Bestemmingsplan ontwerp
Tekst van het document
Vollenhoofsedijk 2 te Blokzijl ontwerp marchitecten.nl 8 De inrichting van het erf, waaronder de erfverhardingen en de beplanting zijn vrij in te delen, maar dient aan te sluiten bij de structuur van het gebied. Deze blijven ongewijzigd. De parkeerplaatsen welke worden toegevoegd komen op bestaand verhard terrein. Door de bestemming (deels) te wijzigingen naar recreatie wordt de bestemming omgezet naar het huidige gebruik en zijn er mogelijkheden om het bedrijf verder te ontwikkelen. In bijlage 1 en 2 van de toelichting zijn de bestaande en gewijzigde situatie opgenomen , waarin de geplande ontwikkelingen staan weergegeven op een kaart. Door het realiseren van recreatieappartementen wordt er een ander vorm van recreatie mogelijk, hierdoor kan diegene die iets luxer wil recreëren verblijven in een landelijke omgeving. Ten aanzien van de verkeersveiligheid en het straatbeeld zal er geen aanpassing zijn. De beoogde appartementen worden opgenomen in de bestaande schuur, hierin zullen ramen en deuren worden opgenomen. De overige veranderingen zijn intern. 2.2 Kader Zoals in hoofdstuk 1.4 al is beschreven valt het plangebied onder de regels van het bestemmingsplan Beheersverordening Buitengebied Steenwijkerland 2014 . Het plangebied heeft de bestemming Agrarisch - Agrarisch bedrijf 1 en waarde - Archeologie 1.
Daarnaast is er een correctieve herziening beheersverordening Buitengebied (vastgesteld 25 mei 2021) van toepassing. Dit bestemmingsplan voorziet o.a. in een aanvulling van de bouw - en gebruiksregels van de bestemmingsplannen ten aanzien van wonen. Ook is er een project omgevingsvergunning afgegeven t.b.v. het uitbreiden van de mini camping. Dit plan voorziet in een bestemmingswijziging om de reeds aanwezige recreatiefunctie mogelijk te maken. De bestemming ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf 1 ’ wordt hierbij gewijzigd naar de bestemming ‘recreatie ten behoeve van de bestaande camping en de 6 recreatieappartementen. 2.3 Landschappelijke inpassing Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het van belang dat de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving niet verloren gaat maar, indien mogelijk, juist wordt versterkt. Tevens is vanuit het ruimtelijke beleid een goede landschappelijke inpassing een vereiste. Het bestaande gebruik wordt niet aangepast. De aanwezige schuur zal worden gerenoveerd en worden aangepast naar recreatieappartementen. Hierdoor ontstaat er een verbetering van de uitstraling van het pand. Daarnaast is het pand ver van de weg gelegen. Vollenhoofsedijk 2 te Blokzijl ontwerp marchitecten.nl 9 Hoofdstuk 3 Beleidskader Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks -, provinciaal- en gemeentelijk beleid.
Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk - en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de Mobiliteits Aanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): • Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; • Het verbeteren, in standhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; • Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De borging van de uitspraken uit de SVIR heeft in juridische zin plaatsgevonden in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Deze is op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro zijn de verschillende nationale belangen vastgelegd die doorwerking moeten krijgen bij lagere overheden. Het gaat om de volgende nationale belangen: rijksvaarwegen, project Mainportontwikkeling Rotterdam, kustfundament, grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, defensie, Ecologische Hoofdstructuur, erfgoederen van universele waarden, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied. 3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Vollenhoofsedijk 2 te Blokzijl ontwerp marchitecten.nl 10 3.2 Provinciaal beleid De Omgevingsvisie Overijssel is opgesteld om ervoor te zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Daarbij hoort een Omgevingsverordening.
De Omgevingsverordening regelt dat wat nodig is in het belang van de Omgevingsvisie Overijssel. De omgevingsvisie Overijssel en Omgevingsverordening zijn beide geactualiseerd in 2022 en vastgesteld op 16-11-2022. 3.2.1 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Overijssel In de omgevingsvisie Overijssel kent een aantal delen, thema’s en ambities. Hierbij zijn de thema’s, of rode draden: duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit. De provincie hanteert de volgende definitie van duurzaamheid: ‘duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien.’ Ruimtelijke kwaliteit definieert de provincie als: ‘datgene wat ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is.’ Ruimtelijke kwaliteit gaat voor de provincie dus niet zozeer over ‘mooi’, maar vooral over ‘goed’: functioneel, mooi en toekomstbestendig. Deze benadering van ruimtelijke kwaliteit is in overeenstemming met de gangbare definitie.
Deze is een optelsom van: • gebruikswaarde: functionaliteit, bereikbaarheid, toegankelijkheid, nut en noodzaak van een initiatief dat ontwikkeld wordt; • belevingswaarde: beeldkwaliteit, het ‘mooie’, de identiteit van een gebied, het gevoel van (toekomstige) gebruikers en bewoners; • toekomstwaarde: het vermogen om ruimtelijke gevolgen van veranderende omstandigheden op te vangen (flexibiliteit, beheerbaarheid). De ambitie van Overijssel is om een vitale samenleving tot ontplooiing te laten komen in een mooi landschap. Een samenleving, waarin alle Overijsselaars zich thuis voelen en participeren. Met bloeiende steden als motoren voor cultuur en werkgelegenheid, ingebed in een landschap, waarin wonen, natuur, landbouw en water elkaar versterken. Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarische cultuurlandschap, stedelijke laag en lust - en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De kwaliteitsopgaven en voorwaarden op basis van gebiedskenmerken, kunnen te maken hebben met landschappelijke inpassing, infrastructuur, milieuaspecten, bodemaspecten, cultuurhistorie, toeristische en recreatieve aantrekkingskracht, natuur en water. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend.
3.2.2 Toetsing aan het provinciaal beleid Geconcludeerd wordt dat het provinciaal beleid de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg staat Vollenhoofsedijk 2 te Blokzijl ontwerp marchitecten.nl 11 3.3 Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid bestaat uit een omgevingsvisie (Omgevingsvisie 2017 ) en een recreatievisie (Perspectief Bestemming Weerribben-Wieden 2025). 3.3.1 Omgevingsvisie 2017 De Omgevingsvisie richt zich op de fysieke omgeving: de ruimte waarin bewoners, bezoekers, instellingen en ondernemingen van de gemeente zich bevinden en het leefgebied van mensen, planten en dieren. De gemeente Steenwijkerland wil met de Omgevingsvisie de omgevingskwaliteit van Steenwijkerland naar een hoger plan tillen. Omgevingskwaliteit wordt gedefinieerd als de integrale kwaliteit van ruimtes; het gaat er niet alleen om hoe deze ruimtes eruitzien, maar ook waartoe en op welke manier ze functioneren, hoe ze gebruikt worden en hoe de (functies van de) ruimtes met elkaar samenhangen en bijdragen aan het beter functioneren van de samenleving. Toets voorgenomen ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het wijzigen van de bestemming van agrarisch naar recreatie en de verbouw van een bestaand pand naar recreatieappartementen. De bestemming wordt hiermee afgestemd op het daadwerkelijke gebruik, hierbij vindt er dus geen ruimtelijke wijziging plaats.
