Beantwoording technische vragen PPN 2020-2023 vragenuur 2 juli 2019.pdf
Tekst van het document
1 Beantwoording van technische vragen n.a.v. vragenuur over de PPN 2020-2023 (2 juli 2019) 1. Schriftelijk beantwoord voorafgaand aan het technisch vragenuur 1.1 Vraag: Investeren in zonnepanelen Oldemarkt. In de PPN staat vermeld dat n.a.v. een aanvullend bestedingsplan de raad akkoord is gegaan met een krediet van € 1,2 miljoen. Dit bedrag staat ook uitgesplitst in een van de staatjes. Wij vragen ons af wanneer dit aan ons is voorgelegd? Ik heb het bestedingsplan in de begroting bekeken en kan dit niet terug vinden. Antwoord: Op p. 53 van de programmabegroting 2019-2022 staat het bedrag van € 1,2 miljoen benoemd bij de post ‘Investeren in zonnepanelen in tijdelijke opstelling gemeentelijke gronden: locatie Oldemarkt’ (tabel met het aanvullend bestedingsplan). De maatregel is toegelicht op p. 131. 1.2 Vraag: Afvalinzameling evenementen: wat zijn de kosten voor Steenwijkerland op dit moment? Antwoord: Bedrag begroot in 2019: € 74.389. 2. Mondeling beantwoord tijdens het technisch vragenuur 2.1 Vraag: Algemene vraag: Wat wordt beschouwd als structureel geld en wat als incidenteel geld in de PPN? Antwoord: Een budget dat voor drie jaar is aangevraagd geldt als incidenteel. Een budget dat beschikbaar is (of wordt gesteld) voor 4 jaar of langer wordt beschouwd als structureel en moet worden gedekt door structurele inkomsten.
Korter dan 4 jaar is dan incidenteel waarbij uitgaven mogen worden gedekt door geld te onttrekken uit een reserve. 2.2 Vraag: In de tabellen staat een nadeel aangegeven met een plus en een voordeel met een min. Kan dit in het vervolg ook andersom (plus = plus en min = min)? Antwoord: Toegezegd wordt om dit in het vervolg te doen. Daarmee is de presentatie van de begrotingssaldi identiek aan de wijze waarop het nu al in de programmabegroting is weergegeven. 2.3 Vraag: P. 15: Budgetafwijkingen structureel en incidenteel. In de PPN is extra budget opgenomen voor de Jeugdhulp ter hoogte van € 1,5 miljoen. Hoeveel geld staat er nu in de begroting? 2 Antwoord: Er staat nu structureel € 10 miljoen in de begroting, terwijl een bedrag voor Jeugdhulp benodigd is van structureel € 11,5 miljoen. 2.4 Vraag: Pag. 16: Maatregelen om de kosten Jeugdhulp te beheersen. Hoe omgaan met jeugdigen in zorg die het voor altijd nodig hebben? Hoe dan beperken? Wat zijn de effecten dan? Antwoord: Verwezen wordt naar de Nota van antwoord op vragen die door de fractie van de VVD zijn gesteld over dit onderwerp. De nota is inmiddels verstuurd aan de griffie en komt binnenkort in Ibabs te staan. 2.5 Vraag: P.17: De prijsindex voor de helft uitkeren, 0,8% in plaats van 1,6%.
Is dit een bezuiniging en geldt dit voor alle budgetten? Antwoord: Het niet volledig uitkeren van de prijsindex levert een besparing op in de uitgaven en is dus een begrotingssaldo verbeterende maatregel. De prijsindex geldt voor alle exploitatiebudgetten, maar niet voor bedragen beschikbaar gesteld vanuit een reserve en voor investeringsbedragen (rente en afschrijving). Dit geldt ook voor gesubsidieerde instellingen. Zij worden dus minder gecompenseerd voor de prijsinflatie. 2.6 Vraag: P. 22: Bij de te nemen besluiten in hoofdstuk 5 staat onder andere het beschikbaar stellen van een krediet van € 9.368.000 voor ‘Financiële vertaling IHP onderwijshuisvesting, gewijzigde normbedragen en fasering’. Is de raad hierover eerder geïnformeerd? Antwoord: Er is een addendum gestuurd van het IHP naar de Raad. In overleg met schoolbesturen is kritisch gekeken naar een verdere verfijning van de budgetten en de planning. 2.7 Vraag: Op p. 24 onder 2.2 (Herstructureren Beheer en Onderhoud Maatschappelijk Vastgoed) staat o.a. als maatregel vermeld het bij gebruikers beleggen van onderhoudscontracten (‘zoals in overeenkomsten ook opgenomen’). Dit geldt voor sportaccommodaties, brandweer (OD) en jachthavens. Wat wordt bedoeld met de zinsnede ‘zoals in overeenkomsten ook opgenomen’? Antwoord: Hiermee wordt bedoeld dat we de overeenkomsten die nu al bestaan strikter gaan naleven.
