Bestemmingsplan Hammerdijk 12 Vastgesteld.pdf
Tekst van het document
De bestemmingen die in dit bestemmingsplan voorkomen zijn afgestemd op de regeling uit de beheersverordening Buitengebied Steenwijkerland. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Wonen - buitengebied In voorliggend geval is de bestemming ‘Wonen - buitengebied’ opgenomen voor een deel van het plangebied. De op de verbeelding voor "Wonen - buitengebied" aangewezen gronden zijn bestemd voor burgerwoningen met bijbehorende bouwwerken. In de bijbehorende regels zijn regels opgenomen betreffende onder andere de maatvoering en het gebruik van de gebouwen. Agrarisch In voorliggend geval is de bestemming ‘Agrarisch’ opgenomen voor een deel van het plangebied. Dit deel heeft geen bouwvlak, het mag niet bebouwd worden. Tuin In dit bestemmingsplan is de bestemming ‘Tuin’ opgenomen voor een deel van het plangebied. Dit deel heeft geen bouwvlak, maar ligt wel aansluitend aan het bouwvlak van de woning. Waarde - Archeologie 2 De voor " Waarde - Archeologie 2" aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor onderzoek naar en bescherming van naar verwachting aanwezige archeologische waarden.
Waterstaat - Waterkering De voor " Waterstaat - Waterkering " aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: primaire waterkering; regionale waterkering; hoofdwatergang; watergang; behoud en bescherming van de aanwezige cultuurhistorische waarden. Hammerdijk 12 Vastgesteld Pagina 34 Toelichting 6 Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Het is echter mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld, indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. Het project betreft een volledig particulier initiatief. De financiering van het project is rond. Voor wat betreft de gemeentelijke kosten, worden de kosten van het opstellen van het plan en het doorlopen van de procedure verhaald via leges. Verder is met de initiatiefnemer een planschadeovereenkomst afgesloten, waarin is vastgelegd dat hij eventuele kosten van planschade voor zijn rekening neemt.
Daarmee is de economische uitvoerbaarheid voldoende verzekerd en is het opstellen van een exploitatieplan niet noodzakelijk. 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid In deze paragraaf worden, wanneer deze beschikbaar zijn en indien noodzakelijk, de resultaten van het overleg op grond van artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening uiteengezet. Provincie Overijssel Het plan is het kader van het vooroverleg naar de provincie gestuurd. De provincie heeft aangegeven geen bezwaar te hebben tegen deze ontwikkeling. Waterschap Via “de watertoets” is het plan ook naar het waterschap gestuurd. Het plan betreft alleen een functieverandering van bestaande bebouwing en heeft geen invloed op de waterhuishouding. Er is geen sprake van (grond) wateroverlast in de omgeving van het plan. Er is geen waterschapsbelang. Advies of overleg met het waterschap is niet nodig. Omwonenden De bewoners van de omliggende woningen zijn geïnformeerd over dit plan, het verslag is als bijlage ingesloten. Het ontwerp bestemmingsplan heeft voor de duur van zes weken voor zienswijzen ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Hammerdijk 12 Vastgesteld Pagina 35 Toelichting Bijlagen Watertoets datum 17-9-2019 dossiercode 20190917-59-21414 Geachte V.H. van 't Erve, U heeft een watertoets uitgevoerd op de website www.dewatertoets.nl.
Op basis van deze digitale toets concluderen wij dat met uw plan geen waterschapsbelang wordt geraakt. Het waterschap gaat akkoord met het plan. U kunt direct door met de planvorming van uw plan en wij verzoeken u onderstaande tekst op te nemen in de toelichting van het plan (de waterparagraaf). WATERPARAGRAAF GEEN WATERSCHAPSBELANG Deze standaard waterparagraaf heeft betrekking op het plan Bestemmingswijziging van Agrarisch naar Wonen. Het plan betreft alleen een functieverandering van bestaande bebouwing en heeft geen invloed op de waterhuishouding. Er is geen sprake van (grond) wateroverlast in de omgeving van het plan. Er is geen waterschapsbelang. Deze conclusie is automatisch getrokken op basis van de ingevoerde gegevens op www.dewatertoets.nl. Het proces van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Drents Overijsselse Delta gaat akkoord met het plan. Verklaring Dit document is een automatisch gegenereerd bestand op basis van de door u ingevulde gegevens in de Digitale Watertoets. U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en u heeft verklaard alles naar waarheid te hebben ingevuld.
www.dewatertoets.nl Hammerdijk 12 Vastgesteld Pagina 36 Toelichting Verslag informeren omgeving Verslag informeren buren Adres Datum Opmerkingen Hammerdijk 13 25 september 2019 Geen bezwaar Hammerdijk 10 25 september 2019 Geen bezwaar Hammerdijk 11 25 september 2019 Geen bezwaar Hammerdijk 8 25 september 2019 Geen bezwaar Hammerdijk 9 25 september 2019 Geen bezwaar Hammerdijk 7 25 september 2019 Geen bezwaar Hammerdijk 14 25 september 2019 Geen bezwaar Hammerdijk 15 25 september 2019 Geen bezwaar INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS ...................................................................... 2 Artikel 1 Begrippen ......................................................................................................... 2 Artikel 2 Wijze van meten .............................................................................................. 6 HOOFDSTUK 2 BESTEMMINGSREGELS .................................................................. 8 Artikel 3 Agrarisch met waarden .................................................................................... 8 Artikel 4 Tuin ................................................................................................................ 12 Artikel 5 Wonen - Buitengebied ...................................................................................
13 Artikel 6 Waarde - Archeologie 2 ................................................................................. 21 Artikel 7 Waterstaat - Waterkering ............................................................................... 24 HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS ...................................................................... 25 Artikel 8 Antidubbeltelregel .......................................................................................... 25 Artikel 9 Algemene bouwregels ................................................................................... 25 Artikel 10 Algemene gebruiksregels ............................................................................ 25 Artikel 11 Algemene afwijkingsregels .......................................................................... 26 Artikel 12 Algemene procedureregels .......................................................................... 26 Artikel 13 Overige algemene regels ............................................................................. 26 HOOFDSTUK 3 OVERGANGS- EN SLOTREGELS .................................................. 28 Artikel 14 Overgangsrecht ........................................................................................... 28 Artikel 15 Slotregel .......................................................................................................