Door het bestaande pand te verbouwen naar recreatieappartementen wordt er kwaliteit en leefbaarheid toegevoegd aan de omgeving. De voorgenomen ontwikkeling levert op die manier een bijdrage aan de omgevingskwaliteit van Steenwijkerland. 3.3.2 Perspectief Bestemming Weerribben-Wieden 2025 De recreatievisie richt zich op de balans tussen economie, ecologie en leefbaarheid. In de visie wordt beschreven hoe de kansen die toerisme en recreatie bieden kunnen worden gepakt. En hoe kan worden bijgedragen aan de oplossing van knelpunten en het voorkomen van overlast door bezoekersstromen. Met de visie willen men een duurzame en gebalanceerde ontwikkeling van toerisme en recreatie op gang brengen en zorgen voor een balans tussen economie, ecologie en leefbaarheid. Toerisme en recreatie geven de mogelijkheid om welvaart en welzijn voor inwoners (de meeste recreatieondernemers vallen hier ook onder) te realiseren. Toets voorgenomen ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling sluit aan op de visie, door de kleinschaligheid is er geen negatief effect voor ecologie en versterkt het de economie en leefbaarheid. 3.3.3 Nadere beleidsregels Minicampings Steenwijkerland 2017 De gemeente heeft nadere beleidsregels Minicampings Steenwijkerland in januari 2017 opgesteld, hierin is het aantal kampeerplaatsen van 750 stuks vastgesteld voor de minicampings.
Ook staat hierin genoemd dat het aantal plaatsen per minicamping 20 stuks mag zijn. 3.3.4 Toetsing aan het gemeentelijk beleid De gemeente heeft aangegeven in principeakkoord te gaan met voorgenoemde ontwikkeling. Vollenhoofsedijk 2 te Blokzijl ontwerp marchitecten.nl 12 Hoofdstuk 4 Ruimtelijke en milieuaspecten Met de voorbereiding van het onderhavige bestemmingsplan dient te worden nagegaan welke bronnen in of nabij het plangebied een belemmering kunnen vormen. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de verschillende elementen die een rol kunnen spelen en wordt aangegeven welke consequenties deze hebben. 4.1 Cultuurhistorie/archeologie Het verdrag van Malta regelt de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Nederland heeft dit verdrag in 1992 ondertekend en in 1998 geratificeerd. Het Verdrag van Malta (ook wel Verdrag van Valletta genoemd) is geïmplementeerd in de Monumentenwet. De wet op de archeologische monumentenzorg is in april 2006 door de Tweede Kamer aangenomen en in december van dat jaar door de Eerste Kamer bekrachtigd. Op 1 september 2007 is de wet als onderdeel van de monumentenwet in werking getreden. Het belangrijkste doel is de bescherming van het archeologische materiaal in de bodem (in situ) omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering.
Het is verplicht om in nieuwe bestemmingsplannen rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologisch waarden. Om te bepalen of er archeologisch onderzoek nodig is heeft de provincie de Cultuurhistorische Waardenkaart gemaakt. Deze bestaat uit een aantal onderdelen (waardering, aardkunde, archeologie, gebouwd erfgoed, historisch cultuurlandschap, immaterieel erfgoed, canon van Overijssel) Waardering Het gebied valt onder het Veen - en zeekleilandschap (peridode volle en late middeleeuwen) , hieraan wordt een hoge waardering gegeven. Daarnaast valt het gebied onder de ruilverkaveling (periode nieuwste tijd) , hieraan wordt ook een hoge waardering gegeven. Belangrijke kenmerken zijn open landschap, strokenverkaveling, lintvormige bebouwing, herverkaveling, rationeel, landbouw, dijken en doorbraakkolken. Dit is goed terug te zien in het landschap. Aardkunde Het gebied valt onder het gebied doorbraakwaaier: Landvormen die zijn ontstaan door fluviatiele processen (door erosie of afzetting van materiaal door rivierwater) (m.u.v. de fluviatiele vormen die ontstaan zijn onder (peri)glaciale omstandigheden) en dekzandrug: Eolisch: Landvormen die zijn ontstaan door eolische processen (door erosie of afzetting van materiaal door de wind) . Archeologie Voor het doorbraakwaaier gebied is de archeologische verwachting middelhoog en voor het dekzandrug is de verwachting hoog.
Gebouwd erfgoed Er zijn voor het gebied geen objecten die vallen onder het gebouwd erfgoed. Historisch cultuurlandschap De Vollenhoofsedijk is onderdeel van het dijkenstelsel en valt onder de Zuiderzeedijk. Het plangebied valt hier verder buiten. Conclusie Het voorgenomen plan betreft een interne verbouwing (van kleine omvang) en het wijzigen van de bestemming naar het huidige gebruik, waarbij er geen aanpassingen worden gedaan. Met uitzondering van het aanleggen van parkeervlakken, deze komen op een deels verhard stuk. Hierbij zal er niet dieper dan 30cm worden ontgraven. Dit blijft onder de grens van 50cm. Het aspect archeologie en cultuurhistorie geeft geen beperkingen voor het plan. Vollenhoofsedijk 2 te Blokzijl ontwerp marchitecten.nl 13 4.2 Bodem Het perceel is bebouwd geweest. Dit heeft mogelijk gevolgen gehad op de kwaliteit van de bodem. Omdat het huidige gebruik niet aangepast wordt en er een interne verbouwing plaatsvindt is onzes inziens een verkennend bodemonderzoek niet direct noodzakelijk. Mocht dit wel verreist zijn dan zal dit worden uitgevoerd op aanwijs van het bevoegd gezag. Conclusie Gelet op het bovenstaande vormt het aspect bodem verder geen belemmering voor het voorliggende plan. 4.3 Ecologie Er kunnen mogelijk beschermde plant - en diersoorten in het plangebied aanwezig zijn . Hiervoor kan een ecologische quickscan worden uitgevoerd.
Omdat het huidige gebruik niet aangepast wordt en er een interne verbouwing plaatsvindt is onzes inziens een ecologische quickscan niet direct noodzakelijk. Mocht dit wel verreist zijn dan zal dit worden uitgevoerd op aanwijs van het bevoegd gezag. Stikstof Om inzicht te krijgen in de effecten op naastgelegen Natura 20 00 gebieden is er een stikstof berekening gemaakt doormiddel van de rekentool AERIUS. Hierbij zijn er 3 scenario’s berekend, uitbreiding naar 30, 40 en 50 kampeerplaatsen. De natuurgebieden De Wieden, Weerribben en Zwarte Meer zijn dichtbijgelegen. Uit de berekening blijkt dat er geen gevolgen zijn voor de omliggende natuurgebieden. CONCLUSIE Het aspect ecologie geeft geen beperkingen voor het plan. Het stikstofrapport is bijgevoegd als bijlage 3. 4.4 Geluid De Wet geluidhinder (Wgh) heeft tot doel de mensen te beschermen tegen geluidsoverlast. Op basis van deze wet dient bij het opstellen van een bestemmingsplan aandacht te worden besteed aan het aspect 'geluid'. In de Wet geluidhinder is een zonering van industrieterreinen, wegen en spoorwegen geregeld. Enerzijds betekent dit dat (geluids)eisen worden gesteld aan de milieubelastende functies, anderzijds betekent dit dat beperkingen worden opgelegd aan milieugevoelige functies.
