b_NL.IMRO.1708.STWKalverstr19BP-ON01_tb5
Tekst van het document
Huismusonderzoek Kalverstraat 19 te Steenwijk 27 APRIL 2020 BUREAU NATUURLIJK Nunspeet
Nader onderzoek huismus Kalverstraat 19 Steenwijk Colofon Onderzoek Nader onderzoek huismus Locatie Kalverstraat 19 Steenwijk Opdrachtgever Junco B.V. Via Edok-RO Opdrachtnemer Bureau Natuurlijk Controleur Peter Smits Adres Oranjelaan 15, 8071 LD Nunspeet Telefoon: 06-41737676 Email Info@bureaunatuurlijk.nl Internet www.bureaunatuurlijk.nl Kamer van Koophandel nummer 66411467 BTW identificatienummer 001643256B68 Rabobank NL15 KNAB 0256 8908 46 Boet van Heugten: Zijn oeuvre wordt gekenmerkt door een dusdanige diversiteit, dat het lijkt alsof het door verschillende kunstenaars gemaakt is. Toch valt er een rode draad in zijn werk te ontdekken: zijn schilderijen vallen op door hun heldere, frisse kleuren. Uniek zijn de steden van kathedralen, torens, gebouwen met koepels en moderne architectuur die, op de achtergrond van het schilderij, diepte geven aan de veelal abstracte afbeelding op de voorgrond. En regelmatig verschijnen er gestileerde dierfiguren, vaak vissen, op het linnen. Niet vreemd voor iemand die vroeger biologie gestudeerd heeft.
Tekening: Boet van Heugten Nader onderzoek huismus Kalverstraat 19 Steenwijk Samenvatting nader onderzoek huismus: ➢ Huismus is niet aanwezig ➢ Plangebied is functioneel niet in gebruik ➢ Geen schadelijke effecten functionaliteit leefgebied ➢ Geen effect gunstige staat van instandhouding ➢ Geen wettelijk belang ➢ Geen maatregelen noodzakelijk ➢ Geen ontheffing noodzakelijk (art. 3.1 lid 2 en 4) Nader onderzoek huismus Kalverstraat 19 Steenwijk 1. Aanleiding Met de voorgenomen ontwikkelingen betreffende het plangebied gelegen aan de Kalverstraat 19 te Steenwijk heeft dhr. E Dokter van Edok -RO, namens Junco B.V., aan Bureau Natuurlijk opdracht gegeven, naar aanleiding van een QuickScan wet natuurbescherming uitgevoerd door Bureau Natuurlijk januari 2020, een nader onderzoek uit te voeren betreffende de huismus. De centrale vraag is of wij inzicht kunnen verschaffen of de geplande uit te voeren werkzaamheden conflicteren met de soortbescherming huismus binnen de Wet Natuurbescherming. Voorliggend rapport geeft inzicht in het wettelijk kader, de gebruikte methodiek en de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. Er is een beoordeling gemaakt van het effect op de gunstige staat van instandhouding van de huismus bij de uitvoering van de geplande werkzaamheden.
