Beschikking Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State inzake termijnverlenging Tuk -Tukseweg 136.pdf
Tekst van het document
Raad vanState 20210491 7/3/R3. Datum beschikking: 15 juni 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Beschikking van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het verzoek van: de raad van de gemeente Steenwijkerland, verzoeker om verlenging (artikel 8:51a, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht) van de bij tussenuitspraak van 30 maart 2022, in zaak nr. 202104917/1/R3, bepaalde termijn voor het herstellen van de bij die uitspraak geconstateerde gebreken in het bestreden besluit.
202104917/3/R3 2 15 juni 2022 Procesverloop Bij tussenuitspraak van 30 maart 2022 heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 20 weken na de verzending daarvan de gebreken in het bestreden besluit te herstellen. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 13 mei 2022, heeft de raad de Afdeling gevraagd om deze termijn te verlengen. Overwegingen 1. De raad heeft gevraagd om verlenging van de hersteltermijn omdat hij niet in staat is binnen de gestelde termijn het bestreden besluit te herstellen. Daarbij geeft de raad aan dat met P.C. ter Haar, handelend onder de naam PTH Trading, is overeengekomen dat hij een deskundige de verkeersaantrekkende werking zal laten onderzoeken van het bedrijf dat hij wenst op te richten aan de Tukseweg 136 te Tuk. De raad geeft aan dat hij nog niet beschikt over de stukken die Ter Haar zal aanleveren en dat hij zonder de resultaten van dit onderzoek geen volledige afweging kan maken ten aanzien van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de door Ter Haar verzochte wijziging van het bestemmingsplan "Bedrijventerreinen". Gelet op het feit dat de raad hierdoor pas na het zomerreces over het verzoek zal kunnen vergaderen, verzoekt hij om de termijn die in de tussenuitspraak is gesteld met zes weken te verlengen. 2. De voor herstel van een gebrek in het bestreden besluit bepaalde termijn is een bindende termijn.
Slechts in bijzondere gevallen kan na een gemotiveerd verzoek verlenging van deze termijn worden verleend. Het verzoek moet binnen de bij de tussenuitspraak bepaalde termijn worden ingediend. 3. Gelet op de door de raad gegeven toelichting op zijn verzoek en nu Ter Haar te kennen heeft gegeven dat het verzoek in overleg met hem is gedaan en hij geen bezwaar heeft tegen deze verlenging, bestaat aanleiding de hersteltermijn te verlengen tot en met 28 september 2022.
20210491 7/3/R3 3 1 5 juni 2022 Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verlengt de bij haar uitspraak van 30 maart 2022 bepaalde termijn tot en met 28 september 2022. Aldus vastgesteld door mr. drs. B.P.M. van Ravels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.I.Y. Lap, griffier. w.g. mr. drs. B.P.M. van Ravels w.g. mr. R.I.Y. Lap lid van de enkelvoudige kamer griffier Verzonden: 15 juni 2022