Conclusie Omdat een camping/recreatiebestemming geen geluidsgevoelig object is in het kader van de Wet geluidhinder is verder onderzoek niet noodzakelijk. Daarnaast is het plan op meer dan 250 -300m afstand gelegen tot de weg en/of objecten. Vollenhoofsedijk 2 te Blokzijl ontwerp marchitecten.nl 14 4.5 Milieuzonering Met de voorbereiding van het onderhavige plan dient te worden nagegaan welke bronnen in of nabij het plangebied een belemmering kunnen vormen voor gevoelige functies als wonen. Doelstelling van het plan is dat bestaande bedrijfsactiviteiten in beginsel worden gerespecteerd. Uit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening heeft het geen zin een bestemming te projecteren die vanwege milieuregelgeving niet kan worden gerealiseerd. Daarnaast dient te worden bezien of sprake is van een aanvaardbaar woon - en leefklimaat (de ‘omgekeerde werking’). Door voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals (agrarische) bedrijven) en gevoelige functies, zoals woningen, worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het mogelijk gemaakt om een woning binnen aanvaardbare voorwaarden te realiseren. Het bestemmingsplan en de milieuregelgeving vormen elkaars complement. Voor zo ver met behulp van een zonering eventuele overlast voor de omgeving niet voldoende kan worden beperkt, kan de toepassing van milieuregelgeving uitkomst bieden.
De mogelijkheden voor bedrijfsvoering worden (vooral) bepaald door milieuregelgeving (onder andere Activiteitenbesluit, Wet milieubeheer) en het kan voorkomen dat de planologisch geboden gebruiksmogelijkheden dan niet (maximaal) kunnen worden benut. Rondom het perceel zijn agrarische bedrijven gelegen . Het maatgevende bedrijf is op ca. 2 50 meter gelegen. Het bedrijf betreft een landbouwbedrijf voor het fokken en houden van rundvee, dit valt onder categorie 3.2. Hier hoort op basis van de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' een richtafstand tot gevoelige functies bij van 100 meter (voor wat betreft geur – deze is maatgevend). Aan deze eis wordt voldaan. Het landelijk gebied valt onder de regels van een ‘gemengd’ gebied waar functiemenging bij het karakter van het gebied hoort. Dit betekent dat de richtafstanden met één stap teruggebracht kunnen worden – in dit geval naar 50 meter. Ook moet voldaan worden aan de afstandseisen die voortvloeien uit de Wet geurhinder en veehouderij. Deze wet geeft specifiek voor geurhinder afstandscriteria tussen stallen van veehouderijen en geurgevoelige objecten (zoals wonen). Deze afstandencriteria variëren van minimaal 50 meter voor een melkveehouderij tot veel grotere afstanden (200 meter) voor intensieve veehouderijen, afhankelijk van diersoort, geslacht van het dier en leeftijd van het dier.
Analyse De agrarische bedrijven liggen op een afstand van meer dan 2 50m. In het gemengd gebied is 50m de eis voor deze bedrijfscategorie. Nader onderzoek naar de invloed van deze planontwikkeling op de agrarische bedrijfsvoering is niet aan de orde, omdat voldaan kan worden aan de minimale afstandseisen - van een gemengd gebied - ingevolge de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Wet geurhinder en veehouderij. Conclusie Enerzijds kan op basis van de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' en de Wet geurhinder en veehouderij worden vastgesteld dat ondanks de ontwikkeling op het perceel voldaan kan worden aan de afstandseisen uit de publicatie en de wet. Vollenhoofsedijk 2 te Blokzijl ontwerp marchitecten.nl 15 Anderzijds vormt de ontwikkeling geen probleem, gelet op de afstandeisen , van de publicatie en de Wet geurhinder en veehouderij voor de bedrijfsvoering op de omliggende agrarische bedrijven. Aan de minimale afstandeisen van een gemengd gebied wordt voldaan. 4.6 Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen als vuurwerk, lpg en munitie over weg, water en spoor en door buisleidingen. Ook de risico's van het gebruik van luchthavens vallen onder externe veiligheid.
Van de ramptypes die verband houden met externe veiligheid zijn met name ongevallen met brandbare/explosieve of giftige stoffen van belang. Deze ongevallen kunnen nader worden onderscheiden in ongevallen met betrekking tot: 1. inrichtingen. 2. vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen. 3. vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor. Inrichtingen De risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld door activiteiten met gevaarlijke stoffen in inrichtingen dienen tot een aanvaardbaar minimum te worden beperkt. Daartoe zijn in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) regels gesteld. Bij het toekennen van bepaalde bestemmingen dient onderzocht te worden: • of voldoende afstand in acht wordt genomen tussen (beperkt) kwetsbare objecten enerzijds en risicovolle inrichtingen anderzijds in verband met het plaatsgebonden risico; • of (beperkt) kwetsbare objecten liggen binnen in het invloedsgebied van risicovolle inrichtingen en zo ja, wat de bijdrage is aan het groepsrisico. In de omgeving van het plangebied zijn geen inrichtingen aanwezig (dichtstbijzijnde is het tankstation in Blokzijl). Buisleidingen In de directe nabijheid van het plangebied liggen op basis van de provinciale Risicokaart geen buisleidingen waardoor vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt.
Er zijn in dit kader dan ook geen externe veiligheidseffecten waarmee rekening moet worden gehouden. Vervoer gevaarlijke stoffen Uit het Basisnet Weg blijkt dat geen van de in de directe omgeving aanwezige wegen een plaatsgebonden risicocontour 10- 6/jaar heeft. Het plangebied vormt ook geen (mogelijk) aandachtspunt voor het groepsrisico. Uit het Basisnet Water blijkt eveneens dat er geen wateren in de directe omgeving van het perceel aanwezig die een plaatsgebonden risicocontour hebben van 10 -6 of een (mogelijk) aandachtspunt vormt voor het groepsrisico. Het perceel is niet gelegen in de nabijheid van een spoorlijn. Vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor vormt in dit kader dan ook geen risico. Vollenhoofsedijk 2 te Blokzijl ontwerp marchitecten.nl 16 Conclusie In het kader van het aspect externe veiligheid zijn er dan ook geen belemmeringen voor het voorliggende plan. 4.7 Verkeer en parkeren Nieuwe functies betekenen meestal ook dat er sprake is of zal zijn van een toename van verkeersbewegingen, alsmede ontstaat er een parkeerbehoefte. Uitgangspunt is dat nieuwe functies geen onevenredige extra hinder veroorzaken voor reeds aanwezige functies in de omgeving. (Toename) verkeersintensiteit en parkeerbehoefte Voorliggend plan voorziet voornamelijk in de ontwikkeling waarbij de bestemming wijzigt in recreatie, waarbij er 6 appartementen worden gerealiseerd .
