Archeologisch onderzoek Steenwijkerweg 235 .pdf
Tekst van het document
Laagland Archeologie Rapport 326 Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase Steenwijkerweg 235 te Witte Paarden, gemeente Steenwijkerland (OV). augustus, 2019 Versie 1.2 (definitief) In opdracht van: BJZ.nu
7 Colofon Laagland Archeologie Rapport 326 Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase Steenwijkerweg 235 te Witte Paarden, gemeente Steenwijkerland (OV) Auteur: Erwin Brouwer In opdracht van: BJZ.nu Foto’s en tekeningen: Laagland Archeologie Status rapport: definitief Controle: J. de Gruil Autorisatie: E.W. Brouwer ISSN 2468-4759 Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F 7602 RG Almelo E-mail: info@laaglandarcheologie.nl KvK-Nummer: 75251876 © Laagland Archeologie BV, Almelo, augustus 2019 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Laagland Archeologie BV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. v2.1 Laagland Archeologie heeft in juli 2019 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase uitgevoerd aan de Steenwijkerweg 235 te Witte Paarden. Het onderzoek vond plaats in verband met een omgevingsvergunning rondom de sloop van het huidige pand ten gunste van nieuwbouw. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen.
Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Het verkennende booronderzoek had tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Op basis van het bureauonderzoek worden met name resten van bebouwing uit de 19e eeuw verwacht. Daarnaast bestaat een kans op resten uit oudere perioden, afhankelijk van de aanwezigheid en dikte van een eventuele dekzand- of keizandlaag. Het booronderzoek toont aan dat de bovenste circa 80-90 cm bestaat uit een verstoord – waarschijnlijk opgehoogd – pakket. Daaronder ligt een laagje keizand van 5 tot circa 30 cm dik, gevolgd door keileem. Gezien de minieme dikte van het keizand worden geen resten ouder dan de late nieuwe tijd verwacht. De kans op resten uit de 19e eeuw blijft onverminderd hoog. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek en het veldonderzoek wordt geadviseerd geen archeologisch vervolgonderzoek in het plangebied uit te voeren. Dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Steenwijkerland. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, mevrouw M. Nieuwenhuis.
Samenvatting Samenvatting ____________________________________________________ 5 1 Inleiding _____________________________________________________ 7 1.1 Aanleiding onderzoek________________________________________________ 7 1.2 Afbakening plan- en onderzoeksgebied __________________________________ 7 1.3 Administratieve gegevens ____________________________________________ 9 1.4 Huidige situatie en toekomstig gebruik _________________________________ 10 1.5 Gemeentelijk beleid ________________________________________________ 10 1.6 Onderzoeksdoel ___________________________________________________ 10 2 Inventarisatie _________________________________________________ 12 2.1 Inleiding _________________________________________________________ 12 2.2 Landschappelijke ontwikkeling _______________________________________ 12 2.3 Archeologie ______________________________________________________ 13 2.3.1 Bekende archeologische waarden ___________________________________ 13 2.3.2 Gemeentelijke verwachtingskaart ___________________________________ 14 2.3.3 Eerder archeologisch onderzoek ____________________________________ 14 2.4 Historie _________________________________________________________ 15 3 Conclusie en verwachtingsmodel __________________________________ 19 3.1 Conclusie ________________________________________________________ 19 3.2 Verwachtingsmodel
________________________________________________ 19 4 Veldonderzoek ________________________________________________ 22 4.1 Beschrijving onderzoeksmethodiek ____________________________________ 22 4.2 Resultaten: lithologie, lithogenese en bodemontwikkeling __________________ 22 4.3 Resultaten: archeologie _____________________________________________ 23 5 Conclusie en verwachting _______________________________________ 24 5.1 Conclusie ________________________________________________________ 24 5.2 Verwachting ______________________________________________________ 24 6 Selectieadvies ________________________________________________ 25 Literatuur ______________________________________________________ 26 BIJLAGE 1 AMZ-cyclus ___________________________________________ 28 BIJLAGE 2 Archeologische perioden_________________________________ 29 BIJLAGE 3 Geomorfologische kaart _________________________________ 30 BIJLAGE 4 Actueel Hoogtebestand Nederland _________________________ 31 BIJLAGE 5 Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart _____________ 32 BIJLAGE 6 Bodemkaart __________________________________________ 33 BIJLAGE 7 Waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen _______ 34 BIJLAGE 8 Bekende bodemverstoringen _____________________________ 35 BIJLAGE 9 dikte dekzandpakket op gestuwde afzettingen _______________ 36 BIJLAGE 10 boorstaten geologische boringen
_________________________ 37 BIJLAGE 11 Boorpuntenkaart veldonderzoek _________________________ 41 BIJLAGE 12 Dikte verstoord pakket _________________________________ 42 BIJLAGE 13 Boorstaten veldonderzoek ______________________________ 43 Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase Steenwijkerweg 235 te Witte Paarden, gemeente Steenwijkerland, Overijssel 7 HOOFDSTUK De aanleiding voor het onderzoek vormt de geplande sloop van het huidige pand aan de Steenwijkerweg 235 te Witte Paarden, gemeente Steenwijkerland (OV), gevolgd door nieuwbouw. Hiertoe is een omgevingsvergunning vereist. De gemeente Steenwijkerland heeft een eigen archeologiebeleid. Op basis van het bestemmingsplan dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden om aan te tonen dat eventueel aanwezige archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad door de geplande bouwactiviteiten. De opdrachtgever beoogt met het onderzoek de gemeentelijke paraaf te krijgen voor het onderdeel archeologie. Aanvullende wensen zijn niet kenbaar gemaakt. Het plangebied betreft de Steenwijkerweg 235 in Witte Paarden, gemeente Steenwijkerland (OV), zie onderstaande afbeelding.