28 Hammerdijk 12 Blad 2 Vastgesteld Regels HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begrippen 1. plan het bestemmingsplan Hammerdijk 12 met identificatienummer NL.IMRO.1708.BKHHammerdijk12Bp-VG01 van de gemeente Steenwijkerland; 2. bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de daarbij behorende regels. 3. aan huis verbonden bedrijf het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid dat op kleine schaal in een woning of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende bedrijfsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse, niet zijnde detailhandel, behoudens de ondergeschikte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten. 4. aan huis verbonden beroep een dienstverlenend beroep dat op kleine schaal in een woning of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse, niet zijnde detailhandel, behoudens de ondergeschikte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten. 5.
aanbouw/uitbouw een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan dat hoofdgebouw, maar er functioneel onderdeel van uitmaakt. 6. aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld, ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 7. aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; achtererfgebied erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1,00 meter van de voorkant van het hoofdgebouw. 8. agrarisch bedrijf een bedrijf dat gericht is op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, waaronder tevens wordt verstaan een productiegerichte paardenhouderij, niet zijnde een agrarische nevenactiviteit. 9. agrarisch het telen van gewassen en/of het houden van dieren. Hammerdijk 12 Blad 3 Vastgesteld Regels 10. archeologische deskundige de provinciaal, gemeentelijk of regionaal archeoloog of een andere door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van archeologie. 11. archeologische verwachting de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten. 12.
archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit het verleden. 13. bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 14. bed en breakfast een overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt. Het bieden van halfpension of volpension valt niet onder bed and breakfast. 15. bebouwingspercentage een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van de nader in de planregels omschreven gronden aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd; 16. begane grond het gedeelte van een gebouw dat gelijk is aan het natuurlijk oppervlak van het terrein, zonder enige kunstmatige verhoging c.q. verlaging. Is er sprake van hoogteverschillen in het terrein, dan geldt: de hoogte van het hoogst gelegen aansluitende maaiveld of de gemiddelde hoogte. 17. beheersverordening de beheersverordening Buitengebied Steenwijkerland 2014 van de gemeente Steenwijkerland, bestaande uit de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1708.BuitengebiedSTWVV-VA01 met de bijbehorende regels en bijlagen. 18.
bestaand de op legale wijze gerealiseerde of realiseerbare bebouwing of het op legale wijze gerealiseerde of realiseerbare gebruik ten tijde van de inwerkingtreding van de beheersverordening. 19. bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 20. bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 21. bevoegd gezag bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; 22. bijgebouw Hammerdijk 12 Blad 4 Vastgesteld Regels een vr ijstaand of aangebouwd gebouw dat architectonisch ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 23. bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, ve rnieuwen of veranderen van een standplaats. 24. bouwgrens de grens van een bouwvlak; 25. bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 26. bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel; 27. bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 28.
bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 29. dak iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 30. detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verk oop, het verkopen en/of verhuren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 31. dienstverlening het verlenen van economische en maatschappelijke diensten, waarbij het publiek (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder een belwinkel en internetcafé; 32. gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 33. hoofdgebouw gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 34. horeca het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en/of etenswaren en/of logies. Hammerdijk 12 Blad 5 Vastgesteld Regels 35. kantoor een ruimte die door haar aard, indeling en inrichting is bedoeld voor het verrichten van werkzaamheden van hoofdzakelijke administratieve aard. 36.
maaiveld bovenkant van het terrein dat een gebouw/bouwwerk omgeeft, zonder enige kunstmatige verhoging c.q. verlaging. 37. maatschappelijke voorzieningen educatieve, sociaal -medische, sociaal -culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, openbare speelterreinen en speelplaatsen en kinderopvang, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen; 38. mantelzorg langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan ee n hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond. 39. nevenactiviteit een bedrijfs- of beroepsmatige activiteit die in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend opzicht ondergeschikt is aan de op de ingevo lge deze beheersverordening toegestane hoofdfunctie op een perceel. 40. omgevingsvergunning omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 41. overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde met een dak, dat nie t of slechts aan één zijde is voorzien van een (bestaande) wand. 42.
parkeren het gedurende een aaneengesloten periode plaatsen van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het onmiddellijk in - of uitstappen van pers onen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen. 43. peil a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte aansluitende maaiveld; c. indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil (NAP) of het ter plaatse geldende waterpeil. 44. recreatief medegebruik het medegebruik van gronden voor recreatieve activiteiten, zoals wandelen, fietsen, ruitersport, varen met kano en gemotoriseerde (fluister)boot, surfen, zeilen en sportvisserijen, alsmede route- Hammerdijk 12 Blad 6 Vastgesteld Regels ondersteunende voorzieningen, zoals picknick-, uitzicht-, rust- en informatieplaatsen, voor zover de overige functies van de gronden dit toelaten. 45. seksinrichting de voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waar in bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch- pornografische aard plaatsvinden.
Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische-massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 46. verdieping een bouwlaag die is gelegen boven de eerste bouwlaag welke is gelegen op de begane grond.vrijstaande woning. 47. voorgevel gevel van een gebouw die is gelegen aan de zijde van de weg of het water dan wel die in ruimtelijk opzicht de voorkant van het gebouw vormt. 48. windturbine een bouwwerk dat dient voor het omzetten van energie van bewegende lucht in andere vormen van energie zoals elektriciteit en warmte. 49. woning een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2 het bebouwingspercentage het percentage van een bouwperceel dat met gebouwen mag worden bebouwd.
