Beantwoording vragen technisch vragenuur programmabegroting 29 oktober 2019.pdf
Tekst van het document
Beantwoording vragen technisch vragenuur met de gemeenteraad n.a.v. Programmabegroting 2020-2023 (29/10/19) (op 1 november 2019 beantwoord en doorgeleid naar de Griffie) 1. Openstaande vragen (gesteld tijdens het vragenuur) Nr. Vraag Vindplaats Antwoord 1. De solvabiliteitsratio bedraagt 22%, 2% boven het minimumpercentage dat door de raad is bepaald. Hoeveel ruimte is er ten opzichte van deze 20% p. 17, § 2.4 Het percentage is een afgeleide van het Eigen Vermogen in relatie tot het totaal van de passiva (deze laatste wijzigt elk jaar). In de begroting verhoudt 1% zich met een bedrag van bijna € 1,2 miljoen en 2% met bijna € 2,4 miljoen. Nr. Vraag Vindplaats Antwoord 2. Onder het doel ‘Meer duurzame elektriciteit’ staat als resultaat vermeld een jaarlijkse stijging van het percentage duurzaam opgewekte elektriciteit tot 20% in 2022 (t.o.v. 6,5% in 2016). Hoe hoog is het percentage opgewekte duurzame elektriciteit in 2019? p. 24 § 2.6 De jaarlijkse stijging van het percentage duurzaam opgewekte elektriciteit bedraagt in 2018 14,1% (bron: klimaatakkoord.nl). Dit is de meest actuele informatie die we beschikbaar hebben. Nr. Vraag Vindplaats Antwoord 3. Een van de doelen is minder restafval per inwoner. Daar zijn concrete resultaten aan gekoppeld. Wat zijn de huidige ‘scores’? p. 25, § 2.6 Het percentage hergebruik per inwoner ligt over het eerste halfjaar op 84%.
De hoeveelheid restafval per inwoner ligt over het eerste halfjaar op 31 kilo. 2 Nr. Vraag Vindplaats Antwoord 4. Een van de maatregelen i.h.k.v. de bestuurlijke herprioritering is een besparing op de ‘Routekaart Energieneutraal Maatschappelijk Vastgoed’. Wat gaan we niet meer doen? Wat nog wel? p. 27, § 2.6 In de Perspectiefnota is hiervoor de volgende toelichting opgenomen: Ad 2.1: Routekaart EnergieNeutraal Maatschappelijk Vastgoed 2050 (post in huidig bestedingsplan): Niet gasloos voor bestaande gebouwen Het afkoppelen van bestaande gebouwen van de gasaansluiting uit de ‘Routekaart EnergieNeutraal Maatschappelijk Vastgoed 2050‘ halen. Dit betekent dat de gemiddelde jaarlijkse investering circa 25% lager uitvalt. Ons reeds bestaande maatschappelijk vastgoed is de komende 30 jaar niet van het gas afgekoppeld. Wel komen er steeds meer mogelijkheden met ‘groen’ gas om onze ambities te realiseren. Nr. Vraag Vindplaats Antwoord 5. Onder het doel ‘Excellent vestigingsklimaat’ staat vermeld dat Steenwijkerland in 2020 in de top 50 van mkb- vriendelijke gemeenten staat. Waar staan we nu? p. 30, § 2.7 Op basis van de uitkomsten van een onderzoek in 2018 is de plaats op de landelijke ranglijst van de gemeente Steenwijkerland nummer 195 (van de 344 gemeenten). Eens in de 2 jaar vindt een onderzoek plaats, dus in 2020.
