodemkwaliteit. Verkennend onderzoek asbest NEN 5707 In verband met het waarnemen van bijmengingen met puin tijdens voorgaand onderzoek is het verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 aangevuld met een verkennend onderzoek naar asbest in de grond conform NEN 5707. Voor het verkennend onderzoek asbest (conform NEN 5707) wordt de hypothese verdacht gesteld en wordt de onderzoeksstrategie zoals beschreven in paragraaf 6.4.5 (diffuus belaste locatie met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging op schaal van monsterneming) van de NEN 5707 als uitgangspunt gebruikt voor het onderzoek naar het voorkomen van asbest in de bodem. De verrichte werkzaamheden zijn verder uitgewerkt in tabel 3.1. Tabel 3.1 Overzicht veldwerkzaamheden en analyses NEN 5740/NEN 5707 Veldwerk (boringen) Chemische analyses NEN 5740 / NEN 5898 onderzoekslocatie (oppervlakte) gat 0,3x0,3x0,5 m (lxbxd) boring tot 0,5 m –mv boring tot 2,0 m –mv boringen met peilbuis bovengrond ondergrond grondwater Verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) Gehele onderzoekslocatie (ca.
380 m²) - 4 1 1 1 x NEN 5740 1 x NEN 5740 1 x NEN 5740 Verkennend onderzoek asbest (NEN 5707) Gehele onderzoekslocatie (ca. 380 m²) 5 - 1 - 1 x NEN 5898 grond - NEN 5740-grond: □ zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb, Zn) □ PCB’s □ minerale olie (GC) □ PAK -VROM NEN 5740-water: □ zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb, Zn) □ btexn □ vluchge organische halogeenverbindingen □ vinylchloride □ minerale olie Veldmetingen in het grondwater: □ zuurgraad (pH) □ elektrisch geleidingsvermogen (EC); □ temperatuur (°C) □ troebelheid (NTU). Verkennend bodemonderzoek inclusief asbest, Oude Beulakerweg 6 te Sint-Jansklooster, BO214427/TB 8 Van de mengmonsters van de grond zijn tevens het humus- en lutumgehalte bepaald in het laboratorium. Het grondwater is conform protocol minimaal 1 week na plaatsing van de peilbuis bemonsterd. 3.2 Veldwerk Verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) Het veldwerk is op 16 september uitgevoerd conform de SIKB BRL 2000 en protocol 2001 door gecertificeerd monsternemer de heer M. Zunnenberg en de heer R. van Bruggen van Mateboer Milieutechniek BV. De peilbuis is direct na plaatsing goed afgepompt en vervolgens op 23 september 2021 conform de SIKB BRL 2000 en protocol 2002 bemonsterd door gecertificeerd monsternemer de heer R. van Bruggen van Mateboer Milieutechniek BV.
In het veld is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op verontreinigingskenmerken zoals kleur, olie op water reactie en bodemvreemde bijmengingen (zoals bijv. asbest). De grond is maximaal per halve meter en per zintuiglijk afwijkende bodemlaag bemonsterd. Verkennend onderzoek asbest in grond (NEN 5707) De veldwerkzaamheden met betrekking tot het verkennend onderzoek naar asbest in de bodem (incl. maaiveldinspectie) zijn eveneens uitgevoerd op 16 september 2021 door gecertificeerd monsternemer de heer M. Zunnenberg en de heer R. van Bruggen van Mateboer Milieutechniek BV. Voor het verkennend onderzoek asbest is een visuele inspectie van de contactzone (0,0 – 0,5 m –mv.) en de ondergrond uitgevoerd. De opgegraven grond is op de locatie geïnspecteerd. De grond is hiervoor uitgespreid in lagen van ca. 2 cm dikte en visueel onderzocht. De bodemopbouw op de onderzoekslocatie is weergegeven in paragraaf 4.1. In bijlage 1 is een situatietekening opgenomen met daarop de ligging van de boringen, inspectiegaten, en peilbuis weergegeven. In bijlage 2 zijn de boorprofielen van de afzonderlijke boringen/inspectiegaten opgenomen. 3.3 Geselecteerde monsters en analyses Na uitvoering van het veldwerk zijn, mede op basis van de zintuiglijke waarnemingen in het veld, een aantal (meng)monsters geselecteerd voor chemisch analytisch onderzoek in het milieulaboratorium.