Voor zover op de kaart bouwgrenzen zijn aangegeven wordt het bebouwingspercentage berekend over het gebied binnen de bouwgrenzen; 2.3 afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens: tussen de zijdelingse grenzen van een bouwperceel en enig punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd-)gebouw, waar die afstand het kortst is; 2.4 goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Niet meegerekend worden ondergeschikte delen van het vlak zoals wolfseinden en dakkapellen die voor woningen maximaal één derde van de gezamenlijke goot- en/of boeibordlengten bedragen; 2.5 inhoud van een bouwwerk/gebouw: Hammerdijk 12 Blad 7 Vastgesteld Regels tussen het peil, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de binnenzijde van daken en dakkapellen; 2.6 bouwhoogte van een bouwwerk/gebouw: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebo uw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.7 de horizontale diepte van een gebouw: de lengte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de naar de weg gekeerde gevel; 2.8 oppervlakte van een bouwwerk/gebouw: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren,
nederwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.9 de lengte, breedte en diepte van een bouwwerk: de buitenwerks tussen de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren gemeten grootste afstand; 2.10 meten op de verbeelding: op de verbeelding dient hart-op-hart van de grenzen te worden gemeten; 2.11 overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen: bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, dan wel bestemmingsgrenzen niet meer dan 0,75 m bedraagt 2.12 de hoogte van een windturbine: vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine. Hammerdijk 12 Blad 8 Vastgesteld Regels HOOFDSTUK 2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 Agrarisch met waarden 3.1 Bestemmingsomschrijving 3.1.1 Algemeen De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch bedrijfsmatig gebruik; b. agrarisch hobbymatig gebruik; c. bescherming, instandhouding en versterking van de aanwezige natuurlijke en/of landschappelijk waarden; d.
instandhouding, versterking en ontwikkeling van natuur- en landschapselementen, zoals houtopstanden, houtwallen, houtsingels, sloten, beken, waterlopen en overige waterpartijen, water- en oevervegetaties; met daaraan ondergeschikt: 1. ontsluitingsvoorzieningen; 2. tuinen, erven en groenvoorzieningen; 3. recreatief medegebruik, voor zover dit geen onevenredige verkeersaantrekkende werking tot gevolg heeft; 4. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; 3.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 13.2. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Gebouwen Op de voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van: a. bestaande gebouwen, met dien verstande dat de bouwhoogte maximaal de bestaande bouwhoogte bedraagt. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Op de voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden mogen geen bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd, met uitzondering van: a. omheiningen en/of erfafscheidingen, uitsluitend in de vorm van draadomhei ningen en/of draaderfafscheidingen, met dien verstande dat de hoogte maximaal 1 meter bedraagt; b.
voerderruiven, drinkbakken en/of picknickplaatsen, met dien verstande dat de bouwhoogte maximaal 1,50 meter bedraagt; Hammerdijk 12 Blad 9 Vastgesteld Regels c. bouwwerken, geen gebouw zijnde ten behoeve van het instandhouden, versterken en/of ontwikkelen van de in artikel 3.1 genoemde natuur - en landschapselementen, met dien verstande dat de bouwhoogte maximaal 2 meter bedraagt; d. bestaande bouwwerken, geen gebouw zijnde, met dien verstande dat de bouwhoog te maximaal de bestaande bouwhoogte bedraagt. 3.3 Afwijken van de bouwregels 3.3.1 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van teeltondersteunende voorzieningen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.1 en 3.2.2 ten aanzien van teeltondersteunende voorzieningen, met dien verstande dat: a. de oppervlakte van teeltondersteunende voorzieningen per bedrijf maximaal 500 m2 mag bedragen; b. teeltondersteunende voorzieningen niet in het Natuur Netwerk Nederland mogen worden gesitueerd; c. een goede landschappelijke inpassing dient te zijn gewaarborgd; d. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. het woon- en leefklimaat; 3. de verkeersveiligheid; 4. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 5. de landschappelijke en/of natuurlijke waarden; 6.
de waterstaatskundige en waterhuishoudkundige waarden van de gronden en van de aangrenzende gronden. 3.4 Specifieke gebruiksregels 3.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken of laten gebruiken in strijd met de beheersverordening wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen, van wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel; b. terras, tennisbaan en zwembad; c. paardenbak, tenzij daarvoor een omgevingsvergunning is verleend; d. het beproeven van en/of racen met voertuigen, al dan niet in wedstrijdverband; e. opschriften, aankondigingen of afbeeldingen, waaronder reclame-uitingen; f. buitenopslag, waaronder de opslag van mest(stoffen), behoudens voor zover dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik; g. de opslag van afbraak- en bouwmaterialen, grond en bodemspecie; h. boom- en fruitteelt; i. verhuur van boten, fietsen en andere recreatieve vervoermiddelen. 3.5 Afwijken van de gebruiksregels 3.5.1 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van minicampings: Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwi jking van het bepaalde in artikel 3.4.1, ten behoeve van een minicamping, met dien verstande dat: a.
het aantal minicampings binnen de gemeente niet meer dan 50 bedraagt; Hammerdijk 12 Blad 10 Vastgesteld Regels b. nieuwe minicampings in het Natura 2000 gebied (ter plaatse van de aanduiding 'wro - zone natura 2000') en NNN gebieden niet mogelijk zijn; c. minicampings uitsluitend mogelijk zijn bij een woning, die is gerealiseerd in een voormalig agrarisch bedrijf; d. het aantal kampeerplaatsen maximaal 15 bedraagt; e. uitsluitend kampeermiddelen mogen worden geplaatst; f. een goede landschappelijke inpassing dient te zijn gewaarborgd; g. de oppervlakte van een kampeerplaats minimaal 80 m² bedraagt; h. de afstand van de minicamping tot de perceelsgrens met aangrenzende woningen met een woonbestemming minimaal 25 meter bedraagt; i. het kamperen niet plaatsvindt tussen 1 november en 15 maart; j. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. het woon- en leefklimaat; 3. de verkeersveiligheid; 4. de sociale veiligheid; 5. de milieusituatie; 6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 7. de landschappelijke en/of natuurlijke waarden van de gronden; 8. de waterstaatkundig en waterhuishoudkundige waarden van de gronden en van de aangrenzende gronden; k. in voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte op eigen terrein; l.
