Belastingvoorstellen en -verordeningen 2020 - RAADSVOORSTEL.pdf
Tekst van het document
Politieke Markt - 10 december 2019 - 1/7 Politieke Markt Zitting van 10 december 2019 Beheer en Realisatie - ICT en Belastingen Belastingvoorstellen en -verordeningen 2020 - besluitvormen Auteur Rogier Timmer Overlegd met Sjoerd Hamstra, Ella Schipper en Tanja van Vliet Portefeuillehouder M. Scheringa Samenvatting De belastingvoorstellen zijn onlosmakelijk verbonden met de in de belastingparagrafen van de Programmabegroting 2020 - 2023 en de Perspectiefnota 2020 - 2023 voor het jaar 2020 geformuleerde uitgangspunten. Per belastingverordening wordt uitgegaan van één of meer van de volgende punten: 1. realisatie van de bestaande opbrengst van 2019; 2. toepassing van een inflatiecorrectie van 1,6%; 3. aanpassingen als gevolg van wijziging van beleid en/of wetgeving. Gelet op de beperkte inflatiecorrectie blijft het havengeld ongewijzigd ten opzichte van 2019. Omdat er ook geen andere wijzigingen zijn, hoeft er geen nieuwe verordening voor het havengeld vastgesteld te worden. Dit laatste geldt ook voor het bruggeld. Verhoging van het tarief met de inflatiecorrectie zou tot een in praktijk onwerkbaar tarief leiden. Daarom stellen wij voor het tarief van 2019 te handhaven. Voor een eigenaar die tevens gebruiker is stijgen de totale woonlasten (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing) in 2020 met gemiddeld 4,6%.
Beschrijving Inleiding De belastingvoorstellen zijn onlosmakelijk verbonden met de in de belastingparagrafen van de Programmabegroting 2020-2023 en de Perspectiefnota 2020-2023 voor het jaar 2020 geformuleerde uitgangspunten. Per belastingverordening wordt uitgegaan van één of meer van de volgende punten: 1. realisatie van de bestaande opbrengst van 2019; 2. toepassing van een inflatiecorrectie van 1,6%; 3. aanpassingen als gevolg van wijziging van beleid en/of wetgeving. Gelet op de beperkte inflatiecorrectie blijft het havengeld ongewijzigd ten opzichte van 2019. Omdat er ook geen andere wijzigingen zijn, hoeft er geen nieuwe verordening voor het havengeld vastgesteld te worden. Dit laatste geldt ook voor het bruggeld. Verhoging van het tarief met de inflatiecorrectie zou tot een in praktijk onwerkbaar tarief leiden. Daarom stellen wij voor het tarief van 2019 te handhaven. Politieke Markt - 10 december 2019 - 2/7 Voor een eigenaar die tevens gebruiker is stijgen de totale woonlasten (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing) in 2020 met gemiddeld 4,6%.
Voorstel Voorgesteld wordt om de volgende belastingverordeningen vast te stellen: Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2020; Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2020; Verordening op de heffing en invordering van liggeld woonschepen 2020; Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten 2020; Verordening op de heffing en invordering van markt- en staangeld 2020; Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2020; Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2020; Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2020; Verordening op de heffing en invordering van leges 2020; Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelastingen 2020; Verordening op de heffing en invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2020; Verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting 2020. Argumenten In het onderstaande treft u per belastingsoort de tarieven aan die wij voorstellen voor 2020. Zonder nadere toelichting wordt alleen voorgesteld de bestaande tarieven te verhogen met de inflatiecorrectie van 1,6%. Wanneer er een andere wijziging wordt voorgesteld, geven wij dit bij de betreffende belastingsoort aan.
