CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

b_NL.IMRO.1708.STWKalverstr19BP-ON01_tb4

Politieke Markt 14 september 2023, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Steenwijk, Kalverstraat 196.070 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Opdrachtgever: Junco B.V. Ecoloog: P. Smits / P. Wiegel Datum: 29 januari 2020 QuickScan Kalverstraat 19 Steenwijk

QuickScan natuurtoets Kalverstraat, Steenwijk 2 1. Colofon 2. Samenvatting en advies 3. Inleiding 3.1. Aanleiding 3.2. Planlocatie 3.3. Ontwikkelingen 4. Kader en methode 4.1. Wettelijk kader 4.2. Onderzoeksmethode 4.3. Toepasbaarheid 5. Gebiedsbescherming 5.1. Natura-2000 5.2. Natuurnetwerk Nederland 6. Soortbescherming 6.1. Ecotoop 6.2. Flora 6.3. Fauna 6.4. Houtopstanden 7. Verantwoording 8. Bijlagen Inhoudsopgave QuickScan natuurtoets Kalverstraat, Steenwijk 3 Onderzoek QuickScan natuurtoets Locatie Kalberstraat 19 Steenwijk Opdracht gever Junco B.V. Via Edok-RO Opdracht nemer Bureau Natuurlijk Ecoloog P. Smits / P. Wiegel Adres Oranjelaan 15, 8071 LD Nunspeet Telefoon: 06-41737676 Email Info@bureaunatuurlijk.nl Internet www.bureaunatuurlijk.nl Kamer van Koophandel nummer 66411467 BTW Identificatienummer 001643256B68 Knab bank NL15 KNAB 0256 8908 46 Disclaimer Deze QuickScan is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever zoals hierboven aangegeven. Niets uit deze QuickScan mag, met uitzondering van de opdrachtgever, worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, dru k, internet, kopie of andere wijze zonder schriftelijke toestemming van Bureau Natuurlijk, noch mag het zonder deze toestemming voor een ander doel gebruikt worden dan waarvoor het vervaardigd is.

Bureau Natuurlijk is niet aansprakelijk voor vervolgschade, alsmede schade die voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden of andere gegevens verkregen. De opdrachtgever vrijwaart Bureau Natuurlijk voor aanspraken van derden in verband met deze t oepassing. Omdat ecologisch onderzoek een momentopname is, kan de aanwezigheid van beschermde soorten soms niet worden uitgesloten of bevestigd. Daarnaast is de natuurwetgeving aan verandering en jurisprudentie onderhevig. Wij zijn echter niet aansprakelijk voor de gevolgen van onverwacht verschijnen de of verdwijnende flora of fauna, noch voor de gevolgen van veranderende wetgeving of jurisprudentie. © 2020 Bureau Natuurlijk, Nunspeet 1. Colofon QuickScan natuurtoets Kalverstraat, Steenwijk 4 Samenvatting en advies Algehele samenvatting en advies: Uit de QuickScan is gebleken dat bij het uitvoeren van de geplande werkzaamheden de Wet Natuurbescherming mogelijk wordt overtreden. Om dit vast te stellen worden enkele nadere onderzoeken geadviseerd. Gebiedsbescherming Natura 2000 • Verstoring: Gezien de aard van de werkzaamheden en de afstand tot het Natura2000 gebied wordt geen verstoring verwacht. • Stikstofdepositie: Gezien de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura2000 gebied zijn er mogelijk effecten te verwachten. Een AERIUS-berekening wordt geadviseerd.

Natuur Netwerk Nederland Omdat het NNN in Overijssel geen externe werking kent en het plangebied ruim buiten het NNN gelegen is, is een verdere toetsing niet aan de orde. Soortbescherming Flora Geen overtreding wet natuurbescherming. Vleermuizen Mogelijke overtreding wet natuurbescherming. Een nader onderzoek vleermuizen wordt geadviseerd. (pagina 19) Zoogdieren Geen overtreding wet natuurbescherming. Vogels Mogelijke overtreding wet natuurbescherming. Een nader onderzoek naar de soorten huismus en gierzwaluw wordt geadviseerd. (pagina 17) Reptielen en amfibieën Geen overtreding wet natuurbescherming. Houtopstanden Geen overtreding wet natuurbescherming. 2. Samenvatting en advies QuickScan natuurtoets Kalverstraat, Steenwijk 5 3.1 Aanleiding Met de v oorgenomen ontwikk elingen op de Kalverstraat 19 te Steenwijk , heeft dhr. E. Dokter van Edok-RO, namens Junco B.V., aan Bureau Natuurlijk gevraagd een QuickScan Wet Natuurbescherming uit te voeren t.b.v. het vergunning traject en inzicht te verschaffen of de geplande uit te voeren werkzaamheden conflicteren met de Wet Natuurbescherming. Voorliggend rapport geeft inzicht in het wettelijk kader, de gebruikte methodiek en de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. 3.2 Planlocatie De geplande ontwikkelingen betreffen het transformeren van de huidige locatie naar een aantal stadswoningen en appartementen.