Om de doelstelling te behalen hebben we een Plan van Aanpak opgesteld. Nr. Vraag Vindplaats Antwoord 6. Onder het doel ‘Mensen met een arbeidsbeperking wordt een beschutte werkplek geboden’ staat vermeld dat het aantal nieuwe mensen met recht op beschut werk en daadwerkelijk een beschutte werkplek heeft, minimaal het jaarlijks vastgestelde minimum aantal bedraagt. Voor 2019 p. 36, § 2.8 We hebben de landelijke taakstelling voor beschut werk over 2018 (10 plekken) met 11 plekken gehaald. Voor 2019 is onze taakstelling 14 werkplekken beschut werk. Per 1 oktober 2019 zijn er 13 gerealiseerd. Ons uitgangspunt is dat de mensen die een indicatie voor beschut werk hebben gekregen van het UWV ook geplaatst worden bij NoordWestGroep. 3 was dat aantal 14. Waar staan we nu en vallen er geen mensen ‘tussen wal en schip’? Nr. Vraag Vindplaats Antwoord 7. Onder het doel ‘Het aantal inwoners dat moeite heeft met lezen, schrijven, rekenen of digitale vaardigheden neemt af’ staat als resultaat vermeld dat in de periode 2019-2022 minimaal 600 inwoners deel nemen aan een aanbod om taalvaardigheden te vergroten. Hoeveel doen er nu mee? p. 37, § 2.8 Zoals ook in de Najaarsnota 2019 valt te lezen (p. 29/30), nemen in 2019 naar verwachting 125 inwoners deel aan één van de programma’s. Nr. Vraag Vindplaats Antwoord 8. In de opsomming van acties voor 2020 staat o.a.
het ‘implementeren van de wijkgerichte aanpak gezonde leefstijl’ vermeld. Werd dit in het verleden ‘GIDS’ genoemd? p. 38, § 2.8 Nee, want dit is een nieuwe activiteit. De activiteit draagt wel bij aan het doel van Gezond in Steenwijkerland. Mogelijk kan hier wel budget voor ingezet worden vanuit GIDS. Daarnaast hebben we vanuit GIDS ook nog steeds de subsidieregeling voor het opzetten van activiteiten op het gebied van gezondheid, bewegen en participatie. Nr. Vraag Vindplaats Antwoord 9. In de opsomming van doelen ontbreekt het doel om een tegenprestatie te vragen voor mensen met een bijstandsuitkering. Hoe zit dat? Hoeveel jeugdigen leven in armoedegezinnen? p. 36 t/m 38, § 2.8 Het college heeft de doelstelling van de tegenprestatie voor mensen met een bijstandsuitkering niet meer expliciet opgenomen. Het aantal jeugdigen in armoedegezinnen in onze gemeente bedraagt ongeveer 600. 4 Nr. Vraag Vindplaats Antwoord 10. In de risicoparagraaf is de Wmo opgevoerd als risico. Een van de beheersmaatregelen is het inzetten van de reserve opvangen tekorten sociaal domein als zich budgetoverschrijdingen voordoen. Er staat vermeld dat de stand van deze reserve nu nog € 854.000 bedraagt. Hoe verhoudt zich dit bedrag tot de (hogere) bedragen die staan vermeld in de tabel op p.
141? Wat is de verklaring voor het verschil? Kan het verloop van de bestemmingsreserve in beeld worden gebracht i.r.t. eerdere raadsbesluiten? p. 91, § 4.2.3 Overzicht verloop reserve opvangen tekorten Sociaal domein pagina 141: 2018 2019 2020 2021 2022 2.279.000 1.854.000 1.504.000 1.404.000 -425.000 (begroting 2019, blz. 50- 51) -250.000 (PPN 2020 – 2023 tabel 4, blz. 16) -100.000 (PPN 2020 – 2023 tabel 4, blz. 16) -50.000 (PPN 2020 – 2023 tabel 4, blz. 16) -100.000 (begroting 2020 Veilig thuis, blz. 66-67 2.279.000 1.854.000 1.504.000 1.404.000 1.354.000 Bovenstaande bedragen zijn exclusief een onttrekking van € 600.000 die wordt gevraagd in de Najaarsnota 2019 (p. 33, financiële mutatie nr. 4 Jeugdhulp). Deze wordt behandeld in uw vergadering van eind november. Indien wel rekening wordt gehouden met deze onttrekking, dan is de stand van de reserve ultimo 2019 € 1.254.000. Het meerjarenbeeld is dan als volgt: 2018 2019 2020 2021 2022 Stand ultimo 2019 1.254.000 904.000 804.000 754.000 In de programmabegroting staat op p. 91 dat de stand van de reserve ‘nu nog € 854.000 is’. Dat bedrag is dus niet juist. 5 Nr. Vraag Vindplaats Antwoord 11. In de paragraaf bedrijfsvoering wordt gesproken over organisatorische wijzigingen en de mogelijke (financiële) gevolgen. Is er op dit moment meer bekend? Wat is de stand van zaken? p.