Rioolheffing De tarieven ontwikkelen zich als volgt: Tariefsoort 2019 2020 Eigendom basis woning € 32,49 € 33,01 Eigendom afvalwater woning € 91,95 € 93,42 Gebruik basis woning € 26,43 € 26,85 Gebruik afvalwater woning € 69,22 € 70,33 Eigendom basis niet-woning 0,066% x de waarde, maximaal € 32,49 0,067% x de waarde, maximaal € 33,01 Eigendom afvalwater niet-woning € 91,95 € 93,42 Gebruik basis niet-woning 0,053% x de waarde, maximaal € 26,43 0,054% x de waarde, maximaal € 26,85 Gebruik afvalwater niet-woning t/m 500 m3 € 69,22 € 70,33 Gebruik afvalwater niet-woning meer dan 500 m3 t/m 2.500 m3 € 69,22 + € 0,62 per m3 vanaf 500 m3 € 70,33 + € 0,63 per m3 vanaf 500 m3 Gebruik afvalwater niet-woning meer dan 2.500 m3 t/m 20.000 m3 € 1.309,22 + € 1,26 per m3 vanaf 2.500 m3 € 1.330,33 + € 1,28 per m3 vanaf 2.500 m3 Gebruik afvalwater niet-woning meer dan 20.000 m3 € 23.359,22 + € 0,62 per m3 vanaf 20.000 m3 € 23.730,33 + € 0,63 per m3 vanaf 20.000 m3 Markt- en staangeld Politieke Markt - 10 december 2019 - 3/7 De tarieven ontwikkelen zich als volgt: Omschrijving 2019 2020 Markt- en staangeld per m2: Per dag € 0,29 € 0,30 Per kwartaal € 2,65 € 2,70 Per jaar € 10,45 € 10,60 Traditionele jaarmarkt, per dag € 1,30 (minimaal € 7,90) € 1,30 (minimaal € 8,00) Afvalstoffenheffing Ten aanzien van het vaste tarief stellen wij een verhoging voor van € 158,42 naar € 169,70.
Naast de inflatiecorrectie heeft deze verhoging drie oorzaken: Ten eerste zijn de kosten voor het sorteren en vermarkten van kunststof verpakkingsmaterialen flink gestegen. Ten tweede lopen de inkomsten voor plastic afval en metalen verder terug. Het tarief per ton daalt verder en er wordt voor minder tonnages een vergoeding ontvangen, doordat meer ladingen afgekeurd worden wegens teveel vervuiling. Tenslotte hanteert de ROVA voor 2019 een indexatiecijfer van 2,17%. Voor wat betreft de tarieven per afvalaanbieding stellen wij voor aan te sluiten bij het tariferingsbeleid van de ROVA. De prijs per aanbieding bij een ondergrondse verzamelcontainer stijgt van € 1,16 naar € 1,35. Uitgaande van het gemiddelde afvalaanbod per huishouden bedraagt de totale afvalstoffenheffing in 2020 (vastrecht plus afvalaanbiedingen) € 194,00. Ten opzichte van 2019 (€ 179,30) betekent dit per woning een stijging met € 14,70 oftewel (afgerond) 8,2%.
De tarieven ontwikkelen zich als volgt: Omschrijving 2019 2020 Vast tarief per perceel per jaar € 158,42 € 169,70 Vast tarief “zonder GFT” per jaar € 132,92 € 142,38 Minicontainer 240 liter rest € 9,21 € 9,21 Minicontainer 140 liter rest € 5,63 € 5,63 Minicontainer 120 liter rest € 5,63 € 5,63 Minicontainer 80 liter rest € 3,45 € 3,45 Mini-container 60 liter rest € 2,65 € 2,65 Minicontainer 40 liter rest € 2,10 € 2,10 Citybin 40 liter rest € 2,10 € 2,10 Verzamelcontainer 40 liter rest € 1,16 € 1,35 Goedgekeurde afvalstoffenzak € 2,10 € 2,44 Hondenbelasting De tarieven ontwikkelen zich als volgt: Omschrijving 2019 2020 Politieke Markt - 10 december 2019 - 4/7 Per hond € 48,47 € 49,25 Per kennel € 193,88 € 197,00 Liggeld woonschepen De tarieven ontwikkelen zich als volgt: Omschrijving 2019 2020 Cornelisgracht en De Rietlanden te Giethoorn € 78,55 per jaar € 79,80 per jaar De Werven te Steenwijk € 904,05 per jaar € 918,50 per jaar Lijkbezorgingsrechten In praktijk blijkt behoefte te bestaan aan een tarief voor het bijzetten van een asbus of urn op een particulier graf. Er is wel een tarief opgenomen in de verordening voor het bijzetten in een graf, maar het daarvoor verschuldigde bedrag van € 356,30 is te hoog voor het bijzetten op een graf, dat veel minder arbeidsintensief is.