Op het perceel is voldoende gelegenheid om te parkeren. Voor de beoordeling van het aantal parkeerplaatsen voor appartementen is uitgegaan van de Nota Parkeernormen 2015 gemeente Steenwijkerland. Voor een bungalow geldt voor het buitengebied 2,0 parkeerplaats per bungalow, voor een 3 sterren hotel geldt er 6,3 parkeerplaatsen per 10 kamers (dus 0,63 per kamer). De appartementen zullen hier ergens tussen in zitten. Voorgesteld wordt om 7 parkeerplaatsen te maken voor 6 appartementen. Echter er is voldoende ruimte op het perceel om meer te maken. Voor de campingplaatsen geldt 1, 2 parkeerplaats per standplaats /appartement voor dit plan ( 20 seizoen plaatsen en 6 appartementen) betekent dit 31 stuks, op de verbeelding zijn deze aangegeven. Het perceel heeft een ontsluiting op de Vollenhoofsedijk deze blijft ongewijzigd. Conclusie De ontsluiting van het erf vindt via de inrit plaats en het parkeren op eigen erf met voldoende parkeerplaatsen, zodat dit onderdeel geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.8 Luchtkwaliteit Met betrekking tot luchtkwaliteit moet rekening worden gehouden met het gestelde in de Wet milieubeheer (Wm), hoofdstuk 5, titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen en de bijbehorende bijlagen.
Op basis van artikel 5.16 Wm kan, samengevat, een bestemmingsplan worden vastgesteld, indien: • aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, niet leiden tot het overschrijden van een in bijlage 2 van de Wet milieubeheer opgenomen grenswaarde, of; • aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, leiden tot een verbetering per saldo van de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof dan wel, bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, de luchtkwaliteit per saldo verbetert door een samenhangende maatregel of een optredend effect, of; • aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht van een stof waarvoor bijlage 2 een grenswaarde is opgenomen, of; • het project is genoemd of beschreven dan wel past binnen een programma van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (in werking getreden per 01-08-2009). Van een verslechtering van de luchtkwaliteit 'in betekenende mate' is sprake, indien zich één van de volgende ontwikkelingen voordoet: Vollenhoofsedijk 2 te Blokzijl ontwerp marchitecten.nl 17 a. woningbouw: minimaal 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitende weg of 3.000 woningen bij 2 ontsluitende wegen; b.
infrastructuur: minimaal 3% concentratiebijdrage (verkeerseffecten gecorrigeerd voor minder congestie); c. kantoorlocaties: minimaal 100.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 1 ontsluitende weg, 200.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 2 ontsluitende wegen. Voorliggend plan voorziet in de toevoegen van 6 recreatieappartementen en het wijzigen van de agrarische functie naar een recreatiefunctie. De luchtkwaliteit zal niet verslechteren bij realisatie van dit voornemen. Op grond van het bepaalde in de Wet milieubeheer is in dat geval geen onderzoek naar de luchtkwaliteit vereist. Er wordt immers voldaan aan het gestelde in artikel 5.16 lid b: de luchtkwaliteit blijft ten minste gelijk. NIBM-tool Als controle is er een controle gedaan middels de NIBM -tool. Hieruit blijkt dat het project draagt NIBM bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit.
Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit, GCN2022 Jaar van planrealisatie 2024 Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde) 24 Aandeel vrachtverkeer 10,0% Maximale bijdrage extra verkeer NO2 in μg/m3 0,04 PM10 in μg/m3 0,01 Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m3 1,2 Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekenende-mate; geen nader onderzoek nodig Conclusie Gelet op het bovenstaande vormt het aspect luchtkwaliteit verder geen belemmering voor het voorliggende plan. 4.9 Besluit milieueffectrapportage Het opstellen van een milieueffectrapportage (MER) en het doorlopen van de bijbehorende m.e.r. - procedure is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid die kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Dit is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. Er zijn drie onafhankelijke sporen die kunnen leiden tot een m.e.r.-plicht: a. Uit toetsing aan de hand van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) blijkt dat het plan of besluit voorziet in, of een kader vormt voor, activiteiten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu. In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten planMER -plichtig, besluitm.e.r. -plichtig of m.e.r.
- beoordelings-plichtig zijn. b. In het geval van een (bestemmings)plan: indien een 'passende beoordeling' op grond van de Wet Natuurbescherming voor dit plan verplicht is vanwege de in het plan opgenomen activiteiten. Een passende beoordeling is verplicht indien significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden niet zijn uit te sluiten. Vollenhoofsedijk 2 te Blokzijl ontwerp marchitecten.nl 18 c. Wanneer Provinciale Staten in haar provinciale milieuverordening activiteiten hebben aangewezen, aanvullend op de activiteiten in het Besluit m.e.r., die kunnen leiden tot m.e.r. - plicht. Toets MER-plicht Het plan is gelegen nabij een Natura 2000 gebied echter aangezien het voorliggende plan slechts voorziet in het toevoegen van 6 recreatieappartementen en het wijzigen van de functie naar het huidige gebruik, is geoordeeld dat er geen significante negatieve effecten te verwachten zijn op de Natura 2000-gebieden. Er is, gezien de aard en omvang van het plan , geen sprake van een planMER- plicht. Conclusie Bij het voorliggende bestemmingsplan is geen m.e.r. (beoordelings)-procedure nodig. 4.10 Water 4.10.1 Waterbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is in 2000 vastgesteld door het Europees Parlement en geïmplementeerd in de Wet op de Waterhuishouding.
Het doel van deze richtlijn is het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van oppervlaktewateren en grondwater en het bevorderen van duurzaam gebruik van water. Het basisprincipe van het nationaal en Europees beleid: meer ruimte voor water, voorkomen van afwenteling van de waterproblematiek in ruimte of tijd en stand -still (géén verdere achteruitgang in de huidige (2000) chemische en ecologische waterkwaliteit). In het nationaal beleid komt het streven naar een veilig, gezond en duurzaam waterbeheer naar voren. De Watertoets is het afstemmingsproces tussen water en ruimtelijke ordening. Het betreft het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. In 2009 is de Waterwet in werking getreden. Deze wet stelt integraal waterbeheer op basis van 'watersysteembenadering' centraal. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater en kent één watervergunning (met de gemeente als loket). 4.10.2 Watertoets Inleiding Sinds 1 november 2003 is de toepassing van de watertoets wettelijk verplicht door de verankering in het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985.
De watertoets heeft betrekking op alle grond - en oppervlaktewateren en behandelt alle van belang zijnde waterhuishoudkundige aspecten (naast veiligheid en wateroverlast ook bijvoorbeeld waterkwaliteit en verdroging). De watertoets is een belangrijk procesinstrument om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in de ruimtelijke ordening. Uit de waterparagraaf blijkt de betrokkenheid van de waterbeheerder in het planproces en de wijze waarop het wateradvies van de waterbeheerder is meegenomen in de uitwerking van het plan. De watertoetsprocedure kan op drie manieren gevolgd worden: de procedure geen waterschapsbelang, de korte procedure en de normale procedure. Welke procedure gevolgd moet worden hangt af van de implicaties van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding. De procedure geen waterschapsbelang en de korte procedure zijn bedoeld voor ruimtelijke plannen met beperkte gevolgen voor de waterhuishouding. Bij deze twee procedures kan de watertoets volledig digitaal doorlopen worden. De normale procedure is gericht op ruimtelijke plannen met relatief vergaande Vollenhoofsedijk 2 te Blokzijl ontwerp marchitecten.nl 19 consequenties voor de waterhuishouding. In dit geval is actieve betrokkenheid van Waterschap Friesland nodig.
