Bestemmingsplan Giethoorn - Loswal - Kerkweg.pdf
Tekst van het document
Groen – 1 Deze bestemming is opgenomen voor 2 groenstroken die direct grenzen aan de Dorpsgracht. Waar in de bestemming ‘Groen’ ondergeschikte voorzieningen als voet- en fietspaden en speelvoorzieningen eruit gelaten. Ook gebouwen niet toegestaan. Het is namelijk niet aannemelijk dat gelet op de schuine waterkant voorgenoemde voorzieningen en gebouwen worden gerealiseerd. Bouwwerken, geen gebouw zijnde, zijn alleen mogelijk als ten behoeve de in de bestemmingsomschrijving genoemde doeleinden worden gebouwd. Kantoor De molen aan de Kerkweg 50a heeft de bestemming ‘Kantoor’ gekregen waarbinnen is vastgelegd dat het een kantoorfunctie ten behoeve van de gemeentelijke dienstverlening zonder baliefunctie. Overige functies zijn niet toegestaan. De molen mag in zijn geheel als kantoor worden gebruikt. Het bouwvlak ligt strak om de bebouwing. De molen zelf is daarnaast ook nog aangemerkt als Rijksmonument. Tuin De gronden binnen deze bestemming zijn bedoeld voor tuin ten behoeve van de molen. Binnen deze bestemming zijn ook parkeervoorzieningen toegestaan en mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd, waaronder erfafscheidingen. Verkeer De ontsluitingswegen en bepalende voet- en fietspaden, alsmede de parkeervoorzieningen zijn bestemd tot ‘Verkeer’. Binnen deze bestemming staat het beheerskarakter voorop.
Gewijzigde inzichten, die leiden tot herinrichting, zijn binnen de begrenzing van de bestemming, zonder meer en zonder bestemmingsplanprocedure mogelijk. Naast wegverkeer en voet- en fietspaden, zijn onder meer groenvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. Op een deel van de gronden met deze bestemming vinden de mechanische laad- en losactiviteiten plaats. Deze gronden hebben een specifieke aanduiding gekregen, ‘specifieke vorm van verkeer – laad- en losplaats’. In de specifieke gebruiksregels zijn voorwaarden opgenomen ten aanzien van het gebruik van de loswal. Deze volgen hoofdzakelijk uit de diverse milieuonderzoeken en het verkeersveiligheidsaspect. Water Structurerende watergangen zijn voorzien van de bestemming ‘Water’ en bestemd voor de aanleg en/of instandhouding van waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals waterbergingen met de bijbehorende bermen en taluds, bruggen, behoud, bescherming en herstel van natuurlijke en landschappelijke waarden en behoud en ontwikkeling van ecologische waarden in relatie tot de waterhuishoudkundige voorzieningen. 30 Binnen de bestemming ‘Water’ mogen in beginsel geen gebouwen worden gebouwd, maar wel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in de vorm van bruggen, verkeerstekens e.d.
De bestemming ‘water’ is in dit geval van toepassing op de plek waar het ponton en andere vaartuigen die worden gebruikt voor het mechanisch verladen, aan- en afmeert. De gronden hebben de aanduiding ‘specifieke vorm van water – laad- en losplaats’ gekregen. De omvang van de deze bestemming hangt samen met de omvang van een ponton: 12,5 m (gemeten vanuit de waterkant). In de specifieke gebruiksregels zijn voorwaarden opgenomen ten aanzien van het gebruik van de loswal. Ook deze volgen hoofdzakelijk uit de diverse milieuonderzoeken en het verkeersveiligheidsaspect. 7.3.3. Dubbelbestemmingen Dubbelbestemmingen zijn veelal een toevoeging op de onderliggende bestemming. Een dubbelbestemming is primair. Dit houdt in dat indien het bepaalde in de dubbelbestemming op gespannen voet staat met de regels van de onderliggende bestemming, het bepaalde in de dubbelbestemming voor gaat. Leiding - Riool De bestemming ‘Leiding – Riool’ is opgenomen ter bescherming van de rioolleiding en de daarbij behorende voorzieningen. Op deze gronden mogen géén gebouwen worden gebouwd. Uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde die noodzakelijk zijn voor de aanleg en instandhouding van de bestaande rioolleiding(en), mogen worden gebouwd. Waarde – Archeologie 2 De bestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ is gericht op bescherming van gebieden met een hoge archeologische verwachting.
In deze gebieden geldt op basis van geologische en bodemkundige opbouw en aangetroffen archeologische vondsten en relicten een hoge archeologische verwachting. Zones waar, op historische en archeologische gronden archeologische resten vermoed worden zonder dat de exacte begrenzing daarvan kan worden aangewezen, zijn eveneens als ‘met hoge verwachting’ aangemerkt. Op de binnen deze bestemmingen gelegen archeologische monumenten is tevens de Monumentenwet van toepassing. Ter bescherming van de waarden kunnen aan de omgevingsvergunning voor het bouwen nadere voorwaarden worden gekoppeld, zoals de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, of de verplichting tot het doen van opgravingen, of de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. Waarde – Middenbuurt Zuidzijde De dubbelbestemming Waarde – Middenbuurt Zuidzijde is opgenomen ter bescherming van het beschermde dorpsgezicht van Giethoorn.