In tabel 3.2 zijn de geselecteerde (meng)monsters en analyses van grond en grondwater weergegeven. Tabel 3.2 Geselecteerde monsters & analyses grond en grondwater Code Zintuiglijk Interval (m –mv.) Monsters Analyse Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Grond MM01 Bovengrond, klei/ zwak betonhoudend, brokken baksteen, resten beton 0,00 - 0,50 01 (0,00 - 0,50) 03 (0,00 - 0,50) 04 (0,00 - 0,50) 05 (0,00 - 0,50) 06 (0,00 - 0,50) NEN 5740-grond lutum & humus Verkennend bodemonderzoek inclusief asbest, Oude Beulakerweg 6 te Sint-Jansklooster, BO214427/TB 9 MM02 Ondergrond, veen/ resten baksteen 0,50 - 2,00 01 (0,70 - 1,00) 01 (1,00 - 1,50) 02 (0,50 - 1,20) 02 (1,20 - 1,50) 02 (1,50 - 2,00) NEN 5740-grond lutum & humus Grondwater Pb 01 Grondwater/ zintuiglijk schoon 2,0 – 3,0 (peilfilter) 01-1-1 NEN 5740- grondwater Verkennend bodemonderzoek asbest NEN 5707 AS1 Bovengrond (actuele contactzone), klei/ zwak betonhoudend, brokken baksteen, resten beton 0,00 - 0,50 02 (0,00 - 0,50) 03 (0,00 - 0,50) 04 (0,00 - 0,50) 05 (0,00 - 0,50) 06 (0,00 - 0,50) NEN 5898-grond NEN 5740-grond: □ zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb, Zn) □ PCB’s □ minerale olie (GC) □ PAK -VROM NEN 5740-water: □ zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb, Zn) □ btexn □ vluchge organische halogeenverbindingen □ vinylchloride □ minerale olie Veldmetingen in het grondwater: □ zuurgraad (pH) □ elektrisch
geleidingsvermogen (EC); □ temperatuur (°C) □ troebelheid (NTU). De liggingen van de boorpunten, inspectiegaten en peilbuis zijn weergegeven op de tekening in bijlage 1. De laboratoriumanalyses zijn uitgevoerd door het conform NEN-EN-ISO 14001: 2015-TÜV gecertificeerd en RvA-Testen geaccrediteerde laboratorium van Analytico te Barneveld. Verkennend bodemonderzoek inclusief asbest, Oude Beulakerweg 6 te Sint-Jansklooster, BO214427/TB 10 4 RESULTATEN BODEMONDERZOEK 4.1 Lokale bodemopbouw Ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie is vanaf het maaiveld tot 0,7 m -mv. sterk zandige, matig humeuse klei aanwezig. Vanaf 0,7 – 1,8 à 2,0 m -mv. is sterk kleiige veen aanwezig. Vanaf 1,8 à 2,0 m -mv. is tot de maximale boordiepte van 3,0 m – mv. matig fijn, zwak siltig zand aanwezig. De geschematiseerde boorprofielen (overeenkomstig de NEN 5104) van de afzonderlijke boringen zijn weergegeven in bijlage 2. 4.2 Zintuiglijke waarnemingen In onderstaande tabel 4.1 zijn de zintuiglijke waarnemingen weergegeven, welke zijn gedaan in de opgeboorde grond.
Tabel 4.1 Zintuiglijke waarnemingen tijdens veldwerk Boring Traject (m -mv) Zintuiglijke waarnemingen 01 0,00 - 0,70 resten baksteen 02 0,70 - 2,00 resten baksteen 03 0,00 - 0,50 zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend 04 0,00 - 0,50 resten baksteen, resten beton 05 0,00 - 0,50 zwak betonhoudend, brokken baksteen 06 0,00 - 0,50 resten beton Verder zijn in het opgeboorde bodemmateriaal geen waarnemingen gedaan (inclusief asbest) die kunnen duiden op een mogelijke bodemverontreiniging ter plaatse. De inspectie-efficiëntie van het maaiveld van het terrein wordt geschat op 90-100%. De locatie is systematisch geïnspecteerd (raaien van 1,5 m gelopen, haaks op elkaar). Tijdens het veldwerk zijn gen asbestverdachte materialen >20 mm waargenomen. 4.3 Veldmetingen grondwater De resultaten van de veldmetingen tijdens de bemonstering van het grondwater (uitgevoerd 23 september 2021) zijn verwerkt in tabel 4.2.