Het bestaande gebouw betreft een voormalige winkel van met showroom ‘Scheer en foppen’. Het object is opgetrokken uit baksteen e n heeft een pannendak. Het bestrate naastgelegen terrein behoort tevens tot de planlocatie. Het pand bevindt zich in het oude stadscentrum van Steenwijk op een steenworp afstand van de Markt. Het gebouw is omstreeks 1900 gebouwd. Diverse nabijgelegen pande n zijn aangemerkt als rijksmonument. Planlocatie Kalverstraat Steenwijk (Bron; planviewer) 3. Inleiding QuickScan natuurtoets Kalverstraat, Steenwijk 6 Geografie Steenwijk ligt in de kop van Overijssel op de grens van enkele stuwwallen (de Woldberg en de Havelterberg) en het laagveengebied van Giethoorn, De Wieden en De Weerribben . Door Steenwijk stroomt van oorsprong een kleine rivier, de Steenwijker Aa, welke ontstaan is door smeltwater. Later is deze Steenwijker Aa gekanaliseerd en heet dan vanaf Steenwijk het Steenwijker Diep en deze maakte de stad bereikbaar voor scheepvaart. Aan het Steenwijker Diep ligt een kleine jachthaven. Het stadsbeeld wordt bepaald door d e Sint Clemenstoren, met zijn hoogte van 87 meter de veertiende hoogste kerktoren van Nederland. De naam houdt verband met de vele zwerfstenen die in de omgeving in de grond zitten. De stad heeft een regionale functie (winkels, scholen, werkgelegenheid) voor een grote regio (Kop van Overijssel, Zuidwest-Drenthe).

Bron: google Maps; Steenwijk

QuickScan natuurtoets Kalverstraat, Steenwijk 7 3.3 Ontwikkelingen De opdrachtgever is voornemens om het pand te herontwikkelen van winkelpand naar stadswoningen en appartementen. Het exterieur zal omgevormd worden tot eigentijdse woningbouw. De tekening van de nieuwe situatie geeft een globaal beeld van de ingreep. Huidige object Situering nieuwbouw

QuickScan natuurtoets Kalverstraat, Steenwijk 8 4.1 Wettelijk kader Voor het uitvoeren van ruimtelijke ontwikkelingen is o.a. Wet Natuurbescherming van kracht. Deze wetgeving vervangt de Flora - en faunawet, boswet en natuurbeschermingswet welke van kracht waren voor 1 januari 2017 . In deze wet is de bescherming van gebiede n, soorten e n houtopstanden geregeld. D it onderzoek beperkt zich tot de gebiedsbescherming en de soortenbescherming. Tabel 1. Wet Natuurbescherming Gebiedsbescherming Artikelen 2.1 tot en met 2.12 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van Natura 2000- gebieden (Vogel - en Habitat richtlijn gebieden). Voor Natura 2000-gebieden zijn instandhoudingsdoelen opgesteld voor habitats, soorten, broedvogels en/ of niet -broedvogels. In artikel 2.7 ver plicht de Wet natuurbescherming om vooraf te beoordelen of ingrepen / activiteiten i n of in de nabijheid van Natura 2000- gebieden significant negatieve effecten kunnen hebben op de voor deze gebieden aangewezen instandhoudingsdoelen. Mocht sprake zijn van ( significant) negatieve effecten dan kan het aanvragen van vergunning bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep of activiteit plaatsvindt) aan de orde zijn. Soortbescherming Artikelen 3.1 tot en met 3.11 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van soorten.

De bescherming is opgedeeld in vijf categorieën met soorten: • Vogels met jaarrond beschermde nesten; • Overige vogels; • Soorten van de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de Verdragen van Bern (bijlage II) en Bonn (bijlage I); • Overige soorten die op nationaal nivea u beschermd zijn en waarvoor provinciaal geen vrijstelling geldt; • Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, maar waarvoor provinciaal wel een vrijstelling geldt. Voor vogels geldt dat er twee categor ieën zijn: de vogels met jaarrond besche rmde nesten (o.a. Huismus, Gierzwaluw en Buizerd) en de overige broedvogels. Vogels met jaarrond beschermde nesten hebben een strikte beschermingsstatus binnen de Wet natuurbescherming. Van overige broedvogels zijn hun nesten alleen tijdens het broedseizoen beschermd zijn (periode van nestbouw, eileg, broeden en voeren van de jongen op het nest). Voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn zijn in artikel 3.5 verboden vastgelegd (o.a. verbod en om dieren te doden en voortplantings - of rustplaatsen te vernielen) en geldt een strikte beschermingsstatus. Soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, kunnen ingedeeld worden in twee categorieën. Provincies mogen besluiten om bepaalde soorten vrij te stellen van bescherming in het kader van ruimtelijke ingrepen, beheer en onderhoud.

In de meeste provincies geldt - onder andere voor ruimtelijke ontwikkelingen - een vrijstelling voor een selectie van zoogdieren en amfibieën. Voor de overige soorten gelden vergelijkbare verboden (zie artikel 3.10) als voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en geldt eveneens een strikte beschermingsstatus. Voor het overtreden van verbodsartikelen bij ruimtelijke ingrepen is het noodzakel ijk om ontheffing aan te vragen bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep plaatsvindt). Voor het verkrijgen van een ontheffing dient een uitgebreide rapportage opgesteld te worden waarin o.a. wordt aangegeven hoe gezorgd wordt dat schade tot een minimum beperkt blijft en of compenserende maatregelen aan de orde zijn. 4. Kader en methode QuickScan natuurtoets Kalverstraat, Steenwijk 9 Wet Natuurbescherming Bescherming houtopstanden Een houtopstand beslaat een oppervlakte van 10 are of meer, of bestaat uit een beplanting van twintig bomen of meer in een rij, gerekend over het totaal aantal rijen.