Planlocatie De geplande ontwikkelingen betreffen het tr ansformeren van de huidige locatie naar een aantal stadswoningen en appartementen. Het bestaande gebouw betreft een voormalige winkel van met showroom ‘Scheer en foppen’. Het object is opgetrokken uit baksteen en heeft een pannendak. Het bestrate naastgelegen terrein behoort tevens tot de planlocatie. Het pand bevindt zich in het oude stadscentrum van Steenwijk op een steenworp afstand van de Markt. Het gebouw is omstreeks 1900 gebouwd. Diverse nabijgelegen panden zijn aangemerkt als rijksmonument. Planlocatie Kalverstraat Steenwijk (Bron; planviewer)
Nader onderzoek huismus Kalverstraat 19 Steenwijk Geografie Steenwijk ligt in de kop van Overijssel op de grens van enkele stuwwallen (de Woldberg en de Havelterberg) en het laagveengebied van Giethoorn, De Wieden en De Weerribben. Door Steenwijk stroomt van oorsprong een kleine rivier, de Steenwijker Aa, welke ontstaan is door smeltwater. Later is deze Steenwijker Aa gekanaliseerd en heet dan vanaf Steenwijk het Steenwijker Diep en deze maakte de stad bereikbaar voor scheepvaart. Aan het Steenwijker Diep ligt een kleine jachthaven. Het stadsbeeld wordt bepaald door de Sint Clemenstoren, met zijn hoogte van 87 meter de veertiende hoogste kerktoren van Nederland. De naam houdt verband met de vele zwerfstenen die in de omgeving in de grond zitten. De stad heeft een regionale functie (winkels, scholen, werkgelegenhe id) voor een grote regio (Kop van Overijssel, Zuidwest-Drenthe). Bron: google Maps; Steenwijk
Nader onderzoek huismus Kalverstraat 19 Steenwijk Huidige locatie Straatgras
Nader onderzoek huismus Kalverstraat 19 Steenwijk Toegankelijke holten
Nader onderzoek huismus Kalverstraat 19 Steenwijk 2. Wettelijk kader Per 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming van kracht. Deze wetgeving vervangt de Flora- en faunawet, boswet en natuurbeschermingswet. In deze wet is de bescherming van gebieden, soorten e n houtopstanden geregeld. D it onderzoek beperkt zich tot soortbescherming huismus. Tabel 1. Wet Natuurbescherming Soortbescherming Artikelen 3.1 tot en met 3.11 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van soorten. De bescherming is opgedeeld in vijf categorieën met soorten: • Vogels met jaarrond beschermde nesten; • Overige vogels; • Soorten van de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de Verdragen van Bern (bijlage II) en Bonn (bijlage I); • Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn en waarvoor provinciaal geen vrijstelling geldt; • Overige soorten die op nationaal niveau besche rmd zijn, maar waarvoor provinciaal wel een vrijstelling geldt. Voor vogels geldt dat er twee categorieën zijn: de vogels met jaarrond beschermde nesten (o.a. Huismus, Gierzwaluw en Buizerd) en de overige broedvogels. Vogels met jaarrond beschermde neste n hebben een strikte beschermingsstatus binnen de Wet natuurbescherming. Van overige broedvogels zijn hun nesten alleen tijdens het broedseizoen beschermd zijn (periode van nestbouw, eileg, broeden en voeren van de jongen op het nest).
Voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn zijn in artikel 3.5 verboden vastgelegd (o.a. verboden om dieren te doden en voortplantings - of rustplaatsen te vernielen) en geldt een strikte beschermingsstatus. Soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, kunnen ingedeeld worden in twee categorieën. Provincies mogen besluiten om bepaalde soorten vrij te stellen van bescherming in het kader van ruimtelijke ingrepen, beheer en onderhoud. In de meeste provincies geldt - onder andere voor ruimtelijke ontwikkelingen - een vrijstelling voor een selectie van zoogdieren en amfibieën. Voor de overige soorten gelden vergelijkbare verboden (zie artikel 3.10) als voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en geldt eveneens een strikte beschermingsstatus. Voor het overtreden van verbodsartikelen bij ruimtelijke ingrepen is het noodzakelijk om ontheffing aan te vragen bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep plaatsvindt). Voor het verkrijgen van een ontheffing dient e en uitgebreide rapportage opgesteld te worden waarin o.a. wordt aangegeven hoe gezorgd wordt dat schade tot een minimum beperkt blijft en of compenserende maatregelen aan de orde zijn.
Nader onderzoek huismus Kalverstraat 19 Steenwijk Tabel 2. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wn Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wn Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wn Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantings- plaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen Niet van toepassing Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren Niet van toepassing Niet van toepassing Art 3.5 lid 5 Het is verboden
plantensoorten in hun natuurlijke verspreidings- gebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidings- gebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen De Wet natuurbescherming onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel 2). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992). Het 3e beschermingsregime, andere soorten, betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau (nationaal beschermde soorten). Daarnaast geldt dat voor alle soorten de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs verwacht van men kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen. De huismus wordt in de Wet natuurbescherming beschermd onder h et beschermingsregime van de Vogelrichtlijn als een soort met een vaste rust - en verblijfplaats. Vaste rust - en verblijfplaatsen en voortplantingsplaatsen van de huismus zijn jaarrond beschermd, evenals het functioneel leefgebied dat essentieel is voor het functioneren van de nesten.
