Antwoorden op technische vragen Programmabegroting 2024-2027 inclusief aanvullingen
Tekst van het document
Antwoorden op technische vragen gemeenteraad (n.a.v. van Programmabegroting 2024-2027 ) AANVULLENDE VRAGEN (TECHNISCH VRAGENUUR 31/10/23) BGL Welke twee woningen zijn nog in bezit van de gemeente Steenwijkerland? Antwoord: Het gaat hier om de woningen aan het Steenwijkerdiep 107 en M. Kiersstraat 32 (beide in Steenwijk). De woning aan de M. Kiersstraat 32 is recent verkocht. Deze informatie heeft het opstellen van de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen gekruist en is daardo or niet meer daarin vertaald, maar momenteel is het dus nog 1 woning die in het bezit is van de gemeente. Deze woning wordt verhuurd, waardoor er dus huurinkomsten tegenover staan. D66 De indexering van contracten 2024 binnen het sociaal domein valt hoger uit dan waarmee rekening was gehouden in de PPN. Tot wanneer lopen deze contracten? Antwoord: Het RSJ heeft de Europese aanbestedingsprocedure voor de specialistische jeugdzorg eind 2022 afgerond. Deze overeenkomst is afgesloten voor een periode va n twee (2) jaar. De inwerkingtreding van de overeenkomst is voorzien met ingang van 1 januari 2023 met een looptijd tot en met 31 december 2024. Per 31 december 2024 eindigt de overeenkomst van rechtswege tenzij het RSJ (namens de deelnemende gemeenten) b esluit om de overeenkomst te verlengen voor een periode van twee jaar. Er zijn maximaal drie verlengingen mogelijk voor perioden van twee jaar.
De maximale duur van de overeenkomst bedraagt derhalve acht (8) jaar, tot en met 31 december 2030. In de PPN 2023 is ambtelijk een aanname gedaan van de indexering. Op advies van het RSJ is uitgegaan van de voorlopige prijsindexcijfers 2024 (personele kosten en materi ële kosten) door het NZA gepubliceerd (afgerond 4% medio februari 2023). De prijsindexcijfers worden gebaseerd op basis van lopende sectorale cao -ontwikkelingen (meest recente salarisschalen van de cao’s Ggz, Jeugdzorg en Gehandicaptenzorg, inclusief de voorziene stijgingen in het komende kalenderjaar). Het RSJ heeft afgelopen september de prijsindex berekend. Dit komt neer op een gemiddelde reële prijsstijging van 7,5%. We zijn als gemeente gehouden aan de contractuele afspraken wat momenteel door de economische omstandigheden effect heeft op het gemiddelde jeugdzorgtarief (inflatie cijfers worden in de sectorale CAO stijgingen meegenomen). Op deze externe factoren is door onze gemeente en het RSJ geen grip op uit te oefenen. We monitoren op regionaal niveau wel of onze tarieven van de jeugdzorg reëel zijn. Lokaal wordt uw raad middels de P&C cyclus en de monitor sociaal domein op de hoogte gehouden van de gemeentelijke kostenontwikkeling van het sociaal domein om grote afwijkingen ten opzichte van de begroting zoveel als mogelijk te voorkomen. VRAGEN DIE VOORAF SCHRIFTELIJK ZIJN GESTELD CDA 1.
In het raadsvoorstel inzake de Najaarsnota is op p. 1 onder renteomslag vermeld dat de restantkredieten zijn toegenomen tot € 38,5 mln. Dit betreft het niet (volledig) realiseren van investeringen. Op pagina 72 van de Najaarsnota wordt de actie aangehaald die bij de behandeling van de jaarrekening 2022 is aangekondigd in het kader van de voorbereiding van de begroting 2024-2027. In de begroting niets kunnen vinden. Graag ontvangen wij een compleet overzicht van deze kredieten, inclusief de status quo daarvan. Antwoord: Eind 2022 is de omvang van de restantkredieten € 38,5 mln. Deze staan vermeld op pagina 86 tot en met 89 (€ 13,9 mln. uit reserves en € 24,6 mln . geactiveerd) van de jaarrekening 2022 (zie bijlage 1). Deze omvang is exclusief de nieuwe investeringen die in de begroting 2023 – 2026 beschikbaar zijn gesteld. Op pagina 72 van de Najaarsnota 2023 wordt verwezen naar een eerste actie die naar aanleiding van de grote omvang van deze restantkredieten is uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn opgenomen op pagina 53 van de programmabegroting (paragraaf 3.6.5 Restantkredieten). Om de prognose van de begroting nog verder te verbeteren wordt ook bij de samenstelling van de jaarrekening 2023 weer een actie uitgevoerd op basis van de planning die in de eerste actie is aangedragen. Bij toekomstige investeringen wordt veelal een jaartal van investeren opgenomen.
Voor de vaststelling van de PPN van volgend jaar zullen opnieuw alle openstaande kredieten worden beoordeeld met speciale aandacht voor planning van realisatie om zo de kapitaallasten niet onnodig te laten drukken op de exploitatie. 2. In het raadsvoorstel inzake de Najaarsnota is op p agina 2 genoemd een extra krediet ter hoogte van € 135.000 voor de aanschaf van elektrische voortuigen. Zie ook p agina 74 Najaarsnota. Omgerekend betekent dit een bedrag van € 96.000 per auto, exclusief de inruilwaarde van 8 (!) voertuigen. Als het personenauto’s betreft is dat veel geld. Het aantal gaat terug van 8 naar 5. Is deze investering nader toe te lichten? Antwoord: Investering 5 duurzame bedrijfsvoertuigen. Op de werf staan 8 bedrijfsvoertuigen ter beschikking voor: 1. Uitvoerder Groen 2. Uitvoerder Grijs 3. Uitvoerder Bomen en Gladheid 4. Uitvoerder sport spelen en afval. 5. Begraafteam 6. Facilitair piketvoertuig. 7. Dienstvoertuig Algemeen gebruik 8. Coördinator facilitair beheer en tractie. Deze voertuigen zijn in het verleden tweedehands aangekocht. Ze zijn nu aan vervanging toe. Eind 2022 is nog eens goed met de gebruikers naar ons wagenpark gekeken, met als doel wat hebben wij nu echt nodig om ons werk zo goed mogelijk te kunnen blijven doen. Hierbij is de conclusie getrokken dat de auto’s van de uitvoerders en het begraafteam (1 t/m 5) vervangen moesten worden.
Het dienstvoertuig algemeen gebruik blijft in bezit en wordt afgereden. Het facilitair piketvoertuig wordt binnenkort ingeleverd, de auto coördinator facilitair beheer en tractie is al ingeleverd. Het gaat om een totale investering van € 345.000 voor 5 bedrijfsvoertuigen, dit betekent € 69.000 per voertuig. Het betreft allen elektrisch aangedreven voertuigen met een extra grote radius. 3. Stikstofcrisis: in hoeverre wordt de gemeente hierdoor geraakt, welke gemeentelijke projecten staan compleet on hold en welke stagneren voor onbepaalde tijd? Dezelfde vraag inzake PFAS, graag een overzicht. Antwoord: Qua stikstof het volgende beeld: Woningbouw • Er zijn tot nu toe geen woningbouwplannen die compleet on hold staan danwel stagneren m.b.t. stikstof. Wel kan een aeriusberekening aanleiding zijn om woningbouwplannen aan te passen. Begin oktober vond de jaarlijkse actualisatie van de AERIUS Calculator en AERIUS Monitor plaats. Deze actualisatie bevat de recente inzichten uit metingen en wetenschappelijk onderzoek over stikstofuitstoot en neerslag. Op deze manier wordt bij toestemmingsverlening en monitoring uitgegaan van actuele gegevens. Openbare ruimte • Van de projecten die onderhanden zijn, hebben we het volgende beeld: • Wetering: Voor het project rioolvervanging Wetering het risicovol om te stagneren of op hold gezet te worden vanwege de aeriusberekening die niet voldoet.
