CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Actualisatie Rapportage Stikstof Wanneperveen

Politieke Markt 14 januari 2025, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Vaststellen Tijdelijke Alternatieve Maatregel (TAM) systematiek omgevingsplan Wanneperveen, bouw kindcentrum en woningen2.634 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

31-10-2024 Onderzoek Stikstofdepositie Woningbouwlocatie Wanneperveen Kenmerk: Wanneperveen02/20241031 Rensen Milieu Advies V.O.F. Febe Rensen Markeweg 141, 8398 GN BLESDIJKE T: 06-52546415 / 0561-451767 E: info@rensenmilieu.nl

1 Wanneperveen, Huisvesting Onderzoek stikstofdepositie gebruiks- en aanlegfase Inhoudsopgave Samenvatting .............................................................................................2 1. Inleiding .............................................................................................3 2. Toetsingskader ......................................................................................6 3. Uitgangspunten .....................................................................................7 3.1 Referentiesituatie ................................................................................7 3.2 Aanlegfase ....................................................................................8 3.2.1 Mobiele werktuigen .......................................................................9 3.2.2 Vervoersbewegingen .................................................................... 10 3.3 Gebruiksfase ................................................................................ 11 3.3.1 Vervoersbewegingen .................................................................... 11 4. Berekeningsresultaten en toetsing ............................................................. 13 5. Bijlagen ............................................................................................

14 Bijlage I Aerius berekening – Aanlegfase (wordt los bijgevoegd) ................................ 14 Bijlage II Aerius berekening – Gebruiksfase (wordt los bijgevoegd) ........................... 14 Bijlage III Aerius randeffecten – Aanlegfase (wordt los bijgevoegd) ........................... 14 Bijlage IV Aerius randeffecten – Gebruiksfase (wordt los bijgevoegd) ......................... 14 Bijlage V Aerius hersteldoel – Aanlegfase (wordt los bijgevoegd) ............................. 14 Bijlage VI Aerius hersteldoel – Gebruiksfase (wordt los bijgevoegd) ........................... 14 2 Wanneperveen, Huisvesting Onderzoek stikstofdepositie gebruiks- en aanlegfase Samenvatting Ten behoeve van de voorgenomen plannen (woningbouw en realiseren school/kinderdagverblijf) in Wanneperveen heeft Rensen Milieu Advies V.O.F. onderzoek verricht voor de stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden. De initiatiefnemer (Gemeente Steenwijkerland) is voornemens meer woongelegenheden te realiseren. Zowel de aanleg- als de gebruiksfase van het plan kunnen negatieve gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen binnen omliggende beschermde natuurgebieden. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. In zowel de Habitat- als de Vogelrichtlijn zijn de gebieden opgenomen welke als Natura 2000-gebied worden aangemerkt.

Ten behoeve van de instandhouding van de natuurgebieden dienen negatieve effecten te worden uitgesloten, waardoor onder andere onderzoek plaats dient te vinden naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Bij een projecteffect kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar zorgt het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie en worden negatieve effecten uitgesloten. De relevante emissies van stikstofoxiden (Nox) en ammoniak (NH3) tijdens de aanlegfase vinden plaats door de verkeersbewegingen ten behoeve van de af- en aanvoer van materialen en de inzet van mobiele werktuigen tijdens de werkzaamheden. De relevante emissies tijdens de gebruiksfase vinden plaats door de verkeersbewegingen van en naar het plan. De berekening van het projecteffect van zowel de aanleg- als de gebruiksfase met peiljaar 2025 is verricht met behulp van het programma Aerius Calculator. Het projecteffect op de Natura 2000- gebieden is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Op basis van het onderzoek met de aannames die nu zijn gemaakt (Zie Aeriusberekeningen) blijkt dat er geen vergunning benodigd is voor het aspect stikstof. Het plan heeft zeker kans van slagen en op dit moment hoeft de wet Natuurbescherming geen belemmering te vormen. 3 Wanneperveen, Huisvesting Onderzoek stikstofdepositie gebruiks- en aanlegfase 1.