Nader onderzoek huismus Kalverstraat 19 Steenwijk Voor soorten beschermd onder de Vogelrichtlijn (waartoe huismus wordt gerekend) kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • In het belang van volksgezondheid of openbare veiligheid; • In het belang van veiligheid in het belang van veiligheid van luchtverkeer; • Ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; • Ter bescherming van flora en fauna; • Voor onderzoek of onderwijs, uitzetten of herinvoeren van soorten; • Selectief vangen, onder zich hebben of verstandig gebruik van vogels. 3. De huismus De huismus is sterk gebonden aan mensen. Vaste rust - en verblijfplaatsen zijn naast de broedplaats ook groene struiken en klimplanten. De huismus komt tot broeden in of tegen gebouwen in dorpen en steden, zoals onder dakpannen, maar ook in nestkasten en achter regenpijpen. Daarnaast dient in de nabijheid van enkele tientallen meters van de nestplaats voldoende zandbaden, voedsel en drinkwater aanwezig te zijn. 4. Kennisdocument huismus Het onderzoek is uitgevoerd conform het kennisdocument huismus zoals gepubliceerd op de website van BIJ12.
In het voorliggende onderzoek zijn de volgende functies voor huismus onderzocht: ✓ Voortplantingsplaatsen ✓ Vaste rust- en verblijfplaatsen ✓ Functioneel leefgebied Afwezigheid van broedende huismussen is aangetoond, als er tijdens twee gerichte veldbezoeken in de periode 1 april tot en met 15 mei of tijdens vier gerichte veldbezoeken in de periode 10 maart tot en met 20 juni geen aanwezigheid kan worden aangetoond. De inventarisatie moet tijdens goede weersomstandigheden plaatsvinden, op geluidsluwe
Nader onderzoek huismus Kalverstraat 19 Steenwijk momenten, rond 1 à 2 uur na zonsopkomst en met een tussenperiode van minimaal 10 dagen. De inventarisatie blijft echter een steekproef. Het is dan ook mogelijk dat soorten en functies niet waargenomen zijn, terwijl dat ze op een ander tijdstip wel aanwezig zijn. Dit is echter acceptabel, de Wet natuurbescherming vraagt een initiatiefnemer om alles te doen wat redelijkerwijs hem verwacht kan worden. Met de gekozen methode en inspanning is hieraan voldoende invulling gegeven. Wat betreft dit onderzoek heeft de initiatiefnemer dan ook gedaan wat redelijkerwijs verwacht kan worden. 5. Staat van instandhouding De staat van instandhouding van de huismus als broedvogel in Nederland is matig ongunstig. De staat van instandhouding buiten het broedseizoen is hetzelfde omdat het dezelfde vogel betreft. Voor deze soort zijn geen Natura2000 gebieden aangewezen. Door de functie van het leefgebied van de huismus op deze projectlocatie zal het effect op de gunstige staat van instandhouding op lokaal niveau niet verslechteren.
Nader onderzoek huismus Kalverstraat 19 Steenwijk 6. Onderzoeksvragen Tijdens het nader onderzoek huismus zullen de volgende onderzoeksvragen worden behandeld (afhankelijk van de aan of afwezigheid van de huismus tijdens de veldbezoeken): • Is de projectlocatie geschikt als functioneel leefgebied voor de huismus? • Is huismus aanwezig? • Welke functie(s) heeft het gebied voor huismus? • Blijft de functionaliteit van de voortplantingsplaatsen, vaste rust- of verblijfplaatsen en functioneel leefgebied behouden? • Welke eigenschappen van het object of gebied moeten gemitigeerd of gecompenseerd worden? • Welk wettelijk belang is er waardoor de activiteiten moeten worden uitgevoerd? • Is een ontheffing Wet natuurbescherming nodig om de werkzaamheden uit te kunnen voeren? • Zijn er alternatieven onderzocht voor het uitvoeren van de planontwikkeling? 7. Werkwijze De hierboven benoemde onderzoeksvragen zullen worden beantwoorden door de stappen te door lopen (afhankelijk van de aan of afwezigheid van de huismus tijdens de veldbezoeken): • Veldbezoeken voor het bepalen van de aan- of afwezigheid van de huismus en het vaststellen van de functie van het plangebied voor de huismus. • Bepalen en onderbouwen van het wettelijke belang van de activiteiten.