1 INLEIDING 1.1 AANLEIDING ONDERZOEK 1.2 AFBAKENING PLAN- EN ONDERZOEKSGEBIED Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase Steenwijkerweg 235 te Witte Paarden, gemeente Steenwijkerland, Overijssel 8 Afbeelding 1. Ligging van het plan- en onderzoeksgebied. Het plangebied heeft een omvang van ca. 2040 m². Voor een beter begrip van de bodemkundige omstandigheden en de archeologie van de planlocatie is een groter gebied bestudeerd. Een zone van 500 m rondom het plangebied wordt voldoende geacht om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Deze zone wordt aangeduid als ‘onderzoeksgebied’.
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase Steenwijkerweg 235 te Witte Paarden, gemeente Steenwijkerland, Overijssel 9 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Provincie Overijssel Gemeente Steenwijkerland Plaats Witte Paarden Toponiem Steenwijkerweg 235 Laagland Archeologie projectnummer WIST191 Datum conceptrapportage 23 juli 2019 Datum definitief rapport 21 augustus 2019 XY-coördinaten 201653/535909 201693/535930 201690/535869 201715/535879 Oppervlakte/lengte plangebied ca. 2040 m² Datering laat-paleolithicum - nieuwe tijd Complextype bewoning (inclusief verdediging) Onderzoeksmeldingsnr 4722740100 AMK-terrein n.v.t. Vondstmeldingsnr. n.v.t. Type onderzoek Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende en karterende fase Datum veldonderzoek 22 juli 2019 Opdrachtgever BJZ.nu Goedkeuring bevoegde overheid 12 augustus 2019 Bevoegde overheid gemeente Steenwijkerland Adviseur namens bevoegde overheid M. Nieuwenhuis Beheer documentatie E-depot voor de Nederlandse archeologie archief Laagland Archeologie BV Provinciaal Depot Overijssel Uitvoerder Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F 7602 RG Almelo 06 51 95 35 53 Projectleider Erwin Brouwer erwin.brouwer@laaglandarcheologie.nl Tabel 1. Objectgegevens.
1.3 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase Steenwijkerweg 235 te Witte Paarden, gemeente Steenwijkerland, Overijssel 10 Het plangebied is momenteel bebouwd (voormalig horecapand). In de toekomst wordt de huidige bebouwing gesloopt ten gunste van een vijftal nieuwe woningen. De nieuwbouw wordt waarschijnlijk op staal gefundeerd. Normaliter worden daartoe funderingssleuven gegraven tot ongeveer 1 m diep. Afbeelding 2. Contouren nieuwbouw geprojecteerd op huidige topografische kaart. In de beheersverordening Buitengebied Steenwijkerland 2014 ligt het plangebied in een zone Waarde – Archeologie 2. Voor bouwwerken binnen de bebouwde kom geldt dat archeologisch onderzoek is vereist indien het plangebied groter is dan 250 m2. De omvang van de geplande verstoringen overschrijdt de vrijstellingsgrenzen zoals die in het vigerende gemeentelijk archeologiebeleid zijn aangegeven. Het uitgevoerde onderzoek behoort tot de eerste fasen in het huidige archeologische onderzoeksproces (zie bijlage 1).
De initiatiefnemer beoogt met het hier uitgevoerde onderzoek te voldoen aan de gemeentelijke regelgeving omtrent archeologisch 1.4 HUIDIGE SITUATIE EN TOEKOMSTIG GEBRUIK 1.5 GEMEENTELIJK BELEID 1.6 ONDERZOEKSDOEL Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase Steenwijkerweg 235 te Witte Paarden, gemeente Steenwijkerland, Overijssel 11 onderzoek. Het bureauonderzoek heeft tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen aan de hand van bestaande bronnen, en te bepalen of en zo ja welke delen van het plangebied in aanmerking komen voor vervolgonderzoek. Het verwachtingsmodel wordt getoetst en zo nodig aangevuld door middel van een verkennend booronderzoek. Indien een redelijk intact bodemprofiel wordt aangetroffen, wordt direct opgeschaald naar een karterend booronderzoek. Op grond van de resultaten van dit onderzoek kan worden beoordeeld of en zo ja, welke vorm van vervolgonderzoek nodig is om de archeologische waarde van het gebied te kunnen vaststellen. Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase Steenwijkerweg 235 te Witte Paarden, gemeente Steenwijkerland, Overijssel 12 HOOFDSTUK In dit hoofdstuk worden de relevante landschappelijke ontwikkeling en huidige bodemkundige situatie beschreven. Tevens wordt ingegaan op de bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied en de historische situatie.