Waar we nu wel eens wat extra’s doen, zal nu in eerste instantie de overeenkomst als leidraad worden gehanteerd. 3 2.8 Vraag: Op p. 24 onder 2.2 (Herstructureren Beheer en Onderhoud Maatschappelijk Vastgoed) staat o.a. als maatregel vermeld het onderhoud van het gemeentehuis bij facilitair beleggen. Levert dit daadwerkelijk geld op? Antwoord: Ja, hier is een geldbedrag van € 15.000 aan gekoppeld. 2.9 Vraag: Op p. 27 onder 4.2 valt te lezen dat de dure externe inhuur bij de IGSD met ingang van 1 januari 2020 tot een minimum wordt beperkt. Dit levert een besparing op van € 200.000. De IGSD wordt per 1 januari 2020 opgeheven en de taken komen weer bij de afzonderlijke gemeenten te liggen. Zijn de inhuurcontracten al opgezegd? Antwoord: De personen in vaste dienst zijn inmiddels geplaatst bij de gemeente Steenwijkerland of de gemeente Westerveld. Er gaat gekeken worden naar de balans vaste dienst versus inhuur, waarbij de extern ingehuurde contracten in eerste instantie van rechtswege vervallen bij overgang van IGSD naar de gemeentelijke sociale dienst per 1 januari 2020. Dit traject is ingezet. De verwachting is zeker dat de relatief dure externe inhuur in de nieuwe situatie na 1 januari 2020 verminderd kan worden. Onze inspanning is erop gericht om de resterende vacatureruimte zoveel mogelijk met vaste dienstverbanden in te vullen. 2.10 Vraag: P.
33: Maatregel 5.11 ‘Zwembad de Waterwyck’. Kan er een nadere onderbouwing komen van het bedrag van € 40.000 dat vooralsnog niet wordt gebruikt door de stichting sportservice Steenwijkerland? Antwoord: In de toelichting in de PPN staat vermeld dat het gaat om ‘subsidie aan zwembad Waterwyck’. Is niet juist. Moet zijn subsidie aan de stichting sportservice Steenwijkerland voor twee zwembaden in Steenwijk en Vollenhove. Stichting sportservice Steenwijkerland heeft na een extern onderzoek in 2015 over de exploitatietekorten bij de zwembaden de Waterwyck en Vollenhove over 2016, 2017 en 2018 respectievelijk € 100.000, € 60.000 en € 85.000 extra subsidie ontvangen. Vorig jaar is bij de begroting 2019 hiervoor structureel een bedrag van € 85.000 opgenomen. Op basis van de jaarrekeningen over de afgelopen drie jaar van de stichting blijkt echter dat volstaan kan worden met een bedrag van € 45.000. Daarom is in het kader van de herprioritering het bedrag van € 40.000 nu als besparing opgenomen in de PPN 2020. In het 2e half jaar 2019 zal uw raad met een apart voorstel hierover nog nader worden geïnformeerd. 2.11 Vraag: P. 33: Maatregel 5.13 ‘Herprioritering overhead en taken Scala’. Hoeveel subsidie krijgt Scala op dit moment? Antwoord: Scala krijgt momenteel een budget van € 275.000. Met ingang van het jaar 2022 wordt hierop een bedrag van € 100.000 in mindering gebracht.