Inleiding Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling (woningbouw en realiseren school) van het perceel aan de Wethouder Vosstraat en de Bovenboerseweg te Wanneperveen (voormalig agrarische grond) heeft Rensen Milieu Advies V.O.F. onderzoek verricht naar de stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000- gebieden. Het voornemen is in strijd met het geldende planologische regime. Een herziening van het omgevingsplan is daarom noodzakelijk. Gelet daarop is een onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) noodzakelijk of het vaststellen of afwijken van het bestemmingsplan significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden. In afbeelding 1 en 2 is de locatie met de omliggende Natura 2000-gebieden weergegeven en een luchtfoto van de huidige situatie. Hieruit blijkt dat de volgende Natura 2000-gebieden rondom de planlocatie zijn gelegen: ten noorden, zuiden en westen ligt De Wieden (circa 282 meter), ten zuiden Olde Maten & Veerslootslanden (circa 5,7 kilometer) en Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht (8,2 kilometer), ten noordwesten Weerribben (circa 9,5 kilometer) en ten noordoosten Holtingerveld (circa 11,1 kilometer). Zowel de aanleg- als de gebruiksfase van het plan kunnen negatieve gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen binnen omliggende beschermde natuurgebieden. In Afbeelding 1 is een globale situering van het plan weergegeven.

Afbeelding 1 Situering plangebied bij marker t.o.v. Natura 2000-gebieden Het plan is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000- gebied. Het Natura 2000-gebied ‘De Wieden’ ligt op circa 282 meter afstand van het plangebied.

4 Wanneperveen, Huisvesting Onderzoek stikstofdepositie gebruiks- en aanlegfase In onderstaande afbeelding is een luchtfoto van het plangebied weergegeven waarin is aangeduid waar de school/ kinderdagverblijf en nieuwbouw woningen moeten komen (rood omkaderd). Afbeelding 2 Luchtfoto plangebied (locatie in rode kader)

5 Wanneperveen, Huisvesting Onderzoek stikstofdepositie gebruiks- en aanlegfase Gewenste situatie In onderstaande afbeelding is de gewenste situatie van het plangebied weergegeven. Afbeelding 3 Gewenste situatie

6 Wanneperveen, Huisvesting Onderzoek stikstofdepositie gebruiks- en aanlegfase 2. Toetsingskader De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. In zowel de Habitat- als de Vogelrichtlijn zijn de gebieden opgenomen welke als Natura 2000-gebied worden aangemerkt. Ten behoeve van de instandhouding van de natuurgebieden dienen negatieve effecten te worden uitgesloten, waardoor onder andere onderzoek plaats dient te vinden naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Na de uitspraak van de Raad van State (d.d. 29 mei 2019) mag het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet meer gehanteerd worden als toestemming voor activiteiten die zorgen voor stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. In beginsel mag ten gevolge van de uitspraak geen sprake meer zijn van een significante toename. Geen significante toename Het beoogde plan mag geen negatieve effecten veroorzaken op de omliggende Natura 2000- gebieden. Met het programma Aerius Calculator wordt de depositie van stikstofverbindingen in de vorm van ammoniak (NH3) en stikstofoxiden (Nox) op het oppervlak van de omliggende Natura 2000- gebieden inzichtelijk gemaakt. Bij een projecteffect kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar zorgt het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie en worden negatieve effecten uitgesloten.

Vergunning Wet natuurbescherming Bij een projecteffect > 0,00 mol/ha/jaar dient een vergunning te worden aangevraagd. 7 Wanneperveen, Huisvesting Onderzoek stikstofdepositie gebruiks- en aanlegfase 3. Uitgangspunten 3.1 Referentiesituatie In de referentie situatie (1994) was er op deze locatie sprake van agrarische gronden. De gronden voor de huisvesting zijn thans gelegen binnen het vigerende omgevingsplan “Beheersverordening Buitengebied Steenwijkerland 2014”(vastgesteld 09-12-2014). In het omgevingsplan zijn de gronden bestemd als ‘agrarisch met waarden’. In de referentiesituatie moet uitgegaan worden van de bestaande, planologisch legale situatie. Voor de referentie situatie is gerekend met de emissies van de agrarische gronden. Hieronder een toelichting voor de gebruikte emissies. Volgens de kaart van BIJ12 (zie afbeelding 4) mag er voor Wanneperveen gerekend worden met een gemiddelde bemestingsnorm van 13,40 kg/ha/jaar. Het aantal hectare voor dit project bedraagt 3,1 ha (zie afbeelding 5). 13,40 kg x 3,1 ha = 41,54 kg per jaar NH3. Voor de referentie situatie is dus gerekend met 41,5 kg NH3. Afbeelding 4 Kaart BIJ12 emissiegegevens per landbouwdeelgebied (2021) Afbeelding 5 afmeting planlocatie