indien een of meer van de activiteiten worden gecombineerd, de activiteiten ook samen ondergeschikt dienen te zijn aan de hoofdfunctie. 3.5.2 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van een paardenbak Het bevoegd gezag kan een omgevingsver gunning verlenen voor afwijki ng van het bepaalde in artikel 3.4.1 ten behoeve van het gebruik van gronden als paardenbak, met dien verstande dat: a. de volledige paardenbak wordt gerealiseerd binnen een straal van 70 meter gemeten vanaf het aangrenzend en bijbehorend hoofdgebouw; b. de paardenbak op een minimale afstand van 50 meter gemeten vanaf woningen van derden dient te worden aangelegd; c. de plaatsing van lichtmasten bij de paardenbak uitsluitend is toegestaan indien dit geen lichthinder tot gevolg heeft; d. een goede landschappelijke inpassing dient te zijn gewaarborgd; e. de paardenbak een afmeting heeft van maximaal 20 x 40 meter; f. de bouwhoogte van de paardenbak maximaal 1,50 meter bedraagt, uitgezonderd de hoogte van lichtmasten, die maximaal 5,00 meter bedraagt; g. een paardenbak niet voor de voorgevelrooilijn gesitueerd mag worden; h. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. het woon- en leefklimaat; 3. de verkeersveiligheid; 4. de sociale veiligheid; 5. de milieusituatie; 6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 7.
de landschappelijke en/of natuurlijke en/of ecologische waarden; 8. de waterstaatkundig en waterhuishoudkundige waarden van de gronden en van de aangrenzende gronden. Hammerdijk 12 Blad 11 Vastgesteld Regels 3.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.6.1 Vergunningplicht algemeen Het is verboden op of in de voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen, verharden of verwijderen van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen of verwijderen van andere oppervlakteverhardingen, met dien verstande, dat ter plaatse van de aandui ding 'ecologische waarde' voor het aanleggen van containervelden geen vergunning kan worden verleend; b. het scheuren van grasland en/of rietland; c. het aanbrengen van (bovengrondse) leidingen, constructies, installaties en apparatuur; d. het verrichten van exploitatieboringen; e. het graven, verbreden, uitdiepen, dempen en/of verleggen van watergangen; f. het wijzigen van de bodemstructuur, het ontginnen, bodemverlagen of afgraven, ophogen en/of egaliseren van de bodem met meer dan 0,20 meter; g. het verwijderen van natuur- en landschapselementen; h. het aanbrengen dan wel wijzigen van drainagesystemen; i.
het dempen van oppervlaktewater; j. het vergraven van oevers; k. het verleggen van watergangen. 3.6.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 3.6.1 is niet van toepassing op: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b. werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; c. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omgevings)vergunning/ontheffing mogen worden uitgevoerd; d. werken of werkzaamheden die deel uitmaken van de activiteiten die worden uitgevoerd in het kader van een beheersplan zoals bedoeld in de Wet Natuurbescherming. 3.6.3 Toelaatbaarheid De omgevingsve rgunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 3.6.1 kan alleen worden verleend indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen voor de in artikel 3.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarden, niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind. 3.6.4 Inwinnen advies bevoegd waterschapsgezag In de volgende gevallen vraagt het bevoegd gezag advies aan het ter plaatse bevoegde waterschapsgezag, alvorens de in artikel 3.6.1 genoemde vergunning te verlenen: a.
wanneer er sprake is van een toename van verhard oppervlak groter dan 750 m²; b. wanneer gronden worden afgegraven met als doel permanent oppervlaktewater met een oppervlakte groter dan 750 m² te realiseren. Hammerdijk 12 Blad 12 Vastgesteld Regels Artikel 4 Tuin 4.1 Bestemmingsomschrijving 4.1.1 Algemeen De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen behorende bij op de aangrenzende gronden gelegen gebouwen; b. parkeren; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; met de daarbij behorende voorzieningen. 4.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen dubbelbestemmingen en aanduidin gen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 13.2. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen Op de voor 'Tuin' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. erfafscheidingen, waarvan de bouwhoogte voor de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 1,00 meter en achter de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 2,00 meter bedraagt; b. vlaggenmasten, waarvan de bouwhoogte maximaal 6,00 meter bedraagt; c. erkers, luifels, balkons en dergelijke, mits: 1. de diepte gemeten vanaf de bouwgrens binnen de bestemming 'Wonen - Buitengebied' niet meer dan 1,00 meter bedraagt; 2. de breedte niet meer bedraagt dan 50% van de breedte van de woning; 3.
de goothoogte maximaal gelijk is aan de hoogte van de eerste verdiepingsvloer + 0,30 meter. 4.3 Specifieke gebruiksregels 4.3.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen en van wagens, een en ander met uitzondering van parkeren ten behoeve van het op de bestemming gerichte gebruik; b. buitenopslag, behalve als dit noodzakelijk is voor op de bestemming gericht tijdelijk gebruik. Hammerdijk 12 Blad 13 Vastgesteld Regels Artikel 5 Wonen - Buitengebied 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - Buitengebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in een woning; met daaraan ondergeschikt: 1. tuinen, erven en groenvoorzieningen; 2. ontsluitings- en parkeervoorzieningen; 3. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 5.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 13.2.