4 2.12 Vraag: P. 40: ‘Verkeersmaatregelen zwaar verkeer Blokzijl’. Relatie met de discussie over een rondweg? Antwoord: In voorliggende PPN wordt de raad gevraagd alleen middelen beschikbaar te stellen voor verkeersmaatregelen. Er worden geen financiële middelen gevraagd voor een rondweg. 2.13 Vraag: P. 40 t/m 42: ‘Bespeelbaarheid sportvelden’. Er staan twee varianten vermeld die zijn toegelicht. Hoe verhoudt zich dat tot de scenario’s die eerder aan de raad zijn gepresenteerd? Antwoord: In voorliggende PPN wordt de raad gevraagd middelen beschikbaar te stellen voor variant 1 en 2. Deze varianten zijn aan elkaar gerelateerd, doordat variant 2 een ‘plus’ is bovenop het niveau ‘basis’ uit variant 1. 2.14 Vraag: P. 42: ‘Structureel inzetten formatie als security specialist ICT’. Gaat het bij de functie van security specialist ICT om een functie die nu tijdelijk is ingevuld? Antwoord: Bij de Programmabegroting 2018-2021 is voor 2 jaar tijdelijk geld hiervoor beschikbaar gesteld. Voorgesteld wordt nu om deze functie structureel te maken. De operational security specialist binnen technisch beheer is een systeembeheerder met de specialisatie op het gebied van informatiebeveiliging.
Buiten het technisch zo veilig mogelijk maken van ons netwerk (weren tegen cyberaanvallen et cetera) is hij het aanspreekpunt om alle door de IBD gemelde bedreigingen te onderzoeken en daarop waar nodig acties te zetten. 2.15 Vraag: P. 51: Financiële mutatie nr. 4.7 ‘NoordWestGroep (NWG)’. Er staat ‘negatief exploitatietekort’. Moet dit niet ‘exploitatietekort’ zijn? Antwoord: Klopt, dit is foutief verwoord. Het is een ‘negatief saldo’ of een ‘tekort’. 2.16 Vraag: Pag. 51, financiële mutatie nr. 4.7 ‘NoordWestGroep (NWG)’. Klopt het dat het bedrag wat wordt ontvangen via de Algemene uitkering in de meicirculaire 2019 voor de Wsw wordt verrekend met de extra bijdrage voor de NWG? Antwoord: Klopt, het bedrag dat wordt ontvangen via de Algemene uitkering komt ten gunste van het begrotingssaldo en wordt niet uitbetaald aan de NWG. Reden is dat in de PPN al structureel extra middelen worden gevraagd voor de NWG. 5 2.17 Vraag: P. 51: Financiële mutatie nr. 4.8 ‘Hoarding’. Te lezen valt dat er voorgaande jaren ook al kosten zijn gemaakt hiervoor en dat deze kosten veelal niet te verhalen zijn op veroorzakers.
Vanuit welk budget zijn de kosten die gemaakt zijn dan betaald en heeft dat dan in het verleden niet tot een overschrijding geleid bij de jaarrekening? Antwoord: Kosten zijn betaald uit reguliere begrotingsposten, maar hebben niet geleid tot een budgetoverschrijding van meer dan € 20.000. Alleen bij overschrijdingen van meer dan € 20.000 wordt hierover gerapporteerd in de jaarrekening. 3. Openstaande vragen 3.1 Vraag: P.12: Waarom zijn er in 2019 zo veel bezwaarschriften ingediend? Hebben we al een voorschot genomen op het toekennen van de bezwaarschriften en is het systeem rondom de OZB een gesloten systeem? Antwoord: In 2019 zijn er in vergelijking met voorgaande jaren veel bezwaarschriften ingediend. De reden hiervoor is dat de waarden voor een behoorlijk aantal woningen/niet woningen flink is gestegen. Dit komt omdat er in de afgelopen periode veel woningen/niet woningen zijn verkocht waardoor er meer referentiewaarden beschikbaar zijn. Op basis van deze referentiewaarden zijn de nieuwe taxaties berekend. Als een vergelijkbaar percentage als voorgaande jaren wordt toegekend, valt de feitelijke OZB- opbrengst over 2019 lager uit dan geraamd. Op dit moment is men nog druk met het behandelen van de bezwaarschriften.
