Belastingverordeningen 2024 - RAADSVOORSTEL
Tekst van het document
Politieke Markt - 12 december 2023 - 1/10 Politieke Markt Vergadering van 12 december 2023 Bedrijfsvoering - Interne dienstverlening en belastingen Belastingverordeningen 2024 Auteur Rogier Timmer Overlegd met Sjoerd Hamstra, Maaike Moorman, Martijn Dozeman, Marga Hoven, Robert ter Maten, Gerben Klaren Portefeuillehouder M. Scheringa Samenvatting De belastingvoorstellen zijn onlosmakelijk verbonden met de in de belastingparagrafen van de Programmabegroting 2024 - 2027 voor het jaar 2024 geformuleerde uitgangspunten. Per belastingverordening wordt uitgegaan van één of meer van de volgende punten: 1. realisatie van de bestaande opbrengst van 2023; 2. toepassing van een inflatiecorrectie van 2,4%; 3. aanpassingen als gevolg van wijziging van beleid en/of wetgeving. Voor de belastingen waarbij betaling via automatische incasso mogelijk is, wordt een wijziging in de betaaltermijnen voorgesteld. Voor een woningeigenaar die ook gebruiker is, stijgen de totale woonlasten (onroerende- zaakbelasting, afvalstoffenheffing en rioolheffing) in 2024 met gemiddeld 2,1%. Beschrijving Inleiding De belastingvoorstellen zijn onlosmakelijk verbonden met de in de belastingparagrafen van de Programmabegroting 2024 - 2027 voor het jaar 2024 geformuleerde uitgangspunten. Per belastingverordening wordt uitgegaan van één of meer van de volgende punten: 1.
realisatie van de bestaande opbrengst van 2023; 2. toepassing van een inflatiecorrectie van 2,4%; 3. aanpassingen als gevolg van wijziging van beleid en/of wetgeving. Voor de belastingen waarbij betaling via automatische incasso mogelijk is, wordt een wijziging in de betaaltermijnen voorgesteld. Politieke Markt - 12 december 2023 - 2/10 Voor een woningeigenaar die ook gebruiker is, stijgen de totale woonlasten (onroerende- zaakbelasting, afvalstoffenheffing en rioolheffing) in 2024 met gemiddeld 2,1%. Gewenst resultaat Voorgesteld wordt om de volgende belastingverordeningen vast te stellen: 1. Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2024; 2. Verordening op de heffing en invordering van bruggeld 2024; 3. Verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting 2024; 4. Verordening op de heffing en invordering van havengeld 2024; 5. Verordening op de heffing en invordering van leges 2024; 6. Verordening op de heffing en invordering van liggeld woonschepen 2024; 7. Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten 2024; 8. Verordening op de heffing en invordering van markt- en staangeld 2024; 9. Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelastingen 2024; 10. Verordening op de heffing en invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2024; 11.
Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2024; 12. Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2024; 13. Verordening op de heffing en invordering van vermakelijkhedenretributie Dorpsgracht Giethoorn 2024; 14. Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2024; 15. Verordening tot wijziging van de Verordening bedrijveninvesteringszone centrumgebied Steenwijk 2022. Argumenten Voor de belastingen waarbij betaling via automatische incasso mogelijk is, stellen wij voor de regeling van de betaaltermijnen op twee punten te wijzigen. Ten eerste vervalt het maximum voor automatische incasso van € 5.000 per aanslagbiljet. Ook aanslagen boven dit bedrag kunnen in het vervolg via automatische incasso betaald worden. Hierdoor kunnen ook bedrijven en inwoners met hogere aanslagen gespreid over tien termijnen betalen. Ten tweede stellen wij voor dat aanslagen beneden € 15 ineens betaald moeten worden en aanslagen vanaf € 15 tot € 50 in twee termijnen. Op dit moment worden (relatief) lage aanslagen toch in tien termijnen afgeschreven. Bijvoorbeeld als mensen in januari verhuizen en ze een aanslag voor één maand krijgen, loopt de automatische incasso nog tot en met december door. Zowel voor de belastingschuldige als voor de gemeente is dit niet wenselijk. Voor aanslagen vanaf € 50 blijft de reguliere incasso in tien termijnen gelden.