Voor wat betreft de in de tekst genoemde archeologische perioden wordt verwezen naar bijlage 2. Het landschap rondom Steenwijk is grotendeels gevormd in de voorlaatste ijstijd (Saalien, 238.000 – 126.000 jaar geleden). Gedurende deze periode werd Noord- Nederland met landijs bedekt. Het landijs stuwde grote massa’s grond voor zich uit, waarbij oudere rivierafzettingen tot grote heuvels (stuwwallen) werden gevormd. Het plangebied ligt op een dergelijke stuwwal, genaamd de Woldberg. Gedurende de laatste ijstijd (het Weichselien, ca. 116.000 – 11.700 jaar geleden) werden grote delen van Nederland bedekt met dekzand. Uit geologische boringen in de omgeving van het plangebied blijkt dat in de omgeving van het zandgebied echter nog vaak gestuwde afzettingen aan het oppervlak liggen. De top bestaat vaak uit gestuwde (waarschijnlijk verweerde) zanden (zie bijlage 9; de achterliggende boorstaten zijn gebaseerd op DINOloket.nl en opgenomen in bijlage 10). Ongeveer 100 m noordelijk is het dekzandpakket ongeveer 50 cm dik, elders ligt meestal keileem aan het oppervlak. Geomorfologie en bodem Op de geomorfologische kaart (bijlage 3) ligt het plangebied op een hoge stuwwal (11B11). Bodemkundig ligt het terrein in een zone met laarpodzolgronden (cHn23x). Dit zijn feitelijk veldpodzolgronden met een dun (< 50 cm dik) eerddek.
De toevoeging ‘x’ geeft aan dat keileem is te verwachten binnen 120 cm -mv). Een podzolgrond kan zich in goed ontwaterde zandgronden ontwikkelen. Dat zand bestaat meestal uit dekzand, maar kan ook uit gestuwde (verweerde) zanden bestaan. Het eerddek op een veldpodzol is vaak ontstaan door plaggenbemesting vanaf de late middeleeuwen. Hier is dat waarschijnlijk niet het geval. Op basis van historische kaarten – met name de eerste kadastrale kaart – zijn er geen redenen om aan te nemen dat in grote delen van het onderzoeksgebied een plaggendek is opgebracht; het gebied is zeer laat in ontginning genomen. In die delen die als akker werden gebruikt is de bovengrond vermoedelijk deels opgebracht en/of vermengd met compost en/of stadsafval. Elders is waarschijnlijk een eerdachtig dek ontstaan doordat regenwater niet snel kan wegzakken door de keileemlaag. De aanwas van nieuw plantaardig materiaal gaat daardoor sneller dan de afbraak ervan, waardoor een eerdlaag ontstaat. 2 INVENTARISATIE 2.1 INLEIDING 2.2 LANDSCHAPPELIJKE ONTWIKKELING Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase Steenwijkerweg 235 te Witte Paarden, gemeente Steenwijkerland, Overijssel 13 Op het AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), zie bijlage 4, is de ligging op een stuwwal duidelijk te zien.
De Woldberg bestaat hier uit twee parallel aan elkaar lopende zuidwest – noordoost georiënteerde stuwwallen, waarbij de meest zuidelijke de hoogste is. Het plangebied ligt op het hoogste deel van de noordelijke wal. Onderstaande afbeelding toont een AHN-kaart waarbij is ingezoomd op het plangebied. Afbeelding 3. Detailopname van het plangebied op het AHN. Op basis hiervan kan worden aangenomen dat de bodem ter plaatse van het plangebied met ongeveer 60 – 80 cm is opgehoogd. Ook de grond onder de overige bebouwing nabij het plangebied kent ophoging. Dit lijkt in overeenstemming met de resultaten van milieukundige boringen in de directe omgeving van het plangebied (zie ook paragraaf 2.4). Daarbij is een circa 1 m dikke zandlaag van matig fijn zand aangetroffen, waarvan de bovenste circa 80 cm met zekerheid is verstoord (puininclusies). Onder het zand bevindt zich klei/leem.1 Bijlage 7 toont de locaties van de bekende archeologische waarden en de uitgevoerde archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied. In het plan- en onderzoeksgebied zijn geen bekende waarden geregistreerd. Ongeveer 850 m en 970 m ten zuidoosten van het plangebied zijn bij een proefsleuvenonderzoek bewerkte vuurstenen aangetroffen (waarnemingen 400621 en 424537). 1 Witteveen+Bos, 2003.
2.3 ARCHEOLOGIE 2.3.1 BEKENDE ARCHEOLOGISCHE WAARDEN Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase Steenwijkerweg 235 te Witte Paarden, gemeente Steenwijkerland, Overijssel 14 Vierentwintig stuks bewerkt vuursteen worden in het mesolithicum gedateerd, maar twee zijn afkomstig uit het laat-paleolithicum. In de bouwvoor zijn voorts nog aardewerkscherven gevonden. Het meeste materiaal kan in de nieuwe tijd gedateerd worden, maar onder het vondstmateriaal zat ook een handgevormde randscherf uit de ijzertijd/Romeinse tijd, een scherf uit de Romeinse tijd/middeleeuwen en een scherf uit de late middeleeuwen. AMK-terreinen (= Archeologische Monumentenkaart) zijn terreinen waarvan bekend is dat zich archeologische resten in de grond bevinden. Het archeologisch belang daarvan is bovendien gewaardeerd. Zo zijn er AMK-terreinen van archeologisch belang, hoog, zeer hoog archeologisch belang en wettelijk beschermde AMK- terreinen van zeer hoog archeologisch belang). In en nabij het onderzoekgebied zijn geen AMK-terreinen geregistreerd. Op de gemeentelijke verwachtingskaart (bijlage 5) ligt het plangebied in een zone met een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten. In de omgeving van het plangebied hebben eerder archeologische onderzoeken plaatsgevonden. De onderzochte locaties zijn afgebeeld in bijlage 7.