Voorgesteld wordt een tarief van € 85,35 op te nemen voor het bijzetten van een asbus of urn op een particulier graf. Daarmee wordt aangesloten bij het tarief voor het verstrooien van as. De nieuwe gedenkzuil op begraafplaats De Voorst is in de verordening opgenomen. Hiervoor gelden dezelfde tarieven als voor de bestaande gedenkmuur op De Nieuwe Landen. Een aantal (willekeurige) voorbeelden van de ontwikkeling van de tarieven: Omschrijving 2019 2020 Grafrecht 1-diep (voor 20 jaar) € 918,80 € 933,50 Grafrecht 2-diep (voor 20 jaar) € 1.837,60 € 1.867,00 Begraven (12 jaar of ouder) € 904,20 € 918,65 Urnenrecht (2 urnen, 5 jaar) € 412,40 € 419,00 Bijzetten urn € 350,70 € 356,30 Onderhouden graf € 83,80 € 85,15 Administratiekosten € 44,80 € 45,50 Toeristenbelasting en Watertoeristenbelasting De tarieven van de toeristenbelasting en de watertoeristenbelasting bedragen sinds 2012 € 1,00 per persoon per nacht of etmaal. Sindsdien zijn ze ongewijzigd gebleven. Op basis van de inflatiecorrectie voor 2020 en de niet toegepaste inflatiecorrecties van voorgaande jaren, stellen wij een verhoging van de tarieven met € 0,10 voor. De tarieven ontwikkelen zich als volgt: Omschrijving 2019 2020 Toeristenbelasting per nacht € 1,00 € 1,10 Watertoeristenbelasting per etmaal € 1,00 € 1,10 Leges Ook bij de legestarieven is een inflatiecorrectie van 1,6% doorgevoerd.
Dit geldt niet voor wettelijke, landelijk geldende, (maximum)tarieven. In het onderstaande bespreken wij de overige wijzigingen afzonderlijk. Politieke Markt - 10 december 2019 - 5/7 Kiezersregister De leges voor verstrekkingen uit het Kiezersregister vervallen. Op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) kan een ieder kosteloos vragen welke gegevens over hem of haar zijn geregistreerd. Dit betreft dus ook de vraag of hij/zij als kiesgerechtigde is geregistreerd. Kentekenbordjes De leges voor kentenbordjes voor verhuur- en rondvaartboten stijgen met meer dan de inflatiecorrectie van € 18,50 naar € 24,50. Dit omdat de kostprijs van de betreffende bordjes € 24,50 bedraagt. Rijbewijs Het rijbewijstarief bestaat uit een gemeentelijk deel en een af te dragen rijksdeel. Wij stellen voor het gemeentelijk deel met het inflatiepercentage van 1,6% te laten stijgen, van € 28,15 naar € 28,60. Inclusief rijksdeel komt het totaal op € 38,30. Dit tarief ligt ruim onder het landelijke maximum van € 40,65. Reisdocumenten Het Ministerie van BZK heeft de maximumtarieven van reisdocumenten voor 2020 bekendgemaakt. De tarieven bestaan uit een gemeentelijk kostendeel (het dienstverleningsdeel) en een rijksdeel. Wij stellen voor het gemeentelijk kostendeel, in lijn met de overige tarieven, met het inflatiepercentage van 1,6% te laten stijgen.
Hierdoor gaat bijvoorbeeld het tarief van een paspoort voor volwassenen omhoog van € 70,65 naar € 72,20. Een Nederlandse identiteitskaart voor volwassenen gaat € 57,55 kosten in plaats van € 56,30. Verstrekkingen op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens Hoofdstuk 6 van titel 1 van de tarieventabel is komen te vervallen. Dit houdt verband met de inwerkingtreding van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en de intrekking van de Wet bescherming persoonsgegevens. In de AVG is bepaald dat een verzoek tot inzage, rectificatie, gegevenswissing en dergelijke kosteloos is. Standplaatsen Voorgesteld wordt een tarief van € 264,95 op te nemen voor een (standplaats)vergunning op grond van de Marktverordening. Dit is hetzelfde tarief als voor een standplaatsvergunning op basis van de APV. Bij deze laatste vergunningen wordt een onderscheid gemaakt tussen vergunningen voor bepaalde en onbepaalde tijd. Voor vergunningen voor onbepaalde tijd blijft het huidige tarief (verhoogd met de inflatiecorrectie) gelden. Voor vergunningen voor bepaalde tijd wordt een tarief van € 44,05 voorgesteld, hetzelfde bedrag als voor "overige" vergunningen en ontheffingen op basis van de APV. De leges worden niet geheven ter zake van standplaatsen ten behoeve van een ideëel doel.