Het is te kort door de bocht om dan direct te zeggen dat het project op hold staat. Wat we doen is proberen om de ‘invoer’ in aerius zo laag mogelijk te houden met zoveel mogelijk inzet van elektrisch/watersto f materieel. Voldoet de aeriusberekening dan nog steeds niet, dan kan je natuuronderzoek doen om te beoordelen of er wel/niet sprake is van significant negatieve effecten of kan je misschien intern salderen. • Binnenpad Giethoorn/ rioolvervanging : net als bij Wetering • Fietspad Kalenbergerpad loopt vertraging op vanwege Flora &Fauna uit de Wet Natuurbeheer. Aeriusberekening komt nog. Qua PFAS hebben we met twee projecten te maken die vertragen: • Kornputkwartier: hier wordt onderzoek gedaan naar mogelijke oplossingen. Voor de sanering hebben we een SPUK uitkering ontvangen. Betap Crilux: de omvang van de PFAS verontreiniging is nog niet afgeperkt. In overleg met de OD en GGD vindt hier aanvullend onderzoek plaats. Voor de sanering bereiden we WBI aanvr aag voor het verkrijgen van een financiële bijdrage. 4. Volgens de Najaarsnota is het een uitdaging om de nieuwe locatie te realiseren voor Scouting Johan van den Kornpunt, die moest wijken voor de nieuwe school in Tuk. Plannen dateren al van 2019. Waarom komt dit niet verder en wat is nu de planning? Al die vertragingen leiden bovendien tot kostenstijgingen, zo staat vermeld.
Hoe is dat nu in de begroting verwerkt? Antwoord: Op dit moment kunnen we geen (nieuwe) planning geven , omdat er op dit moment nog te veel onzekerheden zijn. De verwachte kostenstijging is het gevolg van de prijsstijgingen in de bouw en de toezeggingen naar de omgeving die kostenverhogend zijn voor de terreininrichting. In de begroting zijn eventuele kostenstijgingen nog niet verwerkt, omdat hierover concreet nog niets bekend is. 5. Bestuursprogramma Woningbouw a. Wat ontbreekt bij de beschrijving van de route om 1735 woningen te bouwen is de stedelijke herontwikkeling (denk o.a. aan Spoorzone incl. schoollocatie, locatie Eekeringe/De Heuvel). Hoe zit dat? b. Waarom loopt het aantal huurwoningen dat beschikbaar is, terug? Hoeveel woningen worden er volgens de prestatieafspraken met de woningcorporaties in 2024 gebouwd? Hoeveel huurwoningen blijven voor eigen inwoners beschikbaar rekening houdende met de opgave om statushouders voorrang te geven? c. In 2024 wordt voor 230 woningen harde plancapaciteit gerealiseerd. Is dat voldoende om vòòr 2027 2/3 van de 1735 woningen te bouwen? Dan is er immers omgerekend ruimte voor 290 woningen nodig. d. Twee jaar geleden is bij motie door de raad gevraagd om een inhaalslag v oor woonwagen - standplaatsen. Volgens de Woonagenda worden hierover afspraken gemaakt met de woningbouwcorporaties.
Welke afspraken zijn opgenomen in de prestatieafspraken? Hoe verhoudt zich dat met het opstellen van een woonwagenbeleid in 2024? Wat maakt het complex? Antwoord: a. De Woonagenda gaat uit van het bouwen voor de lokale behoefte en daarvoor hebben we 1735 woningen nodig. De Woonagenda geeft wel aan dat er extra behoefte is vanuit de regionale opgave, maar is alleen uitgewerkt voor de lokale opgave. Op bestuurlijk niveau is er wel ambitie. Dit betekent dus een extra opgave boven op de lokale behoefte. b. Dit komt door sloop/nieuwbouw en verkoop van sociale woningen en het aantal mutaties loopt terug. De planning is dat er komend jaar 87 huurwoningen worden opgeleverd. Verkoop en sloop zijn bij deze aantallen buiten beschouwing gelaten. Verder wordt gestart met de bouw van 21 sociale huurwoningen. Daarnaast start Wetland met de bouw van 12 starterskoopwoningen. De afspraak met de corporaties is, dat maximaal 10% van de beschikbaar komende huurwoningen wordt verhuurd aan statushouders. Overigens zijn statush ouders door hun status ook inwoners van onze gemeente. Daarnaast is de vraag of alle inwoners, die een sociale huurwoning willen huren, zich ook hebben ingeschreven bij de woningzoeker of thuiskompas. Doen mensen dat niet of reageren ze niet actief op woningen dan kan het zo zijn dat mensen van buiten onze gemeente een woning krijgen toegewezen.
Dit komt doordat zowel Woonconcept als Wetland Wonen gebruik maken van regionale woonruimteverdeelsystemen. c. Vertrekpunt voor de ambitie om voor 2027 2/3 van d e 1735 woningen te realiseren ligt bij de start van de Woonagenda en niet in 2024. En vanaf daar gerekend gaat het de eerste 5 jaar om 230 woningen. Dit is ook terug te lezen op pagina 12 van de Woonagenda 2022-2026. Hoewel we zelf geen woningen bouwen, maken we dit voor inwoners en andere initiatiefnemers zo makkelijk mogelijk. Dit doen we door zoveel mogelijk de belemmeringen weg te nemen. Dit alles doen we tegen een achtergrond van een groot woningtekort, stijgende grondstof- en bouwprijzen, stijgende rente, stikstof- en PFAS -problematiek en een krappe arbeidsmarkt. Al deze ontwikkelingen brengen de nodige uitdagingen met zich mee en zijn van invloed op het kunnen behalen van het resultaat. d. In hoofdstuk 4 van de prestatieafspraken 2023 -2027 is opgenomen dat de corporaties zich aan de hand van gemeentelijk woonwagenbeleid zullen inspannen om een bijdrage te leveren aan de behoefte. Het opstellen van beleid is inmiddels gestart en loopt voor een deel parallel aan het onderzoeken van structurele standplaatsen. Uit eerder onderzoek weten we dat er een behoefte is. Het onderzoek vraagt om een actualisatie.
Ook is bij de uitvraag voor de actualisatie specifiek gevraagd om aan te geven welk deel van de extra behoefte inzet van woningbouwcorporaties vraagt. Dit in het kader van passend toewijzen, waarbij de inkomensgrenzen erg belangrijk zijn. Het is niet eenvoudig om dit te achterhalen. Het beleid gaat overigens over meer aspecten. Het gaat ook in op de koers die gemeente Steenwijkerland wil varen voor de doelgroep woonwagenbewoners. 6. Bestuursprogramma Werk en Economie a. Wat is het doel van het versterken van de werkgelegenheid rekening houdend met de arbeidsmarktkrapte? b Wat behelst het aanjagen, stimuleren, informeren en uitvoeren? c Wat behelst de economische promotie (3.4)? Hoe is deze insteek te rijmen met het standpunt d.d. 14 maart 2023 in de beantwoording van vragen van onze fractie, dat niet actief wordt ingezet op het aantrekken van nieuwe bedrijven? Antwoord: a Eén van de doelen is het versterken en behoud van de werkgelegenheid. Daarbij ligt het accent niet op groei, maar op een wendbare en weerbare economie en het benutten van het beschikbare arbeidspotentieel. De arbeidsmarkt is in beweging. Transities op het gebied van duurzaamheid, digitalisering en robotisering zorgen voor veranderingen in de aard en omvang van de werkgelegenheid. Het is essentieel dat bedrijven en de beroepsbevolking in staat zijn om met die veranderingen mee te bewegen.
Dit is een van de belangrijkste sleutels tot succes in de ontwikkeling van onze economie en brede welvaart. Het beschikbare arbeidspotentieel wordt nog niet optimaal benut. We hebben de kwaliteiten van al onze scholieren, studenten, werkenden en (potentieel) werkzoekenden nodig. Elk talent telt. Een toekomstbestendige economie realiseren we alleen wanneer ieder een in staat is of in staat wordt gesteld om zich een leven lang te ontwikkelen. Door in te zetten op o.a. de Regionale Praktijk Academie (RPA) en door het matchen van vraag en aanbod (Werkfestival) geven we hieraan invulling. b Het versterken van de arbeidsmarkt doen we door aanjagen, stimuleren, informeren en uitvoeren. We jagen initiatieven zoals het RPA (Regionale Praktijk Academie) aan door projectleiderschap ter beschikking te stellen. We stimuleren met de BCS de samenwerking tussen werkgevers en on derwijs zoals in het RPA of tijdens het werkfestival. Het onderwijs wordt betrokken bij de (ontwikkelingen) op de arbeidsmarkt en de praktijk. We informeren ondernemers over de diverse regelingen die er regionaal/landelijk zijn zoals de regeling Upgrade yourself. We zijn actief betrokken bij de arbeidsmarkt regio Zwolle en het Werkgevers Service Punt, die werkgevers in de regio adviseert en ondersteunt bij uiteenlopende arbeidsmarktvraagstukken. Tevens voeren wij de acties uit zoals genoemd in de programmabegroting.