Onderzoeksmelding 12523 betreft een bureauonderzoek en karterend booronderzoek.2 Het onderzochte gebied ligt vanaf ongeveer 600 m ten zuidoosten van het plangebied aan de Tukseweg. Op basis van het bureauonderzoek geldt een verwachting op resten uit het paleolithicum tot en met de eerste helft van het neolithicum. Ook resten vanaf het neolithicum kunnen worden verwacht. Het booronderzoek heeft een AC-profiel aangetoond. De A-horizont bestaat meestal uit een geploegde laag (Ap-horizont) van ongeveer 30-50 cm dik en/of een plaggendek van maximaal 70 cm dik. Waar sprake is van een plaggendek, is onder dit dek vaak een oude ploeghorizont van maximaal 20 cm dik aangetroffen.3 Naar verwachting zijn eventuele sporen onder het plaggendek in de zuidoostelijke goed geconserveerd gebleven. Sporen in het noordwestelijke deel zijn waarschijnlijk minder goed bewaard gebleven. Het keileem ligt hier dichter onder het oppervlak en (daardoor) is hier dieper geploegd. In het noordwestelijke deel zijn diverse vondsten (vooral vuursteen en één fragment aardewerk) aangetroffen in de bovenste 20 cm van de C- horizont. Aanbevolen wordt een proefsleuvenonderzoek (zie onderzoeksmelding 22456). Onderzoeksmelding 22456 betreft een proefsleuvenonderzoek4 naar aanleiding van eerder karterend booronderzoek (zie onderzoeksmelding 12523).
Het onderzochte gebied ligt vanaf ongeveer 600 m ten zuidoosten van het plangebied aan de Tukseweg. Het vondstmateriaal bestaat hoofdzakelijk uit bewerkt vuursteen. De vondsten zijn voornamelijk in de bouwvoor aangetroffen; door ploegen is de vindplaats verstoord. Er is geen duidelijke clustering van de vuurstenen gezien. Daarnaast zijn een zestal rechthoekige kuilen, twee greppels en zeven paalkuilen gedocumenteerd. De kuilen en greppels hebben een vulling die recent oogst. De grondsporen kunnen wegens het ontbreken van vondstmateriaal niet gedateerd 2 Schorn, 2005. 3 Op de bodemkaart ligt dit plangebied op een beekeerdgrond. 4 Brouwer, 2007. 2.3.2 GEMEENTELIJKE VERWACHTINGSKAART 2.3.3 EERDER ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase Steenwijkerweg 235 te Witte Paarden, gemeente Steenwijkerland, Overijssel 15 worden. De vindplaats wordt niet behoudenswaardig geacht. Vervolgonderzoek wordt niet aanbevolen. Onderzoeksmelding 63725 betreft een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek op ongeveer 590 m westelijk van het plangebied.5 Op basis van het bureauonderzoek worden resten uit de periode midden-paleolithicum tot en met de nieuwe tijd verwacht. Voor resten vanaf de bronstijd tot en met vroege middeleeuwen geldt echter een lage verwachting op nederzettingsresten.
Uit het booronderzoek blijkt dat het plangebied tot in de C-horizont is verstoord. Die C- horizont bestaat uit keizand vanaf circa 60 – 105 cm -mv. Onder het keizand ligt keileem. Vervolgonderzoek wordt niet aanbevolen. Onderzoeksmelding 60638 ligt ongeveer 700 m westelijk en betreft een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek.6 Op basis van het bureauonderzoek geldt een hoge verwachting op resten uit de periode laat-paleolithicum tot en met het neolithicum. Voor de periode bronstijd – vroege middeleeuwen geldt een middelhoge verwachting en vanaf de late middeleeuwen een lage verwachting. Het veldonderzoek wijst uit dat de bodem tot in de BC/C-horizont is verploegd dan wel geërodeerd. Daarmee is het archeologisch relevante niveau nagenoeg verdwenen. Vervolgonderzoek wordt niet aanbevolen. Op een kaart tussen 1737 en 1750 ligt het plangebied in een onbebouwd gebied langs de doorgaande weg van Steenwijk naar Friesland. Afbeelding 4. uitsnede uit de Transisalania vulgo Over-Yssel van Nico ten Have, tussen circa 1737 en 1750. Bron: imagebase.ubvu.vu.nl 5 Beckers, 2015. 6 Kerkhoven e.a., 2014. 2.4 HISTORIE Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase Steenwijkerweg 235 te Witte Paarden, gemeente Steenwijkerland, Overijssel 16 Op de eerste kadastrale kaart (circa 1832)7 is het plangebied bebouwd.
Op de OAT (Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel) is de bebouwing aangeduid als huis met erf. De woning is eigendom van Willem Klasen Hoving, arbeider van beroep, waardoor kan worden aangenomen dat het hier niet om een boerderij gaat. De woning lag reeds aan de kruising van de (voorganger van de) Steenwijkerweg en de Witte Paarden. Op de eerste kadastrale kaart is het omliggende terrein aangegeven als heide (lichtpaars). Het huidige pand is gebouwd in 1910.8 Het gebouw was in vroeger tijden een herberg (Herberg Witte Paarden) met een stalling en voorzieningen voor paarden. Het buurtschap waarin de herberg ligt kreeg 1942 de benaming Witte Paarden, ontleend aan de herberg. Dit is pas in 1947 daadwerkelijk uitgevoerd; daarvoor werd het buurtschap aangeduid als Achterbuurt. Wat noordelijker aan weerszijden langs de Steenwijkerweg liggen typerende rechthoekige blokken landbouwgrond met kleine boerderijtjes (huis met erf). Dit betreft de kolonie Willemsoord, gesticht door de Permanente Kommissie van Weldadigheid. Willemsoord is gesticht in 1820 en was bedoeld voor kansarme gezinnen uit het westen van het land. In de kolonie moesten ze worden opgevoed tot fatsoenlijke burgers en economisch zelfstandig worden.