5.2 Bouwregels Op deze gronden mogen ten dienste van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: 5.2.1 Algemeen Op de voor 'Wonen - Buitengebied' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. woningen, uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak; b. de daarbij behorende bijgebouwen, uitsluitend binnen de aanduiding 'bijgebouwen'; c. bouwwerken, geen gebouw zijnde. 5.2.2 Woningen Voor het bouwen van de woningen gelden de volgende regels: a. per bestemmingsvlak is maximaal één woning toegestaan. b. de voorgevels van de woning worden geplaatst in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens of evenwijdig aan de voorgevelrooilijn van de bestaande bebouwing of conform de situatie zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. c. de grenzen van het bouwvlak mogen worden overschreden door erkers, luifels, balkons en dergelijke, mits: 1. de diepte gemeten vanaf de bouwvlakgrens niet meer dan 1,00 meter bedraagt; 2. de breedte niet meer bedraagt dan 50% van de breedte van de woning; 3. de goothoogte maximaal gelijk is aan de hoogte van de eerste verdiepingsvloer + 0,30 meter; d. de goothoogte bedraagt minimaal 2,50 meter en maximaal 3,50 meter, met dien verstande dat: 1.
indien de goothoogte van een bestaande, legaal gebouwde woning hoger of lager is dan de hiervoor bedoelde maximale goothoogte geldt die hoogte als maximum; e. de bouwhoogte bedraagt minimaal 6,50 meter en maximaal 7,50 meter, met dien verstande dat: 1. indien de bouwhoogte van een bestaande, legaal gebouwde woning hoger of lager is dan de hiervoor bedoelde maximale bouwhoogte geldt die hoogte als maximum; f. gebouwen zullen met een kap van minimaal 30° en maximaal 60° worden afgedekt; g. de inhoud van een woning bedraagt maximaal 600 m³, dan wel maximaal de bestaande inhoud indien deze groter is. 5.2.3 Bijgebouwen behorende bij de woning Hammerdijk 12 Blad 14 Vastgesteld Regels Voor het bouwen van bijgebouwen behorende bij de woning gelden de volgende regels: a. De gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen, met uitzondering van carports, mag maximaal bedragen: Oppervlakte bestaand bouwperceel Toegestane oppervlakte bijgebouwen Bouwperceel tot 500 m² 50 m² dan wel maximaal de bestaande oppervlakte Bouwperceel van 500 m² tot 1.000 m² 70 m² dan wel maximaal de bestaande oppervlakte Bouwperceel van 1.000 m² tot 2.500 m² 80 m² dan wel maximaal de bestaande oppervlakte Bouwperceel vanaf 2.500 m² 100 m² dan wel maximaal de bestaande oppervlakte b. de grond ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' wordt voor maximaal 60% bebouwd; c.
bijgebouwen worden met een kap van minimaal 30° en maximaal 60° afgedekt; d. de goothoogte bedraagt maximaal 3,50 meter; e. de bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 80% van de bouwhoogte van het hoofdgebouw. 5.2.4 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. een carport wordt op een afstand van minimaal 1,00 meter achter de voorgevelrooilijn gebouwd, met dien verstande dat de bouwhoogte van carports max imaal 3,00 meter bedraagt en de oppervlakte van carports maximaal 20 m² bedraagt; b. bouwwerken, geen gebouw zijnde, mogen uitsluitend achter de naar de weg gekeerde bouwgrens worden gebouwd, met uitzondering van erfafscheidingen en vlaggenmasten; c. de bouwhoog te van bouwwerken, geen gebouw zijnde mag maximaal 6,00 meter bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 1,00 meter en achter de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 2,00 meter mag bedragen.
5.3 Afwijken van de bouwregels 5.3.1 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van het vergroten van de inhoud van de woning en/of het gedeeltelijk bouwen buiten het bouwvlak Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 5.2.1 a ten behoeve van het gedeeltelijk bouwen buiten het bouwvlak en/of artikel 5.2.2 g ten behoeve van het vergroten van de inhoud van de woning, met dien verstande dat: a. een goede stedenbouwkundige en/of landschappelijke inpassing dient te zijn gewaarborgd b. het gedeeltelijk bouwen buiten het bouwvlak alleen betrekking heeft op de uitbreiding van een woning binnen het bouwvlak; c. de inhoud van de woning maximaal 750 m³ mag bedragen; d. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. het woon- en leefklimaat; Hammerdijk 12 Blad 15 Vastgesteld Regels 3. de verkeersveiligheid; 4. de landschappelijke en/of archeologische waarden van de gronden; 5. de waterstaatskundige en waterhuishoudkund ige waarden van de gronden en van de aangrenzende gronden. 5.3.2 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van grotere oppervlakte na sanering bijgebouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 5.2.3 ten behoeve van een grotere bebouwde oppervlakte van bijgebouwen behorende bij een woning, met dien verstande dat: a.
er sprake dient te zijn van sloop van bijgebouwen, waarbij geldt dat maximaal 100% van de gesloopte oppervlakte aan bijgebouwen mag worden teruggebouwd; b. na sanering het perceel voor niet meer dan 60% is bebouwd; c. de grotere oppervlakte aan bijgebouwen bijdraagt aan versterking van de ruimtelijke kwaliteit; d. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de milieusituatie; 4. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 5. de landschappelijke e en/of archeologische waarden van de gronden; 6. de waterstaatskundige en waterhuishoudkundige waarden van de gronden en van de aangrenzende gronden. 5.3.3 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van een grotere oppervlakte bijgebouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 5.2.3 ten behoeve van een grotere bebouwde oppervlakte van bijgebouwen behoren de bij een woning, tot een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 150 m² per bouwperceel, met dien verstande dat: a. het bouwperceel voor maximaal 50% wordt bebouwd; b. de bijgebouwen vrijstaand worden uitgevoerd; c. de bijgebouwen passen in het stedenbouwkundige be eld waarbij geldt dat clustering en concentratie van de bijgebouwen op het bouwperceel de voorkeur heeft; d.
landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarden worden niet onevenredig aangetast. 5.3.4 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van vergroten van de goothoogte van de woning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 5.2.2 ten behoeve van het vergroten van de goothoogte van de woning, met dien verstande dat: a. een goede stedenbouwkundige inpassing dient te zijn gewaarborgd; b. de goothoogte van de woning maximaal 5,50 meter bedraagt; c. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. het woon- en leefklimaat; 3. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 4. de landschappelijke waarden van de gronden; 5. de waterstaatskundige en waterhuishoudkundige waarden van de gronden en van de aangrenzende gronden. Hammerdijk 12 Blad 16 Vastgesteld Regels 5.3.5 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van het verlagen van de dakhelling Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 5.2.2 en 5.2.3 ten behoeve van het verlagen van de dakhelling van een gebouw tot 0°, met dien verstande dat: a. een goede stedenbouwkundige inpassing dient te zijn gewaarborgd; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 3.