124/125, § 4.6 De algemeen directeur zal de raad hierover separaat informeren. Nr. Vraag Vindplaats Antwoord 12. De gepresenteerde vervangingsinvesteringen hebben voornamelijk betrekking op ICT. Kan een overzicht worden gegeven van alle vervangingsinvesteringen? p. 134, Bijlage 1 Zie bijlage. Nr. Vraag Vindplaats Antwoord 13. In bijlage 5 ‘Incidentele baten en lasten’ valt een aantal malen de term ‘bidbook’. Gaat o.a. om ‘Bidbook bijdrage biocentrale’ en ‘Bidbook marktonderzoek 2020’. Kan worden toegelicht wat hiermee wordt bedoeld? p. 142 e.v., bijlage 5 In de Programmabegroting 2019-2022 is het aandeel van € 5,5 miljoen als bijdrage van de gemeente voor het bidbook opgenomen. In februari 2019 is in een raadsvoorstel medegedeeld dat er een aantal wijzingen zijn opgetreden. In de Najaarsnota 2019 zijn we hier weer nader op ingegaan. Hieronder wordt concreet ingegaan op de onderdelen uit bijlage 5 bidbook: - Bij het programma ‘Duurzaam’ staat een onttrekking uit de reserve in 2022 voor het onderdeel bidbook bijdrage biocentrale voor € 125.000. Dit bedrag stamt nog uit de Programmabegroting 2019-2022 en betrof een voorziening duurzaamheid biocentrale ten behoeve van de 6 ontsluiting van een recreatiepark. In het voorstel van februari 2019 is er geen rekening meer mee gehouden dat hier voor geld beschikbaar gesteld dient te worden.
- Bij het programma ‘Werk aan de winkel’ staat een onttrekking uit de reserve in 2020 van € 13.000. Dit bedrag stamt nog uit de Programmabegroting 2019-2022 en betrof marktonderzoek en marktoriëntatie ten behoeve van het onderdeel oude ambachten. In het voorstel van februari 2019 bestaat dit onderdeel nog steeds. - Bij het programma ‘Mijn Steenwijkerland’ staat een onttrekking uit de reserves van resp. € 344.000 in 2020, € 62.000 in 2021 en € 240.000 in 2022. Deze bedragen stammen nog uit de Programmabegroting 2019- 2022 en betreffen uitgaven ten behoeve van de optimalisering Beulakerweg, aanlichten bruggen t.b.v. particulieren, museum bij punterwerf en fondsvorming voor houten punters bij onderdeel oude ambachten. Nr. Vraag Vindplaats Antwoord 14. Is bij de verplaatsing van de scouting niet alleen rekening gehouden met de uitgaven, maar ook met de opbrengsten? p. 145, bijlage 5 Er is vooralsnog binnen de reserves geen rekening gehouden met de opbrengst. In de vertrouwelijke bijlage bij het raadsvoorstel die destijds kon worden ingezien bij de griffie, is wel een inschatting gemaakt van de verwachte opbrengsten. 7 2. Vragen die tijdens het vragenuur zijn beantwoord Nr. Vraag Vindplaats Antwoord 1. In de tabel ‘Meerjarenbeeld’ is de regel ‘Raadsbesluiten tot en met de vergadering van 9 juli 2019’ opgenomen. Vallen er geen raadsbesluiten tussen ‘wal en schip’? p.
15, § 2.3 Alle raadsbesluiten zijn opgenomen in de programmabegroting. Deze staan afzonderlijk vermeld op p. 64, incl. de data van de raadsvergaderingen. 2. Een van de speerpunten voor 2020 is ‘dienstverlening op locatie’. Hoe verhoudt zich dat tot de toename van de werkplekkosten in de Najaarsnota 2019? Is daar in de begroting rekening mee gehouden? p. 20, § 2.5 Tijdens de mondelinge beantwoording is een relatie gelegd tussen de hogere ‘mobile werkplekkosten’ zoals is weergegeven op p. 56 in de Najaarsnota. Voordeel van dit nieuw type mobiele werkplek is dat (vertrouwelijke) gegevens niet decentraal beschikbaar zijn. Dus bij verlies of diefstal komt er geen informatie beschikbaar. Deze werkplekken worden met name gebruikt in het sociaal domein door consulenten die op locatie (buiten het gemeentehuis) werken. Over de invulling van de dienstverlening op locatie zal de raad binnenkort worden geïnformeerd. 3. Is bij de meerjarenraming voor de OZB-opbrengst rekening gehouden met het fors aantal WOZ-bezwaren? p. 59, § 2.13 Bij het opstellen van de meerjarenbegroting is cijfermatig geen rekening gehouden met de gevolgen van het forse aantal bezwaarschriften. In de risicoparagraaf staat het wel vermeld, omdat wij het wel zien als risico. Zie hiervoor p. 89 van de begroting. Het is momenteel lastig aan te geven of er structurele gevolgen zullen zijn voor de meerjarenraming. 4.