De relevante randvoorwaarden voor het plan zijn gerangschikt onder zeven streefbeelden ingedeeld op basis van de drie waterthema's Veiligheid, Voldoende Water en Schoon Water. Van streefbeeld naar randvoorwaarde vindt u het uitgangspunt, dat het vertrekpunt vormt bij de verwezenlijking van het streefbeeld. U krijgt op deze manier een goed overzicht van de randvoorwaarden en kan eveneens herleiden waarop deze gebaseerd zijn. Watertoets Voor dit voornemen is op 30 mei 2023 de digitale watertoets doorlopen. Voor het plangebied is het Waterschap Drens Overijsselse Delta het bevoegd gezag. Op basis van deze toets is de conclusie: • Normale procedure; • Advies lozingwater; • Advies B watergangen (schouwsloten); • Advies overstroombaar gebied. De resultaten van de watertoets zijn opgenomen in bijlage 4 van deze toelichting. Er is geen toename in verharding, de toename in parkeerplaatsen kan op bestaande verhard terrein worden gedaan. Er is daarbij voldoende ruimte voor de infiltratie (veel onverhard terrein) en opslag van water (vijver aan de voorzijde, terrein loopt af naar de vijver). Een compensatie is derhalve niet nodig. De procedure is aangevraagd, het advies van het waterschap zal hierbij verwerkt worden. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de voorgenomen planvorming.
De aanvraag voor de normale procedure is gedaan en deze zal na overleg worden toegevoegd aan deze toelichting. Vollenhoofsedijk 2 te Blokzijl ontwerp marchitecten.nl 20 Hoofdstuk 5 Bestemmen 5.1 Planregels De planregels zijn verdeeld over 4 hoofdstukken: 1. Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de planregels worden gebruikt (artikel 1). Dit om een eenduidige uitleg en toepassing van de planregels te waarborgen. Deze begrippen zijn belangrijk voor een goed inzicht in de gebruiksmogelijkheden. Ook is de wijze waarop gemeten word t bij het toepassen van de regels (artikel 2) bepaald. 2. Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Als er voorlopige bestemmingen, nog uit te werken bestemmingen en/of dubbelbestemmingen zijn, worden die ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsregels opgenomen. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving, vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen de (mogelijke) afwijkingsmogelijkheden met betrekking tot de bouw en/of het gebruik. Tenslotte zijn (eventuele) omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden opgenomen, aangevuld met mogelijke wijzigingsbevoegdheden. 3.
Algemene regels In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter die gelden voor het hele plan. Deze moeten daarom altijd goed gelezen worden voordat op basis van de bestemmingsregels interpretaties worden verricht. Voorbeelden van algemene regels zijn de anti -dubbeltelregel, algemene procedurebepalingen maar ook regels met betrekking tot mogelijke binnenplanse afwijkingen. 4. Overgangs- en slotregels: In het laatste hoofdstuk wordt het overgangsrecht geregeld en wordt bepaald hoe het bestemmingsplan heet (de slotregel). Bijlagen bij de planregels: Bij de regels kunnen bijlagen opgenomen zijn. Die bijlagen maken een onlosmakelijk onderdeel uit van de regels. 5.2 Voorliggend bestemmingsplan Voorliggend bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan.
De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Vollenhoofsedijk 2 te Blokzijl ontwerp marchitecten.nl 21 Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen en waarden: - Bestemming: ‘Recreatie’ - Waarde: ‘Archeologie -1‘ Dit plan kent verder geen noemenswaardige bijzonderheden. Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.1 van het Besluit omgevingsrecht (Bro). Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.1 van het Besluit omgevingsrecht (Bro). Vollenhoofsedijk 2 te Blokzijl ontwerp marchitecten.nl 22 Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Voorbereiding Vooroverleg In het kader vooroverleg, zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is het bestemmingsplan ‘Vollenhoofsedijk 2 te Blokzijl ’ op de in de gemeente gebruikelijke wijze aan de vooroverleg instanties aangeboden. Ontwerp Na afronding van de overlegprocedure is een ontwerp van het bestemmingsplan opgesteld. Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat door eenieder zienswijzen omtrent het ontwerp bij de gemeenteraad naar voren kunnen worden gebracht.
Het bestemmingsplan heeft ter inzage gelegen van [datum] tot en met [datum]. Tijdens deze periode zijn er [wel/geen] zienswijzen ingediend. 6.2 Uitvoerbaarheid Conform artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft de toelichting inzicht in de uitvoerbaarheid van het plan. Ingevolge het bepaalde in artikel 6.12 van de Wro stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. Bij een besluit tot vaststelling kan de raad besluiten geen exploitatieplan vast te stellen, indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is. De voorgenomen ontwikkelingen op het perceel betreft een particulier initiatief. Alle kosten worden gedragen door de particulier, zodat er geen exploitatieplan opgesteld hoeft te worden.
Vollenhoofsedijk 2 te Blokzijl ontwerp marchitecten.nl 23 Bijlagen Vollenhoofsedijk 2 te Blokzijl ontwerp marchitecten.nl 24 Bijlage 1 Bestaande situatie 481 212 Vollenhoofsedijk 24 353 284 seizoensplaatsen P6-20 | P21-22 P1-5 | 2 27 | 153 187 | 514 Architecten Architecten- & ingenieursbureau www.marchitecten.nl | info@marchitecten.nl | 0561 851 898 507 | Revisie F: | - Revisie E: | - Revisie D: | - Revisie C: | - Revisie B: | - Revisie A: | - Vollenhoofsedijk | Datum: | 4-12-2023 Status: | Ontwerp 294 Project: | Camping De Duin Blokzijl 3t14 | Fase: | Stedenbouw Projectnummer: | 23004 Tekeningnummmer: | RO01 3 | 302 | Onderdeel: | Bestaande situatie Schaal: | 1:2000 N Opdrachtgever: | Fam. De Boer Kleine Camping De Duin Vollenhoofsedijk 2 8356 VT | Blokzijl GSPublisherVersion 2263.22.32.100 Vollenhoofsedijk 2 te Blokzijl ontwerp marchitecten.nl 25 Bijlage 2 Gewijzigde situatie 481 212 Vollenhoofsedijk 24 353 284 seizoensplaatsen P6-20 | P21-26 P27-29 P1-5 | 2 | 6x app.