Hieronder treft u per belastingsoort de tarieven aan die wij voorstellen voor 2024. Zonder nadere toelichting zijn de bestaande tarieven verhoogd met de inflatiecorrectie van 2,4%. Wanneer er een andere wijziging wordt voorgesteld, geven wij dit bij de betreffende belastingsoort aan. Afvalstoffenheffing Ten aanzien van het vaste tarief stellen wij een verhoging voor van € 188,21 naar € 191,79. Voor wat betreft de tarieven per afvalaanbieding stellen wij voor de tarieven ongewijzigd te laten ten opzichte van 2023. Politieke Markt - 12 december 2023 - 3/10 Uitgaande van het gemiddelde afvalaanbod per huishouden bedraagt de totale afvalstoffenheffing in 2024 (vastrecht plus afvalaanbiedingen) € 219,69. Ten opzichte van 2023 (€ 216,11) betekent dit per woning een stijging met € 3,58 oftewel 1,7%. De vaste tarieven ontwikkelen zich als volgt: Omschrijving 2023 2024 Vast tarief per perceel per jaar € 188,21 € 191,79 Vast tarief zonder GFT per jaar € 157,90 € 160,90 Bruggeld Het bruggeld bedraagt sinds 2017 € 2,20 per doorvaart van een vaartuig. Sindsdien is het tarief ongewijzigd gebleven. Op basis van de inflatiecorrectie voor 2024 en de niet toegepaste inflatiecorrecties van 2018 tot en met 2023, stellen wij een verhoging van het tarief met € 0,30 voor. Het bruggeld blijft met twee muntstukken betaalbaar.
Het tarief ontwikkelt zich als volgt: Omschrijving 2023 2024 Bruggeld per doorvaart € 2,20 € 2,50 De tariefsverhoging leidt naar verwachting tot een stijging van de inkomsten met circa € 5.400. De meeropbrengst wordt verwerkt in de Perspectiefnota 2024-2028. Forensenbelasting Forensenbelasting wordt geheven voor de tweede woningen. Ze krijgen per 2023 een nieuwe waarde. Bij het bepalen van de waardeontwikkeling wordt uitgegaan van een stijging met 4,36%. Dit overeenkomstig de gemiddelde waardestijging van woningen. Het uitgangspunt is dat een waardestijging niet mag leiden tot een hogere opbrengst. Dit betekent dat bij een stijging van de waarden, het tarief van 2023 in gelijke mate naar beneden wordt bijgesteld. Op het aldus berekende tarief wordt de inflatiecorrectie van 2,4% toegepast. Het tarief ontwikkelt zich als volgt: Omschrijving Tarief 2023 Waardeontwikkeling Tarief excl. inflatie Inflatie Tarief 2024 Forensenbelasting 0,331% 4,36% 0,317% 2,4% 0,325% Het minimumtarief van de forensenbelasting is gekoppeld aan het forfaitaire (jaar)tarief van de toeristenbelasting voor (grotere) caravans. Aangezien voorgesteld wordt de toeristenbelasting ongewijzigd te laten ten opzichte van 2023, stellen wij voor het minimumtarief van de forensenbelasting te handhaven op € 198.
Havengeld Het tarief ontwikkelt zich als volgt: Omschrijving 2023 2024 Per ton laadvermogen, per 14 € 0,16, met een minimum € 0,17, met een minimum Politieke Markt - 12 december 2023 - 4/10 achtereenvolgende dagen van € 1,60 van € 1,65 Leges Ook bij de legestarieven wordt een inflatiecorrectie van 2,4% voorgesteld. Dit geldt niet voor wettelijke (maximum)tarieven. Voor wat betreft de rijbewijzen en de reisdocumenten stellen wij voor (net als dit jaar), de maximumtarieven te hanteren. Omgevingswet De legesverordening is aangepast aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de daarin opgenomen Wet kwaliteitsborging bouw. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet zullen de bestemmingsplannen gezamenlijk een omgevingsplan vormen, maar inhoudelijk zullen er nog weinig wijzigingen zijn in het ruimtelijk stelsel. Vergunningplichtige en vergunningvrije mogelijkheden zullen op andere plekken in de wet staan, maar feitelijk niet veranderen. De Wet kwaliteitsborging bouw (Wkb) noodzaakt wel tot een aanpassing van de legesverordening. Met de inwerkingtreding van de Wkb zullen voor bepaalde bouwwerken, gevolgklasse 1 genaamd, de preventieve en repressieve toetsen aan technische eisen uit het Bouwbesluit niet langer gelden. Die zullen vanaf 1 januari door de markt worden uitgevoerd, door kwaliteitsborgers.