Op grond waarvan is besloten het percentage voor de marktrente te verlagen van 1,5% naar 0,5%? p. 66 § 3.6.3 De markrente is het afgelopen jaar sterk gedaald: - In september 2018 is een lening afgesloten met een rentepercentage van 1,38%; 8 - In september 2019 is een lening afgesloten met een rentepercentage van 0,275%. Op basis van de ontwikkelingen die wij zien, hebben wij medio september bij het opstellen van de begroting de te hanteren markrente bijgesteld naar 0,5% (PPN 2020-2023: 1,5%). Dit is het rentepercentage dat wij gebruiken om de nog uit te voeren investeringen te kunnen bekostigen ( rood staan). De gemeente Steenwijkerland mag maximaal ongeveer € 11 miljoen rood staan. Duurt dit te lang (> 2 kwartalen) dan zijn wij verplicht om een langlopende geldlening aan te trekken. Inmiddels is de indicatieve rente bij de BNG d .d. 30 oktober 0,66% voor 25 jaar zonder renteaanpassing. 5. Ontwikkeling reserves en voorzieningen. Klopt het dat de algemene reserve en de bestemmingsreserves in korte tijd fors zijn afgenomen? Waar wordt dit door veroorzaakt? p. 70/71, § 3.9 Ja dat klopt, wij verwachten dat deze afname zal plaatsvinden. Dit is het gevolg van de door de raad genomen besluiten waarbij reserves worden ingezet (zie hiervoor bijlage 5 van de begroting). 6.
Is bij de meerjarenraming van de opbrengsten van de afvalstoffenheffing rekening gehouden met de jaarlijkse dividend uitkering van de ROVA? Zo nee, wat zou het effect zijn op de stijging van het tarief? p. 78, § 4.1.7 De inkomsten uit dividend zijn niet meegenomen bij de geraamde opbrengsten uit de afvalstoffenheffing, maar vallen onder de algemene middelen. In het geval het dividend van € 253.000 wordt ingezet binnen afval, stijgt het dekkingspercentage op p. 78 van de begroting van 74,9% naar 80%. 7 Er staat vermeld dat in de begroting 2020 rekening wordt gehouden met gemiddeld 675 verstrekte bijstandsuitkeringen. Op grond waarvan is dat aantal bepaald? p. 94, § 4.2.3. De begroting 2019–2022 van de Igsd is hier leidend in geweest. Voor het jaar 2020 wordt uitgegaan van gemiddeld 675 WWB-uitkeringen. Daarnaast wordt er nog rekening gehouden met 50 uitkeringen voor de Ioaw en Ioaz. 9 8. Bij speelvoorzieningen schommelen de jaarlijkse bedragen. Hoe kan dat? P. 114, § 4.4.3.5 Bij speelvoorzieningen is sprake van uitgaven voor onderhoud en uitgaven voor vervanging van speeltoestellen. De onderhoudsuitgaven zijn constant. Bij vervangingen is het echter afhankelijk van de staat van het toestel of het wel of niet vervangen moet worden. Dit doen we op basis van reguliere inspecties. Dit betekent dat er het ene jaar meer vervangen moet worden dan het andere.