c Economische promotie is geen synoniem van acquisitie. Wij zetten inderdaad niet actief in op het aantrekken van nieuwe bedrijven. We zetten de middelen van economische promotie actief in om het ondernemersklimaat te stimuleren. Het gaat hierbij ook om het aanjagen, stimuleren, ondersteunen en faciliteren van diverse activiteiten. Het organiseren van (kennis)bijeenkomsten, het uitvoeren van het rode loper beleid. Tevens zetten we middelen in voor diverse onderzoeken en (haalbaarheid)studies (o.a. koopstromenonderzoek, dataverzameling, vitaliteitsbenchmark enz.). 7. Bestuursprogramma Samen Redzaam a. Met de inkomensregelingen op lokaal niveau is veel geld gemoeid, in 2024 ruim € 18 mln. Is dit nader te specificeren naar regeling en aantallen ‘deelnemers’? Antwoord: Bedrag: Aantal: · Participatiewet uitkeringen € 10.104.000 630 · Ioaw/Ioaz uitkeringen € 525.000 30 · Bijstand zelfstandigen € 160.000 10 · Loonkostensubsidies € 2.300.000 200 · Minimabeleid € 2.395.000 2000¹ · Schuldhulpverlening € 260.000 80 · Doorbelasting personeel € 2.591.000 en overhead Totaal € 18.335.000 ¹ dit betreft het aantal toegekende aanvragen voor bijzondere bijstand, minimabeleid en maat - werkbudget. Een inwoner kan voor meerdere onderdelen in aanmerking komen dus hier kan een overlap in zitten voor wat betreft het aantal deelnemers. b.
Graag meer informatie over de zelfstandige huisvesting van mensen met een psychische kwetsbaarheid, hoe zit dit eruit? Antwoord: Zelfstandige huisvesting betekent dat mensen in een reguliere woning in een gewone woonwijk (blijven) wonen. Vaak gaat het om een huurwoning van een woningcorporatie. Dit in tegenstelling tot onzelfstandig wonen, waarbij mensen tijdelijk binnen de muren van een zorginstelling wonen. Of in een huis wonen die op naam van de zorginstelling staat, waar zij na bepaalde tijd weer uit moeten vertrekken. Deze verandering noemen we beschermd thuis: de zorg komt naar de inwoner toe, in plaats van de inwoner naar de zor g (dus moet verhuizen). Hiervoor realiseren we 24 -uurs beschikbaarheid van de begeleiding in de thuissituatie. Ook maken we afspraken met woningcorporaties over de toewijzing van woningen aan deze doelgroep en de onderlinge samenwerking daarbij. c. Afgelopen jaren zijn meerdere onderzoeken gepubliceerd waarin wordt aangegeven dat Nederlanders al van jongs af aan veel te weinig bewegen/sporten. Wat is de inzet van de gemeente om dit tegen te gaan en welk bedrag is hiermee gemoeid? Antwoord: Vanuit het beleidsterrein Sport en Bewegen wordt ingezet op de motorische vaardigheden van 0 -12 jaar door 2 buurtsportcoaches in te zetten voor 24 uur per buurtsportcoach. Kosten per jaar: € 113.640.
Zij zetten zich in om voorschoolse opvang, het bewegings onderwijs en de sportverenigingen beweegvriendelijker te maken. Daarnaast wordt vanuit Samen voor Ryan scholing gegeven aan professionals uit kinderopvang/ onderwijs/ GGD/ Sociaal Werk en gemeente over de invloed van bewegen (motorische ontwikkeling) op de hersenontwikkeling van kinderen. Daarbij is een regeling ontworpen waarmee deelnemende organisaties € 3.000 konden ontvangen voor de aanschaf van beweegmateriaal om de opgedane kennis in de praktijk extra te stimuleren. 8. Bestuursprogramma Vitaal Platteland a. In de inleiding staat: “In dit kader zien we kansen voor gebiedsprocessen, innovaties en gebiedsontwikkelingen.” Waar gaat dit over, wat zijn de doelen en beoogde resultaten? Antwoord: In gebiedsprocessen maken boeren voor hun eigen gebied en voor hun eigen toekomst een plan, hoe om te gaan met de opgaven vanuit natuur en klimaat. De provincie stuurt aan op deze gebiedsprocessen in het kader van het PPLG. In gebiedsontwikkelingen wordt nog breder gekeken, en heeft de gemeente veelal een regisserende rol. Naast de genoemde innovaties, dragen gebiedsprocessen en gebiedsontwikkelingen bij aan een vitaal en leefbaar platteland. Dat vitale platteland is het doel. We zetten ons ervoor in om zoveel mogelijk boeren hierover te informeren, een aanjagende rol te vervullen en hen te ondersteunen. b.
“Het buitengebied van Steenwijkerland neerzetten als dé proeftuin van Nederland”. Wat gaat de gemeente concreet doen, welke concrete resultaten worden beoogd, hoeveel ambtelijke capaciteit is hiermee gemoeid? Antwoord: Zoals hierboven vermeld willen we in onze gemeente boeren helpen bij het bepalen van hun toekomstperspectief. Juist in Steenwijkerland is de opgave meervoudig en complex. Hiervoor is het nodig om te experimenteren, koploper te kunnen zijn, financiering te vinden, en bestuurlijke en politieke aandacht te krijgen. Onze aanpak kan een voorbeeld zijn voor andere gebieden. In dit kader kunnen we o.a. het gebiedsproces Baarlingerpolder noemen. Een groep boeren in de omgeving van Blokzijl heeft een dergelijk proces opgestart. Vanuit het Programma Regie op Vitaal Platteland wordt hieraan gewerkt met circa 3 fte. c. Er wordt in 2024 en de volgende jaren ca € 800.000 besteed aan Economische promotie. Wat is het doel hiervan en welke resultaten worden voorzien? Antwoord: In tegenstelling tot hetgeen de benaming van het budget suggereert is maar een beperkt deel van dit budget beschikbaar voor economische promotie (een bedrag van € 154.911 voor toeristische gebiedspromotie door de Stichting Weerribben -Wieden). Daarnaast maken o.a. de jaarlijkse bijdrage aan de Stichting NP Weerribben-Wieden en salariskosten hier onderdeel van uit. d.
Voor de randweg Ossenzijl wordt een lobbyplan op gesteld. Wat betekent dit concreet voor de haalbaarheid van de randweg en wat wordt richting inwoners gecommuniceerd? Antwoord: Om een randweg in Ossenzijl aan te leggen is externe financiering noodzakelijk, bovenop de financiële middelen die we als gemeente beschikbaar hebben. Zonder externe financiering is een randweg in welke vorm dan ook niet mogelijk. Een deskundig bureau krijgt van de gemeente Steenwijkerland opdracht om samen met het dorp een compleet verhaal te maken over de ontwikkelingen van Osse nzijl. Dit is zo afgesproken met PL Ossenzijl. De gemeente wil dat dit jaar (2023) nog oppakken, zodat er in het nieuwe jaar (2024) een goed verhaal is om te lobbyen voor extra geld. Bij bijvoorbeeld provincie, het rijk, maar ook in Europa. 9. Bestuursprogramma Duurzaamheid a. Zitten er, naast de Waterwyck, nog meer solar carports in de planning? Zo ja, welke locaties zijn in beeld? Wellicht is ook een koppeling te maken met het aanjagen van het verduurzamen van Groot Verlaat (p.13)? Antwoord: Het doel is om 1 solar carport te realiseren in 2024. Dit betreft de Waterwyck . Op dit moment zijn er geen andere locaties in beeld. b.
De Stichting Duurzaam Steenwijkerland ontvangt jaarlijks € 75.000, waar is dit bedrag voor bedoeld? Antwoord: Het bedrag van € 75.000 is een aanvulling op het bedrag wat reeds begroot was voor de Stichting Duurzaam Steenwijkerland (zie ook pagina 27 van de begroting). Met het vaststellen van het bestedingsplan, komt het bedrag vo or de Stichting Duurzaam Steenwijkerland uit op € 300.000. De stichting heeft een jaarplan ingediend. Wij leveren de grootste bijdrage aan de begroting van de stichting . Dit bedrag is bedoeld voor vier thema’s: het infopunt, energiecoaches, tuincoaches en zwerfafval . Denk daarbij aan kosten voor vast personeel, opleiding van vrijwilligers en huisvestingskosten van het infopunt. Ook is er ondersteuning bij straatacties omtrent geWOON besparen en het organiseren van buurtavonden. 10. Overige vragen a. Is er een trend te zien in de verdubbeling van het aantal verzoeken Wet Open Overheid (p. 108)? Antwoord: Er is zeker een trend te zien in de toename van het aantal verzoeken. Dit is ook een landelijke trend. Een Woo-verzoek wordt steeds meer gebruikt in lopende juridische geschillen/procedures, zoals handhavingszaken en bezwaarzaken. Ook ruimtelijke ontwikkelingen, zoals woningbouw, leveren Woo- verzoeken op. Bovendien worden in politiek gevoelige dossiers vaker Woo-verzoeken ingediend. Tot 1 oktober van dit jaar zijn bijna 40 Woo-verzoeken ingediend.
