Beantwoording openstaande vragen n.a.v. vragenuur met de gemeenteraad op 6 november 2018.docx
Tekst van het document
Openstaande vragen n.a.v. vragenuur met de gemeenteraad n.a.v. Programmabegroting 2019-2022 (6/11/18) Nr. Vraag Vindplaats Antwoord 1. Bidbook ‘Land van Weerribben en Wieden; Poort v. Overijssel’ (maatregel 1.2): diverse vragen over de hoe de financiële reeksen zijn opgebouwd (hoe zijn de kapitaallasten berekend?) en hoe in de dekking is voorzien (bestaand geld, ten laste van de reserve etc.?). p. 19, § 2.4 De ‘minreeks’ voor de structurele lasten is opgenomen, omdat reeds kredieten beschikbaar waren vanuit de Programmabegroting 2018-2021 die komen te vervallen. In totaal is sprake van een investering van € 5,5 mln. Daar staat tegenover dat er voor in totaal € 3,4 miljoen aan reeds beschikbare middelen wordt ingezet. Wethouder Scheringa heeft toegezegd dat de achterliggende berekeningen desgewenst kunnen worden ingezien en besproken. Nr. Vraag Vindplaats Antwoord 2. Waarom zijn er geen maatregelen opgenomen voor het doel ‘Woningen met een betere energetische kwaliteit’. Er staat vermeld dat 45% van de bestaande particuliere woningvoorraad in 2022 minimaal label B heeft. p. 21, § 2.5 De conclusie dat er geen maatregelen zijn opgenomen in de begroting is niet juist. In de bestaande budgetten zit onder andere het energieloket als maatregel.
Op basis van de gestelde doelstelling ‘45% van de woningen minimaal label B’ geeft de provincie financiële ondersteuning aan het energieloket. Het energieloket richt zich op woningeigenaren om hun woningen te verduurzamen en de daaraan gekoppelde verhoging van de energielabels. De aanvragen en adviezen in dat kader leiden er toe dat woningeigenaren duurzame maatregelen treffen. Probleem is echter dat het opnieuw labelen van de woningen een particuliere opgave is die moeite en tijd kost. Eigenaren laten deze handeling vaak achterwege en doen het vaak als het echt nodig is, bijvoorbeeld bij verkoop van de woning. Samen met de andere gemeenten in het energieloket en de provincie Overijssel kijken wij naar de mogelijkheden om een beter zicht te krijgen op de labelontwikkeling van de woningen. Naast deze 2 aanpak zijn we met het energieloket een pilot gestart met een werkgroep uit de G1000 met een nieuwe strategie van intensief lokaal en wijkgericht advies. Dit n.a.v. de besluitvorming rondom het Burgerbesluit G1000. Mocht dit een meer efficiënte aanpak blijken, dan zullen wij hierover rapporteren. Nr. Vraag Vindplaats Antwoord 3. Gemeentehuis + Stadswerf zamelen vanaf 2020 bedrijfsafval gescheiden in. Waarom niet in 2019? p. 22, § 2.5 In 2019 worden al wel (voorbereidende) maatregelen getroffen zoals het bestellen van de benodigde afvalbakken. De effecten zijn merkbaar vanaf 2020.
Nr. Vraag Vindplaats Antwoord 4. Beoogd resultaat is ‘Maximaal 30 kilogram restafval per inwoner in Steenwijkerland in 2030 conform de landelijke VANG-doelstelling’. Kunnen er tussenstappen worden geformuleerd? p. 22, § 2.5 De VANG doelstellingen zijn voor Steenwijkerland een realistische ambitie, omdat wij met het scheiden van afval al ver zijn. De al in 2011 ingezette lijn om gewenst gedrag te belonen, dus goed scheiden te belonen, vastgelegd in afvalbeleidsplannen, is hierin belangrijk geweest. Nr. Vraag Vindplaats Antwoord 5. Routekaart Energieneutraal Maatschappelijk Vastgoed 2050 (maatregel 2.5): Uit de toelichting blijkt dat het gaat om het energieneutraal maken van ons vastgoed. Kan aangegeven worden welke panden de komende 4 jaar in aanmerking komen voor de geraamde investering van € p. 24, § 2.5 Er is een lijst beschikbaar met al het gemeentelijke vastgoed wat hiervoor (dus in de periode tot 2050) in aanmerking komt en de kosten hiervan.