Buiten de bescherming houtopstanden (artikel 4.2) vallen de • Houtopstanden binnen door de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom houtopstanden, • Houtopstanden op erven of in tuinen en fruitbomen en windschermen om boomgaarden, • Naaldbomen bedoeld als kerstbomen en niet ouder dan twintig jaar en kweekgoed, • Uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en beplantingen langs landbouwgronden (enkele rij), • Het dunnen van een houtopstand, • Uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa en die: o minimaal eens per tien jaar worden geoogst, o bestaan uit ten minste tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid bestaande uit een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, o zijn aangelegd na 1 januari 2013. Volgens artikel 4.2 is het verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen zonder daar melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Dit geldt niet voor het periodiek vellen van griend- of hakhout. Binnen drie jaar moet het gevelde deel weer zijn herplant.

Vrijstellingen gelden er wanneer het vellen gebeurt middels een goedgekeurde gedragscode of de werkzaamheden voortvloeien uit instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden of nodig zijn voor aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen. Tabel 2 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wn Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wn Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wn Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantings- plaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen Niet van toepassing Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke

invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren Niet van toepassing Niet van toepassing Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidings- gebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidings- gebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen QuickScan natuurtoets Kalverstraat, Steenwijk 10 4.2 Onderzoeksmethode De volgende methoden zijn bij het onderzoek gebruikt: 1. Door middel van bureauonderzoek is onderzocht welke beschermde flora en fauna in de omgeving van het plangebied recentelijk zijn waargenomen. Hierbij is gebruik gemaakt van waarnemingen uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Op basis van het onderzoek in verspreidingsatlassen en o verige beschikbare natuurinformatie is een inschatting gemaakt welke soorten er redelijke rwijs zijn te verwachten in het plangebied. 2. Op 29 januari 2020 is het plangebied aan de Kalverstraat te Steenwijk door dhr. P. Smits en dhr. P. Wiegel bezocht. Daarbij werden de, in het plangebied aanwezige, natuurwaarden geïnventariseerd en beoordeeld. T ijdens dit veldbezoek was het bewolkt en winderig en ongeveer 5 graden Celsius.

Er is gekeken naar mogelijke groeiplaatsen dan wel vaste rust- en verblijfplaatsen van de beschermde flora - en fauna. Dit is uitgewerkt in het hoofdstuk soortbescherming. 3. De co ntrole is te voet uitgevoerd en waar mogelijk zijn toegankelijke holtes en spleten geïnspecteerd (met zaklamp en/of endoscoop en/of ladder). 4. Bewijslast is verzameld met fotomateriaal. 5. De ligging van het plangebied ten opzichte van nabijgelegen beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN) werd opgezocht. Dit is uitgewerkt in het hoofdstuk gebiedsbescherming. 6. In samenspraak met de opdrachtgever is de ingreep in kaart gebracht. 7. Door middel van een nauwkeurige analyse van deze data en waarnemingen is: a. bepaald of negatieve effecten op beschermde gebieden op voorhand zijn uit te sluiten of dat hiervoor een aanvullend onderzoek noodzakelijk is, b. een inschatting gemaakt van de redelijkerwijs te verwachten negatieve effecten op de (potentieel) aanwezige beschermde soorten en functies, c. bepaald of de bescherming van houtopstanden aan de orde is. 8. Er is gebruik gemaakt van de volgende hulpmiddelen: a. Verrekijker b. Zaklamp c. UV-lamp d. Endoscoop e. Ladder (3 meter) f. Fotocamera 9. De opgestelde rapportage is gecontroleerd en beoordeeld door een tweede lezer.

4.3 Toepasbaarheid Deze QuickScan is gericht op de mogelijke overtreding van de wet natuurbescherming, niet aan andere (natuur)wetgeving. De resultaten van het onderzoek zijn 3 jaar geldig. Dit onderzoek kan voor de opdrachtge ver als bewi jsstuk dienen dat natuuronderzoek is verricht. Deze rapportage kan dan ook ingediend worden aan belanghebbende partijen zoals gemeente en provincie. Op basis van in de deze rapportage opgenomen projectgegevens (zie hoofdstuk 3; december 2019) is dit onderzoek uitgevoerd en een inschatting gemaakt van de effecten hiervan op de beschermde soorten en gebieden. Latere wijzigingen van het project kunnen invloed hebben op deze effecten en zijn dus niet opgenomen in deze rapportage. Er zal dan een nieuwe beoordeling plaats moeten vinden. QuickScan natuurtoets Kalverstraat, Steenwijk 11 Deze verstrekte natuurinformatie is ten behoeve van de initiatief - en ontwerpfase van de planontwikkeling. Om in de uitvoerings - en beheerfase overtreding van de wet natuurbescherming te voorkomen, wordt in deze rappor tage aangegev en wanneer het noodzakelijk is om te werken volgens één van de volgende standaarden: • Algemeen zorgvuldig handelen • Gedragscode ruimtelijke ontwikkeling • Ecologisch werkprotocol • Ontheffing/vrijstelling wet natuurbescherming Stadscentrum Steenwijk en zijgevel object