Voor bouwwerken in andere gevolgklassen blijft de technische toets wel bij de gemeente. Daarom zijn de vergunningen voor de activiteit "bouwen" nu verdeeld in een ruimtelijke vergunning (bestemmingsplan en welstand) en een technische vergunning. Bij vergunningplichtige bouwwerken moet de ruimtelijke vergunning altijd worden aangevraagd, de technische vergunning alleen bij gevolgklassen 2 en 3. Het wegvallen van gemeentelijke taken is verdisconteerd in de leges. In de huidige legesverordening (voor 2023) bedragen de leges bij een bouwactiviteit 3% van de bouwkosten. In de voorgestelde verordening is dit voor de ruimtelijke vergunning 2,25% en voor de technische vergunning 0,75% van de bouwkosten. Samen weer 3%, maar bij de ruimtelijke vergunning is een staffel opgenomen, waarbij het percentage daalt naarmate de bouwkosten stijgen. Verder is de technische vergunning niet van toepassing op nieuwbouw in gevolgklasse 1, waar de Wkb in eerste instantie op ziet. Als gemeente ontvangen we dan dus alleen de leges van 2,25% van de bouwkosten. Dit betekent dat de legesinkomsten in die gevallen dalen met 25%. We hebben dit laten doorrekenen door een extern bureau, dat dit voor meer organisaties heeft gedaan. Ook heeft de branche colleges opgeroepen een percentage van 25% te hanteren.
Deze oproep sluit aan bij de uitgevoerde doorberekening, alsmede bij hetgeen in de voorgestelde verordening is verdisconteerd. Het college blijft verantwoordelijk voor de handhaving als de kwaliteitsborger gebreken constateert. Ook is de gemeente verantwoordelijk voor het ontvangen van meldingen en de controle op en het verwerken van opleverdossiers voor alle bouwwerken binnen gevolgklasse 1. Deze handhavings-, technische en administratieve taken mogen echter niet in de leges voor de vergunning worden verdisconteerd. Landelijk wordt ervan uitgegaan dat de Wkb per saldo resulteert in een toename met 2 fte's per gemeente. Onze organisatie is goed voorbereid op de komst van de Wkb, het wegvallen van taken en de komst van nieuwe taken. Vooralsnog is de verwachting dat alle taken met de huidige fte's kunnen worden uitgevoerd. Bij het opstellen van de Programmabegroting 2024-2027 was nog niet exact bekend wat de nieuwe regelgeving rondom de Omgevingswet betekent voor de kostendekkendheid van de leges. Het overzicht hiervan is daarom in dit voorstel opgenomen: Politieke Markt - 12 december 2023 - 5/10 Liggeld woonschepen Afgelopen maanden is er uitgebreid overleg geweest met de bewoners van de woonschepen aan De Rietlanden en in de Cornelisgracht over het legaliseren van het gebruik van de oever en aanpassingen aan de ligplaats en de leefomgeving.