P30-31 | 27 | 153 187 | 514 Architecten Architecten- & ingenieursbureau www.marchitecten.nl | info@marchitecten.nl | 0561 851 898 507 | Revisie F: | - Revisie E: | - Revisie D: | - Revisie C: | - Revisie B: | - Revisie A: | - Vollenhoofsedijk | Datum: | 4-12-2023 Status: | Ontwerp 294 Project: | Camping De Duin Blokzijl 3t14 | Fase: | Stedenbouw Projectnummer: | 23004 Tekeningnummmer: | RO02 3 | 302 | Onderdeel: | Gewijzigde situatie Schaal: | 1:2000 N Opdrachtgever: | Fam. De Boer Kleine Camping De Duin Vollenhoofsedijk 2 8356 VT | Blokzijl GSPublisherVersion 2263.22.32.100 Vollenhoofsedijk 2 te Blokzijl ontwerp marchitecten.nl 26 Bijlage 3 Stikstofonderzoek BTW KVK . .ARCH REG BNA BNSP 561 48429 NL0021617 48B19 1.120701 .006 41167 100839 Mest emak er Ar chite cten Icarusb lauwtj e 8 8472 DN Wol vega 0561 - 851 898 info@ marchite cten.nl www. marchite cten.nl BNA Archite cten- en ingen ieursbu reau MEMO V .O.F. De Duin Vollenhoofsedijk 2 8356VT Blokzijl N ummer: 23004-M-1 Datum: 4 december 2023 Project: Vollenhoofsedijk 2 Blokzijl I nleiding In opdracht van V.O.F. De Duin is een stikstofberekening gemaakt voor de verbouw van een bedrijfspand ten behoeve van 6 recreatieappartementen en het gebruik hiervan. D e realisatie hiervan en het hieruit voortkomende verkeer, zou kunnen leiden tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000 -gebieden in de omgeving.
Met het programma AERIUS Calculator is een berekening uitgevoerd om de gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen en te toetsen of de eventuele toename past binnen de gestelde eisen. D e resultaten van deze berekening is opgenomen in deze memo. E isen De eis is gesteld op 0,00 mol per hectare per jaar. U itgangspunten Locatie De locatie bevindt zich binnen een bebouwde omgeving in het landelijke buitengebied. De nabijgelegen gebieden waarop het plan invloed kan hebben zijn onder andere: - De Wieden; - Weerribben; - Zwarte Meer. G ebieden die meer dan 10km verwijderd zijn van het plan vallen in principe buiten beschouwing. De rekenpunten die zijn gebruikt betreffen natura 2000 gebieden, deze worden automatisch bepaald. 23004-M-1 2 Bouwplan Het bouwplan behelst de verbouw van een bedrijfspand naar 6 recreatieappartementen. Fasen Bij de berekening van stikstofemissies zijn twee fasen te onderscheiden, de aanlegfase(bouw) en de gebruiksfase (gebruik gebouw met aantrekking verkeer e.d.). In deze memo zullen beide fases berekend worden. De situatie met de hoogste benodigde ontwikkelingsruimte is bepalend voor de aan te vragen ontwikkelingsruimte. Beide fasen zijn als aparte situatie in 1 berekening weergegeven. Situatie 1 betreft een tijdelijke situatie, de aanlegfase, welke in 2024 wordt uitgevoerd.
Situatie 2 betreft de beoogde situatie, de nieuwe gebruiksfase, hiervoor is rekenjaar 2024 ingevoerd. Beide fasen hebben een verkeer aantrekkende werking, in het geval van de realisatiefase betreft het de aan/afvoer van materialen, materieel en personeel, in de gebruiksfase betreft het reguliere verkeer aantrekkende werking door gebruik van het pand. Rekenuitgangspunten In bijlage 1 zijn de rekenuitgangspunten weergegeven. Aanlegfase De verkeer aantrekkende werking van de aanlegfase bestaat uit transport van materialen, materieel en personen (bouwvakkers, opdrachtgever, architect, gemeente e.d.). Het verkeer is gemodelleerd tot het eerste knooppunt/aansluiting op de doorgaande weg, in dit geval de aansluiting op de N333 (ingevoerd verkeersnetwerk is ca. 3700m lang). De bouwfase zal 4 maanden in beslag nemen. De emissies zijn omgerekend naar uitstoot per jaar. Omdat de werkzaamheden in 2024 worden uitgevoerd is er gekozen voor rekenjaar 2024. De verkeersbewegingen zijn genoemd in bijlage 1, samengevat komt dit op het volgende neer: - Licht verkeer (personenauto): 8 mvt per jaar / 16 bewegingen; - Licht verkeer (bestelauto): 22 mvt per jaar / 44 bewegingen; - Middel zwaar verkeer: 0 mvt per jaar / 0 bewegingen; - Zwaar verkeer: 8 mvt per jaar / 16 bewegingen. Er is gerekend met standaard default waarden. Bovengenoemde verkeersbewegingen zijn ingevoerd als bron 1.
Bij het laden en lossen van materiaal en materieel is de vrachtwagen uitgeschakeld – de verkeersbeweging is opgenomen in de berekening. BNA Archite cten- en ingen ieursbu reau 23004-M-1 3 Er wordt alleen elektrisch materieel gebruikt en er zijn geen grote machines. Gebruiksfase Recreatieappartementen De bestaande woning(en) en bedrijfspand zijn ongewijzigd, deze worden niet meegenomen in de berekening. Voor de nieuwe recreatieappartementen en toegevoegde campingplaatsen wordt gebruik gemaakt van een elektrische verwarming c.q. warmtepomp. Derhalve is geen uitstoot meegenomen. Verkeer De verkeer aantrekkende werking van de gebruiksfase bestaat uit het gebruik van de recreatieappartementen en toevoeging van de campingplaatsen. De bestaande situatie is hierbij niet opgenomen. Het verkeer is gemodelleerd tot het eerste knooppunt/aansluiting op de doorgaande weg, in dit geval de aansluiting op de N333. Voor de aantallen is gebruik gemaakt van de kencijfers van CROW. Voor een bungalow (meest vergelijkbaar) is de verkeersgeneratie 2 ,2 mvt per etmaal per weekdag en 2,5 mvt per werkdag. Gemiddeld komt de verkeersgeneratie op 2,5 mvt per etmaal per woning. De appartementen kunnen het gehele jaar worden gebruikt , echter is de verwachting dat deze buiten het seizoen voor 40% worden gebruikt (231 dagen seizoen en 134 dagen buiten seizoen).
Voor de standplaatsen geldt dat er geen aanpassing is ten opzichte van de huidige bezetting (20 staanplaatsen). Het verkeersgeneratie kencijfer volgens CROW is hiervoor 0,4 per etmaal per standplaatsen. De (toevoeging van) verkeersbewegingen komt voor het project op het volgende neer: - Licht verkeer (personenauto): 4.269 mvt per jaar / 8.538 bewegingen; Er is gerekend met standaard default waarden. Bovengenoemde verkeersbewegingen zijn ingevoerd als bron 2. BNA Archite cten- en ingen ieursbu reau 23004-M-1 4 Berekening Bronnen - Bron 1: verkeer aanlegfase; - Bron 2: verkeer gebruiksfase. Resultaten In bijlage 2 en 3 zijn de berekeningsresultaten van de AERIUS-berekeningen weergegeven. Omdat het exporteren van een tijdelijke situatie in pdf niet mogelijk is in de AERIUS -calculator, is situatie 1 ook ingevoerd als beoogde situatie. Uit de berekeningen blijkt dat ervoor: - Situatie 1: geen rekenresultaten hoger dan de eis van 0,00 mol N/ha/jr zijn; - Situatie 2: geen rekenresultaten hoger dan de eis van 0,00 mol N/ha/jr zijn. Conclusie Op basis van de uitgevoerde berekeningen blijkt dat tijdens de aanlegfase en alle gebruiksfasen de grenswaarde van 0,00 mol N/ha/jr niet wordt overschreden. Geconcludeerd kan worden dat er geen natuurvergunning nodig is. De uitkomsten kunnen aan het bevoegd gezag worden aangeleverd ter beoordeling en controle.