De doelstellig om de kansarme mensen een volwaardig en onafhankelijk bestaan op te laten bouwen bleek niet haalbaar en langzamerhand is de kolonie geïntegreerd in het omliggende gebied. Tegenwoordig staat Willemsoord op de Voorlopige Lijst van UNESCO Werelderfgoed. De historie en ook de vorm van de landbouwpercelen langs de Steenwijkerweg wijzen op een late ontginning (eerste helft 19e eeuw) en dat geldt zeer waarschijnlijk ook voor de landbouwpercelen elders in het plangebied. Plaggenbemesting in de traditionele vorm, waarbij jaarlijks een laagje met mest vermengde minerale plaggen wordt opgebracht, is hier niet aan de orde. Waarschijnlijker is dat al dan niet aangevoerd zand ter plaatse is gemengd met compost/stadsafval, waardoor in korte tijd een dun eerddek is gevormd. 7 bron: hisgis.nl 8 bron: huispedia.nl Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase Steenwijkerweg 235 te Witte Paarden, gemeente Steenwijkerland, Overijssel 17 Afbeelding 5. Uitsnede uit de eerste kadastrale kaart, circa 1832. De locatie van het plangebied is blauw omlijnd (zwarte pijl). Beige: bouwland, lichtgroen: weideland, donkergroen: bos/opgaand hout, paars: heide, oranje: onverharde weg. Rood met grijs: huis met erf. Bron: hisgis.nl. Op de topografische kaart van 1929 (zie afbeelding 6) zijn de contouren van de huidige bebouwing aangegeven.
Later is een deel van de binnenplaats ook nog bebouwd. Tot 1975 was aan de Steenwijkerweg een pompstation gevestigd; deze hing samen met de voormalige herberg. Ten behoeve van de brandstofverkoop zijn drie ondergrondse brandstoftanks aanwezig geweest. De aanwezige tanks zijn in 2001 gesaneerd. Begin deze eeuw is de grond rondom het voormalige pompstation gesaneerd.9 9 bron: Witteveen+Bos, 2004.
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase Steenwijkerweg 235 te Witte Paarden, gemeente Steenwijkerland, Overijssel 18 Afbeelding 6. Uitsnede uit de topografische kaart van1929. Bron: topotijdreis.nl.
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase Steenwijkerweg 235 te Witte Paarden, gemeente Steenwijkerland, Overijssel 19 HOOFDSTUK Het plangebied ligt op een hoge stuwwal. In de ondergrond is mogelijk een laagje dekzand aanwezig van maximaal circa 50 cm dik. De ondergrond wordt gevormd door gestuwde, slecht waterdoorlatende afzettingen. Op basis van het AHN en uit milieukundige boringen grenzend aan het plangebied is het waarschijnlijk dat in het plangebied een ophoogpakket van circa 80 cm aanwezig is. Op de bodemkaart is sprake van een laarpodzolgrond. Het eerddek van dit bodemtype is hier waarschijnlijk rond 1820 ontstaan door ophoging met/vermenging met zandgrond met compost en/of stadsafval. Op een oude kaart uit de 18e eeuw is de voorloper van de Steenwijkerweg al wel aangegeven, maar er is nog geen bebouwing in of rond het plangebied aanwezig. Dat sluit niet uit dat er al wel bebouwing was: mogelijk werd het buurtschap qua omvang niet belangrijk genoeg geacht om op de kaart opgenomen te worden. Op de eerste kadastrale kaart van 1832 is het plangebied bebouwd. Ten noorden ligt de kolonie Willemsoord. Het huidige pand in het plangebied stamt uit 1910. Het ligt op dezelfde locatie als de bebouwing van omstreeks 1832. In de vorige eeuw lag aan de straatzijde een pompstation.
In het plangebied lagen een aantal ondergrondse brandstoftanks die later gesaneerd zijn, zodat op deze locatie met een (diep) verstoord bodemprofiel is te rekenen. In het onderzoeksgebied (500 m rondom het plangebied) zijn geen bekende archeologische waarden geregistreerd en evenmin hebben er eerdere archeologische onderzoek plaatsgevonden. Ongeveer 800 m ten zuidoosten zijn een aantal vondsten bekend. Het betreft voornamelijk bewerkt vuursteen uit het mesolithicum, maar een tweetal laat-paleolithische vuursteenartefacten en enkele aardewerkscherven uit de periode ijzertijd – vroege middeleeuwen en late middeleeuwen. Deze zijn echter in verstoorde context gevonden. Andere archeologische onderzoeken op enige afstand van het onderzoeksgebied hebben een grotendeels tot in de BC- of C-horizont verstoord bodemprofiel opgeleverd. In dit plangebied is sprake van een brede archeologische verwachting. Laat-paleolithicum: laat-paleolithische jachtkampen worden regelmatig aangetroffen op stuwwallen. In de omgeving zijn enkele laat-paleolithische vuursteenartefacten bekend. Voor deze periode geldt een middelhoge verwachting.