de landschappelijke waarden van de gronden. 5.4 Specifieke gebruiksregels 5.4.1 Strijdig gebruik Onder gebr uiken of laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, met uitzondering van bestaande mini-campings, van al dan niet afgedankte wagens en/of voer- en vaartuigen van derden, een en ander met uitzondering van parkeren ten behoeve van het op de bestemming gerichte gebruik; b. buitenopslag, behalve als dit noodzakelijk is voor op de bestemming gericht tijdelijk gebruik; c. een aan huis verbonden beroep of bedrijf in de woning en/of in de bijgebouwen, anders dan bedoeld in artikel 5.4.2 en 5.5.1; d. woningsplitsing; e. mantelzorg in de woning en/of in de vrijstaande bijgebouwen; f. vrijstaande bijgebouwen als logiesruimte; g. gebouwen voor recreatieve bewoning; h. detailhandel en horeca. 5.4.2 Aan huis verbonden beroepen Een aan huis gebonden beroep is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. een aan huis verbonden beroep uitsluitend wordt uitgeoefend in de woning of de daarbij behorende bijgebouwen; b. maximaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte van de bedrijfswoning en de daarbij behorende bijgebouwen wordt gebruikt voor een aan huis verbonden beroep; c.
de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning niet wezenlijk wordt aangetast; d. er mogen maximaal 2 personen werkzaam zijn, waarbij minstens één persoon tevens de bewoner van de woning is; e. er is slechts één reclame-uiting toegestaan met een maximale afmeting van 20 x 30 cm; f. het gebruik mag geen (ernstig e of onevenredige) hinder opleveren voor het woonmilieu en geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omgeving; g. in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate voorzien op eigen terrein, waarbij als uitgangspunt geldt dat de bestaande parkeervoorzieningen niet onevenredig mogen worden belast; h. er vindt geen detailhandel plaats, met uitzondering van detailhandel in aan het betreffende beroep gerelateerde producten, waarvoor maximaal 10% van de voor het aan huis verbonden beroep gebruikte oppervlakte mag worden gebruikt; i. buitenopslag en buitenactiviteiten zijn niet toegestaan; Hammerdijk 12 Blad 17 Vastgesteld Regels j. er mag geen sprake zijn van een onevenredig verkeersaantrekkende werking. 5.5 Afwijken van de gebruiksregels 5.5.1 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van aan huis verbonden bedrijven a.
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 5.4, ten behoeve van een aan huis verbonden bedrijf als opgenomen in het overzicht aan huis gebonden beroepen/bedrijven (Bijlage bij deze regels), m et dien verstande dat: 1. een aan huis verbonden bedrijf uitsluitend wordt uitgeoefend in de woning of in de bijgebouwen; 2. de bestaande bouwmogelijkheden mogen niet worden verruimd; 3. maximaal in totaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt voor een aan huis verbonden bedrijf, met dien verstande dat niet meer dan 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt ten behoeve van de in het onderhavige artikel en de artikelen 5.5.2, 5.5.3, 5.5.4 en/of 5.5.6 genoemde nevenactiviteiten tezamen; 4. de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning niet wezenlijk wordt aangetast; 5. er mogen maximaal 2 personen werkzaam zijn, waarbij minstens één persoon tevens de bewoner van de woning is; 6. het onbebouwde gedeelte van het perceel mag niet worden gebruikt voor beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten, met uitzondering van parkeren; 7. er is slechts één reclame-uiting toegestaan met een maximale afmeting van 20 x 30 cm; 8.
in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate voorzien op eigen terrein, waarbij als uitgangspunt geldt dat de bestaande parkeervoorzieningen niet onevenredig mogen worden belast; 9. er vindt geen detailhandel plaats, met uitzondering van detailhandel in aan het betreffende bedrijf gerelateerde producten, waarvoor maximaal 10% van de voor het aan huis verbonden bedrijf gebruikte oppervlakte mag worden gebruikt; 10. bij een aan huis verbonden bedrijf mag geen buitenopslag en mogen geen buitenactiviteiten plaatsvinden. 11. indien een of meer van de activiteiten genoemd in artikel 5.5.1, 5.5.2, 5.5.3, 5.5.4 en 5.5.5, 5.5.6 worden gecombineerd, de activiteiten ook samen ondergeschikt dienen te zijn aan de hoofdfunctie. b. Een omgevingsvergunning, vrijstelling of ontheffing die ten tijde van de inwerkingtreding van de beheersverordening is verleend voor een bestaand aan huis verbonden bedrijf wordt gelijkgesteld met de omgevingsvergunning als bedoeld onder sub a. 5.5.2 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van complementaire daghoreca Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 5.4 ten behoeve van het gebruik van gronden en bouwwerken voor complementaire daghoreca als ondergeschikte nevenactiviteit, met dien verstande dat: a. een goede stedenbouwkundige en/op landschappelijke inpassing dient te zijn gewaarborgd; b.
de voor bezoekers toegankelijke ruimten alleen zijn toegestaan op de begane grond van de woning of in een bijgebouw; c. de bestaande bouwmogelijkheden niet mogen worden verruimd; Hammerdijk 12 Blad 18 Vastgesteld Regels d. maximaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt voor de horeca- activiteiten, met dien verstande dat niet meer dan 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt ten behoeve van de in het onderhavige artikel en de artikelen 5.5.1, 5.5.3, 5.5.4 en/of 5.5.6 genoemde nevenactiviteiten tezamen; e. de totale oppervlakte, inclusief terras, die wordt gebruikt voor de horeca-activiteiten mag maximaal 100 m² bedragen; f. de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd en de versch ijningsvorm als woning niet wezenlijk wordt aangetast; g. minimaal één bewoner werkzaam is in het horecabedrijf; h. er ten hoogste één reclame-uiting is toegestaan met een maximale afmeting van 20 x 30 centimeter; i. in de parkeerbehoefte in voldoende mate wordt vo orzien op eigen terrein, waarbij als uitgangspunt geldt dat de bestaande parkeervoorzieningen niet onevenredig mogen worden belast; j. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: k. de verkeersveiligheid; l. de milieusituatie; m. het woon- en leefklimaat; n. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; o.