QuickScan natuurtoets Kalverstraat, Steenwijk 12 5.1 Natura2000 Algemeen In het kader van Europese regelgeving zijn binnen Nederland Vogelrichtlijngebieden en Habitatrichtlijngebieden aangemeld ( Zie bijlage: VHR-gebieden). Deze gebieden worden ook wel Natura 2000 gebieden genoemd en vall en onder de werkingssfeer van de wet Natuurbescherming. De provincie Overijssel is het bevoegd gezag ten aanzien van de Natura 2000 gebieden in de provincie Overijssel. In de directe omgeving van de inrichting zijn gebieden gelegen die vallen onder de werk ingssfeer van de Vogel - / Habitatrichtlijn en/of de wet Natuurbescherming. Het dichtstbij gelegen gebied dat valt onder de werkingssfeer van de wet Natuurbescherming is de Wieden. Bron: https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx De afstand tot het Natura2000 gebied de Wieden betreft 2.2 km. De afstand tot het N2000- gebied Holtingerveld betreft 6.7 km. De Wieden Het gebied Wieden is een uitgestrekt laagveenmoeras met meren en kanalen met daartussen natte graslanden, natte heiden, tri lvenen, galigaanmoerassen, rietland en moerasbos. Het gebied is een restant van het laagveengebied dat zich ooit van Zwolle tot ver i n Fryslân uitstrekte. Een groot deel bestaat uit uitgeveende petgaten.Alle successiestadia van open water tot en met moeras heide en veenbos zijn aanwezig.

Het gebied Wieden is beïnvloed door het oude rivierstelsel van de Overijsselse Vecht. Er komen 5. Gebiedsbescherming QuickScan natuurtoets Kalverstraat, Steenwijk 13 ondiepe kleiafzettingen voor. Door vervening, met bredere petgaten, zijn de grote meren ontstaan. Het Giethoornse- en Duiningermeer zijn natuurlijke meren. De Wieden vormt samen met de Weerribben de kern van het Nederlandse laagveenlandschap. Nergens anders in Nederland komt een dergelijk compleet en gevarieerd laagveenlandschap voor als in deze gebieden. Met haar bijna 10.000 ha is de Wieden ook verreweg het grootste laagveengebied van ons land. Alle karakteristieke begroeiingen zijn hier te vinden: van open water, jonge verlandingen, trilvenen en veenmosrietlanden tot strooiselruigten, Dotterbloemhooilanden, broekbossen en weidevogelgraslanden. Het bouwen van woningen heeft vele tijdelijke en permanente gevolgen op natuur. Meest duidelijk is het verlies aan oppervlakte: waar woningen staan is geen natuur mogelijk. Door de aanleg kunnen ook migratieroutes verbroken worden of treedt v ersnippering op van een net werk van natuurgebieden. In de aanlegfase is verder vooral sprake van verstoring door geluid, licht, trillingen etc. Vaak wordt een gebied (tijdelijk) ontwatert om bouwwerkzaamheden te vergemakkelijken Ook moet rekening worden ge houden met negatieve effect en door bouwverkeer (verontreiniging).

Als de woningen eenmaal in gebruik worden genomen, is er naast een permanente verandering in licht - en geluidsbelasting ook sprake van nevenactiviteiten zoals toenemende recreatie en toenemend wegverkeer, hetgeen een hogere druk legt op de aanwezige natuurwaarden. Bij woningbouw hebben volgens de effectenindicator de volgende verstoringen mogelijk effect op Narura-2000 doelstellingen: ➢ Verstoring door mechanische effecten ➢ Optische verstoring ➢ Verstoring door trilling ➢ Verstoring door licht (effectafstand 300 m) ➢ Verstoring door geluid (effectafstand 50 m) ➢ Verdroging ➢ Verontreiniging ➢ Versnippering ➢ Oppervlakteverlies Gebiedsbescherming Gezien de aard van de werkzaamheden, de tussenliggende bebouwing en verkeersaders, de projectlocatie en de (effect)afstanden en tot de Natura2000 gebied en wordt geen verstoring of negatieven effecten verwacht op het vlak van vernietiging, verstoring, verdroging, verzoeting of verzilting van aangewezen habitattypen. De algehele conclusie is dat het projectgebied buiten de beschermde natuurgebieden liggen. Stikstofdepositie Door de uitspraak van de Raad van State inzake het Programma Aanpak Stikstof kan er geen beroep gedaan worden op de oude regeling PAS. Citaat uit de kamerbrief van 11 juni 2019: ‘Het is duidelijk dat het PAS niet meer gebruikt kan worden als passende beoordeling voor toestemmingsverlening.

Dat wil niet zeggen dat alle vergunningverlening daarmee helemaal stil komt te liggen. Met een individuele passende beoordeling die voldoet aan de randvoorwaarden die de Afdeling schetst is dit wel mogelijk. Als gevolg van de uitspraak geldt als voorwaarde bij toestemmingsverlening dat zodanige maatregelen moeten worden getroffen dat verzekerd is dat de stikstofdepo sitie op QuickScan natuurtoets Kalverstraat, Steenwijk 14 daarvoor gevoelige Natura 2000 -gebieden niet toeneemt. Dat kan door maatregelen verbonden aan de activiteit zelf (intern salderen), of – onder strikte voorwaarden – door saldering met de effecten van beëindiging of beperking van andere activiteite n (extern salderen). Individuele toestemmingsverlening is ook mogelijk op basis van een andere ecologische onderbouwing waaruit blijkt dat de natuurlijke kenmerken van het betreffende Natura 2000-gebied niet worden aangetast, ondanks een toename van stikst ofdepositie van het betreffende project. Het is aan het betreffende bevoegde gezag om hierover t e oordelen. Hierbij is aandacht voor een eenduidige handelwijze tussen de bevoegde gezagen.

