CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Adviesraad van de RES West-Overijssel - Advies Hoofdlijnenakkoord RES West-Overijssel.pdf

Politieke Markt 14 april 2021, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Vaststellen definitief bod en Hoofdlijnenakkoord Regionale Energiestrategie West-Overijssel1.791 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeenteraden, Provinciale Staten en Algemene Besturen van West-Overijssel Postbus 10078 8000 GB Zwolle Kenmerk: 14/21/LB Datum: 30 maart 2021 Betreft: Hoofdlijnenakkoord RES West-Overijssel Geachte leden van Gemeenteraden, Staten en Algemeen Besturen van West-Overijssel, De adviesraad* van de RES West-Overijssel heeft met belangstelling kennisgenomen van het Hoofdlijnenakkoord RES West-Overijssel. Wij maken graag gebruik van de mogelijkheid om te reageren. LTO staat grotendeels achter deze brief, maar vindt een strikte toepassing van de zonneladder essentieel en heeft daarom besloten niet mee te tekenen. Algemeen Als adviesraad reageren wij in algemene termen op het Hoofdlijnenakkoord zoals dat momenteel in deze regio voorligt. Wij willen beginnen met een woord van dank aan de bestuurders van gemeenten, provincie en waterschap voor het actief betrekken van het maatschappelijk middenveld bij de totstandkoming van dit Hoofdlijnenakkoord. Via verschillende werksessies en de adviesraad hebben wij een goed inzicht verkregen in het doorlopen proces en waar nodig onze input kunnen le veren. Deze zienswijze borduurt dan ook voort op de inzet zoals u die van ons kent. Wij zijn in grote lijnen tevreden met het bod van 1.8 TWh waarmee West-Overijssel een nette bijdrage levert aan de energietransitie in Nederland. Er wordt nu een gezamenlijke opgave vastgesteld als stip op de horizon.

En dat zien wij als winst. Deze bijdrage biedt onze regio kansen, maar er zijn ook een aantal bedreigingen. Bovendien hebben wij op een aantal onderdelen nog zorgen. In het vervolg van dit advies gaan wij hier verder op in. Ruimte De energietransitie heeft een grote impact op de ruimte. Op het ruimtegebruik , maar zeker ook op zachte waarden als beleving en identiteit. De adviesraad vindt het daarom van het grootste belang dat er fors wordt ingezet op de componenten besparing en zon-op-dak. Dit moet niet slechts een loze kreet blijven maar omgezet worden in stevige actieprogramma’s vanuit Rijk, provincie en geme enten in samenwerking met maatschappelijke partners. In de afweging rond grootschalige opwekking vinden wij het essentieel dat de vier hoekpunten van het afwegingskader op een goede wijze worden betrokken. Er is aandacht nodig voor hoe deze uitgangspunten worden gewogen en wat per uitgangspunt wordt meegenomen in de weging. Bij maatschappelijke kosten zien we bijvoorbeeld dat er nog beperkt aandacht is voor de verdeling van lusten en lasten over de generaties heen. Van belang om maatschappelijke organisati es nauw te betrekken bij de verdere invulling en gebruik van het afwegingsvierkant, ook op lokaal niveau. Bij grootschalige opwekking zien we dat gedurende het proces de verhouding zon en wind verschoven wordt naar meer windenergie. Een goede beweging.

Windenergie heeft een veel minder groot beslag op de ruimte en een zorgvuldige combinatie van wind en zon zorgt voor een constantere stroomvoorziening. Rond grootschalige opwek constateren wij dat er gestreefd wordt naar zoveel als mogelijke clustering van wind- en zonneparken. Vanuit ruimtelijk aspect wenselijk en zeker ook bezien vanuit de maatschappelijke kosten. Het is immers goedkoper om op een paar plekken flink in infrastructuur te investeren in plaats van op veel plekken een beetje. Tegelijkertijd zien we een spanning tussen lokaal eigendom en clustering. We denken dat het belangrijk is om ook kleinschalige lokale projecten mogelijk te (blijven) maken en lokaal eigendom goed te verankeren in grootschal ige projecten. Nog niet alle gemeenten hebben inzichtelijk gemaakt waar deze opgave gaat landen. Daarmee zijn ook nog niet alle clusters van de RES 1.0 in beeld. Wij dringen er met klem op aan dat toekomstige zoekgebieden ook op regionale schaal bezien worden. Zijn dit logische landschappelijke locaties en passen deze bij bovengenoemde afspraken. Wel vinden wij de afspraken clustering en de verhouding zon en wind zacht en adviseren om monitoring en evaluatie als standaard onderdeel in te brengen op weg na ar RES 2.0.

