Beantwoording gestelde vragen Steenwijkerland.pdf
Tekst van het document
Zwolle, 1 november 2019 Aan: College van Burgemeester en Wethouders Postbus 162 8330 AD Steenwijk Geacht College, Met deze brief beantwoorden wij uw brief van 5 juli 2019 als reactie op de RES vergadering van 19 juni j.l. U heeft hierin een 4 tal vragen gesteld. Vraag 1: hoe zit het met de doorzettingsmacht van de provincie zoals genoemd in de concept startnota RES West Overijssel van 16 april 2019. Het college van Steenwijkerland geeft aan ‘graag te weten wat die doorzettingsmacht inhoudt en waarop deze juridisch is gebaseerd’ Onderstaande beantwoording is door de provincie Overijssel opgesteld. Algemeen In de RES werken de partners van gemeenten, waterschappen en de provincie samen om tot een Regionale Energie Strategie (RES) te komen. In de RES geeft de regio aan hoeveel duurzame elektriciteit ze gaan opwekken en hoe ze in de warmte behoefte van de gebouwde omgeving gaan voorzien in 2030. Met de RES geeft de regio aan hoeveel ze gaan bijdragen aan de doelstellingen van het Klimaatakkoord. De nadruk in de RES ligt op de samenwerking tussen de betreffende gemeenteraden, provinciale staten en de algemene besturen van de waterschappen. Het uitgangspunt is ‘Partijen hebben er vertrouwen in dat (bestuurlijke) samenwerking ervoor zorgt dat de doelstellingen in de RES bijtijds gehaald worden’ (klimaatakkoord p.227).
Ondanks deze nadruk op de samenwerking kunnen er mogelijk situaties ontstaan waarbij samenwerking geen oplossing biedt. In de concept startnotitie van RES West Overijssel is hiervoor opgenomen dat ‘de gemeenten en waterschappen de bijzondere positie van de provincie in het huis van Thorbecke erkennen en het inzetten van sturingskracht van de provincie betekent dat de provincie doorzettingsmacht heeft als naar haar oordeel onvoldoende wordt bijgedragen in de RES’. Het college van de gemeente Steenwijkerland heeft in haar brief gevraagd om een nadere uitwerking van wat die doorzettingsmacht inhoudt en waarop die juridisch is gebaseerd. Vooralsnog gaat zij ervan uit dat er geen juridisch afdwingbare doorzettingsmacht van de provincie bestaat in het geval er naar het oordeel van de provincie onvoldoende wordt bijgedragen in de RES. Inhoud van de ‘doorzettingsmacht’ Binnen de RES wordt gewerkt met een concept RES en een definitieve RES. Tussen deze twee fases heeft ook NPRES een rol. Indien namelijk de concept RESsen van de 30 regio’s in Nederland niet optellen tot de doelstelling van 35TW zoals opgenomen in het Klimaatkoord zal er eventueel een aanvullende opgave komen. Binnen deze fases zijn er diverse momenten waarbij de doorzettingsmacht van de provincie, en eventueel het rijk, kan gaan spelen.
Juridische kant doorzettingsmacht provincie NB: onderstaand is opgesteld volgens de huidige wetgeving. De inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2021 zal weinig verandering teweegbrengen. Er is enkel sprake van andere namen en terminologie. In deze paragraaf wordt gesproken over de huidige instrumenten. 1 1 instrumenten ruimtelijke ordening Uitgangspunt van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is dat gemeentelijke bestuursorganen primair verantwoordelijk zijn voor de ruimtelijke ordening. (art. 3.1, eerste lid, Wro) De provincie kan haar bevoegdheden alleen inzetten als er sprake is van provinciaal belang. Omdat bij de RES en de ruimtelijke inpassing van de duurzame energieopwekking en de energie infrastructuur sprake is van provinciaal belang, zal de provincie haar bevoegdheden op grond van de Wro kunnen inzetten wanneer de partijen er niet samen uitkomen. Dit kan door het vaststellen van een provinciale ruimtelijke verordening, het geven van een aanwijzing, het vaststellen van een provinciaal inpassingsplan (PIP, of projectbesluit volgens de nwe Omgevingswet) of het instellen van beroep. 2 instrumenten interbestuurlijk toezicht De Wet revitalisering generiek toezicht van 2012 heeft beoogd het stelsel van interbestuurlijk toezicht te vereenvoudigen en zoveel mogelijk te concentreren in de Provinciewet en de Gemeentewet (“GemW”).
