Beantwoording raadsvragen huisvesting VO.pdf
Tekst van het document
Beantwoording raadsvragen huisvesting VO Vraag en antwoord De fracties van de PvdA en CDA hebben voorafgaand aan de werkvergadering (06-04-2021) rondom de huisvesting van het VO afzonderlijk van elkaar technische vragen gesteld. Daarnaast zijn er tijdens de werkvergadering aanvullende technische vragen gesteld waarop een schriftelijke reactie is toegezegd. Hieronder vindt u onze beantwoording op de gestelde vragen. 1. nadere duiding van de exacte verschillen tussen voorkeursscenario college en andere scenario’s, evenals de concrete gevolgen voor de meerjarenbegroting. Antwoord; Hierop zijn we in de werkvergadering met enkele dia’s in gegaan. Een nadere onderbouwing qua investeringsbedragen en specificatie kapitaallasten is bij deze beantwoording bijgevoegd. 2. nadere duiding van de inhoudelijke overwegingen (maatschappelijk en didactisch) Antwoord; Wethouder Scheringa zegt toe het bronnen onderzoek ten aanzien van de inhoudelijke overwegingen aan te leveren. Zie hiervoor de bijlage. 3. In de presentatie in de werkvergadering van 26 juni 2020 Voortgezet Onderwijs Steenwijkerland onderzoek locaties staat op pag. 5: 4. Huidige gymlokalen, nog geen krediet voor extra gymlokaal in het IHP. In het raadsvoorstel van 13 april staat op pag.
3 bovenaan bij het realiseren van het twee locatiemodel bij de inhoud van het ‘alternatief’: realiseren nieuw gymlokaal (dit staat niet in het IHP maar past wel binnen de beschikbare middelen). Wat betekent dit? Waar komt die financiële ruimte vandaan? Antwoord; De gemeentelijke investering voor de verplaatsing van basisschool Het Kompas (3,0 miljoen) en het totaal realiseren van 3.100 m2 nieuwbouw (6,5 miljoen) bedraagt 9,5 miljoen euro. De gemeentelijke investering wanneer gebruik wordt gemaakt van het ‘alternatief’ bedraagt 7,8 miljoen euro. Hierbij wordt sportschool Avanty (1.000 m2) aangekocht en gerenoveerd (2,0 miljoen), en moet er bij de Eekeringe nog 2.100 m2 worden bijgebouwd (4,4 miljoen). De noodzaak voor een extra gymlokaal (1,4 miljoen) kan dan binnen bestaand krediet worden uitgevoerd. Het verschil zit hem bij de twee varianten in de hoeveelheid m2’s die nieuw moeten worden gebouwd en/of moeten worden gerenoveerd. 4. Wat is de boekwaarde van het gedeelte Oostwijkstraat over 20 jaar na realisatie van het twee locatiemodel? Antwoord; De boekwaarde van de investering over 20 jaar is de helft van de investering. We schrijven in 40 jaar af. Bij 9,5 miljoen is dit over 20 jaar 4,75 miljoen, bij 7,8 miljoen is dit over 20 jaar 3,9 miljoen. 5.
Kunnen in het raadsvoorstel de totale investeringsbedragen worden genoemd, en het aandeel van het schoolbestuur daarin zichtbaar worden gemaakt? Antwoord; Onderstaande tabel komt uit het raadsbesluit waarbij de 20% bijdrage van het schoolbestuur in een rode tekstkleur is opgenomen. Investering v.r.v. gemeente Jaar uitvoering IHP (= begroting) Unilocatie IHP+ Gebouwen VO (Eekeringe en RSG) fase 1 11,0 20,4 11,0 Verplaatsen Kompas fase 1 1,2 1,2 Bijkomende kosten VO fase 1 1,0 2,2 1,0 Bijkomende kosten Kompas fase 1 1,9 1,9 Renovatie CSG Eekeringe + bijkomende kosten 2040 5,4 Renovatie 2 gymlokalen + bijkomende kosten 2040 0,6 Totaal kosten v.r.v. gemeente 15,1 miljoen 22,6 miljoen 21,1 miljoen Bijdrage schoolbestuur (20%) 3,1 miljoen 5,1 miljoen 4,4 miljoen Totale investering 18,2 miljoen 27,7 miljoen 25,5 miljoen Een eventuele keuze voor een unilocatie brengt aan extra investering, ten opzichte van het twee- locatie-model en dat wat in de begroting is opgenomen, een bedrag van 9,5 miljoen euro met zich mee. Hiervan komt 7,5 miljoen voor rekening van de gemeente. In onderstaande tabel zijn ‘mogelijke’ bezuinigingen op bovengenoemde investeringen per scenario weergegeven. Gebruik maken van de ‘variant’ + realiseren extra gymlokaal -/- 1.7 miljoen -/- 1.7 miljoen Subsidie ventilatie Lijsterbesstraat, bijdrage Rijk (30%) -/- 0,8 miljoen -/- 0,8 miljoen -/- 0,8 miljoen 6.