In deze dubbelbestemming worden, ten opzichte van de enkelbestemmingen, aanvullende bouw- en gebruiksregels gesteld waar bouw- en gebruiksactiviteiten binnen het beschermde dorpsgezicht van Giethoorn (ook) aan moeten voldoen. Voor de bouwregels van de dubbelbestemming geldt dat daarmee ook kan worden afgeweken van de bouwregels en –mogelijkheden van de (onderliggende) enkelbestemming. In het geval een strijdigheid tussen een bouwregel van de enkelbestemming en die van deze dubbelbestemming, gaat de bouwregel van de dubbelbestemming voor. Het gevolg hiervan kan 31 zijn dat er, ter bescherming van de cultuurhistorische waarden van het beschermde dorpsgezicht, op locaties binnen de dubbelbestemming ten opzichte van de regeling in de onderliggende enkelbestemming voor bouw- en gebruiksactiviteiten bepaalde beperkingen gelden. 7.3.4. Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze regel wordt opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel of een bepaalde oppervlakte van een bouwperceel mogen beslaan, het resterende onbebouwde terrein ook nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels Bij de algemene bouwregels is een parkeerregeling opgenomen.
Uitgangspunt van deze regeling is dat bij (bouw)activiteiten moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op het eigen terrein om de parkeerbehoefte die als gevolg van het gebruik van deze bouwwerken ontstaat op te vangen. Voor de invulling van het criterium van voldoende parkeerregels wordt in deze bouwregeling verwijzen naar de door burgemeester en wethouders vastgestelde beleidsregels ‘Nota Parkeernormen Steenwijkerland’. Van de regel dat de voldoende parkeergelegenheid op het eigen bouwperceel moet worden gerealiseerd kan via een omgevingsvergunning worden afgeweken. Dit is mogelijk als het voldoen aan deze bepaling op grond van bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit of op een andere wijze in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien. Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels is een algemeen gebruiksverbod voor gebruik van gronden en bouwwerken in strijd met de gegeven bestemmingen opgenomen, alsmede specifieke vormen van strijdig gebruik. Algemene aanduidingsregels Binnen dit artikel is de aanduiding ‘overige zone - beschermd dorpsgezicht Giethoorn’ opgenomen. Hierin zijn beschermende regels opgenomen voor de gronden die deel uitmaken van het beschermd dorpsgezicht. Het hele plangebied maakt hier deel vanuit.
Deze bepalingen zijn bedoeld voor behoud, herstel en ontwikkeling van het beschermd dorpsgezicht, zoals dit nader tot uitdrukking komt in het aanwijzingsbesluit tot beschermd dorpsgezicht (opgenomen in bijlagen bij de regels). Algemene afwijkingsregels In deze regels wordt aangegeven in welke gevallen burgemeester en wethouders bevoegd zijn om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. Hierbij gaat het, tenzij anders vermeld, om afwijkingsregels die gelden voor alle bestemmingen in het plan. Algemene procedureregels In deze bepaling wordt aangegeven welke procedure moeten worden doorlopen bij het stellen van nadere eisen. De procedure voor het wijzigen of het afwijken van het bestemmingsplan 32 is al bij wet geregeld. Overige regels In dit artikel zijn voorrangsbepalingen opgenomen, die de volgorde van prioriteit tussen de diverse bestemmingen en dubbelbestemmingen regelen. 7.3.5. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht In deze regels wordt het overgangsrecht overgenomen. Slotregel Als laatste is de slotregel opgenomen. Deze regel schrijft voor hoe het plan kan worden aangehaald.
33 Hoofdstuk 8 Financiële paragraaf In de Wet ruimtelijke ordening (artikel 6.12) wordt voorgeschreven dat tegelijk met het vaststellen van een bestemmingsplan een exploitatieplan vastgesteld moet worden voor het plangebied of delen ervan, tenzij: - het kostenverhaal anderszins verzekerd is; - er geen noodzaak tot het stellen van locatie-eisen of eisen aan type woningbouw is; - er geen noodzaak is voor het bepalen van een tijdvak of fasering. In artikel 6.2.1 Bro worden de bouwplannen aangewezen waarvoor de gemeenteraad een exploitatieplan moet vaststellen. In dit geval is echter geen sprake van een bouwplan. De loswal is reeds aanwezig en er vinden geen ingrepen in de ruimte plaats. Daarnaast wordt een wijziging van het gebruik van een bestaand gebouw, zoals in dit geval bij de molen, eveneens niet aangemerkt als een bouwplan. Daarmee is het vaststellen van een exploitatieplan niet nodig. De enige kosten die kunnen voortvloeien uit het plan zijn planschadekosten.
In de Wet ruimtelijke ordening (artikel 6.1) is bepaald dat burgemeester en wethouders degene die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden als gevolg van een bestemmingsplan, op aanvraag een tegemoetkoming toekennen, voor zover de schade redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en voor zover de tegemoetkoming niet voldoende anderszins is verzekerd. 34 Hoofdstuk 9 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Procedure Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende 6 weken ter inzage gelegd. In deze periode heeft ene ieder de gelegenheid om een zienswijze in te dienen. Ook wordt in deze periode een inloopbijeenkomst georganiseerd voor geïnteresseerden. Direct aanwonenden zijn voorafgaand de start van de procedure geïnformeerd en in de gelegenheid gesteld om het bestemmingsplan te bespreken. Met in achtneming van eventuele zienswijzen zal de raad van de gemeente Steenwijkerland het bestemmingsplan al dan niet vaststellen. Vooroverleg In het kader van het wettelijke vooroverleg (artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening) heeft overleg plaatsgevonden met de provincie Overijssel en het waterschap Drents Overijsselse Delta. De provincie heeft aangegeven in te kunnen stemmen met het bestemmingsplan.
Wel wordt in het kader van de Wet natuurbescherming separaat van dit bestemmingsplan een vergunning aangevraagd. Het waterschap heeft gereageerd in het kader van de watertoets waarin is aangegeven dat er geen waterschapsbelang is.