Ten aanzien van het gesloten systeem het volgende: er is geen sprake van een gesloten systeem vergelijkbaar met afval en riolering waarbij mee- en tegenvallers worden verrekend met een voorziening. Wel hanteren we als systematiek dat de ontwikkeling van de tarieven gekoppeld is aan de ontwikkeling van de WOZ-waarden. Stel, de totale WOZ-waarde van gemeente stijgt in enig jaar met gemiddeld 5%, dan wordt ook het tarief verlaagd met 5%. 3.2 Vraag: P. 14: Hoe werkt de systematiek van de financiële dekking van incidentele en structurele uitgaven in het lopend begrotingsjaar en hoe verhoudt zich dat tot voetnoot 3? Kloppen de bedragen? Antwoord: Incidentele uitgaven mogen worden gedekt door geld te onttrekken uit een reserve. Voor het lopend begrotingsjaar, in dit geval 2019, geldt dat niet. Incidentele uitgaven in het lopend jaar komen ten laste van het begrotingssaldo. Voor twee raadsbesluiten – ‘Investeringsopgave sociale huur’ en ‘Opheffing IGSD’ - is een uitzondering gemaakt, omdat in de genoemde raadsbesluiten financiële dekking is gevonden in de reserve Volkshuisvesting resp. de Algemene reserve vrij besteedbaar. Voor de ‘Investeringsopgave 6 sociale huur’ heeft de raad een krediet beschikbaar gesteld van € 2.627.364 (ten laste van de reserve Volkshuisvesting) en voor de ‘Opheffing IGSD’ een krediet van € 1.140.000 (ten laste van de Algemene reserve vrij besteedbaar).
Deze bedragen hebben betrekking op meerdere jaren. In tabel 2 op p. 13/14 zijn alleen de bedragen voor de jaartranche 2019 in beeld gebracht. 3.3 Vraag: P. 23: Maatregel 1.2 ‘Budget media, lokale omroep SLOS (post in huidig bestedingsplan)’. Hoe verhoudt de verhuizing van omroep SLOS zich tot de verbouwing van school Eekeringe? Antwoord: Momenteel wordt er nog volop onderzoek gedaan naar alternatieven voor de uitbreiding van Eekeringe en is de verhuizing van de SLOS naar een andere locatie voorlopig uitgesteld . 3.4 Vraag: P. 25: Maatregel 2.4 ‘Stelpost: Afval evenementen’. Hoe hoog zijn de jaarlijkse kosten voor de gemeente? Kan er een specificatie komen van de kosten voor het afvoeren van afval bij evenementen? Antwoord: Voorafgaand aan het technisch vragenuur is hier een vraag over gesteld. Voor 2019 is een bedrag begroot van € 74.389 (zie het antwoord bij onderdeel 1). Een specificatie van de kosten treft u aan in een bijlage die is bijgesloten. 3.5 Vraag: P. 27: Maatregel 4.1 ‘Kortdurende peuteropvang’ leidt tot een besparing van € 210.000. Hoe verhoudt dit bedrag zich tot het totaalbedrag wat in de begroting staat? Antwoord: In de begroting is een structureel bedrag opgenomen van € 510.000 voor Kortdurende peuteropvang. Na herprioritering resteert een bedrag van € 300.000. 3.6 Vraag: P. 27/28: Maatregel 4.4. ‘Dyslexiezorg overhevelen naar het onderwijs’.
Wat gebeurt er met de kinderen met dyslexie en hoe is het bedrag van € 50.000 tot stand gekomen? Antwoord: Uit onderzoek blijkt dat 3,5 tot 4 procent van de leerlingen EED heeft. Omdat er niet altijd duidelijk is of er sprake is van EED vindt er altijd eerst diagnostiek plaats. Dit is te rechtvaardigen voor ongeveer 7% van de leerlingen. Onderzoek en een behandeltraject wordt in principe een keer in de schoolcarrière van de leerling aangeboden. Het vermoeden van EED ontstaat meestal in groep 4 (na drie vereiste meetmomenten). Er zijn in ons inkoopmodel op dit moment twee arrangementen voor dyslexie (met gemiddelde trajectbedragen): 1. Diagnostiek á € 1.350 2. Behandeling á € 5.000 Er zijn geen redenen voor regionale of lokale verschillen, waardoor dyslexiezorg op basis van eerder genoemde percentages reëel wordt geacht. In groep 4 zijn er in Steenwijkerland op dit moment ongeveer 360 leerlingen (peildatum 1 oktober 2018).