Tabel 4.2 Overzicht veldmetingen tijdens bemonstering grondwater Peilbuis Filterdiepte (m -mv) Grondwaterstand (m -mv) pH (-) EC (µS/cm) Troebelheid (NTU) Temperatuur (oC) Pb 01 2,0 – 3,0 1,00 6,3 540 16,9 14,9 Grondwaterstand = grondwaterstand in peilbuis (in meter minus maaiveld) pH = zuurgraad (eenheidloos) Ec = elektrische geleidbaarheid (in microSiemens per centimeter) Troebelheid in NTU Temperatuur in graden celsius De gemeten waarden hoeven niet als afwijkend te worden beschouwd voor het plaatselijke bodemtype. Verkennend bodemonderzoek inclusief asbest, Oude Beulakerweg 6 te Sint-Jansklooster, BO214427/TB 11 De norm voor het bemonsteren van grondwater geeft aan dat bij een troebelheid tussen 0 en 10 NTU aangenomen kan worden dat er geen probleem is met gronddeeltjes in het grondwater die de analyseresultaten kunnen verstoren. Een duidelijk hogere troebelheid kan reden zijn voor herbemonstering. Gezien het feit dat geen verhoogde concentraties zijn aangetoond in het grondwater, wordt het niet zinvol geacht het grondwater met betrekking tot de NTU-waarden opnieuw te bemonsteren. 4.4 Analyseresultaten 4.4.1 Terminologie toetsing Wet Bodembescherming Verkennend bodemonderzoek De analyseresultaten zijn beoordeeld aan de hand van het toetsingskader van VROM (Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatscourant 27 juni 2013, jaargang 2013, nummer 16675).
In bijlage 3 zijn de analyseresultaten weergegeven. In bijlage 4 zijn de getoetste analyseresultaten weergegeven. Voor een toelichting op het momenteel gehanteerde toetsingskader wordt verwezen naar bijlage 5. Bij het interpreteren van de analyseresultaten (zie ook bijlage 4) is de volgende terminologie gehanteerd: Index ≤ 0 het gestandaardiseerde gemeten gehalte is niet verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde/streefwaarde. Het gehalte is kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde/streefwaarde; 0 > Index ≤ 1 er is sprake van een overschrijding van de achtergrondwaarde/streefwaarde (of de detectiegrens, indien deze hoger is). Het gestandaardiseerde gemeten gehalte is kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde; Index > 1 er is sprake van een overschrijding van de interventiewaarde. Verkennend onderzoek asbest De analyseresultaten zijn beoordeeld aan de hand van het toetsingskader van VROM (Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatscourant 27 juni 2013, jaargang 2013, nummer 16675). Hierin is aangegeven dat de interventiewaarde bodemsanering asbest op 100 mg/kg ds gewogen (serpentijn- asbestconcentratie vermeerderd met tien maal de amfibool-asbestconcentratie) is bepaald. Om te bepalen of een nader onderzoek asbest noodzakelijk is, is tijdens het verkennend onderzoek asbest getoetst aan 0,5 x interventiewaarde (= 50 mg/kg d.s.