Als deze lijn zich doorzet, dan leidt dit tot ruim 50 Woo -zaken over 2023. In voorgaande jaren werden op jaarbasis gemiddeld 30 Wob - verzoeken behandeld. Er is dus sprake van een forse toename in het aantal Woo -verzoeken. De verwachting is dat deze trend doorzet. Naast een stijging van het aantal Woo -verzoeken, zijn de verzoeken vaak ook omvangrijker. Bij omvangrijke Woo -verzoeken worden honderden documenten gedeeld. Dit zorgt voor een enorme belasting van de organisatie om de documenten op te zoeken, te anonimiseren, te beoordelen en te verstrekken. Dergelijke verzoeken vragen dan ook veel ambtelijke uren. b. Wat is de inzet van de gemeente om jeugd te stimuleren op een positieve manier uit te gaan in de nachthoreca? Antwoord: Op VO scholen wordt elk jaar een themaweek Levensvaardigheden (Samen voor Ryan) georganiseerd. In 2021 was er bijvoorbeeld een themaweek in het PRO/VSO over gezonde keuzes (lichaam en voeding). Tactus heeft toen een (verplichte) workshop gegeven over middelengebruik, gamen en gezonde keuzes. Ook de GGD heeft een (verplichte) workshop gehouden over Fit in je vel. Vanaf schooljaar 2021 -2022 wordt er één keer per jaar een themaweek levensvaardighede n georganiseerd op elke VO -school waarin workshops door netwerkpartners en externe gastdocenten gegeven worden over een -door jongeren gekozen- thema.
Dit is aanvullend op het vak Levensvaardigheden wat jongeren helpt goede keuzes te maken (zoals hoe om te gaan met groepsdruk), wat ook van invloed is op uit gaan. In schooljaar 2021 -2022 is vanuit de projectgroep Levensvaardigheden (Samen voor Ryan) extra aanbod gecreëerd. Er zijn twee nieuwe voorlichtingsfilms gerealiseerd (gemaakt met en door leerlingen van Eekeringe). Een van de thema’s was diversiteit (jezelf kunnen/mogen zijn). De gemeente is een van de deelnemers in de projectgroep. Tactus heeft in 2022 voorlichting gegeven over alcohol, drugs en verslaving aan de derde klassen van het Eekeringe. Ook heeft Tactus een oudervoorlichting gegeven samen met stichting JY aan ouders van groep 7 en 8 over alcohol. Er is ook een ouderavond geweest op OEC 't Ravelijn in Steenwijk over het puberbrein, middelengebruik en gamen. In 2023 -2026 (IVP): geven we voorlic hting aan (kwetsbare) groepen over onder andere de risico’s van drugs, alcohol, pestgedrag en cybercriminaliteit. Halt geeft in 2023 acht voorlichtingen op het voortgezet onderwijs (lesonderwerp naar keuze). Voorbeelden van lesonderwerpen zijn: tolerantie en respect, jeugdcriminaliteit en invloed van de groep. c. Is er in beeld of er voldoende locaties voor de jeugd zijn om naartoe te gaan? Zowel nachthoreca als vermaak overdag.
Antwoord: Gebiedscoördinatoren zijn hierover geregeld in contact met Plaatselijk Belang en netwerkpartners. Zij ontvangen daarbij ook wel eens signalen dat er op plekken onvoldoende te doen is voor middelbare schooljeugd. Dit gaat dan vaak om plekken om elkaar te on tmoeten of te sporten in de openbare ruimte. Hierover gaan de gebiedscoördinatoren, het betreffende dorps-/wijkbelang en jongerenwerk van Sociaal Werk de Kop, met de jongeren in gesprek om te onderzoeken waar de behoefte ligt en hoe eventuele plannen kunne n worden ondersteund. Dit heeft al eens geleid tot een fraaie hangplek, pannakooi en passende activiteiten in het dorpshuis. d. Wat is de reden dat we in 2024 en 2025 € 2 miljoen overmaken naar de Algemene reserve vrij besteedbaar? Is dit ter voorbereiding op het financieel ravijn of hebben we geen bestedingsdoeleinden voor dit bedrag? Antwoord: Het is bedoeld om de reservepositie te verbeteren. VVD 11. Grondexploitatie (besluiten: 6b.), we bieden het college en ruimer mandaat om tegen andere grondprijzen te verkopen: Kunnen jullie met een voorbeeld aangeven, bijvoorbeeld met betrekking tot het Kornputkwartier wat dit specifiek voor de grondexploitaties kan betekenen. Bijvoorbeeld als de boekwaarde de marktwaarde overstijgt. Antwoord: Deze optie is niet bedoeld om in algemene zin tegen andere prijzen dan de grondprijzenbrief opgenomen te hanteren.
Het maakt het mogelijk om het college in staat te stellen om een restkavel tegen een lagere prijs te verkopen of het complex hiermee af te ronden, zonder dat dit resulteert in een negatief resultaat van het complex. Een voorbeeld met betrekking tot het complex Kornputkwartier is dan ook niet te maken in dit verband. En biedt dat dan ook bijvoorbeeld ruimte om de resterende kavels in de Woldmeenthe tegen een lager bedrag te verkopen? Antwoord: Nee, niet op dit moment. Met een totaalopbr engst van nog € 1 .732.000 is er geen sprake van een restkavel/afronding van het complex. Waar de afzet een risico is en deze gekwantificeerd is op € 850.000. Antwoord: De activiteiten in het complex Woldmeenthe zijn de afgelopen jaren zeer gering. Er bestaat dan ook de mogelijkheid dat deze afzet op basis van de huidige marktomstandigheden niet wordt gerealiseerd. Ook een poging om huurwoningen (en dus verkopen van grond) te realiseren nabij de Steenwijker Aa is niet uitvoerbaar gebleken. Daarom is het risico van de afzet (het niet realiseren) ingeschat zoals weergegeven op pagina 21 van de bijlage grondexploitaties. 12. Scholen (IHP): Wij lezen in het programma dat ten aanzien van het IHP , pagina 32. Dat er eventueel wordt ingezet op de scholen samen in Vollenhove. Wat is daar de situatie en waarom kan daar niet strakker op worden gestuurd. Ipv eventueel samen -> het doel samen.
Ook in lijn met het amendement wat daarvoor is aangenomen Antwoord: In Vollenhove zijn 2 schoolbesturen (Aves en Op Kop) die graag samen onder 1 dak willen en zij zijn samen in gesprek over hoe de onderlinge samenwerking eruit zou kunnen komen te zien. Zij werken aan een intentieovereenkomst hiervoor. De Voorpoort is echter wel een kleine scho ol (momenteel minder dan 50 leerlingen). De vraag is of deze school op termijn dan ook wel bestaansrecht heeft. Ook is de Voorpoort nog niet toe aan renovatie of vervangende nieuwbouw (daarom ook niet opgenomen in IHP). Nu voor de S t. Martinus vervangende nieuwbouw in de planning staat, is dit wel het moment om te kijken of wij niet deze beide scholen samen onder 1 dak kunnen huisvesten. Dit is zeker een kans, maar vraagt ook een extra investering. De Voorpoort zit niet in IHP en begroting. Wij zullen in ee n raadsvoorstel de voors en tegens en het benodigde extra budget in beeld brengen, zodat de raad een weloverwogen keuze hierover kan maken. 13. Visie Steenwijk: Waarom kost een visie maken € 125.000, hoe is dat opgebouwd? Antwoord: Voor Steenwijk wordt een visie opgesteld met de thema’s woningbouw, bedrijventerreinen, mobiliteit en klimaat. We staan voor de opgave om in Steenwijk woningen toe te voegen (zie woonagenda). Naast de lokale vraag gaat het om bovenlokale vraag vanuit de versted elijkingsstrategie.