We onderstrepen het belang om de eerder toegestuurde ontwerpprincipes door groene organisaties ten aanzien van landschap en biodiversiteit mee te nemen in de verdere uitwerking. Hierdoor kunnen we zorgen dat deze ruimtelijke ingrepen kwaliteit toevoegen en er waar mogelijk slimme combinaties gemaakt gaan worden met andere opgaven. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan de biodiversiteitsopgave, de stikstofopgave en bossenstrategie. We denken ook dat er een stimulans nodig is om tot een goede verdeling van lusten en lasten te moeten komen voor landschap en biodiversiteit in relatie tot wind- en zonprojecten. Lokaal Eigendom Een belangrijk onderdeel van de RES vormt het onderdeel lokaal eigendom. Lokaal eigendom is belangrijk om twee zaken te organiseren. Zeggenschap voor bewoners en bedrijven en een eerlijke verdeling van lasten en lusten in de gemeenschap. In het nu voorliggende Hoofdlijnenakkoord worden deze uitganspunten ruimschoots overgenomen. Het streven naar minimaal 50% lokaal eigendom is omgezet naar een regionale ambitie waarbij gemeenten zelf inkleuring geven aan de uiteindelijke uitvoering. Het is belangrijk hierbij ook aandacht te hebben voor mogelijkheden om te participeren voor mensen met een smallere beurs, al dan niet direct of indirect in een collectief verband, waarbij ook de gemeenten via nieuw op te zetten energiebedrijven een rol kunnen spelen.

Graag zien wij voor het vervolg verdere uitwerking van instrumentarium op het gebied van lokaal eigendom. Naast goed beleid op dit onderwerp is het belangrijk dat lokaal initiatief aangejaagd en ondersteund wordt. Het is aan de gemeenten om deze lokale initiatieven (via beleid) in positie te brengen om mede uitvoering te kunnen geven aan de wens voor lokaal eigendom. Hierom vinden wij het belangrijk dat de bestaande ondersteuningsstructuren (NEO/LEIF/EFRO, etc.) gecontinueerd worden. Voor de LEIF is het belangrijk dat deze faciliteit ook bereikbaar wordt voor windinitiatieven. Dat maakt coöperatieve windprojecten kansrijker bij de opstart- en ontwikkelfase. Warmte We zien de warmtetransitie als een majeure opgave. Het is goed dat dit onderdeel is van het Hoofdlijnenakkoord. We beseffen dat dit maar voor een deel een regionale opgave is, maar denken dat er zeker hier ook winst te behalen valt door regionaal van elkaar te leren. Daarnaast willen we benadrukken dat besparing hier een zeer prominente plaats in kan nemen. Ook hier kan het regionale schaalniveau kansen bieden door kennisdeling en vraagbundeling. Voor huishoudens geldt dat de warmtetransitie letterlijk achter de voordeur komt. We vinden het belangrijk dat ook hier snel de uitvoering op het gebied van besparing en isolatie wordt opgepakt.

Daarvoor is het belangrijk dat er snel duidelijkheid komt over alternatieven voor gas i n bestaande woonwijken. Dat tempo zien we nu nog niet ontstaan. Ook hier kan regionale aanpak en ondersteuning meerwaarde bieden. We vragen extra aandacht voor de warmtetransitie bij bedrijven, omdat een grote groep bedrijven in onze regio (zeer veel) warmte nodig heeft voor haar productie (bijvoorbeeld kunststofverwerkende bedrijven en tapijtindustrie). Deze bedrijven vormen mede de ruggengraat van onze regionale economie. Het is daarom essentieel om juist in onze regio de warmtebehoefte te incorporeren in de RES. Hiertoe adviseren wij om in de realisatie van de RES 1.0 reeds een onderzoek te starten naar de warmtetransitie bij bedrijven en de ruimtebehoefte die ontstaat uit de elektrificatie van een deel van deze warmtevraag. Daarbij is het van belang om afspraken te maken over betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld bij de totstandkoming van de lokale warmtevisies. Zowel voor warmte als voor elektriciteit is regelbaar vermogen essentieel. Het is belangrijk om de komende tijd te zoeken naar slimme combinatie voor opwek en opslag. We denken dat hier een belangrijke rol voor Oost-Nederland kan liggen. Dit kan op verschillende schaalniveaus spelen. We stellen voor hier in de uitvoering extra aandacht aan te geven.