aan gewogen asbest ) uit de NEN 5707. 4.4.2 Uitwerking resultaten verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) Voor de volledigheid dient te worden vermeld dat bij chemische analyse van mengmonsters de gehalten bij de afzonderlijke analyse van de individuele deelmonsters zowel hoger als lager kunnen uitvallen. De getoetste analyseresultaten zijn weergegeven in tabel 4.3. Tabel 4.3 Toetsing analyses grond en grondwater aan de Wet bodembescherming Code Zintuiglijk Interval (m –mv.) Monsters Analyse >AW/S (index) > I (index) Grond MM01 Bovengrond, klei/ zwak betonhoudend, brokken baksteen, resten beton 0,00 - 0,50 01 (0,00 - 0,50) 03 (0,00 - 0,50) 04 (0,00 - 0,50) 05 (0,00 - 0,50) 06 (0,00 - 0,50) NEN 5740-grond lutum & humus - - Verkennend bodemonderzoek inclusief asbest, Oude Beulakerweg 6 te Sint-Jansklooster, BO214427/TB 12 MM02 Ondergrond, veen/ resten baksteen 0,50 - 2,00 01 (0,70 - 1,00) 01 (1,00 - 1,50) 02 (0,50 - 1,20) 02 (1,20 - 1,50) 02 (1,50 - 2,00) NEN 5740-grond lutum & humus Kwik (-) Lood (0,04) PAK (0,04) - Grondwater Pb 01 Grondwater/ zintuiglijk schoon 2,0 – 3,0 (peilfilter) 01-1-1 NEN 5740- grondwater - - 4.4.3 Uitwerking resultaten verkennend bodemonderzoek asbest (NEN 5707) • Fractie asbest < 20 mm In tabel 4.4 zijn de getoetste analyseresultaten van het verkennend bodemonderzoek naar asbest weergegeven.
Voor het verkennend bodemonderzoek asbest in grond (NEN 5707) bestaan de mengmonsters uit 20 grepen van minimaal 0,5 kg droge stof, deze zijn in het laboratorium geanalyseerd conform NEN 5898 ter bepaling van het fijne asbest (fractie < 20 mm). Het gewogen asbestgehalte wordt bepaald door het gehalte aan serpentijnasbest te vermeerderen met 10-maal het gehalte aan amfiboolasbest. Tabel 4.4 Asbestgehalte fractie < 20 mm Monster Inspectiegat afmeting (meter) (lxbxd) totaalge wicht monster (kg) gewicht na droging (kg) gehalte serpentijn asbest (mg/kg d.s.) gehalte amfibool asbest (mg/kg d.s.) gehalte asbest gewogen (mg/kg d.s.) Bovengrens 95% betrouwbaar- heidsinterval AS1 02 (0,33x0,35x(0,00-0,50)) 03 (0,31x0,33x(0,00-0,50)) 04 (0,32x0,33x(0,00-0,50)) 05 (0,34x0,33x(0,00-0,50)) 06 (0,30x0,30x(0,00-0,50)) 13,25 10,75 14,0 0,0 14,0 17,0 Fractie asbest > 20 mm Tijdens het veldwerk zijn geen asbestverdachte materialen >20 mm waargenomen. Totaal asbest in grond In asbestmonster AS1 is 14 mg/kg ds asbest in de grond aangetoond. In onderhavig geval hebben geen correcties plaatsgevonden op basis van grond of andere materialen welke zijn achtergebleven op de zeef (> 20 mm) in het veld. Voor de het monsternemingsformulier wordt verwezen naar bijlage 7De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3. Voor de foto’s van het uitgevoerde asbest onderzoek wordt verwezen naar bijlage 6.
Verkennend bodemonderzoek inclusief asbest, Oude Beulakerweg 6 te Sint-Jansklooster, BO214427/TB 13 5 SAMENVATTING EN CONCLUSIES 5.1 Samenvatting 5.1.1 Aanleiding en doelstelling In opdracht van Mevr. J. Louwerse heeft Mateboer Milieutechniek BV in september 2021 een verkennend bodemonderzoek inclusief asbest uitgevoerd ter plaatse van de Oude Beulakerweg 6 te Sint-Jansklooster. De aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek inclusief asbest betreft de voorgenomen nieuwbouw aan de Oude Beulakerweg 6 te Sint-Jansklooster. Doel van het verkennend bodemonderzoek is het bepalen van de algemene milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater). Doel van het verkennend onderzoek asbest in grond is bepalen of de grond asbesthoudend is of niet. 5.1.2 Interpretatie analyseresultaten verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) In mengmonster MM02 (traject: 0,5 – 2,0 m –mv.) zijn achtergrondwaarde overschrijdingen met kwik, lood en PAK aangetoond. In mengmonster MM01 (traject: 0,0 – 0,5 m -mv.) zijn geen verhoogde gehalten aan onderzochte componenten aangetoond. In het grondwater van peilbuis 01 (filter: 2,0 – 3,0 m –mv.) zijn geen verhoogde concentraties aan onderzochte componenten aangetoond. 5.1.3 Interpretatie analyseresultaten verkennend bodemonderzoek asbest (NEN 5707) Ter plaatse van de onderzoekslocatie is 14 mg/kg ds asbest in de grond aangetoond.