Wanneer uit een individuele passende beoordeling niet de vereist e zekerheid kan worden verkregen dat er geen sprake is van aantasting van de natuurlijke kenmerken van het betrokken Natura 2000 -gebied, zal alleen toestemming kunnen worden verleend aan de hand van de ADC -toets. Een toestemming op basis van de ADC -toets kan alleen worden verleend indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: er zijn geen alternatieve op lossingen (A), het project is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang (met inbegrip van redenen van sociale of economische aard) (D), en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van Natura-2000 bewaard blijft (C). Het resultaat van de compensatie moet in beginsel bereikt zijn op het moment waarop het betrokken gebied schade van het project ondervindt.’ (einde citaat) Advies / conclusie Ten aanzien van stikstofuitstoot wordt i.v.m. bestemmingsplanwijziging en de afstand tot Natura 2000 een Aerius-berekening geadviseerd. 5.2 Natuurnetwerk Nederland De provincie Overijssel beschermt het NNN via het ruimtelijk beleid om ervoor te zorgen dat de omvang en kwaliteit van deze gebieden niet afneemt. Dit is geregeld in de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV).

'Nee, tenzij'-toets Nieuwe gemeentelijke bestemmingsplannen en omgevingsvergunni ngen moeten voldoen aan de regels die in de Provinciale Ruimtelijke Verordening zijn opgenomen. Dat gaat met behulp van de “nee, tenzij” -toets. Een nieuw project, dat de natuur significant aantast, mag niet worden toegestaan in het bestemmingsplan of de omgevingsvergunning (“nee”), tenzij het een groot openbaar belang dient én er geen alternatieven zijn buiten de natuur. Als het toegestaan is, is natuurcompensatie verplicht (op een andere plek moet dan nieuwe natuur komen). Het plangebied ligt in ‘stedelijk’ gebied en in de buurt van verschillende onderdelen van het Natuurnetwerk Nederland. Advies / conclusie Omdat het NNN in Overijssel geen externe werking kent en het plangebied niet gelegen is in het NNN , is een verdere toetsing niet aan de orde en een N ee, tenzij -toets niet noodzakelijk. AERIUS berekent de stikstofdepositie als gevolg van projecten en plannen op Natura 2000-gebieden. U kunt in AERIUS alle bronnen die stikstof uitstoten invoeren. De bekendste bronnen zijn verkeer, veehouderijen en industrie. QuickScan natuurtoets Kalverstraat, Steenwijk 15 Afstand tot Natuur Netwerk Overijssel (NNN)

QuickScan natuurtoets Kalverstraat, Steenwijk 16 De wet natuurbescherming kent twee vormen van soortbescherming voor ruimtelijke ontwikkeling gekoppeld aan de juridische status van de soorten: • Algemene zorgplicht • Zorgvuldig handelen Algemene zorgplicht Heb respect voor alle wilde flora en fauna en tracht het doden, verontrusten en beschadigen van aanwezige soorten te voorkomen of, indien voorkomen in redelijkheid niet mogelijk is, dit zo veel mogelijk te beperken. Zorgvuldig handelen Deze vorm van soortbescherming is gekoppeld aan soorten met een juridisch beschermde status. Er dient invulling te worden gegeven aan zorgvuldig handelen tijdens de uitvoering van werken die vallen onder ruimtelijke ontwikkeling. Zorgvuldig handelen betreft: 1. Voorkomen dat schade optreedt aan beschermde planten en dieren (bijvoorbeeld andere projectlocatie kiezen). 2. Beperken van schade aan beschermde planten en dieren (bijvoorbeeld beschermingszone hanteren rondom een bewoond vogelnest of verplaatsen beschermde planten). 3. Ongedaan maken van schade aan beschermde planten en dieren: Preventief: alternatieve verblijfplaats (mitigerende maatregelen) realiseren voordat het werk uitgevoerd wordt (bijvoorbeeld aanleg van een poel voor de gewone pad). Achteraf: opgelegd door het bevoegd gezag indien onzorgvuldig is gehandeld.

6.1 Ecotoop-omschrijving De volgende ecotopen zijn aanwezig op of nabij de projectlocatie: ✓ Bebouwd/verhard (met straatgras) 6.2 Flora Bevinding veldbezoek: Het terrein is nauwkeurig onderzocht om inheemse en uitheemse beschermde vegetatie. Hier zijn geen beschermde soorten aangetroffen. Ook de geraadpleegde databanken geven geen aanwijzingen naar beschermde soorten. Het terrein aan de Kalverstraat bestaat momenteel uit een bebouwde en bestrate omgeving. Aan de achterzijde van de percelen is opgaand (stads)groen; niet behorend bij de projectlocatie. 6. Soortbescherming QuickScan natuurtoets Kalverstraat, Steenwijk 17 Stadsgroen nabij planlocatie 6.3 Fauna Vogels Het plangebied is onderzocht of de opstallen zich lenen voor vogels welke m enselijk bebouwing gebruiken als nestlocatie. Hierbij valt te denken aan de huismus en de gierzwaluw. De opstallen aan de Kalverstraat zijn veelal bedekt met dakpannen. Het achterste gedeelte is bedekt met een bitumen plat dak. De pannen sluiten niet volledig aan waardoor de ruimten onder de pannen toegankelijk worden. Om vast te kunnen stellen of deze ruimten in gebruik zijn door beschermde soorten, wordt er geadviseerd een nader onderzoek huismus en gierzwaluw uit te voeren op basis van de gelijknamige kennisdocumenten van BIJ12.