Hoe is verklaarbaar dat in augustus 2020 de totale investeringen voor de unilocatie door de gemeente zijn berekend op € 33,3 mln en door HEVO op € 25,5 mln? Antwoord; Gaandeweg een dergelijk traject komt er steeds meer optimalisatie en uitwerking in de plannen. Daar waar initieel op basis van leerlingen aantallen de m2’s en bouwkosten en bijkomende kosten worden berekend, heeft er de laatste maanden een verdiepingsslag plaats gevonden. Hierbij zijn de kosten ook nader gespecificeerd, waarbij de rapportages van HEVO het uitgangspunt is. Hieronder een tabel met de verschillen hierin. Totale investering unilocatie aug-20 apr-21 Interne begeleiding € 621.355 € 544.997 Best.plan wijziging € 26.500 € 26.500 Verhuiskosten € 140.000 € 150.000 Tijdelijke huisvesting € 10.000 Planschade € 100.000 € 150.000 Onvoorzien € 1.287.603 € 1.076.609 Renovatie € 7.236.398 € 4.784.000 Nieuwbouw € 22.068.850 € 18.379.350 Sloopkosten € 150.000 Infrastructuur € 150.000 Nieuwbouw gym lokaal € 1.762.500 € 2.200.000 Inrichting gymonderwijs € 100.000 Totaal € 33.253.206 € 27.711.456 7. Graag een specificatie van de kapitaallasten gemeente genoemd in de tabel op pag. 6 van het raadsvoorstel 13 april 2021 Antwoord; Zie bijlagen. 8. In de PM van 18-8-2020 staat in de presentatie Huisvesting VO op pag. 8: structurele lasten VO conform IHP in 2024 € 673.184. In het raadsvoorstel 13 april 2021 staat op pag.
8 nu voor 2024 het bedrag € 602.610. Wat is hiervoor de verklaring? Antwoord; De rekenrente was tijdens de start van het onderzoek en de presentatie in augustus 2020 nog 1,5%. Op dit moment is het rentepercentage 1,0%. Daar dit het verschil in. 9. Waaruit bestaan de Bijkomende kosten VO vermeld in de tabel bovenaan pag. 8 van het raadsvoorstel 13 april 2021 en van waar de verschillen tussen IHP en Unilocatie? Antwoord; Voor het totale IHP zijn hier afspraken over gemaakt. Waarbij de onderstaande onderdelen, per project afhankelijk, onderdeel uit maken van de bijkomende kosten. • Interne begeleiding • Bestemmingsplanwijziging + onderzoekskosten • Grondkosten, verwerving • Grondkosten, asbest- en grondsanering • Bouwrijp maken kavel • Infrastructuur, openbaar gebied • Verhuiskosten • Inrichtingskosten (meubilair, middelen, etc.) • Inrichtingskosten bewegingsonderwijs (speellokaal) • Inrichtingskosten gymlokaal • Tijdelijke huisvesting • Planschade/risico • Onvoorzien (5%) Waarom zijn de bijkomende kosten bij de unilocatie meer dan het dubbele ten opzichte van het IHP? Antwoord; De bijkomende kosten bij een unilocatie vragen meer interne begeleiding en vooral ook aanpassingen ten aanzien van de openbare ruimte. Daarnaast is de bijkomende post onvoorzien (5%) bij een grotere investering hoger.
Waarom rekent de gemeente, gelet op de onderwijstaken, interne kosten en andere bijkomende kosten toe aan de investeringen in huisvesting onderwijs? Is dat wettelijk toegestaan (HEVO laat deze, als ik het goed zie buiten beschouwing). Antwoord; De gemeente rekent interne en andere bijkomende kosten niet als zodanig door aan huisvesting onderwijs, maar juist aan een bepaald project. Uiteindelijk gaat het om de totale investering die de gemeente moet doen. Dat brengen we in beeld. 10. Raadsvoorstel 13 april 2021 pag. 10: waarom lopen de lasten bij doordecentralisatie op in vergelijking met klassiek financieren, terwijl bijlage C een constant bedrag laat zien? Antwoord; Bij doordecentraliseren worden naast het investeringsbudget ten aanzien van het gebouw ook gebruikerslasten (OZB, verzekeringen) overgeheveld naar het schoolbestuur. Deze zijn aan inflatie onderheving. Daar houdt HEVO in haar berekeningen ook rekening mee. Daarnaast wordt er ten aanzien van het investeringsbedrag over de totale looptijd geïndexeerd (2%) en wordt er een percentage (5%) aangehouden voor dalende dan wel stijgende leerlingenaantallen. Door HEVO zodanig als gangbare percentages genoemd. Dit maakt dat bij doordecentraliseren de jaarlijkse lasten op lopen. Bij klassiek financieren wordt in een bepaald jaar gestart met afschrijven en weet je van begin tot einde exact wat er betaald moet worden. 11.