Het betreft de volgende objecten: - Gemeentehuis Steenwijkerland; - Gemeentewerf Groot Verlaat; - Rabotheater De Meenthe; 3 2.064.000? En wat wordt verstaan onder ‘logische vervangingsmomenten? - Brandweerkazerne Steenwijk; - Brandweerkazerne Oldemarkt; - MFA De Burght; - MFC Dalzicht; - MFC de Zuidwester; - Gymlokaal + Basisschool B; - Gymlokaal OEC ’t Ravelijn; - Gymlokaal Sint Jansklooster; - Gymlokaal Steenwijkerwold; - Gymzaal De Schans; - Gymzaal Willemsoord; - Zwembad + Sporthal De Waterwyck; - Zwembad Vollenhove; - Zwembad ’t Tolhekke. In totaal is hiermee tot 2050 een investering gemoeid van € 15,3 miljoen, waarvan € 6,1 miljoen voor bouwkundige aanpassingen (afschrijvingstermijn van 40 jaar) en € 9,2 miljoen voor installaties (afschrijvingstermijn van 15 jaar). Er zijn nog geen keuzes gemaakt welke gebouwen als eerste in aanmerking komen. Deze keuzes worden gemaakt in combinatie met de reguliere onderhoudsuitgaven en zullen daar zoveel mogelijk bij aansluiten. Nr. Vraag Vindplaats Antwoord 6. Beoogd resultaat is meer vormen van hybride onderwijs. Wethouder Harmsma heeft eerder aangegeven dat daar € p. 27, § 2.6 In het bestedingsplan is de Human Capital Agenda regio Zwolle opgenomen (blz. 28, nummer 3.5). Er is 5 x € 80.000 beschikbaar binnen deze Agenda o.a. voor het hybride onderwijs. 4 400.000 voor beschikbaar is. Waar zien we dat terug in de begroting? Nr.
Vraag Vindplaats Antwoord 7. Kosten sociaal krediet. Is bekend wat de extra financiële lasten zijn als het kredietpercentage van 9% naar resp. 5%, 2,5% of 0% daalt? Is het mogelijk om alle kredieten af te lossen bij GKB en onder te brengen bij onze eigen sociale dienst? IGSD verstrekt ook kredieten. Wat zijn de rentepercentages bij deze kredieten van de IGSD. ? We zijn hierover in gesprek met het GKB. Over dit onderwerp wordt een raadsvoorstel opgesteld. Deze is gepland in januari of februari 2019. Nr. Vraag Vindplaats Antwoord 8. Transformatiebudget sociaal domein (maatregel 4.12). Is bij het berekenen van de bedragen rekening gehouden met subsidiemogelijkheden? p. 35, § 2.7 Nee. Het Rijk heeft via het transformatiefonds geld beschikbaar gesteld voor vernieuwing van de jeugdhulp. Deze impuls sluit aan bij het ‘Actieprogramma Zorg voor de Jeugd’. Om in aanmerking te komen voor transformatiebudget dient een jeugdzorgregio een meerjarig transformatieplan in, waarin op zijn minst één van de actielijnen uit ‘Actieprogramma Zorg voor de Jeugd’ is uitgewerkt. Binnen de regio IJsselland hebben de gemeenten samen, via de RSJ een vijftal projecten voorgedragen voor een bijdrage uit het fonds.