Dit leidt tot schommelingen in het benodigde budget. Om deze schommelingen op te vangen is er in het verleden een voorziening ingesteld. Als er meer geld dan gemiddeld benodigd is, dan wordt het uit de voorziening gehaald en als er minder dan gemiddeld benodigd is, dan wordt het in de voorziening gestort. 9. Er is niet voor alle verbonden partijen bekend wat de dividend/rentevergoeding is. Waarom is het overzicht niet compleet? p. 127 e.v., § 4.7 De tabel op pagina 128 is compleet. De jaarrekeningen van de verbonden partijen komen terug in het jaarverslag waarin de balanspositie van deze verbonden partijen worden weergegeven. Deze informatie komt niet terug in de programmabegroting. Voor enkele verbonden partijen verwachten wij voor 2020 geen dividend of rentevergoeding. Specifiek voor Enexis geldt dat de lening Enexis tranche D in 2019 wordt afgelost. 10. Onder Bestuur en ondersteuning is vanaf 2021 een bedrag opgenomen van € 550.000. Dit wort niet toegelicht. Waar heeft dit bedrag betrekking op? p. 136, bijlage 2 Dit bedrag heeft betrekking op twee stelposten: - Stelpost ‘de bezoeker draagt bij’ (€ 140.000); - Stelpost ‘verhogen overige belastingen en heffingen’ (€ 410.000). 11. Er staat een bedrag vermeld voor de essentaksterfte. Waarom geen bedrag opgenomen voor de (bestrijding van) de eikenprocessierups? P.
144, bijlage 5 In de Najaarsnota is 2019 is een incidentele tegenvaller van € 75.000 opgenomen vanwege de bestrijding van de eikenprocessierupsen. In de toelichting staat het volgende vermeld: 10 In het najaar zal een Plan van Aanpak worden opgesteld, waarin de structurele gevolgen voor komende jaren in beeld worden gebracht. De structurele lasten zullen vervolgens worden betrokken bij de Perspectiefnota van 2021. 11 3. Vragen die schriftelijk zijn gesteld 1. De tabel op p. 58 laat aan de baten kant een post zien van Onvoorzien groot € 550.000. In de tabel op p. 59 zien we Onvoorzien terug met een bedrag van € 594.000. Staat geen enkele toelichting bij. Wat zijn dit voor bedragen? p. 58/59, § 2.12 en § 2.13 Het bedrag van € 550.000 heeft betrekking op de twee stelposten aan de inkomstenkant vanaf 2021: ‘de bezoeker draagt bij’ (€ 140.000) en ‘verhogen overige belastingen en heffingen’ (€ 410.0000). Het verschil van € 44.000 wordt veroorzaakt door een te hoge raming voor in de uitgaven voor de post ‘areaaluitbreiding wegen, plantsoenen en openbare verlichting’. Dit bedrag is zichtbaar in beide tabellen op p. 58 en p. 59. 2. Lokale belastingverhogingen: waarom geen extra (+3%) lastenverhoging bij de rioolrechten en niet de 4.6%? p.
76/77, § 4.1.5 Uitganspunt is om de lokale lasten – OZB, afvalstoffenheffing en rioolrechten gezamenlijk – niet meer dan trendmatig te laten stijgen (1,6% in 2020). De extra lastenverhoging van 3% is beschouwd op het niveau van de totale woonlasten voor eigenaren en gebruikers en niet op de afzonderlijke onderdelen. Dat komt mede doordat bij riool en afval sprake is van een zogenaamde ‘gesloten huishouding’. De kostenontwikkeling bepaalt in sterke mate de tariefstelling. In 2020 stijgt de OZB (eigenarendeel) met 4,6%, de afvalstoffenheffing met 8,2% en de rioolrechten met 1,6%. 3. De afvalstoffenheffing gaat met 8,2% omhoog, zonder de opslag van die € 5.-. Dat zit naast een hoger inflatietarief ROVA (2,17% tegen 1,6% bij Steenwijkerland) en 3% extra Steenwijkerland bij kosten/baten PMD. Gaat dan om 3.6%. Vraag: kan er een specificatie komen van de PDM kosten en lagere inkomsten? Om welke bedragen gaat het hier? p.