Voor het toezicht door de provincies op de taakuitoefening in medebewind door de gemeenten voorziet de Gemeentewet in twee bevoegdheden. Dit zijn de spontane schorsing en vernietiging door de Kroon en de indeplaatsstelling bij taakverwaarlozing. De RES is een proces waar de partners evenwaardig aan elkaar in participeren. De provincie Overijssel hoopt van harte dat de samenwerking tussen de partners er toe leidt dat het gebruik van haar doorzettingsmacht niet van toepassing zal zijn en de partners er onderling uitkomen. Dit komt overeen met hetgeen in het Nationaal Programma RES (NPRES) wordt bedoeld met de term ‘route 35’; wat te doen als RES-regio’s als het totaal bod van alles RES’en onder de 35 TWh is? ‘Route 35’ is momenteel onderwerp van gesprek binnen het NPRES en beoogt dat de partners binnen de verschillende RES-regio’s hun uiterste inspanning leveren, alvorens doorzettingsmacht vanuit het Rijk c.q. de provincies nodig zal zijn. Vraag 2: Wat is de consequentie van de motie Dik/Faber In de motie Dik-Faber c.s. (Kamerstuk 34682, nr.
20) wordt verzocht om er met decentrale overheden voor te zorgen dat de op handen zijnde zonneladder niet alleen wordt toegepast tijdens het RES-proces, maar ook in aanloop naar de RES wordt toegepast bij nieuwe vergunningsaanvragen voor zonneparken op natuur- en landbouwgronden, en na te gaan wat de nationale effecten op landschap, natuur en landbouwgronden zijn van alle gezamenlijke RES’en. Het kabinet heeft per Kamerbrief op 23 augustus gereageerd op deze motie en deze beantwoording vormt dan ook het kader waarbinnen de RES West Overijssel met dit vraagstuk om zal gaan. Vraag 3: Is besluitvorming binnen RES op basis van meerderheid of uniformiteit? Besluitvorming binnen de samenwerking van de RES is niet gecodificeerd maar zoals hierboven is aangegeven is de samenwerking in de RES gebaseerd op evenwaardigheid. In de startnota staat het streven is gericht op besluitvorming waarin alle partijen zich kunnen vinden. Maar het kan voorkomen dat er wel gestemd gaat worden en dan is het zoals overal stemmen bij meerderheid. Dit laat onverlet de bevoegdheden van de bestuurlijke organen van de samenwerkingspartners inclusief de instrumenten voor doorzettingsmacht die bij vraag 1 zijn besproken.
Vraag 4: Hoe worden bewoners betrokken In hoofdstuk 5 van de concept Startnota die binnenkort aan het College wordt aangeboden wordt de participatie met inwoners en in hoofdstuk 6 de communicatie met inwoners besproken. Het proces van participatie in de RES zal zich al werkende weg ontwikkelen. We maken bij participatie een onderscheid tussen: 1.Representatieve participatie op RES-niveau (procesparticipatie);
2.Directe inwonersparticipatie en representatieve participatie op lokaal niveau (procesparticipatie); 3.Projectparticipatie: financiële participatie en lokaal eigendom (in de uitvoeringsfase). Tevens wordt in de concept Startnota opgemerkt: ”we stemmen participatie-activiteiten vooraf met elkaar af. We slaan daarbij steeds de brug tussen het gezamenlijke op regioniveau en het lokale en delen ervaringen met elkaar. We gaan als regio centraal communiceren, waarbij er naast de standaard communicatievormen ruimte is voor de eigen lokale verbanden. Hierdoor kan iedereen het eigen uitvoeringstempo bepalen op basis van de lokale autonomie, maar is er daarnaast tegelijk sprake van een gezamenlijk verhaal naar de inwoners binnen de RES- regio.” Wij hopen dat met deze brief en de binnenkort aan u aan te bieden Startnota uw vragen zijn beantwoord. Met vriendelijke groet, Namens de Stuurgroep RES West Overijssel, Bart Jaspers Faijer co-voorzitter 3