Daarbij komen onder andere de volgende thema’s aan de orde : - Inzet op lokale leefomgeving van het kind (ambulantisering: zorg en ondersteuning zo dicht mogelijk bij kind en gezin organiseren); - Verbinding jeugdhulp en onderwijs versterken. De gemeente zélf kan geen beroep doen op dit fonds. 5 Overigens komen wij ook niet in aanmerking voor geld uit het Fonds tekortgemeenten (de zogenaamde ‘Stroppenpot’). Er is in dit fonds een drempel ingebouwd van € 40 per inwoner (43.000 x € 40 = € 1.720.000) voor het gezamenlijk tekort binnen de Wmo en Jeugd. Wij blijven onder de drempel. Er zijn dus geen subsidiemogelijkheden voor de gemeente Steenwijkerland. Nr. Vraag Vindplaats Antwoord 9. Herinrichting Kallenkote, fase II (maatregel 5.12): Wat zijn de afspraken/regels als het gaat om investeringslasten ten laste te brengen van de programmabegroting en wanneer van de bedrijfsvoering? Wanneer gaan bij herstel en/of onderhoud wegen de lasten via de bedrijfsvoering en wanneer via het bestedingsplan? Zijn hier vaste afspraken over en zo ja, zijn die bekend bij de raad? p. 41, §2.8 Vervangingsinvesteringen hebben betrekking op investeringen in bedrijfsmiddelen (ICT, rijdend materieel, facilitaire voorzieningen etc.). Deze vervangingsinvesteringen worden gedekt binnen de budgetten voor de bedrijfsvoering.
De herinrichting Kallenkote, fase II betreft een investering waar zoals gebruikelijk geen regulier budget voor beschikbaar is (geen onderhoud). Als gevolg van deze investering komt het gepland onderhoud van de weg in 2021 te vervallen. Deze middelen vallen vrij en zijn daarom betrokken bij de berekeningen (zie bestedingsplan op p. 41). Nr. Vraag Vindplaats Antwoord 10. Investering fietspaden (maatregel 5.18 in de tabel en maatregel 5.17 in de toelichting in de bijlage): Er staan geen bedragen vermeld. Hoe zit dat? Om welke fietspaden gaat het? Wat is het reguliere budget voor onderhoud fietspaden en zijn voldoende middelen beschikbaar voor het onderhoud? En zijn er (aanvullende) middelen elders in de Programmabegroting of bestedingsplannen? p. 41, §2.8 In de toelichting op p. 145 wordt verwezen naar het bidbook. In het bedrag van € 5,5 miljoen (zie ook het antwoord op vraag 1) zijn de investeringen voor de volgende 13 fietspaden opgenomen: 1. Belterweg te Belt Schutsloot; 2. Driewegsluis – Markerbroekerweg; 3. Dwarsgracht – Jonenweg 1e gedeelte; 4. Dwarsgracht – Jonenweg 2e gedeelte; 5. Dwarsgracht – Oude Kerkpad; 6. Kalender Noord en Zuid en Heuvenpad; 7. Kalender – Kalenbergerpad; 6 8. Steenwijk – Ossenzijl; 9. Steenwijkerweg – Bentekamp – Willemsoord; 10. Wanneperveen – Giethoorn; 11. Herinrichting Steenwijkerweg; 12. Aanbrengen grasbetonstenen; 13.