Evenals voor het bedrijventerrein geldt de vraag, waar dit gerealiseerd kan worden en welke impact de diverse ontwikkelingen hebben op elkaar, de omgeving, de leefbaarheid en de bereikbaarheid van de stad. In combinatie met de uitdaging en voor het klimaat zal de visie hier richting in aangeven. De middelen worden ingezet voor het opstellen van de visie door een extern bureau, het verrichten van de nodige onderzoeken en het inrichten en uitvoeren van het participatieproces. 14. Museum: Een voorbereidingskrediet van € 277.000, wat wordt daarvoor gerealiseerd? En wat hebben de plannen tot nu toe gekost? Antwoord: Antwoord vraag 14a In het raadsbesluit van 4 april 2023 is bij beslispunt 3 aangegeven waarvoor het voorbereidingskrediet wordt ingezet; - In 2023 een deel van het gevraagde krediet, te weten € 276.816 beschikbaar te stellen voor de voorbereiding op de realisatie van het nieuwe museum. Deze middelen zijn bestemd voor onder andere uitwerking van het museumconcept, inzet van een architect t.b.v. schetsontwerp, begeleiding van het bouwproces en opzet van de nieuwe museum organisatie. - Zoals ook blijkt uit onderstaand tabel zijn er t.a.v. het voorbereidingskrediet nog geen kosten gemaakt Antwoord vraag 14b In onderstaande tabel zijn de reeds gemaakte kosten van het museumproject weergegeven.
Jaar omschrijving project Beschikbaa r budget bedrag na begrotingswi jziging juli 2023 bedrag Begroot bedrag Werkelijk bedrag Restant 2023 Museumproject museum Steenwijk(K) 150.000,00 317.869,00* 467.869,00 65.081,06 383.787,94 2022 Museumproject museum Steenwijk(K) 150.000,00 0,00 150.000,00 108.947,21 41.052,79 2021 Museumproject museum Steenwijk(K) 0,00 65.000,00 0,00 93904,95. -28.904,95 Ad 1) Toelichting begrotingswijziging juli 2023 - Het budget van 2022 (+ 41.052,79) is verrekend met het budget 2023 - Naast de verrekening is het budget verhoogd met 276.816,00 voorbereidingskrediet, conform het raadsbesluit van 4 april 2023 15. WOZ (4.1.6. pagina 63) Hoeveel geld is men dit jaar kwijt aan bezwaarschriften via bureaus? Heeft de dalende lijn zich verder ingezet? Antwoord: Voor dit jaar wordt gerekend op een bedrag aan proceskostenvergoeding van ca. € 35.000. In 2022 bedroeg de proceskostenvergoeding € 50.000. Aangetekend dient te worden dat de dalende lijn zich lijkt voort te zetten ondanks het toegenomen aantal bezwaren via de ncnp-bureaus’s (2022: 299, 2023: 562). De verklaring hiervoor zit in het feit dat het aantal gegronde bezwaren drastisch is afgenomen (2022: 20,1 %, 2023: 9 %). 16. Leningportefeuille: We hebben een totaal aan leningen van € 51 miljoen tegen een ren tepercentage van 1,7%, de aankomende jaren blijft dat gelijk.
Betekent dat de rentepercentages langjarig zijn vastgezet? En zo ja tot wanneer? Antwoord: Alle nog lopende leningen (18) hebben een percentage die voor de algehele restantlooptijd is vastgelegd. Dit houdt in dat er tussentijds geen ren tebijstellingen meer gaan plaatsvinden. De restantlooptijden van de leningen zijn verschillend. Dat varieert van nog 2 tot 24 jaar. Vijf van d eze leningen zijn doorgesluisd naar een woningcorporatie. De omvang van de langlopende geldleningen per 1-1-2024 bedraagt ruim € 52 mln. 17. Jeugdzorg: beweging naar nul (blz. 16) De financiële prikkel in de jeugdzorg, zowel intra -als extramuraal is het a antal kinderen. Wij vernemen dat dit binnen jeugdzorg een issues is. Hoe is dit onderwerp van gesprek in dit project en hoe zet de gemeente in om deze prikkel te wijzigen? Antwoord: De gemeentelijke toegang heeft een belangrijke taak om de jeugdwet beschikkingen af te geven, waarbij altijd het uitgangspunt is de meest passende zorg voor de jeugdige en niet vanuit financieel overwegingen (en daarmee het aantal kinderen). In de regio IJsselland werken we met 11 gemeenten en alle systeempartijen aan 0 uit(huis)plaatsingen.
Dit is vastgelegd in een transformatieconvenant met de doelstellingen om het aantal uit(huis)plaatsingen te verminderen, de duur van de uithuisplaatsingen verkorten en het doen groeien van het aantal kleinschalige gezinsgerich te woon- en verblijfsvormen. De 3 specifieke transformatie opgaven zijn normaliseren, ambulantiseren en kleinschalig gezinsgericht wonen. Om dit te kunnen realiseren moet het jeugdbeleid in samenhang worden uitgevoerd. Ook vindt tegelijkertijd de vertaalslag naar de lokale situatie plaats: versterking van het preventief jeugdbeleid, verbetering samenwerking met het onderwijs en huisartsen. Hierdoor vindt versterking van het lokale veld plaats. En kan de formele zorg eenvoudiger, goedkoper en minder zwaar georganiseerd worden. Deze lokale samenwerking met huisartsen en onderwijs zorgen ervoor dat gezinnen sneller en vaak met lichtere ondersteuning geholpen worden. Dit zorgt ervoor dat er minder kinderen naar meer gespecialiseerde jeugdhulp worden doorverwezen. 18. Bij het armoedebeleid wordt ook ingezet op werkende armen. Wat is het plan van aanpak om deze doelgroep te bereiken? De informatiemarkten overdag door de week en de spreekuren idem dito worden niet of nauwelijks door werkenden bezocht, immers ze we rken dan. Graag duidelijkheid hier over.
Antwoord: Alle campagnes over geldzorgen, landelijk maar ook regionaal, hebben er gelukkig voor gezorgd dat het praten over geldzorgen steeds “gewoner” wordt. Werkgevers hebben hierin ook een omslag gemaakt en zijn zich er steeds meer van bewust dat werknemers met geldzorgen geholpen moeten worden. Zij faciliteren hierin door werknemers tijdens werktijd de gelegenheid te geven hulp te zoeken. Daarnaast werken niet alle werkende armen van maandag tot en met vrijdag va n 8.00 uur tot 17.00 uur. Binnen het armoedebeleid houden wij ook rekening met mensen die bijvoorbeeld in ploegendiensten werken of in de horeca werkzaam zijn. Concreet betekent dit: - Informatiemedewerker Geldloket komt bij werkgevers om uitleg te geven; - Op oneven weken is er op donderdag spreekuur Geldloket op het gemeentehuis van 17.00 uur tot 20.00 uur; - Vanuit de Vroegsignalering is er, afhankelijk van het soort melding (intensief) contact. Bij dubbele meldingen (bijvoorbeeld energie en zorg, hog e achterstanden en huur - achterstanden) wordt er aangekondigd een huisbezoek afgelegd. Dit huisbezoek vindt plaats op verschillende dagen (ma t/m woe) en op verschillende momenten, aan het begin van de dag, halverwege de dag of aan het einde van de dag. Er zijn ook belmomenten in de ochtenduren, middaguren en in de avonduren (tussen 18.00 uur en 20.00 uur). 19.
Waarom is het vergroten van de rol van de gemeentelijke toegang op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling beter? Er moeten hiervoor extra mensen geschoold worden, terwijl er misschien betere expertise in de markt is. Antwoord: Casusregie bij casusmeldingen vanuit Veilig Thuis IJsselland (VTIJ) is een van de taken die hoort bij de gemeentelijke toegang en dus de verantwoordelijkheid van de gemeentelijke toegang is. Doordat vanaf het jaar 2024 zowel 18- als 18+ casussen worden overgedragen naar de gemeentelijke toegang, wordt de casusregie vergroot, de kwaliteit geborgd en is er meer toezicht op het gebied van veiligheid. De scholing van de medewerkers van de gemeentelijke toegang maakt het toegerust op het uitvoeren van de taken die bij de gemeentelijke toegang horen. Dit is ook op advies van VTIJ. Het VTIJ ontwikkelt zich door als een expertisecentrum waar medewerkers van de gemeente lijke toegang altijd terecht kunnen voor advies en ondersteuning. 20. In het programma Vitaal platteland wordt de Stichting Nationaal Park Weerribben een rol toegedicht. De laatste jaren hebben wij echter geen zicht op de activiteiten van deze stichting.