Onzes inziens is er uitgaande van de resultaten sprake van een uitvoerbaar initiatief. Bij dit rapport hoort een zip bestand, hierin zit een gml bestand met de uitvoer van de gemaakte berekening. Dit bestand kan via deze link worden gedownload. Disclaimer: Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend (een en ander is altijd ter beoordeling aan het bevoegd gezag). BNA Archite cten- en ingen ieursbu reau 23004-M-1 5 Bijlage 1 Rekenuitgangspunten BNA Archite cten- en ingen ieursbu reau Verkeersbewegingen aanlegfase licht verkeer auto licht verkeer bestelbus middel zwaar verkeer zwaar verkeer aan- en afvoer materiaal sloop 6 2 vloer en isolatie 2 4 gevels 2 1 dak isoleren 3 1 kozijnen en deuren 1 hout en plaatmateriaal 2 installatiemateriaal 2 trappen 1 tegelwerk, vloerafwerking 1 diversen 2 aan- en afvoer materieel keten, containers, bakken e.d. liften graafmachine mobiele hijskraan betonpomp verreiker diversen (steiger e.d.) aan- en afvoer personen architect 1x per maand 4 gemeente 1x per maand 4 Totaal enkele rit 8 22 0 8 retour 16 44 0 16 aantal verkeersbewegingen Inzet materieel | aanlegfaseInzet materieel graafmachine | verreiker | mob.
hijskraan | betonpomp lossen en monteren/plaatsen sloop bestaand | 13 vloeren | 6 fundering en grond | 4 | 1 | 3 gevels | 4 dakplaten | 4 dakpannen | 2 kozijnen en deuren | 1 hout en plaatmateriaal | 2 installatiemateriaal trappen tegelwerk, vloerafwerking diversen | 1 Totaal draaiuren | 17 | 10 | 11 | 3 stationaire uren | 4 | 6 | 4 | 0 Specificaties en verbruik stageklasse | IV, 75-560kW | IV, 75-560kW | V, 75-560kW | IV, 75-560kW bouwjaar | 2014 | 2016 | 2019 | 2014 vermogen | 225 kW | 105 kW | 330 kW | 160 kW omschrijving | Volvo EC380E L | Manitou MRT2150 | Liebherr LTM1120- | Deuts TCD6.1 L6 Privilege Plus | 4.1 cilinder inhoud | 12,8 | 5,13 | 4,1 | 6,5 verbruik (liter/uur) | 22 | 8 | 32 | 35 verbruik stationair (liter/uur) | 4,8 | 1,9 | 1,5 | 2,5 verbruik (liter/jaar) | 395 | 92 | 358 | 105 verblijfseenheid kencijfer huidige aantal toekomstige aantal verschil mvt mvt per jaar standplaats voor mobiele kampeermiddelen seizoen 0,4 20 20 0 0 0 recreatie appartementen (seizoen 100% over. 40%) 2,5 0 6 6 15 4269 woonhuis 17,8 2 2 0 0 0 totaal mvt 4269 totaal bew. 8538 23004-M-1 6 Bijlage 2 AERIUS-berekening - aanlegfase BNA Archite cten- en ingen ieursbu reau Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator.
De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura -gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof. Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers Projectberekening Contactgegevens Rechtspersoon MArchitecten Inrichtingslocatie Vollenhoofsedijk , VT Blokzijl Activiteit Omschrijving VOF De Duin Toelichting Recreatieappartementen Berekening AERIUS kenmerk RhLpHhAKHQA Datum berekening december , : Rekenconguratie Wnb-rekengrid Totale emissie Rekenjaar Emissie NH ₃ Emissie NO ₓ Situatie - aanlegfase - Beoogd , g/j , kg/j Resultaten Hoogste bijdrage Hexagon Gebied Situatie - aanlegfase - Beoogd - Gekarteerd oppervlak met toename (ha) - Gekarteerd oppervlak met afname (ha) - Grootste toename - Grootste afname - Projectberekening 2/6RhLpHhA9KHQA (04 december 2023) Situatie - aanlegfase (Beoogd), rekenjaar Emissiebronnen Emissie NH ₃ Emissie NO ₓ
Verkeersnetwerk , g/j , kg/j Projectberekening 3/6RhLpHhA9KHQA (04 december 2023) Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura gebieden. Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening) De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). m Projectberekening 4/6RhLpHhA9KHQA (04 december 2023) Resultaten stikstofgevoelige Natura gebieden situatie "Situatie - aanlegfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd) Hoogste totale depositie (mol N/ha/jr) Met toename (ha gekarteerd) Grootste toename (mol N/ha/jr) Met afname (ha gekarteerd) Grootste afname (mol N/ha/jr) Totaal - - - - - - Projectberekening 5/6RhLpHhA9KHQA (04 december 2023) Situatie - aanlegfase, Rekenjaar Wegverkeer | Weg Naam Bron Links Rechts NO ₓ , kg/j Locatie X:, Y:, Type scherm - - NO ₂ , g/j Lengte ., m Hoogte - - NH ₃ , g/j Wegtype Binnen bebouwde kom (doorstromend) Afstand tot de weg - - Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld m Verkeer Max.
snelheid Aantal voertuigbewegingen In le Licht verkeer Voorgeschreven factoren , /jaar , % Middelzwaar vrachtverkeer Voorgeschreven factoren , /jaar , % Zwaar vrachtverkeer Voorgeschreven factoren , /jaar , % Busverkeer Voorgeschreven factoren , /jaar , % Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie ..__dbc Database versie .._dbc_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/ Projectberekening 6/6RhLpHhA9KHQA (04 december 2023) 23004-M-1 7 Bijlage 3 AERIUS-berekening – gebruiksfase BNA Archite cten- en ingen ieursbu reau Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator.
De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura -gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof. Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers Projectberekening Contactgegevens Rechtspersoon MArchitecten Inrichtingslocatie Vollenhoofsedijk , VT Blokzijl Activiteit Omschrijving VOF De Duin Toelichting Recreatieappartementen Berekening AERIUS kenmerk RRTCPNYsGgSe Datum berekening december , : Rekenconguratie Wnb-rekengrid Totale emissie Rekenjaar Emissie NH ₃ Emissie NO ₓ Situatie - gebruiksfase - Beoogd , kg/j , kg/j Resultaten Hoogste bijdrage Hexagon Gebied Situatie - gebruiksfase - Beoogd - Gekarteerd oppervlak met toename (ha) - Gekarteerd oppervlak met afname (ha) - Grootste toename - Grootste afname - Projectberekening 2/6RRTCPNYsGgSe (04 december 2023) Situatie - gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar Emissiebronnen Emissie NH ₃
Emissie NO ₓ Verkeersnetwerk , kg/j , kg/j Projectberekening 3/6RRTCPNYsGgSe (04 december 2023) Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura gebieden. Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening) De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). m Projectberekening 4/6RRTCPNYsGgSe (04 december 2023) Resultaten stikstofgevoelige Natura gebieden situatie "Situatie - gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd) Hoogste totale depositie (mol N/ha/jr) Met toename (ha gekarteerd) Grootste toename (mol N/ha/jr) Met afname (ha gekarteerd) Grootste afname (mol N/ha/jr) Totaal - - - - - - Projectberekening 5/6RRTCPNYsGgSe (04 december 2023) Situatie - gebruiksfase, Rekenjaar Wegverkeer | Weg Naam Bron Links Rechts NO ₓ , kg/j Locatie X:, Y:, Type scherm - - NO ₂ , kg/j Lengte ., m Hoogte - - NH ₃ , kg/j Wegtype Binnen bebouwde kom (doorstromend) Afstand tot de weg - - Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld m Verkeer Max.