indien een of meer van de activiteiten genoemd in artikel 5.5.1, 5.5.2, 5.5.3, 5.5.4, 5.5.5 en 5.5.6 worden gecombineerd, de activiteiten ook samen ondergeschikt dienen te zijn aan de hoofdfunctie. 5.5.3 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van detailhandel, kunstnijverheid en/of atelier Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 5.4, ten behoeve van het gebruik van gronden en bouwwerken voor detailhand el, kunstnijverheid en/of atelier als ondergeschikte activiteit, met dien verstande dat: a. een goede stedenbouwkundige en/o f landschappelijke inpassing dient te zijn gewaarborgd; b. de ondergeschikte detailhandel uitsluitend wordt uitgeoefend in de woning of in de bijgebouwen; c. maximaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte mag worden gebruikt als verkoopruimte en productieruimte, met dien verstande dat niet meer dan 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt ten behoeve van de in het onderhavige artikel en de artikelen 5.5.1, 5.5.2, 5.5.4 en/of 5.5.6 genoemde nevenactiviteiten tezamen; d. de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning niet wezenlijk wordt aangetast; e. er maximaal 2 personen werkzaam mogen zijn, waarbij minstens één persoon tevens de bewoner van de woning is; f.
de oppervlakte van productiegebonden detailhandel maximaal 10% van het brutovloeroppervlak, tot een maximum van 150 m² mag bedragen; g. etalages niet zijn toegestaan; h. verkoopruimten zijn enkel toegestaan op de begane grond; i. er ten hoogste één gevelreclame -uiting is toegestaan tot een maximum van 20 x 30 centimeter; j. verkoop van producten met veiligheidsrisico's niet zijn toegestaan; k. vrachtverkeer ten behoeve van bevoorrading niet is toegestaan; Hammerdijk 12 Blad 19 Vastgesteld Regels l. in de parkeerbehoefte in voldoende mate wordt voorzien op eigen terrein, waarbij als uitgangspunt geldt dat de bestaande parkeervoorzieningen niet onevenredig mogen worden belast; m. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de verkeersveiligheid; 2. het woon- en leefklimaat; 3. de milieusituatie; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; n. indien een of meer van de activiteiten genoemd in artikel 5.5.1, 5.5.2, 5.5.3, 5.5.4, 5.5.5 en 5.5.6 worden gecombineerd, de activiteiten ook samen ondergeschikt dienen te zijn aan de hoofdfunctie. 5.5.4 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van verblijfsrecreatie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 5.4, ten behoeve van verblijfsrecreatie, zoals in de vorm van logiesverstrekking of bed en breakfast, met dien verstande dat: a.
een goede stedenbouwkundige en/o f landschappelijke inpassing dient te zijn gewaarborgd; b. er maximaal 10 slaapplaatsen per bouwperceel worden toegestaan, ten behoeve van een gelijktijdig nachtverblijf van maximaal 10 personen; c. de woning waarin de verblijfsrecreatieve voorzieningen worden gerealiseerd, is bewoond door de hoofdbewoner, op het moment dat nachtverblijf wordt verstrekt; d. maximaal 35% van het vloeroppervlak van het hoofdgeb ouw voor bed - en breakfastactiviteiten mag worden gebruikt, met dien verstande dat niet meer dan 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt ten behoeve van de in het onderhavige artikel en de artikelen 5.5.1, 5.5.2, 5.5.3 en/of 5.5.6 genoemd e nevenactiviteiten tezamen; e. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de verkeersveiligheid; 2. het woon- en leefklimaat; 3. de milieusituatie; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; f. uit de noodzakelijke (milieu)onderzoeken blijkt dat de gronden geschikt zijn voor het beoogde gebruik; g. de effecten op de waterhuishouding in beeld zijn gebracht (watertoets), waarbij geldt dat de bestaande waterhuishouding niet mag verslechteren als gevolg van de ontwikkeling; h. in voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte; i. omliggende functies niet worden gehinderd; j.
indien een of meer van de activiteiten genoemd in artikel 5.5.1, 5.5.2, 5.5.3, 5.5.4, 5.5.5 en 5.5.6 worden gecombineerd, de activiteiten ook samen ondergeschikt dienen te zijn aan de hoofdfunctie. 5.5.5 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van een minicamping Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 5.4, ten behoeve van een minicamping, met dien verstande dat: a. het aantal minicampings binnen de gemeente niet meer dan 50 bedraagt; b. nieuwe minicampings in het Natura 2000 gebied (ter plaatse van de aanduiding 'wro - zone natura 2000') en NNN gebieden niet mogelijk zijn; c. minicampings uitsluitend mogelijk zijn bij een woning, die is gerealiseerd in een voormalig agrarisch bedrijf; Hammerdijk 12 Blad 20 Vastgesteld Regels d. het aantal kampeerplaatsen maximaal 15 bedraagt; e. uitsluitend kampeermiddelen mogen worden geplaatst; f. een goede landschappelijke inpassing dient te zijn gewaarborgd; g. de oppervlakte van een kampeerplaats minimaal 80 m² bedraagt; h. de afstand van de minicamping tot de perceelsgrens met aangrenzende woningen met een woonbestemming minimaal 25 meter bedraagt; i. het kamperen niet plaatsvindt tussen 1 november en 15 maart; j. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. het woon- en leefklimaat; 3. de verkeersveiligheid; 4. de sociale veiligheid; 5.