Kan er een overzicht komen wat deze stichting in 2022 en 2023 gedaan heeft mbt vitaal platteland? Antwoord: De Stichting NP Weerribben-Wieden richt zich op een Vitaal Platteland met balans tussen leefbaarheid, economie en natuur & landschap. Wat ze hierin doen staat vermeld op de website www.npweerribbenwieden.nl. De projecten die betrekking hebben op toekomstbestendige landbouw staan onder ‘projecten’ genoemd. De stichting is altijd bereid dit mondeling toe te lichten. 21. Op blz.23 wordt gesproken over uitvoering geven aan de toeristische activiteiten van de economische agenda. Waar kunnen we dit uitvoeringsoverzicht vinden? Antwoord: Bureau Louter heeft een Brede Welvaart en Vitaliteitsscan gemaakt als basis voor een op te stellen economische agenda. Er wordt nu informatie verzameld over wat ondernemers belangrijk vinden. Hierbij wordt ook de toeristische sector betrokken (o.a. via de Business Club Steenwijkerland) . Op 6 december 2023 zullen we in een werkvergadering de eerste bevindingen met u delen. 22. Op blz. 26 wordt gesproken over inzetten op deelautoproject. In Willemsoord is dit project gestopt omdat het niet rendabel was door te weinig gebruik. De vraag is of dit dan wellicht ook voor de rest van de gemeente geldt.
Wat kost dit project in 2023 en 2024 aan ambtelijke inzet en marketing? Antwoord: Projecten waarbij gedragsverandering een belangrijke succesfactor is, moeten de kans krijgen om te groeien. Op dit moment loopt er een onderzoek naar de kansen van een deelauto-concept in de gehele gemeente. Daarbij zal in eerste instantie worden ingezet op de meest kansrijke plekken. Het onderzoek ronden we eind 2023 af. Inclusief ambtelijke inzet en communicatie heeft dit € 15.000 gekost. Aan de hand van de resultaten bepalen we het vervolg voor 2024. 23. Op blz. 32 wordt gesproken over het benutten van de denk- en doekracht van de gemeente. Doel is o.a. 3 onderzoeken (in 2023 niet gehaald) en nog een aantal ander e activiteiten. Waar kunnen we het plan van aanpak vinden van dit project en de kosten die hier mee gemoeid zijn? Antwoord: Sinds 2018 vragen we de deelnemers aan het online inwonerspanel gemiddeld 3 keer per jaar om hun mening over verschillende onderwerpen . Voor de inzet van het inwonerspanel is structureel geld opgenomen. Voor het subsidiëren van minimaal 10 inwonersinitiatieven is ook structureel geld opgenomen. Ten aanzien van de moge lijkheden van digitale participatie : De eerste stap is een marktonderzoek waarbij de bestaande platforms en andere mogelijkheden onderzocht worden .
Daarnaast wordt de behoeft in Steenwijkerland onderzocht, bijvoorbeeld aan de hand van het inwonerspanel. Aan de hand van de uitkomst van de eerste stap, wordt bepaald wat het vervolg is. Dit zou een plan van aanpak inclusief kostenraming kunnen zijn. 24. In het hoofdstuk bedrijfsvoering wordt gesproken over de wijze van projectmatig werken in de gemeente, dat hier verbetering mogelijk is en dat de doorontwikkeling projectmatig wordt opgepakt. Dit lijkt wat tegenstrijdig aan elkaar. Is hier een extern bedri jf bij betrokken en op welke wijze wordt project/programmamatig werken ingevoerd in de gehele organisatie? Te denken valt aan uniforme wijze van programma -opzet, middelenverantwoording, linkingpin tussen projecten, projectverantwoordelijkheid versus lijnve rantwoordelijkheid etc. Hoe verhoudt zich dit bv tot het project Eigenaarschap? Antwoord: Het is een bewuste keuze om datgene wat projectmatig werken inhoudt - werken richting een specifiek eindresultaat - projectmatig aan te pakken. We hebben een externe partij gevraagd om een oordeel waar we staan met advies voor het vervolg en daar is het plan van aanpak op gebaseerd. Deze partij heeft meegelezen in het plan van aanpak en wordt op onderdelen ervan ingezet voor hun expertise. Het implementeren en borgen van de wijzigen en überhaupt deze manier van werken is onderdeel van het project.
Het doorontwikkelen van projectmatig en programmatisch werken draagt zeker bij aan eigenaarschap. Maar dat is de harde - meer zakelijke - kant. Het inzetten van dienend leiderschap voor het verstevigen van eigenaarschap draagt bij aan het welbevinden, aanpassingsvermogen, samenwerken/verbinden etc. 25. Blz. 83 Begrijpen wij het goed dat op dit moment de enige manier op de solvabiliteitsratio omhoog te krijgen het doen van minder investeringen is? Wat is het financieel risico bij een te laag solvabiliteitsratio en hoe hoog schatten jullie die in? Antwoord: Het verhogen van de solvabiliteitsratio kan op meerdere manieren: 1. Het verhogen van de reserves door te "sparen” en hierdoor het eigen vermogen te verhogen. 2. Het beperken en uitstellen van investeringen, waardoor het balanstotaal niet verder toeneemt. 3. Eenmalige kosten niet ten laste van de reserves financieel af te dekken, maar ten laste van het begrotingssaldo. Het verhogen van de reserves heeft hierbij een groter effect, dan het verminderen van de activa (minder investeringen) Rekenvoorbeeld: Stel 1 2 in mln in mln in mln Reserves: 33 38 33 Balanstotaal 148 148 143 Solvabiliteit 22% 26% 23% 1 Reserves stijgen met € 5 mln 2 Investeringen dalen met € 5 mln Het kengetal (geen norm) solvabiliteitsratio brengt in beeld in hoeverre de gemeente haar activiteiten heeft gefinancierd met eigen dan wel vreemd vermogen.
De uitkomst ervan wordt berekend door de omvang van het eigen vermogen uit te drukken als een procentueel aandeel van het balanstotaal. De uitkomst van het kengetal geeft daarmee aan welk deel van het gemeentebezit is afbetaald, doordat er geen schuld op rust. Gemeenten hebben voor het opvangen van tegenvallers op de exploitatie, die leiden tot negatieve exploitatieresultaten, een vermogensbuffer nodig om deze op te vangen. Dit opvangen van tegenvallers vindt dus plaats door het bezit zwaarder met schuld te belasten. De maat voor een voldoende solvabiliteit is daarom solvabiliteitsratio groter dan 20%. Bij een lager eigen vermogen is de vermogensbuffer van een gemeenten erg klein1. Bij een negatief percentage als uitkomst zijn de schulden van de gemeente zelfs hoger dan de waarde van de bezittingen en staat het gemeentebezit onder water. Dit mag niet volgens de regels van het provinciaal toezicht. Een hoge omvang van de reserves stelt de gemeente in staat om incidentele financiële tekorten op te vangen. Wel belangrijk hierbij te vermelden is dat het een “p robleem” wordt indien er onvoldoende aandacht in de begroting is voor risico's die eenmalig of structureel (rentestijgingen, prijs -en looninflatie) op de gemeente afkomen.
Nog problematischer wordt het indien de indicator "structurele begrotingsruimte” negatief wordt zoals nu het geval vanaf 2026, indien er geen financiële compensatie vanuit het Rijk komt. In de begroting hebben we geen rekening gehouden met extra financiële middelen vanuit het Rijk. Hierdoor is deze indicator negatief. Wij gaan er echter van uit dat er op enig moment compensatie zal gaan plaatsvinden. Belangrijk in dit opzicht is het moment van duidelijkheid hierover. Met de verkiezingen en vervolgens de formatie van een nieuw kabinet kan deze onduidelijkheid nog lang op zich laten wachten. 1 Zie www.findo.nl Een la ge solvabiliteitsratio samen met een negatieve “structureel begrotingsruimte” moet worden ingeschat als zeer risicovol. Of deze situatie ook volgend jaar zich nog voordoet kan nu niet worden ingeschat. 26. Blz.110 Waarom klopt de optelsom: aantal medewerkers + aantal stagiaires+ aantal inhuur niet met het totaal? Is dit een andere som? Antwoord: Aantal medewerkers + aantal inhuur = totaal medewerkers inclusief inhuur. In de optelling worden de stagiaires niet meegeteld. Partij van de Arbeid 27.
P6 Tav het plek geven van Brede Welvaart in het beleid van onze gemeente: zal monitoring van brede welvaart in onze gemeente daar ook deel van uitmaken? Antwoord: Over de brede welvaart hebben we in de inleiding van de bestuursprogramma’s aangegeven dat we hiervoor de aansluiting bij de 17 Global Goals (SDG’s) verder uit gaan werken. Op pagina 9 hebben we daarbij het volgende aangegeven: ‘Het verder implementeren van de Global Goals in onze programma’s en beleid en het monitoren van de voortgang zien we als een duidelijke opdracht in het komende jaar. Het antwoord op uw vraag is dan ook bevestigend. We zijn we daarbij benieuwd welke beelden en wensen u als raad hierbij heeft. Een mogelijkheid zou kunnen zijn dat we hiervoor een raadsacademie over de brede welvaart en Global Goals organiseren. 28. P10 Tav het opstellen van woonwagenbeleid: in de najaarsnota wordt gesproken over het onderzoeken van structurele standplaatsen voor woonwagens. Hoe verhoudt zich dat tot deze beoogde actie om eerst beleid te maken? Kunt u daar een toelichting op geven? Antwoord: Het opstellen van beleid loopt voor een deel parallel aan het onderzoeken van structurele standplaatsen. Uit eerder onderzoek weten we dat er een behoefte is. Het onderzoek vraagt om een actualisatie.