De definitieve uitwerking hiervan vindt plaats via een nieuw bestemmingsplan, een huurovereenkomst voor de ruimte op de oever en een aanpassing van het liggeld. Bij het nieuwe bestemmingsplan zijn ook de bewoners van Dwarsgracht betrokken. Naar
Politieke Markt - 12 december 2023 - 6/10 verwachting zal ultimo 2024 een definitieve uitwerking van de genoemde punten worden bereikt. Voor 2024 ontwikkelen de tarieven zich als volgt: Omschrijving 2023 2024 Cornelisgracht en De Rietlanden in Giethoorn € 84,90 per jaar € 86,95 per jaar De Werven in Steenwijk € 977,35 per jaar € 1.000,80 per jaar Lijkbezorgingsrechten Een aantal voorbeelden van de ontwikkeling van de tarieven: Omschrijving 2023 2024 Grafrecht 1-diep (voor 20 jaar) € 993,40 € 1.017,20 Grafrecht 2-diep (voor 20 jaar) € 1.986,60 € 2.034,25 Begraven (12 jaar of ouder) € 977,50 € 1.000,95 Urnenrecht (2 urnen, 5 jaar) € 445,85 € 456,55 Bijzetten urn € 379,15 € 388,25 Onderhouden graf € 90,60 € 92,75 Administratiekosten € 48,40 € 49,55 Markt- en staangeld De tarieven ontwikkelen zich als volgt: Omschrijving 2023 2024 Markt- en staangeld per vierkante meter: Per dag € 0,32 € 0,33 Per kwartaal € 2,85 € 2,90 Per jaar € 11,30 € 11,55 Traditionele jaarmarkt, per dag € 1,35 (minimaal € 8,50) € 1,40 (minimaal € 8,70) Onroerende-zaakbelastingen (OZB) Met ingang van 2024 worden alle onroerende zaken weer voorzien van een nieuwe waarde in het kader van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Inmiddels zijn de uitkomsten van deze herwaardering voor nagenoeg 100% bekend. De waarden zijn bepaald per waardepeildatum 1 januari 2023.
Ten opzichte van de vorige herwaardering, per waardepeildatum 1 januari 2022, zijn niet- woningen gemiddeld met 1% in waarde gestegen. Woningen zijn gemiddeld met 4,36% in waarde gestegen. Het uitgangspunt is dat een waardestijging niet mag leiden tot een hogere opbrengst. Vanwege de stijging van de WOZ-waarden zijn daarom de OZB-tarieven van 2023 met de Politieke Markt - 12 december 2023 - 7/10 waardestijgingspercentages verlaagd. Op de aldus verlaagde tarieven is de inflatiecorrectie van 2,4% toegepast. De tarieven ontwikkelen zich als volgt: Omschrijving Tarief 2023 Waardeontwikkeling Gecorrigeerd tarief Inflatie Tarief 2024 Eigendom woning 0,0788% 4,36% 0,0755% 2,4% 0,0773% Eigendom niet- woning 0,2156% 1% 0,2135% 2,4% 0,2186% Gebruik niet woning 0,1744% 1% 0,1727% 2,4% 0,1768% Omschrijving Geraamd Programmabegroting 2024- 2027 Opbrengst 2024 op basis van herwaardering Verschil Eigendom woning € 5.132.849 € 5.105.649 - € 27.200 Eigendom niet- woning € 2.005.773 € 2.068.689 € 62.916 Gebruik niet- woning € 1.366.584 € 1.344.889 - € 21.695 Totaal € 8.505.206 € 8.519.227 € 14.021 Per saldo ontstaat een structureel voordeel van € 14.021. Dit wordt verwerkt in de Perspectiefnota 2024-2028.
Belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten (RWBB) De RWBB, die in rekening gebracht wordt voor roerende woon- en bedrijfsruimten die duurzaam aan een plaats gebonden zijn en dienen tot permanente bewoning of permanent gebruik, vormt een aanvulling op de OZB. Inhoudelijk is de RWBB vrijwel identiek aan de OZB. Zo wordt bijvoorbeeld voor woonruimten (enkel) een eigenarenbelasting geheven van de eigenaar per 1 januari van het belastingjaar en wordt geheven op basis van de getaxeerde waarde van de ruimte. Voor de RWBB gelden dezelfde tarieven als voor de OZB. De tarieven ontwikkelen zich als volgt: Omschrijving 2023 2024 Eigendom woning 0,0788% 0,0773% Eigendom niet- woning 0,2156% 0,2186% Gebruik niet- woning 0,1744% 0,1768% Politieke Markt - 12 december 2023 - 8/10 Rioolheffing De tarieven ontwikkelen zich als volgt: Omschrijving 2023 2024 Eigendom basis woning € 30,03 € 30,74 Eigendom afvalwater woning € 84,97 € 86,98 Gebruik basis woning € 24,42 € 25,00 Gebruik afvalwater woning € 63,97 € 65,50 Eigendom basis niet-woning 0,060% x de waarde, maximaal € 30,03 0,061% x de waarde, maximaal € 30,74 Eigendom afvalwater niet-woning € 84,97 € 86,98 Gebruik basis niet-woning 0,049% x de waarde, maximaal € 24,42 0,050% x de waarde, maximaal € 25,00 Gebruik afvalwater niet-woning t/m 500 m3 € 63,97 € 65,50 Gebruik afvalwater niet-woning meer dan 500 m3 t/m 2.500 m3 € 63,97 + €