3 CONCLUSIE EN VERWACHTINGSMODEL 3.1 CONCLUSIE 3.2VERWACHTINGSMODEL Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase Steenwijkerweg 235 te Witte Paarden, gemeente Steenwijkerland, Overijssel 20 Mesolithicum: bewoningsresten uit het mesolithicum komen voor in overgangsgebieden van laaggelegen naar hooggelegen zones (gradiëntzones). Op basis van de beschikbare gegevens is daar geen sprake van in het plangebied. Voor deze periode geldt daarom een lage verwachting. Neolithicum – bronstijd: de kans op resten uit de periode neolithicum – bronstijd is voor een groot deel afhankelijk van de diepte waarop keileem voorkomt. Indien keileem zich dicht onder het maaiveld bevindt – daar lijkt op basis van bodemkaart, geologische en milieukundige boringen sprake van – dan was het terrein waarschijnlijk te vochtig om geschikt te zijn voor landbouw. Indien echter een laag keizand en/of dekzand aanwezig was (vaak wordt een dikte van minimaal 1 m aangehouden) dan was het terrein vermoedelijk voldoende ontwaterd om landbouw mogelijk te maken. Hiervoor spreekt de uitkomst van een karterend booronderzoek ten zuidoosten van het plangebied, waaronder een (bouwvoor met) plaggendek van maximaal 70 cm een oude akkerlaag is aangetroffen.
De late ontginning van het terrein rondom het plangebied en de historie ervan wijzen echter op marginale omstandigheden, zodat ook voor deze periode van een middelhoge verwachting moet worden uitgegaan. IJzertijd – Romeinse tijd: in de ijzertijd – Romeinse tijd werden de vochtiger gronden opgezocht. Een parallel is bijvoorbeeld te vinden op het keileemplateau van Drenthe, waar vanaf de ijzertijd bewoning is te vinden op de ondiepe keileemgronden. Voor deze periode geldt daarom een hoge verwachting zolang een zandlaag van circa 40- 50 cm dik aanwezig is. Middeleeuwen – Nieuwe tijd: in de vroege middeleeuwen worden de wat drogere gronden weer opgezocht (middelhoge verwachting) en vaak zijn locaties die in de late middeleeuwen zijn bebouwd, ook in de nieuwe tijd bewoond.10 In de late nieuwe tijd (vanaf 1832) was het terrein bebouwd. Vermoedelijk was het terrein in de 18e eeuw nog niet bebouwd, maar zeker is dit niet. Historisch zijn er geen verwijzingen naar Witte Paarden of het buurtschap dat bekend stond als Achterbuurt van voor 1832 gevonden. De periode late middeleeuwen heeft daarom een middelhoge verwachting. Voor de (late) nieuwe tijd geldt een hoge verwachting. Het gaat enerzijds daarbij op resten van de bebouwing die in 1832 op kadastrale kaart zijn aangegeven.
De archeologische verwachting staat of valt met de aanwezigheid en dikte van keizand en/of dekzand op het keileem. Indien keileem direct aan het oppervlak ligt, is het terrein waarschijnlijk alleen aantrekkelijk geweest voor tijdelijke bewoning gedurende het laat-paleolithicum. Echter, deze resten zijn zeer kwetsbaar voor erosie en bodemverstoring en zijn daarom waarschijnlijk verdwenen of alleen nog in verstoorde context aanwezig. Omvang - diepte Eventuele nederzettingen uit de steentijd hebben een omvang van 50 – 200 m2 (kleine variant) of 200 – 1000 m2 (middelgrote variant). Nederzettingen uit de periode bronstijd – middeleeuwen hebben meestal een omvang tussen 500 – 2000 m2 (huisplaats) of meer dan 8000 m2 (dorp).11 10 daarop zijn zeker uitzonderingen, zoals bijvoorbeeld de wandelende lintdorpen van Rouveen en Staphorst. 11 bron: Tol e.a., 2006. Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase Steenwijkerweg 235 te Witte Paarden, gemeente Steenwijkerland, Overijssel 21 Deze resten liggen in de top van de natuurlijke ondergrond, mogelijk dicht onder het maaiveld, maar vermoedelijk onder een opgebracht pakket van circa 80 cm dik. De natuurlijke bodem wordt hier mogelijk gevormd door dekzand of keizand waarin zich een podzol heeft ontwikkeld, maar de aanwezigheid van dit dekzand of keizand is niet zeker.
Eventuele resten bestaan uit vuursteenstrooiingen (voornamelijk neolithicum, in mindere mate bronstijd en ijzertijd). Daarnaast kan (gefragmenteerd) aardewerk worden verwacht, evenals houtskool, verbrande huttenleem en natuursteen. Vanaf ongeveer de 17e eeuw is ook baksteen te verwachten (rurale gebieden; in bewoningskernen al eerder). Deze vondstcategorieën bevinden zich aan of in het pleistocene zand, direct onder een bouwvoor of opgebracht pakket. Daarnaast kunnen grondsporen worden verwacht. Het gaat daarbij overwegend om paalkuilen, greppels en afvalkuilen en dergelijke. Deze bevinden zich in de top van de pleistocene ondergrond en kunnen zich tot op grote diepte uitstrekken. Sporen en resten uit de late nieuwe tijd kunnen in het ophoogpakket worden verwacht. Onderstaande tabel geeft in het kort de archeologische verwachting weer: PERIODE COMPLEXTYPE DIEPTELIGGING KENMERKEN Laat- paleolithicum Extractiekamp Vermoedelijk onder een ophoogpakket van ca. 80 cm Vuursteenspreidingen Mesolithicum Extractiekamp Vermoedelijk onder een ophoogpakket van ca. 80 cm Vuursteenspreidingen, houtskoolspreidingen, ondiepe kuilen Neolithicum – bronstijd Nederzetting Vermoedelijk onder een ophoogpakket van ca. 80 cm (Paal)kuilen, sporen van erfinrichting, aardewerk, bewerkt steen, verbrande leem e.d.. IJzertijd- Romeinse tijd Nederzetting Vermoedelijk onder een ophoogpakket van ca.