Als dit financieel wordt door vertaald komen we tot het volgende: 7 Diagnostiek 7% van 360 x € 1.350 = € 34.020 Behandeling 4% van 360 x € 5.000 = € 72.000 Totale dyslexiebudget per jaar € 106.020 Als we kijken naar de declaraties in het jaar 2018 zien we het volgende: Diagnostiek 27 leerlingen x € 1.350 = € 36.450 Behandeling 35 leerlingen x € 5.000 = € 175.000 Totale dyslexiebudget in 2018 € 211.450 Op basis van de cijfers zijn er mogelijkheden om een € 100.000 te besparen. We willen in 2020 een deel van het voordeel inboeken, te weten € 50.000. 3.7 Vraag: P. 29: Maatregel 4.10 ‘Verwijsindex Risicojongeren (VIR)’. Is een wettelijk plicht. Hoe verhoudt deze plicht zich tot de herprioritering van € 15.000? Kan dan nog aan de wettelijke verplichting worden voldaan? Antwoord: In regionaal verband (11 gemeenten) wordt op dit moment onderzocht of er andere mogelijkheden/scenario’s zijn om aan onze wettelijke plicht te voldoen met een systeem dat draagvlak heeft onder de professionals binnen de Jeugdhulp. We onderzoeken momenteel de mogelijkheid van aansluiting bij het systeem van de verbeterde meldcode. Aansluiting bij dit systeem zorgt ervoor dat alle meldingen binnen één systeem worden geregistreerd, we voldoen aan de wettelijke verplichting en we kunnen bovendien een systeem invoeren waarvoor draagvlak bestaat onder professionals.
De verwachting is dat hierover meer duidelijk is in september 2019. 3.8 Vraag: P. 37: ‘Invoering Omgevingswet (PM-claim in de programmabegroting 2019 - 2022)’. Waarom moet eerst een omgevingsvisie 2.0 worden opgesteld en daarna een visie 3.0? Kan dit niet gecombineerd worden? Hoe is het bedrag van € 1.050.000 (blz. 38) opgebouwd dat benodigd is voor de inzet van het programmateam en andere medewerkers van onze gemeente? Zijn wij geen pilot gemeente en levert dit dan geen geld op? Antwoord: Sinds begin dit jaar wordt de invoering van de Omgevingswet programmatisch opgepakt in onze organisatie. Binnen het programma is gekeken naar de beste manier om deze invoering op te pakken. Wat we daarbij voor de omgevingsvisie zien is dat we in vergelijking met de huidige omgevingsvisie (die nog niet aan de wettelijke vereisten voldoet; de wet is immers nog niet ingevoerd) nog grote stappen dienen te zetten. Zowel in het maken van keuzes, bepalen van ambities, integreren van nieuwe thema’s (b.v. gezondheid) en organiseren van de doorwerking in de beleidscyclus. Daarom is er voor gekozen om een tussenstap te nemen om te leren hoe we een omgevingsvisie vaststellen. Momenteel vindt intern een discussie plaats over hoe we de lessen het beste kunnen trekken uit 2.0. Mogelijk dat dit gevolgen heeft voor hoe 2.0 en 3.0 zich tot elkaar verhouden en in welke mate deze in elkaar geïntegreerd worden.
Tijdens de eerstvolgende bijpraatsessie voor de raad over de Omgevingswet (medio oktober) wordt u hierover bijgepraat. De keuze voor een tussenstap (2.0) heeft geen gevolgen voor het hiervoor gevraagde budget, daarbij is uit gegaan van de uitkomsten van het financieel dialoogmodel van de VNG. 8 Het bedrag van € 1.050.000 voor de inzet van de programmaleiding en het programmateam, bestaande uit de projectleiders voor de diverse sporen, is opgebouwd uit de volgende posten: 1. Voor de periode 2019 – 2020 staat het programma onder leiding van een programma- manager (dagelijkse aansturing van het programma) en een verandermanager (gericht op het doorvoeren van de verandering op het gebied van o.a. manier van werken, houding en gedrag en dergelijke). Kosten € 300.000 voor een periode van twee jaar. 2. Voor de periode 2019 – 2020 worden medewerkers vanuit de lijnorganisatie ingezet om op de diverse sporen werkzaamheden te verrichten. Dit gaat over de volgende sporen: • Omgevingsvisie • Omgevingsplan • Dienstverlening • Informatievoorziening • Medewerkers en organisatie Het gaat zowel de projectleiders van die sporen als medewerkers die binnen dat project werkzaamheden verrichten. In belangrijke mate wordt hiervoor capaciteit vanuit de lijnorganisatie beschikbaar gesteld.