0,57/m3 vanaf 500 m3 € 65,50 + € 0,58/m3 vanaf 500 m3 Gebruik afvalwater niet-woning meer dan 2.500 m3 t/m 20.000 m3 € 1.203,97 + € 1,16/m3 vanaf 2.500 m3 € 1.225,50 + € 1,19/m3 vanaf 2.500 m3 Gebruik afvalwater niet-woning meer dan 20.000 m3 € 21.503,97 + € 0,57/m3 vanaf 20.000 m3 € 22.050,50 + € 0,58/m3 vanaf 20.000 m3 Toeristenbelasting en Watertoeristenbelasting We zijn voornemens de (water)toeristenbelasting met ingang van 2025 te verhogen en gedifferentieerde tarieven te gaan hanteren. In de Perspectiefnota 2024-2028 zullen we hiertoe een voorstel aan de gemeenteraad voorleggen. Voor 2024 stellen wij voor de tarieven ongewijzigd te laten. In de verordeningen zijn enkel de bepalingen over de termijnen van betaling gewijzigd, zoals in het voorgaande al is aangegeven. Vermakelijkhedenretributie De tarieven ontwikkelen zich als volgt: Omschrijving 2023 2024 Houten punter € 50,40 € 51,60 Rondvaartboot € 504 € 516 Verhuurboot niet breder dan 180 cm € 504 € 516 Verhuurboot breder dan 180 cm € 1.512 € 1.548 Motorvaartuig niet breder dan 180 cm € 504 € 516 Politieke Markt - 12 december 2023 - 9/10 Motorvaartuig breder dan 180 cm € 1.512 € 1.548 Bedrijveninvesteringszone De door de gemeenteraad in oktober 2021 vastgestelde "Verordening bedrijveninvesteringszone centrumgebied Steenwijk 2022" geldt voor een periode van vijf jaar.
De verordening bevat dan ook de tarieven van de BIZ-bijdrage voor 2022 tot en met 2026. De voorgestelde wijziging van de verordening omvat alleen het schrappen van het maximum van €5.000 per aanslagbiljet om via automatische incasso gespreid te kunnen betalen. Kanttekeningen en risico’s Niet van toepassing. Duurzaamheid en social return Niet van toepassing. Financiële toelichting De financiële gevolgen zijn verwerkt in de Programmabegroting 2024-2027. De meeropbrengsten van het bruggeld en de onroerende-zaakbelastingen worden verwerkt in de Perspectiefnota 2024-2028. Communicatie en participatie De vaststelling van de belastingverordeningen wordt bekendgemaakt in het Gemeenteblad. Uitvoering en planning De verordeningen treden de eerste dag na bekendmaking in werking. Datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. Is het besluit openbaar? Ja Besluit Het college legt het volgende voor aan de gemeenteraad: De volgende belastingverordeningen vast te stellen. 1. Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2024; 2. Verordening op de heffing en invordering van bruggeld 2024; 3. Verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting 2024; 4. Verordening op de heffing en invordering van havengeld 2024; 5. Verordening op de heffing en invordering van leges 2024; 6. Verordening op de heffing en invordering van liggeld woonschepen 2024; 7.
Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten 2024; 8. Verordening op de heffing en invordering van markt- en staangeld 2024; 9. Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelastingen 2024; 10. Verordening op de heffing en invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2024; Politieke Markt - 12 december 2023 - 10/10 11. Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2024; 12. Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2024; 13. Verordening op de heffing en invordering van vermakelijkhedenretributie Dorpsgracht Giethoorn 2024; 14. Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2024; 15. Verordening tot wijziging van de Verordening bedrijveninvesteringszone centrumgebied Steenwijk 2022.