8 Wanneperveen, Huisvesting Onderzoek stikstofdepositie gebruiks- en aanlegfase 3.2 Aanlegfase Met het plan wordt de aanleg van een basisschool/ kinderdagverblijf en nieuwbouw woningen mogelijk gemaakt. Daarnaast ligt er een voorstel voor het verbreden van de huidige weg (zie afbeelding 6, links huidige situatie, rechts voorstel nieuwe situatie). De relevante emissies van stikstofoxiden (Nox) en ammoniak (NH3) tijdens de aanlegfase vinden plaats door de verkeersbewegingen ten behoeve van de af- en aanvoer van materialen en de inzet van mobiele werktuigen tijdens de werkzaamheden. De aanlegfase betreft een tijdelijke ontwikkeling. De werkzaamheden zullen mogelijk in 2024/2025 worden uitgevoerd. Afbeelding 6 Voorstel verbreden weg

9 Wanneperveen, Huisvesting Onderzoek stikstofdepositie gebruiks- en aanlegfase 3.2.1 Mobiele werktuigen De benodigde gegevens voor de aanlegfase zijn gedeeltelijk aangeleverd door de opdrachtgever en verder aangevuld door Rensen Milieu Advies V.O.F. De emissiefactoren van de werktuigen zijn tevens gebaseerd op het in AERIUS Calculator opgenomen kentallen voor een gemiddelde belasting bij reguliere werkzaamheden. Voor de Bouwrijpfase is de inzet van de in tabel 3.1 weergegeven mobiele werktuigen voorzien. Tabel 3.1 Gegevens mobiele werktuigen bouwrijp fase Voor de bouwfase is de inzet van de in tabel 3.2 weergegeven mobiele werktuigen voorzien. Machine Aantal liters p.j. Draaiuren AdBlue 6% Aantal Dagen Literverbruik per uur Graafmachine 2.800 140 168 17,5 20 Heimachine 2.520 126 151 15,5 20 Mobiele telekraan 15.120 756 907 94,5 20 Betonmixer 1.680 84 100 10,5 20 Betonpomp 1.680 84 100 10,5 20 Tabel 3.2 Gegevens mobiele werktuigen bouwfase Machine Aantal liters p.j.

Draaiuren AdBlue 6% Aantal dagen Literverbruik Per uur Rupskraan 3.000 200 180 25 15 Rupsgraafmachine 3.000 200 180 25 15 Dumper 3.400 170 204 21 20 Shovel 640 64 38 8 10 Trilwals 140 28 8 7 halve dagen 5 Asfaltwals 96 16 5 2 6 Asfaltspreidmachine 208 16 12 2 13 10 Wanneperveen, Huisvesting Onderzoek stikstofdepositie gebruiks- en aanlegfase 3.2.2 Vervoersbewegingen Naast de inzet van werktuigen vinden er ook vervoersbewegingen plaats voor het vervoer van materialen en personen van en naar het plan. Uit de gebruikte gegevens blijkt dat er voor de gehele aanlegfase 1.250 zware vervoersbewegingen per jaar, 2.000 lichte vervoersbewegingen per jaar en 250 middelzware vervoersbewegingen per jaar plaatsvinden. De ontsluiting van het verkeer kan in verschillende richtingen plaatsvinden. Omtrent de lengte van de rijlijn waarover de bijdrage van de verkeersaantrekkende werking is berekend, is uitgegaan van de Handreiking Rekenen aan Luchtkwaliteit van het Ministerie van I&M. Op pagina 47 van die Handreiking wordt voor ruimtelijke plannen geadviseerd om de grens van het onderzoeksgebied te leggen waar het extra verkeer als gevolg van het plan grotendeels is opgenomen in het autonome verkeer.