snelheid Aantal voertuigbewegingen In le Licht verkeer Voorgeschreven factoren ., /jaar , % Middelzwaar vrachtverkeer Voorgeschreven factoren , /jaar , % Zwaar vrachtverkeer Voorgeschreven factoren , /jaar , % Busverkeer Voorgeschreven factoren , /jaar , % Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie ..__dbc Database versie .._dbc_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/ Projectberekening 6/6RRTCPNYsGgSe (04 december 2023) Vollenhoofsedijk 2 te Blokzijl ontwerp marchitecten.nl 27 Bijlage 4 Watertoets Digitale Watertoets 30-05-2023 14:29 1 https://dewatertoets.nl Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van het Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.
Op basis van de check is onderstaande nodig 1. normale procedure 2. Advies lozingwater 3. Advies B watergangen (schouwsloten) 4. Advies overstroombaar gebied Op basis van onderstaande locatie
Digitale Watertoets 30-05-2023 14:29 2 https://dewatertoets.nl Vragen en antwoorden uit de check Gaat het om een plan met uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing? nee Is er sprake van een uitbreiding van de lozing van huishoudelijk afvalwater in het landelijk gebied groter dan 9 vervuilingseenheden (ve) of in het stedelijk gebied van 30 ve? nee Is er in of rondom het plangebied sprake van wateroverlast of grondwateroverlast? nee Neemt in het plan het verharde oppervlak van bebouwing en bestrating toe met meer dan 500m2? nee Is het plan onderdeel van een grotere ruimtelijke ontwikkeling? nee Worden er op bedrijfsmatige wijze activiteiten verricht waardoor het verharde oppervlak verontreinigd raakt? nee Verandert het waterpeil als gevolg van het plan? nee Worden er materialen gebruikt waardoor het afstromende hemelwater verontreinigd kan raken? nee Vindt er een lozing plaats op oppervlaktewater? ja Vindt er een tijdelijke of permanente onttrekking van grondwater plaats? nee Invloedszone A-watergangen ja Beekdalen nee Milieuzonering RWZI nee Invloedszone Grote Rivieren nee Invloedszone Vecht nee Zone persleiding nee Beschermingszone waterkering nee Primaire Watergebieden en bergingsgebieden nee Invloedszone B watergangen ja Invloedszone overige keringen nee overstroombaar_gebied ja Grondwaterbeschermingsgebied drinkwater nee Digitale Watertoets 30-05-2023 14:29 3
https://dewatertoets.nl Details 1. normale procedure Wat moet ik doen? "WIJ VERZOEKEN U OM IN TE LOGGEN OM DE PROCEDURE AF TE RONDEN. HIERDOOR IS UW PLAN OOK AANGEMELD BIJ HET WATERSCHAP! Geachte heer / mevrouw, U heeft een watertoets uitgevoerd op de website www.dewatertoets.nl. Op basis van deze digitale toets concluderen wij dat belangen van het waterschap worden geraakt. U volgt daarom de normale procedure. Binnen 4 weken na indiening neemt waterschap Drents Overijsselse Delta contact met u op en ontvangt u een uitgangspuntennotitie. Deze notitie ontvangt u op het door u opgegeven emailadres. In de uitgangspuntennotitie vindt u meer informatie over de bestaande waterhuishouding en vindt u concrete uitgangspunten voor uw plan. Wij adviseren u deze uitgangspunten te verwerken in uw plan. Over het vervolg van het watertoetsproces vindt u in de uitgangspuntennotitie meer informatie. Verklaring Dit document is een automatisch gegeneerd bestand op basis van de door u ingevulde gegevens. U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en u heeft verklaard alles naar waarheid te hebben ingevuld. Digitale Watertoets 30-05-2023 14:29 4 https://dewatertoets.nl 2. Advies lozingwater Wat moet ik doen? In het plan vindt afvoer van hemelwater naar oppervlaktewater plaats. Voor lozingen op het oppervlaktewater geldt een vergunning- of meldingsplicht in het kader van de Waterwet.
Hemelwater van schone oppervlakken (zoals daken en tuinen) mag rechtstreeks geloosd worden. Hemelwater dat van een parkeerterrein afstroomt (of anderszins) vervuild raakt, dient via een bodempassage af te wateren. Indien u grondwater gaat onttrekken tijdens de aanleg en u wilt dat lozen in oppervlaktewater dan gelden er specifieke regels. Neem hierover contact op met de medewerker advies Waterwet van het waterschap. Digitale Watertoets 30-05-2023 14:29 5 https://dewatertoets.nl 3. Advies B watergangen (schouwsloten) Wat moet ik doen? In het plan bevindt zich een B-watergang. B-watergangen (of schouwsloten) hebben een belangrijke functie voor de waterafvoer- en berging. Deze watergangen staan op de legger van het waterschap en de Keur is van toepassing. Volgens de Keur zijn alle activiteiten die plaatsvinden in, op of langs watergangen van het waterschap vergunningsplichtig. Voor minder ingrijpende activiteiten hebben zijn algemene regels vastgesteld. Hierdoor kan er sprake zijn van vrijstelling of hoeven deze activiteiten alleen te worden gemeld. Er is in het plan rekening gehouden met de Keur van het waterschap. Er wordt tijdig melding gemaakt of een vergunning aangevraagd. Digitale Watertoets 30-05-2023 14:29 6 https://dewatertoets.nl 4. Advies overstroombaar gebied Wat moet ik doen? Het plan ligt in een overstroombaar gebied.
Onder overstroombaar gebied verstaan we gebieden die normaal niet onder water staan, maar kunnen overstromen (tijdelijk onder water staan). Het gaat zowel om uiterwaarden die frequent onder water staan (buitendijks) als om beschermde gebieden achter de dijk (binnendijks). Beide vallen onder het toepassingsbereik van de Europese Richtlijn Overstromingsrisico's (ROR). De provincie Overijssel verplicht initiatiefnemers een overstromingsrisicoparagraaf op te stellen ten behoeve van het ruimtelijke plan. In de overstromingsrisicoparagraaf moet worden aangegeven hoe rekening wordt gehouden met waterveiligheid en voorzieningen voor noodsituaties (vluchtlocaties, aangepast bouwen, evacuatieroutes, bescherming van vitale infrastructuur, geleiding van water naar gebieden waar het minder schade toebrengt). Als er zwaarwegende maatschappelijke belangen zijn om in deze laaggelegen gebieden nieuwe stedelijke functies toe te voegen, dient de waterveiligheid ook op langere termijn gegarandeerd te zijn, bijvoorbeeld door de technische inrichting van het gebied en/of de wijze van bouwen.