Ook is bij de uitvraag voor de actualisatie specifie k gevraagd om aan te geven welk deel van de extra behoefte inzet van woningbouwcorporaties vraagt. Dit in het kader van passend toewijzen, waarbij de inkomensgrenzen erg belangrijk zijn. Het beleid gaat overigens over meer aspecten. Het gaat ook in op de k oers die gemeente Steenwijkerland wil varen voor de doelgroep woonwagenbewoners. 29. P14 Waar zit bij werk en economie bij het saldo van baten en lasten het verschil (+/ - 1 miljoen) tussen begroting 2023 en begroting 2024 en MJR 2025-2027 in? Antwoord: In 2023 is een winstneming van € 922.000 begroot van m et name het complex Oostermeentherand (onderdeel van de grondexploitatie). Deze winstneming wordt toegevoegd aan de Algemene reserve vrij besteedbaar. Zie ook pagina 118 en 136 30. P20 Wat zijn voorbeelden van baten bij “6.1 Samenkracht en burgerparticipatie”? En waarom zijn die maar minimaal meegenomen vanaf 2024? Antwoord: In de jaren 2022 en 2023 is er een bijdrage van het Rijk opgenomen in de begroting voor het opvangen van gevluchte Oekraïners in onze gemeente. In 2023 is dit een bedrag van € 8,4 miljoen. Vanaf het jaar 2024 hebben wij nog geen rekening gehouden met een rijksbijdrage. Bij de uitgaven is vanaf het jaar 2024 ook nog niets geraamd (zie ook vraag 41). 31.
P23 Tav de drie-sporen aanpak: bestaat er een plan voor deze aanpak op gemeentelijk niveau voor (niet de PPLG of deze begroting) en zo ja, waar kunnen we dat vinden? Antwoord: In de Programmabegroting staat vermeld wat wij willen gaan doen in lijn met de drie sporen aanpak van de provincie: het aanjagen, ondersteunen en begeleiden van initiatieven. Dit is niet vastgelegd in een plan. Gebiedspartijen die samen een plan opstellen willen we juist verder helpen met hún plan. Naast personele capaciteit hebben we financiële middelen (€100.000 per jaar) beschikbaar om initiatieven voortkomend uit gebiedsprocessen financieel te ondersteunen. Op korte termijn zullen we hiertoe subsidieregels vaststellen. 32. P32 Tav unilocatie VO: wanneer ligt er naar verwachting een raadsvoorstel voor de unilocatie? Antwoord: De studie naar de unilocatie is onlangs afgerond. In de werkvergadering van 14 november 2023 wordt deze aan de raad gepresenteerd. Het college wil voordat z ij adviseert over de unilocatie eerst graag advies van de raad over het vervolg. Deze adviesaanvraag staat gepland voor de politieke markt van 12 december a.s. Met de input vanuit de raad van 12 december wordt dan een raadsvoorstel voorbereid. De bedoeling is dat deze in de raad van februari 2024 op de agenda staat. 33.
P32 Waarom wordt er in Vollenhove wel gesproken over eventueel samen nieuwbouwen en in Blokzijl niet? Antwoord: De trajecten zitten nog niet in dezelfde fase. In Vollenhove zijn 2 schoolbesturen die graag samen onder 1 dak willen en zij zijn samen in gesprek over hoe de onderlinge samenwerking eruit zou kunnen komen te zien. Zij werken aan een intentieovereenkomst hiervoor. In Blokzijl is het eerste vraagstuk of de voorgenomen renovatie van de Schutsluis nog steeds het gewenste scenario is of dat vervangende nieuwbouw een beter idee is. Als vervangende nieuwebouw het beste scenario is, zullen wij ook zeker kijken naar de andere school (Rolpaal). Kan deze direct meegenomen worden hierin of w ellicht op termijn? Ook naar andere koppelkansen zal gekeken worden. 34. P33 Wat is de aanleiding voor de aankoop van het dorpshuis Paasloo en wat betekent dit voor het beheer? Antwoord: De Paasloër gemeenschap is voor haar activiteiten altijd afhankelijk van ruimte bij mensen thuis of de lokale horeca / recreatiebedrijven. Dit is qua organisatie lastig en vaak kostbaar. Ook merkt het verenigingsleven dat hierdoor weinig nieuwe initiatieven van de grond komen. Nu de kerk vastgoed wil afstoten is PB Paasloo in gesprek voor overname en verbouw. De provincie heeft € 50.000 beschikbaar gesteld op voorwaarde dat de gemeente substantieel bijdraagt. Paasloo gaat zelf het beheer doen.
Inmiddels is er een exploitatieraming gemaakt waaruit blijkt dat het hebben va n een dorpshuis haalbaar is voor de lange termijn. 35. P38 Tav rapportcijfer klanttevredenheid, wat is het cijfer nu en waarom streeft u naar 7,5? Antwoord: Het rapportcijfer van de mensen die de KlantContactMonitor hebben ingevuld is gemiddeld een 8, gemeten over de periode 1 januari t/m 30 september 2023. Deze KlantContactMonitor meet de klanttevredenheid van inwoners die contact hebben gehad met de gemeente. Het gaat dan om mensen die gebeld hebben met het algemene nummer, inwoners die voor een afspraak bij de balie in het gemeentehuis zijn geweest, inwoners die een vergunning hebben aangevraagd, inwoners die een melding openbare ruimte hebben gedaan of inwoners die een andere online aanvraag hebben gedaan. Van deze mensen vult gemiddeld 11,5% de enquête in. We gebruiken de uitkomsten van deze en andere onderzoeken (bijvoorbeeld klantreizen) om te blijven werken aan onze dienstverlening. We streven naar minimaal een 7,5 als klanttevredenheidscijfer. 36. P47 Tav Huisvesting huisartsen Giethoorn: Wat is de actuele stand van zaken? De investering staat voor 2024, gaat er dan verbouwd worden? Antwoord: We onderzoeken de haalbaarheid van renovatie of nieuwbouw. Streven is dit jaar een aanbesteding te organiseren op basis waarvan contractuele afspraken kunnen worden gemaakt met de huisartsen.
We zetten in op realisatie in 2024. Meerjarenbegroting grondexploitaties 37. P20, in de tabel “nog te realiseren woningbouw ”Woldmeenthe” staat in regel “rij sociale huur” bij aantal 0 en bij percentage 80%. In welke context moeten we dat zien? Antwoord: Het percentage moet 0% zijn. Dit omdat er geen huurwoningen meer worden gerealiseerd. Het percentage bij woon-werk kavels is dan 67% en bij kantoorkavels 33%. 38. P28: in de tabel “nog te realiseren woningbouw” geeft het totaal 103 woningen maar opgeteld (30+10+65=105). Wat veroorzaakt het verschil? Antwoord: Het aantal bij 2 onder 1 kap moet 8 zijn in plaats van 10 en het percentage 8%. BGL 39. Blz. 14 baten 3.1 economische ontwikkeling waarom is dat voor 2024 en daarna niet berekend? Antwoord: Deze baten hebben betrekking op de eenmalige bijdragen voor de Regiodeals, het horecacollege , de subsidie stadsarrangementen en een fonds leader bijdrage en komen dan in 2024 dan ook niet voor in de begroting. 40. Blz. 19 Indexering van de contracten 2024. In de PPN is geanticipeerd op een stijging van 4%, het RSJ geeft aan dat van lopende contracten een indexering van 7,5% wordt verwacht. Er wordt aangegeven dat dit komt door forse loonstijging.