• Bepalen van het schadelijke effect op de functionaliteit van de voortplantingsplaats of vaste rust- en verblijfplaats binnen het plangebied. • Bepalen van het schadelijke effect op de gunstige staat van instandhouding van de huismus. 8. Veldbezoeken De veldbezoeken zijn uitgevoerd door P. Smits van Bureau Natuurlijk . Tijdens het inventariseren is gebruik gemaakt van diverse materialen zoals een verrekijker en camera (zie verantwoording). Het plangebied en de omliggende percelen is onderzocht door de projectlocatie rustig te bewandelen. Hierbij werd vooral gelet op de aan of afwezigheid van de huismus. Tevens zijn vanuit zo goed mogelijk dekking de daken geobserveerd dit om eventuele nest indicatieve waarnemingen te doen. De omliggende percelen zijn vanuit de planlocatie dan wel vanaf de openbare weg onderzocht dit om een beeld te krijgen van de aanwezigheid van de huismus en de aanwezige functies ten aanzien van de planlocatie. Hierdoor is een goede effectenbeoordeling mogelijk. Voor de data van de veldbezoeken, de weersomstandigheden en de waarneminge n wordt verwezen naar de onderzoeksresultaten. Nader onderzoek huismus Kalverstraat 19 Steenwijk 9.
Onderzoeksresultaten Is de projectlocatie geschikt als functioneel leefgebied voor de huismus? De eisen die een huismus stelt aan zijn leefgebied zijn opgenomen in de onderstaande tabel: Beschrijving Functie Aan-of afwezig Opstallen Nest- en schuilplaats Aanwezig Voedselvoorziening Voedsel Aanwezig Groenvoorzieningen Voedsel en dekking Afwezig op planlocatie, wel in de tuinen nabij de planlocatie Stofbaden Verzorging Aanwezig op het perceel Water Drinkplaats Afwezig Tijdens de veldbezoeken zijn er geen waarnemingen van huismussen gedaan binnen de grenzen van het plangebied. Tevens zijn er geen waarnemingen rondom de planlocatie. Is huismus aanwezig? Overzicht veldbezoeken Datum Weer Waarnemingen 01-04-2020 16 graden; helder Geen 24-04-2020 17 graden; half bewolkt Geen Tijdens de veldbezoeken zijn er geen huismussen waargenomen op of nabij de projectlocatie. In of bij de te slopen opstallen is geen nestindicatief gedrag waargenomen. Welke functie(s) heeft het gebied voor huismus? Op basis van de ervaringen tijdens de veldbezoeken kan gesteld worden dat het plangebied geen functie vervult voor de huismus. In de QuickScan is aangegeve n dat het dak van de opstal een potentiele nestgelegenheid voor de huismus kan zijn. Tijdens de veldbezoeken zijn er geen nest indicatieve waarnemingen gedaan.
Blijft de functionaliteit van de voortplantingsplaatsen, vaste rust - of verblijfplaatsen en functioneel leefgebied behouden? Bij de sloop van de opstallen zullen geen voortplantingsplaatsen, vaste rust - of verblijfplaatsen en functioneel leefgebied verloren gaan. Het leefgebied blijft behouden of wordt mogelijk beter als het huidige terrein wordt in gericht als tuin met beplanting en onderdeel zal uitmaken van het leefgebied. Nader onderzoek huismus Kalverstraat 19 Steenwijk Welke eigenschappen van het object of gebied moeten gemitigeerd of gecompenseerd worden? Er hoeven geen maatregelen genomen te worden ter compensatie van het mogelijk wegvallen van functioneel leefgebied. Het leefgebied blijft intact omdat er voldoende voedselmogelijkheden behouden blijven in de directe omgeving. Is een ontheffing Wet natuurbescherming nodig om de werkzaamheden uit te kunnen voeren? Nee, er zullen geen jaarrond beschermde nesten en rustplaatsen verloren gaan van de huismus.
➢ Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen ➢ Art 3.1 lid 4 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort Welk wettelijk belang is er waardoor de activiteiten moeten worden uitgevoerd? Niet van toepassing Zijn er alternatieven onderzocht voor het uitvoeren van de planontwikkeling? De ingreep heeft geen negatief effect op de gunstige staat van instandhouding van de huismus. Op termijn zal het effect zo mogelijk zelfs positief zijn , indien de bewoners van de planlocatie begroeiing aanplanten die geschikt zijn voor rust - en verblijfplaatsen dan wel voedsel- en dekkingsmogelijkheden bieden.