Bepalend voor het antwoord op de vraag of het extra verkeer als gevolg van het plan grotendeels is opgenomen in het autonome verkeer, is of dat verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg kan bevinden (zie ABRvS 5 december 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BB9494). De verkeersaantrekkende werking is daarom beperkt tot de rijlijn vanaf het plangebied over de Bovenboerseweg, via de Van Blankenweg naar de Veneweg richting het Oosten. Het verkeer is qua snelheid en rij- en stopgedrag op de Veneweg niet te onderscheiden van het overige verkeer, dat als doorgaand verkeer of als verkeer met bestemming plangebied is aan te merken. In tabel 3.3 zijn de volgende vervoerbewegingen uitgewerkt voor de gehele aanlegfase. Tabel 3.3 Gegevens vervoersbewegingen gehele aanlegfase Daarnaast wordt er voor de lichte en de middelzware vervoersbewegingen gerekend met koude starts. De zware vervoersbewegingen worden hierin niet meegerekend aangezien deze voornamelijk op de planlocatie aanwezig zullen zijn voor het laden/ lossen van materialen, waarbij de motor niet zal afkoelen binnen 2 uur. Voor de lichte vervoersbewegingen is er gerekend met 1.000 keer koude start per jaar en voor de middelzware vervoersbewegingen is er gerekend met 125 keer koude start per jaar.

Dit is 50% van de totale aantal vervoersbewegingen per jaar van dit plangebied. De voertuigen zullen in de ochtend aankomen met een warme motor en zullen eind van de dag weer vertrekken, hiervoor is de koude start meegerekend. Aantal vrachtwagens Categorie Omschrijving 2.000 Per jaar Licht Vervoersbewegingen door personeel bouwbedrijven en dergelijke. 250 Per jaar Middelzwaar Vervoersbewegingen door personeel bouwbedrijven, leveren materialen enz. 1.250 Per jaar Zwaar Vervoersbewegingen voor leveren van materialen, aanvoeren grond, afvoeren afval e.d. 11 Wanneperveen, Huisvesting Onderzoek stikstofdepositie gebruiks- en aanlegfase 3.3 Gebruiksfase De nieuwbouw zal niet worden aangesloten op het gasnet. De relevante emissies van stikstofoxiden (Nox) en ammoniak (NH3) tijdens de gebruiksfase vinden plaats door de vervoersbewegingen van en naar het plan met daarbij de koude starts van de vervoersbewegingen. De benodigde gegevens voor de gebruiksfase zijn bepaald aan de hand van de CROW. 3.3.1 Vervoersbewegingen Uit de gegevens blijkt dat er 2 mogelijke verkeersstromen kunnen zijn (beide richtingen) tijdens de gebruiksfase van het plan. De dagelijkse vervoersbewegingen bedragen 482,4 lichte vervoersbewegingen per etmaal en 22 middelzware vervoersbewegingen per maand. Lichte vervoersbewegingen Het plan is om 37 woningen te realiseren in verschillende uitvoeringen.

In onderstaande tabel is aangegeven hoeveel vervoersbewegingen er in totaal over het hele plangebied zullen zijn per dag. Deze aantallen zijn verdeeld over 3 rijroutes in de berekening. Voor de rijroute ‘wegverkeer bewoners oost’ zijn 75,6 lichte vervoersbewegingen gerekend. Voor de rijroute ‘wegverkeer bewoners west’ zijn 193,8 lichte vervoersbewegingen gerekend en voor rijroute ‘school/ kinderdagverblijf’ zijn 213 lichte vervoersbewegingen gerekend. Allen zijn berekend per dag. Voor de rijroutes ‘west’ en ‘oost’ is er gerekend met 50% koude start van de totaal aantal vervoersbewegingen (37,8 keer en 96,9 keer per dag). Voor de rijroute ‘school/ kinderdagverblijf’ is er gerekend met 15% koude start van de totaal aantal vervoersbewegingen (32 keer per dag). Bij de school is het voornamelijk halen & brengen en zullen de auto’s dus kort geparkeerd worden en niet afkoelen. De 15% is voor de werknemers en het overige personeel van de school/ kinderdagverblijf.