78/79, § 4.1.7 De kostenstijging kent de volgende oorzaken (en heeft dus geen relatie met de 3% die alleen betrekking heeft op de OZB): - Meerkosten voor het sorteren en vermarkten van kunststof verpakkingsmaterialen: € 140.000; 12 (oorzaken: nieuw contract, vervuiling van PMD, extra transportkosten, meer tonnages aangeleverd dan begroot ten opzichte van eerder contract); - Lagere vergoeding Nedvang (Afvalfonds): € 130.000 (doordat de controles strenger zijn geworden is sprake van meer uitval en wordt er voor een lager aantal tonnages een vergoeding ontvangen, daarnaast is ook de vergoeding per ton lager); - De inflatiestijging van de ROVA (de 2,17%): € 65.000. De voorziening wordt minder aangesproken dan vorig jaar, omdat het saldo van de voorziening dit niet toelaat --> € 50.000. Hier tegenover staan in 2020 lagere kosten doordat de afvalstoffenbelasting voor ons is uitgesteld tot 1 juli 2021 --> - € 95.000 Per saldo circa € 300.000 aan extra kosten, dit betekent een tariefstijging van ca. 8% in 2020. 4. Kapitaallasten. Waar vinden we – direct of indirect – de inzet terug van de netto vrijkomende kapitaalslasten – gemiddeld zo’n € 50.000 positief – in de Programmabegroting of Bedrijfsvoering. Of worden die ingezet voor de investering bedrijfsvoering groot € 912.000. Bijlage I (blz. 134) laat een ander totaalbedrag zien. Zie informatienota kapitaalslasten. p.
70, § 3.7 De vraag over de € 50.000 komt voort uit de informatienota die onlangs is verstuurd over vrijvallende kapitaallasten en komt niet voort uit de programmabegroting. Deze vrijkomende kapitaallasten zijn niet direct zichtbaar in de programmabegroting, maar zijn daarin uiteraard wel opgenomen. De vrijvallende kapitaallasten worden geboekt op een separate kostensoort binnen de bedrijfsvoering. Op pagina 134 worden de benodigde kapitaallasten van de investering groot € 911.500 opgenomen. Deze komen ten laste van deze stelpost. Het restant hebben wij weergegeven in de genoemde informatienota. 13 5. Verzoek: Onderhoud Openbare ruimte graag ook totalen per tabel. Verder zien we veel verschil in de te investeren bedragen groot onderhoud. Waarom zulke grote verschillen per jaar? p. 107, § 4.4 In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen staan in de tabellen zowel exploitatielasten als investeringen vermeld. Dat is de reden dat deze bedragen niet zijn opgeteld. Voor groot onderhoud werken we met een voorziening. Dat betekent dat op basis van inspecties wordt bekeken wanneer onderhoud noodzakelijk is. Is bewust voor gekozen om dat niet budgetgestuurd te doen. Gevolg is dat in de praktijk de jaarlijkse bedragen kunnen schommelen. 6. Toelichting op de Grondexploitatie laat zien dat we in 2019 en volgende jaren nog een uit te keren winst kunnen verwachten van totaal zo’n 3.5 miljoen.
Waarom vinden we dit niet terug in de Begroting 2020-2023 bij beleidsbeslissingen (zeg maar aan de voorkant)? Waar en wanneer worden die winsten ingezet? p. 131, § 4.8 p. 148, bijlage 6 Het bedrag van € 3,5 miljoen is zichtbaar op p. 131 in de programmabegroting, zie de tabel met de ‘meerjarige winstprognose grondexploitatie’ voor 2019 tot en met 2023. De bedragen zijn tevens zichtbaar in bijlage 6 op p. 148, zie de tabel ‘Structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma. In dit geval hebben de bedragen betrekking op het programma ‘Werk aan de winkel’. 7. Wij krijgen jaarlijks ongeveer 400.000 euro van de overheid voor mantelzorgondersteuning. Voor zover mij bekend mogen gemeenten zelf de bestemming daarvan bepalen omdat het *niet* geoormerkt is. Ik zou graag willen weten of dat bij ons ook zo is, of dat het geld bij ons wel geoormerkt is Mantelzorgondersteuning maakt onderdeel uit van de WMO. Hiervoor wordt een bedrag ontvangen vanuit de Algemene uitkering (Gemeentefonds) van het rijk. Dit is niet geoormerkt. Gemeenten mogen zelf weten hoe het ontvangen geld vanuit de Algemene uitkering wordt besteed. Voor het mantelzorgcompliment is - als voorbeeld - in de begroting een bedrag opgenomen van € 100.000 per jaar. Dit bedrag is wel geoormerkt, niet door rijksregels, maar door het besluit van de gemeenteraad om hier budget beschikbaar voor te stellen. 8.