Aanpak fietspaden langs Steenwijkerweg. In totaal is hiermee een investering gemoeid van € 4.830.000 met een gemeentelijke bijdrage van € 1.207.500 (25%). In de programmabegroting 2018- 2021 is reeds een bedrag van € 1.350.000 opgenomen voor de aanpak van vooral recreatieve fietspaden met name in het buitengebied die smal zijn en in de zomer druk worden bereden. Uitgangspunt daarbij was dat alleen wordt gewerkt aan fietspaden waarvoor minimaal 50% externe financiering kan worden gevonden. Deze bestaande middelen worden nu ingezet voor het bidbook. Hiermee kan de oorspronkelijk beoogde investering van € 2.700.000 worden verhoogd tot € 4.830.000. Het regulier budget voor het onderhoud van fietspaden maakt onderdeel uit van het onderhoudsbudget wegen. Er zijn geen aanvullende middelen specifiek voor fietspaden gereserveerd. Nr. Vraag Vindplaats Antwoord 11. IHP onderwijshuisvesting (maatregel 5.19 in de tabel, maatregel 5.18 in de toelichting): Gaag inzichtelijk maken welke fasering in de plannen is aangebracht en hoe is omgegaan met de berekening van de kapitaallasten. p.41, § 2.8 Fasering: - Frisoschool en Emmaschool: 2019 - ‘t PuzzelsTuk: 2019 - Lisdodde: 2020 - Uitbreiding locatie Oostwijkstraat VO: 2020/2021 7 Kapitaallasten: - De rentelasten worden berekend over het bedrag dat in enig jaar is geïnvesteerd (naar rato).
- De afschrijvingslasten komen ten laste vanaf het jaar dat het schoolgebouw in gebruik wordt genomen. Tot die tijd is alleen sprake van eenmalige lasten voor planvorming (vergunningen e.d.). Deze eenmalige kosten komen ten laste van de reserve vrij aanwendbaar. Nr. Vraag Vindplaats Antwoord 12. Kun u een onderbouwing geven van de groei van het aantal toeristen en de gevolgen die dat heeft voor de extra inkomsten toeristenbelasting? p. 50, 3.3.2 Het beeld o.b.v. onze laatste jaarrekeningen is als volgt: - 2015: € 482.000 - 2016: € 496.000 - 2017: € 530.000. In 2017 was sprake van een eenmalig effect dat betrekking had op een positieve afrekening over 2016 die op grond van regelgeving ook in 2017 moest worden opgenomen in de jaarrekening. Hierdoor is in de jaarrekening 2017 een opbrengst voor de toeristenbelasting opgenomen € 619.000. In de programmabegroting gaan we voor 2019 uit van een opbrengst van € 472.000 vermeerderd met € 50.000, in totaal € 522.000 (excl. de tariefsverhoging). Voor latere jaren houden we in onze ramingen wederom rekening met een opbrengstenstijging van € 50.000 als gevolg van de groei van het aantal toeristen / verlenging verblijfsduur. 8 Nr. Vraag Vindplaats Antwoord 13.
Wat zijn de vrijvallende kapitaallasten de komen 20 jaar en wat voor financiële ruimte geeft dit de komende jaren tot en met 2022? ? Voor de berekening hebben we een uitdraai gemaakt van alle beleidsproducten en deze voor de volgende onderdelen gecorrigeerd: riolering, afval, maatschappelijk vastgoed, grondexploitatie en de onderdelen die vallen onder het IHP. Het overzicht begint bij 2025 omdat dit het eerste jaar is van een serieuze vrijval. De vrijval van de periode tot en met 2022 is uiteraard al verwerkt in de Programmabegroting. In de jaren 2023 en 2024 is nog geen vrijval. De vrijvallende kapitaallasten zijn als volgt: 2025 € 93.190 2026 € 174.789 2027 € 264.594 2028 € 372.879 2029 € 532.608 2030 € 716.616 2031 € 807.456 2032 € 948.202 2033 € 1.027.623 2034 € 1.172.462 2035 € 1.233.434 2036 € 1.304.807 2037 € 1.388.968 2038 € 1.830.181 Wel moeten we hierbij de aantekening maken dat het in dit geval gaat om de kapitaallasten en dat de rentecomponent hierin uiteraard kan fluctueren. 9 Nr. Vraag Vindplaats Antwoord 14. De bedragen die staan vermeld onder ‘verloop reserves en voorzieningen’ zijn gewijzigd t.o.v. de vorige versie van de begroting. Graag toelichten hoe dat komt. p. 57, § 3.6 / p. 154, bijlage 5 Ondanks het feit dat bijlage 6 in de eerste versie van de programmabegroting niet volledig was, is tabel ‘Reserves’ in bijlage 5 en de tabel op 57 marginaal aangepast.