80 cm (Paal)kuilen, sporen van erfinrichting, aardewerk, bewerkt steen, verbrande leem e.d.. middeleeuwen Nederzetting Vermoedelijk onder een ophoogpakket van ca. 80 cm (Paal)kuilen, sporen van erfinrichting, aardewerk, bewerkt steen, verbrande leem e.d.. Nieuwe tijd (vanaf ca. 1800) Nederzetting Vermoedelijk in een ophoogpakket Uitbraaksleuven, funderingen, sporen van erfinrichting Tabel 2. Gespecificeerde archeologische verwachting. Rood: hoge verwachting; oranje: matige verwachting, geel: lage verwachting. Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase Steenwijkerweg 235 te Witte Paarden, gemeente Steenwijkerland, Overijssel 22 HOOFDSTUK Het veldonderzoek heeft tot doel om meer inzicht te verkrijgen in de fysische situatie in het plangebied. Het dient de in het plangebied aanwezige bodems, de mate van verstoring en de aanwezigheid van potentiële archeologische niveaus in kaart te brengen. Aan de hand daarvan kan er voor het plangebied een gespecificeerd verwachtingsmodel worden opgesteld dat gedetailleerder en nauwkeuriger is dan een verwachtingsmodel dat louter gebaseerd is op bronnen en globalere bodem- en geomorfologische kaarten. Het veldonderzoek bestond uit het zetten van vijf verkennende boringen. Verkennend booronderzoek is een snelle en kostenefficiënte onderzoeksmethode om de archeologische potentie van een plangebied in kaart te brengen.
Aangezien de specifieke bodemopbouw in het plangebied niet bekend is, is verkennend onderzoek in dit stadium de meest geschikte onderzoeksmethode. Het onderzoek is opgezet als een verkennend booronderzoek met een doorstart naar een karterend onderzoek indien de omstandigheden daar aanleiding toe gaven (intact bodemprofiel/archeologisch relevante lagen). Dit bleek niet het geval. De boringen zijn verspreid over de onbebouwde en toegankelijke delen van het plangebied gezet. Aangezien vrijwel het gehele terrein geasfalteerd danwel bebouwd was, kon geen adequaat boorgrid worden gehanteerd. De boringen zijn zoveel mogelijk in perkjes of onder tegel-/klinkerverhardingen gezet. Er zijn geen boringen gezet in het gesaneerde deel van het plangebied. Voor het booronderzoek niet- toegankelijke en/of verstoorde delen zijn aangegeven op de kaart in bijlage 11. De boringen zijn ingemeten met GPS met een nauwkeurigheid van 2 m en uitgevoerd met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. De boorkernen zijn visueel geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren. Het bodemprofiel is beschreven volgens de norm NEN 5104 en ASB. De NAP- maaiveldhoogtes van de boringen zijn bepaald aan de hand van het AHN. De profielbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 13. De boorpuntenkaart met de posities van de boringen is opgenomen in bijlage 11.
Het typerende bodemprofiel bestaat uit een opgebracht pakket van ongeveer 90 cm dik. Boring 4 is gestagneerd op 10 cm -mv en ook diverse boringen nabij dit boorpunt konden niet door een hier aanwezige verharding komen. Bijlage 12 toont de geïnterpoleerde dikte van het aangetroffen verstoorde pakket. Voor boring 4 is daarbij uitgegaan van een verstoringsdikte van 80 cm. De maximale verstoringsdikte 4 VELDONDERZOEK 4.1 BESCHRIJVING ONDERZOEKSMETHODIEK 4.2RESULTATEN: LITHOLOGIE, LITHOGENESE EN BODEMONTWIKKELING Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase Steenwijkerweg 235 te Witte Paarden, gemeente Steenwijkerland, Overijssel 23 (minimaal 170 cm) is aangetroffen in boring 1. Op deze diepte is deze boring gestagneerd op een verharding. In boringen 2, 3 en 5 is keizand aangetroffen onder het verstoorde pakket. Dit keizand ligt op een diepte vanaf circa 90 cm -mv. Het bestaat uit zeer fijn, matig siltig zand. Het zand kan grind en/of roestvlekjes bevatten. De kleur varieert van lichtgrijs/bruin/groen tot lichtgeel/oranje. In boringen 3 en 5 is het keizand nog maar 5 cm dik; in boring 2 resteert nog 30 cm. Een podzol is nergens aangetroffen; overal resteert alleen nog een C-horizont. Onder het keizand ligt keileem. Dit bestaat uit leem met een overwegend lichtgrijze kleur, soms met roestvlekken. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen.
Tevens is geen (dun) plaggendek waargenomen, evenmin als sporen van bodemvorming. 4.3RESULTATEN: ARCHEOLOGIE Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase Steenwijkerweg 235 te Witte Paarden, gemeente Steenwijkerland, Overijssel 24 HOOFDSTUK Conform het verwachtingsmodel is een ophoogpakket van circa 80-90 cm dik aangetroffen. Hierin zijn baksteenfragmentjes/puin, sintels en hout gezien. Qua datering betreft het materiaal uit de 19e en 20e eeuw, een en ander conform het verwachtingsmodel. Dekzand is nergens aangetroffen en er resteert nog een dun laagje keizand zonder podzolprofiel. Aangenomen kan worden dat eventuele resten van vroegere bewoning op het keizand nagenoeg zijn verdwenen. In het plangebied kunnen onverminderd resten van bewoning uit de 19e eeuw worden verwacht onder het huidige pand. Omdat dit deel van het terrein niet toegankelijk was voor bewoning, kan hierover geen uitsluitsel geven. Resten van oudere perioden worden niet verwacht. Onder het opgebrachte/verstoorde pakket resteert nog een dun laagje keizand zonder podzolvorming. Indien wordt aangenomen dat de dekzand- of keizandlaag oorspronkelijk dikker is en een podzolbodem heeft gekend, dan zijn geen resten van bewoning van bewoning meer te verwachten omdat dit niveau geheel verdwenen is.