Nader onderzoek huismus Kalverstraat 19 Steenwijk 10. Te nemen maatregelen Op basis van de conclusies doen wij de volgende aanbevelingen ten gunste van de huismus (niet verplicht binnen Wet Natuurbescherming): ✓ Het nemen van maatregelen om de sloopwerkzaamheden op een natuurvriendelijke wijze uit te voeren. Aanbevelingen ✓ Plant bomen aan in en rondom het plangebied. Dit verhoogt de natuurkwaliteit binnen het plangebied. Ze kunnen als corridor dienen voor vogels, vleermuizen en grondgebonden zoogdieren. Ecologisch waardevolle bomen kunnen door de deskundig ecoloog worden aangewezen. ✓ Maak gebruik van inheems gebiedseigen plantmateriaal. ✓ Creëer verblijfplaatsen voor huismussen in mussenkasten of in de spouwmuren van de bebouwing. Streef naar inpassing van planten en dieren die in en rond het plangebied hun habitat (kunnen) vinden. In de omgeving dient ook voldoende dekkingsmogelijkheden aanwezig te zijn door bijvoorbeeld: ✓ Aanplant van doornige struiken als vuurdoorn en meidoorn, groenblijvende heesters, klimplanten als klimop of wingerd, robuuste beukenhagen, en dergelijke. Bladverliezende soorten zijn in de winterperiode minder effectief.
✓ Aanplant van inheemse soorten bomen en ander opgaand groen ✓ Behoud of ontwikkel slaapgelegenheden door bijvoorbeeld: ✓ Aanbrengen van groenblijvende gevelbegroeiing of ander verticaal groen, bijvoorbeeld met vuurdoorn, klimop; ✓ Aanplanten van groenblijvende heesters (bijvoorbeeld liguster, hulst) of coniferen (bijvoorbeeld taxus); ✓ Behoud van voldoende mogelijkheden voor nemen van stofbaden door zandige plekken te realiseren of te handhaven ✓ In de winterperiode winternesten aan te bieden in de vorm van bijvoor beeld takkenhopen of strobalen als een tijdelijke oplossing noodzakelijk is. Voor al deze maatregelen geldt dat ze een hoogte van minimaal 3 meter moeten hebben willen ze effectief zijn en zo mogelijk binnen 100 meter van de (te realiseren) nestplaats aanwezig moeten zijn. Behoud of ontwikkeling van voldoende plekken waar gefoerageerd kan worden, door bijvoorbeeld: ✓ In stand houden of ontwikkelen van hoekjes of stroken ruigte met onkruiden als bron voor zaden en kleine zachte insecten. Straatgras, herderstasj e en weegbree zijn favoriete onkruiden; ✓ Extensief beheer van gazons (maaifrequentie 1 maal per jaar). Het maaien vindt niet in het najaar plaats.
Voor al deze maatregelen geldt dat voedsel jaarrond beschikbaar moet zijn en zo mogelijk binnen 100 meter van de nestplaats beschikbaar zijn en dat er binnen 5 à 10 meter (bij voorkeur binnen 2,5 meter) dekking moet zijn. Behoud van voldoende drinkwater door bijvoorbeeld aanleg van (open) water. Nader onderzoek huismus Kalverstraat 19 Steenwijk Het nemen van maatregelen om de sloopwerkzaamheden op een natuurvriendelijke wijze uit te voeren. ✓ Zorgvuldig handelen ✓ Het slopen van de woning en de opstallen zal buiten de kwetsbare periode plaats moeten vinden (zie figuur 16 en 17) ✓ Indien onverhoopt huismussen worden aangetroffen, wordt het werk rond de aangetroffen huismussen gestaakt en wordt direct contact opgenomen met één van de betrokken ecologen.
Nader onderzoek huismus Kalverstraat 19 Steenwijk 11. Verantwoording: Materialen: ➢ Fotocamera ➢ Verrekijker Websites: ➢ Kennisdocument Huismus ➢ Vogelatlas soort 15910 ➢ Netwerk groene bureaus ➢ Sovon ➢ BIJ12 ✓
Nader onderzoek huismus Kalverstraat 19 Steenwijk