De mutaties als zodanig, zijn hieronder weergegeven. 10 Reserves Realisatie Ultimo 2017 Begroting Ultimo 2018 Begroting Ultimo 2019 MJR Ultimo 2020 MJR Ultimo 2021 MJR Ultimo 2022 Saldo rekening Te verdelen rekeningsaldo Steenwijk 3.682 - 0 - 0 - 0 - 0 - 0 Totaal Saldo rekening 3.682 - 0 - 0 - 0 - 0 - 0 Algemene reserve Algemene reserve - vaste buffer 11.064 11.166 11.166 11.166 11.166 11.166 Algemene reserve - vrij besteedbaar 22.452 18.366 14.959 13.345 13.173 13.469 Bedrijfsreserve 607 500 500 500 500 500 Totaal Algemene reserve 34.123 30.032 26.625 25.011 24.839 25.135 Bestemmingsreserves overig Fonds leader plus (Leader 2014-2020) 157 - - - - - Reserve frictie samenvoeging IGSD/NWG 443 120 - - - - Reserve kernenbeleid 111 51 51 51 51 51 Reserve koppengeld 273 188 188 188 188 188 Reserve leefbaarheidsprojecten 239 33 33 33 33 33 Reserve opvangen tekorten Sociaal Domein 3.000 2.279 1.854 1.854 1.854 1.854 Reserve startersleningen 2.405 2.405 2.405 2.405 2.405 2.405 Reserve te bestemmen rekeningsaldo 809 - - - - - Reserve volkshuisvesting 10.180 9.389 9.159 8.959 8.959 8.959 Totaal Bestemmingsreserves overig 17.618 14.466 13.691 13.491 13.491 13.491 Totaal 55.423 44.498 40.316 38.502 38.330 38.626 Mutatie - 4.182 - 1.814 - 172 296 Inc Bijlage 6 200 50 Inc Bijlage 6 - 5.354 - 2.537 - 757 - 435 Struct Bijlage 7 972 674 586 731 - 4.182 - 1.814 - 172 296 11 Nr.
Vraag Vindplaats Antwoord 15. De afvalstoffenheffing stijgt met € 12,07 in 2019 mede door verbrandingsbelasting. In 2014 is dat ook al een keer gebeurd. Is dat niet dubbelop? p. 64, § 4.1.5 Met ingang van 2015 is door het Rijk een verbrandingsbelasting ingevoerd. Dat had gevolgen voor onze tariefstelling aan de inwoner: Het tarief is toen verhoogd met circa € 2 per inwoner per kalenderjaar. Destijds ging het voor de verbrandingsbelasting om een tarief van € 13 per ton restafval. Doordat het afval van de ROVA net over de grens van Duitsland werd afgevoerd, werden wij voor deze kosten niet aangeslagen. Het ‘voordeel’ is dan ook bij de eindafrekening van de ROVA in de Egalisatievoorziening reiniging gestort. De egalisatievoorziening wordt gebruikt om eventuele tariefstijgingen te voorkomen/dempen of om te komen tot tarief dalingen. Aangezien het echter nooit de intentie van het Rijk is geweest dat dit restafval niet zou worden belast was de verwachting dat het Rijk dit op korte termijn zou repareren. Echter, ook in de jaren 2016, 2017 en 2018 is dit niet gerepareerd. Met ingang van 2019 wordt het tarief voor de verbrandingsbelasting verhoogd van € 13 naar € 31 per ton. Bovendien wordt nu ook afval wat vanuit Nederland in Duitsland wordt verbrand belast. Voor de gemeente Steenwijkerland gaat bij circa 3.000 ton restafval om circa € 95.000.