Indien het keizand nooit podzolvorming heeft gekend en oorspronkelijk ook slechts een dun laagje vormde, dan had het terrein vaak te maken met wateroverlast en was het terrein onaantrekkelijk voor bewoning, zodat waarschijnlijk nooit sprake is geweest van bewoning tot in de (late) nieuwe tijd. 5 CONCLUSIE EN VERWACHTING 5.1 CONCLUSIE 5.2 VERWACHTING Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase Steenwijkerweg 235 te Witte Paarden, gemeente Steenwijkerland, Overijssel 25 HOOFDSTUK Op basis van het uitgevoerde booronderzoek is de kans zeer klein dat het plangebied archeologische sporen bevat, afgezien van sporen van bebouwing uit de 19e eeuw. Deze resten liggen mogelijk onder de huidige bebouwing. Om deze reden adviseren we geen vervolgonderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven. De implementatie van dit advies is overgenomen door de gemeente Steenwijkerland, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, mevrouw M. Nieuwenhuis. Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact.
6 SELECTIEADVIES Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase Steenwijkerweg 235 te Witte Paarden, gemeente Steenwijkerland, Overijssel 26 Literatuur Beckers, I. S.J., 2015. Ten Holtheweg 16 te Steenwijkerwold (gemeente Steenwijkerland). Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek. Amersfoort. Berendsen, H.J.A., 2005 (1997). Landschappelijk Nederland. De fysisch geografische regio’s. Assen. Berendsen, H.J.A., 2008. De vorming van het land. Assen. Bosch, J.H.A.,2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1. Op basis van de Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 5.2. Deltares-rapport 2008-U-R0881/A. Brouwer, M.C., 2007. Steenwijkerland Tuk-Noord. Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven. BAAC-rapport A-07.0192. ’s-Hertogenbosch. Kerkhoven, A.A., en H.G. Pape, 2014. Bentekamp (ong.), Steenwijkerwold (gemeente Steenwijkerland). Een archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek in het kader van de bouw van een agrarisch bedrijf. Utrecht. Mulder, E.F.J. de., 2003. De ondergrond van Nederland. Groningen. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters, Nederlands Normalisatie-instituut Delft. Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen en M. Verbruggen, 2012.
Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek v2. SIKB Schorn, E.A., 2005. Plangebied Tuk Noord te Tuk (gemeente Steenwijkerland). Inventariserend archeologisch veldonderzoek. Karterende fase. BAAC-rapport 05.098. ’s-Hertogenbosch. Witteveen+Bos, 2003. Bodemonderzoek voormalige tankstation Steenwijkerweg 235 te Steenwijkerwold. Deventer. Witteveen+Bos, 2004. Saneringsplan voormalig tankstation Steenwijkerweg 235 te Steenwijkerwold. Deventer. Archeologische databases/internetbronnen ArchisIII www.boorstaten.nl www.dinoloket.nl www.topotijdreis.nl www.hisgis.nl Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase Steenwijkerweg 235 te Witte Paarden, gemeente Steenwijkerland, Overijssel 27 Gebruikte kaarten Historische kaarten vanaf 1890 tot en met 2015. Bron: www.topotijdreis.nl. Geraadpleegd op 18-7-2019 1e Kadastrale kaart uit circa 1832 (gedigitaliseerd). Bron: www.hisgis.nl. Geraadpleegd op 18-7-2019 Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2), nauwkeurigheid Z-waarde <= 5 cm. Bron: www.ahn.nl. Geraadpleegd op 17-7-2019 Archeologische beleidskaart voor bewoningskernen en buitengebied. Bron: gemeente Steenwijkerland. Geraadpleegd op 17-7-2019 Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 17- 7-2019 Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl.
Geraadpleegd op 17-7-2019 Kaart waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen. Bron: www.zoeken.cultureelerfgoed.nl. Geraadpleegd op 18-7-2019 Transisalania vulgo Over-Yssel van Nico ten Have, tussen circa 1737 en 1750. Bron: imagebase.ubvu.vu.nl. Geraadpleegd op 18-7-2019 28 BIJLAGE 1 AMZ-CYCLUS
29 BIJLAGE 2 ARCHEOLOGISCHE PERIODEN
30 BIJLAGE 3 GEOMORFOLOGISCHE KAART geomkaart
31 BIJLAGE 4 ACTUEEL HOOGTEBESTAND NEDERLAND AHNkaart
32 BIJLAGE 5 GEMEENTELIJKE ARCHEOLOGISCHE VERWACHTINGSKAART gwk
33 BIJLAGE 6 BODEMKAART bodem
34 BIJLAGE 7 WAARNEMINGEN, AMK- TERREINEN EN ONDERZOEKSMELDINGEN archis 12523 22456 35 BIJLAGE 8 BEKENDE BODEMVERSTORINGEN
36 BIJLAGE 9 DIKTE DEKZANDPAKKET OP GESTUWDE AFZETTINGEN
37 BIJLAGE 10 BOORSTATEN GEOLOGISCHE BORINGEN
38
39
40
41 BIJLAGE 11BOORPUNTENKAART VELDONDERZOEK
42 BIJLAGE 12 DIKTE VERSTOORD PAKKET
43 BIJLAGE 13 BOORSTATEN VELDONDERZOEK
44
45