Is er ook een beleidsstuk omtrent toeristenbelasting waarin staat hoe het forfait is bepaald en wat de hoogte hier van is? Het forfait van de toeristenbelasting wordt door de gemeenteraad zelf vastgesteld. De regeling is namelijk opgenomen in de verordeningen 14 Is dit iets wat de raad bepaalt of wordt het door de ambtenaren vastgesteld? toeristenbelasting en watertoeristenbelasting. Het forfait bestaat uit een gemiddeld aantal personen (dat verblijf houdt) en een gemiddeld aantal overnachtingen of etmalen (per verblijf houdende persoon). Deze aantallen worden met elkaar vermenigvuldigd en vervolgens met het tarief (op dit moment € 1). Dan krijg je het forfaitaire tarief per slaapplaats, standplaats of ligplaats. 9. Hoe zit het qua lusten en lasten m.b.t. het Bidbook in de Programmabegroting voor 2020 en volgende jaren? Is er een actueel overzicht te maken van zoals we die als eens eerder konden inzien? Hoe hard zijn de verplichtingen? Onze indruk – financieel gezien – is dat er nog weinig uitgaven zijn gedaan (incidenteel en investeringen).
Klopt dat beeld en levert dat nog ruimte op? Of speelt zich dat af binnen de Jaarrekeningen? Tijdens de vergadering van 12 februari 2019 heeft uw raad besloten om de in de programmabegroting 2019-2022 beschikbaar gestelde bijdragen voor de uitvoering van het Bidbook niet te wijzigen, te weten een bedrag van € 5.500.000 en de definitieve financiële consequenties als gevolg van incidentele/structurele aard en eventuele aanpassing van de planning te verwerken in de Perspectiefnota. Er lag toen een overzicht met investeringen en dekkingsmiddelen ter inzage bij de griffie. Ook heeft u toen in gestemd met de bestedingsrichting van een aantal maatregelen uit het Bidbook waaronder het Intercity station geschikt maken voor ‘De Poort naar Overijssel’, het optimaliseren van het routenetwerk (fietspaden) en het realiseren van een loswal als sociaal economisch scharnierpunt. In de Najaarsnota 2019 is op p. 12 een toelichting gegeven op de ‘afwijking Bidbook’: Ten opzichte van de oorspronkelijke planning bij de Programmabegroting 2020-2022 zijn een aantal wijzigingen opgetreden. In de Programmabegroting werd nog uitgegaan van een bijdrage van het Rijk van € 11 miljoen en de Provincie van € 5,5 miljoen.
In het raadsvoorstel van februari 2019 is reeds medegedeeld dat het Rijk niet meebetaalt en de provincie € 6,4 miljoen, waardoor de totaal beschikbare middelen (inclusief de € 5,5 miljoen van de gemeente) uitkomen op € 11,9 miljoen. 15 Momenteel loopt een lobbytraject richting Rijk, ondersteund door de motie Moorlag om rijksmiddelen in te zetten voor Steenwijkerland als experimenteergebied voor ‘waardevol toerisme’. Daarnaast worden ook onderdelen van het bidbook ingebracht bij de Regiodeal Human Capital van de Regio Zwolle. Naar verwachting zal dit in 2020 tot extra middelen leiden, maar zekerheid daarover is er nog niet. Het niet honoreren van de Regiodeal door het Rijk heeft geleid tot vertraging in de uitvoering van het programma. Er ligt inmiddels een aangepaste regiodeal met middelen van de gemeente en de provincie waarbij een aantal projecten is vertraagd, geschrapt of ‘on hold’ gezet. Een andere oorzaak voor vertraging is de stikstofproblematiek. Dit heeft geleid tot vertraging van een aantal projecten, bijvoorbeeld de aanleg/verbetering van fietspaden. Gevolg is dat het programmaplan is bijgesteld op basis van de recente ontwikkelingen en dat het plan in het najaar 2019 opnieuw wordt vastgesteld en voor 1/1/2020 beschikt wordt door de provincie De bijbehorende doelen blijven gehandhaafd. Er zullen verschuivingen optreden in incidentele en structurele zin.