Als we uitgaan van circa 19.000 aansluitingen gaat het in totaal om € 5 per aansluiting. Ter verheldering: de stijging voor 2019 valt uiteen in 3 onderdelen (zie p. 66): - De stijging als gevolg van de verbrandingsbelasting. Ten opzichte van hetgeen al in rekening werd gebracht gaat het om een stijging van € 3 per aansluiting. - De stijging als gevolg van de indexatie van de ROVA betekent een stijging van circa € 2 per aansluiting. 12 - De hele problematiek rondom de inkomsten van plastic en metalen. Er is sprake van zowel teruglopende vergoedingen per ton als ook meer afgekeurde partijen. De vergoedingen voor het inzamelen van plastic en metalen liggen vast tot en met 2020. Hierin lopen de vergoedingen al terug. In de periode na 2020 is nog geen vergoeding afgesproken, maar de verwachting is dat dit nog verder omlaag zal gaan. Daarnaast krijgen we ook minder tonnages vergoed doordat er te veel vervuiling in het afval zit. In totaal betekent dit een stijging van het tarief van circa € 7 per aansluiting. Door middelen te onttrekken aan de Egalisatievoorziening reiniging voor een bedrag van € 86.000 in 2019, oplopend tot € 204.000 in 2022 (zie p. 66), wordt voorkomen dat het tarief voor de afvalstoffenheffing verder moet worden verhoogd. Zouden we deze onttrekking niet hebben gedaan, dan zou het tarief in 2019 nog circa € 4 hoger komen te liggen. Nr.
Vraag Vindplaats Antwoord 16. Onder ‘Titel 1 Algemene Dienstverlening’ is een aantal hoofdstukken komen te vervallen. Welke hoofdstukken waren dit? p. 70, § 4.1.10 Hoofdstuk 6: Wet bescherming persoonsgegevens Hoofdstuk 11: Huisvestingswet Hoofdstuk 13: Winkeltijdenwet. Nr. Vraag Vindplaats Antwoord 17. Risico ‘Overschrijding Energiebudgetten: Voor 2019 en 2020 wordt per Mh het dubbele betaald t.o.v. de afgelopen jaren. Ten opzichte van welk jaar is vergeleken? Wat is de oorzaak? Graag nader onderbouwen. p. 83, § 4.2.3 Eind 2018 loopt ons huidige contract af bij EON /ENECO. Voor 2019 -2022 hebben we met de 11 gemeenten in de regio een Europese aanbesteding gedaan. Deze is gewonnen door Greenchoice. Vroeger werden bij de aanbesteding vaste prijzen opgevraagd. Tegenwoordig worden opslagen 13 gevraagd. Na de selectie van de leverancier kan gestart worden met het in delen vastleggen van de prijs (klikken). Het is enige tijd stil geweest inzake het vastzetten van prijzen voor gas en elektra voor de komende jaren. Dit komt doordat de prijzen gigantisch zijn gestegen en nog steeds stijgen (bijna een verdubbeling in prijs van elektra t.o.v. hetgeen wij nu betalen). Op dit moment staat voor elektra nog 80% van het volume voor 2019 en 2020 open (moet dus nog geklikt worden). Nr. Vraag Vindplaats Antwoord 18.
Waarom zijn landelijke gemiddelde cijfers gepresenteerd voor ‘Bestuur en ondersteuning? p. 181, bijlage 9 Zijn geen landelijke cijfers beschikbaar. Wel zijn er getallen bekend vanuit de regio. We zullen een link sturen voor de desbetreffende website waar deze financiële kengetallen zijn te vinden. Deze website is: www.financiengemeenten.nl. Helaas bevat de website niet de gevraagde informatie. Op basis van de digitaal beschikbare begrotingen van enkele omliggende gemeenten zijn de desbetreffende kengetallen weergegeven. Dit zijn dezelfde gemeenten die in de vergelijking van de woonlasten zijn opgenomen (p. 64, § 4.1.5) 14