Het habitat is geschikt als functionele leefomgeving voor de huismus vanwege aanwezigheid van straatgras, groenblijvende vegetatie en water. Het habitat is geschikt als broedplaats voor de gierzwaluw vanwege de stedelijke omgeving met hoogbouw en veel pannendaken. Er zijn geen houtopstanden/struiken nabij de projectlocatie . Geconcludeerd kan worden dat er dus ook geen nesten of holten zijn waargenomen wat zou kunnen duiden op de aanwezigheid van beschermde rust- en/of verblijfplaatsen. Van de vogels uit categorie 5 (zie tabel 3) kunnen worden verwacht: gekraagde roodstaart (Phoenicurus phoenicurus), pimpelmees ( Cyanistes caeruleus), koolmees (Parus major), ekster (Pica pica), en spreeuw (Sturnus vulgaris). Hiernaast kunnen binnen het plangebied zangvogels aanwezig zijn die in tuinen en stedelijk gebied broeden zoals de merel (Turdus merula), heggenmus (Prunella m odularis) en winterkoning (Troglodytes troglodytes) en overige vogels die broeden in gebouwen onder bijvoorbeeld dakpann en, zoals de kauw (Coloeus monedula). Verder zijn waargenomen tijdens het veldbezoek de houtduif, merel en koolmees. Het voorkomen van vogels zoals genoemd in de verdragen van Bonn en Bern kan niet worden uitgesloten. Deze soorten vallen zowel onder het beschermingsregime Vogelrichtlijn als het beschermingsregime Habitatrichtlijn.

Voor deze soorten geldt dat ze Projectlocatie QuickScan natuurtoets Kalverstraat, Steenwijk 18 niet opzettelijk mogen wor den verstoord, ongeacht hun staat van instandhouding : Zorgvuldig handelen. Straatgras Toegankelijke holten

QuickScan natuurtoets Kalverstraat, Steenwijk 19 Jaarrond beschermde nesten In onderstaande tabel zijn op genomen welke nesten door de wetgever jaarrond beschermd zijn. Nederlandse naam Bescherming Nederlandse naam Bescherming steenuil Categorie 1 eidereend Categorie 5 gierzwaluw Categorie 2 ekster Categorie 5 huismus Categorie 2 gekraagde roodstaart Categorie 5 roek Categorie 2 glanskop Categorie 5 grote gele kwikstaart Categorie 3 grauwe vliegenvanger Categorie 5 kerkuil Categorie 3 groene specht Categorie 5 oehoe Categorie 3 ijsvogel Categorie 5 ooievaar Categorie 3 kleine bonte specht Categorie 5 slechtvalk Categorie 3 kleine vliegenvanger Categorie 5 boomvalk Categorie 4 koolmees Categorie 5 buizerd Categorie 4 kortsnavelboomkruiper Categorie 5 havik Categorie 4 oeverzwaluw Categorie 5 ransuil Categorie 4 pimpelmees Categorie 5 sperwer Categorie 4 raaf Categorie 5 wespendief Categorie 4 ruigpootuil Categorie 5 zwarte wouw Categorie 4 spreeuw Categorie 5 blauwe reiger Categorie 5 tapuit Categorie 5 boerenzwaluw Categorie 5 torenvalk Categorie 5 bonte vliegenvanger Categorie 5 zeearend Categorie 5 boomklever Categorie 5 zwarte kraai Categorie 5 boomkruiper Categorie 5 zwarte mees Categorie 5 bosuil Categorie 5 zwarte roodstaart Categorie 5 brilduiker Categorie 5 zwarte specht Categorie 5 draaihals Categorie 5 Vleermuizen Het leefgebied van beschermde vleermuizen (artikel

3.5 Habitatrichtlijn bijlage IV) bestaat uit verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden. In onderstaande tabel worden deze onderdelen nader toegelicht. Tijdens het veldb ezoek kan niet uitgesloten worden dat de planlocatie een van deze functies vervult. De bebouwing is onderworpen aan een visuele inspectie. Bij deze ronde tijdens het veldbezoek zijn er holten en spleten waargenomen die mogelijkheden verschaffen voor vleermuizen om in het gebouw te komen . Dit zijn vooral de open stootvoegen welke er rondom zijn waargenomen. Maar ook het eerder beschreven pannendak zou een potentiële verblijfplaats kunnen zijn. Om vast te stellen of de vleermuis daadwerkelijk gebruik ma akt van de planlocatie en dat de planlocatie een van de eerder genoemde functies vervult , wordt een nader onderzoek alle functies voor gebouw bewonende vleermuizen geadviseerd. QuickScan natuurtoets Kalverstraat, Steenwijk 20 Vleermuizen Verblijfplaats Een object (gebouw, boom, bunker, grot, kast en dergelijke) waarin een of meerdere vleermuizen verblijven (overdag of ’s winters, met enige regelmaat). Zomerverblijfplaats: Een verblijfplaats die gebruikt wordt door vleermuizen die niet in winterslaap zijn waarvan niet aangetoond is dat het een kraamverblijfplaats dan wel een paarverblijfplaats is. Kraamverblijfplaats Een verblijfplaats van een kraamgroep met vrouwtjes met jongen.

Paar(verblijf)plaats Een verblijfplaats of de omgeving daarvan, waar ten minste een baltsend mannetje of meerdere vleermuizen overdag verblijven en paren of komen zwermen. Welk gedrag is waar te nemen, is afhankelijk van de soort. Te herkennen aan zwermgedrag en/of baltsroepen. (Zwermen bij het invliegen komt bij meer verblijfsfuncties voor.) Winterverblijfplaats Een verblijfplaats waar in de winter een of meerdere vleermuizen in winterslaap (hybernation) gaan. Het betreft bij soorten die jaarrond in hun leefgebied blijven nogal eens een voormalige paarplaats of een andere verblijfplaats. Er zijn bij soorten als gewone dwergvleermuis massa winterverblijfplaatsen en winterverblijfplaatsen voor kleinere groepen te onderscheiden. Vliegroute Een vaste route van een vleermuis of een groep van vleermuizen vanaf een verblijfpla ats n aar een foerageergebied of tussen verblijfplaatsen visa versa. Migratieroute Een vaste route van zomerleefgebied naar winterverblijfplaats of winterleefgebied en visa versa. Foerageergebied Een gebied waar een vleermuis of een groep van vleermuizen foerageert. In potentie geschikt voor gebouwbewonende vleermuizen

QuickScan natuurtoets Kalverstraat, Steenwijk 21 Overige zoogdieren Soorten van Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn Tijdens het veldbezoek zijn geen vaste verblijfplaatsen van overige zoogdieren die zijn opgenomen op Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn aangetroffen. Bever en otter In het plangebied zijn geen sporen van de otter (Lutra lutra) of bever (Ca stor fiber) aangetroffen. Het voorkomen van beide soorten kan , gezien het habitat, redelijkerwijs worden uitgesloten. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Hamster, hazelmuis en noordse woelmuis Het verspreidingsgebied van de hamster (Cricetus cricetus) en hazelmuis (Muscardinus avellanarius) is beperkt tot Zuid-Limburg. Voor de noordse woelmuis (Microtus oeconomus) geldt dat deze soort een zeer natte, kruidenrijke vegetatie behoeft en dat de verspreiding zich beperkt tot de lage, natte delen van Nederland. Derhalve kan worden gesteld dat binnen het plangebie d geen van de genoemde soorten voorkomen. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Slaapmuizen Het verspreidingsgebied van de eikelmuis (Eliomys quercinus) beperkt zich tot specifieke gebieden in Zuid -Limburg. De soort kan voor het plangebied worden uitgesloten. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied.

Ware muizen Het verspreidingsgebied van de grote bosmuis (Apodemus flavicollis) beperkt zich tot de oostgrens van Nede rland en ligt ver buiten het plangebied. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Voor de ove rige ware muizen geldt dat zij door de provincie Overijssel voor ruimtelijke ingrepen zijn vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. Spitsmuizen Het verspreidingsgebied van de veldspitsmuis (Crocidura leucodon) betreft Twente en Zeeuws-Vlaanderen en ligt derhalve buiten het plangebied. De waterspitsmuis (Neomys fodiens) is gebonden aan schone wateren met een rijke oeverve getatie. Derhalve kan worden gesteld dat beide soorten niet in het plangebied voorkomen. Voor de overige spitsmuizen geldt dat zij door de provincie Overijssel voor ruimtelijke ingrepen zijn vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Woelmuizen De verspreiding van de molmuis (Arvi cola scherman) is beperkt tot Limburg. De overige onder dit beschermingsregime vallende woelmuizen zijn door de provincie Overijssel voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Eekhoorn Tijdens het veldbezoek werden geen nesten van de eekhoorn (Sciurus vulgaris) of knaagsporen aangetroffen.

Het plangebied vertoont dan ook geen essentiële functie voor de eekhoorn. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. QuickScan natuurtoets Kalverstraat, Steenwijk 22 Haasachtigen, egel en vos Deze soorten zijn door de provincie Overijssel voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. Tevens zijn er ook geen sporen aangetroffen tijdens het veldbezoek. Marterachtigen Op het perceel zijn geen sporen van marterachtigen aangetroffen. Hiervoor is gebruik gemaakt van de UV lamp om urine sporen te doen oplichten en de endoscoop om ruimten te inspecteren. De bunzing (Mustela putorius), hermelijn (Mustela erminea) en wezel (Mustela nivalis) zijn niet te verwachten op de planlocatie . In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Overige zoogdieren De in Nederland voorkomende zoogdieren betreffen of zeezoogdieren of slechts zelden in Limburgse bossen waargenomen soorten (de wilde kat (Felis silvestris) en lynx (Lynx lynx) en de in Nederland aangetroffen wol ven (Canis lupus)) ofwel in het bos of open veld levende grote hoefdieren. Derhalve kan worden gesteld dat binnen het plangebied geen overige zoogdieren voorkomen. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied.

Reptielen en amfibieën Het plangebied ligt buiten het bereik van beschermde reptielen en amfibieën. De kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris), gewone pad (Bufo bufo), bruine kikker (Rana temporaria), bastaardkikker (Pelophy lax esculentus) en meerkikker (Pelophy lax ridibundus) zijn door de provincies voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Vissen De beschermde vis sen zijn rivieroptrekkende zoutwater so orten die niet of nauwelijks in Nederland worden aangetroffen. De beekdonderpad (Cottus rhenanus), beekprik (Lampetra planeri), elrits (Phoxinus phoxinus) en gestippelde alver (Alburnoides bipunctatus) zijn soorten v an schone heldere continu stromende bek en en zijn (grotendeels) beperkt tot de provincie Limburg. De beekprik komt ook elders op de hogere zandgronden voor en van de elrits bevindt zich een geïsoleerde populatie op de Veluwe. De grote modderkruiper (Misgur nus fossilis) is een soort van afwateri ngsgreppels, poldersloten en ondiepe oeverzones van grotere wateren. De soort komt niet voor op de hogere zandgronden. De kwabaal (Lota lota) is een soort van grote wateren en riviertjes. Dergelijke leefgebieden komen in het plangebied ook niet voor.

Derha lve kan worden gesteld dat in het plangebied geen onder dit beschermingsregime voorkomende vissen te verwachten zijn. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Vlinders en libellen In het plangebied komen geen voe dselarme wateren of vegetaties voor die geschikt zijn als leefgebied voor onder dit beschermingsregime vallende libellen en dagvlinders. Het voorkomen van deze libellen en vlinders kan daarom redelijkerwijs worden uitgesloten. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. QuickScan natuurtoets Kalverstraat, Steenwijk 23 Overige ongewervelden Het oeveraas (Palingenia longicauda), de juchtleerkever (Osmoderma eremita) en Bataafse stroommossel (Unio crassus) zijn uit Nederland verdwenen. Van de vermiljoenkever (Cucujus cinnaberinus) is slechts een populatie nabij Maarheeze (Noord-Brabant) bekend. Omdat veensloten en vennen met schoon water ontbreken in het plangebied kan het voorkomen van andere overige ongewervelden r edelijkerwijs worden uitgesloten. Het plangebied bevi ndt zich buiten het bekende verspreidingsgebied van de Europese rivierkreeft (Astacus astacus) en het vliegend hert (Lucanus cervus). In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. 6.4 Bescherming houtopstanden Met het uitvoeren van de werkzaamheden worden geen bomen gekapt.

Het kappen van bomen en struiken kan melding - of vergunningplichtig zijn in het kader van de Wet natuurbescherming. Het kappen van bomen is nie t melding - en/of vergunningplichtig in het kader van de Wet natuurbescherming als het de volgende type houtopstanden betreft: a. houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b. houtopstanden op erven of in tuinen; c. fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e. kweekgoed; f. uit populieren of wilgen bestaande: (1) wegbeplantingen, (2) beplantingen langs waterwegen en/of (3) eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; g. het dunnen van een houtopstand; h. uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: (1) ten minste eens per tien jaar worden geoogst, (2) bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en zijn aangelegd na 1 januari 2013.

QuickScan natuurtoets Kalverstraat, Steenwijk 24 Literatuur • Wet Natuurbescherming • Fauna inventarisatie, Rik Schoon Materiaal • Camera • Zaklamp • Thermometer • Windmeter • Verrekijker • Endoscoop • Ladder (3 meter) • UV lamp Internet • www.rvo.nl • www.ruimtelijkeplannen.nl • www.bij12.nl • www.verspreidingsatlas.nl • www.ndff.nl • www.synbiosys.alterra.nl/natura2000 • www.natura2000.nl • www.steenwijkerland.nl/ • www.overijssel.nl/ • www.google.nl/maps 7. Verantwoording QuickScan natuurtoets Kalverstraat, Steenwijk 25 Vrijgestelde soorten provincie Overijssel

QuickScan natuurtoets Kalverstraat, Steenwijk 26 Vogel- en Habitatrichtlijn De Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992) zijn door de Europese Unie opgesteld om de biologische biodiversiteit in Europa in stand te houden. In deze richtlijnen wordt aangegeven welke planten en dieren en hun natuurlijke habitats (leefgebieden) beschermd moeten worden door de lidstaten van de Europese Unie. De Vogelrichtlijn (VR) is gericht op in het wild levende vogelsoorten. De Habitatrichtlijn (HR) is gericht op dier - en plantensoorten. De richtlijnen zorgen voor gebieds- en soortenbescherming in Europa. Gebiedsbescherming Beide richtlijnen bevatten meerdere bijlages waarin lijsten met soorten zijn opgenomen. Voor vogelsoorten van bijlage 1 van de VR en plant- en diersoorten van bijlage 1 en 2 van de HR worden ‘speciale besc hermingszones’ aangewezen. De gebieden die worden aangewezen als speciale beschermingszone worden ‘Natura 2000’ genoemd. Samen moeten deze gebieden uiteindelijk een coherent Europees ecologisch netwerk vormen. Soortenbescherming Naast gebiedsbescherming be vatten de richtlijnen ook regels voor algemene soortenbescherming. Voor vogelsoorten in bijlage 3 van de VR en voor de dier - en plantensoorten in bijlage IV van de HR gelden verbodsbepalingen. Het is verboden deze soorten te doden, vangen, of hun nesten te verstoren.

Plantsoorten mogen niet opzettelijk worden geplukt. Voor vogelsoorten in bijlage 2 van de VR zijn er jachtrestricties opgesteld. Op deze soorten mag o.a. niet gejaagd worden tijdens het broedseizoen. Implementatie in de Nederlandse wet In Nederland zijn de internationale verplichtingen uit de Vogel - en Habitatrichtlijn vanaf 1 januari 2017 verwerkt in de Wet Natuurbescherming. Voorheen was de aanwijzing van beschermde gebieden voor soorten in Nederland verwerkt i n de Natuurbeschermingswet 1998. De bescherming van specifieke soorten was in Nederland verwerkt in de Flora - en faunawet. Deze wetten zijn, samen met de Boswet, vervangen door de Wet natuurbescherming. QuickScan natuurtoets Kalverstraat, Steenwijk 27 Soortinventarisatieprotocol huismus

QuickScan natuurtoets Kalverstraat, Steenwijk 28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/99535331-48ad-49aa-bd73-4c1590b043d5?agendaItemId=a6bef53c-9b1e-470c-ab0e-a612324b88de