Hierover zal meer bekend zijn bij de behandeling van de PPN volgend jaar. Wij gaan er vanuit dat de € 11,9 miljoen de komende jaren daadwerkelijk tot besteding komt. Er is daarom geen sprake van financiële ruimte doordat onderdelen binnen het programma nog niet zijn uitgevoerd. Bovendien willen we benadrukken dat het hier om een integraal programma gaat waarbij de samenhang van de verschillende onderdelen bepalend is voor het realiseren van de doelen (gemeente en provincie). 16 BIJLAGE: Overzicht vervangingsinvesteringen Afschr.termijn 2020 2021 2022 2023 2024 Tractie en Gereedschappen Voertuig sportvelden 8 jaar € 70.000 Veegwagen 8 jaar € 200.000 € 270.000 Personenauto 7 jaar € 40.000 Trekker 8 jaar € 40.000 Pick-up met kraan 8 jaar € 90.000 Pick-up met kraan 8 jaar € 50.000 Fuso Canter 8 jaar € 155.000 Klepelmaaier 1 jaar € 10.000 Snipperkar 1 jaar € 15.000 € 400.000 Trekker 8 jaar € 70.000 Snipperaar 8 jaar € 50.000 Personenauto (2x) 7 jaar € 80.000 Snipperkar 1 jaar € 15.000 € 215.000 Personenauto (4x) 7 jaar € 160.000 Beschikbaar te stellen voor 2020 € 270.000 Te reserveren voor 2021-2024 € 775.000 17 € 1.045.000 ICT Vervanging blade servers 4 jaar € 48.000 Klantenzuil frontoffice 4 jaar € 30.000 Firewall 4 jaar € 60.000 Software uitwijk 5 jaar € 70.000 Mobiele telefoons 3 jaar € 280.000 Bedrijfskritische applicaties 5 jaar € 30.000 In- uit dienst software 5 jaar €
80.000 € 598.000 Vervaning bladesysteem 4 jaar € 200.000 Draadloos netwerk 4 jaar € 70.000 € 270.000 Vervanging apparatuur vaste werkplekken 3 jaar € 175.000 Bedrijfskritische applicaties 5 jaar € 30.000 Bladeservers 4 jaar € 75.000 Vervanging documentscanners 4 jaar € 40.000 Software bij vervanging bladesysteem 5 jaar € 40.000 € 360.000 Vervanging blades incl. toebehoren 4 jaar € 150.000 Vervanging mobiele telefoons 3 jaar € 280.000 Aanpassing computerruimten 4 jaar € 60.000 Tablets 4 jaar € 80.000 Telefooncentrale 5 jaar € 100.000 € 670.000 18 Vervanging blades ervers 4 jaar € 48.000 Bedrijfskritische applicaties 5 jaar € 30.000 Klantenzuil frontoffice 4 jaar € 30.000 Firewall 4 jaar € 60.000 € 168.000 Beschikbaar te stellen voor 2020 € 598.000 Te reseveren voor 2021-2024 € 1.468.000 € 2.066.000 Facilitair Pagers meldsysteem 1 jaar € 8.500 Kluisjes in kelder 1 jaar € 5.000 Toiletaccessoires 1 jaar € 5.000 Vervanging 20 bureaus werf 1 jaar € 15.000 Vervanging bloembakken entrees 1 jaar € 5.000 Presentatiemiddelen 1 jaar € 5.000 € 43.500 Elektronische kluisjes 1 jaar € 10.000 Vervanging 10 bureaustoelen 1 jaar € 7.500 € 17.500 Vergaderstoelen 10 jaar € 30.000 Presentatiemiddelen 1 jaar € 12.500 Presentatiemiddelen 1 jaar € 12.500 19 Beschikbaar te stellen voor 2020 € 43.500 Te reserveren voor 2021-2024 € 72.500 € 116.000 Begraafplaatsen Ford Transit bus 8 jaar € 70.000
Grafdelfmachine 10 jaar € 80.000 Trekker 8 jaar € 30.000 Trekker 8 jaar € 130.000 Oplegger 10 jaar € 30.000 € 270.000 Dumpers begraafplaatsen 8 jaar € 26.000 Graflift 1 jaar € 10.000 € 36.000 Beschikbaar te stellen voor 2020 0 Te reserveren voor 2021-2024 € 376.000