Ook willen we in het bijzonder aandacht vragen voor de mogelijkheden van geothermie als vorm van duurzame warmte in de regio West-Overijssel, omdat onderzoek heeft uitgewezen dat de condities in delen van onze regio gunstig zijn. In de Koekoekspolder (gemeente Kampen) wordt al sinds 2012 warmte uit geothermie voor de tuinbouwkassen gewonnen, loopt een aanvraag voor uitbreiding en zijn er al concrete plannen voor uitkoppeling van warmte naar de gebouwde omgeving in de regio . In Zwolle loopt ook een initiatief voor een geothermiebron. En het ruimtebeslag van geothermie is klein. Hoe verder? Het Hoofdlijnenakkoord vormt een belangrijke stap in het vormgeven van de energietransitie in onze regio. Maar met deze afspraken staan we pas aan het begin van de uitvoering. Wij vinden het belangrijk dat de regionale manier van samenwerken zoals die zich de afgelopen twee jaar gevormd heeft gecontinueerd wordt. Zowel bestuurlijk als ambtelijk. Het werken op het regionale schaalniveau zorgt voor een efficiënte kennisdeling en draagt bij aan wederzijds begrip voor elkaars opgave. Ten aanzien van de voorbereiding van de RES 2.0 zien wij nieuwe uitdagingen ontstaan. In het maken van een goede scenarioplanning voor het toepassen van de EU-doelstelling van 55% CO2-reductie.

Ten aanzien van de het realiseren van de doelstellingen van de RES 1.0 adviseren we om energiecoöperaties, andere maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven op operationeel niveau een belangrijke rol te geven door bijvoorbeeld het opzetten van een Expertisecentrum Energie (of werkplaats) met daarin meerder rollen: 1. Kennisleverancier en adviseur van individuele bedrijven en bedrijfscollectieven. 2. Ondersteunen en uitvoeren projecten en programma’s. 3. Koppeling van opwekking en vraag. 4. Verbinding met aanpak ‘toekomstbestendige bedrijfsterreinen. Naast geld is namelijk expertise en professionaliteit essentieel voor de uitvoeringskracht. Hierbij is het belangrijk om in te zetten op genoeg goed opgeleide mensen in de toekomst. Het helpt om jongeren ook actief bij het de energietransitie te betrekken, zodat er enthousiasme en betrokkenheid bij het werkveld ontstaat. In Overijssel werken we al flink wat jaren samen binnen het programma Nieuwe Energie Overijssel (NEO) aan de uitvoering van de energietransitie. Binnen dit programma zijn veel lessen geleerd. Inhoudelijk maar ook over de vormen van samenwerking die wel én die niet werken. Wij pleiten voor behoud van de kracht van het programma NEO (sterk gericht op uitvoering) door deze te koppelen aan de winst van de RES (inbedding in gemeentelijke organisaties).

Dit moet wat ons betreft leiden tot een krachtige uitvoeringsorganisatie waar naast de overheden ook het maatschappelijke middenveld haar bijdrage kan leveren. De ondernemers, inwoners en maatschappelijke partners pakken graag met u deze handschoen op. Dit willen wij doen op provinciaal, RES- en gebiedsniveau. Meer informatie Wij hopen dat deze zienswijze leidt tot een betere Regionale Energiestrategie voor onze regio. Een strategie met voldoende ambitie om klimaatdoelen te halen waarbij wat ons betreft onze inwoners nadrukkelijk betrokken gaan worden bij de vervolgstappen. Voor vragen over onze zienswijze kunt u terecht bij de heer Leander Broere, Projectleider Energie en Overheden bij Natuur en Milieu Overijssel. Hij is bereikbaar op telefoonnummer 038-4250969 of emailadres broere@natuurenmilieuoverijssel.nl. Hoogachtend, Matthijs Nijboer Namens de Adviesraad (uitgezonderd LTO-Noord). *De adviesraad RES West-Overijssel bestaat uit; Lokale energie initiatieven, LTO-Noord, Jong RES, Natuur en Milieu Overijssel, Samenwerkingsverband Biogrondstoffen en Duurzame Energie Oost- Nederland, VNO-NCW midden & MKB midden en de woningbouwcoöperaties in West-Overijssel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/4984bbb2-b900-47d3-91bb-accaebf6d6da?agendaItemId=9230109f-e568-4c26-9374-01eef00e0c02