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing van het verbod een openbare plaats te gebruiken in strijd met de publieke functie daarvan, wordt een tarief van € 44,05 voorgesteld. Het verbod is opgenomen in artikel 2:10 van de APV. De ontheffing betreft voornamelijk oudejaarshuisjes. Winkeltijdenwet Het Europese Hof van Justitie heeft geoordeeld dat detailhandel in goederen een dienst vormt in de zin van de Dienstenrichtlijn. De bepalingen met betrekking tot de Winkeltijdenwet zijn daarom overgebracht van hoofdstuk 13 van titel 1 van de tarieventabel naar hoofdstuk 4 van titel 3. Inhoudelijk zijn de bepalingen ongewijzigd gebleven, afgezien van de verhoging van de tarieven met de inflatiecorrectie. Onroerende-zaakbelastingen (OZB), Belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten (RWBB) en Forensenbelasting Politieke Markt - 10 december 2019 - 6/7 De tarieven van de OZB, de RWBB en de forensenbelasting zijn voor een groot deel afhankelijk van de uitkomsten van de herwaardering in het kader van de Wet WOZ. De bezwaarschriften tegen de WOZ- waarden voor 2019 zijn momenteel nog niet allemaal afgehandeld. De effecten hiervan op de herwaardering voor 2020 zijn daardoor ook nog niet (compleet) inzichtelijk. Daarnaast vinden er controles plaats op de herwaardering, om tot een verdere optimalisatie van het bestand te komen.
Op dit moment hebben wij onvoldoende zicht op de uitkomsten van de herwaardering om de tarieven voor de OZB, de RWBB en de forensenbelasting (definitief) vast te kunnen stellen. Daarom stellen wij voor voorlopige tarieven vast te stellen voor deze belastingen. Begin volgend jaar hebben wij een beter beeld van de resultaten van de herwaardering. In uw vergadering van 21 januari 2020 kunnen de tarieven definitief vastgesteld worden, zodat de gecombineerde aanslagen zoals gebruikelijk eind februari opgelegd kunnen worden. Aan de voorlopige tarieven liggen geen berekeningen ten grondslag. Ze zijn slechts zo bepaald, dat ze in januari naar beneden bijgesteld kunnen worden tot de juiste percentages. Met terugwerkende kracht mogen tarieven namelijk wel verlaagd worden, maar niet verhoogd. Wij zijn ons ervan bewust dat dit geen ideale gang van zaken is, maar kiezen hier uit oogpunt van zorgvuldigheid toch voor. Het minimumtarief van de forensenbelasting is gekoppeld aan het forfaitaire van de toeristenbelasting voor (grotere) caravans. Door de verhoging van de toeristenbelasting wordt voorgesteld het minimumtarief van de forensenbelasting te verhogen van € 180 naar € 198. Dit minimumtarief is niet afhankelijk van de WOZ-waarde en is daardoor wel definitief.
Tenslotte De belastingverordeningen zijn opgesteld op basis van de modelverordeningen, zoals deze door de VNG zijn samengesteld en zijn aangevuld / aangepast naar de lokale situatie. Kanttekeningen en risico’s N.v.t. Duurzaamheid en social return N.v.t. Financiële toelichting De financiële gevolgen zijn verwerkt in de Programmabegroting 2020 - 2023. Participatie en communicatie N.v.t. Uitvoering en planning N.v.t. Besluit Beslispunt 1 De gemeenteraad besluit tot vaststelling van de onderstaande belastingverordeningen: Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2020; Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2020; Verordening op de heffing en invordering van liggeld woonschepen 2020; Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten 2020; Verordening op de heffing en invordering van markt- en staangeld 2020; Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2020; Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2020; Politieke Markt - 10 december 2019 - 7/7 Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2020; Verordening op de heffing en invordering van leges 2020; Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelastingen 2020; Verordening op de heffing en invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2020; Verordening op de heffing
en invordering van forensenbelasting 2020.