de milieusituatie; 6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 7. de landschappelijke en/of natuurlijke waarden van de gronden; 8. de waterstaatkundig en waterhuishoudkundige waarden van de gronden en van de aangrenzende gronden; k. in voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte op eigen terrein; l. indien een of meer van de activiteiten worden gecombineerd, de activiteiten ook samen ondergeschikt dienen te zijn aan de hoofdfunctie m. indien een of meer van de activiteiten genoemd in artikel 5.5.1, 5.5.2, 5.5.3, 5.5.4, 5.5.5 en 5.5.6 worden gecombineerd, de activiteiten ook samen ondergeschikt dienen te zijn aan de hoofdfunctie. 5.5.6 Afwijken van de gebr uiksregels ten behoeve van verhuur van boten, fietsen en andere recreatieve vervoermiddelen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 5.4, ten behoeve van het gebruik van gronden en bouwwerken voor ve rhuur van boten, fietsen en andere recreatieve vervoermiddelen als ondergeschikte activiteit, met dien verstande dat: a. een goede stedenbouwkundige en/op landschappelijke inpassing dient te zijn gewaarborgd; b.
maximaal 35% van het vloeroppervlak van het hoofdg ebouw voor verhuur van boten, fietsen en andere recreatieve vervoermiddelen mag worden gebruikt, met dien verstande dat niet meer dan 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt ten behoeve van de in het onderhavige artikel en de artikelen 5.5.1, 5.5.2, 5.5.3 en/of 5.5.4 genoemde nevenactiviteiten tezamen; c. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. het woon- en leefklimaat; 3. de verkeersveiligheid; 4. de milieusituatie; 5. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; d. de landschappelijke en/of natuurlijke waarden van de gronden; e. de waterstaatskundige en waterhuishoudkundige waarden van de gronden en van de aangrenzende gronden; f. in voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte; g. indien een of meer van de activiteiten genoemd in artikel 5.5.1, 5.5.2, 5.5.3, 5.5.4, 5.5.5 en 5.5.6 worden gecombineerd, de activiteiten ook samen ondergeschikt dienen te zijn aan de hoofdfunctie.
Hammerdijk 12 Blad 21 Vastgesteld Regels 5.5.7 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van mantelzorg Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van mantelzorg in vrijstaande bijgebouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 5.4.1, ten behoeve van mantelzorg in de woning of in bestaande vrijstaande bijgebouwen, met dien verstande dat: a. voor mantelzorg in de woning de volgende regels gelden: 1. het oppervlak van de mantelzorgvoorziening in de woning bedraagt maximaal 75 m²; 2. de tijdelijkheid in voldoende mate vaststaat; b. voor mantelzorg in bestaande vrijstaande bijgebouwen de volgende regels gelden; 1. het oppervlak van de mantelzorgvoorziening in bestaande vrijstaande bijgebouwen bedraagt maximaal 75 m²; 2. het vrijstaande bijgebouw binnen een afstand van 25 meter van de woning dient te zijn gesitueerd; 3. realisatie van de afhankelijke woonruimte binnen de woning inclusief de aangebouwde bijgebouwen niet mogelijk is; 4. de mantelzorgvoorziening qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning; 5. de tijdelijkheid in voldoende mate vaststaat; 6. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: de verkeersveiligheid; het woon- en leefklimaat; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
5.5.8 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van woningsplitsing Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 5.4.1, ten behoeve van splitsing van bestaande woningen, met dien verstande dat: a. de te splitsen woning een inhoud heeft van minimaal 600 m³; b. de woningen na splitsing elk afzonderlijk een inhoud hebben van minimaal 250 m³; c. de splitsing vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is; d. de verschijningsvorm van karakteristieke bebouwing niet mag worden aangetast; e. de inhoud en oppervlakte van de woning inclusief aan- en uitbouwen en bijgebouwen niet mag worden vergroot; f. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de verkeersveiligheid; 2. het woon- en leefklimaat; 3. de milieusituatie; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Artikel 6 Waarde - Archeologie 2 6.1 Bestemmingsomschrijving 6.1.1 Algemeen De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden. 6.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Hammerdijk 12 Blad 22 Vastgesteld Regels Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen dubbelbestemmingen, bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 13.2.
6.2 Bouwregels 6.2.1 Onderzoek ten behoeve van verlenen omgevingsvergunning voor het bouwen Voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken: 1. met een oppervlakte groter dan 250 m² wanneer deze zich bevindt binnen de bebouwde kom, dan wel, 2. met een oppervlakte groter dan 2.500 m² wanneer deze zich bevindt buiten de bebouwde kom, dient door de aanvrager een aanvullend en/of definitief archeologisch rapport te worden overgelegd waarin, naar het oordeel van burgemeester en wethouders: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld en; b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard of gedocumenteerd, dan wel: c. in voldoende mate is aangegeven dat de archeologische waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel niet (meer) aanwezig zijn. 6.2.2 Voorwaarden verlening omgevingsvergunning voor het bouwen Indien uit het in artikel 6.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.3.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zonder of in afwijking van omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het ophogen, afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen) woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; b. het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende beplanting; c. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; voor zover de ingreep: Hammerdijk 12 Blad 23 Vastgesteld Regels 1.
dieper gaat dan 50 centimeter beneden het maaiveld en een grotere oppervlakte dan 250 m² beslaat, wanneer deze zich bevindt binnen de bebouwde kom; 2. dieper gaat dan 50 centimeter benden het maaiveld en een grotere oppervlakte dan 2.500 m² beslaat, wanneer deze zich bevindt buiten de bebouwde kom. 6.3.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 6.3.1 is niet van toepassing, indien: a. door middel van een aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is aangegeven dat de archeologische waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel niet (meer) aanwezig zijn; b. het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels en leiding en; c. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip verleende (omgevings)vergunning/ontheffing mogen worden uitgevoerd. d. de werken en werkzaamheden worden verricht in het kader van een aanvullend of definitief archeologisch onderzoek.