Dit gehalte overschrijdt de norm voor nader onderzoek niet. 5.2 Conclusie De kwaliteit van de bodem ter plaatse van de Oude Beulakerweg 6 te Sint-Jansklooster is met behulp van het verkennend bodemonderzoek voldoende vastgesteld. In de grond zijn verhoogde gehalten aan kwik, lood en PAK aangetoond. Deze gehalten zijn vermoedelijk te relateren aan de bijmenging met baksteen ter plaatse. Ter plaatse van de onderzoekslocatie is 14 mg/kg ds asbest in de grond aangetoond. Dit gehalte overschrijdt de norm voor nader onderzoek niet. Voor wat betreft de overschrijdingen van de achtergrondwaarde in de grond zijn er, ten aanzien van de kwaliteit van de bodem, op basis van de Wet Bodembescherming geen aanvullende maatregelen noodzakelijk. Mateboer Milieutechniek BV 30 september 2021 Verkennend bodemonderzoek inclusief asbest, Oude Beulakerweg 6 te Sint-Jansklooster, BO214427/TB Bijlage 1: Overzichtstekening onderzoekslocatie Zwolle - Kampen - Almere - Joure VO+asb Projectnummer: Projectleider: Product: Tekenaar: Datum: Schaal (A3): Opdrachtgever: BO214427 TB VO+asb KRV 23 september 2021 1:500 Boes + Kok B.V. Overzichtstekening met boringen Oude Beulakerweg 6 te Sint-Jansklooster Onderzoekslocatie Boorpunten boring 0,5 m -mv. boring 1,5 m -mv.
peilbuis inspectiegat Legenda Verkennend bodemonderzoek inclusief asbest, Oude Beulakerweg 6 te Sint-Jansklooster, BO214427/TB Bijlage 2: Boorprofielen Boorprofielen Getekend volgens NEN 5104 Projectcode: BO214427 Projectnaam: Sint Jansklooster, Oude beulakerweg 6 Pagina: 1 / 2 Schaal boorprofiel: 1: 30 Boring: 01 Datum: 15-9-2021 Boormeester Ronald van Bruggen 0 50 100 150 200 250 300 1 - 0539025603X 2 - 0539025614Z 3 - 0539025639% 4 - 0539025615- 5 - 0539025616. 6 - 0539025608 7 - 0539025643. 8 - 0539025617 braak0 Klei, sterk zandig, matig humeus, resten baksteen, donker grijsbruin, Edelmanboor 70 Veen, donkerbruin, Edelmanboor 100 Veen, lichtbruin, Edelmanboor 180 Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor 230 Zand, matig fijn, zwak siltig, brokken leem, licht grijsbruin, Edelmanboor 300 Boring: 02 Datum: 15-9-2021 Boormeester Ronald van Bruggen Lengte: 0,33 Breedte: 0,35 0 50 100 150 200 1 - 0539025650Z AS1 - 1683227MG 2 - 0539025641Z 3 - 0539025645$ 4 - 0539024512V braak0 Klei, sterk zandig, matig humeus, donker grijsbruin, Graven 70 Veen, sterk kleiïg, resten baksteen, donker grijsbruin, Edelmanboor 200 Boring: 03 Datum: 15-9-2021 Boormeester Ronald van Bruggen Lengte: 0,31 Breedte: 0,33 0 50 1 - 0539025655/ AS1 - 1683227MG braak0 Klei, sterk zandig, matig humeus, zwak baksteenhoudend , zwak betonhoudend, donker grijsbruin, Graven 50 Boring: 04 Datum: