CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

b Bijlage 4 richtlijnen monumentencommissie-herziening def raad.pdf

Politieke Markt 16 oktober 2018, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Aanpassing richtlijnen Welstands- en monumentencommissie1.779 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Richtlijnen/aandachtspunten Welstands- en monumentencommissie versie 2018 Bijlage 4 Richtlijnen/aandachtspunten welstands- en monumentencommissie m.b.t. de beoordeling van verbouwplannen aan monumenten en plaatsing van zonnepanelen/zonnecollectoren op/bij monumenten en in beschermde stads - en dorpsgezichten. Procedureel  Wanneer een aanvraag om een vergunning die ter advisering wordt voorgelegd niet compleet/onvoldoende beoordeelbaar is, wordt de adviesaanvraag niet doorgestuurd naar de commissie, maar direct geretourneerd aan de gemeente.  Als er in het kader van een legalisatieonderzoek (bouwplan is al uitgevoerd) om een advies van de commissie wordt gevraagd, dient te commissie te adviseren als ware het een aanvraag voor een nog uit te voeren bouwplan. Het feit dat de werkzaamheden al zijn uitgevoerd mag geen wegingsfactor zijn bij de beoordeling door de commissie en de advisering. Algemeen  Bij verbouw en restauratie dient zoveel mogelijk historisch materiaal behouden te blijven (niet meer vervangen dan technisch noodzakelijk is). Vervangen van onderdelen is alleen mogelijk indien aantoonbaar in slechte staat en herstel niet mogelijk is;  Alle te vervangen onderdelen of constructies dienen overeenkomstig de oorspronkelijke vormgeving, materialisering en detaillering te worden uitgevoerd.

 Onderdelen die in het verleden, voor de aanwijzing van het monument, zijn vervangen door een materiaal dat historisch gezien niet passend is, worden bij vervanging bij voorkeur door historisch verantwoord materiaal vervangen;  Toe te voegen elementen ten behoeve van geriefs- of functieverbetering dienen op een zodanige wijze te worden ingepast dat dit geen gevolgen heeft voor de oorspron kelijke vormgeving of detaillering (bijvoorbeeld isolatie ten behoeve van warmte en geluid, beschermende beglazing, ventilatie e.d.) en bij voorkeur reversibel te worden uitgevoerd; Constructieve onderdelen  Opnieuw funderen is alleen toegestaan wanneer de oorspronkelijke fundering aantoonbaar slecht of overbelast is. Hierbij moet de oude fundering, wanneer dit constructief mogelijk is, behouden blijven;  Aantoonbaar noodzakelijke versterkingen of stabiliteitsvoorzieningen dienen in beginsel reversibel te zijn. Constructieve onderdelen met monumentale waarde die door het treffen van deze voorzieningen hun constructieve functie verloren hebben, moeten gehandhaafd blijven; Metselwerk en voegwerk  Het inboeten van en aanbrengen van nieuw metselwerk dient met bijpassende steen en metselspecie te geschieden, lettend op en passend bij de kleur, hardheid en afmeting van het bestaande metselwerk. Inboetwerk dient in hetzelfde metselverband als het bestaande metselwerk te worden uitgevoerd.

De commissie kan om een monster vragen; Richtlijnen/aandachtspunten Welstands- en monumentencommissie versie 2018  Het verwijderen van voegwerk dient op een dusdanige manier uitgevoerd te worden dat er geen schade optreedt aan het metselwerk;  Nieuw voegwerk dient in samenstelling, kleur en uitvoering overeen te komen met het oorspronkelijke voegwerk. De commissie kan bepalen dat er een proefvlak wordt opgezet; Reinigen van gevels  Reinigen van gevels is alleen toegestaan indien aangetoond kan worden dat de vervuiling schade veroorzaakt aan de gevel. Reinigingsmethodes dienen per type gevel beoordeeld te worden en mogen de gevel(s) niet beschadigen. Gevels mogen niet worden gestraald of gehydrofobeerd. De commissie kan bepalen dat er een proefvlak wordt opgezet; Natuursteen  Te vervangen natuursteenonderdelen of constructies dienen overeenkomstig de oorspronkelijke detaillering, soort, kleur en afwerking te worden uitgevoerd; Houtwerk  Het vervangen van houten onderdelen dient zo terughoudend en op historisch verantwoorde wijze te gebeuren, waarbij de oorspronkelijke detaillering, vormgeving en houtsoort als uitgangspunt dienen.

Bij voorkeur dienen de oude verbindingstechnieken te worden toegepast;  Toepassing van multiplex, kunststof, kunststofverlijmde vezelplaten en hiermee vergelijkbare plaatsmaterialen ten behoeve van het herstel van dakgoten, windveren, dekplanken, gevel- en dakbeschietingen (indien niet reeds aanwezig) is niet toegestaan;  Oude verflagen mogen niet volledig worden verwijderd, tenzij aantoonbaar noodzakelijk. De verflagen mogen er niet worden afgebrand, maar alleen door middel van föhnen worden verwijderd. Bij verwijderen van verflagen en bij kleurwijzigingen is, voor de vaststelling van de juiste kleur, een kleuronderzoek en documentatie over de verfsoort en – kleur vereist; IJzer en staal  IJzeren en stalen (constructie)onderdelen, zoals ankers, ogen, gehengen en houvasten moeten zoveel mogelijk gehandhaafd en hersteld worden. Glaswerk (ramen)  Historisch glas dient gehandhaafd te blijven. Nieuw glaswerk dient in enkel glas en in stopverf/kit, zonder gebruikmaking van glaslatten, te worden uitgevoerd tenzij dubbelglas voor de aanwijs is toegepast. Toepassing van dubbel glas is bespreekbaar mits het kan worden toegepast in de bestaande sponning.

Aandachtspunten daarbij zijn dat: o het bestaande raamhout en de roeden het gewicht kunnen dragen; o de binnenrand zwart is of dezelfde kleur heeft als het omringende houtwerk en; o de oorspronkelijk afwerking (stopverf/kit) toegepast kan worden. Glaslatten mogen alleen worden toegepast in situaties waar dit historisch juist is.  Het toepassen van enkelbladig monumentenglas en achterzet-beglazing is acceptabel. Dubbel/triple glas mag worden toegepast in nieuwe onderdelen (dakramen, nieuwe Richtlijnen/aandachtspunten Welstands- en monumentencommissie versie 2018 schuifpuien etc.), waarbij de commissie gemotiveerd aangeeft waarom het in dit specifieke geval wel wordt toegestaan;  Toevoeging van ventilatieroosters en suskasten in de glasopening is niet toegestaan;  Glas-in-lood/gebrandschilderde vensters dienen gehandhaafd te blijven. Museale opstellingen zijn eventueel mogelijk (wanneer dit van belang is voor de instandhouding van de vensters) waarbij de beschermende beglazing ontspiegelend uitgevoerd dient te worden;  Het hang- en sluitwerk van ramen, deuren en luiken dient zoveel mogelijk behouden te blijven, nieuwe exemplaren dienen overeenkomstig bestaande (oorspronkelijke) modellen te worden uitgevoerd.

Dakbedekking  Bij het vernieuwen van dakbedekking dient de nieuw aan te brengen dakbedekking in vorm, type en kleur zoveel mogelijk overeen te komen met de oorspronkelijke dakbedekking. Uitgangspunt is dat zoveel mogelijk van het oorspronkelijke materiaal bewaard moet blijven en/of gesorteerd en hergebruikt moet worden. Aanvulling van de dakbedekking moet plaatsvinden conform hetgeen hierboven is aangegeven;  Ventilatie- en/of rookgasafvoeren dienen bij voorkeur in bestaande kanalen of bestaande schoorstenen te worden weggewerkt. Nieuwe ventilatie- en rookgasafvoeren dienen in een gedekte kleur te worden uitgevoerd en indien mogelijk worden gecombineerd.

Nieuwe ventilatieafvoeren in rieten daken moeten worden uitgevoerd in de vorm van een “kattenoog”;  De wijze van nokafwerking dient in materiaal, vorm en kleur overeen te komen met de oorspronkelijke en historisch juiste nokafwerking; Dakramen, dakkapellen en dakdoorbraken  Nieuwe dakramen, dakkapellen en dakdoorbraken zijn alleen toegestaan als ze de monumentale onderdelen van de kap niet aantasten;  Dakkapellen op een achterhuis zijn niet mogelijk;  Nieuwe dakramen en dakdoorbraken dienen staand te worden uitgevoerd en tussen de spanten en/of sporen worden aangebracht;  Bij het plaatsen van dakramen en maken van dakdoorbraken in een voormalig bedrijfsgedeelte van een boerderij moet het dakvlak zoveel mogelijk gesloten blijven en zijn alleen op het voorhuis dakkapellen eventueel mogelijk;  Indien bestaande ijzeren dakramen worden vervangen dient bij voorkeur te worden gekozen voor een dakraam dat is vormgegeven als een qua materiaalgebruik en vormgeving moderne variant van het bestaande raam; Goten en hemelwaterafvoeren  Indien afwijkend van de bestaande situatie is toepassing van PVC goten en afvoeren niet toegestaan, met uitzondering van ondergrondse aansluitingen op het riool; Richtlijnen/aandachtspunten Welstands- en monumentencommissie versie 2018 Energiebesparende maatregelen Bij het treffen van energiebesparende maartregelen kan een spanningsveld ontstaan tussen

het treffen van energiebesparende maatregelen en de monumentale/cultuurhistorische waarden van het gebied en/of het pand. Per geval zal daarom moeten worden bekeken wat acceptabel is. Maatregelen zullen in het algemeen mogelijk zijn wanneer wordt voldaan aan de volgende richtlijnen: Isoleren  Door middel van een bouwfysisch onderzoek moet zijn aangetoond dat het isoleren niet zal leiden tot fysische veranderingen die schade aan een monument toebrengen, waarbij tevens een goede ventilatie van zowel de constructie op zich als het monument in zijn geheel gewaarborgd dient te worden;  voor isolerende voorzieningen mogen geen monumentale onderdelen, zoals vloeren of plafonds, worden verwijderd en mogen monumentale interieuronderdelen niet worden aangetast of aan het zicht worden onttrokken;  isoleren van dakbeschot aan de buitenzijde is alleen toegestaan wanneer dit niet leidt tot een wezenlijke aanpassing van de aansluitpunten en de oorspronkelijke dakbedekking teruggeplaatst wordt; Installaties  Bij toepassing van mechanische of balansventilatie dienen de installaties zo aangebracht worden dat geen schade wordt toegebracht aan monumentale interieurs of constructieve elementen. Aan- en afvoervoorzieningen dienen bij voorkeur in bestaande kanalen of bestaande schoorstenen of in het dak te worden weggewerkt.

Nieuwe aan- en afvoervoorzieningen dienen in een gedekte kleur te worden uitgevoerd . Zonnepanelen/zonnecollectoren Bij bestaande gebouwen wordt een onderscheid gemaakt tussen monumenten en panden in beschermde stads- en dorpsgezichten. Zonnepanelen/-collectoren zijn mogelijk wanneer wordt voldaan aan de volgende richtlijnen: Monumenten  kiezen voor oplossingen die de monumentale waarden van het pand niet aantasten zoals in de tuin (verdiept) of op een niet monumentaal bijgebouw/bijbehorend bouwwerk (dit laatste kan in bepaalde gevallen vergunningvrij zijn) of;  plaatsing op het monument, waarbij rekening moet worden gehouden met de volgende richtlijnen: o niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte (bijvoorbeeld op een plat dak met opstaande rand of een hellend dak dat wegvalt achter andere daken); o geen spiegelende panelen of omranding; o er mag geen historisch materiaal verloren gaan; o niet op een rieten dak.

Handreiking voor plaatsen van zonnepanelen die weliswaar niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, maar wel vanaf andere plaatsen:  omranding van de panelen afstemmen op de kleur van de panelen  evenwichtige verdeling op het dakvlak om een zo rustig mogelijk beeld te krijgen Beschermde stads- en dorpsgezichten  plaatsing op een achterdakvlak dat niet naar openbaar gebied is gekeerd (vergunningvrij); Richtlijnen/aandachtspunten Welstands- en monumentencommissie versie 2018  plaatsing op locaties waarbij de monumentale/cultuurhistorische waarden van het gebied niet/zo min mogelijk worden aangetast, zoals in de tuin (verdiept) of op een niet monumentaal bijgebouw/bijbehorend bouwwerk;  bij plaatsing op het hoofdgebouw: niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte (bijvoorbeeld op een plat dak met opstaande rand of een hellend dak dat wegvalt achter andere daken; Wanneer de zonnepanelen die op een (niet monumentaal) bijgebouw/bijbehorend bouwwerk worden geplaatst zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, moet aan de volgende richtlijnen worden voldaan: o het betreft een bijgebouw/bijbehorend bouwwerk dat is gelegen achter de achtergevellijn van het hoofdgebouw; o het bijgebouw/bijbehorend bouwwerk heeft geen rieten dak; o de panelen zijn niet spiegelend en zijn voorzien van een niet spiegelende omranding in de kleur van de panelen; Bij plaatsing op de bestaande

dakbedekking moet sprake zijn van: o evenwichtige verdeling op het dakvlak wanneer de kleur van de panelen overeenkomt met de de kleur van de (bestaande) dakbedekking of; o wanneer de kleur van de panelen afwijkt van de kleur van de onderliggende dakbedekking moet het hele dakvlak worden gevuld met panelen; o op niet monumentale bijgebouwen/bijbehorende bouwwerken mag de oorspronkelijke dakbedekking worden vervangen door zonnepanelen die zijn geïntegreerd in de dakbedekking, waarbij sprake moet zijn van een toepassing die het hele dakvlak vult. Nieuwbouw bij monumenten en in beschermde stads- en dorpsgezichten Bij nieuwbouwplannen zijn zonnepanelen/-collectoren mogelijk indien:  de zonnepanelen/-collectoren op een architectonisch geïntegreerde wijze wor den toegepast in het nieuwbouwplan;  rekening wordt gehouden met de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische waarden, de context van de straat en de belendende bebouwing (ensemble);  rekening wordt gehouden met een passende ritmiek, positionering en kleur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/73a17613-087a-4542-b7fb-7b6b0a89b209?agendaItemId=628c8626-9dda-4677-a4bb-1678b3993ead