Dit had men toch kunnen voorzien en een waarschuwing kunnen afgeven voor de begroting, hoe kunnen we grip houden op deze uitgaven? Antwoord: In de PPN is, op advies van het RSJ, ui tgegaan van de voorlopige prijsindexcijfers 2024 (personele- en materiele kosten) door het NZA gepubliceerd (afgerond 4% medio februari 2023). De prijsindexcijfers zijn op basis van lopende sectoriale cao -ontwikkelingen door het RSJ afgelopen september berekend. Dit komt neer op een gemiddelde reële prijsstijging van 7,5%. We zijn als gemeente gehouden aan de contractuele afspraken wat momenteel door de economische omstandigheden extreme effecten heeft op het gemiddelde jeugdzorgtarief. Op deze externe factoren is door onze gemeente en het RSJ geen grip uit te oefenen. We monitoren op regionaal niveau wel of onze tarieven van de jeugdzorg reëel zijn. Lokaal wordt de raad met behulp van de P&C cyclus en de monitor Sociaal domein op de hoogte gehouden van de gemeentelijke kostenontwikkeling van het sociaal domein om grote afwijkingen ten opzichte van de begroting zoveel als mogelijk te voorkomen. 41. Blz. 20 baten 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie, wat is de reden dat deze bedragen in 2024 er daarna zo terugvallen? Antwoord: In de jaren 2022 en 2023 is er een bijdrage van het Rijk opgenomen in de begroting voor het opvangen van gevluchte Oekraïners in onze gemeenten.
In 2023 is dit een bedrag van € 8,4 miljoen. Vanaf het jaar 2024 hebben wij nog geen rekening gehouden met een rijksbijdrage. Bij de uitgaven is vanaf het jaar 2024 ook nog niets geraamd (zie ook vraag 30). 42. Blz. 33 en 47 Huurinkomsten huisartsenpraktijk, vordering op toekomstige huurinkomsten, hoe wordt daar mee omgegaan en wordt er een tijdslijn aan gekoppeld? Antwoord: De eerste 3 jaar wordt er minder huur betaald, dit wordt in de 3 jaren daarna ingehaald, waarna in de periode daarna de huur gelijkloopt aan de kapitaallasten. 43. Blz. 33 B6.17 aankoop dorpshuis, wat voor baten en in de toekomst kosten staan er tegenover? Antwoord: Er is een investeringsbegroting opgesteld. Daarnaast is er ook gekeken naar een exploitatiebegroting waarin inkomsten en uitgaven zijn verwerkt. 44. Blz. 35 Museum Steenwijk, wordt een voorbereidingskrediet gevraagd van € 277.000 verwerkt in het bestedingsplan 2024-2027. Wat is de opbouw van deze kosten en in 2022 is er € 150.000 gevraagd en toegezegd. Hoe en aan wat is dit bedrag uitgegeven, graag een onderbouwing (verantwoording). BGL wil graag meer duidelijkheid over de stand van zaken t.a.v. de fondsenwerving, in de PPN 2022 is ervan uitgegaan van € 810.000 is dat realistisch? Antwoord: Vraag 44a. Museum Steenwijk, wordt een voorbereidingskrediet gevraagd van € 277.000 verwerkt in het bestedingsplan 2024-2027.
Wat is de opbouw van deze kosten Antwoord vraag 44a - In 2023 een deel van het gevraagde krediet, te weten € 276.816 beschikbaar te stellen voor de voorbereiding op de realisatie van het nieuwe museum. Deze middelen zijn bestemd voor onder andere uitwerking van het museumconcept, inzet van een architect t.b.v. schetsontwerp, begeleiding van het bouwproces en opzet van de nieuwe museum organisatie. Vraag 44b In 2022 is er € 150.000 gevraagd en toegezegd. Hoe en aan wat is dit bedrag uitgegeven, graag een onderbouwing(verantwoording). Antwoord vraag 44b Het per 2021 beschikbaar gestelde budget (ppn 2022-2024) van € 65.000 en het per 2022 en 2023 beschikbaar gestelde budget van € 150.000 is bestemd voor; 1. De inzet van de kwartiermaker museumproject, 2. opstellen van een Masterplan museumproject 3. aanverwante werkzaamheden, zoals doorrekenen van de bouwkosten, onderzoek van de beoogde panden op het gebied van monumentenzorg, vergunningen etc. Vraag 44c BGL wil graag meer duidelijkheid over de stand van zaken t.a.v. de fondsenwerving, in de PPN 2022 is er van uitgegaan van € 810.000 is dat realistisch? Antwoord vraag 44c • Het bedrag van € 810.000 dat door fondsen wordt ingebracht is opnieuw geverifieerd en is nog steeds realistisch, ervan uitgaande dat de plannen worden doorgezet en de gemeente mee investeert.
Circa driekwart hiervan is bestemd voor inrichting van het museum en een kwart voor bouw/herbestemming. • Er zijn ook kansen voor bijdragen in restauratie, maar om hiervan een goed beeld te krijgen is een eerste schets van een architect en een energieadvies voor de Spijkervetstallen nodig. • Er is met adviseurs van RvO gesproken over de mogelijkheden van de DUMAVA subsidie (zie bijlage). Het project past in de regelingen, maar de regeling is erg populair. De subsidie wordt op de dag van opening al overvraagd. Zaak is de aanvraag vroeg voor te bereiden om op de dag van opening direct in te kunnen dienen. In het voorjaar gaat deze regeling vermoedelijk weer open. Bij voorkeur wordt hier direct na instemming raad op 7 nov. mee gestart. 45. Blz. 41 en 48 B4.2 hoe is het gereserveerde bedrag van uit de woningbouw Blokzijl van 2 ton verwerkt? Komt toch boven het aangegeven bedrag bij? Antwoord: Het bedrag van € 200.000 die vanuit de GREX Noordermaten IV zijn gereserveerd, zal worden toegevoegd aan de al gereserveerde € 4,5 miljoen. Echter, we gebruiken € 200.000 van de beschikbare € 4,5 miljoen als voorbereidingskrediet. De bedragen uit de GREX zijn niet zichtbaar in de Programmabegroting. 46. Blz. 47 Wijkvisie Steenwijk West investering van € 2.194.000 is dit voldoende om alles te realiseren? Antwoord: Op basis van de aannames die we hebben gedaan is dit voldoende.
Daarbij dient wel een kanttekening te worden gemaakt dat de herinrichting van de Van Riebeeckstraat al is komen te vervallen en dus niet meer is meegenomen. 47. Blz. 63 en 64 het prijsindexcijfer voor afvalstofheffing is 2,4%, de ROVA hangt er een index aan van 3.66%. Hoe kan dit verschil uitgelegd worden? Antwoord: Er is sprake van een verschillende systematiek. De gemeente hanteert de index prijscompensatie voor intermediairverbruik. De ROVA hanteert een andere systematiek, waarbij o.a. ook de looncompensatie meetelt. 48. Blz. 108 Woo, er wordt weergegeven dat de Woo verzoeken stijgen en ook voor 2024. Hoeveel fte’s worden ervoor ingezet en wat zijn de financiële consequenties? Antwoord: Voor de Woo is in totaal 1 fte beschikbaar, verdeeld over twe e functies: de Woo -contactpersoon (verplicht op grond van de Woo) en de juridisch (beleids -)medewerker. Bij hen komen de Woo - verzoeken binnen en zij pakken ook de contacten met indieners en derden, alle correspondentie en de besluiten centraal op. Het opzoeken van de informatie en het anonimiseren en beoordelen daarvan ligt bij de vakteams. Dit vraagt uiteraard de nodige tijd van de teams. De juridische beleidsmedewerker heeft hierbij een adviserende taak. Naast het reageren op Woo -verzoeken (= passieve op enbaarmaking) moet ook uitvoering worden gegeven aan de actieve openbaarmakingsverplichting.
Dit houdt in dat de gemeente uit eigen beweging 11 informatiecategorieën openbaar moet maken. Dit gedeelte van de Woo is nog niet inwerking getreden. Onder meer voor de implementatie van de actieve openbaarmakingsplicht is geld beschikbaar gesteld. Onze gemeente ontvangt de volgende bedragen vanuit het Rijk: 2022: € 122.000; 2023: € 136.000; 2024: € 151.000; 2025: € 166.000 en 2026: € 166.000. Vanuit dit budget wordt de 1fte van de Woo bekostigd. Daarnaast is dit budget nodig voor het actief openbaar maken van informatie. Het is de vraag of dit voldoende is, omdat ook op het gebied van ICT- infrastructuur aanpassingen nodig zijn. Daarnaast brengt de Woo een cultuurverandering te weeg. Het doel van de Woo is namelijk om actief informatie openbaar te maken om de transparantie te vergroten en het vertrouwen in de overheid te herstellen. Dit vraagt om een interne bewustwording bij het opstellen van documenten. De verwachting van de rijksoverheid is dat door het actief openbaar maken van informatie het aantal Woo-verzoeken zal afnemen. De toekomst zal dit uitwijzen. 49. Blz. 116 t.a.v. het verhoogde PFAS-verontreiniging in het project Kornputkwartier. Wat zijn de kosten die er mee gemoeid zijn om het op te schonen, wat is de tijdslijn voor bouwrijp maken. Antwoord: Er is nog geen zicht op de kosten en de tijdslijn voor het bouwrijp maken.