Functie Hoeveelheid Verkeersbewegingen per etmaal Totaal Woning, koop, vrijstaand 8 woningen 7,8 per woning 62,4 Woning, koop, twee-onder-een-kap 10 woningen 7,4 per woning 74 Woning, koop, tussen/hoek 13 woningen 7,0 per woning 91 Woning, koop, patio 6 woningen 7,0 per woning 42 Basisschool 1 175 voor gehele school 175 Kinderdagverblijf 115 m2 bvo 33 per 100m2 bvo 38 Totaal 482,35 Voor de buitenschoolse opvang is in de kencijfers geen verkeersgeneratie opgenomen, aangezien deze verkeersbewegingen vaak gekoppeld zijn aan de basisschool. Uit ervaringscijfers wordt aangenomen dat een kindcentrum ongeveer 175 verkeersbewegingen per etmaal heeft. Daarnaast verdwijnt er door de oprichting van het nieuwe kindcentrum ook een deel van het verkeer elders in het dorp. In het nieuwe kindcentrum worden namelijk twee bestaande scholen gehuisvest. De normen voor de kinderdagverblijf zijn inclusief 'kiss & ride', het grootste deel van het verkeer betreft het brengen en halen van kinderen. Gezien de twee ruime ontsluitingen van het plangebied wordt de hoeveelheid verkeersbewegingen per etmaal als aanvaardbaar geacht. 12 Wanneperveen, Huisvesting Onderzoek stikstofdepositie gebruiks- en aanlegfase Middelzware vervoersbewegingen De middelzware vervoersbewegingen zullen incidenteel voorkomen. In totaal is er gerekend met 22 vervoersbewegingen per maand.

Dit zou kunnen voorkomen door bijvoorbeeld transport met een aanhanger, het leveren van pakketten enzovoort. In afbeelding 7 zijn de emissiebronnen voor het verkeer (bron 2, paarse lijnen) globaal weergegeven. Afbeelding 7 Emissiebronnen gebruiksfase

13 Wanneperveen, Huisvesting Onderzoek stikstofdepositie gebruiks- en aanlegfase 4. Berekeningsresultaten en toetsing De berekening van het projecteffect van zowel de aanleg- als de gebruiksfase met respectievelijk peiljaar 2025 is verricht met behulp van het programma Aerius Calculator. Onderstaand zijn de screenshots van de berekeningsresultaten weergegeven. Figuur 4.1 Resultaat aanlegfase Figuur 4.2 Resultaat gebruiksfase Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden is lager of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijke projecteffect zal het beoogde plan voor geen significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunning benodigd is voor het aspect stikstof.

14 Wanneperveen, Huisvesting Onderzoek stikstofdepositie gebruiks- en aanlegfase 5. Bijlagen Bijlage I Aerius berekening – Aanlegfase (wordt los bijgevoegd) AERIUS kenmerk: RNzWPeQzVQBG Datum berekening: 31 oktober 2024, 10:01 Rekenconfiguratie: OwN2000-rekengrid Bijlage II Aerius berekening – Gebruiksfase (wordt los bijgevoegd) AERIUS kenmerk: Rmk7UKkp73w3 Datum berekening: 31 oktober 2024, 11:02 Rekenconfiguratie: OwN2000-rekengrid Bijlage III Aerius randeffecten – Aanlegfase (wordt los bijgevoegd) Omschrijving projectberekening: Wanneperveen AERIUS kenmerk projectberekening: RNzWPeQzVQBG Datum berekening: 31 oktober 2024, 10:01 Bijlage IV Aerius randeffecten – Gebruiksfase (wordt los bijgevoegd) Omschrijving projectberekening: Wanneperveen AERIUS kenmerk projectberekening: Rmk7UKkp73w3 Datum berekening: 31 oktober 2024, 11:02 Bijlage V Aerius hersteldoel – Aanlegfase (wordt los bijgevoegd) Omschrijving projectberekening: Wanneperveen AERIUS kenmerk projectberekening: RNzWPeQzVQBG Datum berekening: 31 oktober 2024, 10:01 Bijlage VI Aerius hersteldoel – Gebruiksfase (wordt los bijgevoegd) Omschrijving projectberekening: Wanneperveen AERIUS kenmerk projectberekening: Rmk7UKkp73w3 Datum berekening: 31 oktober 2024, 11:03

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/fbf61693-a752-4e91-b92b-d97de6ce55af?agendaItemId=621b711a-6fc2-4073-b18f-6b2aaf0388de