Wat staat een afschrijvingstermijn van 60 jaar bij zowel de unilocatie als de tweemodellocatie in geval van doordecentralisatie in de weg? Antwoord; Het veranderen van de afschrijvingstermijn van 40 naar 60 jaar is onrealistisch doorrekenen van bouwplannen. Een schoolgebouw gaat maximaal 40 jaar mee. Daarna moet een schoolgebouw minimaal gerenoveerd worden. 12. Waar komen de verschillen vandaan tussen de tabellen/investeringslasten op pag. 3 en 4 van de informatienota 20-10-2020 en die op de pagina’s 6 en 8 van het raadsvoorstel 13-4-2021? Kunnen deze overzichtelijk naast elkaar worden gezet? Antwoord; Het verschil zit hem in optimalisatie bijkomende kosten (nadere uitwerking, schets) openbare ruimte, met daaraan gekoppeld de investeringskosten en de rekenrente 1,5% vs. 1,0%. 13. Is het wettelijk toegestaan dat de gemeente aan schoolbesturen, zowel in het PO als het VO, vraagt om vanuit de lumpsum rijksmiddelen, bestemd voor de exploitatie van het primaire onderwijsproces, mee te betalen aan huisvesting van hun scholen? Graag duiding van de vindplaatsen. Antwoord; Een bijdrage vanuit schoolbestuur is binnen wettelijke kaders toegestaan. Hoe de dekking wordt georganiseerd is aan het betreffende schoolbestuur. De wettelijke bepalingen en een nadere uitleg hieromtrent staan op de website van de PO raad (https://www.poraad.nl/ ) en de VO raad ( https://www.vo-raad.nl/ ). 14.
Wat zijn de risico’s voor de gemeente in het twee locatiemodel en idem in het unilocatie model in zowel de situatie dat de gemeente bouwheer is, en in de situatie dat via doordecentralisatie de school optreedt als bouwheer? Antwoord; Het schoolbestuur zal zowel bij het twee locatie model als een eventuele unilocatie optreden als bouwheer. De manier van financieren verandert hier niets aan. De antwoorden op de tijdens de werkvergadering aanvullend gestelde vragen volgen hieronder. 1) Wethouder Scheringa zegt toe het bronnen onderzoek ten aanzien van de inhoudelijke overwegingen aan te leveren. 2) Hoe zit het met de solvabiliteit van onze begroting wanneer wordt gekozen voor een unilocatie? En hoe zit dit bij eventueel doordecentraliseren? Antw oord; Wanner er wordt gekozen voor een 2-locatie model wordt de solvabiliteit negatief beïnvloedt met circa 1,75%. Een keuze voor een unilocatie betekent een negatieve invloed van circa 2,5%. Als er wordt gekozen voor doordecentralisatie betekent dit dat de solvabiliteit niet negatief wordt beïnvloedt. In geval van doordecentralisatie betekent dit wel dat de gemeente garant moet staan voor de geldlening die het schoolbestuur moet aantrekken. Daarnaast heeft onze klassieke manier van financieren als voordeel dat geld vanuit vrijvallende kapitaallasten weer kan worden ingezet voor nieuw beleid.
Wanneer gekozen wordt voor door decentraliseren als financieringsvorm, krijg je te maken met oplopende lasten, in plaats van dalende lasten. Op de korte termijn is dit dus voordeliger, maar op de lange termijn is het nadelig voor de gemeentelijke begroting. 3) Kunnen we een overzicht van de investeringen ontvangen? Antwoord; Zie bijlage. 4) Kunnen we een overzicht van de kapitaallasten ontvangen? Antwoord; Zie bijlagen. 5) Klopt het dat het schoolbestuur deze week, donderdag 8 april 2021, een informatiebijeenkomst voor de wijk rondom de CSG Eekeringe (Oostwijkstraat) heeft gepland? Na navraag te hebben gedaan bij het bestuur van het VO, is hierop bevestigend gereageerd. De verantwoordelijk wethouder en het College zijn hierover vooraf niet in kennis gesteld door het schoolbestuur . Opmerking wethouder: door te kiezen deze informatievoorziening wel te organiseren voor omwonenden van de locatie aan de Oostwijkstraat en niet voor omwonenden van de Lijsterbesstraat (i.v.m. een mogelijke unilocatie), ontstaat in de samenleving helaas een onevenwichtig beeld m.b.t. het voorliggende vraagstuk.