Echter, om naast de invoering van de Omgevingswet het reguliere werk doorgang te kunnen laten vinden, wordt voor 2,85 fte per jaar budget gevraagd. Kosten € 750.000 voor een periode van drie jaar. Deze inzet wordt om de volgende reden voor drie jaar gevraagd. Het programma Omgevingswet loopt in eerste instantie tot 1 januari 2021 (invoeringsdatum Omgevingswet). Gezien het werk wat na 2020 nog verzet moet worden, denk bv aan de Omgevingsvisie 3.0, het Omgevingsplan en de cultuurverandering, is waarschijnlijk nog steeds aanvullende inzet nodig. Dit te meer omdat we dan te maken hebben met een overgangsfase waarin gewerkt wordt aan nieuwe procedures van de Omgevingswet, maar ook nog lopende procedures onder oude wetgeving afgerond worden. Vandaar dat deze inzet voor drie jaar wordt gevraagd. In de loop van 2021 zal één en ander geborgd zijn in de lijnorganisatie en is de aanvullende inzet die nu gevraagd wordt waarschijnlijk niet meer nodig. Voor de omgevingswet zijn er geen pilotgemeenten voor de volle breedte omgevingswet. Wel zijn er op diverse thema’s pilots in het land. Binnen onze regio nemen wij deel aan de try-out DSO. Dit is een regionale verkenning in het (digitaal) samenwerken in de keten, onder begeleiding van het ministerie, met als doel te leren voor de uiteindelijke inrichting van de ketensamenwerking.
Buiten de begeleiding van het ministerie staan hier geen middelen tegenover. Ook zijn we bezig met het pilotplan (omgevingsplan) voor het buitengebied in het kader van de crisis- en herstelwet, om daarmee al stappen te zetten richting de invoering van de Omgevingswet. In algemene zin kan ook gesteld worden dat we als gemeente geen middelen krijgen voor de invoering van de Omgevingswet. De invoering kost geld waarvoor een claim in de Perspectiefnota is opgenomen. Daarnaast kan de invoering van de wet gevolgen hebben voor de financiële huishouding van de gemeente. Zodra hier enig zicht op is wordt u hierover geïnformeerd. 3.9 Vraag: P. 38, onder 2: ‘Actualisatie archeologische verwachtingskaart buitengebied’. Er is beschreven dat er veel veranderd is in de Nederlandse bodem de afgelopen 60 jaar. Bijvoorbeeld het gebruik van landbouwmachines die steeds groter en zwaarder worden, hetgeen effect heeft op onze bodem. Kan aangegeven worden wat het effect is van het gebruik van deze steeds zwaarder wordende landbouwmachines op de bodem? Antwoord: Door het gebruik van steeds zwaarder en groter landbouwmaterieel wordt de bodem zwaar belast. De zware machines, met enorme banden, drukken de bodem/grond meer en meer in elkaar. Daarna moet de grond gewoeld worden om te zorgen dat er weer wat lucht in komt. En dat 9 woelen gaat dieper dan de normale werkzaamheden.
En dat heeft weer effect op de eventueel aanwezige archeologische waarden: zij worden hierdoor bedreigd. 3.10 Vraag: P. 51: Financiële mutatie nr. 4.7. ‘NoordWestGroep (NWG). Hoe verhoudt het tekort zich dat tot de zwarte cijfers die de directeur NWG noemde bij de bijeenkomst in de Meenthe onlangs? Had sowieso meer Informatie over naar de raad gekund. Antwoord: Het tekort bij NWG wordt grotendeels veroorzaakt door een negatief subsidieresultaat. Dit is het verschil tussen de vergoeding die wij als gemeente van het rijk ontvangen voor de loonkosten van de doelgroep van de SW en de werkelijke loonkosten van de SW-ers (die volgens een eigen CAO betaald worden). Sinds de invoering van de Participatiewet wordt er een korting toegepast op deze rijksbijdrage, terwijl de loonkosten vanwege CAO afspraken wel stijgen. Dit subsidieresultaat (afgerond € 1,3 mln. voor de komende jaren) is vrijwel niet te beïnvloeden. Waar de directeur van NWG met zijn zwarte cijfers op doelt, is het zogeheten operationele resultaat. Dit is het verschil tussen de omzet die NWG behaalt met de uitvoering van al haar werkzaamheden en de kosten die hiervoor nodig zijn (excl. de kosten van het SW personeel). Dit operationele resultaat is wel te beïnvloeden door opbrengstverhoging en kostenbesparing.
In het tweede halfjaar 2019 zullen we u in een werkvergadering nader informeren over de toekomstvisie voor NWG voor de komende jaren. Overigens is de eerste kwartaalrapportage 2019 van de NWG aan u toegestuurd op 18 juni jl..